|
12.3.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 85/73 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/436 VAN DE COMMISSIE
van 3 maart 2021
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/207 wat wijzigingen in het model voor de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid” betreft
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (1), en met name artikel 111, lid 5,
Na raadpleging van het Coördinatiecomité voor de Europese structuur- en investeringsfondsen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/207 van de Commissie (2) is het model voor de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid” vastgesteld overeenkomstig artikel 111, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013. |
|
(2) |
Artikel 92 ter van Verordening (EU) nr. 1303/2013, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad (3), stelt de voorwaarden vast voor het gebruik van de extra middelen uit het herstelinstrument voor de Europese Unie in het kader van de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid” voor de nieuwe thematische doelstelling “de bevordering van crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en de voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie”. Het desbetreffende model voor de uitvoeringsverslagen in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/207 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
Om ervoor te zorgen dat de in de context van de COVID-19-pandemie getroffen maatregelen voor crisisherstel meteen kunnen worden toegepast, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/207 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 3 maart 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/207 van de Commissie van 20 januari 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de modellen voor het voortgangsverslag, de indiening van de informatie over een groot project, het gezamenlijke actieplan, de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid”, de beheersverklaring, de auditstrategie, het auditoordeel en het jaarlijkse controleverslag en de methode voor de uitvoering van de kosten-batenanalyse en krachtens Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het model voor de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (PB L 38 van 13.2.2015, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2020/2221 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1303/2013 wat betreft extra middelen en uitvoeringsregelingen om bijstand te verlenen ter bevordering van het crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en ter voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie (React-EU) (PB L 437 van 28.12.2020, blz. 30).
BIJLAGE
Bijlage V wordt vervangen door:
’“BIJLAGE V
Model voor het jaarverslag en het eindverslag over de uitvoering van de doelstelling investeren in groei en werkgelegenheid
DEEL A
GEGEVENS DIE ELK JAAR NODIG ZIJN (“LICHTE VERSLAGEN”)
(artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
1. IDENTIFICATIE VAN HET JAARVERSLAG/EINDVERSLAG OVER DE UITVOERING
|
CCI |
<type=‘S’ maxlength = 15 input=‘S’> |
|
Titel |
<type=‘S’ maxlength = 255 input=‘G’> |
|
Versie |
<type=‘N’ input=‘G’> |
|
Verslagjaar |
<type=‘N’ input=‘G’> |
|
Datum van goedkeuring van het verslag door het toezichtcomité |
<type=‘D’ input=‘M’> |
2. OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN HET OPERATIONELE PROGRAMMA (artikel 50, lid 2, en artikel 111, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Essentiële informatie over de uitvoering van het operationele programma voor het betrokken jaar, met inbegrip van financieringsinstrumenten, met betrekking tot de financiële en indicatorgegevens.
|
<type=‘S’ maxlength = 7000 input=‘M’> |
3. UITVOERING VAN DE PRIORITAIRE AS (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
3.1 Overzicht van de uitvoering (1) , (2)
|
Identificatiecode |
Prioritaire as |
Essentiële informatie over de uitvoering van de prioritaire as onder verwijzing naar de belangrijkste ontwikkelingen, aanzienlijke problemen en de stappen die zijn ondernomen om deze problemen op te lossen |
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 1750 input=‘M’> |
3.2 Gemeenschappelijke en programmaspecifieke indicatoren (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) (3)
Gegevens voor gemeenschappelijke en programmaspecifieke indicatoren per doorgegeven investeringsprioriteit met gebruikmaking van de tabellen 1 tot en met 4 hieronder.
Tabel 1
Resultaatindicatoren voor het EFRO, het EFRO-React-EU en het Cohesiefonds (per prioritaire as en per specifieke doelstelling); geldt ook voor de prioritaire as voor technische bijstand (4)
|
|
WAARDE OP JAARBASIS |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Identificatiecode |
Indicator |
Meeteenheid |
Regiocategorie (indien relevant) |
Uitgangswaarde |
Referentiejaar |
Streefwaarde (2023) |
2014 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
Opmerkingen (indien nodig) |
||||||||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=’N’ or‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
T |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tabel 2A
Gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor het ESF en het ESF-React-EU (per prioritaire as, investeringsprioriteit en per regiocategorie, indien van toepassing). Gegevens over alle gemeenschappelijke ESF- en EFRO-React-EU-resultaatindicatoren (met en zonder streefdoel) worden uitgesplitst naar geslacht gerapporteerd. Voor een prioritaire as voor technische bijstand worden alleen die gemeenschappelijke indicatoren gerapporteerd waarvoor een streefdoel is vastgesteld (5) (6)
Investeringsprioriteit:
|
Identificatiecode |
Indicator |
Regiocategorie |
Gemeenschappelijke outputindicator die als basis voor streefwaarde is gebruikt |
Meeteenheid uitgangswaarde en streefwaarde |
Streefwaarde (2023) (Uitsplitsing naar geslacht facultatief voor het doel) |
2014 |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
Cumulatieve waarde (automatisch berekend) |
Prestatieverhouding Uitsplitsing naar geslacht facultatief |
||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=’N ’ or‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
||||||||||||||||
|
|
Waarde op jaarbasis |
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
Totaal |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
W |
M |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
Totaal |
M |
W |
T |
M |
W |
|
|
Inactieve deelnemers die na de deelname op zoek gaan naar werk |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die na de deelname onderwijs/opleiding volgen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die na de deelname een kwalificatie behalen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kansarme deelnemers die na de deelname op zoek gaan naar werk, onderwijs/opleiding volgen, een kwalificatie hebben behaald, aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die zes maanden na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (7) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers wier arbeidsmarktsituatie zes maanden na de deelname verbeterd was (8) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers ouder dan 54 jaar die zes maanden na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (9) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kansarme deelnemers die zes maanden na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (10) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tabel 2B
