|
26.11.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 421/56 |
BESLUIT (GBVB) 2021/2072 VAN DE RAAD
van 25 november 2021
tot ondersteuning van de opbouw van weerbaarheid op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging door middel van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (de “EU-strategie”) vastgesteld, met in hoofdstuk III daarvan een lijst van maatregelen om dergelijke verspreiding tegen te gaan. |
|
(2) |
De Unie voert de EU-strategie actief uit en geeft werking aan de in hoofdstuk III daarvan genoemde maatregelen, met name de maatregelen in verband met de versterking, uitvoering en universele toepassing van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (Biological and Toxin Weapons Convention — BTWC). |
|
(3) |
Op 20 maart 2006 heeft de Raad het EU-actieplan inzake biologische en toxinewapens vastgesteld, als aanvulling op Gemeenschappelijk Optreden 2006/184/GBVB (1) betreffende de ondersteuning van het BTWC. |
|
(4) |
Op 16 november 2015 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2015/2096 (2) vastgesteld over het standpunt van de Unie tijdens de achtste toetsingsconferentie van de staten die partij zijn bij het BTWC. |
|
(5) |
Tijdens de achtste toetsingsconferentie van het BTWC werd besloten het tijdens de zevende toetsingsconferentie van het BTWC overeengekomen mandaat van de ondersteunende eenheid voor de uitvoering van het verdrag (Implementation Support Unit — ISU) die is ondergebracht bij de vestiging van het Bureau van de VN voor ontwapeningszaken (UN Office for Disarmament Affairs — Unoda) in Genève, te verlengen voor de periode 2017-2021. |
|
(6) |
Op 21 januari 2019 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2019/97 (3) vastgesteld ter ondersteuning van het BTWC in het kader van de EU-strategie. Dit besluit vult Besluit (GBVB) 2019/97 aan door de bioveiligheid en biobeveiliging op nationaal, regionaal en internationaal niveau verder te versterken, tegen de achtergrond van de huidige COVID-19-pandemie. |
|
(7) |
Gezien de lessen die uit de COVID-19-pandemie zijn getrokken, moeten de inspanningen ter verbetering van de bioveiligheid en biobeveiliging op internationaal, regionaal en nationaal niveau worden opgevoerd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Aan onderhavig besluit liggen de volgende beginselen ten grondslag:
|
a) |
optimaal gebruikmaken van de ervaring die is opgedaan met eerdere gemeenschappelijke optredens en besluiten van de Raad betreffende de ondersteuning van het BTWC; |
|
b) |
rekening houden met de specifieke behoeften van zowel de staten die partij zijn, als van staten die geen partij zijn bij het BTWC met betrekking tot de versterking van de bioveiligheid en biobeveiliging op nationaal, regionaal en internationaal niveau door middel van het BTWC; |
|
c) |
stimuleren van nationale en regionale sturing van projecten om de duurzaamheid ervan op lange termijn te garanderen en om in het kader van het BTWC een partnerschap tussen de Unie en derde partijen op te bouwen; |
|
d) |
de nadruk leggen op activiteiten die concrete resultaten hebben opgeleverd met betrekking tot de versterking van de nationale, regionale en internationale bijstands-, respons- en paraatheidscapaciteiten; |
|
e) |
bijdragen tot het bevorderen van de vrede en veiligheids- en gezondheids-doelstellingen door middel van het doeltreffend uitvoeren van het BTWC door de staten die partij zijn. |
2. De Unie zal zorgen voor de ondersteuning van de volgende projecten, die aansluiten bij de maatregelen van de EU-strategie:
|
a) |
versterken van de bioveiligheids- en biobeveiligingscapaciteiten in Afrika door meer regionale coördinatie; |
|
b) |
capaciteitsopbouw voor de nationale contactpunten van het BTWC; |
|
c) |
faciliteren van de evaluatie van ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en technologie die relevant zijn voor het BTWC door ook de academische wereld en het bedrijfsleven erbij te betrekken; |
|
d) |
verbreden van de steun voor vrijwillige transparantieactiviteiten. |
In het in de bijlage bij dit besluit opgenomen projectdocument is een gedetailleerde beschrijving van deze projecten opgenomen.
