|
25.2.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 65/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/328 VAN DE COMMISSIE
van 24 februari 2021
tot instelling van een definitief compenserend recht op continuglasvezelproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 18,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Geldende maatregelen
|
(1) |
De Raad heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 248/2011 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde continuglasvezelproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC” of “China”). Het recht, gebaseerd op het schade opheffend prijsniveau, varieerde van 7,3 % tot 13,8 %. |
|
(2) |
De Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1379/2014 (3), naar aanleiding van een antisubsidieonderzoek en een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen, het oorspronkelijke antidumpingrecht gewijzigd tot waarden die variëren van 0 % tot 19,9 %, en een bijkomend compenserend recht ingesteld dat varieert van 4,9 % tot 10,3 %. |
|
(3) |
De Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/724 (4) naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen, de antidumpingrechten met vijf jaar verlengd. |
|
(4) |
De resulterende gecombineerde compenserende en antidumpingmaatregelen variëren bijgevolg van 4,9 % tot 30,2 %. |
|
(5) |
Er gelden ook maatregelen ten aanzien van glasvezelproducten van oorsprong uit Egypte. De Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/870 (5) naar aanleiding van een antisubsidieonderzoek een definitief compenserend recht op bepaalde continuglasvezelproducten van oorsprong uit Egypte ingesteld. Het recht, gebaseerd op de hoogte van de subsidiëring, bedroeg 13,1 %. |
1.2. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(6) |
Op 17 december 2019 heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een nieuw onderzoek naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer van glasvezelproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China. De Commissie heeft daartoe een bericht van opening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (“het bericht van opening”) (6). |
|
(7) |
De Commissie heeft het onderzoek geopend naar aanleiding van een verzoek om een nieuw onderzoek dat was ingediend door de European Glass Fibre Producers Association (“APFE” of “de indiener van het verzoek”) namens producenten die meer dan 50 % van de totale productie van bepaalde continuglasvezelproducten in de Unie voor hun rekening nemen. Het verzoek bevatte bewijsmateriaal waaruit bleek dat voortzetting van subsidiëring en voortzetting en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk was en dat voldoende werd geacht om het onderzoek te openen. |
|
(8) |
Voorafgaand aan de opening van het antisubsidieonderzoek heeft de Commissie overeenkomstig artikel 10, lid 7, van de basisverordening de Chinese overheid (7) ervan in kennis gesteld dat zij een met het nodige bewijsmateriaal gestaafd verzoek had ontvangen en heeft zij haar uitgenodigd voor overleg. De Chinese overheid heeft niet gereageerd en er heeft dan ook geen overleg plaatsgevonden. |
1.3. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(9) |
Het onderzoek naar de subsidiëring en de schade had betrekking op de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek naar ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2016 tot het eind van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.4. Belanghebbenden
|
(10) |
In het bericht van opening werden de belanghebbenden uitgenodigd om met de Commissie contact op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast stelde de Commissie de indiener van het verzoek, de Chinese overheid, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs, alsmede de haar bekende importeurs en gebruikers specifiek in kennis van de opening van het onderzoek en nodigde zij hen uit mee te werken. |
|
(11) |
De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om opmerkingen over de opening van het onderzoek te maken en te verzoeken om te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. Er is niet om hoorzittingen verzocht. |
1.5. Steekproeven
|
(12) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 27 van de basisverordening. |
1.5.1. Steekproef van producenten in de Unie
|
(13) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij had besloten het onderzoek tot een redelijk aantal producenten in de Unie te beperken door gebruik te maken van een steekproef. Bij het samenstellen van de steekproef is zij uitgegaan van de grootste representatieve productiehoeveelheid die binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. De oorspronkelijk samengestelde steekproef was dezelfde als voor het afzonderlijke antisubsidieonderzoek met betrekking tot hetzelfde product van oorsprong uit Egypte. De steekproef werd representatief geacht voor de bedrijfstak van de Unie. De Commissie heeft geen opmerkingen over de steekproef ontvangen. |
1.5.2. Steekproef van niet-verbonden importeurs
|
(14) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. |
|
(15) |
Er werden geen reacties ontvangen. |
1.5.3. Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC
|
(16) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle haar bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie gevraagd eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn aan te wijzen en/of contact met hen op te nemen. |
|
(17) |
Drie producenten-exporteurs of groepen van producenten-exporteurs in de VRC verstrekten de gevraagde informatie en stemden ermee in om in de steekproef te worden opgenomen. |
|
(18) |
Bijgevolg heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was en heeft zij alle medewerkende belanghebbenden verzocht de vragenlijst voor producenten-exporteurs in te vullen en terug te sturen. |
1.6. Antwoorden op de vragenlijsten en controlebezoeken
|
(19) |
De vragenlijsten voor de producenten in de Unie, importeurs, gebruikers en producenten-exporteurs in de VRC werden op de dag van opening online (8) beschikbaar gesteld. Bovendien heeft de Commissie de Chinese overheid op de dag van opening een vragenlijst gestuurd. |
|
(20) |
Van geen van de Chinese producenten-exporteurs werd een antwoord op de vragenlijst ontvangen. |
|
(21) |
De Commissie heeft geen antwoord op de aan de Chinese overheid toegezonden vragenlijst ontvangen. |
|
(22) |
Onverminderd de toepassing van artikel 28 van de basisverordening verzamelde en controleerde de Commissie alle informatie die nodig werd geacht en door de partijen was verstrekt, tijdig voor het doen van vaststellingen in verband met subsidiëring, schade en het belang van de Unie. |
|
(23) |
Gezien de uitbraak van COVID-19 en de inperkingsmaatregelen die door verschillende lidstaten en door verschillende derde landen zijn genomen, kon de Commissie geen controlebezoeken op grond van artikel 26 van de basisverordening verrichten. |
|
(24) |
De Commissie heeft alle informatie die zij voor haar vaststellingen nodig achtte, op afstand getoetst. De Commissie heeft controles op afstand verricht bij de volgende ondernemingen/partijen: |
Producenten in de Unie
|
— |
European Owens Corning Fibreglass SPRL, België |
|
— |
Johns Manville Slovakia a.s., Slowakije |
|
— |
3B Fibreglass SPRL, België |
1.7. Niet-medewerking van de Chinese overheid
|
(25) |
De Chinese overheid heeft de haar toegezonden vragenlijst binnen de in het bericht van opening gestelde termijn niet beantwoord. |
|
(26) |
Op 10 maart 2020 heeft de Commissie de Chinese overheid een nota-verbaal gestuurd. Met die nota-verbaal werd de Chinese overheid meegedeeld dat de Commissie binnen de gestelde termijn geen antwoord had ontvangen op de vragenlijst die aan de Chinese overheid was toegezonden, en werd zij verzocht binnen tien dagen te antwoorden. |
|
(27) |
Van de Chinese overheid is geen antwoord ontvangen. |
|
(28) |
Daarom heeft de Commissie, bij gebrek aan een antwoord op de vragenlijst, overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening met betrekking tot de aan de Chinese overheid gevraagde informatie gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. |
|
(29) |
Die beschikbare gegevens waren voornamelijk gebaseerd op de bevindingen van het onderzoek naar de subsidiëring van stoffen van glasvezels (“het SGV-onderzoek”) die op 15 juni 2020 zijn gepubliceerd (9). |
|
(30) |
De Commissie merkte op dat stoffen van glasvezels worden vervaardigd uit glasvezelproducten, de grootste input voor de productie van stoffen van glasvezels, die ongeveer 70 % van de productiekosten van stoffen van glasvezels uitmaakt. Er is dus een aanzienlijke overlapping tussen de producten. |
|
(31) |
Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, zijn de producenten-exporteurs van glasvezelproducten dezelfde producenten-exporteurs die onlangs in de SGV-zaak zijn onderzocht, zodat er ook vanuit dit oogpunt sprake is van overlapping. |
|
(32) |
Daarom komen alle horizontale subsidieregelingen, zoals fiscale prikkels, preferentiële leningen enz., ten goede aan alle activiteiten van deze ondernemingen, waaronder die met betrekking tot glasvezelproducten. Het OT van de SGV-zaak was het kalenderjaar 2018, dus zeer nauw aansluitend bij het TNO van dit onderzoek. |
|
(33) |
Uit het dossier blijkt niet dat de subsidies voor SGV-producenten inmiddels zijn stopgezet of dat de onderliggende preferentiële beleidsmaatregelen niet langer van toepassing zijn. Om al deze redenen vormen de bevindingen in de SGV-zaak in dit geval passende beschikbare gegevens. |
|
(34) |
Wanneer de feiten van de SGV-zaak niet relevant zijn of moeten worden aangevuld met andere feiten en bewijsmateriaal, heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek, op andere eerdere relevante besluiten in antisubsidieonderzoeken met betrekking tot de VRC of op ander relevant bewijsmateriaal. |
1.8. Niet-medewerking van de Chinese producenten-exporteurs
|
(35) |
De drie Chinese producenten-exporteurs die werden uitgenodigd om op de vragenlijst te antwoorden, hebben dat binnen de in het bericht van opening gestelde termijn niet gedaan. |
|
(36) |
Op 10 maart 2020 zond de Commissie de drie Chinese producenten-exporteurs brieven waarin zij hen ervan in kennis stelde dat zij hun antwoord op de vragenlijst niet had ontvangen, en hun verzocht binnen tien dagen te antwoorden. |
|
(37) |
Eén Chinese producent-exporteur heeft niet gereageerd. |
|
(38) |
De overige twee Chinese producenten-exporteurs hebben op de brief van 10 maart 2020 geantwoord, maar beiden verzochten hen te ontslaan van de plicht om de vragenlijst van de Commissie te beantwoorden. Dit verzoek stond los van de COVID-uitbraak en was geen geldige reden om niet mee te werken. |
|
(39) |
Daarom heeft de Commissie, bij gebrek aan antwoorden op de vragenlijst, overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening met betrekking tot de door de Chinese producenten-exporteurs te verstrekken informatie gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. |
|
(40) |
Die beschikbare gegevens omvatten de ondernemingsspecifieke bevindingen van het SGV-onderzoek met betrekking tot het voordeel voor Chinese producenten-exporteurs tijdens het tijdvak van het SGV-onderzoek, namelijk kalenderjaar 2018, voor zover die bevindingen betrekking hebben op glasvezelproducten. |
|
(41) |
Bij gebrek aan bewijs van het tegendeel nam de Commissie aan dat het voordeel dat werd vastgesteld in het SGV-onderzoek en dat met glasvezelproducten in verband kon worden gebracht, ook in het kalenderjaar 2019 bleef bestaan. |
|
(42) |
Wegens het gebrek aan medewerking van zowel de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten als de Chinese overheid kon de Commissie niet het voordeel berekenen dat de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek door deze subsidiepraktijken hebben ontvangen. |
|
(43) |
De Commissie beschikte echter over de bevindingen van de SGV-verordening met betrekking tot het voordeel, en was van mening dat die bevindingen ook golden voor Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(44) |
De reden hiervoor is dat geen van de onderzochte subsidiepraktijken rechtstreeks verband hield met de productie of uitvoer van SGV, maar veeleer subsidies waren die ten goede kwamen aan de gehele onderneming of groep van Chinese ondernemingen die ook glasvezelproducten vervaardigen. Daarom heeft de Commissie in het SGV-onderzoek eerst het door de producent-exporteur behaalde voordeel bepaald en dat voordeel vervolgens omgeslagen over zijn totale omzet voor alle door de producent-exporteur verkochte producten, waaronder glasvezelproducten. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(45) |
Dit nieuwe onderzoek heeft betrekking op gesneden glasvezelstrengen met een lengte van niet meer dan 50 mm (“gesneden strengen”); glasvezelrovings, met uitzondering van glasvezelrovings die worden geïmpregneerd en gecoat en een gloeiverlies van meer dan 3 % hebben (zoals vastgesteld volgens ISO-norm 1887) (“rovings”), en matten van glasvezelfilamenten, met uitzondering van matten van glaswol, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7019 11 00, ex 7019 12 00 (Taric-codes 7019120022, 7019120025, 7019120026, 7019120039) en 7019 31 00 (“het onderzochte product”). |
|
(46) |
Het onderzochte product is de grondstof die in de composietenindustrie het vaakst wordt gebruikt om thermoplastische en thermohardende harsen te versterken. De daaruit resulterende composietmaterialen (met glasvezelfilamenten versterkte kunststoffen) worden gebruikt in een groot aantal bedrijfstakken: in de auto-industrie, voor de elektrotechniek/elektronica, voor windturbinebladen, in de bouw, voor reservoirs/buizen, voor consumentenartikelen, in de ruimtevaart, voor militair materieel enz. |
2.2. Soortgelijk product
|
(47) |
Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(48) |
Volgens de Commissie zijn die producten dan ook soortgelijke producten in de zin van artikel 2, onder c), van de basisverordening. |
3. SUBSIDIËRING
3.1. Inleiding: Presentatie van plannen, projecten en andere documenten van de Chinese overheid
|
(49) |
Alvorens de vermeende subsidiëring in de vorm van subsidies of subsidieprogramma’s te onderzoeken, heeft de Commissie plannen, projecten en andere documenten van de overheid beoordeeld die relevant waren voor meer dan een van de subsidies of subsidieprogramma’s. Wegens het hiervoor vermelde gebrek aan medewerking van de Chinese overheid heeft de Commissie gebruikgemaakt van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek en van de bevindingen van het SGV-onderzoek voor zover deze in verband konden worden gebracht met glasvezelproducten. |
|
(50) |
Zij stelde vast dat alle beoordeelde subsidies en subsidieprogramma’s een onderdeel vormen van de tenuitvoerlegging van de centrale planning van de Chinese overheid met het oog op stimulering van de glasvezelindustrie, en wel om de volgende redenen. |