Resultaatindicatoren voor het YEI en het YEI-React-EU per prioritaire as of deel van een prioritaire as (artikel 19, lid 3, van en de bijlagen I en II bij de ESF-Verordening) (11)
|
Identificatiecode |
Indicator |
Meeteenheid streefwaarde |
Streefwaarde (2023) (Uitsplitsing naar geslacht facultatief voor het doel) |
2014 |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
Cumulatieve waarde (wordt automatisch berekend) |
Prestatieverhouding Uitsplitsing naar geslacht facultatief |
||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=’N’ or‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
Waarde op jaarbasis |
|
|
|||||||||||||||||||||||||
|
totaal |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
totaal |
M |
W |
totaal |
M |
W |
|||
|
|
Werkloze deelnemers die de door het YEI gesteunde actie voltooid hebben |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Werkloze deelnemers die na de deelname een aanbod van werk, verder onderwijs, een leerlingplaats of een stage ontvangen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Werkloze deelnemers die na de deelname onderwijs of opleiding volgen, een kwalificatie behalen of werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Langdurig werkloze deelnemers die de door het YEI gesteunde actie voltooid hebben |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Langdurig werkloze deelnemers die na de deelname een aanbod van werk, verder onderwijs, een leerlingplaats of een stage ontvangen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Langdurig werkloze deelnemers die na deelname onderwijs of opleiding volgen, een kwalificatie behalen of werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inactieve en geen onderwijs of opleiding volgende deelnemers die de door het YEI gesteunde actie voltooid hebben |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inactieve en geen onderwijs of opleiding volgende deelnemers die na de deelname een aanbod van werk, verder onderwijs, een leerlingplaats of een stage ontvangen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inactieven en geen onderwijs of opleiding volgende deelnemers die na deelname onderwijs/opleiding volgen, een kwalificatie behalen of werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die binnen zes maanden na de deelname deelnemen aan programma’s voor verder onderwijs en opleiding die leiden tot een kwalificatie, een leerlingplaats of een stage (12) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die binnen zes maanden na de deelname aan het werk zijn (13) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die binnen zes maanden na de deelname als zelfstandige werken (14) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inactieve deelnemers die na de deelname op zoek gaan naar werk |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die na de deelname onderwijs/opleiding volgen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die na de deelname een kwalificatie behalen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kansarme deelnemers die na de deelname op zoek gaan naar werk, onderwijs/opleiding volgen, een kwalificatie hebben behaald, aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers die zes maanden na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (15) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers wier arbeidsmarktsituatie zes maanden na de deelname verbeterd was (16) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers ouder dan 54 jaar die zes maanden na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (17) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kansarme deelnemers die zes maanden na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (18) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tabel 2C
Programmaspecifieke resultaatindicatoren voor het ESF en het ESF-React-EU (per prioritaire as, investeringsprioriteit en per regiocategorie, indien van toepassing); geldt ook voor de prioritaire as voor technische bijstand. Voor programmaspecifieke indicatoren van het YEI is uitsplitsing per regiocategorie voor elke prioritaire as of een gedeelte daarvan die het YEI ondersteunen, niet vereist (19). Voor programmaspecifieke indicatoren van het YEI-React-EU-programma wordt geen uitsplitsing naar regiocategorie toegepast.
Investeringsprioriteit:
|
Identificatiecode |
Indicator |
ESF/YEI |
Regiocategorie (in voorkomend geval) |
Meeteenheid indicator |
Meeteenheid uitgangswaarde en streefwaarde |
Streefwaarde (2023) |
2014 |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
|
Prestatieverhouding |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=’N’ or‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
<type=‘N’ or ‘S’ input=‘M’> |
|
<type=‘P’ input=‘G’> (Alleen voor kwantitatieve resultaatindicatoren) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
|
|
||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
|
|
|
t |
m |
w |
||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
Zowel de jaarlijkse als de cumulatieve waarden zijn verplicht. Indien de jaarlijkse waarde niet kan worden verstrekt (bv. omdat percentages worden vermeld en de noemer nul zou zijn), is de jaarlijkse waarde n.b. Cumulatieve waarden voor indicatoren uitgedrukt als absolute getallen en percentages in verhouding tot de referentieoutputindicatoren worden automatisch berekend.
Tabel 3A
Gemeenschappelijke en programmaspecifieke outputindicatoren voor het EFRO, het EFRO-React-EU en het Cohesiefonds (per prioritaire as, per investeringsprioriteit, voor het EFRO uitgesplitst per regiocategorie; geldt ook voor de prioritaire as voor technische bijstand) (20)
Investeringsprioriteit:
|
|
Identificatiecode |
Indicator |
Meeteenheid |
Fonds |
Regiocategorie (in voorkomend geval) |
Streefwaarde (21) (2023) |
2014 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
Opmerkingen (indien nodig) |
||||||||||||||||||||||
|
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
|
|
Cumulatieve waarde — door geselecteerde concrete acties te verwezenlijken outputs [prognose verstrekt door begunstigden] |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Cumulatieve waarde — door concrete acties verwezenlijkte outputs [daadwerkelijke verwezenlijking] |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||
Tabel 3B
Voor bepaalde gemeenschappelijke outputindicatoren voor EFRO- en EFRO-React-EU-steun onder de doelstelling “investeringen voor groei en werkgelegenheid” met betrekking tot productieve investeringen — Aantal ondernemingen dat steun ontvangt uit het operationele programma zonder de meervoudige steun aan diezelfde ondernemingen
|
Naam indicator |
Aantal ondernemingen ondersteund door OP zonder meervoudige ondersteuning |
|
Aantal ondernemingen dat steun ontvangt |
<type=‘N’ input=‘M’> |
|
Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt |
<type=‘N’ input=‘M’> |
|
Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt |
<type=‘N’ input=‘M’> |
|
Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt |
<type=‘N’ input=‘M’> |
|
Aantal nieuwe ondernemingen dat wordt ondersteund |
<type=‘N’ input=‘M’> |
Tabel 4A
Gemeenschappelijke outputindicatoren voor het ESF en het ESF-React-EU (per prioritaire as, investeringsprioriteit en per regiocategorie, indien van toepassing). Voor het YEI, voor elk prioritaire as of een deel daarvan, is een uitsplitsing per regiocategorie niet vereist (*1) Voor het YEI, voor elk prioritaire as of een deel daarvan, wordt geen uitsplitsing per regiocategorie toegepast.
