|
29.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 384/20 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/1889 VAN DE COMMISSIE
van 23 juli 2021
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad wat betreft de verlenging van maatregelen voor tijdelijke vrijstelling van de regels inzake het gebruik van slots vanwege de COVID-19-crisis
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993, betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van “slots” op communautaire luchthavens (1), en met name artikel 10 bis, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De COVID-19-crisis leidt nog steeds tot een sterke terugval van het luchtverkeer door een aanzienlijke daling van de vraag naar luchtverkeer en door de maatregelen van de lidstaten en derde landen om de verspreiding van COVID-19 in te dammen. Eurocontrol rapporteerde dat het luchtverkeer in het EER-luchtruim in de eerste helft van 2021 vrij stabiel bleef op een niveau van ongeveer 38 % van het verkeer in de overeenkomstige periode van 2019, zij het met een opwaartse trend. Volgens de prognoses van Eurocontrol zal het jaarlijkse gemiddelde luchtverkeer in 2021 en 2022 naar verwachting toenemen tot respectievelijk 50 % en 72 %, op basis van de meest realistische verkeersprognose. |
|
(2) |
Op die omstandigheden hebben luchtvaartmaatschappijen geen invloed en de daaruit voortvloeiende vrijwillige of verplichte annuleringen van luchtdiensten door luchtvaartmaatschappijen conform de ontwikkeling van de vraag zijn een noodzakelijk of gerechtvaardigd antwoord op die omstandigheden. |
|
(3) |
Op grond van artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 95/93, gelezen in samenhang met artikel 10, lid 2, moeten luchtvaartmaatschappijen ten minste 80 % van de aan hen toegewezen reeks slots exploiteren om hun historische rechten op die reeks slots niet te verliezen (de zgn. “use-it-or-lose-it”-regel). In het licht van de COVID-19-crisis, om de financiële gezondheid van luchtvaartmaatschappijen te beschermen en om de negatieve gevolgen voor het milieu te vermijden van lege of nagenoeg lege vluchten die enkel worden uitgevoerd om de onderliggende luchthavenslots te behouden, werd de “use-it-or-lose-it”-regel opgeschort van 1 maart 2020 tot en met 28 maart 2021. |
|
(4) |
Op 16 februari 2021 heeft de Unie, gezien de aanhoudende impact van de COVID-19-crisis op het luchtverkeer, Verordening (EEG) nr. 95/93 gewijzigd om luchtvaartmaatschappijen tijdens de zomerdienstregelingsperiode 2021 nog langer te ontheffen van de “use-it-or-lose-it”-regel door de schorsing van die regel te verlengen van 28 maart 2021 tot en met 30 oktober 2021. |
|
(5) |
Op grond van artikel 10 bis, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 95/93 is de Commissie bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de opschortingstermijn van de in artikel 10 bis, lid 3, vastgestelde “use-it-or-lose-it”-regel te wijzigen. |
|
(6) |
Voorts is de Commissie op grond van artikel 10 bis, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 95/93 bevoegd om, indien strikt noodzakelijk om de evoluerende gevolgen van de COVID-19-crisis op het luchtverkeer aan te pakken, de slotbenuttingspercentages te wijzigen binnen een bereik van 30 % tot 70 %. |
|
(7) |
Ondanks een geleidelijke herneming bleef het luchtverkeer in de eerste helft van 2021 ver onder het niveau van dezelfde periode in 2019, met gemiddeld ongeveer 38 % van het verkeer in de overeenkomstige periode in 2019. Hoewel het verloop van het herstel van het luchtverkeer moeilijk nauwkeurig kan worden voorspeld, kan redelijkerwijs worden verwacht dat de situatie in de nabije toekomst zal aanhouden, met een gestage vermindering van de kloof tussen het luchtverkeer in 2021 en dat in 2019. Op basis van het meest waarschijnlijke scenario van de vierjaarlijkse prognose van Eurocontrol van 21 mei 2021, waarin wordt aangenomen dat de vaccins in 2022 werkzaam zullen zijn, zou het luchtverkeer in 2021 en 2022 respectievelijk een jaarlijks gemiddelde van 50 % tot 72 % van het overeenkomstige niveau van 2019 bereiken. Op basis van de beschikbare maandelijkse prognoses van Eurocontrol voor 2021 en het beschikbare jaarlijkse Eurocontrol-gemiddelde voor 2022 wordt voor de winterdienstregelingsperiode 2021/2022 een verkeersniveau van 70 % van het niveau van 2019 verwacht. |
|
(8) |
Uit door de Wereldgezondheidsorganisatie en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding verzamelde gegevens blijkt dat de aanhoudende terugval van het luchtverkeer te wijten is aan de gevolgen van de COVID-19-crisis. De beschikbare gegevens wijzen op een correlatie tussen de evolutie van het aantal gevallen en de respons van de lidstaten en derde landen op die aantallen, door maatregelen vast te stellen die een impact hebben op het reizen per vliegtuig en bijgevolg op het luchtverkeer. Dergelijke maatregelen, die soms op zeer korte termijn worden ingevoerd of opgeheven, dragen bij tot een klimaat van onzekerheid en hebben een negatief effect op het consumentenvertrouwen en het boekingsgedrag. |
