|
30.6.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 230/10 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1070 VAN DE COMMISSIE
van 28 juni 2021
tot vaststelling van bijzondere bestrijdingsmaatregelen voor een beperkte periode in verband met infectie met het nodulaire-dermatosevirus
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 71, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Infectie met het nodulaire-dermatosevirus, veroorzaakt door het nodulaire-dermatosevirus (lumpy skin disease virus, LSDV), is een vectorziekte van runderen en waterbuffels die aanzienlijke economische verliezen kan veroorzaken, de melkopbrengst kan doen teruglopen, ernstige vermagering, permanente schade aan de huid, diverse bijkomende complicaties en chronische verzwakking kan veroorzaken en tot verplaatsings- of handelsverboden kan leiden. Zij is opgenomen in de lijst van ziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) (2). |
|
(2) |
Bij Verordening (EU) 2016/429 is een nieuw wetgevingskader vastgesteld voor de preventie en bestrijding van ziekten. Infectie met het nodulaire-dermatosevirus is opgenomen in bijlage II bij Verordening (EU) 2016/429. Zij is derhalve een in de lijst opgenomen ziekte voor de toepassing van die verordening en is onderworpen aan de daarin vastgestelde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten. Bovendien is infectie met het LSDV opgenomen in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie (3) als een ziekte van categorie A, D en E. |
|
(3) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 van de Commissie (4) vult de in Verordening (EU) 2016/429 vastgestelde voorschriften voor de bestrijding van ziekten van de categorieën A, B en C aan, met inbegrip van ziektebestrijdingsmaatregelen tegen infectie met het LSDV. Verordening (EU) 2016/429, Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 zijn alle van toepassing met ingang van 21 april 2021. |
|
(4) |
Eerder zijn in Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2008 van de Commissie (5) regels voor diergezondheidsmaatregelen vastgesteld in verband met gevallen van infectie met het LSDV in de lidstaten of delen daarvan zoals vermeld in bijlage I bij dat besluit, met inbegrip van de minimumvereisten voor vaccinatieprogramma’s tegen infectie met het LSDV die de lidstaten ter goedkeuring aan de Commissie hebben voorgelegd. Een dergelijke plaatsing op de lijst had betrekking op Bulgarije en Griekenland. Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2008 is vanaf 20 april 2021 niet langer van toepassing en de in deze verordening vastgestelde voorschriften moeten in de plaats komen van die van dat uitvoeringsbesluit. |
|
(5) |
Sinds 2017 zijn in Europa geen uitbraken van infectie met het LSDV gemeld, maar de ziekte komt nog steeds voor in Anatolië, Turkije en Rusland, alsook in Oost-Azië, met name in Bangladesh, China en India. De verspreiding van de ziekte levert dus mogelijk een risico voor de landbouwsector in de Unie op. |
|
(6) |
Afgezien van Bulgarije en Griekenland hebben Kroatië en een aanzienlijk aantal aangrenzende derde landen, zoals Bosnië en Herzegovina, Kosovo (6), Montenegro, Noord-Macedonië, Servië en Turkije, de Commissie ervan in kennis gesteld dat vaccinatie tegen infectie met het LSDV is opgenomen in hun ziektebestrijdingsbeleid. De meeste van die derde landen zijn nu gestopt met vaccinatie en handhaven bewakingsmaatregelen. |
|
(7) |
De epidemiologische situatie in Oost-Europa en de naburige regio’s laat zien dat er in hogerisicogebieden waar gestopt is met vaccineren tegen infectie met het LSDV, nog steeds een zeker risico bestaat dat de ziekte opnieuw wordt binnengebracht of opnieuw opduikt. |
|
(8) |
Op grond van de thans beschikbare epidemiologische informatie, de resultaten van de bewaking van infectie met het LSDV en de vaccinatie tegen die ziekte is het passend in ieder geval in de hoogrisicogebieden van Bulgarije en Griekenland door te gaan met vaccineren tegen infectie met het LSDV. Bovendien moet in alle lidstaten of delen daarvan waar vaccinaties tegen de ziekte zijn teruggelopen of volledig zijn stopgezet, de systematische bewaking — zowel actief als passief — worden voortgezet. |
|
(9) |
Volgens het wetenschappelijk verslag van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over infectie met het LSDV van 30 januari 2020 (7) (hierna “het EFSA-verslag” genoemd) moet een homoloog vaccin worden gebruikt om het risico op verdere verspreiding van infectie met het LSDV naar Zuidoost-Europa te verminderen. Mocht de ziekte na het stoppen met vaccinatie opnieuw opduiken, dan zou er een rampenplan en een vaccinvoorraad, zo nodig zelfs regionaal, moeten klaarliggen om snel met noodvaccinatie te kunnen beginnen. |
|
(10) |