Investeringsprioriteit:
|
Indicator Identificatiecode |
Indicator (naam indicator) |
Regiocategorie (in voorkomend geval) |
Streefwaarde (2023) Uitsplitsing naar geslacht facultatief (voor de streefwaarde) |
2014 |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
Cumulatieve waarde (wordt automatisch berekend) |
Prestatieverhouding uitsplitsing naar geslacht facultatief |
||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
Waarde op jaarbasis |
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||
|
Totaal |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
M |
W |
totaal |
M |
W |
totaal |
M |
W |
|||
|
|
Werklozen (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Werklozen (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Langdurig werklozen (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Langdurig werklozen (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Inactieven (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inactieven (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Inactieven die geen onderwijs of opleiding volgen (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Inactieven die geen onderwijs of opleiding volgen (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Werkenden, onder wie zelfstandigen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Jonger dan 25 jaar (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Jonger dan 25 jaar (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ouder dan 54 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ouder dan 54 jaar die werkloos zijn, met inbegrip van langdurig werklozen, of die inactief zijn en geen onderwijs of opleiding volgen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Met primair (ISCED 1) of lager middelbaar onderwijs (ISCED 2) (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Met primair (ISCED 1) of lager middelbaar onderwijs (ISCED 2) (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Met hoger middelbaar (ISCED 3) of postsecundair onderwijs (ISCED 4) (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Met hoger middelbaar (ISCED 3) of postsecundair onderwijs (ISCED 4) (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Met hoger onderwijs (ISCED 5 tot en met 8) (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Met hoger onderwijs (ISCED 5 tot en met 8) (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Migranten, deelnemers met een buitenlandse achtergrond, minderheden (waaronder gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma) (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Migranten, deelnemers met een buitenlandse achtergrond, minderheden (waaronder gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma) (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Deelnemers met een handicap (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers met een handicap (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Andere kansarmen (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere kansarmen (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Daklozen of mensen die van de woningmarkt uitgesloten zijn (22) (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Daklozen of mensen die van de woningmarkt uitgesloten zijn (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Deelnemers van het platteland (23) (ESF) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Deelnemers van het platteland (YEI) |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo’s wordt uitgevoerd |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
Aantal projecten dat op duurzame participatie en vooruitgang van vrouwen op de arbeidsmarkt gericht is |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
Aantal projecten dat gericht is op overheidsadministraties of overheidsdiensten op nationaal, regionaal of lokaal niveau |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (waaronder coöperatieve ondernemingen en ondernemingen binnen de sociale economie) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
|
Totaal-generaal van de deelnemers (24): |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||
Tabel 4B
Programmaspecifieke outputindicatoren voor het ESF en het ESF-React-EU (per prioritaire as, investeringsprioriteit en per regiocategorie; geldt ook voor de prioritaire as voor technische bijstand). Voor het YEI, voor elke prioritaire as of een deel daarvan, is een uitsplitsing per regiocategorie niet vereist (25) . Voor het ESF-React-EU en het YEI-React-EU, voor elke prioritaire as of een deel daarvan, wordt geen uitsplitsing per regiocategorie toegepast.
Investeringsprioriteit:
|
Identificatiecode |
Indicator (naam indicator) |
Regiocategorie (in voorkomend geval) |
Meeteenheid |
Streefwaarde (2023) |
2014 |
2015 |
2016 |
2017 |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
Cumulatieve waarde (wordt automatisch berekend) |
Prestatieverhouding |
||||||||||||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
Waarde op jaarbasis |
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
W |
totaal |
m |
w |
totaal |
m |
w |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3. Mijlpalen en streefwaarden zoals omschreven in het prestatiekader (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) — in te dienen in de jaarverslagen over de uitvoering vanaf 2017 (26) (27)
Verslaglegging over financiële indicatoren, de belangrijkste uitvoeringsstappen, output- en resultaatindicatoren die als mijlpalen en doelstellingen voor het prestatiekader fungeren (in te dienen te beginnen met het verslag in 2017).
