|
11.11.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CI 457/1 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 27 oktober 2021
tot oprichting van de deskundigengroep “Platform handicap”
(2021/C 457 I/01)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie streeft de Unie bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden naar bestrijding van discriminatie, met inbegrip van discriminatie op grond van een handicap. Overeenkomstig artikel 19 kan de Raad, met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, na goedkeuring door het Europees Parlement, passende maatregelen nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. |
|
(2) |
Het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (“het Verdrag”) (1) is voor de Unie op 23 januari 2011 in werking getreden en is bindend voor de instellingen van de Unie en haar lidstaten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. |
|
(3) |
In overeenstemming met de mededeling van de Commissie getiteld “Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030” (“de strategie inzake de rechten van personen met een handicap”) (2), moet de Commissie een beroep doen op een adviesorgaan van deskundigen dat het Platform handicap zal worden genoemd. |
|
(4) |
Daarom moet een groep van deskundigen op het gebied van handicaps worden opgericht en moeten de taken en de structuur ervan worden vastgesteld, overeenkomstig Besluit C(2016) 3301 van de Commissie (3) (“de horizontale regels”). |
|
(5) |
Het Platform handicap moet de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van de strategie inzake de rechten van personen met een handicap en het Verdrag bevorderen, met volledige inachtneming van hun respectieve bevoegdheden. Het moet een forum bieden voor het bespreken van relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van handicaps, waaronder de uitwisseling van goede praktijken, en moet de diversiteit van handicaps weerspiegelen. |
|
(6) |
Het Platform handicap moet bestaan uit vertegenwoordigers op hoog niveau van de bestaande contactpunten binnen de nationale overheden voor aangelegenheden die verband houden met de uitvoering van het Verdrag. Ook deskundigen van maatschappelijke organisaties op EU-niveau die personen met een handicap vertegenwoordigen, andere relevante maatschappelijke organisaties en dienstverleners voor personen met een handicap moeten deelnemen aan de werkzaamheden van het Platform handicap. |
|
(7) |
Er moeten voorschriften betreffende de openbaarmaking van informatie door leden van het Platform handicap worden vastgesteld. |
|
(8) |
Persoonsgegevens moeten worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (4). |
BESLUIT:
Artikel 1
Onderwerp
Er wordt een groep van deskundigen op het gebied van handicaps opgericht, getiteld “Platform handicap” (hierna “het platform” genoemd).
Artikel 2
Taken (5)
Het platform heeft tot taak:
|
a) |
te assisteren bij de uitvoering van de strategie inzake de rechten van personen met een handicap en van nationale strategieën, plannen of beleidsmaatregelen inzake handicaps; |
|
b) |
de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten te vergemakkelijken voor aangelegenheden die verband houden met de uitvoering van het Verdrag; |
|
c) |
de Commissie bij te staan bij de voorbereiding van beleidsinitiatieven of wetgevingsvoorstellen op het gebied van handicaps; |
|
d) |
samenwerking en coördinatie tot stand te brengen tussen de Commissie, de lidstaten en belanghebbenden met betrekking tot kwesties in verband met de uitvoering van wetgeving, programma’s en beleidsmaatregelen van de Unie op het gebied van handicaps; |
|
e) |
te zorgen voor een uitwisseling van ervaringen en goede praktijken op het gebied van handicaps. |
Artikel 3
Raadpleging
De Commissie kan het platform raadplegen over alle aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling van beleid en wetgeving van de Unie ter uitvoering van de strategie inzake de rechten van personen met een handicap en het Verdrag.
Artikel 4
Lidmaatschap
1. De leden zijn de autoriteiten van de lidstaten die zijn aangewezen als contactpunt voor de uitvoering van het Verdrag, alsook maatschappelijke organisaties op EU-niveau die personen met een handicap vertegenwoordigen, andere relevante maatschappelijke organisaties en verleners van diensten voor personen met een handicap.
2. De leden benoemen hun vertegenwoordigers (elk één vertegenwoordiger op hoog niveau en één plaatsvervangend vertegenwoordiger) en zorgen ervoor dat hun vertegenwoordigers een hoog niveau van deskundigheid hebben.
3. Organisaties die lid zijn van het platform maar die geen doeltreffende bijdrage meer kunnen leveren aan de beraadslagingen van het platform en die naar het oordeel van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie (“DG EMPL”) van de Commissie niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of die ontslag nemen, worden niet langer uitgenodigd voor de vergaderingen van het platform en kunnen voor de rest van hun ambtstermijn worden vervangen.