De algemene ziektebestrijdingsmaatregelen van Verordening (EU) 2016/429 en de aanvullende voorschriften van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 bestrijken niet alle noodzakelijke aspecten van vaccinatie tegen infectie met het LSDV. Daarom moet deze verordening uniforme uitvoeringsbepalingen op het niveau van de Unie vaststellen die gelden voor bijzondere ziektebestrijdingsmaatregelen voor een beperkte periode, onder voorwaarden die zijn aangepast aan de epidemiologische situatie van de ziekte in de Unie en in aangrenzende derde landen. Bij de in deze verordening vastgestelde bestrijdingsmaatregelen moet rekening worden gehouden met de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2008 en met de internationale normen die zijn vastgesteld in hoofdstuk 11.9 (over infectie met het nodulaire-dermatosevirus) van de Gezondheidscode voor landdieren van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE-code) (8). |
|
(11) |
De voorschriften van deze verordening moeten voorzien in een regionaliseringsaanpak en moeten worden toegepast in combinatie met de ziektebestrijdingsmaatregelen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687. Bovendien moet in deze verordening een lijst worden opgenomen van de beperkingszones van lidstaten die programma’s voor preventieve vaccinatie met levende verzwakte vaccins uitvoeren waar geen uitbraken van infectie met het LSDV zijn (beperkingszone I), en gebieden met uitbraken van infectie met het LSDV (beperkingszone II). De in beperkingszone I of II ingedeelde gebieden moeten in bijlage I bij deze verordening worden opgenomen, rekening houdend met de door de bevoegde autoriteiten van de door de ziekte getroffen lidstaten verstrekte informatie. |
|
(12) |
Gevaccineerde runderen en producten van die runderen kunnen een risico zijn wat de verspreiding van infectie met het LSDV betreft. Daarom moet deze verordening voorzien in bepaalde verbodsbepalingen en specifieke voorwaarden voor verplaatsingen van zendingen runderen of verschillende soorten producten uit de in bijlage I bij deze verordening opgenomen beperkingszones. Om te voorkomen dat de handel onnodig wordt verstoord, moeten bepaalde afwijkingen van die verbodsbepalingen en specifieke voorwaarden worden vastgesteld. Bij die afwijkingen en specifieke voorwaarden moet rekening worden gehouden met de beginselen van de OIE-code wat risicobeperkende maatregelen voor infectie met het LSDV betreft, alsook met de voorschriften voor de preventie en bestrijding van dierziekten van Verordening (EU) 2016/429 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687. |
|
(13) |
Wat het risico van verspreiding van infectie met het LSDV betreft, houden verschillende producten een verschillend risiconiveau in. Zoals aangegeven in het EFSA-verslag, vormen de verplaatsing van levende runderen, rundersperma en ongelooide huiden van besmette runderen een groter risico qua blootstelling en gevolgen dan andere producten zoals melk en zuivelproducten, behandelde huiden of vers vlees, vleesbereidingen en vleesproducten van runderen. Er is echter nog niet voldoende wetenschappelijk of experimenteel bewijs van hun rol bij de overdracht van infectie met het nodulaire-dermatosevirus. Het kan niet worden uitgesloten dat het nodulaire-dermatosevirus wordt overgedragen via sperma, eicellen en embryo’s van runderen. Melk, zuivelproducten en colostrum kunnen een risico van verspreiding van het nodulaire-dermatosevirus vormen, maar enkel indien zij voor vervoedering aan de vatbare diersoorten zijn bestemd. |
|
(14) |
Daarom moeten voor deze producten bepaalde beschermende maatregelen worden uitgevaardigd op basis van het EFSA-verslag en de recentst bijgewerkte normen en aanbevelingen ter zake van de OIE. |
|
(15) |
Aan verplaatsingen van zendingen dieren voor onmiddellijke slacht is een lager risico op verspreiding van dierziekten verbonden dan aan andere soorten verplaatsingen van dieren, mits risicobeperkingsmaatregelen worden getroffen. Het is daarom passend dat de lidstaten bij wijze van uitzondering afwijkingen van bepaalde verbodsbepalingen van deze verordening kunnen toestaan voor verplaatsingen, met het oog op onmiddellijke slacht, van zendingen runderen vanuit beperkingszones I en II naar een slachthuis buiten beperkingszones I en II in dezelfde lidstaat. |
|
(16) |
De afwijkingen voor verplaatsingen van zendingen van bepaalde runderen vanuit beperkingszones I of II naar andere beperkingszones I of II in een andere lidstaat met een vergelijkbare ziektestatus zijn gerechtvaardigd, indien specifieke risicobeperkingsmaatregelen worden toegepast. Dit vereist de totstandbrenging van een veilige kanalisatieprocedure onder strikt toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong, doorgang en bestemming. |