Tabel 5
Informatie over de mijlpalen en streefwaarden in het prestatiekader
|
|
Bereikte waarde (*2) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Prioritaire as |
Soort indicator (belangrijke uitvoeringsstap, financiële output- of, indien van toepassing, resultaatindicator) |
Identificatiecode |
Indicator of belangrijke stap in de uitvoering |
Meeteenheid, indien van toepassing |
Fonds |
Regiocategorie |
Mijlpaal voor 2018 |
Uiteindelijke streefdoel (2023) |
2014 |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
20 |
21 |
22 |
23 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
<type=‘S’ or ‘N’ or ‘P’ input=‘M’ or ‘G’> |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
c (*2) |
a (*2) |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
c |
a |
Opmerkingen (indien nodig) |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
m |
w |
t |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
3.4. Financiële gegevens (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) (28)
Tabel 6
Financiële informatie op het niveau van de prioritaire as en op programmaniveau, zoals uiteengezet in tabel 1 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1011/2014 van de Commissie (29) [Model voor de indiening van financiële gegevens] (30)
Tabel 7
Uitsplitsing van de cumulatieve financiële gegevens per steunverleningscategorie voor het EFRO, het EFRO-React-EU, het ESF, het ESF-React-EU en het Cohesiefonds (artikel 112, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1304/2013) zoals vermeld in tabel 2 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1011/2014 van de Commissie [Model voor de indiening van financiële gegevens]
Tabel 8
Het gebruik van kruisfinanciering (31)
|
1. |
2. |
3. |
4. |
5. |
6. |
|
Gebruik van kruisfinanciering |
Prioritaire as |
Het bedrag aan EU-steun dat naar verwachting zal worden gebruikt voor kruisfinanciering op basis van geselecteerde concrete acties (32) (EUR) |
Aandeel van de EU-steun aan de prioritaire as (%) (3/EU-steun aan de prioritaire as*100) |
Het bedrag aan EU-steun dat uit hoofde van kruisfinanciering is gebruikt en dat door de begunstigde is gedeclareerd bij de managementautoriteit (EUR) |
Aandeel van de EU-steun aan de prioritaire as (%) (5/EU-steun aan de prioritaire as*100) |
|
Kruisfinanciering: kosten die in aanmerking komen voor steun in het kader van het EFRO, maar waarvoor steun wordt verleend uit het ESF (33) |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
|
Kruisfinanciering: kosten die in aanmerking komen voor steun in het kader van het ESF, maar waarvoor steun wordt verleend uit het EFRO (34) |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
|
Kruisfinanciering: kosten die in aanmerking komen voor steun in het kader van het EFRO-React-EU, maar waarvoor steun wordt verleend uit het ESF-React-EU (35) |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
|
Kruisfinanciering: kosten die in aanmerking komen voor steun in het kader van het ESF-React-EU, maar waarvoor steun wordt verleend uit het EFRO-React-EU (36) |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
Tabel 9
Kosten van concrete acties die buiten het programmagebied worden uitgevoerd (het EFRO, het EFRO-React-EU en het Cohesiefonds uit hoofde van de doelstelling “investeringen voor groei en werkgelegenheid”)
|
1. |
2. |
3. |
4. |
5. |
6. |
|
|
Prioritaire as |
Het bedrag aan EU-steun dat naar verwachting zal worden gebruikt voor concrete acties die op basis van geselecteerde concrete acties buiten het programmagebied worden uitgevoerd (EUR) |
Als percentage van de EU-steun aan de prioritaire as op het moment van goedkeuring van het programma (%) (3/EU-steun aan de prioritaire as op het moment van goedkeuring van het programma*100) |
Het bedrag aan EU-steun dat voor concrete acties die buiten het programmagebied worden uitgevoerd is gebruikt op basis van subsidiabele, door de begunstigde bij de managementautoriteit gedeclareerde uitgaven (EUR) |
Als percentage van de EU-steun aan de prioritaire as op het moment van goedkeuring van het programma (%) (5/EU-steun aan de prioritaire as op het moment van goedkeuring van het programma*100) |
|
Kosten van concrete acties buiten het programmagebied (37) |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
Tabel 10
Uitgaven die buiten de Unie zijn gedaan (ESF en ESF-React-EU) (38)
|
1. |
2. |
3. |
4. |
|
Het geplande bedrag aan uitgaven buiten de Unie op basis van geselecteerde concrete acties in het kader van thematische doelstellingen 8 en 10 (EUR) |
Aandeel van de totale financiële toewijzing (Unie-bijdrage en nationale bijdrage) aan het ESF-programma of het ESF-deel van een programma dat door meerdere fondsen gefinancierd wordt (%) (1/totale financiële toewijzing (Unie-bijdrage en nationale bijdrage) aan het ESF-programma of het ESF-deel van een programma dat door meerdere fondsen gefinancierd wordt*100) |
Subsidiabele uitgaven die buiten de Unie zijn gedaan en die door de begunstigde zijn gedeclareerd bij de managementautoriteit (EUR) |
Aandeel van de totale financiële toewijzing (Unie-bijdrage en nationale bijdrage) aan het ESF-programma of het ESF-deel van een programma dat door meerdere fondsen gefinancierd wordt (%) (3/totale financiële toewijzing (Unie-bijdrage en nationale bijdrage) aan het ESF-programma of het ESF-deel van een programma dat door meerdere fondsen gefinancierd wordt*100) |
|
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘P’ input=‘G’> |
Tabel 11
Toewijzing van YEI-middelen aan jongeren buiten de subsidiabele regio’s van NUTS-niveau 2 (artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1304/2013) (39)
|
1. |
2. |
3. |
4. |
5. |
6. |
|
|
Prioritaire as |
Het bedrag van EU-steun uit hoofde van het YEI (YEI-specifieke toewijzing en bijbehorende ESF-steun) dat naar verwachting zal worden toegewezen aan jongeren buiten de subsidiabele NUTS-niveau 2-regio’s (EUR), zoals aangegeven in punt 2.A.6.1 van het operationele programma |
Het bedrag van EU-steun uit hoofde van het YEI (YEI-specifieke toewijzing en bijbehorende ESF-steun) dat is toegewezen aan concrete acties om jongeren buiten de subsidiabele NUTS-niveau 2-regio’s (EUR) te ondersteunen |
Subsidiabele uitgaven die zijn gedaan in concrete acties ter ondersteuning van jongeren buiten de subsidiabele regio’s (EUR) |
Overeenkomstige EU-steun voor subsidiabele uitgaven die zijn gedaan in concrete acties ter ondersteuning van jongeren buiten de subsidiabele regio’s, die voortvloeit uit de toepassing van het medefinancieringspercentage van de prioritaire as (EUR) |
|
|
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
|
Totaal |
|
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
<type=‘N’ input=‘G’> |
4. SAMENVATTING VAN DE EVALUATIES (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Samenvatting van de bevindingen van alle evaluaties van het programma die in het afgelopen financiële jaar beschikbaar zijn geworden, met verwijzingen naar de naam en de referentieperiode van de gebruikte evaluatieverslagen
|
<type=‘S’ maxlength = 10500 input=‘M’> |
5. INFORMATIE OVER DE UITVOERING VAN HET JONGERENWERKGELEGENHEIDSINITIATIEF (YEI), ook met middelen uit React-EU, INDIEN VAN TOEPASSING (artikel 19, leden 2 en 4, van Verordening (EU) nr. 1304/2013)
Een algemene beschrijving van de uitvoering van het YEI, met inbegrip van de wijze waarop het YEI heeft bijgedragen aan de uitvoering van de jongerengarantie en ook concrete voorbeelden van maatregelen die in het kader van het YEI worden ondersteund.