Artikel 5
Procedure voor de selectie van leden van het platform
1. De autoriteiten van de lidstaten worden op rechtstreekse uitnodiging benoemd.
2. De selectie van de organisaties die lid zijn van het platform bedoeld in artikel 4, lid 1, wordt verricht via een openbare oproep tot kandidaatstelling die wordt bekendgemaakt in het register van deskundigengroepen en andere adviesorganen van de Commissie (“het register van deskundigengroepen”). Daarnaast kan de oproep tot kandidaatstelling via andere media, waaronder speciale websites, worden bekendgemaakt (6). In de oproep tot kandidaatstelling worden de selectiecriteria, waaronder die voor de vereiste deskundigheid, en de te vertegenwoordigen belangen met betrekking tot het uit te voeren werk duidelijk geformuleerd en wordt de ambtstermijn vermeld. De termijn voor kandidaatstelling bedraagt ten minste vier weken.
3. Organisaties worden tot lid benoemd door de directeur-generaal van DG EMPL uit de kandidaten met een kwalificatie op de in de artikelen 2 en 3 bedoelde gebieden die hebben gereageerd op de oproep tot kandidaatstelling. Zij blijven in functie totdat zij worden vervangen of tot het einde van hun ambtstermijn. Hun ambtstermijn kan worden verlengd.
4. Om tot lid te kunnen worden benoemd, moeten organisaties zich inschrijven in het Transparantieregister.
Artikel 6
Voorzitter
Het platform wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van DG EMPL.
Artikel 7
Wijze van functioneren
1. Het platform handelt op verzoek van DG EMPL, met inachtneming van de horizontale regels (7).
2. De vergaderingen van het platform vinden in beginsel in de gebouwen van de Commissie of online plaats.
3. Het secretariaat wordt verzorgd door DG EMPL. Ambtenaren van de Commissie van andere diensten die een belang in de werkzaamheden hebben, kunnen worden uitgenodigd om de vergaderingen van het platform en zijn subgroepen bij te wonen.
4. In overleg met DG EMPL kan het platform bij gewone meerderheid van zijn leden besluiten zijn beraadslagingen voor het publiek open te stellen.
5. De notulen van de besprekingen over elk agendapunt en over de door het platform verleende adviezen zijn relevant en volledig. De notulen worden onder verantwoordelijkheid van de voorzitter opgesteld door het secretariaat.
6. Het platform neemt zijn adviezen, aanbevelingen en verslagen bij consensus aan. Wanneer er wordt gestemd, wordt de uitslag van de stemming bepaald bij gewone meerderheid van de leden. Leden die tegen hebben gestemd of zich van stemming hebben onthouden, hebben het recht een document met een samenvatting van de redenen voor hun standpunt aan de adviezen, aanbevelingen of verslagen te laten hechten.
Artikel 8
Subgroepen
1. DG EMPL kan subgroepen oprichten om specifieke kwesties te onderzoeken op basis van een door DG EMPL vastgestelde onderzoeksopdracht. De subgroepen handelen overeenkomstig de horizontale regels en brengen verslag uit aan het platform. Zij worden opgeheven zodra hun opdracht is vervuld.
2. De leden van subgroepen die geen lid zijn van het platform, worden geselecteerd via een openbare oproep tot sollicitatie overeenkomstig artikel 5 en de horizontale regels (8).
Artikel 9
Uitgenodigde deskundigen
DG EMPL kan deskundigen met een specifieke deskundigheid ten aanzien van een agendapunt verzoeken om op ad-hocbasis aan de werkzaamheden van het platform of zijn subgroepen deel te nemen.
Artikel 10
Waarnemers
1. Overeenkomstig de horizontale regels kan op rechtstreekse uitnodiging aan personen die op persoonlijke titel handelen, maatschappelijke organisaties of andere publieke entiteiten dan de autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van personen uit kandidaat-lidstaten en uit IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, de status van waarnemer worden toegekend.
2. De tot waarnemer benoemde organisaties en overheidsinstanties wijzen hun vertegenwoordigers aan.
3. Waarnemers en hun vertegenwoordigers kunnen toestemming van de voorzitter krijgen om deel te nemen aan de besprekingen van het platform en deskundigheid te verschaffen. Zij hebben echter geen stemrecht en nemen niet deel aan het formuleren van de aanbevelingen of adviezen van het platform en zijn subgroepen.