|
(51) |
In het Twaalfde Vijfjarenplan voor de nationale economische en sociale ontwikkeling van de VRC (“het Twaalfde Vijfjarenplan”) werd gewezen op het belang van de bedrijfstak voor nieuwe materialen, waaronder glasvezelproducten, als “strategische opkomende bedrijfstak”, en is bepaald dat deze bedrijfstak met behulp van uitgebreide beleidsondersteuning en aansturing moet worden ontwikkeld tot een “prominente industriële pijler” (10). Daarnaast beoogt het Dertiende Vijfjarenplan voor de nationale economische en sociale ontwikkeling van de VRC (“Dertiende Vijfjarenplan”), dat de periode 2016-2020 bestrijkt, verdere bedrijfstakken voor nieuwe materialen te ontwikkelen door onderzoek en ontwikkeling te versterken en het innovatievermogen van de be- en verwerkende industrie te verbeteren (11). |
|
(52) |
Het Dertiende Vijfjarenplan bevat de strategische visie van de Chinese overheid voor de verbetering en bevordering van de belangrijkste bedrijfstakken. Het plan benadrukt de rol van technologische innovatie voor de economische ontwikkeling van de VRC en het blijvende belang van “groene” ontwikkelingsbeginselen. Volgens hoofdstuk 5 van het plan is een van de belangrijkste ontwikkelingslijnen de bevordering van de modernisering van de traditionele industriestructuur, zoals reeds het geval was in het Twaalfde Vijfjarenplan. Dat idee wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 22, waarin de strategie wordt uiteengezet om de traditionele industrie in de VRC te moderniseren door de technologische omschakeling ervan te bevorderen. In dat verband staat in het Dertiende Vijfjarenplan dat ondernemingen zullen worden ondersteund om “over heel de lijn te verbeteren op gebieden als producttechnologie, industriële uitrusting, milieubescherming en energie-efficiëntie”. |
|
(53) |
In het Dertiende Vijfjarenplan worden de nieuwe materialen een aantal malen genoemd: “Wij zullen meer inspanningen verrichten om te zorgen voor doorbraken in kerntechnologie op terreinen als informatie- en communicatietechnologie van de volgende generatie, nieuwe energie, nieuwe materialen […]” (12). Daarnaast zullen er volgens het plan projecten worden uitgevoerd in verband met het onderzoek naar en de ontwikkeling en toepassing van de belangrijkste nieuwe materialen (13). |
|
(54) |
Verder is de bedrijfstak nieuwe materialen op grond van het initiatief Made in China 2025 (14) een aangemoedigde bedrijfstak die bijgevolg in aanmerking komt voor aanzienlijke overheidssteun. Ter ondersteuning van het Made in China 2025-initiatief, en daardoor indirect ook van de glasvezelindustrie, is een aantal fondsen ingesteld, zoals het National Integrated Circuit Fund, het Advanced Manufacturing Fund en het Emerging Industries Investment Fund (15). |
|
(55) |
Daarnaast worden glasvezelproducten veelvuldig genoemd onder de noemer “nieuwe materialen”. In de routekaart Made in China 2025 (16) staan tien strategische sectoren, die de belangrijkste bedrijfstakken voor de Chinese overheid vormen. De routekaart bevat in sector 9 een beschrijving van de categorie “nieuwe materialen” en de bijbehorende subcategorieën, bv. geavanceerde basismaterialen (punt 9.1), de belangrijkste strategische materialen (punt 9.2) zoals hoogwaardige vezels en composietmaterialen, materialen voor nieuwe energie (17). Nieuwe materialen genieten derhalve de voordelen die voortvloeien uit de in het document opgenomen steunmechanismen, zoals beleidsmaatregelen voor financiële steun, fiscaal en belastingbeleid, toezicht en ondersteuning door de Staatsraad (18). |
|
(56) |
Daarnaast is in november 2016 naar aanleiding van de routekaart Made in China 2025 elk van de tien strategische sectoren verder uitgewerkt tot een catalogus van vier basisgroepen die is gepubliceerd door het Nationale raadgevende comité voor productiestrategie, een adviesgroep van de Nationale kernstuurgroep voor de totstandbrenging van een nationale productiemacht. In deze catalogus is elk van de tien strategische sectoren onderverdeeld in vier hoofdstukken: i) essentiële basisreserveonderdelen, ii) essentiële basismaterialen, iii) geavanceerde basisprocessen/-technologieën en iv) technologieplatformen voor de industrie. Glasvezel is ondergebracht in sector 7: elektrische apparatuur, punt II essentiële basismaterialen: subpunt 16 glasvezelisolatieplaten, en sector 9: nieuwe materialen, punt II essentiële basismaterialen, subpunt 10. hoogwaardige vezel-, monomeer- en composietmaterialen, en subpunt 24. op glas gebaseerde materialen. |
|
(57) |
Tevens wordt de glasvezelindustrie gestimuleerd door het Ontwikkelingsplan voor de bouwmaterialenbedrijfstak (2016-2020). Volgens dit plan moet de industriestructuur worden geoptimaliseerd, onder meer middels uitbreiding van opkomende bedrijfstakken zoals inzake op glas gebaseerde materialen, industriële keramiek, intraoculaire lenzen, hoogwaardige vezels en composieten, en grafeen en gemodificeerde materialen. Een en ander moet worden bereikt met behulp van overheidssteun, belastingheffing, financieel beleid, prijsstellings-, energie- en milieubeschermingsbeleid, en ondersteuning van kapitaaldeelname in de fusies, overnames en herstructurering van bouwmaterialenondernemingen via verschillende middelen waaronder kredietverstrekking (19). |
|
(58) |
De glasvezelindustrie wordt tevens bestreken door het Vijfjarenplan voor intelligente productie 2016-2020 dat is gepubliceerd door het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie (“MIIT”), waarin tien kerntaken zijn beschreven die als doel hebben de productontwikkelingscyclus te verkorten, de productie-efficiëntie en de productkwaliteit te verbeteren, de operationele kosten en het verbruik van grondstoffen en energie te verlagen, en de ontwikkeling van intelligente productie te versnellen. |
|
(59) |
Bovendien staan er in de catalogus van hightech exportproducten van de VRC die is uitgegeven door het Ministerie van Wetenschap en Technologie, het Ministerie van Buitenlandse Handel en de algemene douaneadministratie, 1900 hoogtechnologische producten in 8 categorieën ten aanzien waarvan de Chinese overheid preferentieel uitvoerbeleid voert. Een van die categorieën is de categorie “Nieuwe materialen”, waartoe ook glasvezelproducten behoren (20). Verder is in de catalogus van hightechproducten van de VRC, die is uitgegeven door het Ministerie van Wetenschap en Technologie, het Ministerie van Financiën en de belastingdienst, sprake van 11 gebieden, waaronder de “categorie nieuwe materialen”. |
|
(60) |
Daarnaast komen de in zones voor hoogtechnologische ontwikkeling gevestigde hoogtechnologischeondernemingen krachtens de wet inzake de vooruitgang van wetenschap en technologie van de VRC in aanmerking voor een reeks preferentiële beleidsmaatregelen, zoals: i) een vennootschapsbelastingtarief van 15 % in plaats van het normale tarief van 25 %; ii) verdere verlaging van het vennootschapsbelastingtarief naar 10 % als de waarde van de uitgevoerde producten 70 % van de totale waarde voor dat jaar bereikt; iii) vrijstelling van vennootschapsbelasting gedurende twee jaar voor nieuwe hoogtechnologische ondernemingen met ingang van de aanvangsdatum van de productie; iv) vrijstelling van bouwbelastingen voor nieuwe hoogtechnologische ondernemingen; v) voor ondernemingen die nieuwe technologie ontwikkelen, produceren en toepassen, vrijstelling van belasting op grond in verband met onderzoek en ontwikkeling; vi) versnelde afschrijving van apparatuur waarmee hoogtechnologische ondernemingen hun hoogtechnologische producten ontwikkelen en vervaardigen; vii) vrijstelling van exporttarieven voor exportproducten van hoogtechnologische ondernemingen, behalve die waarvoor de staat beperkingen heeft ingesteld of welke betrekking hebben op specifieke producten enz (21). |
3.2. Subsidies en subsidieprogramma’s die door het onderhavige onderzoek worden bestreken
|
(61) |
Op basis van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek en het bericht van opening heeft de Commissie de volgende subsidiepraktijken onderzocht:
|
|
(62) |
De Commissie onderzocht meer bepaald:
|
|
(63) |
De Commissie heeft ook de verstrekking van grond, elektriciteit en grondstoffen door de overheid tegen een ontoereikende prijs onderzocht. |
|
(64) |
Tegen deze subsidiepraktijken werden in het oorspronkelijke antisubsidieonderzoek bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1379/2014 compenserende maatregelen ingesteld. |
3.3. Preferentiële financiering
3.3.1. Financiële instellingen die preferentiële financiering verstrekken
|
(65) |
Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, verstrekt Export-Import Bank of China (“EXIM Bank”) preferentiële exportgerelateerde leningen aan Chinese ondernemingen die op nieuwe technologie gebaseerde en hoogtechnologische producten, producten met binnenlandse intellectuele-eigendomsrechten, merken in eigen bezit, producten met hoge toegevoegde waarde en softwareproducten produceren en die bij de voor industrie en handel bevoegde instanties zijn geregistreerd (22). |
|
(66) |
Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, komen Chinese producenten van glasvezelproducten in aanmerking voor exportgerelateerde leningen die verband houden met op nieuwe technologie gebaseerde en hoogtechnologische producten en/of merken in eigen bezit, aangezien diverse producenten zijn erkend als “nationale hoogtechnologische ondernemingen” of aan hen de status van bekend merk, topmerk enz. is toegekend. |
|
(67) |
Bovendien ondersteunt EXIM Bank exporteurs ook door kredieten voor afnemers van exporterende ondernemingen. Kredieten voor afnemers van exporterende ondernemingen worden aan buitenlandse ondernemingen verstrekt om hun invoer van Chinese producten, technologie en diensten te financieren (23). |
|
(68) |
In eerdere onderzoeken, en met name in het SGV-onderzoek, heeft de Commissie onderzocht of de staatsbanken handelden als overheidsinstanties in de zin van artikel 3 en artikel 2, onder b), van de basisverordening. Om vast te stellen of een staatsonderneming een overheidsinstantie is, moet het volgende worden getoetst (24): |
|
(69) |
“Doorslaggevend is of een entiteit bevoegd is om overheidsfuncties uit te oefenen, ongeacht de wijze waarop dat gebeurt. Er zijn heel veel verschillende manieren waarop de overheid in enge zin entiteiten bevoegdheid kan verlenen. Derhalve kunnen verschillende soorten bewijs relevant zijn om aan te tonen dat aan een bepaalde entiteit een dergelijke bevoegdheid is verleend. Bewijs dat een entiteit de facto overheidsfuncties uitoefent, kan dienen als bewijs dat zij beschikt over overheidsgezag of daarmee is bekleed, in het bijzonder wanneer dat bewijs wijst op een aanhoudende en systematische praktijk. Hieruit volgt ons inziens dat het bewijs dat een overheid betekenisvolle zeggenschap uitoefent over een entiteit en haar gedrag, in bepaalde omstandigheden kan bewijzen dat de betrokken entiteit met overheidsgezag is bekleed en dat gezag uitoefent bij de uitvoering van overheidsfuncties. Wij benadrukken echter dat, afgezien van een uitdrukkelijke delegatie van bevoegdheid in een rechtsinstrument, het bestaan van louter formele banden tussen een entiteit en de overheid in enge zin waarschijnlijk niet zal volstaan om het vereiste bezit van overheidsgezag aan te tonen. Zo bewijst bijvoorbeeld de loutere omstandigheid dat een overheid meerderheidsaandeelhouder van een entiteit is, niet dat zij betekenisvolle zeggenschap uitoefent over de gedragingen van die entiteit, en a fortiori niet dat zij haar overheidsgezag heeft verleend. In sommige gevallen waarin uit het bewijsmateriaal blijkt dat er vele formele aanwijzingen voor zeggenschap van de overheid zijn en er ook bewijs is dat die zeggenschap betekenisvol was, kan dat bewijsmateriaal echter tot de gevolgtrekking leiden dat de betrokken entiteit overheidsgezag uitoefent.”. |
|
(70) |
De Commissie verzamelde informatie over het eigenaarschap van de staat en over formele aanwijzingen voor zeggenschap van de overheid in de staatsbanken. Daar de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs echter niet hebben meegewerkt, moest de Commissie zich volledig baseren op de beschikbare gegevens. In dit verband beschouwde de Commissie de bevindingen van het SGV-onderzoek als een betrouwbare bron van informatie. Die bevindingen zijn immers zeer recent en analyseerden hetzelfde gedrag van dezelfde financiële instellingen en dezelfde regelingen die in dit geval van toepassing zijn. |
|
(71) |
In het SGV-onderzoek en andere onderzoeken heeft de Commissie geconcludeerd dat de volgende banken geheel of gedeeltelijk eigendom zijn van de staat zelf of van rechtspersonen in handen van de staat: EXIM Bank, China Development Bank, China Construction Bank, Industrial and Commercial Bank of China, Bank of Communications, China Everbright Bank, Postal Savings Bank, China Merchants Bank, Shanghai Pudong Development Bank, China Industrial Bank, Shenyang Rural Commercial Bank, Bank of Shanghai, Ningbo Bank, China CITIC Bank, China Guangfa Bank, China Bohai Bank, Huaxia Bank, Hankou Bank, Hubei Bank, Huishang Bank, Dongying Bank, Bank of Tianjin, Bank of Kunlun, Shanghai Rural Commercial Bank, China Industrial International Trust Limited, Daye Trust Co., Ltd, en Sinotruk Finance Co., Ltd Nu er geen informatie is verstrekt die anders uitwijst, heeft de Commissie deze conclusie in het onderhavige onderzoek gehandhaafd. |
|
(72) |
Voorts heeft de Commissie, bij gebrek aan specifieke informatie die op het tegendeel wijst, aan de hand van formele aanwijzingen vastgesteld dat de Chinese overheid eigenaar is en zeggenschap heeft. Met name lijkt het er op basis van de beschikbare gegevens op dat de managers en toezichthouders in de niet-medewerkende staatsbanken zijn benoemd door en verantwoording verschuldigd zijn aan de Chinese overheid. |
|
(73) |
In die onderzoeken concludeerde de Commissie ook dat de Chinese overheid op betekenisvolle wijze zeggenschap uitoefent over deze financiële instellingen. |
|
(74) |
In haar analyse heeft de Commissie rekening gehouden met de volgende regelgevende documenten:
|
|
(75) |
Bij de analyse van deze regelgevende documenten stelde de Commissie om de onderstaande redenen vast dat de financiële instellingen in de VRC handelen in een algemeen juridisch kader dat hen verplicht om bij het nemen van financiële beslissingen te zorgen voor overeenstemming met de doelstellingen van het industriebeleid van de Chinese overheid. |
|
(76) |
Artikel 34 van de bankenwet, die geldt voor alle financiële instellingen die actief zijn in China, bepaalt dat “handelsbanken kredieten verlenen in overeenstemming met de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en overeenkomstig het industriebeleid van de staat”. |
