21.12.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 431/55


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/2163 VAN DE COMMISSIE

van 18 december 2020

betreffende de tenuitvoerlegging in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland van de in de preferentiële handelsregelingen van de Unie vastgelegde oorsprongsregels

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 66, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna “het Terugtrekkingsakkoord” genoemd) werd namens de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2020/135 van de Raad (2) en is op 1 februari 2020 in werking getreden.

(2)

In artikel 4 van het aan het Terugtrekkingsakkoord gehechte Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland (hierna “het Protocol” genoemd) wordt bevestigd dat Noord-Ierland deel uitmaakt van het douanegebied van het Verenigd Koninkrijk, en dat niets in het Protocol het Verenigd Koninkrijk ervan weerhoudt Noord-Ierland op te nemen in het territoriale toepassingsgebied van zijn aan de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel 1994 (“GATT 1994”) gehechte lijsten van concessies. Om die reden kunnen derde landen of groepen derde landen waarmee de Unie dergelijke preferentiële handelsregelingen onderhoudt, Noord-Ierland niet beschouwen als onderdeel van de Unie voor de toepassing van preferentiële handelsregelingen. Meer bepaald moeten voor de toepassing van de cumuleringsbepalingen goederen van oorsprong uit of waarvan de verwerking geschiedt in Noord-Ierland, niet worden beschouwd als goederen van oorsprong uit of waarvan de verwerking geschiedt in de Unie.

(3)

Artikel 13, lid 1, van het Protocol bepaalt evenwel dat elke verwijzing naar het douanegebied van de Unie in het Protocol en in de bepalingen van het recht van de Unie die krachtens het Protocol op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland van toepassing zijn, betrekking heeft op het vasteland van Noord-Ierland. Overeenkomstig artikel 5 van het Protocol zijn Verordening (EU) nr. 952/2013 en de verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten die zijn gesloten door de Unie, of door haar gezamenlijk optredende lidstaten, voor zover zij betrekking hebben op de handel in goederen tussen de Unie en derde landen, van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

(4)

De bilaterale regelingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk in het kader van het Protocol creëren geen rechten of verplichtingen voor andere derde landen.

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 2, en artikel 56, lid 2, onder d) en e), van Verordening (EU) nr. 952/2013, omvat de douanewetgeving van de Unie preferentiële tariefmaatregelen in het kader van overeenkomsten die de Unie met bepaalde landen of gebieden dan wel groepen van landen of gebieden buiten het douanegebied van de Unie heeft gesloten of unilateraal heeft vastgesteld.

(6)

Overeenkomstig artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013, moeten voor goederen, om in aanmerking te komen voor de in artikel 56, lid 2, onder d) en e), van genoemde verordening bedoelde preferentiële tariefmaatregelen, de in artikel 64, leden 2 tot en met 5, bedoelde regels betreffende de preferentiële oorsprong worden nageleefd. Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (3) bevat de procedureregels, zoals bedoeld in artikel 64, lid 1, om de vaststelling in de Unie van de preferentiële oorsprong van goederen te vergemakkelijken.

(7)

Gezien de speciale douane-gerelateerde situatie van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland, en om de preferentiële tariefmaatregelen toe te passen en de naleving te garanderen van de relevante oorsprongsregels na het einde van de overgangsperiode waarin in het Terugtrekkingsakkoord is voorzien, moeten specifieke procedureregels worden vastgesteld om de vaststelling van de preferentiële oorsprong van goederen in Noord-Ierland te vergemakkelijken.

(8)

De in deze verordening vastgestelde maatregelen hebben betrekking op de bewijzen van preferentiële oorsprong die moeten worden gebruikt voor goederen die in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland worden ingevoerd, de verificatie van de preferentiële oorsprong van dergelijke goederen en de voorwaarden om de preferentiële tariefmaatregelen toe te kennen en op te schorten.

(9)

Aangezien de overgangsperiode waarin het Terugtrekkingsakkoord voorziet, op 31 december 2020 afloopt, moet deze verordening met spoed in werking treden en van toepassing zijn op 1 januari 2021.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op goederen die worden ingevoerd in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland, met toepassing van de in artikel 56, lid 2, onder d) en e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen.

