6.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 158/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/731 VAN DE COMMISSIE

van 26 januari 2021

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad met procedureregels betreffende door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan centrale tegenpartijen uit derde landen of gelieerde derden opgelegde sancties

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 25 decies, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 648/2012 is gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/2099 van het Europees Parlement en de Raad (2). Bij die wijzigingen in Verordening (EU) nr. 648/2012 is de Commissie onder meer gemachtigd om de procedureregels nader te bepalen voor de uitoefening door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (“ESMA”) van de bevoegdheid tot het opleggen van geldboeten en dwangsommen aan centrale tegenpartijen uit derde landen (“CTP’s uit derde landen”) en aan gelieerde derden waaraan die CTP’s operationele taken of activiteiten hebben uitbesteed (“gelieerde derden”). Die procedureregels moeten met name bepalingen bevatten inzake het recht van verweer, termijnbepalingen, de inning van geldboeten of dwangsommen, en de verjaringstermijnen voor de oplegging en tenuitvoerlegging van sancties.

(2)

In artikel 41, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wordt het recht van eenieder erkend om te worden gehoord voordat jegens hem een voor hem nadelige individuele maatregel wordt genomen, net als het recht van eenieder om inzage te krijgen in het hem betreffende dossier, met inachtneming van het gerechtvaardigde belang van de vertrouwelijkheid en het beroeps- en het zakengeheim.

(3)

De ESMA moet de CTP uit het derde land, de gelieerde derde of andere betrokken personen horen om ervoor te zorgen dat het recht van verweer van CTP’s uit derde landen en gelieerde derden waarop de maatregelen van de ESMA van toepassing zijn, worden geëerbiedigd, en om ervoor te zorgen dat de ESMA bij het nemen van handhavingsbesluiten rekening houdt met alle relevante feiten. CTP’s uit derde landen en gelieerde derden moeten daarom het recht hebben om schriftelijke opmerkingen te maken naar aanleiding van mededelingen van bevindingen door de onderzoeksfunctionaris en de ESMA, ook in geval van materiële wijzigingen in de aanvankelijke mededeling van bevindingen. De onderzoeksfunctionaris en de ESMA moeten ook CTP’s uit derde landen en gelieerde derden kunnen uitnodigen om tijdens een hoorzitting nadere toelichting te geven indien de onderzoeksfunctionaris of de ESMA van mening zijn dat bepaalde elementen van de schriftelijke opmerkingen die zijn ingediend bij de onderzoeksfunctionaris of de ESMA, onvoldoende duidelijk of gedetailleerd zijn en dat nadere toelichting noodzakelijk is.

(4)

Het is belangrijk de transparantie te waarborgen tussen de overeenkomstig artikel 25 decies van Verordening (EU) nr. 648/2012 door de ESMA benoemde onderzoeksfunctionaris en de ESMA zelf. Die transparantie vereist dat het dossier van de onderzoeksfunctionaris, naast de mededeling van bevindingen, alle opmerkingen van de CTP’s uit derde landen of gelieerde derden bevat, de mededeling van bevindingen op basis waarvan die CTP’s of gelieerde derden hun opmerkingen hebben ingediend, en de notulen van elke hoorzitting.

(5)

Overeenkomstig artikel 25 terdecies, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 kan de ESMA, indien dringend moet worden opgetreden, voorlopige besluiten nemen tot het opleggen van geldboeten of dwangsommen zonder de aan een onderzoek of procedure onderworpen personen vooraf te horen. Om de doeltreffendheid te waarborgen van de bevoegdheid van de ESMA om voorlopige besluiten te nemen, hoeven de CTP’s uit derde landen en de gelieerde derden die aan een onderzoek worden onderworpen, niet het recht te hebben om toegang tot het dossier te krijgen of te worden gehoord voordat de onderzoeksfunctionaris het dossier met zijn bevindingen bij de ESMA heeft ingediend, of voordat de ESMA haar voorlopige besluit heeft genomen. Om het recht van verweer te eerbiedigen, moeten CTP’s uit derde landen en gelieerde derden echter het recht hebben het dossier in te zien zodra de onderzoeksfunctionaris het dossier met zijn mededeling van bevindingen bij de ESMA heeft ingediend, en het recht zo snel mogelijk te worden gehoord nadat de ESMA haar voorlopige besluit heeft genomen.