Artikel 2
1. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV) is belast met de uitvoering van dit besluit.
2. De technische uitvoering van de in artikel 1 bedoelde activiteiten wordt toevertrouwd aan Unoda. Unoda verricht deze taak onder de verantwoordelijkheid van de HV. Daartoe treft de HV de nodige regelingen met Unoda.
Artikel 3
1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt 2 147 443,52 EUR.
2. De uitgaven die gefinancierd worden met het in lid 1 vermelde bedrag, worden beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die op de algemene begroting van de Unie van toepassing zijn.
3. De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Hiertoe sluit zij de nodige overeenkomst met Unoda. In die overeenkomst wordt bepaald dat Unoda er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is, in verhouding tot haar omvang.
4. De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde overeenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden die zich daarbij voordoen en van de datum van sluiting van de overeenkomst.
Artikel 4
De HV brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van geregelde rapporten van Unoda. Die rapporten vormen de basis voor de evaluatie door de Raad. De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
2. Dit besluit verstrijkt 24 maanden na de in artikel 3, lid 3, bedoelde datum van sluiting van de overeenkomst of zes maanden na de vaststelling ervan, indien die overeenkomst niet voor die tijd is gesloten.
Gedaan te Brussel, 25 november 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
Z. POČIVALŠEK
(1) Gemeenschappelijk Optreden 2006184/GBVB van de Raad van 27 februari 2006 betreffende de ondersteuning van het BTWC in het kader van de strategie van de EU tegen verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 51).
(2) Besluit (GBVB) 2015/2096 van de Raad van 16 november 2015 over het standpunt van de Europese Unie betreffende de Achtste Conferentie ter toetsing van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens (BTWC) (PB L 303 van 20.11.2015, blz. 13).
(3) Besluit (GBVB) 2019/97 van de Raad van 21 januari 2019 betreffende de ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 19 van 22.1.2019, blz. 11).
BIJLAGE
Project betreffende de ondersteuning van de weerbaarheid op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging door middel van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC)
1. ACHTERGROND
De COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat besmettelijke ziekten tot wereldwijde ontwrichting kunnen leiden, en heeft duidelijk gemaakt dat men op nationaal, regionaal en internationaal niveau onvoldoende voorbereid is op biologische incidenten. Als een dergelijke ziekte opzettelijk zou worden beïnvloed en virulenter gemaakt, of opzettelijk op meerdere plaatsen tegelijk zou worden verspreid, zou dit tot een nog grotere wereldwijde crisis kunnen leiden. Tegelijkertijd moet ook rekening worden gehouden met de vooruitgang op het gebied van de biotechnologie, aangezien deze meerdere voordelen met zich meebrengt die een positief effect op duurzame ontwikkeling hebben, maar ook meerdere risico's met mogelijk catastrofale gevolgen inhoudt. Daarom moet meer worden gedaan om problemen op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging op te lossen in het kader van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens.
2. DOELSTELLINGEN
Dit besluit van de Raad is specifiek bedoeld om de bioveiligheid en biobeveiliging op nationaal, regionaal en internationaal niveau te versterken tegen de achtergrond van de huidige COVID-19-pandemie. Dit besluit vormt een aanvulling op Besluit (GBVB) 2019/97 van de Raad van 21 januari 2019 (1) betreffende de ondersteuning van het BTWC. Besluit (GBVB) 2019/97 wordt uitgevoerd door het Bureau van de Verenigde Naties voor ontwapeningszaken (Unoda) in Genève, in nauwe samenwerking met de ondersteunende eenheid voor de uitvoering van het BTWC (Implementation Support Unit — ISU). In voorkomend geval zal dit besluit voortbouwen op de resultaten van Besluit (GBVB) 2019/97 en eerdere gemeenschappelijke optredens en besluiten van de Raad betreffende de ondersteuning van het BTWC, zonder overlap met lopende activiteiten (2). Tijdens de uitvoeringsfase van dit besluit zal eventuele synergie met Besluit (GBVB) 2019/97 optimaal worden benut.