|
(17) |
Artikel 143 van Verordening (EU) 2016/429 bepaalt dat bij verplaatsingen van dieren, met inbegrip van runderen, de betrokken dieren vergezeld moeten gaan van diergezondheidscertificaten. Wanneer afwijkingen van het verbod op verplaatsingen van zendingen runderen vanuit beperkingszones I en II worden toegepast op zendingen runderen die bestemd zijn voor verplaatsingen binnen de Unie, moeten die diergezondheidscertificaten een verwijzing naar deze verordening bevatten om te waarborgen dat in die diergezondheidscertificaten adequate en juiste gezondheidsinformatie wordt verstrekt. |
|
(18) |
Waar deze verordening voorziet in afwijkingen van de verbodsbepalingen ten aanzien van verplaatsingen van zendingen levende producten vanuit beperkingszones I en II, moeten de vergezellende diergezondheidscertificaten een verwijzing naar deze verordening bevatten om adequate en juiste gezondheidsinformatie te waarborgen overeenkomstig deze verordening en Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie (9). |
|
(19) |
Bij het vervoer van runderen en dierlijke bijproducten van die dieren uit beperkingszones I en II moeten maatregelen op het gebied van dierenwelzijn en bioveiligheid worden genomen om de verspreiding van infectie met het LSDV te voorkomen. |
|
(20) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 is van toepassing met ingang van 21 april 2021. In het belang van de rechtszekerheid moet de onderhavige verordening derhalve met spoed in werking treden. |
|
(21) |
Deze verordening moet van toepassing zijn tot en met 21 april 2023, rekening houdend met de ervaring van de Unie met de bestrijding van infectie met het LSDV, de huidige epidemiologische situatie van die ziekte in de lidstaten en aangrenzende derde landen en eventuele toekomstige regels inzake vaccinatie die worden vastgesteld op grond van artikel 47 van Verordening (EU) 2016/429. |
|
(22) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Bij deze verordening worden bijzondere ziektebestrijdingsmaatregelen vastgesteld in verband met infectie met het nodulaire-dermatosevirus (LSDV) die de lidstaten gedurende een beperkte periode moeten toepassen in gebieden op hun grondgebied waar:
|
a) |
een uitbraak van die ziekte is bevestigd; |
|
b) |
geen uitbraak van die ziekte is bevestigd, maar waar zij besluiten overeenkomstig de voorschriften van deze verordening tegen die ziekte te vaccineren. |
De in deze verordening vastgestelde bijzondere ziektebestrijdingsmaatregelen zijn van toepassing op runderen en bijproducten en levende producten die van dergelijke runderen zijn verkregen, en komen bovenop de ziektebestrijdingsmaatregelen die van toepassing zijn op de beschermings-, bewakings- en extra beperkingszones die door de bevoegde autoriteit van een lidstaat zijn ingesteld naar aanleiding van een uitbraak van infectie met het LSDV, overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687.
Daarnaast gelden tevens de volgende definities:
|
1) |
“rund”: een dier dat behoort tot de hoefdiersoorten in de geslachten Bison, Bos (met inbegrip van de ondergeslachten Bos, Bibos, Novibos en Poephagus) en Bubalus (met inbegrip van het ondergeslacht Anoa), alsook kruisingen van die soorten; |
|
2) |
“beperkingszone I”: een nauwkeurig afgebakend geografisch deel van het grondgebied van een lidstaat:
|
|
3) |
“beperkingszone II”: een nauwkeurig afgebakend geografisch deel van het grondgebied van een lidstaat:
|
HOOFDSTUK II
BIJZONDERE ZIEKTEBESTRIJDINGSMAATREGELEN TEGEN INFECTIE MET HET LSDV
AFDELING 1
Instelling van beperkingszones en vaccinatie tegen infectie met het LSDV
Artikel 3
Instelling van beperkingszones I en II
1. In geval van bevestiging van een uitbraak van infectie met het LSDV bij runderen handelt de bevoegde autoriteit als volgt:
|
a) |
zij stelt een beperkingszone II in:
|
|
b) |
zij zorgt ervoor dat in de in punt a) bedoelde beperkingszone II tegen die ziekte wordt gevaccineerd, en wel als volgt:
|
Wanneer echter slechts één uitbraak van infectie met het LSDV bij gehouden runderen is bevestigd in een gebied van een lidstaat waar die ziekte vóór die uitbraak niet voorkwam, en wanneer de overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 uitgevoerde maatregelen de verspreiding van de ziekte doeltreffend blijken tegen te gaan, kan de bevoegde autoriteit besluiten geen beperkingszone II in te stellen.
2. Om de verspreiding van het LSDV te voorkomen kan de bevoegde autoriteit overeenkomstig de criteria van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 een beperkingszone I instellen in gebieden waar geen uitbraak van infectie met het LSDV is bevestigd. In die beperkingszone I vaccineert de bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 1, punt b), van dit artikel tegen die ziekte.
