|
13.4.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 125/42 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/591 VAN DE COMMISSIE
van 12 april 2021
tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 3, punt b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Cyprus tot registratie van de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” als beschermde oorsprongsbenaming (BOB) die een product omschrijft waarvan het geografische gebied overeenkomt met de oppervlakte van Cyprus, bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
De Commissie heeft in totaal 17 aankondigingen van bezwaar ontvangen, namelijk van Dairy Australia (Australië) op 21 oktober 2015; Consortium for Common Food Names (Verenigde Staten) op 22 oktober 2015; het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Verenigd Koninkrijk) op 23 oktober 2015; Milk and Oil Products and Marketing Cooperative Ltd (Cyprus) op 26 oktober 2015; Hayvan Ureticileri ve Yetistiricileri Birligi (Cyprus) op 26 oktober 2015; Fatma GARANTI (Cyprus) op 26 oktober 2015; Sut Imalatcilari Birligi (SUIB) (Cyprus) op 26 oktober 2015; de Turkse Kamer van Industrie Cyprus (Cyprus) op 26 oktober 2015; de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel (Cyprus) op 26 oktober 2015; Navimar Food Gida Imalati ve Gida (Turkije) op 26 oktober 2015; D.M Gida Maddeleri Pazarlama Sanayi ve Ticaret Ltd Sti (Turkije) op 26 oktober 2015; Avunduk Ithalat Ihracat Gida ve Zirai Aletler Sanayi Ticaret Ltd (Turkije) op 26 oktober 2015; U.T.CO Trading Company — W.L.L. — (Koeweit) op 27 oktober 2015; Dairy Companies Association of New Zealand (DCANZ) en New Zealand Specialist Cheesemakers Association (Nieuw-Zeeland) op 27 oktober 2015; Dr Nutrition (Verenigde Arabische Emiraten) op 27 oktober 2015; FFF Fine Foods Pty Ltd (Australië) op 28 oktober 2015 en Finland op 3 november 2015. |
|
(3) |
De Commissie heeft deze aankondigingen van bezwaar naar Cyprus doorgestuurd, met uitzondering van de aankondiging van bezwaar van Finland en van de aankondigingen van bezwaar van de zes natuurlijke of rechtspersonen die in Cyprus woonachtig of gevestigd zijn. De door Finland toegestuurde aankondiging van bezwaar werd bij de Commissie ingediend na het verstrijken van de in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 vastgestelde termijn. Overeenkomstig dat artikel worden natuurlijke of rechtspersonen die gevestigd of woonachtig zijn in de lidstaat vanwaar de aanvraag is ingediend, uitgesloten van de bezwaarprocedure, aangezien zij reeds de gelegenheid hadden om aan de nationale bezwaarprocedure deel te nemen. In dit specifieke geval waren de bezwaren van de zes natuurlijke of rechtspersonen die in Cyprus gevestigd of woonachtig zijn, in het kader van de nationale bezwaarprocedure afgewezen na een onderzoek van de gegrondheid van de aangevoerde gronden voor bezwaar. Bijgevolg worden noch de aankondigingen van bezwaar, noch de daaropvolgende met redenen omklede bezwaarschriften van de zes in Cyprus gevestigde of woonachtige natuurlijke of rechtspersonen ontvankelijk geacht. |
|
(4) |
De Commissie heeft vervolgens negen met redenen omklede bezwaarschriften ontvangen, namelijk van Dairy Companies Association of New Zealand (DCANZ) en New Zealand Specialist Cheesemakers Association (Nieuw-Zeeland) op 15 december 2015; Dairy Australia (Australië) op 17 december 2015; het Verenigd Koninkrijk op 21 december 2015; Consortium for Common Food Names (Verenigde Staten) op 21 december 2015; Navimar Food Gida Imalati ve Gida (Turkije) op 21 december 2015; D.M Gida Maddeleri Pazarlama Sanayi ve Ticaret Ltd Sti (Turkije) op 21 december 2015; Avunduk Ithalat Ihracat Gida ve Zirai Aletler Sanayi Ticaret Ltd (Turkije) op 21 december 2015; U.T.CO Trading Company — W.L.L. — (Koeweit) op 21 december 2015 en FFF Fine Foods Pty Ltd (Australië) op 24 december 2015. Aangezien op de aankondiging van bezwaar die Dr Nutrition (Verenigde Arabische Emiraten) had ingediend, geen met redenen omkleed bezwaarschrift is gevolgd, wordt dat bezwaar geacht te zijn ingetrokken. |
|
(5) |
Nadat de Commissie deze met redenen omklede bezwaarschriften had onderzocht en ontvankelijk had verklaard, heeft zij alle belanghebbenden overeenkomstig artikel 51, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 verzocht op gepaste wijze overleg te plegen om tot een akkoord te komen. |
|
(6) |
Cyprus en de negen opposanten van wie het bezwaar ontvankelijk werd geacht, hebben gedurende drie maanden overleg gepleegd. Op verzoek van Cyprus werd de termijn voor het overleg tussen Cyprus en het Verenigd Koninkrijk met een maand verlengd. |
|
(7) |
In geen van deze negen bezwaarprocedures werd binnen de voorgeschreven termijn overeenstemming bereikt. De Commissie werd naar behoren ingelicht over het overleg tussen Cyprus en de opposanten. Bijgevolg moet de Commissie, rekening houdend met de resultaten van dat overleg, een besluit over de registratie nemen overeenkomstig de in artikel 52, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 bedoelde procedure. |
|
(8) |
De argumenten die de opposanten in hun met redenen omklede bezwaarschriften en tijdens het overleg hebben aangevoerd, kunnen als volgt worden samengevat. |
|
(9) |