Artikel 11
Reglement van orde
Op voorstel van en in overleg met DG EMPL stelt het platform zijn reglement van orde vast bij gewone meerderheid van zijn leden, op basis van het standaardreglement van orde voor deskundigengroepen en met inachtneming van de horizontale regels (9).
Artikel 12
Geheimhouding en behandeling van gerubriceerde informatie
De leden van het platform en hun vertegenwoordigers, evenals uitgenodigde deskundigen en waarnemers, zijn gebonden aan het beroepsgeheim, dat op grond van de Verdragen en de uitvoeringsregels ervan voor alle leden van de instellingen en hun personeelsleden geldt, alsook aan de beveiligingsvoorschriften van de Commissie betreffende de bescherming van gerubriceerde informatie van de Unie, die zijn neergelegd in de Besluiten (EU, Euratom) 2015/443 (10) en 2015/444 (11) van de Commissie. Bij niet-nakoming van die verplichtingen kan de Commissie alle passende maatregelen nemen.
Artikel 13
Transparantie (12)
1. Het platform en zijn subgroepen worden geregistreerd in het register van deskundigengroepen.
2. Wat de samenstelling van het platform en zijn subgroepen betreft, worden de volgende gegevens in het register van deskundigengroepen bekendgemaakt:
|
— |
de namen van de autoriteiten van de lidstaten; |
|
— |
de namen van de organisaties die lid zijn; |
|
— |
de namen van de waarnemers, met inbegrip van de namen van de autoriteiten van derde landen. |
3. Alle relevante documenten, inclusief de agenda’s, de notulen en de bijdragen van deelnemers, worden ter beschikking gesteld in het register van deskundigengroepen of via een link in het register naar een speciale website, waar deze informatie kan worden opgevraagd. Voor de toegang tot speciale websites wordt geen gebruikersregistratie, noch enige andere beperking opgelegd. Met name de agenda en andere relevante achtergronddocumenten worden bijtijds vóór aanvang van de vergadering bekendgemaakt, gevolgd door de tijdige bekendmaking van de notulen. Op de bekendmakingsplicht wordt uitsluitend een uitzondering gemaakt wanneer wordt geoordeeld dat de openbaarmaking van een document de bescherming van een openbaar of particulier belang zou ondermijnen als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (13).
Artikel 14
Vergaderkosten
1. Deelnemers aan de werkzaamheden van het platform en zijn subgroepen ontvangen geen bezoldiging voor de diensten die zij aanbieden.
2. De reis- en verblijfkosten van de deelnemers aan de werkzaamheden van het platform en zijn subgroepen worden door de Commissie vergoed. Vergoeding vindt plaats overeenkomstig de binnen de Commissie geldende bepalingen en binnen de grenzen van de beschikbare kredieten die op grond van de jaarlijkse procedure voor de toewijzing van middelen aan de diensten van de Commissie worden toegewezen.
Artikel 15
Toepasselijkheid
Dit besluit is van toepassing tot en met 31 december 2030.
Gedaan te Brussel, 27 oktober 2021.
Voor de Commissie
Helena DALLI
Lid van de Commissie
(1) PB L 23 van 27.1.2010, blz. 35.
(2) COM(2021) 101 final.
(3) Besluit C(2016) 3301 van de Commissie van 30 mei 2016 tot vaststelling van horizontale regels voor de oprichting en het functioneren van haar deskundigengroepen.
(4) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(5) Deze lijst kan zo nodig worden aangepast in overeenstemming met de horizontale regels.
(6) https://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=1137&langId=nl
(7) Zie artikel 13,1 van de horizontale regels.
(8) Zie artikel 10 en artikel 14, lid 2, van de horizontale regels.
(9) Zie artikel 17 van de horizontale regels.
(10) Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).
(11) Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).
(12) Personen die niet willen dat hun naam bekend wordt gemaakt, kunnen bij het verantwoordelijke DG om een afwijking van deze regel verzoeken. Een afwijking wordt toegestaan indien dit gerechtvaardigd is om dwingende legitieme redenen die verband houden met de bijzondere situatie van de betrokkene, met name indien bekendmaking van de naam van de betrokkene haar/zijn veiligheid of integriteit in gevaar zou kunnen brengen.
(13) Deze uitzonderingen strekken tot bescherming van de openbare veiligheid, militaire aangelegenheden, internationale betrekkingen, het financieel, monetair of economisch beleid, de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, commerciële belangen, gerechtelijke procedures en juridisch advies, inspecties/onderzoeken/audits en het besluitvormingsproces van de instelling.