3. De bevoegde autoriteit van de lidstaten die vaccinatie tegen infectie met het LSDV toepassen, verstrekt de Commissie en de andere lidstaten voor het begin van de vaccinatie en het in lid 1, punt b), i), bedoelde vaccinatieprogramma de in deel III van bijlage II bij deze verordening vermelde informatie.
Artikel 4
Verbod op verplaatsingen in beperkingszones I en II
1. De bevoegde autoriteit verbiedt verplaatsingen van de volgende zendingen in beperkingszones II:
|
a) |
runderen; |
|
b) |
levende producten van runderen; |
|
c) |
niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen, met inbegrip van melk, colostrum, zuivelproducten en producten op basis van colostrum die bestemd zijn voor het voederen van dieren. |
2. De bevoegde autoriteit verbiedt verplaatsingen van de volgende zendingen in beperkingszones I:
|
a) |
runderen; |
|
b) |
levende producten van runderen; |
|
c) |
niet-verwerkte dierlijke bijproducten van andere runderen dan melk, colostrum, zuivelproducten en producten op basis van colostrum bestemd voor het voederen van dieren. |
3. In afwijking van de verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 kan de bevoegde autoriteit een vergunning verlenen voor de in hoofdstuk III bedoelde verplaatsingen onder de daarin vastgestelde voorwaarden.
AFDELING 2
Opneming Van Beperkingszones I En Ii In Bijlage I
Artikel 5
Opneming van beperkingszone II in deel II van bijlage I
Zodra om epidemiologische redenen een gebied van een lidstaat dat geheel of gedeeltelijk door een overeenkomstig artikel 3, lid 1, ingestelde beperkingszone II wordt bestreken, in deel II van bijlage I wordt opgenomen, handelt de bevoegde autoriteit onmiddellijk als volgt:
|
a) |
zij past de grenzen van de initiële beperkingszone II aan, zodat deze overeenstemt met de in die bijlage beschreven beperkingszone II; |
|
b) |
zij breidt de in artikel 3, lid 1, punt b), bedoelde vaccinatie en de verbodsbepalingen van artikel 4, lid 1, uit tot de in die bijlage omschreven beperkingszone II. |
Artikel 6
Opneming van beperkingszone I in deel I van bijlage I
1. Wanneer om epidemiologische redenen een gebied van een lidstaat waar geen uitbraak van infectie met het LSDV is bevestigd, overeenkomstig de criteria van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 in deel I van bijlage I bij deze verordening wordt opgenomen, handelt de bevoegde autoriteit als volgt:
|
a) |
zij zorgt voor vaccinatie overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt b), in de in die bijlage omschreven beperkingszone I; |
|
b) |
zij voert in de in die bijlage omschreven beperkingszone I de verbodsbepalingen uit die in artikel 4, lid 2, zijn vastgesteld. |
2. Wanneer de bevoegde autoriteit besluit overeenkomstig artikel 3, lid 2, een beperkingszone I in te stellen, wordt die beperkingszone opgenomen in deel I van bijlage I.
HOOFDSTUK III
VOORWAARDEN VOOR VERPLAATSINGEN IN EN VANUIT GEBIEDEN WAAR BIJZONDERE ZIEKTEBESTRIJDINGSMAATREGELEN IN VERBAND MET INFECTIE MET HET NODULAIRE-DERMATOSEVIRUS WORDEN TOEGEPAST
AFDELING 1
Afwijkingen van de verbodsbepalingen inzake verplaatsingen van zendingen runderen uit beperkingszones i en ii
Artikel 7
Afwijkingen van het verbod op verplaatsingen van zendingen runderen uit beperkingszone I
In afwijking van het verbod van artikel 4, lid 2, punt a), mag de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen runderen uit inrichtingen in beperkingszone I naar:
|
a) |
beperkingszones I of II in dezelfde of een andere lidstaat, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
|
b) |
elke bestemming — met inbegrip van gebieden buiten beperkingszones, andere beperkingszones I of beperkingszones II — in dezelfde lidstaat of in andere lidstaten, indien naast de voorwaarden van punt a), ii), iii) en iv), van dit artikel alle volgende voorwaarden worden vervuld:
|
|
c) |
elke bestemming — met inbegrip van gebieden buiten beperkingszones, andere beperkingszones I of beperkingszones II — in andere lidstaten of gebieden in derde landen, indien naast de voorwaarden van punt a) van dit artikel de volgende voorwaarden worden vervuld:
|
Artikel 8
Afwijkingen van het verbod op verplaatsingen van zendingen runderen uit beperkingszone II
In afwijking van het verbod van artikel 4, lid 1, punt a), mag de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen runderen uit inrichtingen in beperkingszone II naar:
|
a) |
elke bestemming — met inbegrip van gebieden buiten beperkingszones, andere beperkingszones I, andere beperkingszones II in dezelfde lidstaat en in andere lidstaten, indien aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
|
b) |
elke bestemming binnen een andere beperkingszone II in dezelfde lidstaat, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
Artikel 9
Specifieke voorwaarden voor het verlenen van toestemming voor verplaatsingen van zendingen runderen uit beperkingszones I en II naar een slachthuis buiten die zones op het grondgebied van dezelfde lidstaat met het oog op onmiddellijke slacht
In afwijking van de verbodsbepalingen van artikel 4, lid 2, punt a), en artikel 4, lid 1, punt a), van deze verordening kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen runderen uit beperkingszones I en II naar een slachthuis buiten die zones op het grondgebied van dezelfde lidstaat, mits de runderen worden verplaatst met het oog op onmiddellijke slacht overeenkomstig de algemene voorwaarden van artikel 28, lid 2 tot en met lid 5, en artikel 28, lid 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687.
Artikel 10
Afwijkingen van het verbod op verplaatsingen van zendingen sperma, eicellen en embryo’s van runderen uit beperkingszones I en II
1. In afwijking van het verbod van artikel 4, lid 2, punt b), mag de bevoegde autoriteit van een lidstaat toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen sperma, eicellen en embryo’s van runderen uit erkende inrichtingen voor levende producten of andere inrichtingen die zich in beperkingszone I bevinden naar:
|
a) |
beperkingszones I of II in dezelfde lidstaat, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
|
b) |
elke bestemming in een andere beperkingszone I of II in een andere lidstaat, mits naast de voorwaarden van punt a) ook alle volgende voorwaarden worden vervuld:
|
|
c) |
elke bestemming in dezelfde of een andere lidstaat of, in geval van beperkingszone I, in een derde land, mits de donordieren naast de voorwaarden van punt a) voldoen aan alle andere passende diergezondheidsgaranties, op grond van een positieve uitkomst van een risicobeoordeling van de effecten van de verzending en van de maatregelen tegen de verspreiding van infectie met het LSDV die vóór de verzending van het sperma, de eicellen of de embryo’s door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de inrichting van oorsprong zijn voorgeschreven en door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van de plaatsen van doorgang en bestemming zijn goedgekeurd. |
2. In afwijking van het verbod van artikel 4, lid 1, punt b), mag de bevoegde autoriteit toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen sperma, eicellen en embryo’s van runderen uit erkende inrichtingen voor levende producten of andere inrichtingen in beperkingszone II naar elke bestemming in een andere beperkingszone II in dezelfde lidstaat.
Artikel 11
Afwijkingen van het verbod op de verplaatsingen van niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen uit beperkingszones I
In afwijking van het verbod van artikel 4, lid 2, punt c), mag de bevoegde autoriteit van een lidstaat toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen uit inrichtingen in beperkingszone I naar:
|
a) |
elke bestemming in dezelfde lidstaat of elke bestemming in beperkingszones I of II in een andere lidstaat; |
|
b) |
in het geval van zendingen huiden, elke bestemming in een gebied van dezelfde of een andere lidstaat of een derde land, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
Artikel 12
Afwijking van het verbod op de verplaatsingen van zendingen niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen uit beperkingszones II
In afwijking van het verbod van artikel 4, lid 1, punt c), mag de bevoegde autoriteit van een lidstaat toestemming verlenen voor verplaatsingen van zendingen niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen uit inrichtingen in beperkingszone II naar:
|
a) |
in het geval van andere niet-verwerkte dierlijke bijproducten dan huiden, elke bestemming in dezelfde lidstaat of elke bestemming in beperkingszones I of II in een andere lidstaat, mits de niet-verwerkte dierlijke bijproducten onder officieel toezicht van de bevoegde autoriteiten worden verzonden met het oog op verwerking of verwijdering in een overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad (12) erkend bedrijf; |
|
b) |
in het geval van huiden van runderen:
|
|
c) |
in het geval van colostrum, melk en zuivelproducten, elke bestemming in een gebied in dezelfde of een andere lidstaat, mits zij een risicobeperkende behandeling voor infectie met het LSDV hebben ondergaan, zoals vastgesteld in bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687. |
Afdeling 2
Verplichtingen van exploitanten met betrekking tot diergezondheidscertificaten
Artikel 13
Verplichtingen van exploitanten ten aanzien van diergezondheidscertificaten voor verplaatsingen van zendingen runderen uit beperkingszones I en II buiten die zones
Exploitanten verplaatsen zendingen runderen uit beperkingszones I en II, slechts buiten die zones binnen dezelfde lidstaat of naar een andere lidstaat in de gevallen die worden bestreken in de artikelen 7, 8 en 9 van deze verordening, indien de te verplaatsen dieren vergezeld gaan van het diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in artikel 73 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie (13), dat ten minste een van de volgende verklaringen bevat dat aan de voorschriften van deze verordening is voldaan:
|
a) |
“Runderen uit beperkingszone I overeenkomstig de bijzondere bestrijdingsmaatregelen tegen infectie met het LSDV, als vastgesteld in artikel 7 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1070 van de Commissie.”; |
|
b) |
“Runderen uit beperkingszone II overeenkomstig de bijzondere bestrijdingsmaatregelen tegen infectie met het LSDV, als vastgesteld in artikel 8 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1070 van de Commissie.”; |
|
c) |
“Runderen uit beperkingszone I of II overeenkomstig de bijzondere bestrijdingsmaatregelen tegen infectie met het LSDV, als vastgesteld in artikel 9 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1070 van de Commissie.”. |
In geval van verplaatsingen van de zendingen zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel binnen dezelfde lidstaat kan de bevoegde autoriteit echter besluiten dat geen diergezondheidscertificaat hoeft te worden uitgereikt, zoals bedoeld in artikel 143, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2016/429.