Aan dit besluit van de Raad liggen de volgende beginselen ten grondslag:
|
a) |
optimaal gebruikmaken van de ervaring die is opgedaan met eerdere gemeenschappelijke optredens en besluiten van de Raad betreffende de ondersteuning van het BTWC; |
|
b) |
rekening houden met de specifieke behoeften van zowel de staten die partij zijn, als van staten die geen partij zijn bij het BTWC met betrekking tot de versterking van de bioveiligheid en biobeveiliging op nationaal, regionaal en internationaal niveau door middel van het BTWC; |
|
c) |
stimuleren van lokale en regionale sturing van projecten om ze op lange termijn duurzaam te laten zijn en om in het kader van het BTWC een partnerschap tussen de Europese Unie en derde partijen op te bouwen; |
|
d) |
de nadruk leggen op activiteiten die concrete resultaten hebben opgeleverd met betrekking tot de versterking van de nationale, regionale en internationale bijstands-, respons- en paraatheidscapaciteiten; |
|
e) |
bijdragen tot het bevorderen van de vrede en veiligheids- en gezondheidsdoelen door effectieve uitvoering van het BTWC door de staten die partij zijn bij het verdrag. |
3. PROJECTEN
3.1. Project 1 — Versterking van de bioveiligheids- en biobeveiligingscapaciteiten in Afrika door middel van meer regionale coördinatie
3.1.1. Doel van het project
Dit project is gericht op een versterkte uitvoering van het BTWC en het bevorderen van de universele toepassing ervan op het Afrikaanse continent door de capaciteit van nationale autoriteiten en regionale entiteiten en organisaties die zich bezighouden met bioveiligheid en biobeveiliging in Afrika te vergroten. Het project heeft ook tot doel de samenwerking en coördinatie tussen deze actoren te verbeteren.
Momenteel zijn14 staten — vier staten die het verdrag hebben ondertekend en tien die het niet hebben ondertekend — nog niet toegetreden tot het BTWC of hebben ze het nog niet geratificeerd. Acht van deze staten liggen in Afrika: Comoren, Djibouti, Egypte, Eritrea, Namibië, Somalië, Tsjaad en Zuid-Sudan. Twee van deze staten, Egypte en Somalië, hebben het BTWC ondertekend, de overige zes niet. Het Afrikaanse continent heeft daarom prioriteit wat betreft de universele toepassing van het BTWC. Daarnaast zou de uitvoering van het verdrag aanzienlijk kunnen worden versterkt door de bioveiligheids- en biobeveiligingscapaciteiten van de Afrikaanse staten die partij bij het verdrag zijn te vergroten.
3.1.2. Projectbeschrijving
In dit project zal een P3-functie voor een deskundige politieke aangelegenheden met standplaats in Addis Abeba worden gecreëerd; deze deskundige zal zich specifiek inzetten voor de universele en intensievere toepassing van het verdrag op het Afrikaanse continent en onderzoeken of synergie met regionale kaders inzake vrede en veiligheid, gezondheidsbeveiliging en ontwikkeling kan worden behaald. Concreet zou de deskundige politieke aangelegenheden de volgende taken hebben:
|
a) |
bijstand op wetgevingsgebied verlenen aan staten die partij zijn en die hun wetgeving in verband met het BTWC willen verbeteren, alsmede aan staten die tot het verdrag willen toetreden en voornemens zijn hun bestaande wetgeving te herzien en aan te passen; |
|
b) |
specifieke opleidingen verstrekken aan staten die partij zijn bij het verdrag over het opstellen en indienen van verslagen over vertrouwenwekkende maatregelen (Confidence-Building Measures — CBM) in BTWC-verband; |
|
c) |
Afrikaanse staten die partij zijn bij het BTWC helpen met vragen over CBM's. Deze bijstand, die de reeds door de ISU van het BTWC verleende steun zou aanvullen, moet ertoe leiden dat Afrikaanse staten die partij zijn bij het verdrag meer en betere CBM-verslagen indienen; |
|
d) |
nauwe contacten onderhouden met Afrikaanse staten die geen partij zijn bij het BTWC, onder meer via hun permanente vertegenwoordigingen bij de Afrikaanse Unie in Addis Abeba, om specifieke nationale problemen in verband met de toetreding tot, of de ratificatie van het verdrag in kaart te brengen en de respectieve toetredings-/ratificatieprocessen te faciliteren door waar nodig bijstand op technisch en wetgevend gebied te verlenen; |
|
e) |
nauwe contacten onderhouden en activiteiten coördineren met de betrokken belanghebbenden, subregionale groeperingen en partnerorganisaties in Afrika (3), en |
|
f) |
de uitvoering van alle andere activiteiten in het kader van dit besluit van de Raad van de EU in Afrika ondersteunen. |
De deskundige politieke aangelegenheden zal indien nodig worden bijgestaan door externe consultants voor specifieke inhoudelijke opdrachten (bv. het verlenen van juridische ondersteuning en technische bijstand). Van de aanwezigheid van Unoda in Afrika via zijn Regionaal Centrum voor vrede en ontwapening in Afrika (Unrec) zal gebruik worden gemaakt om, indien nodig, bepaalde aspecten van de activiteiten te faciliteren en te ondersteunen.
