|
31.5.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/21 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/872 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2021
inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk betreffende de uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) gefinancierde uitgaven over begrotingsjaar 2020
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 3686)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 51, in samenhang met de artikelen 131 en 138 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie, op basis van de door het Verenigd Koninkrijk ingediende jaarrekeningen, vóór 31 mei van het jaar na het betrokken begrotingsjaar de rekeningen van de in artikel 7 van die verordening bedoelde betaalorganen goedkeuren, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde informatie en een auditoordeel over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de verslagen die door de certificerende instanties zijn opgesteld. |
|
(2) |
Zoals bepaald in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, begint het landbouwbegrotingsjaar op 16 oktober van jaar N-1 en eindigt het op 15 oktober van jaar N. Om de referentieperiode voor de uitgaven uit hoofde van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) af te stemmen op die voor de uitgaven uit hoofde van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) moeten, in het kader van de goedkeuring van de rekeningen voor begrotingsjaar 2020, de uitgaven in aanmerking worden genomen die het Verenigd Koninkrijk in de periode van 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020 heeft gedaan, conform artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (2). |
|
(3) |
Krachtens artikel 33, lid 2, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 moet het bedrag dat als gevolg van het in artikel 33, lid 1, van die verordening bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet worden teruggevorderd van of betaald aan het Verenigd Koninkrijk, worden bepaald door de tussentijdse betalingen voor het betrokken begrotingsjaar af te trekken van de overeenkomstig artikel 33, lid 1, voor datzelfde jaar erkende uitgaven. Dat bedrag moet door de Commissie worden afgetrokken van of opgeteld bij de volgende tussentijdse betaling. |
|
(4) |
De Commissie heeft de door het Verenigd Koninkrijk verstrekte informatie gecontroleerd en het Verenigd Koninkrijk in kennis gesteld van de resultaten van haar controles en van de aan te brengen wijzigingen. |
|
(5) |
Voor de betaalorganen van het Verenigd Koninkrijk, namelijk het “Department of Agriculture, Environment and Rural Affairs”, het “The Scottish Government Rural Payments and Inspections Directorate”, de “Welsh Government” en het “Rural Payments Agency”, volstaan de jaarrekeningen en de begeleidende stukken om de Commissie in staat te stellen een besluit te nemen over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende jaarrekeningen. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 36, lid 3, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013 mogen tussentijdse betalingen worden verricht zolang geen overschrijding plaatsvindt van de totale geprogrammeerde Elfpo-bijdrage. Krachtens artikel 23, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 moet in het geval dat de gecumuleerde uitgavendeclaraties het voor een plattelandsontwikkelingsprogramma geprogrammeerde totaalbedrag overschrijden, het te betalen bedrag worden begrensd tot het geprogrammeerde bedrag, onverminderd het maximum als bedoeld in artikel 34, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013. De Commissie zal later, na vaststelling van het gewijzigde financiële plan of bij afsluiting van de programmeringsperiode, nog een vergoeding bepalen voor het begrensde bedrag. |
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 75, lid 1, vierde alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zijn de regels inzake de betalingstermijnen voor plattelandsontwikkelingsmaatregelen in het kader van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem met ingang van aanvraagjaar 2019 van toepassing. Voor de verlagingen vanwege niet-naleving van de laatste betalingstermijnen, als berekend conform artikel 5 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (3), wordt de procedure van de artikelen 40 en 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 gevolgd en daarmee moet rekening worden gehouden in het onderhavige besluit voor begrotingsjaar 2020. Deze verlagingen kunnen indien nodig worden onderzocht in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure uit hoofde van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. |
|
(8) |
Op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de financiële gevolgen van de niet-inning van een in verband met onregelmatigheden teruggevorderd bedrag voor 50 % door het Verenigd Koninkrijk worden gedragen indien geen inning heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank. Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet het Verenigd Koninkrijk een gecertificeerde tabel met de bedragen die het op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moet dragen, voegen bij de jaarrekeningen die het Verenigd Koninkrijk op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moet indienen. Uitvoeringsbepalingen voor de verplichting van het Verenigd Koninkrijk om de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgelegd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin het Verenigd Koninkrijk informatie over de te innen bedragen moet verstrekken. Op basis van de door het Verenigd Koninkrijk ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit nemen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd. |
|
(9) |
Op grond van artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kan het Verenigd Koninkrijk in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als het besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien het Verenigd Koninkrijk besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor dat besluit worden vermeld in het samenvattend verslag als bedoeld in artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, in samenhang met artikel 102, lid 1, eerste alinea, punt c), iv), van die verordening. Deze bedragen mogen derhalve niet ten laste van het Verenigd Koninkrijk worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie. |
|
(10) |
In het onderhavige besluit moet ook rekening worden gehouden met de bedragen die nog met betrekking tot de programmeringsperiode 2007-2013 in het kader van het Elfpo ten laste van het Verenigd Koninkrijk moeten worden gebracht als gevolg van de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013. |
|
(11) |
Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 mag het onderhavige besluit geen afbreuk doen aan de besluiten die de Commissie later eventueel neemt om uitgaven die niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, aan Uniefinanciering te onttrekken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De rekeningen van de Britse betaalorganen “Department of Agriculture, Environment and Rural Affairs”, “The Scottish Government Rural Payments and Inspections Directorate”, “Welsh Government” en “Rural Payments Agency” wat betreft de uitgaven die over begrotingsjaar 2020 uit het Europees Landbouwfonds zijn gefinancierd en betrekking hebben op de programmeringsperiode 2014-2020, worden goedgekeurd.
