16.9.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 327/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1483 VAN DE COMMISSIE

van 15 september 2021

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 11, lid 2,

Gezien Verordening (EU) 2015/477 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 inzake de maatregelen die de Unie kan nemen ten aanzien van het gecombineerde effect van antidumping- of antisubsidiemaatregelen en vrijwaringsmaatregelen (2), en met name artikel 1,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Voorafgaand onderzoek en geldende maatregelen

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1429 van 26 augustus 2015 (3) heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een definitief antidumpingrecht ingesteld op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”) en Taiwan (“de oorspronkelijke maatregelen”).

(2)

Op 11 augustus 2016 heeft de Commissie de heropening van het antidumpingonderzoek met betrekking tot Taiwan aangekondigd (4) op grond van artikel 12 van Verordening (EU) 2016/1036 (“de basisverordening”). Het desbetreffende onderzoek naar absorptie van rechten werd op 11 april 2017 beëindigd zonder wijziging van de geldende maatregelen (5).

(3)

De thans geldende antidumpingrechten op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit de VRC bedragen 24,4 % voor de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, 24,6 % voor de niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen en 25,3 % voor alle andere ondernemingen.

(4)

De thans geldende antidumpingrechten op de ingevoerde producten van oorsprong uit Taiwan bedragen 6,8 %. De geldende maatregelen zijn van toepassing op alle invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit Taiwan, met uitzondering van de producten die worden geproduceerd door Taiwan Chia Far Industrial Factory Co., Ltd. Voor die onderneming werd oorspronkelijk een nulrecht vastgesteld, aangezien er geen sprake was van dumping.

1.2.   Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(5)

Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (6), heeft de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen.

(6)

Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 27 mei 2020 ingediend door de European Steel Association (“Eurofer” of “de indiener van het verzoek”), die goed is voor meer dan 25 % van de totale productie van koudgewalste platte producten van roestvrij staal in de Unie. Het verzoek was gebaseerd op de overweging dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting of herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

1.3.   Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(7)

Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijs was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 25 augustus 2020 een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit de VRC en Taiwan (“de betrokken landen”) op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Zij heeft daartoe een bericht van opening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (7) (“het bericht van opening”).

1.4.   Parallel antidumpingonderzoek betreffende India en Indonesië

(8)

Op 30 september 2020 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 5 van de basisverordening een antidumpingprocedure betreffende de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit India en Indonesië ingeleid (8). Dit onderzoek loopt nog.

1.5.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(9)

Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2020 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2017 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”).

1.6.   Belanghebbenden

(10)

In het bericht van opening is de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten in de VRC en Taiwan alsmede de autoriteiten van die landen, de haar bekende betrokken importeurs, gebruikers, handelaren en verenigingen op de hoogte gesteld van de opening van het onderzoek en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(11)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.

1.7.   Steekproeven

(12)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

1.7.1.   Steekproef van producenten in de Unie

(13)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie heeft de steekproef samengesteld op basis van de productie- en verkoopvolumes van het onderzochte product, waarbij een goede geografische spreiding werd gewaarborgd. Deze steekproef bestond uit drie producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden meer dan 60 % van de geschatte totale productie in de Unie en ongeveer 70 % van de geschatte totale verkoop in de Unie van het onderzochte product.

(14)

Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden om opmerkingen over de voorlopige steekproef verzocht. De Commissie heeft geen opmerkingen over de steekproef ontvangen. De steekproef is representatief voor de bedrijfstak van de Unie.

1.7.2.   Steekproef van importeurs

(15)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken.

(16)

Drie niet-verbonden importeurs hebben zich gemeld als belanghebbende en hebben de verlangde informatie verstrekt. Gezien het geringe aantal ontvangen antwoorden was een steekproef niet noodzakelijk. Er werden geen opmerkingen over dit besluit ingediend. De importeurs werden uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen.

1.7.3.   Steekproef van producenten-exporteurs in de betrokken landen

(17)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in de VRC en Taiwan verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de Vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie en het Taipei Representative Office in de Europese Unie verzocht om eventuele andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(18)

Eén Taiwanese producent-exporteur maakte zich kenbaar en verklaarde zich bereid aan het onderzoek mee te werken. Gezien het geringe aantal producenten dat zich kenbaar heeft gemaakt, achtte de Commissie een steekproef niet noodzakelijk. De betrokken producent-exporteur werd verzocht de vragenlijst voor de producenten-exporteurs in te vullen.

(19)

Geen producent in de VRC heeft de gevraagde informatie verstrekt en ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. De Commissie heeft de Vertegenwoordiging van de VRC ervan in kennis gesteld dat zij vanwege het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs in de VRC voornemens was artikel 18 van de basisverordening toe te passen en haar bevindingen over voortzetting of herhaling van dumping en schade met betrekking tot de VRC te baseren op de beschikbare gegevens. Er werden geen opmerkingen over deze kennisgeving ontvangen. Derhalve was er geen medewerking van Chinese producenten en worden de bevindingen met betrekking tot de invoer uit de VRC overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens.

1.8.   Antwoorden op de vragenlijst

(20)

Bij de opening van het onderzoek heeft de Commissie de vragenlijsten voor de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, niet-verbonden importeurs en producenten-exporteurs beschikbaar gesteld op de website van het directoraat-generaal Handel. Er werd een aanvullende vragenlijst gezonden naar de indiener van het verzoek.

(21)

De Commissie heeft ook een vragenlijst aan de overheid van de VRC (“Chinese overheid”) gestuurd betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening.

(22)

De vragenlijst is ingevuld teruggestuurd door de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en Eurofer.

(23)

Geen van de niet-verbonden importeurs heeft antwoorden op de vragenlijst ingediend.

(24)

Er is geen antwoord ontvangen van de Taiwanese producent-exporteur die zich kenbaar had gemaakt en zich aanvankelijk bereid had verklaard mee te werken. De Commissie heeft de betrokken onderneming meegedeeld dat zij haar derhalve beschouwde als onderneming die niet langer wil meewerken en dat zij artikel 18 van de basisverordening zou toepassen. Het Taipei Representative Office in de Europese Unie werd eveneens op de hoogte gesteld. Noch de betrokken onderneming, noch het Taipei Representative Office in de Europese Unie heeft op deze brieven gereageerd. Er werd derhalve geen medewerking verleend door de Taiwanese producenten-exporteurs, en net als bij de VRC (zie overweging 19) werden de bevindingen in verband met voortzetting of herhaling van dumping en schade met betrekking tot Taiwan overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens.

1.9.   Verificatie ter plaatse en kruislingse controle op afstand

(25)

De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie vast te stellen. Gezien de uitbraak van COVID-19 en de inperkingsmaatregelen die door verschillende lidstaten en door verschillende derde landen zijn genomen, kon de Commissie geen controlebezoeken op grond van artikel 16 van de basisverordening verrichten. In plaats daarvan heeft de Commissie alle informatie die zij voor haar vaststellingen nodig achtte, op afstand gecontroleerd in overeenstemming met haar mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (9).

(26)

De Commissie heeft kruislingse controles op afstand verricht bij de volgende ondernemingen/belanghebbenden:

 

producenten in de Unie en hun branchevereniging:

Acciai Speciali Terni S.p.A., Terni, Italië (“AST”);

Aperam Stainless Europe, bestaande uit Aperam France, La Plaine Saint-Denis Cedex, Frankrijk, en Aperam Belgium, Châtelet en Genk, België (“Aperam”);

Outokumpu Stainless Oy, Tornio, Finland (“OTK”);

Eurofer, Brussel, België.

1.10.   Vervolg van de procedure

(27)

Op 2 juli 2021 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de van kracht zijnde antidumpingrechten te handhaven met betrekking tot de invoer uit de betrokken landen. Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen indienen ten aanzien van de mededeling van feiten en overwegingen.

(28)

De Commissie heeft de opmerkingen van een consortium van importeurs en distributeurs (“Euranimi” (10)) en twee niet-verbonden importeurs (“LSI” (11) en “MFT” (12)) onderzocht en, voor zover van toepassing, in aanmerking genomen. Alle betrokken partijen zijn op hun verzoek ook gehoord.

2.   ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(29)

Het onderzochte product is hetzelfde als in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7219 31 00, 7219 32 10, 7219 32 90, 7219 33 10, 7219 33 90, 7219 34 10, 7219 34 90, 7219 35 10, 7219 35 90, 7219 90 20, 7219 90 80, 7220 20 21, 7220 20 29, 7220 20 41, 7220 20 49, 7220 20 81, 7220 20 89, 7220 90 20 en 7220 90 80 (“het onderzochte product” of “SSCR”, “stainless steel cold-rolled flat products”).

(30)

In de Unie worden SSCR hoofdzakelijk vervaardigd door geïntegreerde producenten die roestvrijstaalschroot en legeringselementen na het smelten, warmwalsen en koudwalsen tot SSCR verwerken. In de VRC en, in toenemende mate, in Taiwan lijken producenten van SSCR hoofdzakelijk gebruik te maken van onbewerkte grondstoffen, die tot nikkelhoudend gietijzer worden verwerkt voordat zij worden gesmolten, warmgewalst en koudgewalst.

(31)

Het onderzochte product wordt gebruikt in een breed scala van downstreamsectoren, bijvoorbeeld bouwmachines en energieapparatuur, infrastructuur, consumptiegoederen en voertuigen.

2.2.   Soortgelijk product

(32)

Dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft bevestigd wat was vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

het onderzochte product van oorsprong uit de VRC en Taiwan;

het product dat in de betrokken landen wordt vervaardigd en daar op de binnenlandse markt wordt verkocht;

het in de Unie door de bedrijfstak van de Unie vervaardigde en verkochte product.

(33)

Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.3.   Argumenten betreffende de productomschrijving

(34)

Na de mededeling van de definitieve bevindingen hebben Euranimi en de twee importeurs aangevoerd dat de Commissie de productomschrijving had uitgebreid door aan de omschrijving van het onderzochte product bepaalde GN-codes toe te voegen die niet door de oorspronkelijke maatregelen werden bestreken. Volgens de partijen is een dergelijke uitbreiding van de productomschrijving in strijd met artikel 11, lid 2, van de basisverordening.

(35)

In de oorspronkelijke maatregelen werd het betrokken product als volgt omschreven:

“Het betrokken product wordt gevormd door gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7219 31 00, 7219 32 10, 7219 32 90, 7219 33 10, 7219 33 90, 7219 34 10, 7219 34 90, 7219 35 10, 7219 35 90, 7220 20 21, 7220 20 29, 7220 20 41, 7220 20 49, 7220 20 81 en 7220 20 89.”.

(36)

In de mededeling die op de dag van opening van het onderzoek in het dossier werd opgenomen (13), heeft de Commissie toegelicht dat bepaalde productsoorten die na het koudwalsen enkele specifieke afwerkingsbehandelingen, voornamelijk oppervlaktebehandeling, hebben ondergaan, in de productomschrijving zijn opgenomen, maar dat de corresponderende GN-codes (7219 90 20, 7219 90 80, 7220 90 20 en 7220 90 80) bij vergissing niet in de productomschrijving waren vermeld, hoewel de onder deze GN-codes vallende productsoorten deel uitmaakten van het oorspronkelijke onderzoek dat tot het instellen van de maatregelen leidde.

(37)

Hoewel de meeste productsoorten die afwerkingsbehandelingen hebben ondergaan, niet onder de productomschrijving vallen (omdat zij niet als “enkel koud gewalst” kunnen worden aangemerkt) en daarom ook niet binnen het toepassingsgebied van de maatregelen vallen, behoren de productsoorten die de afwerkingsbehandelingen “gepolijst”, “geborsteld” en “geperforeerd” hebben ondergaan tot de subcategorie “andere” van de GN-codes 7219 90 20, 7220 90 20, 7219 90 80 en 7220 90 80 en maken zij deel uit van de productomschrijving. Deze productsoorten vallen onder de GN-subcategorie “andere” en maakten deel uit van het oorspronkelijke onderzoek dat tot het instellen van de maatregelen leidde. De fysische, technische en chemische basiseigenschappen, de productieprocessen met uitzondering van enkele afwerkingsbehandelingen, en het eindgebruik van deze productsoorten verschillen niet van die van de productsoorten die onder de GN-subcategorie “enkel koud gewalst” vallen.

(38)

Aangezien deze aanvullende GN-codes in het oorspronkelijke onderzoek en in het huidige nieuwe onderzoek deel uitmaakten van het betrokken product, heeft de Commissie de productomschrijving dienovereenkomstig verduidelijkt in de mededeling als bedoeld in overweging 36.

(39)

De productomschrijving van het oorspronkelijke onderzoek is niet uitgebreid en niet gewijzigd, maar slechts verduidelijkt. Er zij aan herinnerd dat GN-codes slechts ter informatie worden vermeld en voor de tariefindeling van het onderzochte product niet bindend zijn. Daarom wordt het argument van de partijen verworpen.

3.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

(40)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of voortzetting of herhaling van dumping bij uitvoer uit de VRC of Taiwan waarschijnlijk is indien de geldende maatregelen zouden komen te vervallen.

3.1.   De Volksrepubliek China

3.1.1.   Inleidende opmerkingen

(41)

Gedurende de beoordelingsperiode werd de invoer van het onderzochte product uit de VRC voortgezet, maar op een veel lager niveau dan in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (d.w.z. van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013). Volgens de statistieken van Eurostat maakte de invoer van SSCR uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 0,4 % van de markt van de Unie uit. In absolute termen bedroeg de invoer van SSCR uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 14 111 ton, vergeleken met 143 420 ton tijdens het oorspronkelijke onderzoek.

(42)

Zoals vermeld in overweging 19, werkte geen van de Chinese producenten-exporteurs aan het onderzoek mee. De producenten-exporteurs hebben dus geen ingevulde vragenlijst ingediend en ook geen gegevens verstrekt over uitvoerprijzen en -kosten, binnenlandse prijzen en kosten, verbruik van inputs in het productieproces, vaste productiekosten, capaciteit, productie, investeringen enz. De Chinese overheid en de producenten-exporteurs hebben zich evenmin geuit met betrekking tot het bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het “Commission Staff Working Document on Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defense Investigations” (“Werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken”) (14) (“het rapport”).

(43)

Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen voor de bevindingen met betrekking tot de VRC. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen.

(44)

Bijgevolg werden in overeenstemming met artikel 18, lid 1, van de basisverordening de bevindingen inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping met betrekking tot de VRC gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie vervat in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en de door de belanghebbenden ingediende stukken, in combinatie met andere informatiebronnen, zoals de handelsstatistieken inzake invoer en uitvoer (Eurostat en GTA), statistische gegevens van de Chinese belasting- en douaneadministratiewebsites (15), rapporten van de Wereldbank en de OESO, onafhankelijke aanbieders van prijsinformatie, nieuws, data, analyses en conferenties voor de ijzer- en staalindustrie.

3.1.2.   Voortzetting van dumping tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek

3.1.2.1.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(45)

Aangezien er bij de opening van het onderzoek voldoende bewijs beschikbaar was waaruit bleek dat er met betrekking tot de VRC sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, opende de Commissie het onderzoek met betrekking tot dit land op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(46)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, noch diende zij opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(47)

In punt 5.3.2 van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voorlopig Brazilië had geselecteerd als passend representatief land voor de vaststelling van de normale waarde aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie merkte verder op dat zij andere mogelijk passende representatieve landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening.

(48)

Op 30 september 2020 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling (“de eerste mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van het onderzochte product een rol kunnen spelen. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks mogelijke representatieve landen aangewezen (te weten Argentinië, Brazilië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije). De Commissie heeft opmerkingen over de eerste mededeling ontvangen van de indiener van het verzoek, die zijn twijfels uitte over de productie van koudgewalste platte producten van roestvrij staal in Argentinië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije.

(49)

Op 23 december 2020 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een tweede mededeling (“de tweede mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen, met Brazilië als het representatieve land (16). Ook informeerde zij de belanghebbenden dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie van een producent in het representatieve land, te weten Aperam Inox America do Sul S.A. De Commissie heeft geen opmerkingen over de tweede mededeling ontvangen.

3.1.2.2.   Normale waarde

(50)

In recente onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC (17) stelde de Commissie vast dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. De Commissie heeft in het kader van het onderhavige onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal ook passend was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

(51)

In die onderzoeken stelde de Commissie vast dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, dat leidt tot een verstoring van de doeltreffende toewijzing van middelen overeenkomstig marktbeginselen (18). De Commissie concludeerde met name dat in de sector staal, de belangrijkste grondstof voor de productie van het onderzochte product, niet alleen een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (19) blijft bestaan, maar dat de Chinese overheid zich ook de in de prijzen en kosten kan mengen via overheidsdeelneming in ondernemingen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (20). De Commissie stelde voorts vast dat de aanwezigheid en het ingrijpen van de staat op de financiële markten, alsmede het ingrijpen door de staat in de levering van grondstoffen en basisproducten een aanvullend verstorend effect op de markt hebben. Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC er namelijk toe dat de middelen zijn geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat allocatie plaatsvindt in overeenstemming met de marktkrachten (21). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en als het gaat om het toewijzen van grond in de VRC (22). In dezelfde lijn stelde de Commissie vast dat er sprake is van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (23), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat betreft de toegang tot kapitaal voor bedrijven in de VRC (24).

(52)

Evenals in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het verzoek en in het rapport, dat gebaseerd is op openbaar beschikbare bronnen. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die ook zijn vastgesteld in het kader van de voorafgaande onderzoeken die in dit verband zijn uitgevoerd.

(53)

In aanvulling op het rapport zijn volgens het verzoek de recente bevindingen in de verordening tot instelling van voorlopige antidumpingrechten op warmgewalste platte producten van roestvrij staal (“SSHR”) uit onder meer de VRC (25) volledig van toepassing op SSCR, aangezien SSCR en SSHR in wezen soortgelijke producten zijn, waarbij SSHR een voorstadium is van het productieproces van SSCR. Aangezien Chinese exporteurs van SSCR ook producenten van SSHR zijn (indien geïntegreerd) of SSHR op de lokale markt inkopen (herwalsbedrijven), zijn volgens het verzoek ook alle factoren die, zoals vastgesteld door de Commissie, van invloed zijn op de productie en verkoop van SSHR in de VRC rechtstreeks van invloed op de productie en verkoop van SSCR in dat land. In dit geval bevatte het verzoek informatie over de verstorende effecten van het 13e vijfjarenplan voor staal op de staalindustrie alsmede over het 13e vijfjarenplan voor minerale hulpbronnen en het 13e vijfjarenplan voor de non-ferrometaalsector. In het verzoek wordt benadrukt dat de staalsector een bevoorrechte industrie is in de VRC, wat blijkt uit het feit dat de staalindustrie is opgenomen in de Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie en in de Richtsnoeren voor de bevordering van de samenwerking met het oog op internationale capaciteiten en vervaardiging van apparatuur. Verder wordt in het verzoek verwezen naar het Ministerieel Rapport van het Mondiaal Forum van de G20 over de overcapaciteit van staal (“GFSEC”), waarin de volgende sectorspecifieke subsidies worden vermeld die onder verantwoordelijkheid van de Chinese overheid floreren: niet-marktconforme preferentiële financiering, niet-marktconforme kapitaalinjecties en conversies, subsidies en tegemoetkomingen, belastingvrijstelling of -verlaging en terugbetaling van belasting, levering van goederen en diensten en van basisproducten van roestvrij staal onder de marktprijs, met inbegrip van schroot, gietijzer, cokeskolen, nikkel en ferrochroom/chroom — en steun aan failliete ondernemingen (26).

(54)

Zoals aangegeven in overweging 42, heeft de Chinese overheid geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport, en het door de indiener van het verzoek verstrekte aanvullende bewijsmateriaal over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of over de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.

(55)

Evenals in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC heeft de Commissie onderzocht of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het rapport, dat gebaseerd is op openbaar beschikbare bronnen. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen, zoals die ook zijn vastgesteld in het kader van de voorafgaande onderzoeken die in dit verband zijn uitgevoerd.

(56)

Specifiek in de sector staal, de belangrijkste grondstof voor de productie van SSCR, blijft een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid bestaan. Veel van de grootste producenten zijn eigendom van de staat. In het “Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020” worden sommige producenten specifiek genoemd. Zo vermeldt het Chinese Shanxi Taiyuan Iron & Steel Co. Ltd (“Tisco”), dat in staatshanden is, op zijn website dat het “een supergigant op het gebied van ijzer en staal” is, die zich heeft “ontwikkeld tot een buitengewoon grootschalig ijzer- en staalcomplex dat geïntegreerd is met de activiteiten op het gebied van de winning van ijzer en de productie, verwerking en levering van en handel in ijzer en staal” (27). Baosteel is een andere grote Chinese staatsonderneming die zich bezighoudt met de vervaardiging van staal en is onderdeel van de recent geconsolideerde China Baowu Steel Group Co. Ltd (voorheen Baosteel Group en Wuhan Iron & Steel) (28) .. De nominale verdeling tussen het aantal staatsondernemingen en particuliere ondernemingen is volgens ramingen weliswaar bijna gelijk, maar van de vijf Chinese staalproducenten die tot ’s werelds tien grootste staalproducenten behoren, zijn er vier staatsondernemingen (29). En terwijl de tien grootste producenten in 2016 slechts ongeveer 36 % van de totale industriële productie voor hun rekening namen, stelde de Chinese overheid in datzelfde jaar de doelstelling vast om tegen 2025 60 % tot 70 % van de staalproductie te consolideren in circa tien grote ondernemingen (30). Dit voornemen is door de Chinese overheid in april 2019 herhaald bij de aankondiging van richtsnoeren betreffende de consolidering van de staalindustrie (31). Deze consolidering kan ertoe leiden dat winstgevende particuliere ondernemingen moeten fuseren met ondermaats presterende staatsondernemingen (32). Aangezien de Chinese exporteurs van SSCR geen medewerking verleenden, kon de exacte verhouding tussen de producenten van SSCR in particuliere en in overheidseigendom niet worden vastgesteld. De door de indiener van het verzoek verstrekte lijst van Chinese producenten van SSCR bevat echter een aantal staatsondernemingen, waaronder Tisco Shanxi Taigang Stainless Steel Co. Ltd, Baosteel Baoshan Iron and Steel Co. Ltd, Lisco Lianzhong Stainless Steel Corporation, Beihai Chengde Stainless Steel Co. Ltd, Jisco Jiuquan Iron and Steel Group Co. Ltd, Shougang Kaixi Stainless Steel, Baosteel Desheng Stainless Steel en Tangshan Stainless Steel Co. Ltd.

(57)

Wat de mogelijkheid van de Chinese overheid betreft om zich via overheidsdeelneming in ondernemingen in de prijzen en kosten te mengen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening, zijn tijdens het onderzoek persoonlijke banden vastgesteld tussen producenten van het onderzochte product en de Chinese Communistische Partij (“CCP”), zoals CCP-leden onder het hogere management of leden van de raad van bestuur in een aantal ondernemingen die SSCR vervaardigen. In de SSCR-sector zijn de belangrijkste producenten-exporteurs in staatseigendom dikwijls de toonaangevende producenten van SSHR en SSCR in de wereld, geïntegreerd of anderszins. Shanxi Taiyuan Iron & Steel Co. Ltd. (Tisco) bijvoorbeeld, dat Chinees staatseigendom is, noemt zichzelf op haar website “een supergigant op het gebied van ijzer en staal en een toonaangevende onderneming in de mondiale roestvrijstaalsector” en “de grootste roestvrijstaalonderneming met mondiaal de meeste capaciteit en de meest moderne technologie en installaties”. Bijgevolg “heeft Tisco zich ontwikkeld tot een buitengewoon grootschalig ijzer- en staalcomplex dat geïntegreerd is met de activiteiten op het gebied van de winning van ijzer en de productie, verwerking en levering van en handel in ijzer en staal” (33). Tisco is een voorbeeld van een SSCR-producent waar de Chinese overheid aanwezig is door middel van persoonlijke benoemingen. Zo werd bijvoorbeeld de plaatsvervangend secretaris van het comité van de CCP door een besluit van het comité van de CCP en de overheid van de provincie Shanxi tevens benoemd als voorzitter van Tisco (34).

(58)

Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de SSCR-sector staan onder beleidstoezicht. De volgende voorbeelden illustreren op treffende wijze de bovengenoemde trend dat de Chinese overheid steeds meer ingrijpt in de SSCR-sector. Veel SSCR-producenten leggen expliciet de nadruk op partij-opbouwende activiteiten op hun websites, hebben partijleden in het management van de onderneming en benadrukken hun banden met de CCP. Uit het onderzoek bleek dat bij een aantal SSCR-producenten, waaronder Tisco, Baosteel en Lisco, partij-opbouwende activiteiten werden verricht.

(59)

Verder wordt in de SSCR-sector een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat anderszins de markt beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening.

(60)

Hoewel SSCR een gespecialiseerde bedrijfstak betreft en er tijdens het onderzoek geen specifieke beleidsdocumenten konden worden gevonden die specifiek de ontwikkeling van de SSCR-bedrijfstak als zodanig sturen, profiteert de SSCR-bedrijfstak van richtsnoeren en interventies van de overheid ten aanzien van de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van SSCR, namelijk staal.

(61)

De Chinese overheid beschouwt de staalindustrie als een sleutelindustrie (35). Dit wordt bevestigd in de talrijke op de staalproductie gerichte plannen, richtlijnen en andere documenten die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden gepubliceerd, zoals het “Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020”, dat tijdens het onderzoektijdvak van kracht was. In dit plan staat dat de staalindustrie “een belangrijke, fundamentele sector van de Chinese economie en een hoeksteen van de natie” is (36). De voornaamste in dit plan beschreven taken en doelstellingen bestrijken alle aspecten van de ontwikkeling van de industrie (37). Het 13e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling (38), dat tijdens het onderzoektijdvak van kracht was, voorziet in steun aan ondernemingen die hoogwaardige soorten staalproducten produceren (39). Daarnaast is het gericht op het realiseren van kwaliteit, duurzaamheid en betrouwbaarheid van de producten door ondernemingen te ondersteunen die technologieën toepassen voor schone staalproductie, precisiewalsen en kwaliteitsverbetering (40). In de “Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011) (wijziging van 2013)” (41) (“de catalogus”) wordt staal genoemd als aangemoedigde bedrijfstak.

(62)

Uit de bovenvermelde voorbeelden voor staal, dat een belangrijke grondstof voor de productie van SSCR is, kan worden afgeleid dat de Chinese overheid de ontwikkeling van de SSCR-sector verder stuurt aan de hand van een breed scala aan beleidsinstrumenten en richtlijnen en dat zij vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en de werking van de sector controleert. Bijgevolg profiteert de SSCR-bedrijfstak van richtsnoeren en interventies van de overheid ten aanzien van de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van SSCR, namelijk staal.

(63)

Daarnaast ontvangen de SSCR-producenten ook overheidssubsidies, waaruit duidelijk het belang van de staat bij deze sector blijkt. Tijdens het onderzoek stelde de Commissie vast dat een aantal SSCR-producenten heeft geprofiteerd van directe overheidssubsidies, waaronder Tisco, Baosteel en Tangsteel.

(64)

Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om aangemoedigde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van staal, ijzer en ijzerlegeringen als de belangrijkste grondstoffen voor de vervaardiging van SSCR. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking.

(65)

Uit het huidige onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de SSCR-sector als bedoeld in overweging 51 geen gevolgen zou hebben voor de producenten van het onderzochte product.

(66)

De SSCR-sector wordt ook beïnvloed door verstoringen van de loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 51. Deze verstoringen beïnvloeden de sector zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste basisproducten) als indirect (bij het krijgen van toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel zijn onderworpen) (42).

(67)

Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de SSCR-sector niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 51. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

(68)

Tot slot roept de Commissie in herinnering dat de productie van SSCR een aantal basisproducten vergt. Wanneer de SSCR-producenten deze basisproducten inkopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als kosten worden geregistreerd) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat op alle niveaus van de overheid en op alle sectoren van toepassing is.

(69)

Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van SSCR ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar zijn alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) eveneens beïnvloed omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen A en B van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor de basisproducten van die basisproducten, enzovoort.

(70)

Noch de Chinese overheid noch de producenten-exporteurs hebben in het kader van dit onderzoek bewijzen of argumenten van het tegendeel aangedragen.

(71)

Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen doordat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, hetgeen wordt aangetoond door de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor het vaststellen van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt besproken in het volgende punt.

(72)

Bij de mededeling van de definitieve bevindingen ontving de Commissie twee opmerkingen van LSI en Euranimi over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, punt a). LSI en Euranimi voerden beide aan dat de bevindingen met betrekking tot het bestaan van verstoringen van betekenis grotendeels zijn gebaseerd op de bevindingen in het rapport over China, dat volgens LSI en Euranimi echter niet de formele en wezenlijke kenmerken heeft om als een formeel rapport van de Europese Commissie te worden beschouwd en niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt om het bestaan van verstoringen van betekenis vast te stellen. De redenen hiervoor zijn ten eerste dat het rapport is gepubliceerd als een werkdocument van de diensten van de Commissie, wat volgens LSI en Euranimi niet volstaat om het een formeel karakter te geven, en ten tweede dat het niet is gepubliceerd, noch is bijgewerkt overeenkomstig de vereisten van artikel 2, lid 6 bis, van de antidumpingbasisverordening.