|
(9) |
Gezien het veranderende aantal COVID-19-gevallen en de mogelijke verspreiding van nieuwe varianten kan redelijkerwijs worden verwacht dat luchtvaartmaatschappijen tijdens de komende winterdienstregelingsperiode, van 31 oktober 2021 tot en met 26 maart 2022, vanwege de COVID-crisis talrijke vluchten zouden annuleren als zij overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 95/93 zouden worden verplicht hun volledige slotportefeuilles van 2019 te exploiteren. |
|
(10) |
Daarom moet de in artikel 10 bis, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 95/93 vastgestelde termijn worden verlengd van 31 oktober 2021 tot en met 26 maart 2022. |
|
(11) |
De vraag naar reizen zou tijdens de winterdienstregelingsperiode van 31 oktober 2021 tot en met 26 maart 2022 nog steeds laag blijven ondanks de voortgang van de vaccinatiecampagnes, de mogelijkheden om veiliger te reizen en de opheffing van de maatregelen die van invloed zijn op het reizen in de verschillende landen. Een aanhoudend lage vraag tijdens de winterdienstregelingsperiode kan waarschijnlijk een aanwijzing zijn voor structurele veranderingen op lange termijn in de markt en het consumentengedrag. Daarom moet het vereiste slotbenuttingspercentage er enerzijds voor zorgen dat onbedoelde negatieve gevolgen voor de financiële toestand van luchtvaartmaatschappijen en de negatieve milieueffecten van lege of nagenoeg lege vluchten die alleen worden geëxploiteerd om historische slotrechten te behouden, worden vermeden, en luchtvaartmaatschappijen er anderzijds toe aansporen de luchthavencapaciteit efficiënt te benutten of hun slots terug te geven aan de pool voor andere gebruikers om op die manier een efficiënt gebruik van de luchthavencapaciteit te waarborgen. |
|
(12) |
Het vereiste slotbenuttingspercentage moet bovendien hoog genoeg liggen om ervoor te zorgen dat een minimumaanbod wordt aangeboden dat het consumentenvertrouwen versterkt, een efficiënt gebruik van de luchthavencapaciteit tijdens de winterdienstregelingsperiode 2021/2022 waarborgt en de connectiviteit garandeert. |
|
(13) |
Bij het slotbenuttingspercentage moet ook rekening worden gehouden met structurele veranderingen op langere termijn in de markt en het consumentengedrag, om de markt in staat te stellen zich geleidelijk aan te passen aan de veranderende vraag en capaciteit vrij te maken voor de winterdienstregelingsperiode 2022/2023. Dat is met name het geval omdat sommige luchtvaartmaatschappijen in 2020 en begin 2021 gebruik hebben gemaakt van ad-hocslots zonder historische slots te verwerven. |
|
(14) |
Daarom moet het vereiste slotbenuttingspercentage voor de winterdienstregelingsperiode 2021/2022 worden vastgesteld op 50 %. |
|
(15) |
Hoewel over het algemeen wordt aangenomen dat luchtvaartmaatschappijen vluchten zullen aanbieden zodra de vraag herneemt, bestaat het risico dat sommige maatschappijen hun activiteiten op sommige luchthavens zullen beperken tot het minimum dat noodzakelijk is om hun historische slotrechten te behouden, ten nadele van concurrenten, luchthavenexploitanten en consumenten. De mogelijke vrijgave van bepaalde luchthavencapaciteit als gevolg van het nieuwe vereiste benuttingspercentage zal waarschijnlijk niet leiden tot een ernstige verstoring van de activiteiten en netwerken van luchtvaartmaatschappijen, wat bij een hoger percentage wel het geval zou zijn. |
|
(16) |
Teneinde de rechtszekerheid te waarborgen, met name voor slotcoördinators en luchtvaartmaatschappijen, moet de verordening met spoed in werking treden op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 10 bis, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 95/93 wordt vervangen door:
“3. Als een luchtvaartmaatschappij, voor slots die niet aan de coördinator ter beschikking zijn gesteld met het oog op hertoewijzing overeenkomstig artikel 10, lid 2 bis, gedurende de periode van 28 maart 2021 tot en met 26 maart 2022 en met het oog op de toepassing van artikel 8, lid 2, en artikel 10, lid 2, tot tevredenheid van de coördinator aantoont dat zij de desbetreffende reeks slots, zoals door de coördinator goedgekeurd, voor minstens 50 % van de tijd heeft geëxploiteerd tijdens de dienstregelingsperiode van 28 maart 2021 tot en met 30 oktober 2021 en minstens voor 50 % van de tijd gedurende de dienstregelingsperiode van 31 oktober 2021 tot en met 26 maart 2022, heeft de luchtvaartmaatschappij recht op dezelfde reeks slots voor de volgende overeenkomstige dienstregelingsperiode.
Voor de in de eerste alinea van dit lid bedoelde periode bedragen de in artikel 10, lid 4, en artikel 14, lid 6, punt a), bedoelde procentuele waarden 50 % voor de dienstregelingsperiode van 28 maart 2021 tot en met 30 oktober 2021 en 50 % voor de dienstregelingsperiode van 31 oktober 2021 tot en met 26 maart 2022.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 juli 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN