5.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 157/7


BESLUIT (EU) 2021/730 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 29 april 2021

tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1349 betreffende de procedure en de voorwaarden voor de uitoefening door een bevoegde autoriteit van bepaalde bevoegdheden met betrekking tot oversight op systeemrelevante betalingssystemen (ECB/2021/19)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 3.1, artikel 22 en artikel 34.1, eerste streepje,

Gezien Verordening van de Europese Centrale Bank (EU) nr. 795/2014 van 3 juli 2014 met betrekking tot oversightvereisten voor systeemrelevante betalingssystemen (ECB/2014/28) (1), en met name artikel 21, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28) stelt oversightvereisten vast die van toepassing zijn op systeemrelevante betalingssystemen (SIPS). In eurogebiedlidstaten gevestigde SIPS-exploitanten moeten ervoor zorgen dat de SIPS die zij exploiteren aan deze vereisten voldoen. De bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen om toezicht te houden op SIPS moeten over voldoende middelen en toezichtbevoegdheden beschikken. Sommige van deze bevoegdheden zijn opgesomd in artikel 21 van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28), op basis waarvan de Europese Centrale Bank (ECB) Besluit (EU) 2019/1349 van de Europese Centrale Bank (ECB/2019/25) (2) heeft vastgesteld, waarin de procedure en de voorwaarden voor de uitoefening van die toezichtbevoegdheden door bevoegde autoriteiten nader worden uitgewerkt.

(2)

Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28) is onlangs gewijzigd om weer te geven dat het in specifieke en uitzonderlijke omstandigheden nuttig kan zijn dat op de naleving van de vereisten van die verordening door SIPS die voldoen aan de criteria van artikel 1, lid 3, punt iii), van die verordening, wordt toegezien door twee centrale banken van het Eurosysteem — namelijk een nationale centrale bank en de ECB — als aangewezen bevoegde autoriteiten, teneinde te profiteren van de kennis van de betrokken nationale centrale bank over en eerder gevestigde betrekkingen met de onder toezicht staande entiteit, alsook om de rol van de ECB bij het toezicht op dergelijke SIPS te erkennen.

(3)

Besluit (EU) 2019/1349 (ECB/2019/25) dient derhalve te worden gewijzigd om de uitoefening van de relevante toezichtbevoegdheden en de inachtneming van de procedurele aspecten te verduidelijken in een geval waarin twee centrale banken van het Eurosysteem worden aangewezen als bevoegde autoriteiten met betrekking tot een SIPS dat voldoet aan de criteria van artikel 1, lid 3, punt iii), van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28).

(4)

Derhalve moet Besluit (EU) 2019/1349 (ECB/2019/25) dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen

Besluit (EU) 2019/1349 (ECB/2019/25) wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

“1 bis.   Indien twee centrale banken van het Eurosysteem worden aangewezen als bevoegde autoriteiten met betrekking tot een bepaald SIPS voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28), en tenzij anders bepaald in het besluit ingevolge artikel 1, lid 2, van die verordening waarin het betrokken betalingssysteem als een SIPS wordt aangeduid, zijn de volgende beginselen van toepassing:

a)

de bevoegdheden en rechten van een bevoegde autoriteit als omschreven in dit besluit kunnen hetzij afzonderlijk worden uitgeoefend door één van de twee centrale banken van het Eurosysteem die als bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, hetzij gezamenlijk door beide;

b)

elke verplichting van de bevoegde autoriteit om op een voorgeschreven wijze te handelen of een bepaalde handeling te ondernemen met betrekking tot de uitoefening van een bepaalde bevoegdheid als omschreven in dit besluit, is een verplichting van de centrale bank van het Eurosysteem die de gegeven bevoegdheid uitoefent of, indien de gegeven bevoegdheid door beide centrale banken van het Eurosysteem gezamenlijk als aangewezen bevoegde autoriteiten wordt uitgeoefend, een verplichting van elk van hen;

c)

de twee als bevoegde autoriteiten aangewezen centrale banken van het Eurosysteem coördineren onderling alle interacties met, en eventuele verzoeken gericht aan, de exploitant van het betrokken SIPS;

d)

elke verplichting van een SIPS-exploitant, of van een onafhankelijke deskundige — naar gelang het geval — jegens een bevoegde autoriteit uit hoofde van dit besluit is een verplichting jegens elk van de twee centrale banken van het Eurosysteem die als bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, en een antwoord op elk verzoek van één van hen of beide krachtens dit besluit wordt bij elk van hen ingediend.”.

Artikel 2

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 29 april 2021.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)   PB L 217 van 23.7.2014, blz. 16.

(2)  Besluit (EU) 2019/1349 van de Europese Centrale Bank van 26 juli 2019 betreffende de procedure en de voorwaarden voor de uitoefening door een bevoegde autoriteit van bepaalde bevoegdheden met betrekking tot oversight op systeemrelevante betalingssystemen (ECB/2019/25) (PB L 214 van 16.8.2019, blz. 16).