(73)

De Commissie herinnert eraan dat in artikel 2, lid 6 bis, punt c), geen specifiek formaat wordt voorgeschreven waarin een landenrapport moet worden gepubliceerd, noch het publicatiekanaal daarvoor. Derhalve voldoet de publicatie van het rapport over China als een werkdocument van de diensten van de Commissie, een type document dat niet in alle Europese talen hoeft te worden vertaald, noch officieel in het Publicatieblad hoeft te worden bekendgemaakt, aan de desbetreffende regels. De Commissie merkt voorts op dat het rapport sinds december 2017 openbaar beschikbaar is op de website van de Commissie, zodat alle belanghebbenden ruimschoots de gelegenheid hebben gehad om het rapport en het bewijsmateriaal waarop het is gebaseerd, te weerleggen, aan te vullen of daarover opmerkingen te maken. Noch LSI, noch Euranimi, noch enige andere belanghebbende heeft bewijsmateriaal aangeleverd om aan te tonen dat het rapport achterhaald is. Het rapport is namelijk grotendeels gebaseerd op de 13e vijfjarenplannen voor de jaren 2016-2020, die in het onderzoektijdvak van toepassing waren. Dit argument wordt derhalve afgewezen.

a)   Representatief land

1)    Algemene opmerkingen

(74)

De keuze voor het representatieve land is gemaakt op basis van de volgende criteria uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gebruikt met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank vergelijkbaar is met dat van de VRC (43);

productie van het onderzochte product in dat land (44);

beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land;

waar er meer dan één mogelijk representatief land was, is in voorkomend geval de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale bescherming en milieubescherming.

(75)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 48 en 49, heeft de Commissie op 30 september en 23 december 2020 in het dossier twee nota’s opgenomen over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde en de productiefactoren (de “eerste mededeling” en de “tweede mededeling”). In de tweede mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar conclusie dat Brazilië in dit geval een geschikt representatief land was.

2)    Een niveau van economische ontwikkeling vergelijkbaar met dat van de VRC

(76)

In de eerste mededeling heeft de Commissie Argentinië, Brazilië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling hebben als de VRC, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” worden ingedeeld.

(77)

Naar aanleiding van die mededeling zijn geen opmerkingen over het niveau van economische ontwikkeling ontvangen.

3)    Productie van het onderzochte product in het representatieve land

(78)

In de eerste mededeling heeft de Commissie aangegeven dat zij had vastgesteld dat het onderzochte product wordt geproduceerd in Argentinië, Brazilië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije. Zuid-Afrika was echter als mogelijk representatief land uitgesloten, aangezien slechts één producent van het onderzochte product werd geïdentificeerd, zonder openbaar beschikbare jaarrekeningen voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(79)

Naar aanleiding van de eerste mededeling werden van de indiener van het verzoek opmerkingen ontvangen over de productie van het onderzochte product in mogelijke representatieve landen. Volgens hem produceren de in de eerste mededeling genoemde ondernemingen, met uitzondering van één onderneming in Brazilië, het onderzochte product niet, en hij gaf bij elke onderneming een gedetailleerde toelichting. De indiener van het verzoek voerde bijgevolg aan dat het onderzochte product in Argentinië, Mexico, Rusland en Turkije niet wordt geproduceerd.

(80)

Na de bovenvermelde door de indiener van het verzoek verstrekte informatie aan een analyse en, waar mogelijk, aan een kruiscontrole te hebben onderworpen, concludeerde de Commissie dat de in de eerste mededeling als potentiële producenten genoemde ondernemingen in Argentinië, Mexico, Rusland en Turkije in het tijdvak van het nieuwe onderzoek niet het onderzochte product produceerden, maar andere soorten staalproducten waarop het huidige nieuwe onderzoek geen betrekking heeft.

(81)

Wat Zuid-Afrika betreft, konden geen ondernemingen worden geïdentificeerd die het onderzochte product produceren en hun jaarrekening openbaar maken. Hierover werden geen opmerkingen ontvangen.

(82)

Bijgevolg beschouwde de Commissie Argentinië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika en Turkije niet langer als mogelijke representatieve landen. De Commissie concludeerde derhalve in de tweede mededeling dat Brazilië het enige land was met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC en waar het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd geproduceerd.

4)    Beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land

(83)

De Commissie heeft verder de beschikbaarheid van openbare gegevens in Brazilië, en met name de openbare financiële gegevens van de producenten van het onderzochte product, geverifieerd.

(84)

De Commissie heeft gezocht naar SSCR-producenten met openbaar beschikbare financiële gegevens die zouden kunnen worden gebruikt om niet-verstoorde en redelijke bedragen voor VAA-kosten en winst vast te stellen. De Commissie heeft haar zoektocht beperkt tot ondernemingen met een openbare winst-en-verliesrekening voor het TNO die in dit tijdvak winstgevend waren. Bovendien werd de voorkeur gegeven aan SSCR-producenten die hun jaarrekeningen openbaar beschikbaar hebben op ondernemingsniveau in plaats van op geconsolideerd niveau voor de respectieve gehele groep. Op grond van het bovenstaande werd in de tweede mededeling één onderneming in Brazilië geïdentificeerd, te weten Aperam Inox America do Sul S.A.

(85)

Op basis van de kwaliteit en de gedetailleerdheid van de openbaar beschikbare financiële gegevens in Brazilië, en tevens rekening houdend met de beschikbaarheid en representativiteit van de benchmarks voor productiefactoren, was de Commissie van oordeel dat Brazilië een geschikt representatief land is.

(86)

De Commissie heeft alle in het dossier beschikbare relevante gegevens over de productiefactoren in Brazilië zorgvuldig bestudeerd en het volgende opgemerkt:

de Commissie heeft de invoerstatistieken van alle productiefactoren die worden genoemd in de eerste mededeling, zoals bijgewerkt in de tweede mededeling, geanalyseerd, en heeft geconcludeerd dat er in het TNO sprake was van invoer voor alle productiefactoren die nodig zijn voor de vervaardiging van het onderzochte product, met uitzondering van nikkel (zie overweging 101);

energiestatistieken (prijzen voor elektriciteit) voor het TNO waren gemakkelijk beschikbaar in de vorm van gegevens die werden verstrekt door de onderneming EDP Brasil (45);

statistieken over loonkosten waren beschikbaar op de website van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) (46).

(87)

Overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening omvat de door berekening vastgestelde normale waarde een niet-verstoord en redelijk bedrag voor VAA-kosten en voor winst. Zoals vermeld in overweging 112, constateerde de Commissie dat er voor Aperam Inox America do Sul S.A. openbare jaarrekeningen beschikbaar waren die als indicatie konden dienen bij de bepaling van een niet-verstoord en redelijk bedrag voor de VAA-kosten en de winst.

5)    Niveau van sociale en milieubescherming

(88)

Aangezien was vastgesteld dat Brazilië op grond van deze factoren een geschikt representatief land was, hoefde er geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden conform artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

6)    Conclusie over het representatieve land

(89)

Gezien de analyse hierboven voldeed Brazilië aan alle criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening om als geschikt representatief land te worden beschouwd. In het bijzonder werd het onderzochte product in Brazilië geproduceerd en is er voor dit land een volledige reeks gegevens over alle productiefactoren, de VAA-kosten en de winst beschikbaar.

b)   Bronnen aan de hand waarvan niet-verstoorde kosten worden vastgesteld

(90)

In de tweede mededeling heeft de Commissie verklaard dat zij voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening gebruik zou maken van de GTA om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren in het representatieve land vast te stellen.

(91)

De Commissie heeft voorts verklaard dat de statistieken van de IAO zouden worden gebruikt om de niet-verstoorde loonkosten in het representatieve land vast te stellen, terwijl nationale statistieken, zoals bedoeld in overweging 86, zouden worden gebruikt om niet-verstoorde energiekosten vast te stellen.

(92)

De Commissie heeft in de berekening een waarde voor de vaste productiekosten opgenomen om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn vervat. Om dit bedrag vast te stellen, heeft zij gebruikgemaakt van de door de indiener van het verzoek verstrekte financiële gegevens van een van de producenten in de Unie, te weten Aperam Stainless Europe (zie overweging 111).

(93)

Ten slotte heeft de Commissie, zoals vermeld in de tweede mededeling, de financiële gegevens van de geselecteerde Braziliaanse onderneming als bedoeld in overweging 112 gebruikt ter vaststelling van de VAA-kosten en de winst.

c)   Niet-verstoorde kosten en benchmarks

(94)

In de twee mededelingen over productiefactoren heeft de Commissie getracht een lijst van productiefactoren en bronnen op te stellen met als doel deze te hanteren voor alle productiefactoren, zoals grondstoffen, energie en arbeid, die door de producenten in de VRC bij de productie van het onderzochte product worden gebruikt.

(95)

Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs in de procedure van het nieuwe onderzoek moest de Commissie zich baseren op de indiener van het verzoek om de bij de productie van SSCR gebruikte productiefactoren vast te stellen.

(96)

In het verzoek en de opmerkingen bij de eerste mededeling wees de indiener van het verzoek erop dat het productieproces in de VRC fundamenteel verschilt van het productieproces in de Unie. Dit is met name het geval in de smeltfase, waarin de Chinese producenten hoofdzakelijk nikkelhoudend gietijzer gebruiken, terwijl de producenten in de Unie roestvrijstaalschroot als belangrijkste grondstof verwerken. De indiener van het verzoek drong er bij de Commissie op aan met dit verschil in het productieproces rekening te houden en beval de Commissie aan de waarde van nikkelhoudend gietijzer te berekenen op basis van de gemiddelde waarde van de afwikkeling in contanten van nikkel op de LME (London Metal Exchange) voor 2019, die te vinden is in openbare bronnen (47). Andere belanghebbenden hebben geen opmerkingen gemaakt.

(97)

De Commissie heeft in de tweede mededeling uiteengezet dat de berekening van de normale waarde en de overeenkomstige lijst van productiefactoren uitsluitend waren gebaseerd op de staalsoort die volgens de informatie in het verzoek het meest wordt verkocht in en uitgevoerd naar de Unie en dat ook rekening is gehouden met de opmerkingen die van de indiener van het verzoek over de eerste mededeling zijn ontvangen. Hierover werden geen opmerkingen ontvangen.

(98)

Bij gebrek aan medewerking beschikte de Commissie niet over meer gedetailleerde tariefcodes voor elke productiefactor dan de 6-cijferige GS-codes, die volledig overeenkomen met de Braziliaanse tariefcodes.

(99)

Op basis van alle door de indiener van het verzoek verstrekte informatie, en aangezien er geen andere opmerkingen zijn ontvangen naar aanleiding van de twee mededelingen over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde met betrekking tot de productiefactoren, zijn de volgende productiefactoren en tariefcodes vastgesteld:

Tabel 1

Productiefactoren voor SSCR

Productiefactor

GS-code

Gegevensbron

Niet-verstoorde waarde per eenheid in EUR

Eenheid

Grondstof

 

 

 

 

Koolstofafval

7204 49

GTA

0,38

kg

Roestvrijstaalschroot

7204 21

GTA

1,01

kg

Ferrochroom bevattende > 4 gewichtspercenten koolstof

7202 41

GTA

1,23

kg

Ferrochroomlegeringen

7202 41

GTA

1,23

kg

Nikkel

(zie overweging 100)

7502 10

Internationale benchmark Westmetall (48)

13,51

kg

Resten en afval, van gietijzer, van ijzer of van staal (schroot)

7204 49

GTA

0,38

kg

Resten en afval, van roestvrij staal (schroot)

7204 21

GTA

1,01

kg

Andere ferrosiliciumlegeringen

7202 29

GTA

1,54

kg

Arbeid

Loonkosten in de productiesector

(zie de overwegingen 105-107)

[n.v.t.]

IAO

3,85

EUR/uur

Energie

Elektriciteit

(zie de overwegingen 108-109)

[n.v.t.]

EDP Brasil

81,32

EUR/MWh

1)    Grondstoffen

(100)

Om overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, niet-verstoorde prijzen vast te stellen van materialen zoals geleverd tot aan de fabriekspoort van de producent, en gezien het feit dat er geen medewerkende producenten waren in de VRC, heeft de Commissie voor elk voor de productie van SSCR gebruikt materiaal, met uitzondering van nikkel, gebruikgemaakt van de in de GTA-databank opgenomen prijzen van de invoer in het representatieve land.

(101)

De inputwaarden van ferronikkel en nikkelhoudend gietijzer, die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek niet in Brazilië werden ingevoerd en die ongeveer een derde van de normale waarde af fabriek uitmaken, zijn berekend op basis van nikkel. Bovendien werd het invoervolume van nikkel in Brazilië niet representatief geacht. Voor de berekening van de niet-verstoorde benchmarks voor ferronikkel en nikkelhoudend gietijzer worden de volgende uitgangspunten derhalve in overeenstemming met de gegevens in het verzoek geacht:

ferronikkel bevat naar schatting 21,8 % nikkel en 78,2 % ijzer;

gietijzer met een laag nikkelgehalte bevat naar schatting 10 % nikkel en 85 % ijzer;

ijzer wordt gelijkgesteld met resten en afval, van gietijzer, van ijzer of van staal (schroot), en

de overige chemische elementen zijn niet in aanmerking genomen.

(102)

Deze methode is beschreven in de tweede mededeling (zie overweging 49) en er zijn geen opmerkingen ontvangen.

(103)

De prijs van de invoer in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in overweging 71 tot de conclusie is gekomen dat het niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor de uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen.

(104)

De volumes van de invoer in het representatieve land uit niet-WTO-leden zoals vermeld in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (49) zijn eveneens uitgesloten. Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.

(105)

Teneinde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening de niet-verstoorde prijs van grondstoffen vast te stellen zoals afgeleverd aan de poort van de fabriek van de producent-exporteur, heeft de Commissie een gemiddeld invoerrecht in het representatieve land toegepast op de respectieve niveaus. Voorts heeft de Commissie de op basis van de gegevens van de indiener van het verzoek per kg berekende binnenlandse vervoerskosten erbij opgeteld.

2)    Arbeid

(106)

Om de benchmark voor loonkosten vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de IAO-statistieken (50), samen met openbaar beschikbare informatie over de extra loonkosten die werkgevers in Brazilië maken (51).

(107)

De IAO-statistieken bevatten gegevens over de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd per werknemer in de be- en verwerkende industrie in Brazilië in het TNO (52).

(108)

Op basis van deze gegevens berekende de Commissie een uurloon in de productie, vermeerderd met door de werkgever gedragen extra arbeidsgerelateerde kosten.

3)    Elektriciteit

(109)

De elektriciteitsprijs die in rekening wordt gebracht door een van de grootste elektriciteitsleveranciers in Brazilië, de onderneming EDP Brasil, was eenvoudig te raadplegen (53). De informatie was gedetailleerd genoeg om de door industriële gebruikers betaalde prijs voor elektriciteit en de prijs voor het gebruik van het distributiesysteem (modalidade tarifaria azul) vast te stellen.

(110)

Opgemerkt zij dat de regelgevende autoriteit, Agência Nacional de Energia Elétrica (54) (“ANEEL”), de elektriciteitsleveranciers in Brazilië verplicht hun tarieven met een bepaald percentage te verhogen om het elektriciteitsverbruik in het land te reguleren. ANEEL hanteert een vlaggensysteem (55) (groen, geel, rood 1, rood 2) om aan te geven of de elektriciteitsprijs moet worden gehandhaafd zoals voorgesteld door de leverancier (groen) dan wel moet worden verhoogd met 0,01343 BRL/kWh (geel), 0,04169 BRL/kWh (rood 1), of 0,06243 BRL/kWh (rood 2). De vlaggen worden maandelijks door ANEEL gepubliceerd en waren voor het onderzoektijdvak eenvoudig te raadplegen op de website van EDP Brasil (56). Bij de vaststelling van de niet-verstoorde elektriciteitskosten heeft de Commissie rekening gehouden met de vlaggen die in het onderzoektijdvak zijn gebruikt en heeft zij de prijs dienovereenkomstig aangepast.

d)   Vaste productiekosten, VAA-kosten en winst

(111)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), vierde alinea, van de basisverordening luidt: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de vaste productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.

(112)

Om een niet-verstoorde waarde voor de vaste productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Naast de in overweging 99 samengevatte productiefactoren zijn de vaste productiekosten berekend. Gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten werd de berekening van deze vaste productiekosten gebaseerd op de verhouding tussen de vaste productiekosten gedeeld door de gerapporteerde kosten om één ton van de staalsoort te produceren die in de Unie het meest wordt geproduceerd en verkocht. Dit percentage is op de niet-verstoorde productiekosten toegepast.

(113)

Voor de VAA-kosten en de winst maakte de Commissie gebruik van de financiële gegevens van de Braziliaanse producent Aperam Inox America do Sul S.A. (57). De Commissie berekende het percentage van VAA-kosten en winst ten opzichte van de kosten van de verkochte goederen. De openbaar beschikbare en gecontroleerde jaarrekeningen van deze onderneming zijn als bijvoegsel bij de tweede mededeling aan de belanghebbenden bekendgemaakt.

e)   Berekening van de normale waarde

(114)

Op basis van het voorgaande heeft de Commissie de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voor een basisproductsoort af fabriek berekend.

(115)

Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de door de indiener van het verzoek in het verzoek verstrekte informatie over het verbruik van elke productiefactor (grondstoffen, arbeid en energie) voor de productie van het onderzochte product zoals beschreven in de overwegingen 100-109. De Commissie heeft de verbruiksratio’s vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in Brazilië werden vastgesteld, zoals beschreven in punt d) hierboven.

(116)

De berekening werd uitgevoerd voor één basistype SSCR, namelijk voor soort 304. Deze staalsoort wordt het meest verkocht in en uitgevoerd naar de Unie (zie overweging 97).

(117)

Ten tweede heeft de Commissie om de niet-verstoorde productiekosten te berekenen, het percentage van de vaste productiekosten die zijn vastgesteld zoals beschreven in overweging 111, opgeteld bij de niet-verstoorde productiekosten.

(118)

Ten slotte heeft de Commissie, naast de overeenkomstig de overwegingen 115-116 vastgestelde productiekosten, de VAA-kosten en de winst in het representatieve land in aanmerking genomen zoals toegelicht in overweging 112. De VAA-kosten en de winst, uitgedrukt als percentage van de kosten van de verkochte goederen en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroegen 7,5 % respectievelijk 14,5 %.

(119)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde berekend in het stadium af fabriek overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. Omdat geen enkele producent-exporteur medewerking verleende, werd de normale waarde voor het gehele land vastgesteld.

3.1.2.3.   Uitvoerprijs

(120)

Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werd de uitvoerprijs vastgesteld op basis van de cif-gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-uitvoerprijs werd dus verlaagd met de zeevervoer- en verzekeringskosten (58) en de binnenlandse vervoerskosten in de VRC (59).

3.1.2.4.   Vergelijking en dumpingmarge

(121)

De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voor één productsoort (zie overweging 115) vergeleken met de uitvoerprijs als hierboven vastgesteld.

(122)

Op basis hiervan bedraagt de gewogen gemiddelde dumpingmarge voor invoer uit de VRC, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 17,9 %.

3.1.2.5.   Conclusie

(123)

De Commissie heeft geconcludeerd dat het onderzochte product uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met dumping werd ingevoerd. De invoer in kwestie had echter een beperkte omvang, namelijk 1,8 % van de totale invoer, ofwel een marktaandeel van 0,4 %. Derhalve heeft de Commissie tevens onderzocht of voortzetting van dumping waarschijnlijk is.

3.1.3.   Waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping indien de maatregelen zouden vervallen.

(124)

Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening nagegaan hoe waarschijnlijk voortzetting van dumping is indien de maatregelen zouden vervallen. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en het verband tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie.

3.1.3.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(125)

Gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten, werden de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens, in het bijzonder op basis van informatie die was verstrekt door de indiener van het verzoek.

(126)

Volgens de indiener van het verzoek is de productiecapaciteit in de VRC aanzienlijk groter dan de huidige productievolumes en de binnenlandse vraag op de Chinese markt. Daarom was de Commissie van oordeel dat de discrepantie tussen de productiecapaciteit en de werkelijke productie en vraag op de Chinese markt als hieronder aangegeven representatief was voor het onderzochte product.

(127)

Volgens de in het verzoek vermelde gegevens bedroeg de productie van SSCR in de VRC tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek 16 miljoen ton, terwijl het zichtbare verbruik 14,8 miljoen ton bedroeg en de productiecapaciteit op 18 miljoen ton lag. Volgens de indiener van het verzoek bedroeg de reservecapaciteit van het onderzochte product in de VRC derhalve 2 miljoen ton, oftewel 62,5 % van het verbruik van SSCR in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek, en nam de productiecapaciteit met 64 % toe van 11 miljoen ton in het tijdvak van de vorige procedure (2013) tot 18 miljoen ton in het TNO.

(128)

Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs beschikken over aanzienlijke capaciteiten, die zij zouden kunnen gebruiken voor het produceren van SSCR om naar de markt van de Unie uit te voeren indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

3.1.3.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(129)

Er is een breed scala aan handelsbeschermingsmaatregelen en andere invoerbeperkingen van kracht tegen de uitvoer van SSCR van oorsprong uit de VRC. Volgens Global Trade Alert worden antidumpingmaatregelen toegepast in Brazilië, Canada, Maleisië, Mexico, Taiwan, Thailand, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Vietnam, en worden compenserende rechten toegepast in de Verenigde Staten. Deze maatregelen tonen niet alleen aan dat de oneerlijke handelspraktijken van de Chinese SSCR-producenten aanhouden, maar beperken ook de toegang van Chinese producenten tot de bovengenoemde markten.

(130)

Bovendien is de Unie een zeer grote markt, met een totaal jaarlijks verbruik van meer dan 3,2 miljoen ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, oftewel 62,5 % van de Chinese reservecapaciteit.

(131)

Gezien de handelsbeschermingsmaatregelen op andere markten en de omvang van de markt van de Unie concludeerde de Commissie dat de markt van de Unie aantrekkelijk is voor Chinese producenten van SSCR en dat het waarschijnlijk is dat zij de uitvoer naar de Unie zouden (om)leiden, indien de huidige maatregelen zouden vervallen.

3.1.3.3.   Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en de prijzen bij uitvoer naar de Unie

(132)

Aangezien de Chinese producenten geen medewerking verleenden, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de relevante landspecifieke invoerstatistieken van GTA (60) om de Chinese prijzen bij uitvoer naar de Unie en naar derde landen te analyseren.

(133)

De Commissie heeft de zes grootste importeurs van SSCR uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geïdentificeerd: Zuid-Korea, Rusland, Vietnam, Turkije, India en Indonesië. Deze landen vertegenwoordigden 36 % van de Chinese uitvoer van het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(134)

De Commissie heeft deze respectieve uitvoerprijzen vergeleken met de Chinese prijs bij uitvoer naar de Unie in het stadium af fabriek. De Commissie heeft vastgesteld dat de Chinese prijzen bij uitvoer naar deze zes landen gemiddeld [19 %-37 %] lager waren dan de gemiddelde Chinese verkoopprijzen bij uitvoer naar de Europese Unie.

(135)

Op basis daarvan concludeerde de Commissie dat het verschil in prijsniveau tussen de Chinese prijzen bij uitvoer naar de Unie en de Chinese prijzen bij uitvoer naar zijn andere belangrijke exportmarkten voor Chinese producenten-exporteurs een duidelijke stimulans is om de dumping op de markt van de Unie te intensiveren.

3.1.3.4.   Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping

(136)

Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de invoer uit de VRC met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet.

(137)

Bovendien heeft de Commissie vastgesteld dat de verkoop door de Chinese producenten-exporteurs op hun belangrijkste exportmarkten geschiedt tegen aanzienlijk lagere prijzen dan in de Unie, en dat een groot aantal andere landen handelsbeschermingsmaatregelen heeft ingesteld tegen Chinese uitvoer van SSCR.

(138)

Daarnaast heeft zij vastgesteld dat de reservecapaciteit alleen al in de VRC meer dan 60 % van het verbruik in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek uitmaakt en dat de markt van de Unie qua omvang en prijzen voor Chinese producenten-exporteurs zeer aantrekkelijk is.

(139)

Gezien de voortzetting van dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, het prijsgedrag van de Chinese exporteurs op derde markten en de bestaande reservecapaciteit in de VRC, alsmede met het oog op de omvang van de markt van de Unie en de gangbare prijzen op die markt, de handelsbeschermingsmaatregelen en andere invoerbeperkingen die tegen de uitvoer van SSCR van oorsprong uit de VRC op andere belangrijke markten van kracht zijn, heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de dumping uit de VRC wordt voortgezet en zich in elk geval opnieuw voordoet met aanzienlijk grotere volumes indien de bestaande maatregelen zouden vervallen.

3.2.   Taiwan

3.2.1.   Inleidende opmerkingen

(140)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van het onderzochte product uit Taiwan voortgezet op ongeveer hetzelfde niveau als tijdens het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (d.w.z. van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013). Volgens Eurostat vertegenwoordigde de invoer van SSCR uit Taiwan in het tijdvak van het nieuwe onderzoek een marktaandeel van 5,3 % van de markt van de Unie, vergeleken met een marktaandeel van 5,1 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek. In absolute cijfers daalde de invoer uit Taiwan licht, van 169 097 ton tijdens het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek tot 165 540 ton in het TNO.

(141)

Zoals vermeld in overweging 24, werkte geen van de Taiwanese producenten-exporteurs aan het onderzoek mee. De producenten-exporteurs hebben dus geen ingevulde vragenlijst ingediend en ook geen gegevens verstrekt over uitvoerprijzen en -kosten, binnenlandse prijzen en kosten, verbruik van basisproducten in het productieproces, vaste productiekosten, capaciteit, productie, investeringen enz.

(142)

Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van Taiwan meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen voor de bevindingen met betrekking tot de Taiwan. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen.

(143)

Bijgevolg werden in overeenstemming met artikel 18, lid 1, van de basisverordening de bevindingen inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping met betrekking tot Taiwan gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie vervat in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, in combinatie met andere informatiebronnen, zoals handelsstatistieken over in- en uitvoer (Eurostat en GTA).

3.2.2.   Voortzetting van invoer met dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek

3.2.2.1.   Normale waarde

(144)

Zoals vermeld in de overwegingen 140 tot en met 142, noopte de niet-medewerking van de producenten-exporteurs in Taiwan de Commissie ertoe gebruik te maken van de beschikbare gegevens om een normale waarde vast te stellen. Hiertoe is de door de indiener van het verzoek ingediende informatie gebruikt.

(145)

Om de normale waarde te bepalen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gecorrigeerde gemiddelde verkoopprijzen van verschillende soorten en afmetingen van SSCR op de binnenlandse markt van Taiwan in 2019, zoals door de indiener van het verzoek verstrekt op basis van marktinformatie. Volgens de indiener van het verzoek moesten deze prijzen tot een winstgevend niveau worden gecorrigeerd, omdat de binnenlandse verkoopprijzen in Taiwan als verliesgevend werden beschouwd gezien de prijsdruk van de aanzienlijke invoer op de Taiwanese markt.

(146)

De Commissie stelde vast dat de veronderstelling van de indiener van het verzoek dat de binnenlandse verkoopprijzen in Taiwan verliesgevend waren en daarom moesten worden gecorrigeerd, redelijk was, aangezien deze veronderstelling niet alleen werd onderbouwd door het feit dat de invoer steeds verder de Taiwanese markt penetreerde, maar ook doordat de grootste Taiwanese producent van het onderzochte product volgens het jaarverslag over 2019 over het geheel genomen verlies heeft geleden (61).

(147)

Overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening werd de normale waarde derhalve berekend door de verliesgevende verkoopprijs, die wordt geacht de door de niet-medewerkende producent-exporteur voor de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product gemaakte productiekosten alsmede verkoopkosten, algemene kosten en administratieve kosten (“VAA-kosten”) te omvatten, te vermeerderen met een redelijke winst. Bij gebrek aan enige andere betrouwbare en gecontroleerde winst heeft de Commissie de volgens de indiener van het verzoek gemaakte winst, namelijk 6 %, gebruikt. De Commissie had geen aanwijzingen dat deze winst de normale winstmarge van een producent-exporteur zou overschrijden.

3.2.2.2.   Uitvoerprijs

(148)

De niet-medewerking van de producenten-exporteurs in Taiwan noopte de Commissie ertoe gebruik te maken van de beschikbare gegevens om de uitvoerprijs vast te stellen.

(149)

Derhalve werd de uitvoerprijs vastgesteld op basis van de Taiwanese prijzen bij uitvoer van het onderzochte product zoals gerapporteerd in Eurostat. De uitvoer van Chia Far Industrial Factory Co., Ltd, de enige Taiwanese producent met een antidumpingrecht van 0 % en dus formeel uitgesloten van de procedure, is bij deze berekening buiten beschouwing gelaten. Deze invoer vertegenwoordigde qua volume minder dan 10 % van de invoer uit Taiwan. De aldus verkregen cif-prijzen volgens Eurostat werden gecorrigeerd tot de prijs af fabriek door aftrek van de vracht- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten in Taiwan (62).

3.2.2.3.   Vergelijking

(150)

De Commissie heeft de normale waarde en de uitvoerprijs van het onderzochte product vergeleken in het stadium af fabriek.

(151)

Uit die vergelijking bleek voor de Taiwanese uitvoer naar de Unie een dumpingmarge voor het gehele land, uitgedrukt als een percentage van de cif-waarde, van 12 %. Derhalve werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet.

3.2.2.4.   Conclusie

(152)

De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de dumping door Taiwan in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. De Commissie merkt voorts op dat uitvoer met dumping heeft plaatsgevonden in aanzienlijke hoeveelheden, namelijk 5,3 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

3.2.3.   Waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping indien de maatregelen zouden vervallen

(153)

De Commissie heeft overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening onderzocht of voortzetting van dumping waarschijnlijk is indien de maatregelen zouden vervallen. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in Taiwan, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en het verband tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie.

3.2.3.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in Taiwan

(154)

Volgens door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens bedroeg de reservecapaciteit van de Taiwanese producenten in 2019 638 000 ton, wat overeenkomt met een marktaandeel van 18,5 % in de Unie.

(155)

Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de Taiwanese producenten-exporteurs beschikken over aanzienlijke reservecapaciteiten, die zij zouden kunnen gebruiken om het onderzochte product naar de Unie uit te voeren indien de maatregelen zouden vervallen.

3.2.3.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(156)

Uit het onderzoek blijkt dat de Unie, met een totaal verbruik van meer dan 3,2 miljoen ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (zie overweging 172), qua omvang na de VRC de op een na grootste interne markt voor het onderzochte product is. De omvang van de markt is een belangrijke aantrekkelijkheidsfactor.

(157)

Ondanks de geldende antidumpingmaatregelen bleven de Taiwanese producenten-exporteurs aanzienlijke volumes SSCR op de markt van de Unie verkopen, waarmee deze markt verreweg de belangrijkste exportmarkt voor Taiwan is (zie overweging 160). Hieruit blijkt ook dat de markt van de Unie een belangrijke en interessante bestemming voor de Taiwanese industrie is.

(158)

Deze factoren tonen aan dat de Unie een aantrekkelijke exportmarkt voor Taiwanese producenten-exporteurs is.

3.2.3.3.   Relatie tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie

(159)

Wegens het gebrek aan medewerking van de Taiwanese producenten-exporteurs werd de vergelijking van de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar de Unie met de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar andere uitvoermarkten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebaseerd op gegevens van de GTA.

(160)

Volgens de GTA-databank was de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek de belangrijkste exportmarkt van Taiwan (22 % van de uitvoer). De op een na belangrijkste uitvoerbestemming voor Taiwan was Turkije (7 % van de uitvoer), gevolgd door elf landen die elk 3 %-6 % van de Taiwanese uitvoer uitmaakten. De Commissie stelde vast dat de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar Turkije en naar enkele van deze elf landen (soms aanzienlijk) lager waren dan de prijzen bij uitvoer naar de Unie.

(161)

Het onveranderlijke en nog altijd aanzienlijke marktaandeel van de Taiwanese uitvoer naar de Unie in het TNO bevestigt dat de prijsniveaus voor uitvoer naar de Unie aantrekkelijk waren.

(162)

Op basis daarvan concludeerde de Commissie dat het verschil in prijsniveau tussen de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar de Unie en de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar zijn andere belangrijke exportmarkten voor Taiwanese producenten-exporteurs een duidelijke stimulans is om de dumping op de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek verder te verhogen.

3.2.3.4.   Conclusie inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping

(163)

Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de uitvoer uit Taiwan met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet.

(164)

Voorts heeft de Commissie vastgesteld dat de reservecapaciteit in Taiwan vrij aanzienlijk is en overeenkomt met 18,5 % van het totale verbruik in de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(165)

Bovendien werd de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie aangetoond door het feit dat deze markt een van de grootste markten ter wereld is en dat de Taiwanese producenten-exporteurs aanzienlijke volumes op die markt bleven verkopen ondanks de maatregelen die van kracht waren.

(166)

Daarnaast bleek uit het onderzoek dat de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar verscheidene belangrijke markten van derde landen beduidend lager waren dan de Taiwanese verkoopprijzen bij uitvoer naar de Unie.

(167)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de dumping uit Taiwan wordt voortgezet en dat de invoer tegen dumpingprijzen waarschijnlijk significant zal toenemen indien de maatregelen zouden vervallen.

(168)

Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat voortzetting van dumping waarschijnlijk is indien de maatregelen niet zouden worden verlengd.

4.   SCHADE

4.1.   Definitie van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie

(169)

Het soortgelijke product werd tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek door 13 de Commissie bekende producenten in de Unie geproduceerd. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(170)

De totale productie in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 3,1 miljoen ton. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld op basis van alle beschikbare informatie met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie, te weten de op afstand kruislings gecontroleerde antwoorden op de vragenlijsten die waren ontvangen van Eurofer en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(171)

Zoals vermeld in overweging 13, werd een steekproef samengesteld van drie producenten in de Unie, die meer dan 60 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigden. Alle producenten zijn verticaal geïntegreerde producenten.

4.2.   Verbruik in de Unie

(172)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld aan de hand van: a) de kruislings gecontroleerde gegevens van Eurofer betreffende de verkoop van het soortgelijke product door de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers, ongeacht of het rechtstreekse dan wel onrechtstreekse verkoop betrof, gedeeltelijk kruislings gecontroleerd bij de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie; en b) de invoer van het onderzochte product uit alle derde landen zoals gerapporteerd in Eurostat.

(173)

Het verbruik in de Unie ontwikkelde zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (ton)

 

2017

2018

2019

TNO

Verbruik in de Unie

3 691 581

3 725 022

3 450 240

3 197 395

Index

100

101

93

87

Bron: Eurofer, in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en Eurostat.

(174)

Tijdens de beoordelingsperiode is het verbruik in de Unie met 13 % afgenomen.

4.3.   Invoer uit de betrokken landen

4.3.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit de betrokken landen

(175)

De Commissie heeft de omvang van de invoer uit de betrokken landen vastgesteld op basis van statistische gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer werd vastgesteld op basis van het verbruik in de Unie zoals uiteengezet in overweging 171.

(176)

De invoer uit de betrokken landen ontwikkelde zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 3

Volume (ton) en marktaandeel van de invoer

 

2017

2018

2019

TNO

VRC

7 543

7 493

9 816

12 546

Index

100

99

130

166

Marktaandeel

0,2 %

0,2 %

0,3 %

0,4 %

Index

100

98

139

192

Taiwan

194 430

213 577

178 758

159 110

Index

100

110

92

82

Marktaandeel

5,3 %

5,7 %

5,2 %

5,0 %

Index

100

109

98

94

Totaal betrokken landen

201 973

221 070

188 574

171 656

Index

100

109

93

85

Marktaandeel

5,5 %

5,9 %

5,5 %

5,4 %

Index

100

108

100

98

Bron: Eurostat.

(177)

De invoer uit de VRC lag in de hele beoordelingsperiode op een zeer laag niveau, maar steeg in deze periode met 66 % en verdubbelde wat betreft marktaandeel.

(178)

De invoer uit Taiwan vertoonde in de periode 2017-2018 een stijging met 10 %, maar daalde in de periode 2018-einde van het TNO met 28 procentpunten, waarbij deze invoer tijdens de beoordelingsperiode een marktaandeel van ongeveer 5,5 % behield.

(179)

De invoer van één Taiwanese producent-exporteur die zich volgens het oorspronkelijke onderzoek niet schuldig had gemaakt aan dumping, zoals uiteengezet in overweging 4, werd bij de schadeanalyse afgetrokken van de invoer met dumping. Omwille van de vertrouwelijkheid kunnen het volume en het marktaandeel van deze invoer niet bekend worden gemaakt. Met een marktaandeel van ruim onder de 1 % waren zij evenwel zeer gering en niet van invloed op de trend in de ontwikkeling van het volume en het marktaandeel van de invoer uit de betrokken landen gedurende de beoordelingsperiode.

4.3.2.   Prijzen van de invoer uit de betrokken landen en prijsonderbieding

(180)

De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van gegevens van Eurostat.

(181)

De gewogen gemiddelde prijzen van de invoer uit de betrokken landen ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 4

Prijzen van de invoer uit de betrokken landen (EUR/ton)

 

2017

2018

2019

TNO

VRC

2 376

2 352

2 293

2 228

Index

100

99

96

94

Taiwan

1 658

1 749

1 687

1 657

Index

100

106

102

100

Bron: Eurostat.

(182)

Wat de invoer uit Taiwan betreft, werd in de periode 2017-2018 echter een stijging van de gemiddelde prijs per eenheid waargenomen. In de periode 2018-einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek daalde de prijs van de invoer uit Taiwan evenwel weer tot het niveau van 2017. De gemiddelde prijzen van de invoer uit Taiwan lagen gedurende de hele beoordelingsperiode onder de gemiddelde prijzen van de bedrijfstak van de Unie.

(183)

Gezien de geringe hoeveelheden was de invoer van de Taiwanese producent-exporteur die zich volgens het oorspronkelijke onderzoek niet schuldig had gemaakt aan dumping, niet van invloed op het niveau en de trend van de gemiddelde eenheidsprijs van de invoer uit Taiwan.

(184)

De prijs van de invoer uit de VRC vertoonde gedurende de beoordelingsperiode een dalende trend, wat resulteerde in een 6 % lagere prijs in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ten opzichte van de prijs aan het begin van de beoordelingsperiode. De gemiddelde eenheidsprijs van de invoer uit de VRC was hoger dan die van de bedrijfstak van de Unie, maar het volume van de invoer uit de VRC was zeer gering (marktaandeel van 0,4 %).

(185)

Aangezien de producenten-exporteurs in de VRC en Taiwan geen medewerking verleenden, heeft de Commissie de prijsonderbieding tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek bepaald door een vergelijking te maken tussen:

a)

de gewogen gemiddelde verkoopprijs die door de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie werd berekend aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, en

b)

de overeenkomstige gewogen gemiddelde prijzen van de invoer uit de betrokken landen op de markt van de Unie, op cif-basis, zoals gerapporteerd door Eurostat, met inbegrip van het antidumpingrecht met de nodige correcties voor de kosten na invoer.

(186)

De invoer van de Taiwanese producent-exporteur die zich volgens het oorspronkelijke onderzoek niet schuldig had gemaakt aan dumping, werd bij de berekening van deze prijsonderbieding buiten beschouwing gelaten.

(187)

Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als een percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(188)

Uit de vergelijking bleek voor de invoer uit Taiwan een gemiddelde prijsonderbieding op de markt van de Unie van 16,9 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, ondanks de toepassing van de antidumpingrechten.

(189)

Bij de invoer uit de VRC werden de prijzen op de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek niet onderboden, aangezien de prijzen met antidumpingrechten hoger waren dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Worden echter de Chinese prijzen bij uitvoer naar andere derde landen (63) in aanmerking genomen, dan blijkt dat deze de prijzen op de markt van de Unie met 29,3 % onderboden. Ook zouden, zoals vermeld in overweging 249, de huidige invoerprijzen zonder antidumpingrechten resulteren in een prijsbederfmarge van 6,7 %, hoewel zij nog steeds iets hoger zijn dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie (64).

4.4.   Invoer uit andere derde landen dan de VRC en Taiwan

(190)

De invoer van het onderzochte product uit andere derde landen dan de VRC en Taiwan was voornamelijk afkomstig uit Korea, India en Indonesië.

(191)

Het volume van de invoer alsmede het marktaandeel en de prijzen van de invoer van het onderzochte product uit andere derde landen ontwikkelden zich als volgt:

Tabel 5

Invoer uit derde landen

Land

 

2017

2018

2019

TNO

Republiek Korea

Volume (ton)

147 695

165 812

160 947

164 429

 

Index

100

112

109

111

 

Marktaandeel

4,0 %

4,5 %

4,7 %

5,1 %

 

Index

100

111

117

129

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

1 858

1 944

1 860

1 855

 

Index

100

105

100

100

India

Volume (ton)

114 508

120 631

105 251

108 777

 

Index

100

105

92

95

 

Marktaandeel

3,1 %

3,2 %

3,1 %

3,4 %

 

Index

100

104

98

110

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

2 079

2 173

2 075

2 073

 

Index

100

104

100

100

Indonesië

Volume (ton)

13 830

34 648

72 739

89 131

 

Index

100

251

526

644

 

Marktaandeel

0,4 %

0,9 %

2,1 %

2,8 %

 

Index

100

248

563

744

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

1 818

1 923

1 917

1 962

 

Index

100

106

105

108

Overige derde landen

Volume (ton)

478 128

471 816

392 470

332 866

 

Index

100

99

82

70

 

Marktaandeel

13 %

13 %

11 %

10 %

 

Index

100

98

88

80

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

2 267

2 865

2 940

2 978

 

Index

100

126

130

131

Totaal van alle derde landen behalve de betrokken landen

Volume (ton)

754 161

792 907

731 407

695 203

 

Index

100

105

97

92

 

Marktaandeel

20 %

21 %

21 %

22 %

 

Index

100

104

104

106

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

2 150

2 205

2 096

2 091

 

Index

100

103

97

97

Bron: Eurostat.

(192)

De invoer uit Korea is in de beoordelingsperiode gestegen, waardoor het marktaandeel kon worden vergroot van 4,0 % in 2017 tot 5,1 % in het TNO. De prijzen van de invoer uit Korea waren tijdens de hele beoordelingsperiode evenwel ongeveer 9 % hoger dan die van de betrokken landen (65).

(193)

De invoer uit India steeg van 2017 tot en met 2018, maar vertoonde daarna een daling. Dit resulteerde tijdens de beoordelingsperiode over het geheel gezien in een daling in absolute termen. De daling van de invoer uit India was echter minder scherp dan de algehele daling van het verbruik in de Unie en derhalve is het marktaandeel van India toch gestegen, van 3,1 % in 2017 tot 3,4 % in het TNO.

(194)

Het volume van de invoer uit Indonesië werd in de beoordelingsperiode bijna 6,5 keer zo groot en het marktaandeel steeg van 0,4 % tot 2,8 %.

(195)

Zoals uiteengezet in overweging 8, is de invoer van SSCR van oorsprong uit India en Indonesië aan een parallel antidumpingonderzoek onderworpen (66) en volgens een voorlopige vaststelling (67) met dumping verkocht, waarbij de prijzen van de bedrijfstak van de Unie werden onderboden.

(196)

De invoer uit andere derde landen is in de beoordelingsperiode gedaald, zowel in absolute hoeveelheden als in marktaandeel. De gemiddelde verkoopprijzen van de invoer uit andere derde landen waren in de beoordelingsperiode steeds hoger dan de gewogen gemiddelde prijzen van de invoer uit de betrokken landen en de verkoopprijzen van de producenten in de Unie.

4.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.5.1.   Algemene opmerkingen

(197)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen voor de bedrijfstak van de Unie van de invoer met dumping een evaluatie van alle economische indicatoren die van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode.

(198)

Zoals in overweging 13 is vermeld, werd voor de vaststelling van mogelijke door de bedrijfstak van de Unie geleden schade gebruikgemaakt van een steekproef.

(199)

Voor de schadevaststelling maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens uit het antwoord van Eurofer op de vragenlijst met betrekking tot alle producenten in de Unie, waar nodig kruislings gecontroleerd aan de hand van de antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. Beide reeksen gegevens werden kruislings op afstand gecontroleerd en bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(200)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.

(201)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen.

4.5.2.   Macro-economische indicatoren

4.5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(202)

De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 6

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2017

2018

2019

TNO

Totale productie in de Unie (ton)

3 708 262

3 640 429

3 379 817

3 111 804

Index

100

98

91

84

Productiecapaciteit (ton)

4 405 623

4 517 379

4 530 146

4 572 365

Index

100

103

103

104

Bezettingsgraad

84 %

81 %

75 %

68 %

Index

100

96

89

81

Bron: Eurofer.