Een beschrijving van eventuele problemen die zich bij de uitvoering van het YEI hebben voorgedaan, en de maatregelen die zijn getroffen om deze problemen op te lossen.
In het in 2016 in te dienen verslag wordt de kwaliteit van de dienstverbanden die zijn aangeboden aan YEI-deelnemers, met inbegrip van kansarmen, mensen uit gemarginaliseerde gemeenschappen en mensen die zonder kwalificatie het onderwijs verlaten, weergegeven en geëvalueerd. In het verslag wordt voorts hun vooruitgang in een vervolgopleiding, bij het vinden van duurzaam en fatsoenlijk werk of de overstap naar een leerlingplaats of hoogwaardige stage weergegeven en geëvalueerd.
Het verslag geeft de voornaamste bevindingen weer van evaluaties van de doeltreffendheid, de efficiëntie en het effect van de gezamenlijke bijstand van het ESF en van de specifieke toewijzing voor het YEI, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie.
6. VRAAGSTUKKEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE PRESTATIES VAN HET PROGRAMMA EN DE GENOMEN MAATREGELEN (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) (40)
a) Vraagstukken die van invloed zijn op de prestaties van het programma en de genomen maatregelen
|
<type=‘S’ maxlength = 7000 input=‘M’> |
b) FACULTATIEF VOOR LICHTE VERSLAGEN, anders zal het worden opgenomen bij punt 11.1 van het model (artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013):
Een beoordeling of de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen voldoende is om deze doelstellingen te bereiken, met vermelding van eventuele genomen of geplande corrigerende maatregelen, voor zover van toepassing.
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
7. PUBLIEKSSAMENVATTING (artikel 50, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) (41)
Een publiekssamenvatting van de inhoud van het jaarverslag en het eindverslag over de uitvoering wordt openbaar gemaakt en geüpload als een afzonderlijk bestand in de vorm van een bijlage bij het jaarverslag en het eindverslag over de uitvoering.
8. VERSLAG OVER DE UITVOERING VAN FINANCIERINGSINSTRUMENTEN (artikel 46 van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Wanneer de managementautoriteit besloten heeft gebruik te maken van financieringsinstrumenten, moet zij de Commissie een specifiek verslag sturen over de concrete acties die financieringsinstrumenten omvatten, dat als bijlage bij het jaarverslag over de uitvoering wordt gevoegd (42).
9. Facultatief voor het in 2016 in te dienen verslag, niet van toepassing voor andere lichte verslagen: MAATREGELEN DIE ZIJN GENOMEN OM AAN EX-ANTEVOORWAARDEN TE VOLDOEN (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) wanneer van toepassing zijnde ex-antevoorwaarden bij de vaststelling van het OP niet zijn vervuld: (zie punt 13 van het model) (43)
10. DE VORDERINGEN BIJ DE VOORBEREIDING EN UITVOERING VAN GROTE PROJECTEN EN GEZAMENLIJKE ACTIEPLANNEN (artikel 101, onder h),en artikel 111, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
10.1. Grote projecten
Tabel 12
Grote projecten
|
Project |
CCI |
Status van het grote project
|
Totale investeringen |
Totale subsidiabele kosten |
Geplande kennisgeving/ datum van indiening (indien van toepassing) (jaar, kwartaal) |
Datum van de stilzwijgende toestemming/goedkeuring door de Commissie (indien van toepassing) |
Geplande aanvang van de tenuitvoerlegging (jaar, kwartaal) |
Geplande voltooiingsdatum (jaar, kwartaal) |
Prioritaire as/investeringsprioriteiten |
Huidige stand van uitvoering — financiële vorderingen (% van de aan de Commissie meegedeelde gecertificeerde uitgaven ten opzichte van de totale subsidiabele kosten) |
Huidige stand van uitvoering — materiële vorderingen Belangrijkste uitvoeringsfase van het project
|
Belangrijkste outputs |
Datum van ondertekening van de eerste opdracht voor werken (44) (indien van toepassing) |
Opmerkingen (indien nodig) |
||||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘D’ input=‘G’> |
<type=‘D’ input=‘G’> |
<type=‘D’ input=‘G’> |
<type=‘D’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘P’ input=‘M’> |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
<type=‘D’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
Significante problemen bij de uitvoering van grote projecten en getroffen maatregelen om deze te verhelpen
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
Geplande wijzigingen in de lijst met grote projecten in het operationele programma
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
10.2. Gezamenlijke actieplannen
De vorderingen bij de uitvoering van de verschillende fasen van de gezamenlijke actieplannen
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
Tabel 13
Gezamenlijke actieplannen (JAP)
|
Titel van het JAP |
CCI |
Uitvoering van de fasen van het JAP
|
Totale subsidiabele kosten |
Totale overheidssteun |
OP-bijdrage aan het JAP |
Prioritaire as |
Soort JAP
|
[Gepland] indiening bij de Commissie |
[Geplande] start van de uitvoering |
[Geplande] voltooiing |
Belangrijkste outputs en resultaten |
Aan de Commissie meegedeelde gecertificeerde totale subsidiabele uitgaven |
Opmerkingen (indien nodig) |
||||||||||||||||||
|
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘S’ input=‘G’> |
<type=‘S’ input=‘S’> |
<type=‘D’ input=‘M’> |
<type=‘D’ input=‘M’> |
<type=‘D’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
<type=‘N’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 875 input=‘M’> |
Significante gesignaleerde problemen en getroffen maatregelen om deze te verhelpen
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
DEEL B
IN 2017 EN 2019 IN TE DIENEN VERSLAG EN EINDVERSLAG OVER DE UITVOERING
(artikel 50, lid 4, en artikel 111, leden 3 en 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
11. OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN HET OPERATIONELE PROGRAMMA (artikel 50, lid 4, en artikel 111, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
11.1 Informatie in deel A en verwezenlijking van de doelstellingen van het programma (artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
VOOR ELKE PRIORITAIRE AS — Beoordeling van de hierboven verstrekte informatie en de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, met inbegrip van de bijdrage van de Europese structuur- en investeringsfondsen tot veranderingen in de waarde van resultaatindicatoren, wanneer bewijzen uit evaluaties beschikbaar zijn.