|
(77) |
Hoewel in artikel 4 van de bankenwet het volgende is bepaald: “Handelsbanken verrichten hun bedrijfsactiviteiten overeenkomstig de wet zonder inmenging van enige entiteit of particulier. Handelsbanken staan met het volledige vermogen van de rechtspersoon onafhankelijk in voor hun wettelijke aansprakelijkheid”, wordt dit toegepast onder voorbehoud van artikel 34 van de bankenwet. Wanneer de staat een overheidsbeleid definieert, voeren de banken dat uit en volgen zij de instructies van de staat. |
|
(78) |
Bovendien luidt artikel 15 van de Algemene regels betreffende leningen als volgt: “Overeenkomstig het beleid van de staat mogen de betrokken departementen rentesubsidies verlenen voor leningen, teneinde de groei van bepaalde bedrijfstakken en de economische ontwikkeling in bepaalde gebieden te bevorderen.”. |
|
(79) |
Zo ook verplicht Besluit nr. 40 alle financiële instellingen kredieten specifiek aan “aangemoedigde” projecten te verstrekken. Zoals reeds toegelicht in punt 3.1, valt de glasvezelindustrie in de “aangemoedigde” categorie. Besluit nr. 40 bevestigt derhalve dat banken overheidsgezag uitoefenen in de vorm van de verlening van preferentiële kredieten. De Commissie heeft tevens geconstateerd dat de CBIRC verstrekkende goedkeuringsbevoegdheden heeft die alle aspecten van het management van alle in de VRC gevestigde financiële instellingen (met inbegrip van particuliere financiële instellingen en financiële instellingen in buitenlandse handen) betreffen, zoals (25):
|
|
(80) |
Bij gebrek aan bewijzen van het tegendeel kwam de Commissie in dit geval op basis van de beschikbare gegevens tot dezelfde conclusie. |
|
(81) |
Op grond daarvan heeft de Commissie geconcludeerd dat de staatsbanken overheidsinstanties zijn in de zin van artikel 2, onder b), van de basisverordening gelezen in samenhang met artikel 3, punt 1, a), i), van de basisverordening. |
3.3.2. Preferentiële financiering: leningen
|
(82) |
In eerdere onderzoeken, en met name in het SGV-onderzoek, heeft de Commissie vastgesteld dat alle in de steekproef opgenomen groepen producenten-exporteurs in 2018 preferentiële leningen hebben gekregen. Gezien het bestaan van een financiële bijdrage, een voordeel voor de producenten-exporteurs en de specificiteit, beschouwde de Commissie preferentiële leningen als een tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie. |
|
(83) |
In het SGV-onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat alle in de steekproef opgenomen ondernemingen preferentiële leningen hebben gekregen (inclusief doorlopende leningen). |
|
(84) |
De Commissie stelde vast dat i) ondernemingen die actief zijn in de SGV-bedrijfstak over het algemeen verticaal geïntegreerd zijn en derhalve ook actief zijn in de glasvezelindustrie, en ii) het onderzoektijdvak van het SGV-onderzoek nauw aansluit bij het TNO. Bij gebrek aan informatie waaruit het tegendeel blijkt, was de Commissie dan ook van mening dat de bevindingen in die zaak ook op deze zaak van toepassing zijn. De bevindingen van het SGV-onderzoek over deze kwestie werden derhalve overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening gebruikt als beschikbare gegevens. |
|
(85) |
De Commissie heeft bijgevolg geconcludeerd dat ondernemingen die actief zijn in de glasvezelindustrie in het TNO preferentiële leningen hebben gekregen. |
3.3.2.1. Voordeel
|
(86) |
In eerdere onderzoeken, en met name in het SGV-onderzoek, heeft de Commissie geconcludeerd dat overeenkomstig artikel 6, onder b), van de basisverordening het aan de ontvangers toegekende voordeel het verschil is tussen de rente die de onderneming betaalt over de preferentiële lening en de rente die de onderneming zou betalen voor een vergelijkbare, op de markt verkrijgbare commerciële lening. |
|
(87) |
Dienaangaande merkte de Commissie op dat de door Chinese financiële instellingen verstrekte leningen het gevolg zijn van aanzienlijke overheidsinterventie, en niet de rentevoeten weerspiegelen die normaal gesproken op een functionerende markt van toepassing zouden zijn. In het kader van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen hoeft de Commissie het bedrag van het voordeel dat in het TNO aan de producenten-exporteurs werd toegekend niet te berekenen. Bij gebrek aan informatie waaruit het tegendeel blijkt, was de Commissie dan ook van mening dat de bevindingen in die zaak (met subsidiepercentages van 2,53 % tot 7,39 %) (26) ook op deze zaak van toepassing zijn. De bevindingen van het SGV-onderzoek over deze kwestie werden derhalve overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening gebruikt als beschikbare gegevens. De Commissie was van oordeel dat het subsidiebedrag nog steeds aanzienlijk zou zijn. |
3.3.2.2. Specificiteit
|
(88) |
In het SGV-onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese overheid in verschillende rechtsinstrumenten die specifiek gericht zijn tot ondernemingen in de bedrijfstak, de financiële instellingen ermee belast de SGV-bedrijfstak leningen te verstrekken tegen preferentiële tarieven. De Commissie concludeerde dan ook dat uit die documenten blijkt dat de financiële instellingen alleen preferentiële leningen verstrekken aan een beperkt aantal bedrijfstakken/ondernemingen, die het desbetreffende beleid van de Chinese overheid naleven. |
|
(89) |
In dat onderzoek concludeerde de Commissie bijgevolg dat subsidies in de vorm van preferentiële leningen niet algemeen beschikbaar zijn, maar specifiek zijn in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening. Bovendien heeft geen enkele belanghebbende bewijsmateriaal overgelegd waaruit zou blijken dat de preferentiële leningen zijn gebaseerd op objectieve criteria of voorwaarden in de zin van artikel 4, lid 2, onder b), van de basisverordening. |
|
(90) |
De glasvezelindustrie heeft dezelfde status als de SGV-bedrijfstak en de overgrote meerderheid van de ondernemingen die actief zijn in de ene sector, die verticaal geïntegreerd is, is ook actief in de andere. Bij gebrek aan medewerking en enige aanwijzing voor het tegendeel heeft de Commissie in deze zaak overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening de bevindingen van het SGV-onderzoek gebruikt als beschikbare gegevens. |
|
(91) |
De Commissie concludeerde bijgevolg dat subsidies in de vorm van preferentiële leningen niet algemeen beschikbaar zijn, maar specifiek zijn in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening. |
3.3.2.3. Conclusie
|
(92) |
In het licht van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd door middel van leningen tegen preferentiële tarieven. |
3.3.3. Preferentiële financiering: andere vormen van financiering
3.3.3.1. Kredietlijnen
|
(93) |
De indiener van het verzoek stelde verder dat de Chinese overheid de glasvezelindustrie subsidieert door grote kredietlijnen te openen voor ondernemingen die in die bedrijfstak actief zijn. |
|
(94) |
In eerdere onderzoeken, en met name in het SGV-onderzoek, heeft de Commissie geconcludeerd dat kredietlijnen aan producenten-exporteurs in de VRC een tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie vormen. Uit dat onderzoek bleek dat Chinese financiële instellingen in verband met de verstrekking van financiering aan ondernemingen in de SGV-bedrijfstak ook kredietlijnen op preferentiële voorwaarden hadden aangeboden. In dat onderzoek kon de Commissie zich ervan vergewissen dat die bestonden in kaderovereenkomsten waarbij de bank de in de steekproef opgenomen ondernemingen toestond tot een bepaald plafond gebruik te maken van diverse schuldinstrumenten, zoals bedrijfskapitaalleningen, bankaccepten, documentaire wissels, andere vormen van handelsfinanciering enz. |
|
(95) |
Het doel van een kredietlijn is een maximumkrediet vast te stellen dat de onderneming op ieder moment kan gebruiken om haar lopende activiteiten te financieren, zodat bedrijfskapitaal flexibel kan worden gefinancierd en er direct over kan worden beschikt. Uit het SGV-onderzoek bleek dat producenten-exporteurs van SGV met verschillende banken kredietlijnovereenkomsten hadden gesloten die uiteenlopende instrumenten voor korte-termijnfinanciering bestreken welke dienden ter financiering van hun operationele uitgaven. Bijgevolg was de Commissie van oordeel dat in beginsel alle kortetermijnfinancieringen aan in de steekproef opgenomen ondernemingen moeten vallen onder een of andere vorm van kredietlijn, zoals bankaccepten, die periodiek worden afgegeven om bestaande activiteiten te financieren. |
|
(96) |
In dat onderzoek vergeleek de Commissie het bedrag aan kredietlijnen van de medewerkende ondernemingen in 2018 met het bedrag aan door die ondernemingen in dezelfde periode gebruikte kortlopende financiering, om vast te stellen of alle kortetermijnfinanciering door een kredietlijn werd bestreken. Waar het bedrag aan kortlopende financiering hoger was dan het plafond van de kredietlijn, verhoogde de Commissie het bedrag van de bestaande kredietlijn met het bedrag dat de producenten-exporteurs feitelijk hadden gebruikt boven dat plafond. |
|
(97) |
Onder normale marktomstandigheden zou voor kredietlijnen een zogenoemde “afsluit- of bereidstellingsprovisie” in rekening worden gebracht om de kosten en de risico’s voor de bank bij het openen van een kredietlijn te dekken, alsook een verlengingsprovisie die jaarlijks in rekening wordt gebracht voor de verlenging van de geldigheid van de kredietlijnen. In die zaak stelde de Commissie vast dat alle in de steekproef opgenomen ondernemingen kosteloos in het genot van kredietlijnen kwamen. |
|
(98) |
Daarna berekende de Commissie het ontvangen voordeel als het verschil tussen het bedrag dat de onderneming had betaald als vergoeding voor het openen of verlengen van kredietlijnen door Chinese financiële instellingen en het bedrag dat de onderneming zou hebben betaald voor een vergelijkbare commerciële kredietlijn die zij op de markt kon verkrijgen. |
|
(99) |
De Commissie concludeerde ook dat de regeling specifiek was, omdat de Chinese overheid in verschillende rechtsinstrumenten die specifiek gericht zijn tot ondernemingen in de bedrijfstak, de financiële instellingen ermee belast die kredietlijnen aan de SGV-bedrijfstak te verstrekken. De Commissie concludeerde dan ook dat uit die documenten blijkt dat de financiële instellingen alleen preferentiële leningen verstrekken aan een beperkt aantal bedrijfstakken/ondernemingen, die het desbetreffende beleid van de Chinese overheid naleven. |
|
(100) |
Zoals reeds vermeld, was de Commissie van oordeel dat de bevindingen inzake SGV bijzonder relevant waren voor deze zaak, omdat de ondernemingen die actief zijn in de SGV-bedrijfstak over het algemeen ook actief zijn in de glasvezelindustrie en de glasvezelindustrie dezelfde status heeft als de SGV-bedrijfstak. Bovendien sluit het onderzoektijdvak van het SGV-onderzoek nauw aan bij het TNO. De Commissie heeft daarom de bevindingen van het SGV-onderzoek met betrekking tot kredietlijnen (27) gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(101) |
De Commissie concludeerde derhalve dat de Chinese overheid de glasvezelindustrie ondersteunt door kredietlijnen te openen. In het licht van het bovenstaande is de Commissie ook tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie nog steeds werd gesubsidieerd door middel van preferentiële kredietlijnen. |
3.4. Preferentiële verzekering: exportkredietverzekering
|
(102) |
De indiener van het verzoek stelde dat Sinosure aan aangemoedigde bedrijfstakken onder meer korte, middellange en langetermijn-exportkredietverzekeringen, beleggingsverzekeringen en obligatiegaranties aanbiedt, tegen voordelige voorwaarden. Volgens een recent onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (“OESO”) was de Chinese hoogtechnologische industrie, waartoe de glasvezelindustrie behoort, goed voor 21 % van de totale door Sinosure verstrekte exportkredietverzekeringen (28). |
|
(103) |
Daarnaast heeft Sinosure actief meegewerkt aan de invulling van het initiatief “Made in China 2025”, door bedrijven de weg te wijzen naar nationale kredietmiddelen, te zorgen voor wetenschappelijke en technologische innovatie en technologische modernisering, en “naar buiten gerichte” bedrijven te helpen concurrerender te worden op de wereldmarkt (29). |
|
(104) |
De Commissie heeft de door Sinosure aangeboden exportkredietverzekeringsregelingen onderzocht in verschillende onderzoeken, waaronder het SGV-onderzoek. |
|
(105) |
De Commissie heeft vastgesteld dat de rechtsgrondslag van de activiteiten van Sinosure bestaat uit de volgende documenten:
|
|
(106) |
Volgens in eerder antisubsidieonderzoek (waaronder het SGV-onderzoek) verstrekte informatie is Sinosure een verzekeraar in overheidshanden die door de staat is opgericht en wordt gesteund met het oog op de ondersteuning van ontwikkeling en samenwerking met betrekking tot buitenlandse economische activiteiten en handel van de VRC. De onderneming is voor 100 % eigendom van de staat. Zij beschikt over een raad van bestuur en een raad van commissarissen. De overheid is bevoegd tot aanstelling en ontslag van de leden van het hoger management van de onderneming. Op grond van deze informatie concludeerde de Commissie dat er ten aanzien van Sinosure formele aanwijzingen voor zeggenschap van de overheid zijn. |
|
(107) |
In eerdere onderzoeken heeft de Commissie voorts informatie verzameld over de vraag of de Chinese overheid betekenisvolle zeggenschap uitoefent over de gedragingen van Sinosure met betrekking tot de SGV-bedrijfstak. In deze context merkte de Commissie op dat glasvezelproducten, waaronder SGV, in de exportcatalogus van hoogtechnologische en met nieuwe technologie vervaardigde producten van de VRC specifiek worden vermeld als producten waarvan de uitvoer wordt aangemoedigd (30). |
|
(108) |
In die onderzoeken stelde de Commissie ook vast dat Sinosure volgens de Mededeling over de uitvoering van de strategie voor het stimuleren van handel via wetenschap en technologie met behulp van exportkredietverzekeringen gehouden is meer steun te verlenen aan de belangrijkste bedrijfstakken en producten door haar algemene steun voor de uitvoer van hoogtechnologische en met nieuwe technologie vervaardigde producten te versterken. Sinosure moet bedrijfstakken zoals “nieuwe materialen” en andere sectoren die zijn vermeld in de exportcatalogus van hoogtechnologische en met nieuwe technologie vervaardigde producten uit de VRC, als zwaartepunt van haar activiteiten beschouwen en uitgebreide steun verlenen middels verzekeringsprocedures, goedkeuring onder bepaalde voorwaarden, snellere behandeling van claims en flexibele tarieven. Wat de flexibele tarieven betreft, moet Sinosure producten de maximale premiekorting verlenen waarin de variabele tarieven van de kredietverzekeringsonderneming voorzien. |