(203)

Het productievolume van de bedrijfstak van de Unie is tijdens de beoordelingsperiode met 16 % sterk gedaald. De gerapporteerde capaciteitscijfers slaan op de feitelijke capaciteit, hetgeen inhoudt dat rekening is gehouden met in de bedrijfstak als standaard beschouwde correcties voor opstarttijden, onderhoud, knelpunten en andere normale onderbrekingen. Na de instelling van de oorspronkelijke maatregelen begonnen sommige producenten in de Unie hun productiecapaciteit te moderniseren. Deze modernisering heeft in de beoordelingsperiode geleid tot een lichte toename van de productiecapaciteit met 4 %.

(204)

Door de combinatie van afgenomen productie en licht toegenomen capaciteit daalde de bezettingsgraad tijdens de beoordelingsperiode met 19 % en zakte deze in het TNO tot onder 70 %.

4.5.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(205)

Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 7

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2017

2018

2019

TNO

Verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie (ton)

2 735 448

2 711 044

2 530 259

2 330 537

Index

100

99

92

85

Marktaandeel

74,1 %

72,8 %

73,3 %

72,9 %

Index

100

98

99

98

Bron: Eurofer en Eurostat.

(206)

Het volume van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie daalde tijdens de beoordelingsperiode met 15 %. Dit leidde tevens tot een daling van het marktaandeel met 1,2 procentpunt in de beoordelingsperiode.

4.5.2.3.   Groei

(207)

De bovenstaande cijfers met betrekking tot productie en verkoopvolume in absolute termen, waaruit een duidelijke dalende trend gedurende de beoordelingsperiode blijkt, tonen aan dat de bedrijfstak van de Unie niet in staat was in absolute termen te groeien. Een lichte stijging van het verbruik was alleen mogelijk omdat de bedrijfstak van de Unie ervoor heeft gekozen om op de prijsdruk van de invoer met dumping te reageren door zijn verkoopprijzen te verlagen.

4.5.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(208)

De werkgelegenheid en de productiviteit ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 8

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2017

2018

2019

TNO

Aantal werknemers

13 411

13 495

13 968

13 660

Index

100

101

104

102

Productiviteit (ton per werknemer)

277

270

242

228

Index

100

98

88

82

Bron: Eurofer.

(209)

De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie in verband met de productie van SSCR is in de periode 2017-2019 met 4 % gestegen en vertoonde in de periode 2019-einde van het TNO een daling van 2 procentpunten, wat neerkomt op een stijging met 2 % tijdens de beoordelingsperiode. Gezien de scherpe afname van de productie is de productiviteit van de arbeidskrachten in de bedrijfstak van de Unie, uitgedrukt in per werknemer (in voltijdequivalenten) geproduceerde ton per jaar, in de beoordelingsperiode aanzienlijk gedaald met 18 %.

4.5.2.5.   Hoogte van dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(210)

De Commissie heeft in de overwegingen 123 en 152 geconcludeerd dat de dumping uit de betrokken landen in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. De Commissie heeft tevens geconcludeerd dat herhaling van dumping uit de VRC en Taiwan waarschijnlijk is indien de maatregelen niet zouden worden verlengd.

(211)

Voorts heeft de Commissie in de parallelle antidumpingprocedure betreffende de invoer van de SSCR uit India en Indonesië voorlopig vastgesteld dat de situatie van de bedrijfstak van de Unie ook aanzienlijk was beïnvloed door de invoer met dumping uit die landen.

(212)

Uit de hierboven onderzochte macro-economische indicatoren blijkt dat de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie, ondanks de sinds 2015 geldende antidumpingmaatregelen, nog steeds schade te zien geeft. De bedrijfstak van de Unie kon zich bijgevolg niet van eerdere dumping herstellen en blijft zeer kwetsbaar voor de schadelijke gevolgen van invoer met dumping op de markt van de Unie.

4.5.3.   Micro-economische indicatoren

4.5.3.1.   Prijzen en factoren die prijzen beïnvloeden

(213)

De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie ontwikkelden zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 9

Verkoopprijzen in de Unie

 

2017

2018

2019

TNO

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid (EUR/ton)

2 252

2 312

2 206

2 175

Index

100

103

98

97

Productiekosten per eenheid (EUR/ton)

1 958

2 064

2 019

2 013

Index

100

105

103

103

Bron: in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(214)

Na een lichte stijging van 3 % in de periode 2017-2018 daalden de gemiddelde verkoopprijzen per eenheid in de periode 2018-einde van het TNO met 6 procentpunten, wat resulteerde in een daling met 3 % tijdens de beoordelingsperiode. In dezelfde periode vertoonden de productiekosten een gelijktijdige stijging van 5 %, waarna zij zich stabiliseerden op een kostenniveau dat 3 % hoger was dan aan het begin van de beoordelingsperiode. De kostenontwikkeling werd in belangrijke mate bepaald door prijsstijgingen van belangrijke grondstoffen, zoals nikkel en ferrochroom. Door de prijsdruk als gevolg van de invoer met dumping uit Taiwan kon de bedrijfstak van de Unie deze kostenstijging niet doorberekenen in zijn verkoopprijzen en werd hij zelfs gedwongen zijn verkoopprijzen te verlagen.

4.5.3.2.   Loonkosten

(215)

De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 10

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2017

2018

2019

TNO

Gemiddelde loonkosten per VTE (EUR)

72 366

70 663

71 659

70 324

Index

100

98

99

97

Bron: in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(216)

De gemiddelde loonkosten per werknemer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn in de beoordelingsperiode met 3 % gedaald. Hieruit blijkt dat de producenten in de Unie, in antwoord op de verslechterende marktomstandigheden, in staat waren de loonkosten te verlagen in een poging de schade te beperken.

4.5.3.3.   Voorraden

(217)

De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie ontwikkelden zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 11

Voorraden

 

2017

2018

2019

TNO

Eindvoorraden (ton)

125 626

148 777

125 480

98 835

Index

100

118

100

79

Eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie

5,54 %

6,53 %

6,09 %

5,13 %

Index

100

118

110

93

Bron: in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(218)

In de beoordelingsperiode zijn de eindvoorraden met 21 % gedaald. Deze ontwikkeling volgde de daling van het productievolume. De meeste soorten van het soortgelijke product worden door de bedrijfstak van de Unie geproduceerd op basis van specifieke bestellingen van de gebruikers. De voorraden worden daarom niet als een belangrijke schade-indicator voor deze bedrijfstak beschouwd. Dit wordt ook bevestigd door een analyse van de ontwikkeling van de eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie. Zoals hierboven is aangegeven, schommelde deze indicator tijdens de beoordelingsperiode tussen 5 en 7 % van het productievolume van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

4.5.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(219)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie ontwikkelden zich in de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 12

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2017

2018

2019

TNO

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van de omzet)

7,6 %

6,0 %

1,5 %

0,4 %

Index

100

79

19

6

Kasstroom (EUR)

387 200 359

273 674 277

237 840 311

184 024 688

Index

100

71

61

48

Investeringen (EUR)

111 578 442

111 637 871

96 541 925

96 585 152

Index

100

100

87

87

Rendement van investeringen

20 %

15 %

6 %

4 %

Index

100

75

31

20

Bron: in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(220)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet.

(221)

De totale winstgevendheid daalde van 7,6 % in 2017 tot 0,4 % in het TNO. Alle andere financiële indicatoren, d.w.z. kasstroom, investeringen en rendement op activa, volgden duidelijk dezelfde neerwaartse trend.

(222)

De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De kasstroom vertoonde in de beoordelingsperiode een voortdurende daling, wat in het TNO resulteerde in een niveau dat 52 % lager lag dan aan het begin van het onderzoektijdvak.

(223)

Investeringen zijn de nettoboekwaarde van de activa. Na in de periode 2017-2018 stabiel te zijn gebleven, kan in de periode 2018-2019 een scherpe daling van 13 procentpunten worden waargenomen. Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen, die het afschrijvingsniveau van activa weergeeft. Het nam in de beoordelingsperiode voortdurend en scherp af, met 80 %.

(224)

De slechte financiële prestaties van de bedrijfstak van de Unie in de periode 2017-einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek beperkten het vermogen van de bedrijfstak om kapitaal aan te trekken. De bedrijfstak van de Unie is kapitaalintensief en wordt gekenmerkt door aanzienlijke investeringen. Het rendement van investeringen tijdens de beoordelingsperiode is niet voldoende om dergelijke aanzienlijke investeringen te dekken.

4.6.   Conclusie over het voortduren van schade

(225)

Uit de ontwikkeling van de micro- en macro-economische indicatoren tijdens de beoordelingsperiode is gebleken dat de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie verslechterde.

(226)

Uit het onderzoek bleek dat de bedrijfstak van de Unie alleen kon reageren op de prijsdruk van de invoer met dumping uit Taiwan door zijn verkoopprijzen te verlagen, om zijn marktaandeel in de beoordelingsperiode te handhaven (en zelfs licht te vergroten). De prijzen van de bedrijfstak van de Unie daalden in de beoordelingsperiode met 3 %, terwijl zij onder eerlijke concurrentievoorwaarden naar verwachting juist hadden moeten stijgen volgens een verhouding die vergelijkbaar is met de toename van de productiekosten, die met 3 % zijn gestegen. Deze situatie had ernstige gevolgen voor de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie, die tijdens de beoordelingsperiode met 94 % daalde en tijdens het TNO op een zeer laag en onhoudbaar niveau uitkwam.

(227)

Het verbruik in de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk af en zowel het verkoopvolume als het productievolume van de bedrijfstak van de Unie volgden deze trend. De productiecapaciteit nam marginaal toe, als gevolg van positieve vooruitzichten voor de bedrijfstak van de Unie na het instellen van de oorspronkelijke maatregelen.

(228)

Niettemin was er voor de producenten in de Unie in de beoordelingsperiode sprake van een scherpe daling van de productiviteit en de bezettingsgraad. Deze verslechterende cijfers kunnen slechts in beperkte mate worden verklaard door de geringe toename van de werkgelegenheid en de capaciteit, en werden voornamelijk veroorzaakt door de daling van het verbruik in de Unie en de gelijktijdige toename van de invoer met dumping.

(229)

Het zijn echter de financiële indicatoren van de producenten in de Unie die de geleden schade volledig weergeven. De productiekosten van de bedrijfstak van de Unie stegen in de beoordelingsperiode, wat samen met een daling van de verkoopprijzen resulteerde in een daling van de winstgevendheid van 7,6 % in 2017 tot 0,4 % in het TNO. Een soortgelijke negatieve ontwikkeling is te zien in relatie tot de andere financiële indicatoren: investeringen (–13 %), rendement van investeringen (–80 %) en kasstroom (–52 %).

(230)

Dienovereenkomstig tonen de schade-indicatoren aan dat de bedrijfstak van de Unie in het TNO aanmerkelijke schade leed, aangezien hij zijn verkoopprijzen verlaagde ondanks de stijgende productiekosten, wat heeft geleid tot een ineenstorting van zijn winstgevendheid, hetgeen negatieve gevolgen had voor de investeringen, het rendement van investeringen en de kasstroom.

(231)

Rekening houdend met het bovenstaande kwam de Commissie tot de conclusie dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

(232)

Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de betrokken landen aanmerkelijke schade heeft geleden.

5.1.   VRC

(233)

Wat de VRC betreft, bleek uit het onderzoek dat het volume van de invoer gedurende de hele beoordelingsperiode onder de de-minimisdrempel bleef. Voorts werden de prijzen van de invoer uit de VRC tijdens de hele beoordelingsperiode hoger geacht dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie en onderboden zij de prijzen van de bedrijfstak van de Unie niet.

(234)

Gezien het voorgaande concludeerde de Commissie dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden, niet kan zijn veroorzaakt door de invoer uit de VRC.

5.2.   Taiwan

(235)

Wat Taiwan betreft, concludeerde de Commissie dat de aanhoudende prijsdruk van de invoer met dumping een cruciale factor is die negatieve gevolgen heeft voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(236)

Naast de invoer met dumping uit India en Indonesië heeft ook de invoer met dumping uit Taiwan, vanwege het volume, het marktaandeel en de lage prijzen ervan, gevolgen voor het prijsgedrag van de Europese industrie.

(237)

Als reactie op de prijsconcurrentie van Taiwanese producenten-exporteurs moest de Europese industrie haar verkoopprijzen verlagen, hetgeen negatieve gevolgen had voor haar winstgevendheid en andere financiële indicatoren. Bovendien konden de producenten in de Unie, zelfs bij deze prijsverlaging, nog steeds niet concurreren met de prijzen van de Taiwanese exporteurs, die ondanks de geldende antidumpingmaatregelen gedurende de hele beoordelingsperiode lager waren dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie.

(238)

Gezien het voorgaande concludeerde de Commissie dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden, werd veroorzaakt door de invoer uit Taiwan.

(239)

Naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen voerden LSI en Euranimi aan dat de invoer uit Taiwan geen schade kan hebben toegebracht aan de bedrijfstak van de Unie, aangezien het marktaandeel van de invoer uit Taiwan stabiel was en vergelijkbaar was met dat van de invoer uit Korea, dat geen deel uitmaakte van dit onderzoek.

(240)

De invoer uit Taiwan werd, ondanks dat de volumes en het marktaandeel ervan vergelijkbaar waren met die van de invoer uit Korea, evenwel verkocht tegen aanzienlijk lagere prijzen dan de invoer uit Korea. De invoer uit Taiwan bleef met dumping gepaard gaan en onderbood de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, en de prijzen van de ingevoerde producten werden vastgesteld op een schade veroorzakend niveau, zelfs bij de thans geldende maatregelen. De prijsonderbiedings- en prijsbederfmarges zullen naar verwachting verder stijgen indien de maatregelen komen te vervallen.

(241)

Daarom wordt het argument van de partijen verworpen.

6.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING EN/OF HERHALING VAN SCHADE

(242)

Zoals de Commissie in overweging 231 heeft geconcludeerd, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade geleden. In overweging 238 heeft de Commissie ook vastgesteld dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade werd veroorzaakt door de invoer uit Taiwan. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of herhaling van schade als gevolg van de invoer uit de VRC en voortzetting van schade door de invoer uit Taiwan waarschijnlijk zijn indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

(243)

Om vast te stellen of voortzetting en/of herhaling van schade als oorspronkelijk veroorzaakt door de invoer met dumping uit de betrokken landen waarschijnlijk zijn/is, heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: 1) de reservecapaciteit in de betrokken landen en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, en 2) het effect van de potentiële invoer en het prijsniveau van dergelijke invoer uit deze landen op de situatie van de bedrijfstak van de Unie indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

6.1.   VRC

6.1.1.   Reservecapaciteit

(244)

Zoals beschreven in overweging 126, beschikken de producenten-exporteurs in de VRC over aanzienlijke reservecapaciteit, die de huidige productievolumes en het binnenlandse verbruik in dit land ruim overschrijdt. Deze reservecapaciteit, die in het TNO 62,5 % van het totale verbruik in de Unie bedraagt, zou kunnen worden gebruikt voor uitvoer naar de Unie indien de maatregelen komen te vervallen.