|
<type=‘S’ maxlength = 10500 input=‘M’> |
11.2 Specifieke acties die zijn uitgevoerd om de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen en discriminatie te voorkomen, met name de bevordering van de toegankelijkheid voor mensen met een handicap, en de regelingen die zijn getroffen om de integratie van het genderperspectief in het operationele programma en in concrete acties te garanderen (artikel 50, lid 4, en artikel 111, lid 4, tweede alinea, onder e),van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Een beoordeling van de uitvoering van specifieke acties teneinde rekening te houden met de beginselen van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 ten aanzien van de bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie, inclusief, afhankelijk van de inhoud en de doelstellingen van het operationele programma, de specifieke acties die zijn uitgevoerd ter bevordering van gelijkheid van mannen en vrouwen en ter voorkoming van discriminatie, met name de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de regelingen die zijn getroffen om de integratie van het genderperspectief in het operationele programma en de concrete acties te garanderen.
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
11.3 Duurzame ontwikkeling (artikel 50, lid 4, en artikel 111, lid 4, tweede alinea, onder f),van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Een beoordeling van de uitvoering van acties teneinde rekening te houden met de beginselen van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 ten aanzien van duurzame ontwikkeling, met inbegrip van, afhankelijk van de inhoud en de doelstellingen van het operationele programma, een overzicht van de acties die zijn uitgevoerd ter bevordering van duurzame ontwikkeling overeenkomstig dat artikel.
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
11.4 Verslaglegging over de steun die gebruikt is voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering (artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
|
Cijfers automatisch berekend door SFC2014, gebaseerd op gegevens van de indeling in categorieën. Facultatief: verduidelijking van de vermelde waarden. <type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
11.5 Rol van partners bij de uitvoering van het programma (artikel 50, lid 4, en artikel 111, lid 4, eerste alinea, onder c), van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Beoordeling van de uitvoering van acties teneinde rekening te houden met de rol van partners als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, met inbegrip van de betrokkenheid van de partners bij de uitvoering, het toezicht en de evaluatie van het operationele programma.
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
12. VERPLICHTE INFORMATIE EN BEOORDELING OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 111, LID 4, eerste alinea, onder a) en b), van VERORDENING (EU) Nr. 1303/2013
12.1 De vorderingen bij de uitvoering van het evaluatieplan en de follow-up van de bevindingen van evaluaties
|
<type=‘S’ maxlength = 7000 input=‘M’> |
12.2 De resultaten van de voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen voor de fondsen die in het kader van de communicatiestrategie zijn uitgevoerd
|
<type=‘S’ maxlength = 7000 input=‘M’> |
13. MAATREGELEN DIE ZIJN GENOMEN OM TE VOLDOEN AAN EX-ANTEVOORWAARDEN (artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) (Mag worden opgenomen in het in 2016 in te dienen verslag (zie bovenstaand punt 9). Moet worden opgenomen in het in 2017 in te dienen verslag.) Optie: voortgangsverslag (45)
Tabel 14
Maatregelen die zijn genomen om aan de toepasselijke algemene ex-antevoorwaarden te voldoen
|
Algemene ex-antevoorwaarde |
Criteria waaraan niet is voldaan |
Genomen maatregelen |
Uiterste datum |
Verantwoordelijke instanties |
Maatregel genomen voor de uiterste datum (J/N) |
Aan criteria voldaan (J/N) |
Verwachte datum voor volledige uitvoering van resterende maatregelen, indien van toepassing |
Opmerkingen (voor elke maatregel) |
|
<type=‘S’ maxlength = 500 input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 500 input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 1000 input=‘G’> |
<type=‘D’ input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 500 input=‘G’> |
<type=‘C’ input=‘M’> |
<type=‘C’ input=‘M’> |
<type=‘C’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 2000 input=‘M’> |
|
|
|
Maatregel 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Maatregel 2 |
|
|
|
|
|
|
Tabel 15
Genomen maatregelen om aan de toepasselijke thematische ex-antevoorwaarden te voldoen
|
Thematische ex-antevoorwaarde |
Criteria waaraan niet is voldaan |
Genomen maatregelen |
Uiterste datum |
Verantwoordelijke instanties |
Maatregel genomen voor de uiterste datum (J/N) |
Aan criteria voldaan (J/N) |
Verwachte datum voor volledige uitvoering van resterende maatregelen, indien van toepassing |
Opmerkingen (voor elke maatregel) |
|
<type=‘S’ maxlength = 500 input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 500 input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 1000 input=‘G’> |
<type=‘D’ input=‘G’> |
<type=‘S’ maxlength = 500 input=‘G’> |
<type=‘C’ input=‘M’> |
<type=‘C’ input=‘M’> |
<type=‘C’ input=‘M’> |
<type=‘S’ maxlength = 2000 input=‘M’> |
|
|
|
Maatregel 1 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Maatregel 2 |
|
|
|
|
|
|
14. AANVULLENDE INFORMATIE DIE KAN WORDEN TOEGEVOEGD AFHANKELIJK VAN DE INHOUD EN DE DOELSTELLINGEN VAN HET OPERATIONELE PROGRAMMA (artikel 111, lid 4, tweede alinea, onder a), b), c), d), g) en h), van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
14.1 Vorderingen bij de uitvoering van de geïntegreerde aanpak voor territoriale ontwikkeling, met inbegrip van de ontwikkeling van regio’s die met demografische uitdagingen en permanente of natuurlijke belemmeringen kampen, geïntegreerde territoriale investeringen, duurzame stedelijke ontwikkeling, en vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling in het kader van het operationele programma.