Artikel 14
Verplichtingen van exploitanten ten aanzien van diergezondheidscertificaten voor verplaatsingen van zendingen levende producten, verkregen van runderen uit inrichtingen in beperkingszones I en II buiten die zones
Exploitanten verplaatsen zendingen levende producten, verkregen van runderen uit beperkingszones I en II, slechts buiten die zones binnen dezelfde lidstaat of naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 10 van deze verordening indien die zendingen vergezeld gaan van een diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in artikel 161, lid 4, van Verordening (EU) 2016/429, dat ten minste een van de volgende verklaringen bevat dat aan de voorschriften van deze verordening is voldaan:
|
a) |
“Levende producten … (sperma, eicellen en/of embryo’s, aangeven wat van toepassing is), verkregen van runderen die in beperkingszone I worden gehouden overeenkomstig bijzondere bestrijdingsmaatregelen voor infectie met het LSDV als vastgesteld in artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1070 van de Commissie.”; |
|
b) |
“Levende producten … (sperma, eicellen en/of embryo’s, aangeven wat van toepassing is), verkregen van runderen die in beperkingszone II worden gehouden overeenkomstig bijzondere bestrijdingsmaatregelen voor infectie met het LSDV als vastgesteld in artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1070 van de Commissie.”. |
In geval van verplaatsingen van de zendingen zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel binnen dezelfde betrokken lidstaat kan de bevoegde autoriteit echter besluiten dat geen diergezondheidscertificaat hoeft te worden uitgereikt zoals bedoeld in artikel 161, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2016/429.
Artikel 15
Verplichtingen van exploitanten ten aanzien van diergezondheidscertificaten voor verplaatsingen van zendingen niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen uit beperkingszones I en II buiten die zones
Exploitanten verplaatsen zendingen niet-verwerkte dierlijke bijproducten van runderen uit beperkingszones I en II slechts buiten die zones binnen dezelfde lidstaat of naar een andere lidstaat in de gevallen die worden bestreken door artikel 12 indien die zendingen vergezeld gaan van:
|
a) |
een handelsdocument zoals bedoeld in hoofdstuk III van bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011, en |
|
b) |
een diergezondheidscertificaat zoals bedoeld in artikel 22, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687. |
In geval van verplaatsingen van de zendingen zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel binnen dezelfde lidstaat kan de bevoegde autoriteit echter besluiten dat geen diergezondheidscertificaat wordt uitgereikt zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687.
AFDELING 3
Specifieke voorwaarden voor het verlenen van toestemming voor verplaatsingen van zendingen van in beperkingszones I en II gehouden runderen buiten die zones en kanalisatieprocedures
Artikel 16
Aanvullende algemene voorwaarden met betrekking tot het vervoermiddel dat wordt gebruikt voor de verplaatsing van zendingen runderen en niet-verwerkte dierlijke bijproducten uit beperkingszones I en II buiten die zones
De bevoegde autoriteit van de lidstaat verleent slechts toestemming voor verplaatsingen van zendingen runderen en niet-verwerkte dierlijke bijproducten uit beperkingszones I en II buiten die zones indien de voor het vervoer van die zendingen gebruikte vervoermiddelen aan de volgende voorwaarden voldoen:
|
a) |
in het geval van het vervoer van runderen geldt dat de vervoermiddelen:
|
|
b) |
zij bevatten uitsluitend levende dieren, niet-verwerkte dierlijke bijproducten of onbehandelde huiden met dezelfde gezondheidsstatus. |
Artikel 17
Verplichtingen van de bevoegde autoriteit van de inrichting van oorsprong met betrekking tot kanalisatieprocedures
1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van de inrichting van oorsprong zet een kanalisatieprocedure op onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van de plaatsen van oorsprong, doorgang en bestemming voor verplaatsingen van zendingen runderen of niet-verwerkte dierlijke bijproducten die onder de afwijkingen van de artikelen 8, 9 en 12 vallen, wanneer de bestemming in een andere lidstaat is gelegen (“de kanalisatieprocedure”).
