5.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 157/5


BESLUIT (EU) 2021/729 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 29 april 2021

tot wijziging van Besluit (EU) 2017/2098 betreffende procedurele aspecten inzake de oplegging van corrigerende maatregelen wegens niet-inachtneming van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2021/18)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2,

Gezien de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 3.1, artikel 22 en artikel 34.1, het eerste streepje,

Gezien Verordening (EU) nr. 795/2014 van de Europese Centrale Bank van 3 juli 2014 met betrekking tot oversightvereisten voor systeemrelevante betalingssystemen (ECB/2014/28) (1), en met name artikel 22, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28) stelt oversightvereisten vast die van toepassing zijn op systeemrelevante betalingssystemen (SIPS). In eurogebiedlidstaten gevestigde SIPS-exploitanten moeten ervoor zorgen dat de SIPS die zij exploiteren, aan deze vereisten voldoen. De bevoegde autoriteiten die zijn aangewezen om toezicht te houden op SIPS moeten over voldoende middelen en toezichtbevoegdheden beschikken. Dit omvat de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteit om corrigerende maatregelen op te leggen om herhaling van niet-inachtneming van de oversightvereisten te herstellen of te voorkomen, zoals bepaald in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28). Besluit (EU) 2017/2098 van de Europese Centrale Bank (ECB/2017/33) (2) is vastgesteld krachtens artikel 22, lid 6, van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28) en bevat gedetailleerde regels en procedures voor het opleggen van corrigerende maatregelen aan SIPS-exploitanten.

(2)

Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28) is onlangs gewijzigd om te weerspiegelen dat het in specifieke en uitzonderlijke omstandigheden nuttig kan zijn dat de naleving van de vereisten van die verordening door SIPS die voldoen aan de criteria van artikel 1, lid 3, onder iii), van die verordening, onder toezicht staat van twee centrale banken van het Eurosysteem — namelijk een nationale centrale bank en de ECB — als aangewezen bevoegde autoriteiten, teneinde te profiteren van de kennis van de betrokken nationale centrale bank over en een eerder gevestigde relate met de onder toezicht staande entiteit, alsook om de rol van de ECB bij het toezicht op dergelijke SIPS te erkennen.

(3)

Besluit (EU) 2017/2098 (ECB/2017/33) dient derhalve te worden gewijzigd om de procedure voor het opleggen van corrigerende maatregelen te verduidelijken in een geval waarin twee centrale banken van het Eurosysteem worden aangewezen als bevoegde autoriteiten met betrekking tot een SIPS dat voldoet aan de criteria van artikel 1, lid 3, onder iii), van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28).

(4)

Besluit (EU) 2017/2098 (ECB/2017/33) moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen

Besluit (EU) 2017/2098 (ECB/2017/33) wordt als volgt gewijzigd:

1.

artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:

“1 bis.   Indien twee centrale banken van het Eurosysteem worden aangewezen als bevoegde autoriteiten met betrekking tot een bepaald SIPS voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28), en tenzij anders bepaald in het besluit ingevolge artikel 1, lid 2, van die verordening waarin het betrokken betalingssysteem als een SIPS wordt aangeduid, zijn de volgende beginselen van toepassing:

a)

de bevoegdheden en rechten van een bevoegde autoriteit als omschreven in dit besluit kunnen hetzij afzonderlijk worden uitgeoefend door één van de twee centrale banken van het Eurosysteem die als bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, hetzij gezamenlijk door beide;

b)

elke verplichting van de bevoegde autoriteit om op een voorgeschreven wijze te handelen of een bepaalde handeling te ondernemen met betrekking tot een bepaalde procedure om een corrigerende maatregel op te leggen zoals uiteengezet in dit besluit, is een verplichting van de centrale bank van het Eurosysteem die de gegeven procedure inleidt of, indien een bepaalde procedure door beide centrale banken van het Eurosysteem gezamenlijk als aangewezen bevoegde autoriteiten is ingeleid, een verplichting van elk van hen;

c)

de twee als bevoegde autoriteiten aangewezen centrale banken van het Eurosysteem coördineren onderling alle interacties met, en eventuele verzoeken gericht aan, de exploitant van het betrokken SIPS;

d)

elke verplichting van een SIPS-exploitant jegens een bevoegde autoriteit uit hoofde van dit besluit is een verplichting jegens elk van de twee centrale banken van het Eurosysteem die als bevoegde autoriteiten zijn aangewezen, en een antwoord op elk verzoek van één van hen of beide krachtens dit besluit wordt bij elk van hen ingediend.”;

2.

aan artikel 6 wordt het volgende lid 4 toegevoegd:

“4.   Indien zowel de ECB als een NCB overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2014/28) als bevoegde autoriteiten worden aangewezen, wordt een besluit tot het opleggen van corrigerende maatregelen bekrachtigd door het besluitvormende orgaan van hetzij de ECB, hetzij de NCB, naargelang het geval, die als aangewezen bevoegde autoriteit de specifieke procedure heeft ingeleid om een corrigerende maatregel op te leggen, of, indien de procedure door beide bevoegde autoriteiten gezamenlijk is ingeleid, door de besluitvormende organen van elk van hen. Het besluit vermeldt binnen welke tijdspanne de SIPS-exploitant de corrigerende maatregelen ten uitvoer moet leggen.”.

Artikel 2

Slotbepaling

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Frankfurt am Main, 29 april 2021.

Voor de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)   PB L 217 van 23.7.2014, blz. 16.

(2)  Besluit (EU) 2017/2098 van de Europese Centrale Bank van 3 november 2017 betreffende procedurele aspecten inzake de oplegging van corrigerende maatregelen wegens niet-inachtneming van Verordening (EU) nr. 795/2014 (ECB/2017/33) (PB L 299 van 16.11.2017, blz. 34).