(6)

Om de consistentie te verzekeren moet bij de verjaringstermijnen voor de oplegging en tenuitvoerlegging van geldboeten en dwangsommen rekening worden gehouden met de bestaande Uniewetgeving die van toepassing is op de oplegging en tenuitvoerlegging van sancties aan onder toezicht staande entiteiten, de ervaring van de ESMA met het toepassen van die wetgeving op transactieregisters uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012, het feit dat CTP’s uit derde landen buiten de Unie zijn gevestigd en dat de ESMA onderzoeken moet coördineren met de autoriteiten in de rechtsgebieden van die derde landen met betrekking tot handhavingsmaatregelen. Verjaringstermijnen moeten worden berekend in overeenstemming met de bestaande Uniewetgeving voor handelingen van de Raad en de Commissie, en met name Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (3).

(7)

Overeenkomstig artikel 25 quaterdecies, lid 5, van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden de door de ESMA geïnde bedragen van de geldboeten en dwangsommen toegewezen aan de algemene begroting van de Unie. De door de ESMA geïnde geldboeten en dwangsommen moeten op rentedragende rekeningen worden gestort totdat zij definitief worden. Om de traceerbaarheid te verzekeren moeten de door de ESMA geïnde bedragen voor elk besluit tot het opleggen van geldboeten of dwangsommen op een afzonderlijke rekening of hulprekening worden gestort totdat dat besluit definitief wordt.

(8)

In het belang van een onmiddellijke uitoefening door de ESMA van doeltreffende toezichts- en handhavingsbevoegdheden dient deze verordening zo snel mogelijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening voorziet in een nadere bepaling van de procedureregels met betrekking tot geldboeten en dwangsommen die door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (“ESMA”) moeten worden opgelegd aan centrale tegenpartijen (“CTP’s”) uit derde landen of gelieerde derden waaraan die CTP’s operationele taken of activiteiten hebben uitbesteed die aan een onderzoeks- en handhavingsprocedure van de ESMA zijn onderworpen, met inbegrip van bepalingen betreffende het recht van verweer en de verjaringstermijnen.

Artikel 2

Het recht om door de onderzoeksfunctionaris te worden gehoord

1.   Na beëindiging van het onderzoek en alvorens het dossier overeenkomstig artikel 3, lid 1, aan de ESMA voor te leggen, stelt de onderzoeksfunctionaris de aan het onderzoek onderworpen persoon schriftelijk in kennis van zijn bevindingen en stelt hij hem in de gelegenheid schriftelijke opmerkingen in te dienen overeenkomstig lid 3. In die mededeling van bevindingen worden de feiten vermeld die een of meer van de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012 vermelde inbreuken zouden kunnen vormen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden.

2.   In de mededeling van bevindingen wordt een redelijke termijn vastgesteld waarbinnen de aan het onderzoek onderworpen persoon schriftelijke opmerkingen kan indienen. De onderzoeksfunctionaris is niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die zijn ontvangen nadat deze termijn is verstreken.

3.   In zijn schriftelijke opmerkingen kan de aan het onderzoek onderworpen persoon alle feiten uiteenzetten waarvan hij kennis heeft en die dienstig kunnen zijn voor zijn verweer. Hij legt alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. Hij kan voorstellen dat de onderzoeksfunctionaris andere personen hoort die de in zijn opmerkingen uiteengezette feiten kunnen bevestigen.

4.   De onderzoeksfunctionaris kan een aan een onderzoek onderworpen persoon tot wie hij een mededeling van bevindingen heeft gericht, eveneens uitnodigen deel te nemen aan een hoorzitting. Aan een onderzoek onderworpen personen kunnen zich laten bijstaan door hun advocaten of door andere, door de onderzoeksfunctionaris aanvaarde, gekwalificeerde personen. De hoorzitting is niet openbaar.

Artikel 3

Het recht om door de ESMA te worden gehoord met betrekking tot geldboeten en toezichtsmaatregelen

1.   Het volledige, door de onderzoeksfunctionaris aan de ESMA voor te leggen dossier bevat de volgende documenten:

a)

de mededeling van bevindingen en een kopie van de mededeling van bevindingen die gericht is aan de aan het onderzoek onderworpen persoon;

b)

een kopie van de schriftelijke opmerkingen van de aan het onderzoek onderworpen persoon;

c)

de notulen van eventuele hoorzittingen.

2.   Indien de ESMA van oordeel is dat het door de onderzoeksfunctionaris voorgelegde dossier onvolledig is, stuurt zij het dossier aan de onderzoeksfunctionaris terug met een met redenen omkleed verzoek om aanvullende documenten.

3.   Indien de ESMA op basis van het volledige dossier van oordeel is dat de in de mededeling van bevindingen beschreven feiten geen inbreuk vormen als opgesomd in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012, sluit zij het onderzoek en stelt zij de aan het onderzoek onderworpen personen in kennis van dit besluit.