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> (optie voortgangsverslag) |
14.2 De vorderingen bij de uitvoering van acties ter vergroting van de capaciteit van de autoriteiten van de lidstaten en van de begunstigden om de fondsen administratief te beheren en te gebruiken
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> (optie voortgangsverslag) |
14.3 De vorderingen bij de uitvoering van interregionale en transnationale acties
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> (optie voortgangsverslag) |
14.4 In voorkomend geval, de bijdrage aan macroregionale en zeebekkenstrategieën
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
14.5 De vorderingen bij de uitvoering van eventuele acties op het gebied van sociale innovatie
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> |
14.6 De vorderingen bij de uitvoering van maatregelen om te voorzien in de specifieke behoeften van de geografische gebieden die het hardst door armoede worden getroffen of van doelgroepen die het grootste risico lopen te worden gediscrimineerd in verband met armoede of sociaal uitgesloten te worden, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan gemarginaliseerde gemeenschappen en mensen met een handicap, langdurig werklozen en werkloze jongeren, met vermelding van de gebruikte financiële middelen, in voorkomend geval
|
<type=‘S’ maxlength = 3500 input=‘M’> (optie voortgangsverslag) |
DEEL C
IN 2019 IN TE DIENEN VERSLAG EN EINDVERSLAG OVER DE UITVOERING
(artikel 50, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
15. Financiële informatie op het niveau van de prioritaire as en op programmaniveau (artikel 21, lid 2, en artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013)
Voor de beoordeling van de voortgang betreffende het behalen van de voor de financiële indicatoren vastgestelde mijlpalen en streefdoelen in de jaren 2018 en 2023 bevat tabel 6 van deel A van deze bijlage de volgende twee aanvullende kolommen:
|
13 |
14 |
|
Gegevens voor de evaluatie van de prestaties en het prestatiekader |
|
|
Alleen voor het in 2019 in te dienen verslag: totale door de begunstigden gedane en betaalde en uiterlijk op 31 december 2018 aan de Commissie gecertificeerde subsidiabele uitgaven artikel 21, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 |
Alleen voor het eindverslag over de uitvoering: totale door de begunstigden gedane en betaalde en uiterlijk op 31 december 2023 aan de Commissie gecertificeerde subsidiabele uitgaven artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
16. SLIMME, DUURZAME EN INCLUSIEVE GROEI (optie voortgangsverslag)
Informatie over en beoordeling van de programmabijdrage aan het verwezenlijken van de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei.
|
<type=‘S’ maxlength = 17500 input=‘M’> |
17. VRAAGSTUKKEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE PRESTATIES VAN HET PROGRAMMA EN DE GENOMEN MAATREGELEN — PRESTATIEKADER (artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013) (46)
Wanneer uit de beoordeling van de geboekte vooruitgang met betrekking tot de mijlpalen en doelstellingen zoals vastgesteld in het prestatiekader blijkt dat bepaalde mijlpalen en doelstellingen niet zijn bereikt, moeten lidstaten aangeven wat de redenen zijn voor het niet realiseren van deze mijlpalen in het verslag van 2019 (voor mijlpalen) en in het eindverslag over de uitvoering (voor de doelstellingen).
|
<type=‘S’ maxlength = 7000 input=‘M’> |
18. JONGERENWERKGELEGENHEIDSINITIATIEF (YOUTH EMPLOYMENT INITIATIVE (YEI)) (artikel 19, leden 4 en 6, van Verordening (EU) nr. 1304/2013) (indien van toepassing)
In het in 2019 in te dienen verslag wordt de kwaliteit van de dienstverbanden die zijn aangeboden aan YEI-deelnemers, met inbegrip van kansarmen, mensen uit gemarginaliseerde gemeenschappen en mensen die zonder kwalificatie het onderwijs verlaten, weergegeven en geëvalueerd. In het verslag wordt voorts hun vooruitgang in een vervolgopleiding, bij het vinden van duurzaam en fatsoenlijk werk of de overstap naar een leerlingplaats of hoogwaardige stage weergegeven en geëvalueerd.
Het verslag geeft de voornaamste bevindingen weer van evaluaties van de doeltreffendheid, de efficiëntie en het effect van de gezamenlijke bijstand van het ESF en van de specifieke toewijzing voor het YEI, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie.
|
<type=‘S’ maxlength = 10500 input=‘M’> |
(1) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend. Wanneer het YEI wordt uitgevoerd als onderdeel van een prioritaire as moet het verslag worden gesplitst tussen het YEI-deel en het andere deel van de prioritaire as.
(2) De tabellen in deze bijlage bevatten de uitsplitsing van de React-EU-middelen (artikel 92 bis van Verordening (EU) nr. 1303/2013) waar nodig, d.w.z. EFRO-React-EU, ESF-React-EU en YEI-React-EU.
(3) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(4) In tabel 1 moet de uitsplitsing naar geslacht alleen in de velden voor de jaarlijkse waarde worden gebruikt als deze in tabel 12 van het OP is opgenomen. Gebruik anders T = totaal.
(5) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(6) Indien de investeringsprioriteit een streefdoel voor een gemeenschappelijke ESF-resultaatindicator bevat, moeten gegevens worden verstrekt voor de desbetreffende resultaatindicator met betrekking tot de geselecteerde doelgroep (d.w.z. de als referentie gebruikte gemeenschappelijke outputindicator) alsook voor de gehele populatie van deelnemers die in de IP de betrokken resultaten hebben behaald.
(7) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(8) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(9) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(10) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(11) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(12) Schatting op basis van representatieve steekproeven.
(13) Schatting op basis van representatieve steekproeven.
(14) Schatting op basis van representatieve steekproeven.