2. De bevoegde autoriteit van de inrichting van oorsprong zorgt ervoor dat:
|
a) |
elk vervoermiddel dat wordt gebruikt voor de verplaatsing van de in lid 1 bedoelde zendingen runderen of niet-verwerkte dierlijke bijproducten, door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de inrichting van oorsprong afzonderlijk is geregistreerd voor het vervoer van hetzij runderen hetzij niet-verwerkte dierlijke bijproducten volgens de kanalisatieprocedure, en:
|
|
b) |
het vervoer gebeurt:
|
3. Met het oog op de kanalisatie zorgt de bevoegde autoriteit van de inrichting van oorsprong ervoor dat vóór de eerste verzending van een zending uit beperkingszones I of II vanwaaruit een kanalisatieprocedure plaatsvindt, de nodige regelingen met de relevante bevoegde autoriteiten van de plaatsen van doorgang en bestemming en de exploitanten zijn getroffen om te zorgen voor:
|
a) |
overeenstemming over een noodplan; |
|
b) |
de commandostructuur en de volledige samenwerking tussen diensten en exploitanten in geval van ongevallen tijdens het vervoer, ernstige defecten aan de vervoermiddelen of frauduleus handelen; |
|
c) |
onmiddellijke kennisgeving door exploitanten aan de bevoegde autoriteit van elk ongeval of ernstig defect aan het vervoermiddel. |
Artikel 18
Verplichtingen van de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming met betrekking tot kanalisatieprocedures
De bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming die een kanalisatieprocedure volgt, handelt als volgt:
|
a) |
zij bevestigt elke aankomst bij de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong; |
|
b) |
zij zorgt ervoor dat de runderen ten minste gedurende de in bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 vastgestelde monitoringperiode voor infectie met het LSDV in de inrichting van bestemming blijven, behalve wanneer de inrichting van bestemming een slachthuis is; |
|
c) |
zij zorgt ervoor dat na het lossen van de levende dieren of niet-verwerkte dierlijke bijproducten het vervoermiddel en de andere uitrusting die voor het vervoer zijn gebruikt, in een afgesloten ruimte van de plaats van bestemming onder toezicht van de officiële dierenarts in hun geheel worden gereinigd, ontsmet en behandeld met toegelaten insecticiden die doeltreffend zijn tegen bekende vectoren van infectie met het LSDV. |
Artikel 19
Verplichtingen van de lidstaat van de plaats van oorsprong van de zendingen runderen, levende producten of niet-verwerkte dierlijke bijproducten betreffende informatie aan de Commissie en de lidstaten voor op basis van risicobeoordelingen toegestane afwijkingen
Wanneer de bevoegde autoriteit op basis van de positieve uitkomst van een risicobeoordeling van de maatregelen tegen de verspreiding van infectie met het LSDV als bedoeld in de artikelen 7, 8 of 10 toestemming verleent voor verplaatsingen van zendingen runderen of levende producten, stelt de lidstaat van de plaats van oorsprong de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van de diergezondheidsgaranties en van de goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van de plaats van de inrichting van bestemming.
HOOFDSTUK IV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 20
Inwerkingtreding en toepassingsdatum
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing tot en met 21 april 2023.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 juni 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.
(2) OIE — Listed diseases, infections and infestations in force in 2021. OIE — Terrestrial Animal Health Code, 28e editie, 2019, ISBN 978-92-95108-85-1 (https://www.oie.int/en/animal-health-in-the-world/oie-listed-diseases-2021/).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1882 van de Commissie van 3 december 2018 betreffende de toepassing, op de categorieën in de lijst opgenomen ziekten, van bepaalde regels voor de preventie en bestrijding van ziekten en tot vaststelling van een lijst van soorten en groepen soorten die een aanzienlijk risico vormen in verband met de verspreiding van die ziekten (PB L 308 van 4.12.2018, blz. 21).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 64).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2008 van de Commissie van 15 november 2016 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met nodulaire dermatose in sommige lidstaten (PB L 310 van 17.11.2016, blz. 51).
(6) Deze benaming laat de standpunten over de status onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
(7) EFSA Journal 2020; 18(2):6010.
(8) OIE — Terrestrial animal health code (2019). OIE — Terrestrial animal health code, 28e editie, 2019, ISBN 978-92-95108-85-1 (www.oie.int/en/standard-setting/terrestrial-code/access-online/).
(9) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten en de traceerbaarheids- en diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 1).
(10) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).
(11) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).
(12) Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).
(13) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140).
(14) Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1).
