9.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 203/14


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/927 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2021

tot vaststelling van de eenvormige transsectorale correctiefactor voor de aanpassing van de kosteloze toewijzing van emissierechten voor de periode 2021-2025

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 3745)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 van de Commissie (1) van 19 december 2018 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, en met name artikel 14, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 10 bis, leden 5, 5 bis en 8, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) worden jaarlijkse maximumhoeveelheden emissierechten vastgesteld, die als basis dienen voor de berekening van de kosteloze toewijzing van emissierechten aan installaties die niet onder lid 3 van dat artikel vallen.

(2)

Met het oog het in artikel 10 van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde te veilen aandeel mag de maximumhoeveelheid die op grond van artikel 10 bis, lid 5, van die richtlijn beschikbaar is, verminderd met de in lid 8 van dat artikel bedoelde hoeveelheid en in voorkomend geval rekening houdend met de in lid 5 bis van dat artikel bedoelde beschikbare extra hoeveelheid, niet worden overschreden. Om ervoor te zorgen dat die maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten niet wordt overschreden, moet in voorkomend geval een transsectorale correctiefactor worden toegepast om het aantal kosteloze emissierechten voor elke installatie die in aanmerking komt voor kosteloze toewijzing op eenvormige wijze te verminderen.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 moet de Commissie voor elk jaar van de desbetreffende toewijzingsperiode de transsectorale correctiefactor vaststellen nadat de voorlopige jaarlijkse hoeveelheden kosteloze emissierechten voor de betreffende toewijzingsperiode zijn gemeld.

(4)

De transsectorale correctiefactor die in elk jaar van de toewijzingsperiode 2021-2025 van toepassing is op installaties die niet geïdentificeerd zijn als elektriciteitsopwekkers en die geen nieuwkomers zijn, moet worden bepaald op basis van de voorlopige jaarlijkse hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten voor de toewijzingsperiode, uitgezonderd de installaties die door de lidstaten op basis van artikel 27 of 27 bis van Richtlijn 2003/87/EG worden uitgesloten van het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie (EU-ETS) en met inbegrip van de kosteloze toewijzing van emissierechten aan installaties die de lidstaten daar overeenkomstig artikel 24 van die richtlijn in hebben opgenomen.

(5)

Voor 2021 bedraagt de in artikel 9 van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie 1 571 583 007, zoals vastgesteld in artikel 1 van Besluit (EU) 2020/1722 van de Commissie (3). Overeenkomstig artikel 10, lid 1, eerste en tweede alinea, van Richtlijn 2003/87/EG is de (jaarlijkse) maximumhoeveelheid als bedoeld in artikel 10 bis, lid 5, berekend als 43 % van 1 571 583 007, dus 675 780 693. Van die hoeveelheid van 675 780 693 moeten overeenkomstig artikel 10 bis, lid 8, van Richtlijn 2003/87/EG jaarlijks 32 500 000 emissierechten worden afgetrokken, met een maximumhoeveelheid van 643 280 693 voor 2021 tot gevolg. Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 5 bis, van Richtlijn 2003/87/EG wordt een extra hoeveelheid van ten hoogste 3 % van de totale hoeveelheid aan emissierechten, hetgeen neerkomt op 413 420 157 gedurende de periode van tien jaar van 2021 tot en met 2030, gebruikt ter verhoging van de beschikbare maximumhoeveelheid indien de door de lidstaten en de EER-EVA-staten ingediende voorlopige jaarlijkse hoeveelheden kosteloze emissierechten per installatie, met toepassing van de desbetreffende in bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331 vastgestelde factor, hoger zijn dan de maximumhoeveelheid als bedoeld in artikel 10 bis, lid 5, van de richtlijn. Dit laatste was echter niet het geval. Daarom moet de jaarlijkse transsectorale correctiefactor 100 % bedragen.

(6)

Als er in 2021 minder emissierechten worden gebruikt dan de maximumhoeveelheden voor dat jaar, moeten deze in het daaropvolgende jaar, te weten 2022, beschikbaar worden gesteld. Die logica moet van toepassing blijven voor de daaropvolgende jaren in de toewijzingsperiode 2021-2025 als bedoeld in artikel 2, punt 15, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/331.

(7)

De maximumhoeveelheden als bedoeld in artikel 10 bis, leden 5, 5 bis en 8, van Richtlijn 2003/87/EG, de geharmoniseerde regels voor toewijzing en de transsectorale correctiefactor moeten in de EER-EVA-staten worden toegepast (4). Daarom moet rekening worden gehouden met de voorlopige jaarlijkse hoeveelheden emissierechten die in de periode 2021-2025 kosteloos worden toegewezen, op basis van door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA geaccepteerde gegevens met betrekking tot IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. De noodzaak daarvan blijkt ook uit de berekeningen als bedoeld in overweging 5,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor elk jaar in de toewijzingsperiode 2021-2025 bedraagt de eenvormige transsectorale correctiefactor voor de aanpassing van de kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis, leden 5 en 5 bis, van Richtlijn 2003/87/EG 100 %.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2021.

Voor de Commissie

Frans TIMMERMANS

Uitvoerend vicevoorzitter


(1)   PB L 59 van 27.2.2019, blz. 8.

(2)  Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

(3)  Besluit (EU) 2020/1722 van de Commissie van 16 november 2020 betreffende de hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie die in het kader van het EU-emissiehandelssysteem voor 2021 moet worden verleend (PB L 386 van 18.11.2020, blz. 26).

(4)  Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 112/2020 van 14 juli 2020 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).