In het productdossier wordt aangegeven dat aan de voorwaarden voor registratie als BOB is voldaan omdat het betrokken product wordt vervaardigd uit schapen- en geitenmelk die afkomstig is van lokale rassen — Chios-schapen en Damascus-geiten — en kruisingen daarvan die zijn aangepast aan het klimaat van het eiland. Het Chios-schaap en de Damascus-geit werden echter respectievelijk in de jaren 1950 en 1930 op Cyprus ingevoerd; bovendien is er geen bewijs dat die Cypriotische schapen een specifieke morfologie of specifieke genetische of productieve kenmerken zouden hebben. Het bestaan van een Cypriotische variant van het Chios-schaap is dus betwistbaar. De vrij recente introductie van de schapen en geiten waarvan bekend is dat de melk een belangrijke rol speelt bij het bepalen van de unieke kenmerken van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim”, zou ook een reden zijn om de geclaimde ouderdom van de desbetreffende traditie (16e eeuw) te weerleggen. |
|
(10) |
In de aanvraag worden diervoeders als een belangrijke factor aangemerkt. Toch wordt in de aanvraag niet nader omschreven hoe het voederen en het weiden op unieke wijze verbonden zijn met de Cypriotische plantengroei, rekening houdend met het feit dat het geografische graasgebied het hele eiland omvat. Er wordt niet aangetoond dat deze planten het hele jaar door en overal op Cyprus beschikbaar zijn. Er wordt niet bewezen dat er bij het voederen een verschil is tussen dieren die het hele jaar door grazen, dieren in semi-intensieve houderijen en dieren in intensieve houderijen. Voorts wordt niet aangetoond dat er nog evenveel kaas zou worden geproduceerd als het aandeel koemelk in de grondstoffen zou worden verlaagd. Er zou onvoldoende bewijs zijn dat het voeder een constante impact heeft op de kwaliteit of de kenmerken van de geproduceerde kaas. |
|
(11) |
Wat de menselijke factor betreft, hebben de Cypriotische zuivelfabrieken misschien wel een specifieke knowhow met betrekking tot “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” kunnen opbouwen, maar die bevestigt niet het bestaan van het voor de registratie als BOB vereiste verband tussen de kenmerken van het product en het geografische gebied van Cyprus, aangezien die knowhow en productiemethoden vrijwel overal kunnen worden herhaald. |
|
(12) |
In de aanvraag wordt niet vermeld dat “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” het resultaat is van “authentieke en onveranderlijke plaatselijke methoden”, aangezien deze naam is gebruikt voor een verscheidenheid aan kazen die zijn gemaakt met methoden en grondstoffen die in de loop der tijd zijn gewijzigd en die nog steeds veranderingen ondergaan. |
|
(13) |
Het productdossier komt niet overeen met het daadwerkelijk in de handel gebrachte product: het merendeel van de op Cyprus geproduceerde “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” wordt vervaardigd met diverse soorten melk in variërende verhoudingen, waarbij koemelk de meest gebruikte melk is. Er zijn aanwijzingen dat 95 % van de op Cyprus geproduceerde “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” momenteel een koemelkgehalte van 80-95 % heeft. |
|
(14) |
In het productdossier wordt geen rekening gehouden met de tradities van het gehele omschreven geografische gebied. Het productdossier heeft betrekking op een traditioneel product dat overal op het eiland Cyprus wordt vervaardigd, maar de aanvraag bevat geen specifieke traditionele kenmerken van de kaas die door de producenten van de Turks-Cypriotische gemeenschap wordt gemaakt. Bijgevolg geeft het productdossier geen omschrijving van een product zoals het daadwerkelijk op het hele eiland in de handel wordt gebracht. Met name zou het gebruik van munt facultatief moeten zijn en zou het gebruik van rauwe melk moeten worden toegestaan. |
|
(15) |
Verscheidene beweringen in het productdossier worden niet gestaafd door wetenschappelijk bewijs, zoals de stelling dat schapen- en geitenmelk belangrijk zijn voor de smaak van de kaas; de afwijkende morfologie van de Cypriotische variant van het Chios-schaap; het feit dat het lage molecuulgewicht van de vrije vetzuren van invloed is op de smaak, de geur en het aroma van de kaas; het feit dat de endemische planten die als voeder voor de dieren worden genoemd, etherische oliën bevatten; of Sarcopoterium spinosum al dan niet terpeen bevat en in welke hoeveelheid, hoe terpenen na inname van Sarcopoterium spinosum in de melk en vervolgens in de halloumi terecht komen; de aanwezigheid van Lactobacillus cypricasei in verse halloumi op basis van schapenmelk en de invloed van verse of droge munt op de sensorische kenmerken. |
|
(16) |
In het productdossier wordt het ministerie van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu van de Republiek Cyprus aangewezen als de enige autoriteit die voor de controle op de naleving van het productdossier bevoegd is voor het hele afgebakende geografische gebied. Aangezien dat ministerie echter geen daadwerkelijke controle uitoefent op het hele in het productdossier omschreven productiegebied, is een geldig systeem voor de verificatie van de naleving van het productdossier niet gewaarborgd. |
|
(17) |