4.   Indien de ESMA niet instemt met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris, legt zij de aan het onderzoek onderworpen personen een nieuwe mededeling van bevindingen voor.

In de mededeling van bevindingen wordt een redelijke termijn vastgesteld waarbinnen de aan het onderzoek onderworpen personen schriftelijke opmerkingen kunnen indienen. De ESMA is niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

De ESMA kan een aan een onderzoek onderworpen persoon tot wie zij een mededeling van bevindingen heeft gericht, eveneens uitnodigen deel te nemen aan een hoorzitting. Aan een onderzoek onderworpen personen kunnen zich laten bijstaan door hun advocaten of door andere, door de ESMA aanvaarde, gekwalificeerde personen. De hoorzitting is niet openbaar.

5.   Indien de ESMA geheel of gedeeltelijk instemt met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris, stelt zij de aan het onderzoek onderworpen personen daarvan in kennis. In deze kennisgeving wordt een redelijke termijn vastgesteld waarbinnen de aan het onderzoek onderworpen personen schriftelijke opmerkingen kunnen maken. De ESMA is niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

De ESMA kan een aan een onderzoek onderworpen persoon tot wie zij een mededeling van bevindingen heeft gericht, eveneens uitnodigen deel te nemen aan een hoorzitting. Aan een onderzoek onderworpen personen kunnen zich laten bijstaan door hun advocaten of door andere, door de ESMA aanvaarde, gekwalificeerde personen. De hoorzitting is niet openbaar.

6.   Indien de ESMA besluit dat de aan een onderzoek onderworpen persoon een of meer van de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012 vermelde inbreuken heeft gepleegd, en zij een besluit tot het opleggen van een geldboete overeenkomstig artikel 25 undecies van die verordening neemt, stelt zij de aan het onderzoek onderworpen persoon onmiddellijk in kennis van dat besluit.

Artikel 4

Het recht om door de ESMA te worden gehoord met betrekking tot dwangsommen

Alvorens overeenkomstig artikel 25 duodecies van Verordening (EU) nr. 648/2012 een besluit tot het opleggen van een dwangsom te nemen, legt de ESMA de aan de procedure onderworpen persoon een mededeling van bevindingen voor met de redenen voor het opleggen van een dwangsom en de hoogte van het bedrag van de dwangsom per dag van niet-naleving. In de mededeling van bevindingen wordt een termijn vastgesteld waarbinnen de aan de procedure onderworpen persoon schriftelijke opmerkingen kan indienen. Wanneer de ESMA een besluit neemt over een dwangsom, is zij niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die na het verstrijken van die termijn zijn ontvangen.

Zodra de aan de procedure onderworpen persoon voldoet aan het desbetreffende besluit bedoeld in artikel 25 duodecies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012, kan geen dwangsom meer worden opgelegd.

Het besluit tot oplegging van een dwangsom maakt melding van de rechtsgrond en de motieven voor het besluit, het bedrag en de aanvangsdatum van de dwangsom.

De ESMA kan de aan de procedure onderworpen persoon eveneens uitnodigen deel te nemen aan een hoorzitting. Aan een procedure onderworpen personen kunnen zich laten bijstaan door hun advocaten of door andere, door de ESMA aanvaarde, gekwalificeerde personen. De hoorzitting is niet openbaar.

Artikel 5

Het recht om door de ESMA te worden gehoord met betrekking tot voorlopige besluiten tot het opleggen van geldboeten

1.   In afwijking van de artikelen 2 en 3 van deze verordening is de procedure van dit artikel van toepassing wanneer de ESMA uit hoofde van artikel 25 terdecies, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 voorlopige besluiten tot het opleggen van geldboeten neemt zonder de aan het onderzoek onderworpen personen vooraf te horen.

2.   De onderzoeksfunctionaris dient het dossier met zijn bevindingen in bij de ESMA en brengt de aan het onderzoek onderworpen persoon onmiddellijk op de hoogte van zijn bevindingen, maar stelt die persoon niet in de gelegenheid opmerkingen te maken. In de mededeling van bevindingen van de onderzoeksfunctionaris worden de feiten vermeld die een of meer van de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012 vermelde inbreuken zouden kunnen vormen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden.

Op verzoek biedt de onderzoeksfunctionaris de aan het onderzoek onderworpen persoon toegang tot het dossier.

3.   Indien de ESMA van oordeel is dat de in de mededeling van bevindingen van de onderzoeksfunctionaris beschreven feiten geen inbreuk vormen als vermeld in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012, sluit zij het onderzoek en stelt zij de aan het onderzoek onderworpen personen in kennis van dit besluit.

