|
23.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 434/8 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/2191 VAN DE COMMISSIE
van 20 november 2020
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 wat betreft de termijnen voor de indiening van summiere aangiften bij binnenbrengen en aangiften vóór vertrek bij vervoer over zee van en naar het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede de Kanaaleilanden en Man
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (1), en met name artikel 126 en artikel 127, lid 1,
Gezien het aan dat akkoord gehechte protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, en met name artikel 5, leden 3 en 4, en artikel 13, lid 1,
Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (2), en met name artikel 131, onder b), en artikel 265, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. |
|
(2) |
Op 1 februari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk zich teruggetrokken uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Overeenkomstig de artikelen 126 en 127 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna “het terugtrekkingsakkoord” genoemd) is het recht van de Unie van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk tijdens een overgangsperiode die eindigt op 31 december 2020 (hierna “de overgangsperiode” genoemd). |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 185 van het terugtrekkingsakkoord en artikel 5, lid 3, van het protocol inzake Ierland/Noord-Ierland is de douanewetgeving als omschreven in artikel 5, punt 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013, van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland (exclusief de territoriale wateren van het Verenigd Koninkrijk) na afloop van de overgangsperiode. Voorts is overeenkomstig artikel 5, lid 4, van en bijlage 2, punt 1, bij dat protocol Verordening (EU) nr. 952/2013 van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland. Verwijzingen in deze verordening naar het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland mogen derhalve geen betrekking hebben op de havens in Noord-Ierland. |
|
(4) |
Na afloop van de overgangsperiode moet voor goederen die vanuit het Verenigd Koninkrijk het douanegebied van de Unie binnenkomen, een summiere aangifte bij binnenbrengen worden opgesteld, en moet voor goederen die het douanegebied van de Unie verlaten naar een bestemming in het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van Noord-Ierland, een aangifte vóór vertrek worden opgesteld. Deze aangiften moeten worden ingediend binnen een termijn die de douanediensten van de lidstaten en van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland voldoende tijd geeft om een degelijke veiligheidsrisicoanalyse te verrichten vóórdat de goederen aankomen respectievelijk vertrekken, zonder dat dit de logistieke stromen en processen bij de marktdeelnemers ernstig verstoort. |
|
(5) |
Momenteel zijn, in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (3), specifieke termijnen vastgelegd voor de indiening van een summiere aangifte bij binnenbrengen of de indiening van een aangifte vóór vertrek voor vrachtbewegingen tussen het douanegebied van de Unie en een haven aan de Noordzee. Na de overgangsperiode moeten die termijnen voor die doeleinden ook gelden voor goederen die over zee worden vervoerd en die aankomen uit of vertrekken naar havens van het Verenigd Koninkrijk die niet aan de Noordzee liggen. Derhalve moeten de termijnen die gelden voor de havens aan de Noordzee, gelden voor alle havens van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, alsmede de Kanaaleilanden en Man, wanneer een summiere aangifte bij binnenbrengen of een aangifte vóór vertrek vereist is. |
|
(6) |
Deze verordening dient met spoed in werking te treden en van toepassing te zijn met ingang van 1 januari 2021 om de vlotte dagelijkse werking van de douanediensten en de marktdeelnemers na afloop van de overgangsperiode te waarborgen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Aan artikel 105, onder c), wordt het volgende punt toegevoegd:
|
|
2) |
In artikel 244, lid 1, onder a), wordt punt ii) vervangen door:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 november 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7.
(2) PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).