(15) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(16) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(17) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(18) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om twee keer gegevens te verstrekken, in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Bij deze optie worden cumulatieve waarden vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het jaarverslag over de uitvoering in 2019 en in het eindverslag over de uitvoering. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(19) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(20) In tabel 3A moet de uitsplitsing naar geslacht in de relevante velden alleen worden gebruikt als deze in tabel 5 of 13 van het OP is opgenomen. Gebruik anders T = totaal.
(21) Streefwaarden zijn facultatief voor de prioritaire assen voor technische bijstand.
(*1) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(22) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om één keer gegevens te verstrekken, in het uitvoeringsverslag in 2017. Bij deze optie wordt een cumulatieve waarde vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het uitvoeringsverslag in 2017. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(23) Schatting op basis van representatieve steekproeven. De lidstaten hebben twee rapporteringsopties. Optie 1: de minimale eis is om één keer gegevens te verstrekken, in het uitvoeringsverslag in 2017. Bij deze optie wordt een cumulatieve waarde vermeld in de kolom “Cumulatieve waarde” in het uitvoeringsverslag in 2017. Optie 2: voor elk jaar worden jaarlijkse waarden verstrekt.
(24) Het totaal-generaal van de deelnemers omvat de deelnemers waarvan het dossier (met niet-gevoelige persoonsgegevens) compleet is en deelnemers waarvan het dossier (met niet-gevoelige persoonsgegevens) niet compleet is. Het totale aantal deelnemers wordt in het SFC2014-systeem berekend op basis van de volgende drie gemeenschappelijke outputindicatoren “werklozen, met inbegrip van langdurig werklozen”, “inactieven” en “werkenden, onder wie zelfstandigen”. Dat totaal omvat alleen deelnemers met de volledige gegevensbestanden, met inbegrip van alle niet-gevoelige persoonsgegevens. In het eindtotaal van de deelnemers moeten de lidstaten verslag uitbrengen over alle ESF-deelnemers, met inbegrip van degenen waarvan het dossier met niet-gevoelige persoonsgegevens niet compleet is.
(25) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(26) In tabel 6 moet de uitsplitsing naar geslacht in de relevante velden alleen worden gebruikt als deze in tabel 6 van het OP is opgenomen. Gebruik anders T = totaal.
(27) Dit deel is niet van toepassing in het geval van een operationeel programma dat aan de thematische doelstelling “de bevordering van crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en de voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie” (“specifiek React-EU-programma”) is gewijd of in het geval van prioritaire assen die aan die thematische doelstelling zijn gewijd (“prioritaire assen React-EU”).
(*2) Voor het EFRO of het Cohesiefonds dienen de lidstaten cumulatieve waarden in voor outputindicatoren. Voor het ESF worden de cumulatieve waarden automatisch door SFC2014 berekend op basis van jaarlijkse waarden die door de lidstaten zijn ingediend. Waarden voor financiële indicatoren zijn cumulatief voor alle fondsen. Waarden voor de belangrijkste uitvoeringsstappen zijn cumulatief voor alle fondsen, indien de belangrijkste uitvoeringsstappen worden uitgedrukt als aantal of percentage. Indien de bereikte waarde kwalitatief wordt uitgedrukt, moet uit de tabel blijken of deze al dan niet ingevuld is. * In de tabel is c = cumulatieve en a = jaarlijks.
(28) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(29) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1011/2014 van de Commissie van 22 september 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de modellen voor de indiening van bepaalde informatie bij de Commissie en voorschriften voor de uitwisseling van informatie tussen begunstigden en managementautoriteiten, certificeringsautoriteiten, auditautoriteiten en intermediaire instanties (PB L 286 van 30.9.2014, blz. 1).
(30) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(31) Alleen van toepassing op operationele programma’s onder de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid”, waaronder het ESF en/of het EFRO.
(32) Wanneer het niet mogelijk is precieze bedragen van tevoren te bepalen, vóór de uitvoering van de concrete actie, moet de rapportage worden gebaseerd op de maxima die op de actie zijn toegepast, dat wil zeggen als een EFRO-actie tot 20 % mag bestaan uit ESF-type uitgaven, dan moet de rapportage worden gebaseerd op de veronderstelling dat de gehele 20 % voor dit doel kan worden gebruikt. Wanneer een concrete actie is voltooid, moeten de gegevens die voor deze kolom worden gebruikt, op werkelijk gemaakte kosten zijn gebaseerd.
(33) Artikel 98, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
(34) Artikel 98, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
(35) Artikel 98, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
(36) Artikel 98, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
(37) In overeenstemming met en onder voorbehoud van de maxima vastgesteld in artikel 70, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 of artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1299/2013.
(38) In overeenstemming met en onder voorbehoud van de maxima zoals vastgesteld in artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1304/2013.
(39) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(40) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(41) Gestructureerde gegevens die nodig zijn voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(42) Zie bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 821/2014 van de Commissie.
(43) Facultatief voor het verslag over het YEI dat overeenkomstig artikel 19, lid 3, van en bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1304/2013 in april 2015 moet worden ingediend.
(44) In geval van in het kader van PPP-structuren uitgevoerde concrete acties, de ondertekening van het PPP-contract tussen de overheidsinstantie en de private instantie (artikel 102, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013).
(45) Dit deel is niet van toepassing in het geval van een operationeel programma dat aan de thematische doelstelling “de bevordering van crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en de voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie” (“specifiek React-EU-programma”) is gewijd of in het geval van prioritaire assen die aan die thematische doelstelling zijn gewijd (“prioritaire assen React-EU”).
(46) Dit deel is niet van toepassing in het geval van een operationeel programma dat aan de thematische doelstelling “de bevordering van crisisherstel in de context van de COVID-19-pandemie en de sociale gevolgen daarvan en de voorbereiding van een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie” (“specifiek React-EU-programma”) is gewijd of in het geval van prioritaire assen die aan die thematische doelstelling zijn gewijd (“prioritaire assen React-EU”).