|
(109) |
Op basis hiervan concludeerde de Commissie dat de Chinese overheid een normatief kader heeft gecreëerd dat moet worden nageleefd door de managers en toezichthouders van Sinosure die door de Chinese overheid zijn benoemd en die aan haar verantwoording zijn verschuldigd. Derhalve oefent de Chinese overheid middels het normatief kader betekenisvolle zeggenschap uit over de gedragingen van Sinosure. |
|
(110) |
De Commissie onderzocht ook het feitelijke gedrag van Sinosure met betrekking tot de verzekering die aan de in de steekproef opgenomen ondernemingen werd verstrekt, en stelde vast dat Sinosure niet handelde overeenkomstig marktbeginselen. De Commissie stelde immers vast dat de premies die werden betaald door de in die zaken in de steekproef opgenomen ondernemingen veel lager waren dan het minimumtarief dat nodig was om de operationele kosten te dekken. |
|
(111) |
De Commissie stelde ook vast dat een aantal producenten-exporteurs profiteerde van een gedeeltelijke of volledige terugbetaling van de aan Sinosure betaalde exportkredietverzekeringspremies. |
|
(112) |
De Commissie concludeerde dat het hierboven omschreven rechtskader door Sinosure wordt uitgevoerd in de uitoefening van overheidsfuncties. De Commissie concludeerde eveneens dat Sinosure optreedt als overheidsinstantie in de zin van artikel 2, onder b), van de basisverordening, gelezen in samenhang met artikel 3, lid 1, onder a), i), van de basisverordening en in overeenstemming met de desbetreffende rechtspraak van de WTO. |
|
(113) |
Verder concludeerde de Commissie dat het optreden van Sinosure de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs een voordeel bood, aangezien de verzekering werd verstrekt tegen tarieven onder het bedrag dat Sinosure minimaal nodig had om haar operationele kosten te dekken. |
|
(114) |
De Commissie stelde tevens vast dat de subsidies die in het kader van het exportverzekeringsprogramma waren verleend, specifiek waren, aangezien zij niet konden worden verkregen zonder dat er sprake was van uitvoer, en dus afhankelijk waren van uitvoerprestaties in de zin van artikel 4, lid 4, onder a), van de basisverordening. |
|
(115) |
De Commissie merkt op dat de glasvezelindustrie deel uitmaakt van de meer algemene categorie van “nieuwe materialen” en dat in het jaarverslag van Sinosure voor 2017 wordt gesteld dat Sinosure transacties van strategische opkomende industrieën, zoals nieuwe materialen, actief heeft verzekerd (31). De bovenstaande overweging geldt derhalve ook voor de glasvezelindustrie. |
|
(116) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (32) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(117) |
In het licht van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd door middel van exportkredietverzekeringen van Sinosure. |
3.5. Verstrekking van goederen door de overheid tegen een ontoereikende prijs
3.5.1. Grondstoffen tegen een ontoereikende prijs
|
(118) |
In zijn verzoek om een nieuw onderzoek wees de indiener van het verzoek op de duidelijke steun voor de glasvezelindustrie in het Dertiende Vijfjarenplan en stelde hij derhalve dat redelijkerwijs kan worden geconcludeerd dat staatsondernemingen en particuliere ondernemingen die onder overheidsgezag actief zijn, aan de glasvezelindustrie grondstoffen en andere inputs leveren tegen een ontoereikende prijs. |
|
(119) |
Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten-exporteurs kon de Commissie deze beweringen niet in detail onderzoeken. Gezien de algemene conclusie over het bestaan van voortzetting van subsidiëring op basis van alle andere subsidieprogramma’s en ter wille van de administratieve efficiëntie achtte de Commissie het echter niet nodig het onderzoek naar deze beweringen voort te zetten, aangezien het hoe dan ook geen gevolgen zou hebben voor de bevindingen van dit nieuwe onderzoek. Dit laat een inhoudelijke analyse van de beweringen in het verzoek derhalve onverlet. |
3.5.2. Grondgebruiksrechten
|
(120) |
Alle grond is in de VRC eigendom van de staat of van een collectief gevormd door dorpen of gemeenten alvorens hij juridisch kan worden overgedragen aan rechtspersonen of particulieren. Alle percelen grond in stedelijke gebieden zijn eigendom van de staat en alle percelen in plattelandsgebieden zijn eigendom van de dorpen of gemeenten in die gebieden. |
|
(121) |
Krachtens de grondwet van de VRC en de wet op het grondbeheer kunnen ondernemingen en particulieren echter “grondgebruiksrechten” kopen. Voor industriegrond loopt de erfpacht gewoonlijk vijftig jaar, verlengbaar met een nieuwe periode van vijftig jaar. |
|
(122) |
Artikel 137 van de Wet van de VRC op de eigendom bepaalt dat “de overdracht van land bestemd voor industrie, bedrijven, amusement, handel of woningen enz. of land bestemd voor twee of meer gebruikers moet plaatsvinden middels een veiling, uitnodiging tot inschrijving of andere vorm van openbare bieding”. |
|
(123) |
Voorst bepaalt artikel 3 van de Tijdelijke regeling van de VRC betreffende de toewijzing en de overdracht van het recht op het gebruik van staatsgrond in stedelijke gebieden dat “tenzij wettelijk anders is bepaald, elke onderneming, bedrijf, andere organisatie en natuurlijke persoon in of buiten de Volksrepubliek China het recht op gebruik van de grond kan verkrijgen en zich kan bezighouden met landontwikkeling, -gebruik en -beheer overeenkomstig de bepalingen van deze regeling”. |
|
(124) |
De Chinese overheid heeft in eerdere onderzoeken duidelijk gemaakt dat er volgens haar in de VRC een vrije markt voor grond bestaat, en dat de prijs die een industriële onderneming voor de erfpacht op de grond betaalt, overeenstemt met de marktprijs. |
a) Rechtsgrondslag
|
(125) |
De verlening van grondgebruiksrechten in de VRC valt onder de Wet op het grondbeheer van de Volksrepubliek China. Daarnaast maken de volgende documenten deel uit van de rechtsgrondslag:
|
b) Bevindingen van het onderzoek
|
(126) |
Volgens artikel 10 van de Bepaling inzake de toewijzing van het recht op het gebruik van bouwgrond in staatsbezit door uitnodigingen tot inschrijving, veilingen en prijsopgaven stellen de lokale autoriteiten de grondprijzen vast volgens het evaluatiesysteem voor stedelijke grond, dat maar om de drie jaar wordt geactualiseerd, en het industriebeleid van de overheid. |
|
(127) |
In eerdere onderzoeken merkte de Commissie op dat de prijzen van grondgebruiksrechten in de VRC niet representatief waren voor een door het vrije spel van vraag en aanbod bepaalde marktprijs, aangezien werd vastgesteld dat het veilingsysteem onduidelijk en niet-transparant was en in de praktijk niet functioneerde, en dat de prijzen op willekeurige wijze werden bepaald door de autoriteiten. De autoriteiten stellen de prijzen vast volgens het evaluatiesysteem voor stedelijke grond, dat naast andere criteria de instructie bevat om ook het industriebeleid in aanmerking te nemen bij de prijsstelling voor industriële grond. |
|
(128) |
De Commissie constateerde dat er naast het monitoringssysteem voor stedelijke grond ook een dynamisch grondmonitoringssysteem bestaat. In het onderzoek van de Commissie in verband met het vervallen van de maatregelen voor zonnepanelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (33) stelde de Commissie vast dat die prijzen hoger waren dan de door het evaluatiesysteem voor stedelijke grond bepaalde en door lokale overheden gebruikte minimale benchmarkprijzen, omdat laatstgenoemde prijzen maar één keer per drie jaar werden bijgewerkt, terwijl de dynamische monitoringsprijzen elk kwartaal werden geactualiseerd. Niets wees er echter op dat de grondprijzen op de dynamische monitoringsprijzen waren gebaseerd. |
|
(129) |
Tijdens dat onderzoek heeft de Chinese overheid in feite bevestigd dat het dynamische monitoringssysteem voor stedelijke grondprijzen toezicht hield op de schommelingen in het prijsniveau voor grond in bepaalde gebieden (105 steden) in de VRC en was ontworpen om de ontwikkeling van de grondprijzen te beoordelen. De openingsprijs bij veilingen werd echter gebaseerd op de met het evaluatiesysteem voor grond vastgestelde benchmarks. Dat was tijdens het onderzoektijdvak van dat onderzoek, dat wil zeggen van 1 oktober 2014 tot en met 30 september 2015, nog steeds het geval. Bovendien ontvingen de meeste van de in de steekproef opgenomen groepen van ondernemingen hun percelen in dat geval via toewijzing. |
c) Conclusie
|
(130) |
Bij gebrek aan medewerking heeft de Commissie zich gebaseerd op de bevindingen van eerdere onderzoeken, waaronder het SGV-onderzoek, waaruit is gebleken dat de situatie met betrekking tot de verwerving van grondgebruiksrechten in de VRC niet transparant is en dat de prijzen door de autoriteiten willekeurig worden vastgesteld en niet de marktprijzen weergeven. |
|
(131) |
De verlening van grondgebruiksrechten door de Chinese overheid moet dus worden beschouwd als een subsidie in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), iii), en artikel 3, lid 2, van de basisverordening in de vorm van de verstrekking van goederen, waardoor de ontvangende ondernemingen een voordeel verkrijgen. Er is in de VRC geen functionerende grondmarkt, en uit het gebruik van een externe benchmark in eerdere onderzoeken blijkt dat het bedrag dat voor grondgebruiksrechten wordt betaald, doorgaans ver onder de normale marktwaarde ligt. |
|
(132) |
In het kader van de preferentiële toegang tot industriegrond voor ondernemingen in bepaalde bedrijfstakken merkt de Commissie op dat bij de vaststelling van de prijs door de plaatselijke overheden rekening moet worden gehouden met het industriebeleid van de overheid. Binnen dit industriebeleid is de glasvezelindustrie een aangemoedigde bedrijfstak (34). Verder schrijft Besluit nr. 40 van de Staatsraad voor dat overheidsinstanties erop toezien dat grond ter beschikking wordt gesteld van aangemoedigde bedrijfstakken. Uit artikel 18 van Besluit nr. 40 blijkt dat bedrijfstakken die “beperkt” zijn, geen toegang zullen hebben tot grondgebruiksrechten. |
|
(133) |
Daaruit volgt dat de subsidie specifiek is in de zin van artikel 4, lid 2, punten a) en c), van de basisverordening, omdat de preferentiële verstrekking van grond beperkt is tot ondernemingen in bepaalde bedrijfstakken, in dit geval de glasvezelindustrie, en dat de overheidspraktijken op dit gebied onduidelijk en niet transparant zijn. |
|
(134) |
Volgens de Commissie blijft deze subsidie aanleiding geven tot compenserende maatregelen. |
d) Berekening van de hoogte van de subsidie
|
(135) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (35) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(136) |
In het licht van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd door middel van de verlening van grondgebruikrechten tegen een ontoereikende prijs. |
3.6. Inkomsten waarvan de overheid afstand doet of die de overheid niet int
3.6.1. Levering van elektriciteit tegen verlaagde tarieven
|
(137) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek werd opgemerkt dat de Commissie in verschillende antisubsidieonderzoeken heeft vastgesteld dat aangemoedigde bedrijfstakken vaak in aanmerking komen voor verlaagde elektriciteitstarieven en dat zij deze bevinding in het verslag betreffende China heeft bevestigd. Aangezien de glasvezelindustrie wordt aangemoedigd, werd in het verzoek gesteld dat redelijkerwijs kon worden geconcludeerd dat ook de glasvezelindustrie profiteert van preferentiële elektriciteitstarieven. |
a) Rechtsgrondslag
|
— |
Circulaire van de Nationale Commissie voor ontwikkeling en hervorming en de Nationale Energie-instantie over de actieve bevordering van marktgerichte stroomtransacties en verdere verbetering van het handelsmechanisme, Fa Gua Yun Xing [2018] nr. 1027, gepubliceerd op 16 juli 2018; |
|
— |
Verschillende adviezen van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China en de Staatsraad over verdere verdieping van de hervorming van het energiesysteem (Zhong Fa [2015] nr. 9); |
|
— |
Mededeling over inspanningen voor de totstandbrenging van een energiemarkt in 2017 van het Comité Economie en IT van Shandong, LJXDL [2017] nr. 93; |
|
— |
Mededeling over wijziging van de voorschriften inzake de rechtstreekse handel in elektriciteit van 2017 van het Bureau voor toezicht van Shandong van de nationale energie-instantie, LJNSC [2017] nr. 36. |
b) Bevindingen van het onderzoek
|
(138) |
In het SGV-onderzoek stelde de Commissie vast dat het sommige belangrijke grote industriële gebruikers van elektriciteit is toegestaan, door hetzij overeenkomsten voor rechtstreekse afname hetzij deelname aan het “Marktgerichte elektriciteitshandelsysteem”, elektriciteit rechtstreeks van energieproducenten te kopen, in plaats van nettarieven te betalen. De door die belangrijke gebruikers via dergelijke contracten respectievelijk dat handelssysteem betaalde prijzen liggen onder de vaste, op provinciaal niveau vastgestelde prijzen voor grote industriële afnemers. |
|
(139) |
De mogelijkheid dergelijke rechtstreekse contracten aan te gaan of deel te nemen aan het “Marktgerichte elektriciteitshandelsysteem” staat momenteel niet open voor alle grote industriële verbruikers. Op nationaal niveau staat in de adviezen van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China en de Staatsraad over verdere verdieping van de hervorming van het energiesysteem bv. dat “ondernemingen die zich niet aan het nationale industriebeleid houden en waarvan de producten en processen worden uitgesloten, niet mogen deelnemen aan rechtstreekse transacties”. (36) |
|
(140) |
In de praktijk wordt de rechtstreekse handel in elektriciteit verzorgd door de provincies. Ondernemingen moeten de provinciale autoriteiten om toestemming vragen voor deelname aan de proefregeling voor rechtstreekse elektriciteitsovereenkomsten en aan bepaalde criteria voldoen. |
|
(141) |
Zo is bv. in de provincie Shandong in de Mededeling inzake wijziging van de voorschriften betreffende de rechtstreekse handel in elektriciteit van 2017 van het Bureau voor toezicht van Shandong van de nationale energie-instantie bepaald dat “gebruikers die deelnemen aan de rechtstreekse handel in elektriciteit, moeten worden bevestigd overeenkomstig de deelnamevoorwaarden van 2017 die zijn goedgekeurd door het Comité economie en IT van Shandong. Om deel te nemen aan de rechtstreekse handel in elektriciteit, dient de verkopende onderneming een aanvraag voor inschrijving in bij het Centrum voor de handel in elektrische energie van Shandong; deelname is slechts mogelijk na beoordeling en bekendmaking door het Centrum.”. In dat verband wordt een lijst van geschikte ondernemingen die in aanmerking komen voor deelname aan het marktgerichte systeem voor handel in elektriciteit opgesteld en bekendgemaakt in een mededeling van het Comité economie en IT van Shandong (37). |