In het productdossier wordt niet verwezen naar een gemachtigde controle-instantie. Die tekortkoming wordt niet verholpen door het juridisch niet-bindende gezamenlijke akkoord over een tijdelijke, in afwachting van de hereniging van Cyprus toe te passen oplossing voor “Halloumi”/“Hellim” (“het Gezamenlijke akkoord”), dat op 16 juli 2015 dankzij de bemiddeling van de voorzitter van de Commissie werd bereikt en waarin wordt verwezen naar de aanwijzing, overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 (dat inhoudelijk is vervangen door de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende officiële controles (3)), van het internationaal geaccrediteerde Bureau Veritas als instantie die belast wordt met de uitvoering van de in de eerstgenoemde verordening voorgeschreven controletaken. |
|
(18) |
“Halloumi”/“Hellim” wordt geproduceerd in Bulgarije, Duitsland en Griekenland. Buiten de Unie wordt deze kaas geproduceerd in Australië, Canada, de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf, verschillende landen van het Midden-Oosten (Irak, Libanon en Syrië), Nieuw-Zeeland, Turkije en het Verenigd Koninkrijk. Inzendingen en resultaten in prestigieuze kaaswedstrijden bevestigen dat de productie van “Halloumi”/“Hellim” ook buiten Cyprus wijdverbreid is. Zo zou bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk de naam “Halloumi” zijn gebruikt voor kaas die sinds de jaren 1980 wordt gemaakt en waarvan de jaarlijkse productie op ongeveer 300 ton wordt geraamd. Bovendien worden die buiten Cyprus vervaardigde producten die de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” dragen, in een groot aantal lidstaten en derde landen in de handel gebracht. |
|
(19) |
De term “Halloumi” komt voor in een reeks geregistreerde merken in Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Voorts zijn er in Duitsland, Zweden en Turkije merken die naar “Hellim” verwijzen. De voorgestelde BOB zou dus in strijd zijn met bestaande namen, merken en producten, en registratie zou bijgevolg daaraan schade kunnen toebrengen. Meer bepaald zou de genoemde aanwezigheid op de markt van de Unie van specifieke merken waarin de naam “Halloumi” voorkomt, de Commissie moeten beletten die naam te registreren, aangezien in artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is bepaald dat een naam niet mag worden geregistreerd indien die registratie, rekening houdend met de faam en de bekendheid van een merk en met de tijd dat het reeds in gebruik is, de consument kan misleiden aangaande de ware identiteit van het product. |
|
(20) |
“Halloumi”/“Hellim” wordt zowel binnen als buiten de Unie geproduceerd en in de handel gebracht. In Bahrein, Qatar en Saudi-Arabië zijn normen voor de productie van “Halloumi”/“Hellim” vastgesteld. Het gebruik van deze naam in de Unie buiten de grenzen van Cyprus heeft algemeen ingang gevonden. Het feit dat de naam “Halloumi”/“Hellim” algemeen wordt gebruikt voor kaasproducten die niet van Cypriotische oorsprong zijn, is belangrijk bewijsmateriaal dat erop duidt dat “Halloumi”/“Hellim” een soortnaam is geworden. |
|
(21) |
Bovendien wordt in de normen die Cyprus voor “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” heeft vastgesteld, niet verwezen naar specifieke schapen-, geiten- of runderrassen of kruisingen. Consumenten beschouwen “Halloumi”/“Hellim” als een producttype. Het federale gerechtshof van Canada (Canada Federal Court) en het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (BHIM) (thans het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie) zijn van mening dat “Halloumi”/“Hellim” een generieke kaassoort is (4). |
|
(22) |
Consumenten in de Unie en in derde landen, zoals Australië en Nieuw-Zeeland, associëren “Halloumi”/“Hellim” met een kaassoort met een hoog smeltpunt, waardoor de kaas kan worden gegrild of gebakken, een rubberachtige “knarsende” textuur en een zoute smaak. Deze smaak, textuur en functionele eigenschappen van “Halloumi”/“Hellim” maken de kaas uniek voor de consument, ongeacht de oorsprong ervan, die niet van belang is. |
|
(23) |
De Commissie heeft de argumenten van de met redenen omklede bezwaarschriften beoordeeld in het licht van Verordening (EU) nr. 1151/2012, rekening houdend met de resultaten van het overleg tussen de aanvrager en de opposanten, en is tot de conclusie gekomen dat de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” moet worden geregistreerd. De Commissie heeft daarbij met name de onderstaande elementen in overweging genomen. |
|
(24) |
Wat de morfologie van de in aanmerking komende schapen en geiten betreft, blijkt uit de informatie in het enig document dat de Chios-schapen en de Damascus-geiten, die respectievelijk in de jaren 1950 en 1930 werden geïntroduceerd, morfologische en productieve kenmerken hebben verworven die, als gevolg van een langdurig nationaal fokprogramma, afwijken van die van de oorspronkelijke populaties. Overigens zijn er op internet talrijke commerciële verwijzingen naar de internationale handel in “Cypriotische Chios-schapen” en “Cypriotische Damascus-geiten” die Cyprus al decennia lang met twintig landen voert; daarbij wordt verwezen naar de internationale faam die Cyprus heeft verworven dankzij de succesvolle selectieve fokkerij van die schapen. |
|
(25) |