4.   Indien de ESMA besluit dat de aan het onderzoek onderworpen persoon een of meer van de in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012 vermelde inbreuken heeft gepleegd, en zij een voorlopig besluit tot oplegging van geldboeten overeenkomstig artikel 25 terdecies, lid 1, tweede alinea, van die verordening neemt, stelt de ESMA die persoon onmiddellijk in kennis van dat besluit.

De ESMA stelt een redelijke termijn vast waarbinnen aan het onderzoek onderworpen personen schriftelijke opmerkingen over het voorlopige besluit kunnen maken. De ESMA is niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

Op verzoek biedt de ESMA de aan het onderzoek onderworpen personen toegang tot het dossier.

De ESMA kan de aan het onderzoek onderworpen personen uitnodigen deel te nemen aan een hoorzitting. Aan een onderzoek onderworpen personen kunnen zich laten bijstaan door hun advocaten of door andere, door de ESMA aanvaarde, gekwalificeerde personen. De hoorzitting is niet openbaar.

5.   De ESMA hoort de aan het onderzoek onderworpen persoon en neemt na de goedkeuring van het voorlopig besluit zo snel mogelijk een definitief besluit.

Indien de ESMA op basis van het volledige dossier en na de aan het onderzoek onderworpen personen te hebben gehoord, van oordeel is dat de aan het onderzoek onderworpen personen een of meer van de inbreuken als vermeld in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012 hebben gepleegd, neemt zij een bevestigend besluit tot het opleggen van geldboeten overeenkomstig artikel 25 undecies van die verordening. De ESMA stelt de aan het onderzoek onderworpen personen onmiddellijk in kennis van dat besluit.

Indien de ESMA een definitief besluit neemt dat het voorlopige besluit niet bevestigt, wordt het voorlopige besluit geacht te zijn ingetrokken.

Artikel 6

Het recht om door de ESMA te worden gehoord met betrekking tot voorlopige besluiten tot het opleggen van dwangsommen

1.   In afwijking van artikel 4 is de procedure in dit artikel van toepassing wanneer de ESMA uit hoofde van artikel 25 terdecies, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012 voorlopige besluiten tot oplegging van dwangsommen neemt zonder de aan de procedure onderworpen persoon vooraf te horen.

2.   Het voorlopige besluit tot oplegging van een dwangsom maakt melding van de rechtsgrond en de motieven voor het besluit, het bedrag en aanvangsdatum van de dwangsom.

Zodra de aan de procedure onderworpen persoon voldoet aan het desbetreffende besluit bedoeld in artikel 25 duodecies, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 648/2012, kan geen voorlopig besluit tot oplegging van een dwangsom meer worden genomen.

De ESMA stelt de aan de procedure onderworpen persoon onmiddellijk in kennis van het voorlopig besluit en stelt een termijn vast waarbinnen die persoon schriftelijke opmerkingen kan maken. De ESMA is niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die zij na het verstrijken van die termijn ontvangt.

Op verzoek verleent de ESMA de aan de procedure onderworpen persoon toegang tot het dossier.

De ESMA kan de aan de procedure onderworpen persoon eveneens uitnodigen deel te nemen aan een hoorzitting. Aan een procedure onderworpen personen kunnen zich laten bijstaan door hun advocaten of door andere, door de ESMA aanvaarde, gekwalificeerde personen. De hoorzitting is niet openbaar.

3.   Indien de ESMA op basis van het volledige dossier en na de aan de procedure onderworpen persoon te hebben gehoord, van oordeel is dat de redenen voor het opleggen van dwangsommen op het moment van de goedkeuring van het voorlopige besluit aanwezig waren, neemt de ESMA overeenkomstig artikel 25 duodecies van Verordening (EU) nr. 648/2012 een bevestigend besluit tot het opleggen van dwangsommen. De ESMA stelt de aan de procedure onderworpen personen onmiddellijk in kennis van dat besluit.

Indien de ESMA een besluit neemt dat het voorlopige besluit niet bevestigt, wordt het voorlopige besluit geacht te zijn ingetrokken.

Artikel 7

Toegang tot het dossier en gebruik van documenten

1.   Op verzoek verleent de ESMA toegang tot het dossier aan de partijen aan wie de onderzoeksfunctionaris of de ESMA een mededeling van bevindingen heeft gezonden. De toegang tot het dossier wordt verleend na kennisgeving van een mededeling van bevindingen.

