29.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 467/1


BESLUIT(EU) 2021/2321 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 10 december 2021

betreffende de delegatie van besluiten over de afgifte van laissez-passer van de Unie aan aanvragers die onder het gezag van de Europese Centrale Bank vallen (ECB/2021/55)

DE PRESIDENT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Protocol (Nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en met name artikel 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) geeft toestemming voor de afgifte van laissez-passer van de Unie voor personeelsleden van de ECB, personeelsleden met een kortetermijnaanstelling van de ECB en hun gezinsleden. De laissez-passer van de Unie moet door de lidstaten als een geldig reisdocument worden erkend.

(2)

Aangezien de bevoegdheid om laissez-passer van de Unie af te geven wordt toegekend aan de voorzitters van de instellingen van de Unie, betekent dit dat in het geval van de ECB de president van de ECB deze bevoegdheid heeft.

(3)

Bij Verordening (EU) nr. 1417/2013 van de Raad (1) is een gemeenschappelijke vorm voor de afgifte van laissez-passer van de Unie vastgesteld. Sinds 2015 worden laissez-passer van de Unie afgegeven als e-reisdocumenten volgens een gecentraliseerde procedure, waarbij de Commissie optreedt als centraal contactpunt voor andere instellingen van de Unie, zulks in overeenstemming met overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau (service level agreements) ter uitvoering van de laissez-passerregeling van de Unie.

(4)

Gezien de hoeveelheid verzoeken tot afgifte van laissez-passer van de Unie voor personeelsleden van de ECB, personeelsleden met een kortetermijnaanstelling van de ECB en hun gezinsleden moet de bevoegdheid om deze laisser-passez af te geven worden gedelegeerd aan de Chief Services Officer, met de mogelijkheid deze bevoegdheid te subdelegeren aan het operationele niveau van de ECB,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities:

1)

“laissez-passer van de Unie”: een beveiligd reispapier als bedoeld in artikel 6 van Protocol (Nr. 7) betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

2)

“ECB-aanvrager”: a) een personeelslid van de ECB als gedefinieerd in artikel 1 van de arbeidsvoorwaarden; b) een personeelslid met een kortetermijnaanstelling van de ECB als gedefinieerd in artikel 1 van de arbeidsvoorwaarden voor kortetermijnaanstellingen, en c) een gezinslid van een dergelijk personeelslid of personeelslid met een kortetermijnaanstelling.

Artikel 2

Delegatie en subdelegatie

1.   De president delegeert hierbij aan de Chief Services Officer (CSO) de bevoegdheid om laissez-passer van de Unie af te geven aan ECB-aanvragers.

2.   De president machtigt hierbij de CSO om aan de directeur-generaal Corporate Services en, indien deze niet beschikbaar is, aan de directeur Administratie de bevoegdheid te subdelegeren om laissez-passer van de Unie af te geven aan ECB-aanvragers.

3.   Een besluit over de afgifte van een laissez-passer van de Unie aan een ECB-aanvrager wordt alleen op gedelegeerde of gesubdelegeerde basis vastgesteld indien aan de criteria van artikel 3 is voldaan.

4.   Het directoraat-generaal Corporate Services stelt de president jaarlijks in kennis van de besluiten die zijn vastgesteld op basis van de in dit artikel bedoelde delegatie.

Artikel 3

Criteria voor de vaststelling van besluiten inzake laissez-passers van de Unie op gedelegeerde of gesubdelegeerde basis

1.   Een besluit over de afgifte van een laissez-passer van de Unie aan een ECB-aanvrager wordt alleen op gedelegeerde of gesubdelegeerde basis genomen indien de afgifte van het laissez passer van de Unie gerechtvaardigd is in het dienstbelang vanwege goede zakelijke redenen, met name frequente zakenreizen, een reguliere werkplek buiten Frankfurt am Main of in het geval van externe mobiliteit.

2.   De afgifte van een laissez-passer van de Unie aan een gezinslid van een personeelslid van de ECB of van een personeelslid met een kortetermijnaanstelling van de ECB is alleen mogelijk in uitzonderlijke omstandigheden en uitsluitend voor zover dit in het belang van de Unie is. Ingeval van een langdurig verblijf buiten de Unie, met inbegrip van detachering voor langere tijd, wordt een laissez-passez van de Unie uitsluitend afgegeven met het oog op het veilig en correct functioneren van de dienst, wanneer uitzonderlijke omstandigheden en de onmogelijkheid om nationale paspoorten of reispapieren te gebruiken dit rechtvaardigen, met name indien dit nodig is voor reizen en een behoorlijke kennisgeving en verblijf in een derde land. Voor gezinsleden overschrijdt de geldigheidsduur van het laisser-passez van de Unie nooit de geldigheidsduur van het laisser-passez van de Unie van het personeelslid of het personeelslid met een korte-termijnaanstelling.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 10 december 2021.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  Verordening (EU) nr. 1417/2013 van de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van de vorm van de door de Europese Unie afgegeven laissez-passer (PB L 353 van 28.12.2013, blz. 26).