|
(142) |
Voor bepaalde ondernemingen is er geen echte procedure voor marktgebaseerde onderhandeling of veiling, omdat de hoeveelheden gekocht uit hoofde van overeenkomsten voor rechtstreekse handel niet zijn gebaseerd op de reële vraag en het reële aanbod. Energieproducenten en stroomverbruikers zijn immers niet vrij om al hun elektriciteit rechtstreeks te kopen of te verkopen. Zij worden beperkt door kwantitatieve quota die hun door de lokale overheid worden toegewezen. |
|
(143) |
Hoewel de prijzen worden geacht rechtstreeks te zijn overeengekomen tussen de energieproducenten en de energiegebruiker of intermediaire dienstverlenende ondernemingen, worden de facturen aan de ondernemingen in feite afgegeven door het staatselektriciteitsbedrijf. Zo is bv. in de Mededeling inzake wijziging van de voorschriften betreffende de handel in elektriciteit van 2017 van het Bureau voor toezicht van Shandong van de nationale energie-instantie bepaald dat “het staatselektriciteitsbedrijf van Shandong de rechtstreeks verhandelde elektriciteit in rekening brengt” en dat “het staatselektriciteitsbedrijf van Shandong btw-facturen uitreikt aan gebruikers en energieproducenten”. |
|
(144) |
Ten slotte moeten alle gesloten overeenkomsten voor rechtstreekse aankoop ter registratie worden ingediend bij de plaatselijke overheid. |
|
(145) |
In 2018 had de Chinese overheid recentelijk de Circulaire van de Nationale Commissie voor ontwikkeling en hervorming en de Nationale Energie-instantie over de actieve bevordering van marktgerichte stroomtransacties en verdere verbetering van het handelsmechanisme uitgebracht (Fa Gua Yun Xing [2018] nr. 1027). In het SGV-onderzoek merkte de Commissie echter op dat deze wetgeving in 2018 werd uitgevaardigd en nog niet ten uitvoer was gelegd. |
|
(146) |
Bovendien heeft de circulaire weliswaar tot doel het aantal rechtstreekse transacties op de elektriciteitsmarkt te verhogen, maar worden bepaalde bedrijfstakken, zoals bouwmaterialen en hightech, specifiek genoemd als bedrijfstakken die worden ondersteund en profiteren van de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. |
|
(147) |
In het bijzonder wordt in de circulaire als doelstelling genoemd “gebruikers met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van meer dan 5 miljoen kWh bij te staan in het aangaan van rechtstreekse elektriciteitstransacties met energieproducenten. In 2018 zullen programma’s voor de opwekking van elektriciteit voor de bedrijfstakken kolen, ijzer en staal, non-ferrometalen, bouwmaterialen en nog vier bedrijfstakken worden geliberaliseerd”. |
|
(148) |
Daarnaast wordt in de circulaire als doelstelling genoemd “opkomende bedrijfstakken met een grote toegevoegde waarde, zoals hightech, internet, big data en hoogwaardige be- en verwerkende industrieën, evenals hoogtechnologische ondernemingen met duidelijke voordelen en kenmerken, bij te staan in het tot stand brengen van transacties, waarbij geen beperkingen worden gesteld ten aanzien van spanningsniveaus (voltage) en energieverbruik”. |
|
(149) |
De wetgeving voorziet derhalve in een selectieve toepassing van rechtstreekse transacties op de elektriciteitsmarkt op bepaalde bedrijfstakken zoals bouwmaterialen en hightech. Door deze selectieve toepassing worden aan ondernemingen uit die bedrijfstakken lagere prijzen in rekening gebracht door de staat. |
c) Conclusie
|
(150) |
De Commissie oordeelde dat het verlaagde elektriciteitstarief in kwestie een subsidie is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), ii), en artikel 3, lid 2, van de basisverordening, omdat er sprake is van een financiële bijdrage in de vorm van een derving van inkomsten door de Chinese overheid (de exploitant van het net), waardoor een voordeel wordt toegekend aan de betrokken ondernemingen. |
|
(151) |
Het voordeel voor de ontvangers is gelijk aan de besparing op de elektriciteitskosten, aangezien de elektriciteit werd geleverd tegen tarieven onder de normale netprijs betaald door andere grote industriële gebruikers die niet kunnen profiteren van de rechtstreekse levering. |
|
(152) |
Die subsidie is specifiek in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening, omdat de wetgeving zelf de toepassing van deze regeling beperkt tot ondernemingen die zich houden aan bepaalde door de staat vastgestelde industriebeleidsdoelstellingen en waarvan de producten of processen niet zijn uitgesloten omdat zij niet subsidiabel zijn. |
|
(153) |
De Commissie concludeerde derhalve dat de subsidieregeling in het tijdvak van het nieuwe onderzoek van toepassing was en dat deze specifiek is in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), en artikel 4, lid 3, van de basisverordening. |
d) Berekening van de hoogte van de subsidie
|
(154) |
Volgens de Commissie blijven de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het kader van dit programma subsidies ontvangen. |
|
(155) |
In het SGV-onderzoek is de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie berekend als het voordeel dat de ontvangers ervan in 2018 hebben genoten. Dat voordeel is berekend als het verschil tussen de totale verschuldigde elektriciteitsprijs tegen het normale nettarief en de totale verschuldigde elektriciteitsprijs op basis van het verlaagde tarief. |
|
(156) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (38) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(157) |
In het licht van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd door middel van de levering van elektriciteit tegen een ontoereikende prijs. |
3.6.2. Programma’s voor vrijstelling en vermindering van belastingen
|
(158) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek stelde de indiener van het verzoek dat de Chinese overheid subsidies bleef verstrekken in de vorm van gederfde of niet-geïnde overheidsinkomsten, waaronder de hierna beschreven programma’s voor belastingvrijstelling en -vermindering. |
3.6.2.1. Voorrechten inzake vennootschapsbelasting voor hoogtechnologische en in nieuwe technologieën gespecialiseerde ondernemingen
|
(159) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek stelde de indiener van het verzoek dat producenten van glasvezelproducten in China in aanmerking komen voor de hierna beschreven vrijstelling van vennootschapsbelasting voor “hoogtechnologische en in nieuwe technologieën gespecialiseerde ondernemingen”. |
|
(160) |
Volgens de wet op de vennootschapsbelasting van de VRC (39) geldt voor hoogtechnologische en in nieuwe technologieën gespecialiseerde ondernemingen waaraan de staat prioritaire steun moet verlenen, een verlaagd vennootschapsbelastingtarief van 15 % in plaats van het standaardtarief van 25 %. |
a) Rechtsgrondslag
|
(161) |
De rechtsgrondslag van dit programma wordt gevormd door artikel 28 van de wet op de vennootschapsbelasting en artikel 93 van de uitvoeringsregels voor de wet op de vennootschapsbelasting van de VRC (40), alsmede:
|
b) Bevindingen van het onderzoek
|
(162) |
Ondernemingen die in aanmerking komen voor de belastingvermindering zijn actief op het gebied van bepaalde cruciale geavanceerde en nieuwe, door de staat bevorderde technologieën en in het kader van de huidige, door de staat bevorderde prioriteiten op het gebied van geavanceerde technologieën, zoals die zijn opgesomd in de Richtsnoeren voor de nieuwste cruciale prioritaire gebieden voor ontwikkeling van hoogtechnologische bedrijfstakken. In deze richtsnoeren worden productietechnologieën en belangrijke grondstoffen voor glas, waaronder glasvezelproducten, uitdrukkelijk als prioritaire gebieden genoemd. |
|
(163) |
Om in aanmerking te komen voor die belastingvermindering, moeten de ondernemingen bovendien aan de volgende criteria voldoen:
|
|
(164) |
Ondernemingen waaraan op grond van deze maatregel voordelen worden toegekend, moeten hun belastingaangifte en relevante bijlagen indienen. Het feitelijke bedrag van het voordeel wordt opgenomen in de belastingaangifte. |
|
(165) |
De Commissie was van oordeel dat de belastingverrekening in kwestie een subsidie is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), ii), en artikel 3, lid 2, van de basisverordening, omdat er sprake is van een financiële bijdrage in de vorm van een derving van inkomsten door de Chinese overheid, waardoor een voordeel wordt toegekend aan de betrokken ondernemingen. |
|
(166) |
Het voordeel voor de ontvangers is gelijk aan de belastingbesparing. Die subsidie is specifiek in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening, omdat de wetgeving zelf de toepassing van deze regeling beperkt tot ondernemingen die actief zijn in bepaalde door de staat vastgestelde prioritaire hoogtechnologische gebieden, zoals sleuteltechnologieën in de glasvezelindustrie. |
c) Berekening van de hoogte van de subsidie
|
(167) |
Volgens de Commissie bleven de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het kader van dit programma een voordeel genieten. |
|
(168) |
In het SGV-onderzoek is de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie berekend als het voordeel dat de ontvangers ervan in 2018 hebben genoten. Dat voordeel is berekend als het verschil tussen de totale verschuldigde belasting tegen het normale belastingtarief en de totale verschuldigde belasting tegen het verlaagde belastingtarief. |
|
(169) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (41) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(170) |
In het licht van al het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd. |
3.6.2.2. Verrekening van vennootschapsbelasting voor uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
|
(171) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek stelde de indiener van het verzoek dat producenten van glasvezelproducten in China in aanmerking komen voor de hierna beschreven vrijstelling van vennootschapsbelasting. |
|
(172) |
De belastingverrekening voor onderzoek en ontwikkeling biedt ondernemingen een preferentiële fiscale behandeling voor hun O & O-activiteiten in bepaalde hoogtechnologische prioriteitsgebieden die zijn vastgesteld door de Staat; daarvoor moeten hun O & O-uitgaven bepaalde drempels overschrijden. |
|
(173) |
Meer bepaald geldt voor O & O-uitgaven voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën, nieuwe producten en nieuwe technieken die geen immateriële activa zijn en in het lopende boekjaar in de winst-en-verliesrekening worden geboekt, een extra aftrek van 50 % nadat zij in het licht van de feitelijke situatie reeds volledig zijn afgetrokken. Wanneer de bovengenoemde O & O-uitgaven immateriële activa vormen, kan 150 % van de kosten voor immateriële activa worden afgeschreven. |
a) Rechtsgrondslag
|
(174) |
De rechtsgrondslag van dit programma wordt gevormd door artikel 30, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting, de Uitvoeringsregels voor de wet op de vennootschapsbelasting van de VRC, en de volgende berichten:
|
b) Bevindingen van het onderzoek
|
(175) |
In het SGV-onderzoek stelde de Commissie vast dat de “nieuwe technologieën, nieuwe producten en nieuwe technieken” die kunnen profiteren van de belastingaftrek, onderdeel zijn van bepaalde door de staat ondersteunde hoogtechnologische domeinen, alsmede van de bestaande prioriteiten in door de staat ondersteunde hoogtechnologische domeinen, als vermeld in de Richtsnoeren voor de nieuwste cruciale prioritaire gebieden voor ontwikkeling van hoogtechnologische bedrijfstakken. |
|
(176) |
De Commissie was van oordeel dat de belastingverrekening in kwestie een subsidie is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), ii), en artikel 3, lid 2, van de basisverordening, omdat er sprake is van een financiële bijdrage in de vorm van een derving van inkomsten door de Chinese overheid, waardoor een voordeel wordt toegekend aan de betrokken ondernemingen. |
|
(177) |
Het voordeel voor de ontvangers is gelijk aan de belastingbesparing. |
|
(178) |
Die subsidie is specifiek in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening omdat de wetgeving zelf de toepassing van deze maatregel beperkt tot ondernemingen die O & O-uitgaven doen in bepaalde door de staat vastgestelde hoogtechnologische voorrangsgebieden, zoals de glasvezelindustrie. |
c) Berekening van de hoogte van de subsidie
|
(179) |
Volgens de Commissie bleven de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het kader van dit programma een voordeel genieten. |
|
(180) |
In het SGV-onderzoek is de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie berekend als het voordeel dat de ontvangers ervan in 2018 hebben genoten. Dat voordeel is berekend als het verschil tussen de totale verschuldigde belasting tegen het normale belastingtarief en de totale verschuldigde belasting na de extra aftrek van 50 % van de eigenlijke O & O-uitgaven. |
|
(181) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (42) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(182) |
In het licht van al het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd. |
3.6.2.3. Vrijstelling van dividend tussen gekwalificeerde ingezeten ondernemingen
|
(183) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek stelde de indiener van het verzoek dat producenten van glasvezelproducten in China in aanmerking komen voor de hierna beschreven vrijstelling van dividend. |
|
(184) |
De wet op de vennootschapsbelasting biedt voordelen op het gebied van inkomstenbelasting aan ondernemingen die zich bezighouden met de ontwikkeling van bedrijfstakken of projecten die specifiek door de staat worden gesteund en aangemoedigd. De wet voorziet met name in belastingvrijstellingen voor inkomsten uit beleggingen in aandelen, zoals dividenden en bonussen, tussen in aanmerking komende ingezeten ondernemingen. |
a) Rechtsgrondslag
|
(185) |
De rechtsgrondslag van dit programma wordt gevormd door artikel 26, lid 2, van de wet op de vennootschapsbelasting, samen met de uitvoeringsvoorschriften voor de wet op de vennootschapsbelasting van de VRC. |
b) Bevindingen van het onderzoek
|
(186) |
In eerdere onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat sommige onderzochte ondernemingen vrijstelling van belasting op inkomsten uit dividenden tussen gekwalificeerde ingezeten ondernemingen hebben gekregen. |
|
(187) |
Artikel 25 van de wet op de vennootschapsbelasting luidt: “De staat verleent belastingvoordelen aan ondernemingen die actief zijn in bedrijfstakken of projecten waarvan de ontwikkeling door de staat speciaal wordt ondersteund en aangemoedigd.”. In artikel 26, lid 2, is bepaald dat de belastingvrijstelling geldt voor inkomsten uit beleggingen in aandelen tussen “in aanmerking komende ingezeten ondernemingen”, wat de werkingssfeer ervan beperkt tot slechts bepaalde ingezeten ondernemingen. |
|
(188) |
