3.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 432/63


BESLUIT (GBVB) 2021/2136 VAN DE RAAD

van 2 december 2021

betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 41, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (1) werd een Europese Vredesfaciliteit (EPF) opgericht voor de financiering door de lidstaten van acties van de Unie uit hoofde van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid die tot doel hebben de vrede te handhaven, conflicten te voorkomen en de internationale veiligheid te versterken, krachtens artikel 21, lid 2, punt c), van het Verdrag. De EPF kan meer in het bijzonder krachtens artikel 1, lid 2, punt b), i), van Besluit (GBVB) 2021/509 acties financieren ter versterking van de capaciteiten van derde staten en regionale en internationale organisaties op militair en defensiegebied.

(2)

De Unie is resoluut in haar steun voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Moldavië binnen de internationaal erkende grenzen van het land, met een speciale status voor Transnistrië. De Unie hecht aan het vinden van een alomvattende, vreedzame en duurzame oplossing van het Transnistrische conflict in het “5 + 2”-formaat.

(3)

In de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (2), wordt een intensievere dialoog en intensievere samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid beoogd, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), en komen vraagstukken als conflictpreventie, crisisbeheersing en regionale stabiliteit aan bod.

(4)

In de gezamenlijke mededeling van maart 2020 “Het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap na 2020: de weerbaarheid versterken — een Oostelijk Partnerschap dat iedereen ten goede komt”, en in het gezamenlijk werkdocument van de diensten van de Commissie van juli 2021 “Herstel, veerkracht en hervorming: prioriteiten van het oostelijk partnerschap na 2020”, wordt gewezen op het belang van het versterken van de weerbaarheid de komende jaren voor de regio van het Oostelijk Partnerschap.

(5)

De strijdkrachten van de Republiek Moldavië spelen een belangrijke rol bij het garanderen van de veiligheid en stabiliteit in het land. De veiligheidssituatie vereist dat de militaire vermogens worden versterkt; deze moeten ook bij crisisresponsen kunnen worden ingezet om de veiligheid van de burgerbevolking te garanderen.

(6)

De regering van de Republiek Moldavië werkt aan hervormingen, onder meer op veiligheids- en defensiegebied, met aanzienlijke financiële en materiële uitgaven. Ter ondersteuning van deze inspanningen wil de Unie bijdragen aan de versterking van de militaire vermogens van het Moldavische leger.

(7)

Op 11 oktober 2021 heeft de vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Integratie van de Republiek Moldavië een brief gestuurd aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) met een verzoek conform artikel 59, lid 1, van Besluit (GBVB) 2021/509 om steun van de EU bij de ontwikkeling van de vermogens van de medische staf en het ingenieurskorps van de strijdkrachten.

(8)

Bij de uitvoering van de steunmaatregel moet rekening worden gehouden met de beginselen en voorschriften van Besluit (GBVB) 2021/509 en zal men zich houden aan de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die worden gefinancierd in het kader van de EPF en met inachtneming van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad (3).

(9)

De Raad bevestigt vastbesloten te zijn de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische beginselen te beschermen, te bevorderen en na te leven, de rechtsstaat en goed bestuur te versterken in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties, met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en met het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Instelling, doelstellingen, reikwijdte en looptijd

1.   Bij dit besluit wordt een steunmaatregel ten gunste van de Republiek Moldavië (de “begunstigde”) ingesteld, die wordt gefinancierd uit de Europese Vredesfaciliteit (EPF) (de “steunmaatregel”).

2.   Deze steunmaatregel heeft als doelstelling het versterken van de vermogens van de medische staf en van het ingenieurskorps van de strijdkrachten van de Republiek Moldavië (“strijdkrachten”), onder meer hun vermogen om de burgers hun respectieve diensten te bieden ten tijde van crisissen of van noodsituaties, en het vermogen van Georgië om bij te dragen aan militaire GVDB-missies en -operaties te versterken.

3.   Ter verwezenlijking van de in lid 2 vermelde doelstelling wordt, in het kader van de steunmaatregel, het verstrekken van de volgende soorten niet-dodelijke uitrusting en leveringen aan de in dat lid bedoelde eenheden van de strijdkrachten gefinancierd:

a)

medische uitrusting voor de medische staf van de strijdkrachten, en

b)

uitrustingen voor explosievenopruiming voor het ingenieurskorps.

4.   De steunmaatregel heeft een looptijd van 36 maanden vanaf de datum van sluiting van de overeenkomst tussen de beheerder voor steunmaatregelen die optreedt als ordonnateur en de in artikel 4, lid 2, van dit besluit bedoelde entiteit, overeenkomstig artikel 32, lid 2, punt a), van Besluit (GBVB) 2021/509.

Artikel 2

Financiële regelingen

1.   Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met de steunmaatregel bedraagt maximaal 7 000 000 EUR. Overeenkomstig artikel 29, lid 5, van Besluit (GBVB) 2021/509 kan de beheerder voor steunmaatregelen na de vaststelling van dit besluit verzoeken om bijdragen tot 6 300 000 EUR. De door de beheerder gevraagde middelen worden uitsluitend gebruikt voor uitgaven binnen de grenzen die door het bij Besluit (GBVB) 2021/509 opgerichte comité zijn goedgekeurd in de wijzigingsbegroting voor 2021 behorend bij deze steunmaatregel.