Alle activiteiten van de deskundige politieke aangelegenheden zullen nauw worden afgestemd met de ISU van het BTWC en het bij het besluit van de EU-Raad gecreëerde bestand van projectpersoneel met standplaats in Genève. De deskundige politieke aangelegenheden zal in het kader van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad (4) nauw samenwerken met de regionale coördinator voor Afrika, en zal gevestigd zijn in het gebouw van de Economische Commissie voor Afrika van de Verenigde Naties (ECA) in Addis Abeba.
3.1.3. Verwachte resultaten van het project
Dit project zal naar verwachting de universele toepassing bevorderen en de nationale uitvoering van het verdrag op het Afrikaanse continent verbeteren. Het is ook gericht op meer samenwerking en coördinatie tussen nationale autoriteiten en regionale entiteiten en organisaties die zich bezighouden met bioveiligheid en biobeveiliging in Afrika.
De deskundige politieke aangelegenheden krijgt als standplaats Addis Abeba, en bevindt zich daardoor dichter bij de nationale autoriteiten in Afrika, de betreffende ambassades in Addis Abeba en de platforms voor regionale beleidsvorming. Verwacht wordt dat dit cruciaal zal zijn voor het bevorderen van de uitvoering en universele toepassing van het BTWC in Afrika, zoals hierboven uiteengezet.
3.2. Project 2 — Capaciteitsopbouw voor de nationale contactpunten van het BTWC
3.2.1. Doel van het project
Dit project heeft tot doel voor opleidingsmateriaal te zorgen en aan de nationale contactpunten (NCP's) van het BTWC specifieke opleidingen te verstrekken omtrent de nationale uitvoering van het BTWC. Doel is tevens middelen en mogelijkheden te creëren voor dialoog en uitwisseling van informatie tussen de NCP's over de nationale uitvoering van het BTWC, daaronder begrepen de uitwisseling van beste praktijken. Het project beoogt de uitvoering van het BTWC te versterken door specifieke capaciteit op te bouwen voor NCP's en door meer onderlinge uitwisseling en samenwerking op regionaal en internationaal niveau tot stand te brengen.
Tijdens de zesde toetsingsconferentie in 2006 is besloten dat elke staat die partij is een nationaal contactpunt moet aanwijzen voor:
|
— |
de coördinatie van de nationale uitvoering alsmede de communicatie met andere staten die partij zijn en met betrokken internationale organisaties; |
|
— |
het opstellen en indienen van de jaarlijkse verslagen over vertrouwenwekkende maatregelen (CBM); |
|
— |
het uitwisselen van informatie over inspanningen op het gebied van de universele toepassing van het verdrag. |
Van de 183 staten die thans partij zijn, hebben tot op heden slechts 134 staten NCP's aangewezen. De NCP's zijn geïntegreerd in verschillende entiteiten op binnenlands niveau, hebben een verschillende achtergrond en hun voorkennis van het BTWC verschilt. Tot op heden zijn opleidingen voor NCP's van het BTWC alleen beschikbaar op ad-hocbasis en afhankelijk van donorfinanciering.
