22.10.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 374/56


BESLUIT (EU) 2021/1854 VAN DE RAAD

van 18 oktober 2021

inzake het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds, over de verlenging van de geldigheid van de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië totdat de Associatieraad nieuwe partnerschapsprioriteiten heeft vastgesteld

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds (1) (“de overeenkomst”), is op 24 november 1997 gesloten en op 1 mei 2002 in werking getreden.

(2)

De Associatieraad heeft bij zijn Besluit nr. 1/2016 (2) de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië vastgesteld en ze bij zijn Besluit nr. 1/2018 (3) verlengd tot eind 2020.

(3)

In de vorm van een briefwisseling is wederzijds overeengekomen dat de geldigheid van de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië moet worden verlengd als leidraad voor een verdere consolidatie van het partnerschap, in afwachting van de vaststelling van nieuwe geactualiseerde partnerschapsprioriteiten.

(4)

Uit hoofde van artikel 91 van de overeenkomst heeft de Associatieraad de bevoegdheid besluiten vast te stellen om de doelstellingen van de associatieovereenkomst te verwezenlijken.

(5)

De Associatieraad moet via de schriftelijke procedure een besluit vaststellen om de geldigheid van de partnerschapsprioriteiten te verlengen totdat de Associatieraad nieuwe geactualiseerde partnerschapsprioriteiten heeft vastgesteld.

(6)

Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Associatieraad, aangezien het besluit van de Associatieraad rechtsgevolgen zal hebben.

(7)

Het standpunt van de Unie in de Associatieraad moet daarom zijn gebaseerd op het ontwerpbesluit van de Associatieraad,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in te nemen standpunt in de Associatieraad die is ingesteld bij de Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds, over de verlenging van de geldigheid van de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië totdat de Associatieraad nieuwe geactualiseerde partnerschapsprioriteiten heeft vastgesteld, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van de Associatieraad (4).

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 18 oktober 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)   PB L 129 van 15.5.2002, blz. 3.

(2)  Besluit nr. 1/2016 van de Associatieraad EU-Jordanië van 19 december 2016 waarbij overeenstemming wordt bereikt over de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië (PB L 355 van 24.12.2016, blz. 31).

(3)  Besluit nr. 1/2018 van de Associatieraad EU-Jordanië van 12 december 2018 tot goedkeuring van de verlenging met twee jaar van de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië (PB L 8 van 10.1.2019, blz. 34).

(4)  Zie document ST 12261/21 op http://register.consilium.europa.eu.