2.   De uitgaven worden beheerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en de voorschriften voor de uitvoering van de in het kader van de EPF gefinancierde ontvangsten en uitgaven.

Artikel 3

Regelingen met de begunstigde

1.   De hoge vertegenwoordiger treft de nodige regelingen met de begunstigde om ervoor te zorgen dat deze de vereisten en voorwaarden die in dit besluit zijn vastgesteld naleeft, als voorwaarde voor de steunverlening in het kader van de steunmaatregel.

2.   De in lid 1 bedoelde regelingen omvatten bepalingen die de begunstigde ertoe verplichten ervoor te zorgen dat:

a)

de eenheden van de Moldavische strijdkrachten waarop deze steunmaatregel betrekking heeft, het toepasselijke internationaal recht naleven, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

b)

de in het kader van deze steunmaatregel verstrekte activa goed en efficiënt worden ingezet voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt;

c)

de in het kader van deze steunmaatregel verstrekte activa voldoende worden onderhouden, zodat deze gedurende hun gehele levensduur bruikbaar en operationeel beschikbaar blijven;

d)

de in het kader van deze steunmaatregel verstrekte activa aan het einde van hun levenscyclus niet verloren gaan of zonder toestemming van het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité voor de faciliteit worden overgedragen aan andere personen of entiteiten dan die welke in de regelingen vermeld staan.

3.   De in lid 1 bedoelde regelingen bevatten tevens bepalingen inzake opschorting en beëindiging van de steun in het kader van deze steunmaatregel indien blijkt dat de begunstigde de in lid 2 vermelde verplichtingen niet nakomt.

Artikel 4

Uitvoering

1.   De hoge vertegenwoordiger is ervoor verantwoordelijk dat dit besluit wordt uitgevoerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en overeenkomstig de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die in het kader van de EPF worden gefinancierd, op een wijze die strookt met het geïntegreerd methodologisch kader voor de beoordeling en vaststelling van de vereiste maatregelen en controles voor steunmaatregelen in het kader van de EPF.

2.   De in artikel 1, lid 3, bedoelde activiteiten worden uitgevoerd door het Litouwse centrale agentschap voor projectbeheer (Lithuanian Central Project Management Agency — CPMA).

Artikel 5

Toezicht, controle en evaluatie

1.   De hoge vertegenwoordiger zorgt ervoor dat erop wordt toegezien dat de begunstigde de in artikel 3 bepaalde verplichtingen nakomt. Dat toezicht verschaft kennis over de context van en het risico op niet-nakoming van de overeenkomstig artikel 3 bepaalde verplichtingen en draagt bij aan de voorkoming van zulke gevallen, onder meer van schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door eenheden die ondersteuning krijgen in het kader van de steunmaatregel.

2.   Na verzending worden de uitrustingen en leveringen als volgt geverifieerd:

a)

leveringsbevestiging, waarbij de eindgebruiker de leveringscertificaten op het moment van eigendomsoverdracht tekent;

b)

verslaglegging over activiteiten, waarbij de begunstigde jaarlijks verslag uitbrengt over de activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van de uitrusting die in het kader van de steunmaatregel is geleverd, totdat het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) dergelijke verslaglegging niet langer nodig acht;

c)

controle ter plaatse, waarbij de begunstigde de hoge vertegenwoordiger op diens verzoek toegang verleent om ter plaatse een controle uit te voeren.

3.   De hoge vertegenwoordiger maakt zes maanden na de eerste levering van de uitrusting een evaluatie van de steunmaatregel in de vorm van een gestructureerde eerste beoordeling. Dit kan bezoeken ter plaatse omvatten om de in het kader van de steunmaatregel geleverde uitrusting, benodigdheden en diensten te controleren, of andere doeltreffende vormen van onafhankelijke informatievoorziening. Nadat de levering van uitrusting, benodigdheden en diensten in het kader van de steunmaatregel is voltooid, wordt een eindevaluatie gemaakt om te beoordelen of de steunmaatregel heeft bijgedragen aan het halen van de vooropgezette doelstellingen.

Artikel 6

Verslaglegging

Gedurende de uitvoeringsperiode brengt de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 63 van Besluit (GBVB) 2021/509 regelmatig verslag uit aan het PVC over de uitvoering van de steunmaatregel. De beheerder voor steunmaatregelen brengt het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité voor de faciliteit overeenkomstig artikel 38 van dat besluit regelmatig op de hoogte van de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven, onder meer door informatie te verstrekken over de betrokken leveranciers en onderaannemers.

Artikel 7

Opschorting en beëindiging

Het PVC kan overeenkomstig artikel 64 van Besluit (GBVB) 2021/509 besluiten de uitvoering van de steunmaatregel geheel of gedeeltelijk op te schorten.

Het PVC kan de Raad ook aanbevelen de steunmaatregel te beëindigen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 2 december 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

J. VRTOVEC


(1)  Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 (PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14).

(2)   PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4.

(3)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99).