3.2.2. Projectbeschrijving
Dit project omvat de opstelling van een gestandaardiseerde opleidingscursus, die aan alle NCP’s ter beschikking wordt gesteld. De opleidingscursus wordt in de verschillende regio's online of fysiek gegeven (afhankelijk van de ontwikkeling van de COVID-19-pandemie) aan nationale vertegenwoordigers die als NCP's van het BTWC fungeren. De cursus zal informatie omvatten over alle aspecten van de nationale uitvoering van het BTWC, onder meer over het opstellen van verslagen over vertrouwenwekkende BTWC-maatregelen en de behandeling van wetgevingskwesties. Er zal worden aangeknoopt bij de leidraad voor de uitvoering van het BTWC, die in het kader van Besluit (GBVB) 2019/97 van de EU wordt ontwikkeld.
De ISU van het BTWC stelt weliswaar de contactgegevens van alle aangewezen NCP's op een afzonderlijke pagina met beperkte toegang ter beschikking van alle staten die partij zijn, maar NCP's hebben geen formele kanalen om met elkaar in contact te treden. Het huidige project voorziet daarom in het houden van een reeks informele — virtuele of fysieke — regionale dialoogfora voor NCP's van het BTWC, teneinde het uitwisselen van informatie en het delen van beste praktijken te vergemakkelijken.
Voorts zal in Genève een evenement worden gehouden voor alle NCP's van het BTWC, bijvoorbeeld in de aanloop naar de BTWC-vergadering van staten die partij zijn, met als doel uitwisseling van informatie en netwerkvorming tussen de NCP's in alle regio's mogelijk te maken. Dit evenement is te vergelijken met de jaarlijkse vergadering van nationale autoriteiten van de OPCW in het kader van het Verdrag inzake chemische wapens. Ook zal de pagina met beperkte toegang worden uitgebreid om er relevante informatie te kunnen opslaan ten behoeve van NCP's, met onder meer alle opleidingsmateriaal ter zake, en als een interactief platform waar de NCP's met elkaar en met de ISU van het BTWC in contact kunnen treden. De pagina met beperkte toegang zal door de ISU van het BTWC worden onderhouden en beheerd om uitwisselingen tussen de NCP's ook na de sluiting van dit Raadsbesluit vlot te laten verlopen.
Zowel de opleidingscursus als de dialoogfora hebben een sterke netwerkcomponent, aangezien de NCP's de gelegenheid krijgen elkaar te leren kennen en met elkaar in contact te treden.
3.2.3. Verwachte resultaten van het project
Verwacht wordt dat door het aanbieden van deze opleiding meer staten die partij zijn NCP's zullen aanwijzen. Ook zou de aangeboden opleiding moeten leiden tot meer en kwalitatief betere jaarlijkse verslagen over vertrouwenwekkende maatregelen, waarin nog meer informatie over de stand van uitvoering van het verdrag in het algemeen zal staan. Met het oog op duurzaamheid zal het opleidingsmateriaal zo worden ontworpen dat NCP's het ook na de sluiting van dit Raadsbesluit kunnen raadplegen en voor toekomstige opleidingen gebruiken. Voorts wordt verwacht dat dit project het uitwisselen van informatie en het delen van beste praktijken tussen NCP's zal vergemakkelijken.
3.3. Project 3 — De evaluatie van ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en technologie die van belang zijn voor het BTWC, bevorderen door ook de academische wereld en het bedrijfsleven erbij te betrekken
3.3.1. Doel van het project
Dit project beoogt de evaluatie van wetenschap en technologie (W&T) die van belang is voor het verdrag, te faciliteren. De staten die partij zijn bij het BTWC hebben herhaaldelijk gezegd dat het belangrijk is op de hoogte te blijven van relevante wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Die vooruitgang kan risico's inhouden die tot verdragsinbreuken kunnen leiden, maar ook het verdrag ten goede komen, bijvoorbeeld door betere vaccins en betere diagnose van ziekten. Aangezien de technologie rond het BTWC intrinsiek op twee manieren kan worden gebruikt, zijn voortdurende betrokkenheid van en uitwisselingen met de academische wereld en het bedrijfsleven van groot belang.