Bijgevolg sluiten de ontwikkeling van de voor de productie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” gebruikte unieke schapen- en geitenrassen en de ontwikkeling van de kaas zelf niet uit dat het product zijn oorsprong heeft in de 16e eeuw. Overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is een “oorsprongsbenaming” een naam die een product aanduidt: a) dat afkomstig is uit een bepaalde plaats, een bepaalde streek of, in uitzonderlijke gevallen, een bepaald land; b) waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend zijn toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door natuur en mens bepaalde factoren, en c) waarvan alle productiestadia in het afgebakende geografische gebied plaatsvinden. Het volstaat dan ook dat de naam, om als BOB te worden geregistreerd, aan deze vereisten voldoet. De productieomstandigheden van een bepaalde kaas kunnen op legitieme wijze in de loop der tijd geleidelijk evolueren en hoeven niet eeuwenlang onveranderd te blijven. |
|
(26) |
Wat de impact en beschikbaarheid van het voeder betreft, wordt in het enig document onder meer het volgende vermeld: “De plaatselijke Cypriotische vegetatie die door de dieren wordt gegeten, hetzij vers of gedroogd, heeft een cruciaal effect op de kwaliteit van de melk en bijgevolg op de specifieke kenmerken van de kaas (Papademas, 2000). De aanwezigheid van de bacil Lactobacillus cypricasei (melkzuurbacterie uit Cypriotische kaas), die alleen uit Cypriotische Halloumi werd geïsoleerd, toont het verband aan tussen de microflora van het eiland en het product (Lawson et al., 2001).” Er zijn wetenschappelijke onderzoeken aangehaald om het verband aan te tonen tussen het diervoeder en de kwaliteit van de kaas die wordt bereid met de melk van de betrokken dieren. Er is bijvoorbeeld aangetoond dat vluchtige verbindingen die in de melk werden aangetroffen, afkomstig zijn van de planten waarmee de dieren worden gevoederd (Papademas et al. 2002). Bovendien hangt blijkens andere onderzoeken (Palmquist et al. 1993) het vetgehalte van de melk, een cruciale factor die van invloed is op de organoleptische kenmerken van de kaas, af van het voeder van de dieren. Uit een ander onderzoek (Bugaud et al. 2001) blijkt dat ook het terpeengehalte van de melk rechtstreeks gelinkt is aan het terpeengehalte van het bij het grazen verkregen voer. |
|
(27) |
Bovendien worden bij het grazen planten gegeten die endemisch zijn op Cyprus, zoals tijm en Sarcopoterium spinosum, wat leidt tot de aanwezigheid van de daarmee samenhangende aromatische kenmerken in het eindproduct. |
|
(28) |
Voorts is nergens in Verordening (EU) nr. 1151/2012 bepaald dat het afgebakende gebied absoluut homogeen moet zijn of dat een BOB betrekking moet hebben op volledig gestandaardiseerde en volstrekt uniforme producten. Daarom zijn de beweringen van de opposanten dat de lokale planten die een impact op de productspecifieke kenmerken hebben, niet overal op Cyprus beschikbaar zijn, niet relevant. |
|
(29) |
Het productdossier van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” is niet gewijzigd ten opzichte van de desbetreffende wettelijke norm die Cyprus in 1985 heeft vastgesteld. Bijgevolg zou een mogelijke schaarste aan grondstoffen voor de productie van deze kaas niet per se tot gevolg hebben dat de voorschriften van het productdossier inzake melkpercentages of diervoeders niet in acht kunnen worden genomen. Bovendien schrijft Verordening (EU) nr. 1151/2012 geen kwantitatieve productiedrempels voor. Ondanks het bovenstaande heeft Cyprus aan de marktdeelnemers die niet aan de eisen van het productdossier kunnen voldoen, een overgangsperiode toegestaan die hun de gelegenheid biedt hun productie volledig op de in dat verband gestelde eisen af te stemmen en waarin zij onder strikte voorwaarden tijdelijk een geringere hoeveelheid schapen- en geitenmelk mogen gebruiken. |
|
(30) |
Wat de menselijke factoren en de knowhow in verband met de productie van deze kaas betreft, zijn er talrijke verwijzingen waaruit blijkt dat de kaas sinds 1554 op Cyprus wordt geproduceerd. In dit verband geeft het enig document aan dat “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” als een traditioneel Cypriotisch product wordt beschouwd, aangezien het een heel belangrijke rol heeft gespeeld in het leven en de voedingsgewoonten van de eilandbewoners, zowel de Grieks-Cyprioten als de Turks-Cyprioten. De kennis van het productieproces werd van generatie op generatie overgedragen. Zowel de kenmerkende gevouwen vorm als de specifieke eigenschap dat het product niet smelt bij hoge temperaturen zijn terug te voeren op dit traditionele productieproces, dat van generatie op generatie werd doorgegeven. |
|
(31) |
Aangezien Cypriotische burgers in de loop der eeuwen over de hele wereld zijn geëmigreerd, is het goed mogelijk dat de specifieke methoden voor de productie van deze kaas elders zijn gekopieerd, maar de productie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” is nog steeds onlosmakelijk en op unieke wijze verbonden met de culinaire cultuur van Cyprus. |
|
(32) |
De menselijke factor mag niet als een losstaand element worden beschouwd. Menselijke en natuurlijke factoren zijn bedoeld om te interageren en bepalen zo het specifieke eindresultaat. |
|
(33) |