Artikel 2

Toepassing van de preferentiële oorsprongsregels in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland

1.   Voor de toepassing van de preferentiële tariefmaatregelen overeenkomstig artikel 1 van deze verordening in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland, zijn de regels betreffende de preferentiële oorsprong van artikel 64, lid 1, van het Verordening (EU) nr. 952/2013 op overeenkomstige wijze van toepassing in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

2.   De in de in lid 1 bedoelde regels opgenomen verwijzingen naar de Unie of de lidstaten worden tevens beschouwd als verwijzingen naar het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland. Het grondgebied van Noord-Ierland wordt echter niet beschouwd als onderdeel van de Unie in de derde landen of groepen derde landen waarmee de Unie preferentiële handelsregelingen onderhoudt, voor wat betreft de toepassing van de in die regels vervatte cumuleringsbepalingen, voor goederen van oorsprong uit of waarvan de verwerking geschied in de Unie, ten aanzien van de uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

Artikel 3

Verplichtingen in verband met bewijzen van oorsprong in het kader van de preferentiële handelsregelingen die unilateraal door de Unie zijn vastgesteld

Onverminderd artikel 4 van deze verordening worden de bewijzen van oorsprong voor in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland ingevoerde producten afgegeven of opgesteld in derde landen of groepen derde landen die in aanmerking komen voor de in artikel 56, lid 2, onder e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen, onder dezelfde voorwaarden als die welke in de oorsprongsregels voor de toepassing van deze maatregelen voor de invoer van dergelijke goederen in de Unie zijn vastgesteld.

Artikel 4

Bewijzen van oorsprong

Op de bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven of opgesteld in derde landen of groepen derde landen die in aanmerking komen voor de in artikel 1 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen, wordt “Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland” vermeld voor producten die in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland worden ingevoerd in het kader van de in deze maatregelen opgenomen preferentiële handelsregelingen.

Artikel 5

Verificatie in het kader van de preferentiële handelsregelingen die unilateraal door de Unie zijn vastgesteld

De oorsprong van in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland ingevoerde producten die daar in aanmerking komen voor de in artikel 56, lid 2, onder e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen, wordt op verzoek van de bevoegde douaneautoriteiten van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland geverifieerd in de betrokken derde landen of groepen derde landen, onder dezelfde voorwaarden als die welke in de oorsprongsregels voor de toepassing van deze maatregelen voor de invoer van dergelijke goederen in de Unie zijn vastgesteld.

Artikel 6

Toekenning van preferenties in het kader van de preferentiële handelsregelingen

1.   De in artikel 1 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen worden niet toegekend in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland tenzij de derde landen of de groepen derde landen die in aanmerking komen voor de in artikel 1 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen, maatregelen hebben genomen en de Commissie dienovereenkomstig daarvan in kennis stellen, om bij uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland te garanderen dat het volgende wordt nageleefd:

a)

de regels inzake de preferentiële oorsprong voor de producten;

b)

de regels inzake afgifte of opstelling van de bewijzen van oorsprong;

c)

de regels inzake de verificatie van de preferentiële oorsprong van de producten;

d)

de overige voorwaarden die zijn opgenomen in de relevante preferentiële handelsregelingen.

2.   Voor de toepassing van lid 1 publiceert de Commissie op haar website de datum waarop wordt aangenomen dat de derde landen of de groep derde landen maatregelen hebben genomen om deze regels in acht te nemen.

Artikel 7

Opschorting van preferenties in het kader van de preferentiële handelsregelingen

1.   De in artikel 1 bedoelde preferentiële tariefmaatregelen worden niet toegekend in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland indien overeenkomstig de leden 2 en 3 gevallen van fraude, onregelmatigheden of systematisch verzuim van naleving of handhaving van de regels inzake de preferentiële oorsprong van de producten en de desbetreffende procedures worden geconstateerd.

2.   Indien redelijke twijfel bestaat over het bestaan van fraude, onregelmatigheden of systematisch verzuim als bedoeld in lid 1, publiceert de Commissie een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie waarin de gronden worden aangegeven die aanleiding geven tot dergelijke twijfel.

3.   Indien de fraude, de onregelmatigheden of het systematische verzuim niet binnen zes maanden na de publicatie van de kennisgeving worden verholpen, worden de preferentiële tariefmaatregelen niet toegepast in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland. De Commissie publiceert op haar website de datum met ingang waarvan de preferentiële tariefmaatregelen niet langer van toepassing zijn in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland.

4.   Met betrekking tot Noord-Ierland verstrekt het Verenigd Koninkrijk de Commissie alle informatie die relevant is voor de toepassing van dit artikel.

5.   De preferentiële tariefmaatregelen kunnen opnieuw van toepassing worden wanneer overeenkomstig artikel 6 de betrokken derde landen of groepen derde landen de noodzakelijke maatregelen nemen om de naleving van de regels te garanderen.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 december 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Besluit (EU) 2020/135 van de Raad van 30 januari 2020 betreffende de sluiting van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB L 29 van 31.1.2020, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).