3.3.2. Projectbeschrijving
Dit project houdt in dat er, ter voorbereiding van de negende toetsingsconferentie, een internationale conferentie over wetenschap en technologie plaatsvindt waar voornamelijk academische experts, de overheid en het bedrijfsleven hun inzichten zullen bespreken die dan kunnen worden meegenomen in het programma voor de negende toetsingsconferentie. De conferentie zal, waar nodig, rekening houden met en voortbouwen op de resultaten van de vijf regionale W&T-workshops in het kader van Besluit (GBVB) 2016/51 van de Raad betreffende de ondersteuning van het BTWC. Tijdens de conferentie zal ook aandacht worden besteed aan W&T-gerelateerde voorstellen van staten die partij zijn bij het BTWC, zoals de invoering van een gedragscode voor biowetenschappers en pogingen om een W&T-evaluatiemechanisme in te stellen. Deze punten zullen ook tijdens de negende toetsingsconferentie opnieuw aan bod komen. De conferentie zal worden gehouden in een land van het Globale Zuiden, bijvoorbeeld in een land dat de resolutie van de AVVN over de rol van wetenschap en technologie in de context van internationale veiligheid en ontwapening mee heeft ingediend (5). Indien de conferentie niet fysiek kan plaatsvinden vanwege de COVID-19-pandemie, zal ze virtueel worden gehouden. Voor het organiseren en het houden van de conferentie zal een externe consultant met een achtergrond in de betreffende sector en nauwe banden met de academische wereld en/of het bedrijfsleven worden ingeschakeld. De externe consultant zal ook worden belast met de ontwikkeling van een langetermijnstrategie om de diverse stakeholders nog meer bij het BTWC te betrekken.
Ter aanvulling van de W&T-conferentie zal het “Science for Diplomats”-initiatief worden opgezet, om beleidsmakers ervan bewust te maken dat technologische en wetenschappelijke vooruitgang zowel voordelen als uitdagingen voor het verdrag kan inhouden. Dit initiatief houdt in dat een reeks evenementen wordt georganiseerd rond technologische ontwikkelingen die van bijzonder belang zijn voor het verdrag. De externe consultant zal met de organisatie van deze evenementen worden belast.
3.3.3. Verwachte resultaten van het project
De W&T-conferentie moet stof opleveren voor de inhoudelijke besprekingen tijdens de negende toetsingsconferentie. De bespreking van relevante W&T-gerelateerde voorstellen van staten die partij zijn bij het BTWC, zoals de invoering van een gedragscode voor biowetenschappers en pogingen om een W&T-evaluatiemechanisme in te stellen, heeft tot doel de formulering van nationale en/of regionale standpunten en de besprekingen en onderhandelingen over deze voorstellen tijdens de negende toetsingsconferentie te vergemakkelijken.
Het “Science for Diplomats”-initiatief wil beleidsmakers vertrouwd maken met belangrijke technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen die van betekenis zijn voor het verdrag.
3.4. Project 4 — Ruimere steun voor vrijwillige transparantieactiviteiten
3.4.1. Doel van het project
Het project heeft tot doel transparantie te bevorderen en vertrouwen op te bouwen in het kader van het Verdrag. Het bouwt voort op eerdere vrijwillige transparantieactiviteiten die sinds 2011 door de staten die partij zijn worden uitgevoerd en wil meer steun vergaren voor dergelijke initiatieven door een uitwisselingsplatform voor vrijwillige transparantieactiviteiten te creëren. Het project omvat onder meer een diepgaande analyse om lering uit deze activiteiten te trekken, alsmede een reeks praktische activiteiten ter ondersteuning van het concept.
