|
24.3.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 102/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/505 VAN DE COMMISSIE
van 23 maart 2021
tot weigering van een vergunning voor fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide als toevoegingsmiddel voor diervoeding behorende tot de functionele groep conserveermiddelen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de gronden en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2). |
|
(2) |
Voor orthofosforzuur is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens is het toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 van die verordening, zijn er twee aanvragen bij de Commissie ingediend voor de herbeoordeling van orthofosforzuur. |
|
(4) |
De eerste van die aanvragen betrof een preparaat van orthofosforzuur (67 % — 85,7 %) m/m (waterige oplossing). Voor dat preparaat is overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 1055/2013 van de Commissie (3) een vergunning voor 10 jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. |
|
(5) |
De tweede aanvraag werd ingediend voor de herbeoordeling van fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. De aanvrager heeft verzocht om dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en in de functionele groep “conserveermiddelen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd. |
|
(6) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 17 maart 2020 (4) geconcludeerd dat zij, gezien de beperkte gegevens in het oorspronkelijke dossier en de afwezigheid van een reactie van de aanvrager op verschillende verzoeken van de EFSA om aanvullende informatie, eerst op 22 juli 2011 en uiteindelijk op 3 maart 2020, niet in staat was om een mening te geven over de veiligheid en werkzaamheid van fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. |
|
(7) |
Bovendien heeft de Commissie de aanvrager op 8 mei 2020 verzocht informatie te verstrekken over de follow-up van de betrokken aanvraag, maar werd er geen antwoord gegeven. |
|
(8) |
Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 moet de aanvrager overeenkomstig de uitvoeringsmaatregelen (5) van Verordening (EG) nr. 1831/2003 afdoende en voldoende aantonen dat het toevoegingsmiddel voldoet aan de in die verordening vastgestelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning. |
|
(9) |
Aangezien de aanvrager de gevraagde informatie en gegevens niet heeft verstrekt aan de hand waarvan de EFSA de veiligheid en werkzaamheid van fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide kan beoordelen, is niet vastgesteld dat het toevoegingsmiddel onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu en dat het ten minste een van de in artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde kenmerken heeft. |
|
(10) |
Uit de beoordeling van fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide blijkt dat niet aan de voorwaarden voor vergunningverlening van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is voldaan. De vergunning voor het toevoegingsmiddel moet daarom worden geweigerd. |
|
(11) |
Daarom moet fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide als bestaand product in de zin van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1831/2003, alsook diervoeders die dit zuur bevatten, uit de handel worden genomen. Om de exploitanten in staat te stellen naar behoren aan deze verplichting te voldoen, moet er echter in een beperkte periode worden voorzien om de bestaande voorraden van het toevoegingsmiddel en voormengsels en diervoeders die het toevoegingsmiddel bevatten, uit de handel te nemen. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Weigering van vergunningverlening
Voor fosforzuur 60 % op een drager van siliciumdioxide als toevoegingsmiddel voor diervoeding uit de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “conserveermiddelen” wordt geen vergunning verleend.
Artikel 2
Uit de handel nemen van het toevoegingsmiddel
1. Bestaande voorraden van het in artikel 1 bedoelde toevoegingsmiddel en van voormengsels die het bevatten, worden uiterlijk 13 oktober 2021 uit de handel genomen.
2. Voor voedselproducerende dieren bestemde voedermiddelen en mengvoeders die vóór 13 oktober 2021 met het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel of de in lid 1 bedoelde voormengsels zijn geproduceerd, worden uiterlijk op 13 april 2022 uit de handel genomen.
3. Voedermiddelen en mengvoeders die bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren en die vóór 13 oktober 2021 met het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel of de in lid 1 bedoelde voormengsels zijn geproduceerd, worden uiterlijk op 13 april 2023 uit de handel genomen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.
(2) Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1055/2013 van de Commissie van 25 oktober 2013 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van orthofosforzuur als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten (PB L 288 van 30.10.2013, blz. 57).
(4) EFSA Journal 2020;18(4):6064.
(5) Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).