6.1.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(245)

De Chinese producenten-exporteurs voerden naar hun belangrijkste derde markten uit tegen prijzen die ongeveer 30 % lager waren dan zowel hun prijzen bij uitvoer naar de Unie als de gemiddelde verkoopprijzen van de producenten in de Unie op de markt van de Unie.

(246)

Rekening houdend met het prijsniveau van de uitvoer uit de VRC naar andere derde markten, is uitvoer naar de Unie voor de Chinese exporteurs derhalve mogelijk veel aantrekkelijker. Indien naar aanleiding van het parallelle antidumpingonderzoek definitieve maatregelen voor de invoer uit India en Indonesië worden ingesteld, zullen de prijzen op de markt van de Unie naar verwachting stijgen tot een billijk niveau, waardoor de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie verder wordt vergroot. Bovendien zouden de Chinese producenten-exporteurs in deze situatie op de Europese markt minder prijsconcurrentie van Indiase en Indonesische exporteurs ondervinden.

(247)

Bijgevolg kan redelijkerwijs worden verwacht dat, mochten de maatregelen komen te vervallen, de Chinese producenten-exporteurs de hoeveelheid van het onderzochte product dat met dumping in de Unie wordt ingevoerd, aanzienlijk zouden verhogen. Deze verwachting wordt nog versterkt door de beschikbaarheid van aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC.

6.1.3.   Gevolgen van de potentiële invoer uit de VRC voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie indien de maatregelen komen te vervallen

(248)

De Commissie onderzocht de waarschijnlijke prijsniveaus van de invoer uit de VRC bij het vervallen van de maatregelen op basis van de invoerprijzen in het TNO en de prijzen bij uitvoer naar derde landen, en de gevolgen ervan voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(249)

Zoals aangegeven in overweging 233, waren de prijzen van de invoer uit de VRC in het TNO, met inbegrip van de huidige antidumpingrechten, hoger dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie en veroorzaakte het niveau ervan geen schade (68). Desondanks zouden de huidige invoerprijzen zonder antidumpingrechten, hoewel nog steeds iets hoger dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie (69), resulteren in een prijsbederfmarge van 7,1 % in vergelijking met de richtprijs vastgesteld op basis van de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie in het TNO en een streefwinst van 8,7 %, zoals vastgesteld tijdens het parallelle antidumpingonderzoek tegen India en Indonesië (70).

(250)

Voorts betreft het huidige relatief hoge prijsniveau van de Chinese exporteurs op de markt van de Unie zeer beperkte volumes, van naar alle waarschijnlijkheid hoogwaardige, gespecialiseerde producten, indien zij nog op de markt kunnen worden verkocht, ondanks de antidumpingrechten van ongeveer 25 % (71). De prijzen van de Chinese uitvoer naar derde landen, waarbij het om enorme hoeveelheden gaat, lijken daarom representatiever voor de beoordeling van de gevolgen van de potentiële invoer uit de VRC voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie indien de maatregelen komen te vervallen. De gemiddelde Chinese prijzen bij uitvoer naar de derde landen, zonder antidumpingrechten aan de grens van de Unie, zouden resulteren in de prijsbederfmarge van 58,4 % in vergelijking met de richtprijs vastgesteld op basis van de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie in het TNO en de streefwinst van 8,7 %, zoals vastgesteld tijdens het parallelle onderzoek tegen India en Indonesië.

(251)

Hieruit blijkt dat de invoer uit de VRC, indien de maatregelen komen te vervallen, waarschijnlijk zou plaatsvinden tegen schade veroorzakende prijzen, wat zou leiden tot een hogere prijsdruk op de bedrijfstak van de Unie, waardoor deze verkoopvolume zou verliezen of tot verlaging van zijn prijsniveaus genoodzaakt zou zijn.

6.1.4.   Conclusie

(252)

In het licht van bovenstaande bevindingen, te weten de aanwezigheid van reservecapaciteit in de VRC, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, de verwachte prijsniveaus van de invoer uit de VRC zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie, wordt geconcludeerd dat het ontbreken van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping uit de VRC tegen schade veroorzakende prijzen en dat de oorspronkelijk door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte aanmerkelijke schade zich waarschijnlijk opnieuw zou voordoen.

(253)

Naar aanleiding van de mededeling van de definitieve bevindingen voerden LSI en Euranimi aan dat de Commissie onvoldoende bewijs had verstrekt dat de invoer uit de VRC opnieuw tegen onderbiedingsprijzen zou plaatsvinden en in de toekomst schade zou veroorzaken.

(254)

Anders dan partijen aanvoeren, heeft de Commissie haar analyse op solide feiten gebaseerd.

(255)

Ten eerste hebben, zoals uiteengezet in overweging 121, de Chinese exporteurs zelfs bij hun huidige relatief hoge prijsniveau hun dumpingpraktijken in het tijdvak van het nieuwe onderzoek voortgezet.

(256)

Ten tweede zou, zoals vermeld in overweging 249, het huidige niveau van de Chinese uitvoerprijzen ook zonder de antidumpingrechten, dat wil zeggen bij een schademarge van 7,1 % ten opzichte van de richtprijs van de producenten in de Unie, al schade toebrengen.

(257)

Bovendien zou, zoals vermeld in overweging 250, deze schademarge stijgen tot een alarmerend niveau van 58,4 %, indien het prijsniveau van de Chinese uitvoer naar de Unie zou dalen tot het niveau van de Chinese prijs bij uitvoer naar derde landen. Dit prijsniveau van de uitvoer naar derde landen zou als veel representatiever dan het huidige prijsniveau van de Chinese uitvoer naar de Unie kunnen worden beschouwd, rekening houdend met de zeer geringe volumes van de uitvoer naar de Unie in de beoordelingsperiode.

(258)

Tot slot blijkt uit overweging 244 dat de VRC over een aanzienlijke reservecapaciteit voor de productie van het onderzochte product beschikt, die zou kunnen worden gebruikt voor uitvoer naar de Unie indien de maatregelen komen te vervallen.

(259)

Daarom wordt het argument van de partijen verworpen.

6.2.   Taiwan

6.2.1.   Reservecapaciteit

(260)

Zoals beschreven in overweging 154, beschikken de producenten-exporteurs in Taiwan over een aanzienlijke reservecapaciteit, die de huidige productievolumes en het binnenlandse verbruik in Taiwan ruim overschrijdt. Deze reservecapaciteit, die 18,5 % van het totale verbruik in de Unie in het TNO bedraagt, zou kunnen worden gebruikt voor uitvoer naar de Unie indien de maatregelen komen te vervallen.

6.2.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(261)

De Taiwanese prijzen bij uitvoer naar derde landen, ook al zijn deze iets hoger dan de Taiwanese prijzen bij uitvoer naar de Unie, bleken nog steeds ongeveer 17 % lager te liggen dan de prijzen van de producenten in de Unie op de markt van de Unie.

(262)

Gezien het prijsniveau op de markt van de Unie is uitvoer naar de Unie voor de Taiwanese exporteurs derhalve mogelijk veel aantrekkelijker dan uitvoer naar andere landen.

(263)

Verder zullen, indien definitieve antidumpingmaatregelen voor de invoer uit India en Indonesië worden ingesteld, de prijzen op de markt van de Unie naar verwachting stijgen tot een billijk niveau, waardoor de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie verder wordt vergroot. Bovendien zouden de Taiwanese producenten-exporteurs in deze situatie op de Europese markt minder concurrentie van Indiase en Indonesische exporteurs ondervinden.

(264)

Bijgevolg kan redelijkerwijs worden verwacht dat, mochten de maatregelen komen te vervallen, de Taiwanese producenten-exporteurs de hoeveelheid van het onderzochte product dat met dumping in de Unie wordt ingevoerd, aanzienlijk zouden verhogen. Deze verwachting wordt nog versterkt door de beschikbaarheid van aanzienlijke reservecapaciteit in Taiwan.

6.2.3.   Gevolgen van de potentiële invoer uit Taiwan voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie indien de maatregelen komen te vervallen

(265)

De Commissie onderzocht het waarschijnlijke prijsniveau van de invoer uit Taiwan bij het vervallen van de maatregelen op basis van de invoerprijzen in het TNO en de gevolgen ervan voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(266)

Zoals aangegeven in overweging 261, onderboden de prijzen van de invoer uit Taiwan in het TNO, met inbegrip van de huidige antidumpingrechten, de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 16,9 %. De overeenkomstige prijsbederfmarge bedroeg 36,8 % in vergelijking met de richtprijs als vastgesteld op basis van de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie in het TNO en een streefwinst van 8,7 % als vastgesteld tijdens het parallelle antidumpingonderzoek tegen India en Indonesië. Zonder de antidumpingrechten zou de betrokken prijsonderbiedingsmarge stijgen tot 22,1 % en de betrokken prijsbederfmarge tot 43,6 %.

(267)

Hieruit blijkt dat de invoer uit Taiwan, indien de maatregelen komen te vervallen, zou blijven plaatsvinden tegen schade veroorzakende prijzen, wat zou leiden tot een hogere prijsdruk op de bedrijfstak van de Unie, waardoor deze verkoopvolume zou verliezen of tot verlaging van zijn prijsniveaus genoodzaakt zou zijn.

6.2.4.   Conclusie

(268)

In het licht van bovenstaande bevindingen, te weten de aanwezigheid van reservecapaciteit in Taiwan, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, de verwachte prijsniveaus van de invoer uit Taiwan zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie, wordt geconcludeerd dat het vervallen van de huidige maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van de invoer met dumping uit Taiwan tegen schade veroorzakende prijzen en dat de aanmerkelijke schade waarschijnlijk zou voortduren.

7.   BELANG VAN DE UNIE

(269)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs, de distributeurs en de gebruikers.

(270)

Alle belanghebbenden werden overeenkomstig artikel 21, lid 2, van de basisverordening in de gelegenheid gesteld hun standpunt bekend te maken.

7.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(271)

De bedrijfstak van de Unie bestaat uit 13 producenten die in verschillende lidstaten zijn gevestigd, en verschaft met betrekking tot het onderzochte product rechtstreeks werk aan 13 660 werknemers. Geen van de producenten in de Unie had bezwaar tegen de opening van het onderzoek. Zoals hierboven bij de analyse van de schade-indicatoren in punt 4 is aangetoond, verslechterde de situatie van de gehele bedrijfstak van de Unie en werd de bedrijfstak geconfronteerd met de negatieve gevolgen van de invoer met dumping.

(272)

Verwacht wordt dat de handhaving van antidumpingrechten de bedrijfstak van de Unie in staat zal stellen zijn stijgende productiekosten te dekken en zijn financiële situatie te verbeteren ondanks de gederfde verkoop als gevolg van een krimpende markt. Dit zou de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie doen stijgen tot het niveau dat noodzakelijk wordt geacht voor deze kapitaalintensieve industrie. Er zij aan herinnerd dat een aantal essentiële schade-indicatoren gedurende de beoordelingsperiode een negatieve trend liet zien. Met name de indicatoren met betrekking tot de financiële prestaties van de producenten in de Unie werden ernstig beïnvloed.

(273)

Hoewel de geldende antidumpingmaatregelen grotendeels hebben verhinderd dat invoer met dumping uit de betrokken landen de markt van de Unie binnenkwam, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade geleden als gevolg van de invoer met dumping uit Taiwan. De situatie van de bedrijfstak van de Unie zal waarschijnlijk verder verslechteren indien de maatregelen niet worden verlengd en de extra schade als gevolg van invoer met dumping uit de VRC zich herhaalt.

(274)

De Commissie heeft vastgesteld dat de invoer uit Taiwan nog steeds schade veroorzaakt en dat het zeer waarschijnlijk is dat de oorspronkelijk door de invoer uit de VRC veroorzaakte schade zich zal herhalen, mochten de maatregelen komen te vervallen. De instroom van aanzienlijke hoeveelheden invoer met dumping uit de betrokken landen zou de bedrijfstak van de Unie nog meer schade berokkenen. Dit zou de grote schade die de bedrijfstak van de Unie al heeft geleden, nog verder verergeren.

(275)

De Commissie is dus tot de conclusie gekomen dat handhaving van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de betrokken landen in het belang van de bedrijfstak van de Unie is.

7.2.   Belang van niet-verbonden importeurs, handelaren en gebruikers

(276)

De Commissie heeft contact opgenomen met alle haar bekende niet-verbonden importeurs, handelaren en gebruikers. Geen van hen heeft echter de vragenlijst beantwoord en aan het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen meegewerkt.

(277)

Na de mededeling van feiten en overwegingen voerden Euranimi en LSI aan dat zij momenteel worden geconfronteerd met een ontoereikend aanbod van het onderzochte product in de Unie als gevolg van de wereldwijde schaarste aan grondstoffen. Bovendien heeft de COVID-19-pandemie het evenwicht tussen vraag en aanbod ontregeld, wat leidde tot een stijging van de prijzen van en een tekort aan grondstoffen en SSCR. De vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van staal hebben het tekort aan SSCR verder doen toenemen.

(278)

De verstoringen in de toeleveringsketen als gevolg van de COVID-19-pandemie zijn van uitzonderlijke aard en zijn niet specifiek voor de toeleveringsketen van SSCR. De bovenstaande tabel 5 laat zien dat er verschillende toeleveringsbronnen zijn en dat het marktaandeel van de invoer uit andere derde landen gedurende de beoordelingsperiode zelfs is gestegen, terwijl de vrijwaringsmaatregelen reeds van toepassing waren. Korea slaagde er in de beoordelingsperiode in zijn uitvoer naar de Unie zowel in absolute als in relatieve termen te verhogen en ook Zuid-Afrika bleef op de markt van de Unie aanwezig. Verder lijkt de invoer uit Taiwan, ondanks de antidumpingmaatregelen, nog steeds concurrerend, aangezien deze invoer in de Unie tijdens de beoordelingsperiode werd voortgezet.

(279)

Op basis hiervan concludeerde de Commissie dat de gevolgen van een verlenging van de antidumpingmaatregelen voor importeurs en gebruikers niet opwegen tegen de positieve effecten van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie.

7.3.   Conclusie inzake het belang van de Unie

(280)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen waren om de bestaande maatregelen ten aanzien van invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de betrokken landen niet te handhaven.

8.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(281)

Op basis van haar conclusies betreffende de voortzetting van dumping uit de betrokken landen, de voortzetting en herhaling van schade die oorspronkelijk werd veroorzaakt door de invoer met dumping uit de betrokken landen, en het belang van de Unie, is de Commissie van oordeel dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, uit de VRC en Taiwan moeten worden gehandhaafd.