Bovendien vereist artikel 7, lid 1, punt e), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 niet dat de te registreren naam verwijst naar een product dat eeuwenlang volgens een onveranderlijke methode is vervaardigd. Dat punt vereist enkel dat in het productdossier, in voorkomend geval, de methoden voor het verkrijgen van dat specifieke product worden vermeld die verschillen van de standaardmethoden die voor het verkrijgen van dat soort product worden gebruikt. Daarom kan het feit dat de productiemethoden niet absoluut onveranderlijk zijn gebleven, geen reden zijn om aan te vechten dat “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” voor registratie in aanmerking komt. |
|
(34) |
Andere beweringen in de bezwaarschriften van de opposanten hebben betrekking op het verschil tussen het in het productdossier beschreven product en het daadwerkelijk vervaardigde product wat betreft het aandeel schapen-, geiten- en koemelk en bepaalde specifieke kenmerken van de productiemethoden van sommige producenten van de Turks-Cypriotische gemeenschap die geen munt of gepasteuriseerde melk gebruiken. |
|
(35) |
Evenwel is er, ten eerste, geen sluitend bewijs geleverd om die beweringen te staven. Ten tweede zijn de vereisten met betrekking tot de toevoeging van munt, het gebruik van gepasteuriseerde melk en het aandeel schapen-, geiten- en koemelk reeds opgenomen in de desbetreffende Cypriotische norm die in 1985 is vastgesteld. Bijgevolg zouden producten die niet aan die norm voldoen, in Cyprus niet legaal als “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” in de handel kunnen worden gebracht, ook al kunnen zij in de handel worden gebracht op het grondgebied van derde landen, waar deze kaas momenteel niet beschermd is. Voorts is gedurende tal van jaren op nationaal niveau een uitgebreide nationale bezwaarprocedure gevoerd met betrekking tot de huidige aanvraag, en hebben natuurlijke of rechtspersonen die het niet eens waren met de wettelijk vereiste productienormen, de gelegenheid gehad om hun daarmee verband houdende claims in extenso aan de administratieve en justitiële autoriteiten van Cyprus voor te leggen. In dat kader is, zoals gezegd, aan deze marktdeelnemers een overgangsperiode toegestaan. |
|
(36) |
Wat betreft het vermeende gebrek aan wetenschappelijk bewijs met betrekking tot de verschillende in het productdossier opgenomen parameters en kenmerken, is het onredelijk, buitensporig belastend en irrelevant om te verzoeken om al te gedetailleerde informatie. Verordening (EU) nr. 1151/2012 vereist geen dergelijke gedetailleerde technische en wetenschappelijke beschrijving van elke parameter of kenmerk van het product waarvoor de betrokken BOB zal worden gebruikt. |
|
(37) |
De Commissie heeft de Cypriotische aanvraag beoordeeld en heeft daarin geen kennelijke fouten aangetroffen. De opposanten hebben onvoldoende met redenen omklede bewijzen overgelegd om aan te tonen dat de Cypriotische aanvraag intrinsiek onjuist is. Zij beroepen zich in wezen op ontoereikende wetenschappelijke gronden voor de aanvraag. De door Cyprus voorgelegde feiten, verklaringen, argumenten en referenties worden voldoende overtuigend geacht om de registratie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” als BOB op grond van Verordening (EU) nr. 1151/2012 te rechtvaardigen. |
|
(38) |
Het productdossier van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” bevat talrijke elementen op basis waarvan de naam in aanmerking komt voor registratie als beschermde oorsprongsbenaming op grond van artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012: het mediterrane klimaat, dat wordt gekenmerkt door hete, droge zomers en zachte, natte winters; de bodemmorfologie, aangezien de bergen op het eiland vrij veel neerslag te verwerken krijgen en de hydrologie en het milieu van de lagergelegen gebieden beïnvloeden; dat Cyprus, door de geologische structuur, het klimaat, de geografische ligging en de omliggende zee, een van de rijkste flora’s in het Middellandse Zeegebied heeft, ondanks zijn geringe omvang; de lokale vetstaartschaaprassen en lokale Machaira- en Pissouri-geitenrassen, alsmede andere rassen die goed aan het plaatselijke klimaat zijn aangepast; de lokale praktijk om het product gedurende een specifieke tijd op hoge temperatuur te koken zonder dat het smelt, waardoor grote hoeveelheden specifieke chemische basisverbindingen worden geproduceerd die de smaak van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” mee bepalen (voornamelijk lactonen en methylketonen); het typische vouwen van de wrongel als onderdeel van het productieproces, waardoor “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” zich van alle andere kazen onderscheidt; en het toevoegen van Cypriotische munt, wat het eindproduct zijn kenmerkende aroma geeft. |
|
(39) |
Op grond van de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en de lidstaten aangaande de registratieprocedure voor geografische aanduidingen krachtens Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de Commissie nagaan of een bepaalde aanvraag geen kennelijke fouten bevat, terwijl de bevoegde nationale autoriteiten, in voorkomend geval met inbegrip van de nationale rechtbanken, het best geplaatst zijn om de technische aspecten van een bepaalde aanvraag te beoordelen voordat de registratieaanvraag bij de Commissie wordt ingediend. |
|
(40) |