Zoals in het SGV-onderzoek is geconcludeerd, is zulk preferentieel belastingbeleid beperkt tot bepaalde bedrijfstakken en projecten, d.w.z. bedrijfstakken die specifiek worden ondersteund en aangemoedigd door de staat, zoals de glasvezelindustrie, en is het dus specifiek. |
|
(189) |
De Commissie is van oordeel dat deze regeling een subsidie is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), ii), en artikel 3, lid 2, van de basisverordening, omdat er sprake is van een financiële bijdrage in de vorm van een derving van inkomsten door de Chinese overheid, waardoor een voordeel wordt toegekend aan de betrokken ondernemingen. |
|
(190) |
Het voordeel voor de ontvangers is gelijk aan de belastingbesparing. |
|
(191) |
Die subsidie is specifiek in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening, omdat de wetgeving zelf de toepassing van deze vrijstelling beperkt tot uitsluitend gekwalificeerde ingezeten ondernemingen die op grote schaal door de staat worden gesteund en waarvan de ontwikkeling door de staat wordt aangemoedigd. |
c) Berekening van de hoogte van de subsidie
|
(192) |
Volgens de Commissie bleven de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het kader van dit programma een voordeel genieten. |
|
(193) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (43) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(194) |
In het licht van al het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd. |
3.6.2.4. Vrijstelling van belasting op grondgebruik
|
(195) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek stelde de indiener van het verzoek dat producenten van glasvezelproducten in China in aanmerking komen voor de hierna beschreven vrijstelling van belasting op grondgebruik. |
|
(196) |
Een organisatie of particulier die grond gebruikt in grote steden, landelijke steden en dorpen of in industriële en mijngebieden, betaalt gewoonlijk een belasting op het gebruik van stadsgrond. De belasting op grondgebruik wordt geheven door de lokale belastingautoriteiten van de plaats waar de grond wordt gebruikt. |
|
(197) |
Bepaalde categorieën grond, zoals op de zee gewonnen grond, grond voor eigen gebruik door overheidsinstellingen, volksorganisaties of militaire eenheden, grond voor gebruik door via het Ministerie van Financiën door de overheid gefinancierde instellingen, grond voor religieus gebruik, openbare parken en historische en schilderachtige plaatsen, straten, wegen, pleinen, groenvoorzieningen en andere openbare plaatsen in steden, zijn vrijgesteld van de belasting op grondgebruik. |
a) Rechtsgrondslag
|
(198) |
De rechtsgrondslag van dit programma wordt gevormd door:
|
b) Bevindingen van het onderzoek
|
(199) |
In het SGV-onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat één in de steekproef opgenomen groep ondernemingen van het lokale grondgebruikbureau een teruggave van belastingen op grondgebruik kreeg, ook al behoorden die ondernemingen niet tot een van de in genoemde nationale wetgeving vrijgestelde categorieën. |
c) Conclusie
|
(200) |
De Commissie is van oordeel dat de belastingvrijstelling in kwestie een subsidie is in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), i) of ii), en artikel 3, lid 2, van de basisverordening, omdat er sprake is van een financiële bijdrage in de vorm van ofwel een rechtstreekse overdracht van middelen (teruggave van belasting) ofwel een derving van inkomsten door de Chinese overheid (de niet-betaalde belasting), waardoor een voordeel wordt toegekend aan de betrokken ondernemingen. |
|
(201) |
Het voordeel voor de ontvangers is gelijk aan de belastingteruggave/-besparing. |
|
(202) |
Deze subsidie is specifiek in de zin van artikel 4, lid 2, onder a), van de basisverordening, omdat een van de in de steekproef opgenomen ondernemingen in het SGV-onderzoek een belastingvermindering kreeg, hoewel zij aan geen van de objectieve criteria voldeed. |
d) Berekening van de hoogte van de subsidie
|
(203) |
Volgens de Commissie bleven de Chinese producenten-exporteurs van glasvezelproducten in het kader van dit programma een voordeel genieten. |
|
(204) |
In het SGV-onderzoek is de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie berekend als het voordeel dat de ontvangers ervan in 2018 hebben genoten. Dat voordeel werd geacht gelijk te zijn aan het in 2018 terugbetaalde bedrag. |
|
(205) |
Aangezien de Chinese overheid en de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in dit geval geen medewerking hebben verleend en er geen aanwijzingen voor het tegendeel waren, heeft de Commissie in deze zaak de bevindingen in het SGV-onderzoek (44) voor zover zij betrekking hadden op glasvezelproducten gebruikt als beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening. |
|
(206) |
In het licht van al het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de glasvezelindustrie verder werd gesubsidieerd. |
3.7. Conclusie betreffende de voortzetting van subsidiëring
|
(207) |
Op basis van de beschikbare informatie concludeert de Commissie dat de glasvezelindustrie in de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds gesubsidieerd werd. Met name zijn de conclusies van het SGV-onderzoek van belang, aangezien zij betrekking hebben op subsidies aan ondernemingen die zowel SGV als glasvezelproducten produceren, en de subsidieregelingen niet productspecifiek zijn. |
|
(208) |
Aangezien de subsidieregelingen de hele onderneming een voordeel verschaffen, en niet alleen het deel dat SGV produceert en uitvoert, kunnen we opnieuw gebruikmaken van de beschikbare informatie om de basissubsidieberekeningen in de SGV-zaak “over te dragen” en bij gebrek aan andere informatie ervan uitgaan dat de ondernemingen die in het TNO glasvezelproducten produceerden en naar de Unie uitvoerden, voordeel hebben gehaald uit een subsidie die veel meer dan minimaal is. Gezien de bevindingen in het SGV-onderzoek, dat subsidies omvatte waartegen in het oorspronkelijke onderzoek geen compenserende maatregelen zijn ingesteld, werd vastgesteld dat de gemiddelde subsidie ongeveer 25 % bedroeg. |
|
(209) |
Hoewel de hoogte van de subsidiëring wegens het gebrek aan medewerking niet nauwkeurig kan worden bepaald, kan het aanzienlijk worden geacht. |
3.8. Ontwikkeling indien de maatregelen worden ingetrokken
|
(210) |
De voortzetting van subsidiëring tijdens het TNO is een indicator voor de waarschijnlijkheid van voortzetting van subsidiëring indien de maatregelen vervallen. De Commissie is ook nagegaan of het volume van de uitvoer met subsidiëring waarschijnlijk zou toenemen indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(211) |
Hiertoe heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. |
|
(212) |
Als gevolg van de niet-medewerking van de producenten-exporteurs in de VRC en van de Chinese overheid heeft de Commissie haar beoordeling overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. |
3.8.1. Capaciteit
|
(213) |
In zijn verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen merkte de indiener van het verzoek op dat de wereldwijde vraag naar glasvezelproducten in 2018 tussen 5,3 en 6,5 miljoen ton bedroeg en de mondiale capaciteit tussen 6,0 en 6,9 miljoen ton. |
|
(214) |
Hij merkte op dat in 2018 het verschil tussen de capaciteit en de vraag in de VRC 700 000 ton per jaar bedroeg, wat neerkomt op 70 % van de vraag van de Europese Unie naar glasvezelproducten. |
|
(215) |
Bij gebrek aan andere informatie concludeert de Commissie dat de Chinese producenten hun overcapaciteit op de markt van de Unie zouden kunnen richten indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
3.8.2. Prijzen op de markt van de Unie
|
(216) |
In zijn verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen merkte de indiener van het verzoek op dat de EU zelfs met de geldende maatregelen een van de vijf belangrijkste uitvoerbestemmingen voor Chinese glasvezelproducten blijft. |
|
(217) |
Een analyse van de gegevens van GTA (45) tot eind 2019 bevestigt dit.
|
|
(218) |
De indiener van het verzoek merkte ook op dat de Europese prijzen voor glasvezelproducten hoog zijn in vergelijking met die op andere markten. |
|
(219) |
Een analyse van de eenheidsprijzen tot eind 2019, die ook aan GTA zijn ontleend, bevestigt dit voor de vijf belangrijkste Chinese exportmarkten.
|
|
(220) |
De Commissie concludeert dat de Unie voor Chinese producenten van glasvezelproducten een aantrekkelijke markt is. Dit wordt ook bevestigd doordat de Chinese producenten specifiek investeren in faciliteiten in Bahrein en Egypte om aldus toegang te krijgen tot de markt van de Unie zonder de geldende rechten bij invoer uit de VRC te betalen. |
3.9. Conclusie betreffende de voortzetting van subsidiëring
|
(221) |
Op basis van de bevindingen van het onderzoek en met toepassing van artikel 28 van de basisverordening heeft de Commissie geconcludeerd dat specifieke subsidieregelingen voor de glasvezelindustrie in de VRC van kracht blijven en dat deze regelingen voor de glasvezelindustrie in de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek een voordeel hebben opgeleverd. |
|
(222) |
De Commissie concludeert ook dat indien de maatregelen zouden komen te vervallen, de invoer van glasvezelproducten uit de VRC met subsidiëring zou worden voortgezet. |
4. SCHADE
4.1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(223) |
Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd het soortgelijke product vervaardigd door negen producenten in de Unie. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 9, lid 1, van de basisverordening. |
|
(224) |
De Commissie heeft een steekproef van producenten in de Unie samengesteld. De steekproef omvatte drie producenten in de Unie, die goed zijn voor meer dan 60 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(225) |
De Commissie heeft op basis van de door de indiener van het verzoek verzamelde en tijdens het onderzoek gecontroleerde informatie de totale productie van glasvezelproducten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld op ongeveer 657 750 ton. Tabel 1 Productie in de Unie
|
||||||||||||||||||||
|
(226) |
De totale productie in de Unie bleef tussen 2016 en 2018 stabiel, maar daalde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
4.2. Verbruik in de Unie
|
(227) |
De Commissie heeft het verbruik van glasvezelproducten in de Unie vastgesteld door de invoer van glasvezelproducten op te tellen bij de verkoop van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie. |
|
(228) |
Het verbruik in de Unie ontwikkelde zich als volgt: Tabel 2 Verbruik in de Unie
|
||||||||||||||||||||
|
(229) |
In de beoordelingsperiode schommelde het verbruik in de Unie. Het steeg tussen 2016 en 2018 met 8 %, waarna het in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanzienlijk daalde, met 7 %. |
4.3. Invoer uit de VRC
4.3.1. Volume en marktaandeel van de invoer uit de VRC
|
(230) |
De Commissie heeft het volume van de invoer en het marktaandeel ervan vastgesteld op basis van gegevens uit de databank Surveillance 2 (46). |
|
(231) |
De invoer van glasvezelproducten uit China ontwikkelde zich als volgt: Tabel 3 Invoervolume en marktaandeel
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(232) |
De invoer van glasvezelproducten uit China in de EU is tussen 2016 en het TNO met 35 % gedaald. Het dienovereenkomstige marktaandeel nam in die periode met 3 procentpunten af. |
4.3.2. Prijzen van de invoer uit China
|
(233) |
De gemiddelde invoerprijzen hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Invoerprijzen
|
||||||||||||||||||||
|
(234) |
De invoerprijzen uit China daalden tijdens de beoordelingsperiode met 7 %. |
4.3.3. Prijsonderbieding
|
(235) |
Wegens het gebrek aan medewerking heeft de Commissie de prijsonderbieding tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:
|
|
(236) |
De cif-prijs van Surveillance 2 werd gecorrigeerd tot de prijs bij aanvoer door toevoeging van invoerrechten van 7 % bovenop de cif-prijs en invoerkosten van ongeveer 30 EUR per ingevoerde ton. |
|
(237) |
Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(238) |
Uit de vergelijking bleek dat de invoer uit China in het tijdvak van het nieuwe onderzoek gemiddeld meer dan 24 % onderbood. |
|
(239) |
De Commissie heeft daarom vastgesteld dat de prijzen van de invoer uit China de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk onderboden. |
4.4. Invoer uit andere derde landen
|
(240) |
De hoeveelheid, het marktaandeel en de prijzen van de invoer uit andere derde landen hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 5 Hoeveelheid, marktaandeel en prijzen bij invoer uit alle andere landen behalve China
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(241) |
De grootste invoer uit derde landen tijdens de beoordelingsperiode bestond uit een aanzienlijk toenemende invoer uit Egypte en een relatief stabiele invoer uit Maleisië en Noorwegen. Er was ook een stabiele invoer uit Bahrein met een marktaandeel van 2 %. |
|
(242) |
Het marktaandeel van de invoer uit Egypte steeg van 5 % in 2016 tot 14 % in het TNO. |
|
(243) |
Op 16 mei 2019 heeft de Commissie het onderzoek naar de invoer van glasvezelproducten uit Egypte geopend (47). Het onderzoek werd in juni 2020 afgesloten; het wees uit dat de toename van de invoer werd veroorzaakt door de uitvoer van een Egyptische fabriek die wordt geëxploiteerd door de Chinese CNBM-groep. Die exporteur heeft deze operatie opgezet met het uitdrukkelijke doel om glasvezelproducten op de markt van de Unie te verkopen zonder betaling van de geldende rechten op invoer van oorsprong uit China (48). |
|
(244) |
Volgens het bewijsmateriaal waarover de Commissie in die zaak beschikte, lijken de bestellingen van glasvezelproducten aan de CNBM-groep te zijn doorgeschoven naar de nieuwe productie-installatie in Egypte. De invoer uit Egypte nam in de periode 2016-2019 snel toe en is bijna verdrievoudigd. In juni 2020 heeft de Commissie een definitief compenserend recht van 13,1 % ingesteld op de invoer van glasvezelproducten uit Egypte (49). In maart 2020 waren voorlopige maatregelen ingesteld (50). |
|
(245) |
De omvang van de invoer uit Maleisië is tussen 2018 en het eind van het TNO gedaald. Het marktaandeel daarvan daalde van 10-11 % in de beoordelingsperiode tot 8 % in het TNO. De Commissie heeft vastgesteld dat Maleisië alleen gesneden strengen naar de EU uitvoerde (51). Uit een vergelijking van de gemiddelde invoerprijs van gesneden strengen uit Maleisië met de prijzen van gesneden strengen van de bedrijfstak van de Unie bleek dat de Maleisische invoerprijzen overeenstemden met de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(246) |
De invoer uit Noorwegen had in de beoordelingsperiode een stabiel marktaandeel van 4-5 %. Bovendien lagen de gemiddelde invoerprijzen op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(247) |