De bedragen die op grond van dit besluit in het kader van elk plattelandsontwikkelingsprogramma moeten worden teruggevorderd van of betaald aan het Verenigd Koninkrijk, zijn vermeld in bijlage I.
Artikel 2
De bedragen die als gevolg van de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 in het kader van het Elfpo ten laste van het Verenigd Koninkrijk moeten worden gebracht met betrekking tot de programmeringsperiode 2014-2020 en de programmeringsperiode 2007-2013, zijn vermeld in bijlage II bij dit besluit.
Artikel 3
De overeenkomstig artikel 75, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 toegepaste verlagingen vanwege niet-naleving van de laatste betalingstermijnen zijn vermeld in bijlage III bij dit besluit.
Artikel 4
Dit besluit doet geen afbreuk aan latere conformiteitsgoedkeuringsbesluiten die de Commissie krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 eventueel neemt om uitgaven die niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, aan Uniefinanciering te onttrekken.
Artikel 5
Dit besluit is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2021.
Voor de Commissie
Janusz WOJCIECHOWSKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 18).
BIJLAGE I
Goedgekeurde Elfpo-uitgaven over begrotingsjaar 2020 per plattelandsontwikkelingsprogramma
Van het Verenigd Koninkrijk terug te vorderen of aan het Verenigd Koninkrijk te betalen bedrag per programma
Goedgekeurde programma’s waarvoor Elfpo-uitgaven zijn gedeclareerd voor de periode 2014-2020
|
in EUR |
||||||||
|
|
CCI |
Uitgaven 2020 |
Correcties |
Totaal |
Niet opnieuw te gebruiken bedragen |
Aanvaard bedrag goedgekeurd voor BJ 2020 |
Tussentijdse betalingen aan het Verenigd Koninkrijk voor het begrotingsjaar |
Van het Verenigd Koninkrijk terug te vorderen (–) of aan het Verenigd Koninkrijk te betalen (+) bedrag |
|
|
|
i |
ii |
iii = i + ii |
iv |
v = iii - iv |
vi |
vii = v - vi |
|
VK |
2014UK06RDRP001 |
529 807 924,15 |
0,00 |
529 807 924,15 |
0,00 |
529 807 924,15 |
529 808 201,17 |
- 277,02 |
|
VK |
2014UK06RDRP002 |
25 812 674,15 |
0,00 |
25 812 674,15 |
0,00 |
25 812 674,15 |
25 814 264,57 |
-1 590,42 |
|
VK |
2014UK06RDRP003 |
126 330 959,43 |
- 118 133,55 |
126 212 825,88 |
0,00 |
126 212 825,88 |
127 283 254,57 |
-1 070 428,69 |
|
VK |
2014UK06RDRP004 |
83 277 004,77 |
0,00 |
83 277 004,77 |
0,00 |
83 277 004,77 |
83 277 005,89 |
-1,12 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE II
Goedkeuring van de jaarrekeningen van de betaalorganen
Begrotingsjaar 2020 – Elfpo
Correcties overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013
|
|
|
Correcties m.b.t. programmeringsperiode 2014-2020 |
Correcties m.b.t. programmeringsperiode 2007-2013 |
||
|
|
Valuta |
In de nationale munteenheid |
In EUR |
In de nationale munteenheid |
In EUR |
|
VK |
GBP |
1 249,48 |
0,00 |
57 807,72 |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE III
Goedkeuring van de jaarrekeningen van de betaalorganen
Begrotingsjaar 2020 – Elfpo
Overeenkomstig artikel 75, lid 1, toegepaste verlagingen vanwege niet-naleving van de laatste betalingstermijnen
|
In EUR |
||
|
|
CCI |
Verlagingen vanwege niet-naleving van de laatste betalingstermijnen voor BJ 2020 |
|
|
|
|
|
VK |
2014UK06RDRP001 |
0,00 |
|
VK |
2014UK06RDRP002 |
0,00 |
|
VK |
2014UK06RDRP003 |
0,00 |
|
VK |
2014UK06RDRP004 |
0,00 |