(282)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong is uit de VRC en Taiwan en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Ten aanzien van de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat voor “alle andere ondernemingen” geldt. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(283)

Een onderneming die naderhand haar naam wijzigt, mag vragen deze individuele antidumpingrechten te blijven toepassen. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (72). Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(284)

Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond aan te bevelen om de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van het onderzochte product uit de VRC en Taiwan te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Alle ontvangen opmerkingen zijn door de Commissie in overweging genomen.

(285)

Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (73) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

(286)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 (74) heeft de Commissie voor een periode van drie jaar een vrijwaringsmaatregel ten aanzien van bepaalde staalproducten ingesteld. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1029 van de Commissie (75) is de vrijwaringsmaatregel verlengd tot en met 30 juni 2024. Het onderzochte product is een van de productcategorieën waarop de vrijwaringsmaatregel van toepassing is. Bijgevolg zou, zodra de in het kader van de vrijwaringsmaatregel vastgestelde tariefcontingenten worden overschreden, voor dezelfde partij zowel het douanerecht bij contingentoverschrijding als het antidumpingrecht verschuldigd zijn. Aangezien een dergelijke cumulatie van antidumpingmaatregelen met vrijwaringsmaatregelen kan leiden tot een groter dan wenselijk effect op de handel, heeft de Commissie besloten de gelijktijdige toepassing van het antidumpingrecht met het douanerecht bij contingentoverschrijding voor het onderzochte product gedurende de periode waarin het vrijwaringsrecht van toepassing is, te voorkomen.

(287)

Dit betekent dat wanneer het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding van toepassing wordt op het onderzochte product en dit recht hoger is dan de antidumpingrechten uit hoofde van de onderhavige verordening, uitsluitend het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding wordt geïnd. Gedurende de periode waarin de vrijwarings- en de antidumpingrechten gelijktijdig van toepassing zijn, wordt de inning van de overeenkomstig de onderhavige verordening ingestelde rechten geschorst. Wanneer het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding van toepassing wordt op het onderzochte product en dit recht wordt vastgesteld op een lager niveau dan de antidumpingrechten in de onderhavige verordening, wordt het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding geïnd naast het verschil tussen dat recht en het hoogste van de overeenkomstig de onderhavige verordening ingestelde antidumpingrechten. Het gedeelte van het bedrag aan niet-geïnde antidumpingrechten wordt geschorst.

(288)

Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7219 31 00, 7219 32 10, 7219 32 90, 7219 33 10, 7219 33 90, 7219 34 10, 7219 34 90, 7219 35 10, 7219 35 90, 7219 90 20, 7219 90 80, 7220 20 21, 7220 20 29, 7220 20 41, 7220 20 49, 7220 20 81, 7220 20 89, 7220 90 20 en 7220 90 80, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan.

2.   De definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:

Land

Onderneming

Antidumpingrecht (%)

Aanvullende Taric-code

VRC

Shanxi Taigang Stainless Steel Co., Ltd, Taiyuan City

24,4

C024

VRC

Tianjin TISCO & TPCO Stainless Steel Co Ltd, Tianjin City

24,4

C025

VRC

Andere medewerkende ondernemingen, opgenomen in de bijlage

24,6

 

VRC

Alle andere ondernemingen

25,3

C999

Taiwan

Chia Far Industrial Factory Co., Ltd, Taipei City

0

C030

Taiwan

Alle andere ondernemingen

6,8

C999

3.   De individuele rechten voor de in lid 2 vermelde ondernemingen worden uitsluitend toegepast indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) koudgewalste producten van roestvrij staal die naar de Europese Unie worden uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, zijn vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in (de VRC/Taiwan). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor “alle andere ondernemingen” geldt.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

1.   Wanneer het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding van toepassing wordt op gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, en dit recht hoger is dan het overeenkomstige ad-valoremantidumpingrecht zoals vermeld in artikel 1, lid 2, wordt uitsluitend het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding geïnd.

2.   Gedurende de periode waarin het bepaalde in lid 1 van toepassing is, wordt de inning van de overeenkomstig de onderhavige verordening ingestelde rechten geschorst.

3.   Wanneer het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding van toepassing wordt op gewalste platte producten van roestvrij staal, enkel koud gewalst, en dit recht wordt vastgesteld op een lager niveau dan het overeenkomstige ad-valoremantidumpingrecht zoals vermeld in artikel 1, lid 2, wordt het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding geïnd naast het verschil tussen dat recht en het hoogste van de overeenkomstige ad-valoremantidumpingrechten zoals vermeld in artikel 1, lid 2.

4.   Het gedeelte van het bedrag aan overeenkomstig lid 2 niet-geïnde antidumpingrechten wordt geschorst.

5.   De in de leden 2 en 4 bedoelde schorsingen zijn van tijdelijke aard en gelden voor de periode waarin het in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2019/159 bedoelde douanerecht bij contingentoverschrijding van toepassing is.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 september 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)   PB L 83 van 27.3.2015, blz. 11.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1429 van de Commissie van 26 augustus 2015 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan (PB L 224 van 27.8.2015, blz. 10).

(4)   PB C 291 van 11.8.2016, blz. 7.

(5)   PB L 98 van 11.4.2017, blz. 10.

(6)   PB C 405 van 2.12.2019, blz. 11.

(7)   PB C 280 van 25.8.2020, blz. 6.

(8)   PB C 322 van 30.9.2020, blz. 17.

(9)  Mededeling over de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 voor antidumping- en antisubsidieonderzoeken (PB C 86 van 16.3.2020, blz. 6).

(10)  Vereniging van niet-geïntegreerde metaalimporteurs en -distributeurs.

(11)  LSI Lamiere Speciali Inox S.p.a.

(12)  European Mold & Form Tec S.L.

(13)  In het open dossier opgeslagen onder referentienummer t20.00021.

(14)  Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the purposes of Trade Defence Investigations”, 20 december 2017, SWD(2017) 483 final/2.

(15)  http://www.gov.cn/zhengce/content/2017-12/01/content_5243734.htm

http://www.chinatax.gov.cn/n810341/n810755/c3377945/content.html

http://www.gov.cn:8080/gongbao/content/2019/content_5416183.htm

(16)  Zoals is vastgesteld in de overwegingen 66 tot en met 76.

(17)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie van 16 april 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde gelaste buizen en pijpen van ijzer of niet-gelegeerd staal, van oorsprong uit Belarus, de Volksrepubliek China en Rusland, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 132 van 19.4.2021, blz. 145) en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie van 7 april 2020 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde warmgewalste platen en rollen van roestvrij staal van oorsprong uit Indonesië, de Volksrepubliek China en Taiwan (PB L 110 van 8.4.2020, blz. 3).

(18)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 149 en 150, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 158 en 159.

(19)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 115-118, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 122-127.

(20)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 119-122, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 128-132: het recht van de desbetreffende overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de CCP-cellen in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Overeenkomstig het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) worden opgezet en de onderneming dient de noodzakelijke voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie te scheppen. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. In elk geval sinds 2016 echter heeft de CCP haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van SSCR en de leveranciers van hun basisproducten.

(21)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 123-129, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 133-138.

(22)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 130-133, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 139-142.

(23)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 134 en 135, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 143 en 144.

(24)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 136-145, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 145-154.

(25)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie van 7 april 2020 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde warmgewalste platen en rollen van roestvrij staal van oorsprong uit Indonesië, de Volksrepubliek China en Taiwan.

(26)  Mondiaal Forum over de overcapaciteit van staal, Ministerieel Rapport, 20 september 2018.

(27)  Tisco, “Company profile”, http://en.tisco.com.cn/CompanyProfile/20151027095855836705.html (laatst geraadpleegd op 2 maart 2020).

(28)  Baowu, “Company profile”, http://www.baowugroup.com/en/contents/5273/102759.html (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).

(29)  Rapport — hoofdstuk 14, blz. 358: 51 % particuliere ondernemingen en 49 % staatsondernemingen wat betreft productie en 44 % staatsondernemingen en 56 % particuliere ondernemingen wat betreft capaciteit.

(30)  Beschikbaar op:

www.gov.cn/zhengce/content/2016-02/04/content_5039353.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021), https://policycn.com/policy_ticker/higher-expectations-for-large-scale-steel-enterprise/?iframe=1&secret=c8uthafuthefra4e (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021), enwww.xinhuanet.com/english/2019-04/23/c_138001574.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).

(31)  Beschikbaar op: http://www.xinhuanet.com/english/2019-04/23/c_138001574.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021) en http://www.jjckb.cn/2019-04/23/c_137999653.htm (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).

(32)  Zoals de fusie van de particuliere onderneming Rizhao en de staatsonderneming Shandong Iron and Steel in 2009. Zie het rapport inzake Beijing steel, blz. 58, en het meerderheidsbelang dat is verworven door China Bawou Baowu Steel Group in Magang Steel in juni 2019, zie https://www.ft.com/content/a7c93fae-85bc-11e9-a028-86cea8523dc2 (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).

(33)  Tisco, “Company profile”, http://en.tisco.com.cn/CompanyProfile/20151027095855836705.html (laatst geraadpleegd op 2 maart 2020).

(34)  Zie verzoek, blz. 19, citaat uit MCI, “Gao Jianbing appointed as the President of TISCO”, 12 oktober 2018, https://metals-consulting.com/gao-jianbing-appointed-as-deputy-party-secretary-deputy-chairman-of-the-board-and-the-president-of-tisco/ (laatst geraadpleegd op 10 maart 2020).

(35)  Rapport — deel III, hoofdstuk 14, blz. 346 e.v.

(36)  Inleiding tot het Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie.

(37)  Rapport — hoofdstuk 14, blz. 347.

(38)  13e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling van de Volksrepubliek China (2016-2020), beschikbaar op:

https://en.ndrc.gov.cn/newsrelease_8232/201612/P020191101481868235378.pdf (laatst geraadpleegd op 6 mei 2021).

(39)  Rapport — hoofdstuk 14, blz. 349.

(40)  Rapport – hoofdstuk 14, blz. 352.

(41)  Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011) (wijziging van 2013), op 27 maart 2011 vastgesteld bij besluit nr. 9 van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming, en gewijzigd overeenkomstig het besluit van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming tot wijziging van de toepasselijke clausules van de Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie van 2011), op 16 februari 2013 vastgesteld bij besluit nr. 21 van de Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming.

(42)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2021/635 van de Commissie, overwegingen 134 en 135, en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/508 van de Commissie, overwegingen 143 en 144.

(43)  World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income

(44)  Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.

(45)  https://www.edp.com.br/distribuicao-es/saiba-mais/informativos/tarifas-aplicadas-a-clientes-atendidos-em-alta-e-media-tensao-(grupo-a)

(46)  https://www.ilo.org/ilostat/faces/oracle/webcenter/portalapp/pagehierarchy/Page21.jspx?_afrLoop=2007202804813928&_afrWindowMode=0&_afrWindowId=ejmgka3iz_63#!%40%40%3F_afrWindowId%3Dejmgka3iz_63%26_afrLoop%3D2007202804813928%26_afrWindowMode%3D0%26_adf.ctrl-state%3Dejmgka3iz_119

(47)  https://www.westmetall.com/en/home.html

(48)  https://www.westmetall.com/en/markdaten.php?action=show_table_average&field=LME_Ni_cash#y2019

(49)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33).

(50)  Beschikbaar op: https://ilostat.ilo.org/data/country-profiles/

(51)  Beschikbaar op: https://establishbrazil.com/articles/whats-real-cost-employee

https://www.jornalcontabil.com.br/quanto-custa-um-funcionario-aprenda-a-calcular/ https://thebrazilbusiness.com/article/introduction-to-fgts

(52)  Beschikbaar op: https://www.ilo.org/shinyapps/bulkexplorer17/?lang=en&segment=indicator&id=HOW_TEMP_SEX_ECO_NB_A

(53)  Beschikbaar op: http://www.edp.com.br/distribuicao-es/saiba-mais/informativos/tarifas-aplicadas-a-clientes-atendidos-em-alta-e-media-tensao-(grupo-a)

(54)  Beschikbaar op: https://www.aneel.gov.br/

(55)  Beschikbaar op: http://www.aneel.gov.br/bandeiras-tarifarias

(56)  Beschikbaar op: http://www.edp.com.br/distribuicao-es/saiba-mais/informativos/bandeira-tarifaria

(57)  http://www.jornalminasgerais.mg.gov.br/autenticidade under the following numbers: 320200406203909022, 320200406203909023, 320200406203909024 en 320200406203909025

(58)  Op basis van de OESO-Dataset: International Transport and Insurance Costs of Merchandise Trade (ITIC) — China-the Netherlands https://stats.oecd.org/Index.aspx?DataSetCode=CIF_FOB_ITIC

(59)  Op basis van de door de Wereldbank bekendgemaakte prijzen voor leveringen van de haven van Tianjin naar Peking https://www.doingbusiness.org/content/dam/doingBusiness/country/c/china/CHN.pdf blz. 88.

(60)  https://connect.ihsmarkit.com/gta/data-extracts

(61)  https://www.dnb.com/business-directory/company-profiles.yieh_united_steel_corporation.19b5298d581ade1c2273b1ac84f5230c.html#financials-anchor

(62)  Op basis van de openbaar beschikbare gegevens in het Taiwan Doing Business Report 2020 (blz. 264 van de bijlagen deel 2 bij het verzoek) is in totaal 105,70 EUR/ton aan kosten van de cif-prijs afgetrokken om tot de prijs af fabriek te komen.

(63)  Uitvoergegevens uit de Global Trade Atlas.

(64)  Negatieve prijsonderbiedingsmarge van 4 %.

(65)  Vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC en Taiwan.

(66)  Bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit India en Indonesië (PB C 322 van 30.9.2020, blz. 17).

(67)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/854 van de Commissie van 27 mei 2021 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op koudgewalste platte producten van roestvrij staal van oorsprong uit India en Indonesië (PB L 188 van 28.5.2021, blz. 61).

(68)  Negatieve prijsbederfmarge van 18,6 % in vergelijking met de richtprijs in het parallelle antidumpingonderzoek tegen India en Indonesië.

(69)  Negatieve prijsonderbiedingsmarge van 4 %.

(70)  Beide onderzoeken betroffen hetzelfde product en hebben dezelfde steekproef van producenten in de Unie, hetzelfde onderzoektijdvak en dezelfde beoordelingsperiode.

(71)  De exacte structuur van de invoer uit de VRC is niet bekend door het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs.

(72)  Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.

(73)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

(74)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27).

(75)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1029 van de Commissie van 24 juni 2021 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie teneinde de vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten te verlengen (PB L 225 I van 25.6.2021, blz. 1).


BIJLAGE

Niet in de steekproef opgenomen medewerkende Chinese producenten-exporteurs:

Land

Naam

Aanvullende Taric-code

VRC

Lianzhong Stainless Steel Corporation, Guangzhou

C026

VRC

Ningbo Qi Yi Precision Metals Co., Ltd, Ningbo

C027

VRC

Tianjin Lianfa Precision Steel Corporation, Tianjin

C028

VRC

Zhangjiagang Pohang Stainless Steel Co., Ltd, Zhangjiagang City

C029