3.4.2. Projectbeschrijving
Sinds 2011 hebben 15 staten die partij zijn vrijwillige initiatieven genomen om in het kader van het verdrag verschillende soorten transparantieactiviteiten te organiseren. Bij deze activiteiten zijn 35 landen van alle regionale groepen betrokken. Hoewel eerdere activiteiten verschilden in specifieke doelstellingen, vorm, participatiegraad en duur, berusten zij op één gemeenschappelijke visie: alle activiteiten worden vrijwillig overeengekomen, hetzij bilateraal, multilateraal, hetzij via een proces dat openstaat voor alle staten die partij zijn en die gebruik wensen te maken van de mogelijkheden tot collegiale toetsing. Met deze aanpak kunnen verschillende belangrijke parameters afgestemd worden op de voorkeuren van de organiserende/deelnemende staten die partij zijn. Vrijwillige transparantieactiviteiten kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten, zoals nationale uitvoering, internationale bijstand en samenwerking, paraatheid en respons, controle op de uitvoer, bioveiligheid en biobeveiliging, of de opstelling van verslagen over vertrouwenwekkende maatregelen.
Het project voorziet in het opstellen van een online compendium van alle transparantieactiviteiten in de vorm van een doorzoekbare databank van alle tot dusver uitgevoerde activiteiten en het maken van een uitgebreide studie over eerdere transparantieactiviteiten, met inbegrip van de lessen die uit de verschillende activiteiten zijn getrokken. De studie zal worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met Unidir. Daarnaast zal Unoda trachten samen te werken met belangstellende regionale en internationale organisaties, waaronder de CBRN-kenniscentra van de EU, bij de uitvoering van het project. De samenstelling van het online compendium en van de studie over eerdere activiteiten zullen worden toevertrouwd aan externe consultants.
3.4.3. Verwachte resultaten van het project
Het project moet de uitvoering van het verdrag versterken door de uitwisseling, tussen de staten die partij zijn, van informatie en beste praktijken betreffende vrijwillige transparantieactiviteiten, en de behoeften aan bijstand en samenwerking uit hoofde van artikel X van het BTWC helpen vaststellen. Het zal ook bijdragen tot de oprichting van een forum voor dialoog over dergelijke initiatieven tussen belangstellende staten die partij zijn.
4. PERSONEELSAANGELEGENHEDEN
Voor de uitvoering van dit besluit van de Raad is personeel in Genève nodig dat zorgt voor een gecoördineerde en gestroomlijnde uitvoering van alle activiteiten in het kader van dit besluit van de Raad. Daarom is er behoefte aan een deskundige politieke aangelegenheden van categorie P2 en een administratief assistent van categorie GS4 in de afdeling van het Unoda te Genève. Zoals hierboven uiteengezet, zal een deskundige politieke aangelegenheden van categorie P3 zijn standplaats in Addis Abeba hebben. De deskundigen politieke aangelegenheden van categorie P2 en categorie P3 en de administratief assistent van categorie GS4 zullen verslag uitbrengen aan de deskundige politieke aangelegenheden van categorie P3 die toeziet op de uitvoering van Besluit (GBVB) 2019/97, teneinde te zorgen voor een gestroomlijnde en gecoördineerde uitvoering van beide Raadsbesluiten.
Gezien de hoge mate van specialisatie die vereist is voor het verlenen van bijstand op wetgevings- en technisch gebied in Afrika, de modernisering van de NCP-website en de samenstelling van opleidingsmateriaal voor NCP's, de organisatie van de W&T-conferentie en de verwezenlijking van het initiatief “Science for Diplomats” (wetenschap voor diplomaten), het opstellen van een online compendium over de vrijwillige transparantieactiviteiten en het maken van de studie van eerdere activiteiten en beste praktijken, zullen daartoe externe consultants moeten worden ingeschakeld.
5. VERSLAGLEGGING
De ondersteunende eenheid voor de uitvoering van het BTWC van Unoda (Unoda/BTWC-ISU) brengt halfjaarlijks verslag uit aan de HV over de voortgang van de uitvoering van de projecten.
6. DUUR
De totale duur van de uitvoering van de projecten wordt op 24 maanden geraamd.