In afwachting van de hereniging van Cyprus wordt ingevolge artikel 1, lid 1, van Protocol nr. 10 over Cyprus bij de Akte van Toetreding van 2003 de invoering van het acquis opgeschort in de zones van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent. Bijgevolg kan de Cypriotische regering niet aansprakelijk worden gesteld voor mogelijke gevolgen van het ontbreken van toezicht op de toepassing van het recht van de Unie in die zones. Zoals bepaald in artikel 3 van dat protocol vormt dat protocol in geen enkel opzicht een beletsel voor maatregelen die worden genomen om de economische ontwikkeling van die zones te bevorderen. Die maatregelen doen geen afbreuk aan de toepassing van het acquis in alle andere gebiedsdelen van de Republiek Cyprus, volgens de voorwaarden van het Toetredingsverdrag. Voor “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” kan een onder beide gemeenschappen ressorterende werkgroep worden opgericht, aangezien de ervaring leert dat dergelijke groepen een belangrijke rol spelen. |
|
(41) |
Binnen dit kader moet bij de afbakening van het in aanmerking komende geografische gebied van deze kaas het hele eiland Cyprus worden opgenomen, aangezien de natuurlijke en menselijke factoren in verband met de productie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” objectief en ook traditioneel en historisch gezien gemeenschappelijk zijn voor het hele eiland. |
|
(42) |
Om ervoor te zorgen dat de registratie geldt voor het volledige in aanmerking komende geografische productiegebied van deze kaas, en rekening houdend met het vereiste van artikel 46, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moeten de marktdeelnemers die wensen te produceren overeenkomstig het productdossier van deze kaas, dit bijgevolg kunnen doen zonder dat zij daarbij worden gehinderd door belemmeringen die discriminerend of anderszins niet objectief gerechtvaardigd blijken te zijn. Daarom moet een doeltreffend en duurzaam controlemechanisme worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 35 tot en met 40 van die verordening, om ervoor te zorgen dat de marktdeelnemers het productdossier in het hele in aanmerking komende geografische gebied naleven. Aangezien het acquis is opgeschort in de zones waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, moet in afwachting van de hereniging van Cyprus bij wijze van uitzondering en op tijdelijke basis een werkbare regeling worden vastgesteld om te waarborgen dat de controles efficiënt kunnen worden uitgevoerd op het hele eiland, aangezien het ontbreken daarvan een reden zou vormen voor annulering overeenkomstig artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1151/2012. |
|
(43) |
In artikel 37, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is bepaald dat, alvorens een product onder een beschermde oorsprongsbenaming in de handel wordt gebracht, de controle op de naleving van het productdossier kan worden uitgevoerd door gemachtigde instanties zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 5, van Verordening (EU) 2017/625. Gemachtigde instanties zijn afzonderlijke rechtspersonen waaraan bepaalde taken in verband met officiële controles zijn gedelegeerd. Binnen dat kader en in overeenstemming met het Gezamenlijke akkoord, alsmede gezien de uitzonderlijke situatie in de zones van de Republiek Cyprus waar de invoering van het acquis is opgeschort, is het passend dat het internationaal geaccrediteerde Bureau Veritas wordt aangewezen als de instantie die met betrekking tot het productdossier “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” in heel Cyprus belast is met de controletaken waarin Verordening (EU) nr. 1151/2012 voorziet. Voorwaarde voor de registratie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim”, zoals beoogd in het Gezamenlijke akkoord, is dat die controletaken overeenkomstig de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) 2017/625 worden gedelegeerd aan Bureau Veritas. Bureau Veritas heeft immers op het gebied van de controle van BOB’s een aanzienlijke en langdurige deskundigheid verworven en kan een doeltreffend, objectief en onpartijdig algemeen mechanisme opzetten om de officiële controles voor de verificatie van de naleving van het productdossier van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” in heel Cyprus uit te voeren op het niveau van het landbouwbedrijf, de voederfabriek, de melkinzameling, het vervoer en de kaasfabriek. Alle producenten van het hele eiland zouden dus vallen onder een gemeenschappelijk controlemechanisme dat garandeert dat het productdossier van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” volledig wordt nageleefd. Indien zulks passend wordt geacht, moet Bureau Veritas toestemming krijgen om contacten te onderhouden met de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel. Indien Bureau Veritas gevallen van niet-naleving meldt en de betrokken producenten die niet verhelpen, moet die producenten uiteindelijk het recht worden ontnomen om de naam te gebruiken. |
|
(44) |
Gezien de uitzonderlijke situatie in de zones van de Republiek Cyprus waar de invoering van het acquis is opgeschort, moet bij de delegatie aan Bureau Veritas worden bepaald dat de verslagen ervan moeten worden toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de Republiek Cyprus en aan de Commissie. De Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel zal informatie ontvangen wanneer dit passend wordt geacht. |