BIJLAGE I
BEPERKINGSZONES I EN II
(zoals bedoeld in artikel 3)
DEEL I
Beperkingszone I
1. Bulgarije:
Het gehele grondgebied van Bulgarije
2. Griekenland:
|
A. |
De volgende regio’s in Griekenland:
|
|
B. |
De volgende regionale eenheden in Griekenland:
|
DEEL II
Beperkingszone II
Geen
BIJLAGE II
VOORSCHRIFTEN VOOR VACCINATIEPROGRAMMA’S IN VERBAND MET INFECTIE MET HET NODULAIRE-DERMATOSEVIRUS
(zoals bedoeld in artikel 3)
DEEL I
Informatie die in het vaccinatieprogramma als bedoeld in artikel 3 moet worden opgenomen
Wanneer een lidstaat vaccineert tegen infectie met het LSDV, moet die vaccinatie worden uitgevoerd volgens een vaccinatieprogramma dat ten minste de volgende informatie bevat:
|
a) |
de beschrijving en de resultaten van de overeenkomstig de criteria van artikel 46, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 uitgevoerde beoordeling, met inbegrip van de epidemiologische situatie en andere relevante informatie die als basis voor de beoordeling is gebruikt; |
|
b) |
de belangrijkste doelstellingen en streefcijfers in verband met de gekozen vaccinatiestrategie en het vaccinatieprogramma; |
|
c) |
de gedetailleerde geografische beschrijving van het vaccinatiegebied waar vaccinatie moet plaatsvinden en de locatie van de inrichtingen waar runderen worden gehouden die moeten worden gevaccineerd, inclusief kaarten; |
|
d) |
de autoriteit die verantwoordelijk is voor het toedienen van het vaccin aan de runderen; |
|
e) |
het systeem voor toezicht op de toediening van het vaccin; |
|
f) |
het aantal inrichtingen in de beperkingszone waar runderen worden gehouden en, indien verschillend, het aantal inrichtingen waar vaccinatie moet plaatsvinden; |
|
g) |
het geschatte aantal runderen en de categorie en leeftijd van de te vaccineren dieren; |
|
h) |
de beoogde duur van de vaccinatie, vanaf het begin van de vaccinatie tot het einde van de bewaking die na de vaccinatie zal plaatsvinden; |
|
i) |
de samenvatting van de kenmerken van het vaccin, waaronder de naam van het product en de naam van de fabrikant, en de wijzen van toediening; |
|
j) |
de vermelding, in voorkomend geval, dat het een vaccin betreft dat krachtens artikel 110, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad (1) wordt gebruikt; |
|
k) |
de methoden om de doeltreffendheid van de vaccinatie te beoordelen; |
|
l) |
de toe te passen hygiëne- en biobeveiligingsvoorschriften; |
|
m) |
het registratiesysteem voor de vaccinatie; |
|
n) |
andere aspecten die relevant zijn voor de specifieke situatie. |
DEEL II
Minimumvereisten voor vaccinatieprogramma’s tegen infectie met het LSDV als bedoeld in artikel 3
De vaccinatieprogramma’s tegen infectie met het LSDV moeten in overeenstemming zijn met de volgende technische voorschriften:
|
a) |
vaccinatie van alle runderen, ongeacht hun geslacht, leeftijd en drachtigheids- of productiestatus, in de beperkingszones I en II waar vaccinatie moet worden uitgevoerd; |
|
b) |
vaccinatie van de nakomelingen van gevaccineerde runderen ouder dan vier maanden volgens de instructies van de fabrikant van het gebruikte vaccin; |
|
c) |
hervaccinatie van alle runderen volgens de instructies van de fabrikant; |
|
d) |
opname van de gegevens voor elk gevaccineerd rund door de bevoegde autoriteit in het daartoe bestemde onlinegegevensbestand dat met het centrale gegevensbestand is verbonden, overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2019/2035 van het Europees Parlement en de Raad (2); |
|
e) |
instelling van een gebied met verhoogde bewaking van ten minste 20 km rond de beperkingszones I en II waar vaccinatie plaatsvindt, waar verscherpte bewaking is en de bevoegde autoriteit toezicht houdt op de verplaatsing van runderen; |
|
f) |
vaccinatiegraad van ten minste 95 % van de beslagen, die ten minste 75 % van de runderpopulatie vertegenwoordigen. |
DEEL III
Voorlopige informatie die aan de Commissie en de andere lidstaten moet worden verstrekt voordat met vaccinatie als bedoeld in artikel 3, lid 3, wordt begonnen
Lidstaten die vaccineren tegen nodulaire dermatose, moeten de Commissie en de andere lidstaten de volgende informatie verstrekken voordat met de vaccinatie wordt begonnen:
|
a) |
een korte uitleg waarom met de vaccinatie wordt begonnen; |
|
b) |
de te vaccineren soorten runderen; |
|
c) |
het geschatte aantal te vaccineren runderen; |
|
d) |
de geschatte duur van de vaccinatie; |
|
e) |
het type en de handelsnaam van het gebruikte vaccin, waarbij moet worden aangegeven of het een vaccin betreft dat krachtens artikel 110, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2019/6 zal worden gebruikt; |
|
f) |
een beschrijving van het geschatte vaccinatiegebied. |
(1) Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43).
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 115).