De invoer uit de overige landen had in de hele beoordelingsperiode een stabiel marktaandeel van 9 %. |
4.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
4.5.1. Algemene opmerkingen
|
(248) |
Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met subsidie voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(249) |
Zoals vermeld in overweging (13), is voor de vaststelling van mogelijke door de bedrijfstak van de Unie geleden schade gebruikgemaakt van een steekproef. |
|
(250) |
Voor de schadeanalyse heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro- en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens uit de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst en op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte en door de Commissie gecontroleerde informatie. De beoordeling van de micro-economische indicatoren was gebaseerd op de gegevens uit de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten op de vragenlijst. |
|
(251) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de subsidiemarge en herstel van eerdere subsidiëring. |
|
(252) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, gemiddelde loonkosten, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
4.5.2. Macro-economische indicatoren
4.5.2.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(253) |
De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(254) |
De productiecapaciteit bleef in de beoordelingsperiode constant. Dit komt doordat de capaciteit hoofdzakelijk is gebaseerd op het aantal ovens die de productielijnen voeden en een vergroting van de capaciteit dus grote investeringen vergt. |
|
(255) |
De bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie bleef ook hoog en bleef stabiel van 2016 tot en met 2018, vóór een lichte daling in het TNO. |
4.5.2.2. Verkoopvolume en marktaandeel
|
(256) |
Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoopvolume en marktaandeel
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(257) |
De verkoop van de bedrijfstak van de Unie daalde in de beoordelingsperiode met 7 %, met uitzondering van het zeer goede jaar 2017, dat een stijging van 5 % ten opzichte van 2016 liet zien. |
|
(258) |
Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie liep in de beoordelingsperiode terug van 64 % tot 59 %. Ook het marktaandeel van de invoer uit China daalde, van 8 % tot 5 %. Het afnemende marktaandeel van zowel de invoer uit China als de bedrijfstak van de Unie moet worden gezien tegen de achtergrond van de stijgende invoer uit Egypte. Het marktaandeel van de invoer uit Egypte is in de beoordelingsperiode immers bijna verdrievoudigd, van 5 % tot 14 %. |
4.5.2.3. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(259) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(260) |
De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode stabiel gebleven. |
|
(261) |
De dalende productiviteit van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode weerspiegelde de dalende productie. |
4.5.3. Micro-economische indicatoren
4.5.3.1. Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden
|
(262) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan afnemers in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(263) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor niet-verbonden afnemers daalden in de beoordelingsperiode met 5 %. |
|
(264) |
De productiekosten per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn in de beoordelingsperiode echter met 8 % gestegen. |
4.5.3.2. Loonkosten
|
(265) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||
4.5.3.3 Voorraden
|
(266) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn in de beoordelingsperiode gestegen, en bleven in het TNO op hun hoogste niveau. Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||
4.5.3.4. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(267) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(268) |
De Commissie stelde de winstgevendheid van de drie producenten in de Unie vast door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de omzet. |
|
(269) |
De winstgevendheid en de jaarlijkse kasstroom uit hun activiteiten zijn in de beoordelingsperiode sterk gedaald. |
|
(270) |
De bedrijfstak van de Unie bleef in de hele beoordelingsperiode investeren. De investeringen zijn van 2016 tot en met 2018 gestegen, hetgeen een afspiegeling is van de levensduur van de ovens, die periodiek moeten worden vernieuwd om een continue productie mogelijk te maken. In het TNO daalden de investeringen echter aanzienlijk. |
|
(271) |
Het rendement van investeringen wordt uitgedrukt als de winst in procenten van de nettoboekwaarde van de investeringen. De negatieve ontwikkeling volgde de dalende winstmarges in de beoordelingsperiode. |
|
(272) |
Het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om kapitaal aan te trekken, werd echter beperkt door de financiële prestaties van de bedrijfstak in termen van winst tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
4.6. Conclusie inzake schade
|
(273) |
De winsten van de bedrijfstak van de Unie kregen in de beoordelingsperiode een zware klap, met een daling van 12,6 % in 2016 tot 3,7 % in het TNO, een niveau ruim onder het houdbare niveau voor een zo uiterst kapitaalintensieve bedrijfstak. De aanzienlijke daling van de winstgevendheid toont de bijzonder precaire situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO aan. |
|
(274) |
De dalende verkoop en de dalende prijzen leidden tot een verslechtering van alle prestatie-indicatoren. Naast de dalende winstgevendheid daalden ook de productiviteit en de bezettingsgraad. De eindvoorraden namen tijdens de beoordelingsperiode met 8 % toe. De kasstroom daalde in het OT met 51 % ten opzichte van 2016. Het rendement van investeringen daalde van 18 % in 2016 tot slechts 6 %. |
|
(275) |
De dalende productie had aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfstak, wegens de hoge vaste kosten en de onmogelijkheid om de productie flexibel terug te schroeven, aangezien ovens in dit specifieke productieproces ten volle moeten worden benut. |
|
(276) |
Zelfs in die ongunstige omstandigheden waren voortdurende investeringen noodzakelijk, voornamelijk om ovens met een strikt beperkte levensduur te vervangen. Dit zorgde voor extra financiële druk op de producenten. |
|
(277) |
Tegelijkertijd verloor de bedrijfstak van de Unie een deel van zijn marktaandeel, met negatieve gevolgen voor de winstgevendheid. |
|
(278) |
Uit al die feiten heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade bleef lijden in de zin van artikel 3, lid 8, van de basisverordening. |
5. OORZAKELIJK VERBAND
|
(279) |
De Commissie heeft geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds aanmerkelijke schade leed. |
|
(280) |
Zij heeft echter vastgesteld dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade niet kon worden toegeschreven aan de invoer met subsidiëring uit China. Blijkens de invoerstatistieken is de invoer uit Egypte in de beoordelingsperiode sterk gestegen. |
|
(281) |
Zoals vermeld in overweging (243), heeft de Commissie die invoer onlangs onderzocht en bleek deze te worden gesubsidieerd en schade toe te brengen aan de bedrijfstak van de Unie. De Commissie heeft immers vastgesteld dat de Chinese CNBM-groep een operatie in Egypte had opgezet om handelsbeschermingsmaatregelen te vermijden, waaronder de maatregelen die thans worden onderzocht (52). |
|
(282) |
Ondanks het gebruikelijke afschrikkend effect dat antisubsidieonderzoeken doorgaans hebben op de invoer uit de onderzochte landen, bleef de invoer uit Egypte in het tijdvak van het nieuwe onderzoek op een vergelijkbaar niveau van 141 809 ton, vergeleken met 144 169 ton in de periode tot en met 31 maart 2019. Tegelijkertijd bleef de invoerprijs dalen, van 904 EUR/ton tot 890 EUR per ton. |
|
(283) |
De door deze laaggeprijsde invoer uit Egypte veroorzaakte prijsdruk op de markt heeft ertoe geleid dat de bedrijfstak van de Unie de stijging van de productiekosten niet kon doorberekenen in de prijs. |
|
(284) |
Er zij ook op gewezen dat pas in maart 2020 voorlopige maatregelen zijn ingesteld tegen de invoer met subsidiëring uit Egypte. Bijgevolg was de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode van dit onderzoek, met inbegrip van het tijdvak van het nieuwe onderzoek, niet beschermd tegen de invoer met subsidiëring uit Egypte. |
|
(285) |
Hoewel de invoer uit China in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds een marktaandeel van 5 % had en de prijs ervan nog steeds onder de prijzen van andere landen en de bedrijfstak van de Unie lag, merkt de Commissie op dat er tegen oneerlijke invoer van glasvezelproducten uit China niet alleen antisubsidiemaatregelen, maar ook antidumpingmaatregelen van toepassing zijn. |
|
(286) |
De Commissie heeft derhalve de prijzen van de invoer uit China, waarbij beide rechten werden opgeteld, vergeleken met de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(287) |
Gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs gebruikte de Commissie de invoerstatistieken van de EU en hield zij rekening met de aanvullende Taric-codes om de rechten voor individuele ondernemingen vast te stellen en met de GN-codes om rovings, matten en gesneden strengen te onderscheiden. |
|
(288) |
Bij deze vergelijking heeft de Commissie geen prijsonderbieding vastgesteld voor gesneden strengen en rovings, die de overgrote meerderheid van de productie van de bedrijfstak van de Unie vertegenwoordigen. Er is alleen prijsonderbieding vastgesteld voor matten, die wegens het zeer lage aandeel daarvan in de totale productie in de Unie (minder dan 4 %) geen meetbare gevolgen heeft voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(289) |
Daarom heeft de Commissie geconcludeerd dat deze maatregelen doeltreffend waren om de bedrijfstak van de Unie te beschermen tegen schade als gevolg van de invoer met subsidiëring uit de VRC. |
6. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
|
(290) |
De Commissie heeft vervolgens onderzocht of het waarschijnlijk was dat de oorspronkelijk door de invoer van glasvezelproducten uit de VRC veroorzaakte schade zich zou herhalen indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(291) |
Om vast te stellen of er sprake was van deze waarschijnlijkheid heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: a) het waarschijnlijk prijsniveau van de invoer uit China bij afwezigheid van compenserende maatregelen, b) de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, c) de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in China. |
6.1. Waarschijnlijk prijsniveau van de invoer uit China zonder antisubsidiemaatregelen
|
(292) |
Het onderzoek heeft aangetoond dat de invoer uit China in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd gesubsidieerd en dat het waarschijnlijk is dat de subsidiëring wordt voortgezet indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
|
(293) |
De prijzen van de invoer uit China (zonder antidumpingrechten/compenserende rechten) lagen aanzienlijk onder de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie. De gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie op de EU-markt bedroeg in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 1 106 EUR/ton, terwijl de gemiddelde prijs bij invoer uit China 990 EUR/ton bedroeg. Op grond hiervan werd geconcludeerd dat de Chinese uitvoer van glasvezelproducten naar de Unie tegen schade veroorzakende prijzen zou plaatsvinden, met onderbieding van de verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie, mochten de maatregelen komen te vervallen. |
6.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(294) |
De markt van de Unie is aantrekkelijk qua omvang en prijzen. |
|
(295) |
Volgens de beschikbare informatie die door de indiener van het verzoek is verstrekt, liggen de prijzen op de markt van de Unie gemiddeld hoger dan in andere landen. Uit uitvoerstatistieken blijkt ook dat de Chinese uitvoerprijzen naar andere uitvoermarkten, namelijk de VS en Zuid-Korea, in het tijdvak van het nieuwe onderzoek gemiddeld lager waren (863 EUR/ton in de VS en 780 EUR/ton in Zuid-Korea) dan de uitvoerprijzen naar de EU (990 EUR/ton) (53). |
|
(296) |
Ten slotte wordt de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie voor Chinese producenten van glasvezelproducten ook bevestigd door het feit dat CPIC en de CNBM-groep kort na de instelling van de antisubsidie- en antidumpingmaatregelen in december 2014 zwaar hebben geïnvesteerd om een begin te maken met de grootschalige uitvoer van glasvezelproducten uit fabrieken in respectievelijk Bahrein en Egypte om de Europese markt te bedienen. |
|
(297) |
Zoals in een eerder onderzoek is bevestigd, heeft de CNBM-groep de fabriek in Egypte geopend met het uitdrukkelijke doel om glasvezelproducten op de markt van de Unie te verkopen zonder daarvoor de rechten te betalen die op de rechtstreekse invoer uit China worden geheven (54). |
6.3. Reservecapaciteit in China
|
(298) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 213 tot en met 215 above, is er in China een aanzienlijke onbenutte capaciteit. |
6.4. Waarschijnlijkheid van herhaling van schade
|
(299) |
Uit het onderzoek is gebleken dat de invoer uit China nog steeds plaatsvond tegen prijzen die de bedrijfstak van de Unie onderboden en dat er geen aanwijzingen zijn dat de subsidiëring in de toekomst zou stoppen. |
|
(300) |
Bovendien kan redelijkerwijs worden aangenomen dat, indien de maatregelen worden ingetrokken, als gevolg van de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en de beschikbare reservecapaciteit in de VRC de invoer in de Unie tegen gesubsidieerde, schadeveroorzakende prijzen die de verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie onderbieden, aanzienlijk zal toenemen. |
|
(301) |
Bij een dergelijk scenario zou de Chinese uitvoer naar de Unie snel marktaandeel winnen van de bedrijfstak van de Unie, die onmiddellijk te maken zou krijgen met een daling van de verkoop en een stijging van zijn vaste kosten per eenheid. |
|
(302) |
De stijging van de vaste kosten in combinatie met een daling van de verkoopprijzen zou onmiddellijk een nadelig effect hebben op de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie, die in de hele beoordelingsperiode ver onder de streefwinst bleef. Het gevolg hiervan is dat de bedrijfstak van de Unie verlies zou lijden, dat de algehele economische situatie van die bedrijfstak negatieve gevolgen zou ondervinden en dat er zich opnieuw aanmerkelijke schade zou voordoen. |
|
(303) |
Op basis van de hierboven genoemde factoren heeft de Commissie geconcludeerd dat het waarschijnlijk is dat de door de invoer uit China veroorzaakte schade zich zal herhalen, mochten de bestaande maatregelen worden ingetrokken. |
7. BELANG VAN DE UNIE
|
(304) |