|
(45) |
Intellectuele-eigendomsrechten vallen onder het territorialiteitsbeginsel. Bijgevolg hangt de registratie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” als BOB in de Unie uitsluitend af van de daar heersende situatie. De mogelijke productie of verhandeling in derde landen van een kaas die die naam draagt, is in dit verband irrelevant. Ook het mogelijke bestaan van regelgevende productienormen voor die kaas buiten de Unie is niet relevant. |
|
(46) |
Voorts moet erop worden gewezen dat “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 slechts in de Unie in de handel mag worden gebracht als wordt voldaan aan andere specifieke toepasselijke bepalingen van de Unie, waaronder de sanitaire bepalingen die gelden op het niveau van de Unie. |
|
(47) |
In het kader van de bezwaarprocedure is geen deugdelijk bewijsmateriaal verstrekt met betrekking tot de invoer van dergelijke kaas uit derde landen in de Unie. Bijgevolg zijn er geen gronden om specifieke producenten in derde landen een overgangsperiode toe te staan krachtens artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1151/2012. |
|
(48) |
Ontegensprekelijk is Cyprus verreweg de grootste producent en exporteur van deze kaas ter wereld, met een productie van meer dan 19 500 ton per jaar, wat neerkomt op 24,4 kg per hoofd van de bevolking. In deze cijfers is geen rekening gehouden met de productie in de zones van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent. |
|
(49) |
“Halloumi” werd in 2000 bij het BHIM geregistreerd als merk voor kaas die op Cyprus wordt bereid overeenkomstig de desbetreffende in 1985 vastgestelde Cypriotische norm, en dus overeenkomstig het productdossier “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim”. Tegen die registratie werd bij het BHIM één enkel bezwaar ingediend, dat evenwel vervolgens werd ingetrokken. Bijgevolg werd de Cypriotische identiteit van die kaas toen niet betwist. Ook het Gerecht heeft, met name in gevoegde zaken T-292/14 en T-293/14 (5), geoordeeld dat “HALLOUMI” en “ΧΑΛΛΟΥMI” een kaasspecialiteit van Cyprus aanduiden. In zaak T-535/10 (6) oordeelde het Gerecht dat de Griekse term “Halloumi” in het Turks moet worden vertaald met “Hellim” en dat beide termen bijgevolg dezelfde speciale Cypriotische kaas aanduiden. Als andere in de Unie geregistreerde merken in conflict zouden zijn met de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim”, is artikel 14 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van toepassing. De opposanten hebben evenwel geen elementen aangevoerd die tot gevolg hebben dat “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” niet kan worden beschermd wegens de faam of bekendheid van een eerder geregistreerd merk. |
|
(50) |
Toen het Verenigd Koninkrijk bezwaar indiende, was het een lidstaat van de Europese Unie, maar nu maakt het niet langer deel daarvan uit. |
|
(51) |
Volgens het met redenen omklede bezwaarschrift van het Verenigd Koninkrijk bedroeg de binnenlandse productie van dat land ongeveer 300 ton per jaar, wat neerkomt op 0,00461 kg per hoofd van de bevolking, terwijl het Verenigd Koninkrijk per jaar ongeveer 6 500 ton van deze kaas uit Cyprus invoert. |
|
(52) |
Volgens dat met redenen omklede bezwaarschrift zou de registratie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” als beschermde oorsprongsbenaming krachtens Verordening (EU) nr. 1151/2012 beletten dat de naam “Halloumi”/“Hellim” wordt gebruikt voor in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde kaasproducten. |
|
(53) |
Met uitzondering van Noord-Ierland is die verordening evenwel niet van toepassing op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk, aangezien de bescherming van de naam zich niet tot dat grondgebied zou uitstrekken. Met betrekking tot met name Noord-Ierland, op het grondgebied waarvan de bescherming van de naam zal gelden, zijn er, gelet op de gegevens in het met redenen omklede bezwaarschrift dat het Verenigd Koninkrijk bij de Commissie heeft ingediend, en op het feitelijke en juridische kader betreffende het gebruik van de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim”, voor de marktdeelnemers geen geldige redenen om de naam “Halloumi”/“Hellim” te blijven gebruiken voor in het Verenigd Koninkrijk geproduceerde kaasproducten. |
|
(54) |
Wat het vermeende generieke karakter van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” betreft, moet worden opgemerkt dat de perceptie van deze term buiten de Europese Unie en het mogelijke bestaan van daarmee verband houdende regelgevende productienormen of rechterlijke beslissingen in derde landen voor het onderhavige besluit niet relevant worden geacht. |
|
(55) |
In tegenstelling tot wat de opposanten beweren, is “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” geen type kaas geworden dat overal in Europa wordt geproduceerd en waarvan de naam een soortnaam is geworden. De productie van deze kaas buiten Cyprus is verwaarloosbaar, terwijl het product bekend is en geconsumeerd wordt in het grootste deel van het grondgebied van de Unie. In geen enkele nationale handeling of handeling van de Unie is het generieke karakter van de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” vastgesteld. In het kader van de bezwaarprocedure op het niveau van de Unie zijn geen claims met betrekking tot het generieke karakter van de naam ingediend, met uitzondering van het bezwaar van het Verenigd Koninkrijk. |