7. ZICHTBAARHEID VAN DE EU
Unoda/BTWC-ISU doet al het nodige om onder de aandacht te brengen dat de georganiseerde activiteiten door de Unie worden gefinancierd. Dit gebeurt conform de Handleiding communicatie en zichtbaarheid voor het externe optreden van de EU, die de Europese Commissie heeft opgesteld en gepubliceerd. Unoda/BTWC-ISU zal aldus via de nodige profilering en publiciteit de bijdrage van de Unie zichtbaar maken en zodoende de rol van de Unie benadrukken, het EU-optreden transparant maken en bekendheid geven aan de redenen die aan dit besluit ten grondslag liggen, aan de steun van de Unie voor dit besluit en aan de resultaten van die steun. Op het door de projecten geproduceerde materiaal zal de vlag van de Unie duidelijk zichtbaar zijn, overeenkomstig de richtsnoeren van de Unie voor het juiste gebruik en de juiste weergave van de vlag.
8. BEGUNSTIGDEN
De begunstigden van project 1 zijn, wat betreft het verlenen van juridische en technische bijstand, staten die partij zijn bij het BTWC en, wat betreft activiteiten in verband met de universele toepassing, staten die geen partij zijn bij het BTWC (ongeacht of zij het verdrag al dan niet hebben ondertekend), met inbegrip van betrokken belanghebbenden uit de particuliere sector, de academische wereld en ngo's, evenals subregionale groeperingen en partnerorganisaties die in Afrika zijn gevestigd (6), indien van toepassing.
De begunstigden van project 2 inzake capaciteitsopbouw voor de nationale contactpunten van het BTWC zijn staten die partij zijn bij het BTWC, met name functionarissen die als nationale contactpunten zijn aangewezen.
De begunstigden van project 3 ter facilitering van de evaluatie van ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en technologie die van belang zijn voor het verdrag, zijn ambtenaren, wetenschappers, universiteitsmedewerkers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uit de staten die partij zijn bij het BTWC.
De begunstigden van project 4 met betrekking tot de uitbreiding van de steun voor vrijwillige transparantieactiviteiten zijn staten die partij zijn bij het BTWC.
(1) De belangrijkste werkgebieden van Besluit (GBVB) 2019/97 zijn universele toepassing van het BTWC, bijstandsprogramma's voor een geïntensiveerde toepassing van het BTWC op nationaal niveau, het opzetten van biobeveiligingsnetwerken onder jonge wetenschappers uit het Globale Zuiden, ondersteuning van het intersessionele programma en de negende toetsingsconferentie, alsmede de ontwikkeling van outreach- en educatief materiaal.
(2) Gemeenschappelijke Optredens 2006/184/GBVB en 2008/858/GBVB, en Besluiten 2012/421/GBVB en (GBVB) 2016/51 van de Raad.
(3) Zoals het Afrikaans Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (Africa Centre for Disease Control and Prevention — Africa CDC) wat betreft zijn Biosafety and Biosecurity Initiative, de afdeling Vrede en Veiligheid van de Commissie van de Afrikaanse Unie, het ontwikkelingsagentschap van de Afrikaanse Unie — African Biosafety Network of Expertise (AUDA-NEPAD), regionale economische gemeenschappen (Regional Economic Communities — REC's) en andere relevante AU-entiteiten, evenals het "signature initiative" van de werkgroep biologische beveiliging van het wereldwijd partnerschap.
(4) De Veiligheidsraad bepaalt in Resolutie 1540 (2004) dat alle staten zich moeten onthouden van welke steun dan ook aan niet-statelijke actoren die trachten nucleaire, chemische, biologische wapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor te ontwikkelen, te verwerven, te vervaardigen, te bezitten, te vervoeren, over te dragen of te gebruiken, met name voor terroristische doeleinden.
(5) Zie https://undocs.org/en/A/RES/73/32
(6) Zoals het Afrikaans Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (Africa Centre for Disease Control and Prevention — Africa CDC) wat betreft zijn Biosafety and Biosecurity Initiative, de afdeling Vrede en Veiligheid van de Commissie van de Afrikaanse Unie, het ontwikkelingsagentschap van de Afrikaanse Unie — African Biosafety Network of Expertise (AUDA-NEPAD), regionale economische gemeenschappen (Regional Economic Communities — REC's) en andere relevante AU-entiteiten, evenals het “signature initiative” van de werkgroep biologische beveiliging van het wereldwijd partnerschap.