2.   De documenten van het dossier waartoe overeenkomstig lid 1 van dit artikel toegang is verkregen, kunnen alleen worden gebruikt voor gerechtelijke of administratieve procedures met betrekking tot de toepassing van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Artikel 8

Verjaringstermijnen voor de oplegging van sancties

1.   Er geldt een verjaringstermijn van vijf jaar voor de aan de ESMA toegekende bevoegdheden om geldboeten en dwangsommen op te leggen aan CTP’s uit derde landen en gelieerde derden waaraan die CTP’s operationele taken of activiteiten hebben uitbesteed.

2.   De in lid 1 bedoelde verjaringstermijn gaat in op de dag na die waarop de inbreuk is gepleegd. Bij voortgezette of herhaalde inbreuken gaat deze verjaringstermijn echter pas in op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.

3.   De verjaring voor de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt gestuit door elke handeling van de ESMA met het oog op het onderzoek of de procedure met betrekking tot een inbreuk als opgesomd in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012. De stuiting van de verjaring treedt in op de dag waarop van de handeling kennis wordt gegeven aan de persoon die aan het onderzoek of de procedure is onderworpen met betrekking tot een inbreuk als opgesomd in bijlage III bij Verordening (EU) nr. 648/2012.

4.   Iedere stuiting zorgt ervoor dat de verjaringstermijn opnieuw aanvangt. De verjaring treedt echter uiterlijk in op de dag waarop een termijn gelijk aan tweemaal de verjaringstermijn is verstreken zonder dat de ESMA een geldboete of een dwangsom heeft opgelegd. Deze termijn wordt verlengd met de periode gedurende welke de verjaring in overeenstemming met lid 5 wordt geschorst.

5.   De verjaring voor de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt geschorst zolang het besluit van de ESMA het voorwerp vormt van een procedure bij de bezwaarcommissie overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) of bij het Hof van Justitie van de Europese Unie overeenkomstig artikel 25 quindecies van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Artikel 9

Verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van sancties

1.   De bevoegdheid van de ESMA tot tenuitvoerlegging van op grond van de artikelen 25 undecies en 25 duodecies van Verordening (EU) nr. 648/2012 genomen besluiten verjaart na acht jaar.

2.   De in lid 1 bedoelde termijn van acht jaar gaat in op de dag na die waarop het besluit definitief wordt.

3.   De verjaring voor de tenuitvoerlegging wordt gestuit door:

a)

een kennisgeving door de ESMA aan de aan een procedure onderworpen persoon van een besluit waarbij het oorspronkelijke bedrag van de geldboete of de dwangsom wordt gewijzigd;

b)

elke handeling van de ESMA, een autoriteit of een derde land dat op verzoek van de ESMA handelt, tot invordering van de geldboete of de dwangsom of tot handhaving van de aan de betaling daarvan gestelde voorwaarden.

4.   Iedere stuiting zorgt ervoor dat de verjaringstermijn opnieuw aanvangt.

5.   De verjaring voor de tenuitvoerlegging van sancties wordt geschorst:

a)

zolang een betalingstermijn is toegestaan;

b)

zolang de tenuitvoerlegging is opgeschort op grond van een lopende procedure bij de bezwaarcommissie van de ESMA overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 of bij het Hof van Justitie van de Europese Unie overeenkomstig artikel 25 quindecies van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Artikel 10

Inning van geldboeten en dwangsommen

De bedragen van door de ESMA geïnde geldboeten en dwangsommen worden op een door de rekenplichtige van de ESMA geopende rentedragende rekening gestort totdat zij definitief worden. Indien de ESMA gelijktijdig meerdere geldboeten of dwangsommen int, zorgt de rekenplichtige van de ESMA ervoor dat die op verschillende rekeningen of hulprekeningen worden gestort. Betaalde bedragen worden niet in de begroting van de ESMA opgenomen of als begrotingsposten geregistreerd.

Zodra de rekenplichtige van de ESMA op basis van de uitkomst van alle mogelijke juridische beroepsprocedures vaststelt dat de geldboeten en/of dwangsommen definitief zijn, draagt hij deze bedragen inclusief eventueel ontvangen rente over aan de Europese Commissie. Deze bedragen worden als algemene inkomsten in de begroting van de EU opgenomen.

De rekenplichtige van de ESMA brengt regelmatig verslag uit aan de ordonnateur van het directoraat-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie van de Europese Commissie over de bedragen van de opgelegde geldboeten en dwangsommen en de status daarvan.

Artikel 11

Berekening van termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden

Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 is van toepassing op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden als vastgesteld in deze verordening.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 januari 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2019/2099 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 wat betreft de procedures en betrokken autoriteiten voor de vergunningverlening aan CTP’s en de vereisten voor de erkenning van CTP’s uit derde landen (PB L 322 van 12.12.2019, blz. 1).

(3)  Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).