|
(56) |
Evenzeer heeft de consumptie van “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” op het grondgebied van de Unie in het merendeel van de gevallen betrekking op een in Cyprus geproduceerde kaas. |
|
(57) |
De Cypriotische autoriteiten hebben verder overtuigend aangetoond dat de consumenten in de Unie “Halloumi” of “Hellim” niet louter als een kaassoort beschouwen, los van een specifieke geografische oorsprong. Gegevens van belanghebbenden in de voedingsindustrie, de exportactiviteiten van de Cypriotische bedrijven gedurende meer dan honderd jaar, talrijke artikelen in de media en promotie- en reclameactiviteiten voor kaas tonen zonder enige twijfel aan dat deze kaas sinds eeuwen een in wezen Cypriotische identiteit heeft. Ook prestigieuze encyclopedieën en woordenboeken uit diverse landen en in verschillende talen bevestigen de constante en exclusieve correlatie tussen deze kaas en het Cypriotische terroir. |
|
(58) |
Overigens verwijzen sommige etiketten van buiten Cyprus geproduceerde “Halloumi”/“Hellim” direct of indirect naar Cyprus door te suggereren dat de kaas het traditionele recept of de traditie van Cyprus volgt of op dat recept of die traditie geïnspireerd is, of door gebruik te maken van afbeeldingen of tekstuele voorstellingen die de kaas aan de Cypriotische cultuur koppelen. Een dergelijke correlatie met Cyprus, ook al gaat het om een niet-Cypriotische kaas, wordt dus gesuggereerd en opzettelijk nagestreefd als onderdeel van een verkoopstrategie die munt slaat uit de reputatie van het oorspronkelijke product; hierdoor is de kans reëel dat bij de consument verwarring ontstaat. |
|
(59) |
De verklaring van het BHIM over het vermeende generieke karakter van de naam “Halloumi” in diverse beslissingen van de kamer van beroep, en met name in de beslissing van 20 september 2010, die vervolgens door het Gerecht is vernietigd (7), is louter een obiter dictum. Die verklaring staat in contrast met het arrest van het Gerecht in zaak T-535/10, waarin de Cypriotische identiteit van de kaas met de naam “Halloumi” of “Hellim” wordt omschreven en niet wordt ingegaan op het generieke karakter van de naam in de zin van artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1151/2012. Bovendien werd die verklaring gegeven vóór de indiening van de aanvraag tot registratie van de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” als BOB. |
|
(60) |
Bij brief van 9 juli 2014 heeft Cyprus de Commissie laten weten dat bij Besluit nr. 326/2014 van het ministerie van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu van de Republiek Cyprus van 9 juli 2014 aan marktdeelnemers die in het geografische gebied gevestigd zijn en voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, een overgangsperiode is toegekend van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag bij de Commissie. |
|
(61) |
Om de met de controletaken belaste instantie voldoende tijd te geven om, mede rekening houdend met de extra beperkingen als gevolg van de COVID-19-pandemie, haar controleplan op te stellen en uit te voeren, zodat alle marktdeelnemers in het geografische gebied die de regeling willen naleven, onder het toepasselijke verificatiesysteem kunnen vallen, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld tot 1 oktober 2021. |
|
(62) |
De naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” moet bijgevolg in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen worden ingeschreven. |
|
(63) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.3. (Kaas) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (8).
Artikel 2
Voor de bescherming van de naam “Χαλλούμι” (Halloumi)/“Hellim” (BOB) geldt de overgangsperiode van tien jaar die Cyprus bij Besluit nr. 326/2014 van het ministerie van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Milieu van de Republiek Cyprus van 9 juli 2014 heeft toegekend aan in het geografische gebied gevestigde marktdeelnemers die voldoen aan de voorwaarden van artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1151/2012.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 oktober 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 april 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 246 van 28.7.2015, blz. 9.
(3) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).
(4) Besluit inzake bezwaar nr. B2152604, Besluit inzake bezwaar nr. B2318585, Besluit inzake bezwaar nr. B2190257, Besluit inzake bezwaar nr. B2191396, Besluit inzake bezwaar nr. B002124637.
(5) Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 7 oktober 2015 in gevoegde zaken T-292/14 en T-293/14, Republiek Cyprus/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen).
(6) Arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 13 juni 2012 in zaak T-535/10, Organismos Kypriakis Galaktokomikis Viomichanias/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen).
(7) Beslissing van de vierde kamer van beroep van het BHIM van 20 september 2010 (zaak R 1497/2009-4), vernietigd bij het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 13 juni 2012 in zaak T-535/10.
(8) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).