Overeenkomstig artikel 31 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of duidelijk kon worden geconcludeerd dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval compenserende maatregelen te nemen die overeenkomen met het totaal van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, ondanks de vaststelling van schade veroorzakende subsidiëring. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, gebruikers en importeurs. |
7.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(305) |
Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie schade leed en dat intrekking van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot een toename van de oneerlijke concurrentie door invoer met subsidiëring uit China. |
|
(306) |
De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat het in het belang van de bedrijfstak van de Unie is om de maatregelen te handhaven. |
7.2. Belang van de gebruikers
|
(307) |
Glasvezelproducten worden gebruikt voor een groot aantal toepassingen, zoals vervoer (auto-industrie, zeevaart, ruimtevaart, militair materieel), elektrotechniek/elektronica, windenergie, de bouw, reservoirs/buizen, consumentenartikelen. |
|
(308) |
Zij worden hetzij rechtstreeks gebruikt in de materiaalindustrie (kunststoffen), hetzij als uitgangsmateriaal voor het weven tot stoffen van glasvezel (“SGV”) en open weefsels. |
|
(309) |
Voor direct gebruik, waarbij glasvezelproducten het materiaal versterken, is het aandeel ervan in de totale kosten van het materiaal zeer laag, en dus ook het effect van de maatregelen op de totale kosten. |
|
(310) |
Voor het weven van SGV ligt dit anders, aangezien glasvezelproducten een belangrijk percentage van de productiekosten vertegenwoordigen en de SGV-bedrijfstak lage prijzen van glasvezelproducten nodig heeft om op de markt van de Unie te concurreren. De SGV-bedrijfstak kan nu echter profiteren van de antidumping- en compenserende maatregelen die zijn ingesteld ten aanzien van SGV uit zowel China als Egypte (de belangrijkste concurrenten op de SGV-markt). |
|
(311) |
Aangezien zich in dit onderzoek geen gebruikers hebben gemeld, zijn de beste beschikbare gegevens waarover de Commissie in dit verband beschikt, de conclusies van eerdere onderzoeken: het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen, zoals beschreven in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/724 van de Commissie (55), waarin werd geconcludeerd dat de verlenging van de maatregelen een beperkt effect zou hebben op de situatie van de gebruikers, en het antisubsidieonderzoek zoals beschreven in Uitvoeringsverordening (EU) 2020/379 van de Commissie (56), waarin werd geconcludeerd dat, gezien de alternatieve voorzieningsbronnen waarop geen maatregelen van toepassing zijn en aangezien er geen duidelijk bewijs is dat de extra kosten van de maatregelen ten aanzien van de invoer niet door de gebruikers konden worden opgevangen, de negatieve gevolgen voor de gebruikers niet duidelijk aantoonden dat het niet in het belang van de Unie is om de maatregelen toe te passen. |
7.3. Belang van de niet-verbonden importeurs
|
(312) |
De Commissie heeft alle niet-verbonden importeurs uitgenodigd aan het onderzoek mee te werken, maar geen enkele niet-verbonden importeur heeft zich gemeld of op enigerlei wijze aan het onderzoek meegewerkt. |
|
(313) |
Volgens de Commissie is het betrokken product in hoge mate gestandaardiseerd en kan heel efficiënt op andere bevoorradingsbronnen worden overgestapt. |
|
(314) |
Op grond hiervan heeft de Commissie, mede gelet op de alternatieve bevoorradingsbronnen waarop geen maatregelen van toepassing zijn, geconcludeerd dat de thans geldende maatregelen geen significante negatieve gevolgen hebben voor de situatie van de importeurs en dat de handhaving van de maatregelen hen niet onnodig zou treffen. |
7.4. Conclusie inzake het belang van de Unie
|
(315) |
De intrekking van de maatregelen zou aanmerkelijke negatieve gevolgen hebben voor de producenten in de Unie. |
|
(316) |
De verlenging van het antidumpingrecht zou slechts een beperkt effect hebben op de importeurs en de gebruikers. |
|
(317) |
De Commissie merkt echter op dat andere bronnen van glasvezelproducten beschikbaar zijn waarvoor geen maatregelen gelden. |
|
(318) |
Op basis daarvan stelde de Commissie vast dat er geen dwingende redenen zijn om aan te nemen dat het niet in het belang van de Unie zou zijn de compenserende maatregelen ten aanzien van de invoer van SGV van oorsprong uit China te handhaven. |
8. COMPENSERENDE MAATREGELEN
|
(319) |
Gezien de conclusies inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van subsidiëring en herhaling van schade en overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening moeten de compenserende rechten op continuglasvezelproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China worden gehandhaafd. |
|
(320) |
De Commissie heeft de belanghebbenden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan zij voornemens was om een definitief compenserend recht op de invoer van het onderzochte product in de Unie in te stellen. |
|
(321) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen over deze mededeling van feiten en overwegingen in te dienen en te verzoeken te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. |
|
(322) |
Na de mededeling van de belangrijkste feiten en overwegingen werden twee reeksen opmerkingen ontvangen, één van Chengdu Chang Yuan Shun Co. Ltd, een Chinese producent-exporteur, en één van APFE. |
|
(323) |
De Chinese producent-exporteur was het niet eens met het besluit om de compenserende rechten te handhaven en stelde dat hij geen subsidie van de Chinese overheid had ontvangen. De onderneming stelde met name dat zij niet profiteerde van de “centrale planning van de Chinese overheid tot aanmoediging van de glasvezelindustrie” en dat zij geen preferentiële financiële steun ontving. Afgezien van deze algemene verklaringen legde de Chinese producent-exporteur geen bewijsmateriaal over om zijn beweringen te staven. Deze worden derhalve afgewezen. |
|
(324) |
APFE stelde dat zij het met de bevindingen van de Commissie eens was. APFE beklemtoonde ook dat de Chinese producenten op de EU-markt nog steeds een sterke positie innemen, niet alleen door invoer uit Egypte en Bahrein, maar ook door invoer uit China. APFE stelde dat de Chinese producenten volgens Eurostat na het TNO hun prijzen bij uitvoer naar de Unie met meer dan 15 % hebben verlaagd. APFE was niet op de hoogte van enige technologische vooruitgang waardoor de productiekosten in de glasvezelindustrie zouden dalen en die een dergelijke prijsdaling zou rechtvaardigen. APFE verwachtte integendeel een prijsstijging als gevolg van de algemene mondiale economische situatie en de pandemie. |
|
(325) |
APFE stelde dat de invoer van glasvezelproducten uit China schade blijft toebrengen aan de bedrijfstak van de Unie en dat de Chinese producenten na het tijdvak van het nieuwe onderzoek een absorptiepraktijk hebben toegepast waardoor de momenteel geldende rechten op de invoer van glasvezelproducten uit China de corrigerende werking die zij bij de instelling ervan in 2014 en de jaren onmiddellijk daarna hadden, grotendeels zijn verloren. |
|
(326) |
De Commissie merkt op dat de opmerkingen van APFE sporen met de bovengenoemde conclusies. Wanneer de bedrijfstak van de Unie over bewijsmateriaal beschikt waaruit blijkt dat de maatregelen verder moeten worden herzien, heeft hij op grond van de basisverordening het recht daartoe een verzoek in te dienen. |
|
(327) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (57) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(328) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1037 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief compenserend recht ingesteld op gesneden glasvezelstrengen met een lengte van niet meer dan 50 mm; glasvezelrovings, met uitzondering van glasvezelrovings die worden geïmpregneerd en gecoat en een gloeiverlies van meer dan 3 % hebben (zoals vastgesteld volgens ISO-norm 1887), en matten van glasvezelfilamenten, met uitzondering van matten van glaswol, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 7019 11 00, ex 7019 12 00 (Taric-codes 7019120022, 7019120025, 7019120026, 7019120039) en 7019 31 00, van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. Het definitieve compenserende recht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde product, is als volgt:
|
Onderneming |
Definitief compenserend recht (%) |
Aanvullende Taric-code |
|
Jushi Group Co., Ltd; Jushi Group Chengdu Co., Ltd; Jushi Group Jiujiang Co., Ltd. |
10,3 |
B990 |
|
Changzhou New Changhai Fiberglass Co., Ltd; Jiangsu Changhai Composite Materials Holding Co., Ltd; Changzhou Tianma Group Co., Ltd. |
4,9 |
A983 |
|
Chongqing Polycomp International Corporation |
9,7 |
B991 |
|
Andere medewerkende ondernemingen die zijn opgenomen in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1379/2014 |
10,2 |
|
|
Alle andere ondernemingen |
10,3 |
A999 |
3. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 februari 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55.
(2) PB L 67 van 15.3.2011, blz. 1.
(3) PB L 367 van 23.12.2014, blz. 22.
(4) PB L 107 van 25.4.2017, blz. 4.
(5) PB L 201 van 25.6.2020, blz. 10.
(6) PB C 424 van 17.12.2019, blz. 5.
(7) De term “Chinese overheid” wordt in deze verordening in brede zin gebruikt en omvat de Staatsraad alsmede alle ministeries, departementen, agentschappen en instanties op centraal, regionaal of lokaal niveau.
(8) Beschikbaar op http://trade.ec.europa.eu/tdi/case_details.cfm?id=2423
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/776 van de Commissie (PB L 189 van 15.6.2020, blz. 1) (SGV).
(10) Zie het Twaalfde Vijfjarenplan, blz. 9.
(11) Zie het Dertiende Vijfjarenplan, blz. 23 en 24.
(12) Zie het Dertiende Vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling van de Volksrepubliek China, deel II, hoofdstuk 6, punt 1.
(13) Ibid, deel II, hoofdstuk 6, punt 4.
(14) http://www.gov.cn/zhengce/content/2015-05/19/content_9784.htm
(15) Zie US-China Economic and Security Review Commission: The 13th Five-Year Plan, blz. 12.
(16) https://www.cae.cn/cae/html/files/2015-10/29/20151029105822561730637.pdf
(17) Zie routekaart Made in China 2025, blz. 142 en 152.
(18) Zie Made in China 2025, hoofdstuk 4: Strategische ondersteuning en bevoorrading.
(19) Zie het Ontwikkelingsplan voor de bouwmaterialenbedrijfstak (2016-2020).
(20) Preferentiële beleidsmaatregelen van de nationale zones voor hoogtechnologische industriële ontwikkeling, blz. 12 tot en met 14.
(21) Preferentiële beleidsmaatregelen van de nationale zones voor hoogtechnologische industriële ontwikkeling, blz. 1.
(22) Jaarverslag EXIM Bank 2017, blz. 5. Geraadpleegd via http://english.eximbank.gov.cn/News/AnnualR/2017/ op 17.11.2020, beschikbaar onder referentie t20.007533 in het toegankelijke dossier.
(23) Jaarverslag EXIM Bank 2017, blz. 33.
(24) WT/DS379/AB/R (US — Anti-dumping and Countervailing Duties on Certain Products from China), verslag van de Beroepsinstantie van 11 maart 2011, DS 379, punt 318. Zie ook WT/DS436/AB/R (US — Carbon Steel (India)), Verslag van de Beroepsinstantie van 8 december 2014, punten 4.9, 4.10, 4.17-4.20, en WT/DS437/AB/R (United States — Countervailing Duty Measures on Certain Products from China), verslag van de Beroepsinstantie van 18 december 2014, punt 4.92.
(25) Volgens de Uitvoeringsmaatregelen van de CBIRC inzake administratieve vergunningen voor commerciële banken met Chinees kapitaal (verordening van de CBIRC [2017] nr. 1), de Uitvoeringsmaatregelen van de CBIRC inzake administratieve vergunningen voor banken met buitenlands kapitaal (verordening van de CBIRC [2015] nr. 4) en de Administratieve maatregelen inzake de beroepsbekwaamheid van leden van de directie en het hoger management van financiële instellingen in de banksector (CBIRC [2013] nr. 3).
(26) SGV-verordening, overweging 344.
(27) SGV-verordening, overwegingen 345-357.
(28) OESO-rapport “Chinese export credit policies and programmes”, blz. 7, punt 32.
(29) Zie website van Sinosure, Company profile, Supporting “Made in China”.
(30) Exportcatalogus van hoogtechnologische en met nieuwe technologie vervaardigde producten, nrs. 531 tot en met 545.
(31) Jaarverslag 2017 van Sinosure, blz. 6.
(32) SGV-verordening, overweging 483.
(33) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/366 van de Commissie (PB L 56 van 3.3.2017, blz. 1) (Zonnepanelen), overwegingen 421 en 425.
(34) Zie punt 3.1.
(35) SGV-verordening, overweging 519.
(36) Verschillende adviezen van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China en de Staatsraad over verdere verdieping van de hervorming van het energiesysteem (Zhong Fa [2015] nr. 9).
(37) Bv. mededeling over aankondiging van de lijst van proefgebruikers van directe energietransactie in 2015 van het Comité economie en IT van Shandong (L.J.X.D.L [2015] nr. 9) en mededeling over Aankondiging van de lijst van proefgebruikers van directe energietransactie in 2017 van het Comité economie en IT van Shandong (L.J.X.D.L. [2017] nr. 117).
(38) SGV-verordening, overweging 540.
(39) Verordening nr. 23 van de president van de Volksrepubliek China.
(40) Voorschriften voor de uitvoering van de wet op de vennootschapsbelasting van de VRC (vastgesteld bij besluit nr. 512 van de Staatsraad van de VRC van 6 december 2007); gewijzigd overeenkomstig het besluit van de Staatsraad tot wijziging van enkele administratieve voorschriften bij besluit nr. 714 van de Staatsraad van 23 april 2019).
(41) SGV-verordening, overweging 556.
(42) SGV-verordening, overweging 568.
(43) SGV-verordening, overweging 577.
(44) SGV-verordening, overweging 591.
(45) GTA = Global Trade Atlas
(46) Databank van specifieke producten die onder “toezicht” of monitoring in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd; de databank wordt beheerd door het directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie.
(47) Bericht van inleiding van een antisubsidieprocedure betreffende de invoer van bepaalde geweven en/of gestikte stoffen van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Egypte (PB C 167 van 16.5.2019, blz. 11).
(48) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/379, overweging 163.
(49) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/870.
(50) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/379.
(51) De fabriek in Maleisië is eigendom van dezelfde eigenaar als een van de niet in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.
(52) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/379, overweging 163.
(53) Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen van APFE van 18 september 2019.
(54) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/379, overweging 163.
(55) PB L 107 van 25.4.2017, blz. 4.