|
18.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 430/5 |
VERORDENING (EU) 2020/2132 VAN DE RAAD
van 17 december 2020
tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat de vangstmogelijkheden voor kever in 2020 betreft
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2020/123 van de Raad (1) zijn voor 2020 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. In die verordening zijn vangstmogelijkheden tot en met 31 oktober 2020 vastgesteld voor kever en geassocieerde bijvangsten in de wateren van sector 3a van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4. |
|
(2) |
Verordening (EU) 2020/123 is gewijzigd bij Verordening (EU) 2020/1579 van de Raad (2) om voor bovengenoemde visserij voorlopige vangstmogelijkheden vast te stellen voor de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020 voor kever en geassocieerde bijvangsten in de wateren van sector 3a van de ICES en de wateren van de Unie van ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 (“voorlopige vangstmogelijkheden”). |
|
(3) |
Aangezien de voorlopige vangstmogelijkheden slechts betrekking hebben op twee maanden van het visseizoen, van 1 november tot en met 31 oktober, werden ze ver onder het jaarlijkse vangstadvies van de ICES vastgesteld. |
|
(4) |
Het visseizoen voor kever loopt doorgaans van september tot en met januari, met een piek van oktober tot en met december. Uit de meest recente vangstgegevens die aan de Commissie werden verstrekt, blijkt dat in oktober 2020 meer dan 21 000 ton kever is gevangen. Bij extrapolatie van deze cijfers op basis van historische vangstpatronen bij de kevervisserij blijkt dat de voorlopige vangstmogelijkheden hoogstwaarschijnlijk spoedig zullen zijn uitgeput en derhalve niet voldoende zullen zijn om de visserijactiviteit tot het einde van het jaar te bestrijken. Om te vermijden dat de visserijactiviteiten voor dit visbestand voor het einde van 2020 wordt onderbroken, is het derhalve passend de voorlopige vangstmogelijkheden aan te passen volgens de recentste ramingen, weliswaar met inachtneming van het ICES-advies. |
|
(5) |
Verordening (EU) 2020/123 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De aangepaste voorlopige vangstmogelijkheden moeten vanaf 1 november van toepassing zijn. Een dergelijke toepassing met terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aangezien de betrokken vangstmogelijkheden worden verhoogd. |
|
(7) |
Aangezien de voorlopige vangstmogelijkheden betrekking hebben op de periode die loopt van 1 november tot en met 31 december 2020, moet deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treden. |
|
(8) |
Het Verenigd Koninkrijk is geraadpleegd overeenkomstig artikel 130, lid 1, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (3), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2020/123
Verordening (EU) 2020/123 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassingsperiode
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 december 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
S. SCHULZE
(1) Verordening (EU) 2020/123 van de Raad van 27 januari 2020 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 25 van 30.1.2020, blz. 1).
(2) Verordening (EU) 2020/1579 van de Raad van donderdag 29 oktober 2020 tot vaststelling, voor 2021, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/123 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PB L 362 van 30.10.2020, blz. 3).
BIJLAGE
In bijlage IA bij Verordening (EU) 2020/123 wordt de tabel met vangstmogelijkheden voor kever en geassocieerde bijvangsten in ICES-sector 3a en wateren van de Unie van ICES sector 2a en ICES deelsector 4 vervangen door:
|
“Soort: |
Kever en geassocieerde bijvangsten |
Gebied: |
3a; wateren van de Unie van 2a en 4 |
|||
|
|
Trisopterus esmarkii |
(NOP/2A3A4.) |
||||
|
Periode |
1 november 2019-31 oktober 2020 |
|
1 november 2020-31 december 2020 |
|
|
Analytische TAC |
|
Denemarken |
72 433 |
49 953 |
|
Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||
|
Duitsland |
14 |
10 |
|
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing. |
||
|
Nederland |
53 |
37 |
|
|
||
|
Unie |
72 500 |
50 000 |
|
|
||
|
Noorwegen |
14 500 |
p.m. |
|
|
|
|
|
Faeröer |
5 000 |
p.m. |
|
|
|
|
|
TAC |
Niet relevant |
|
Niet relevant |
|
|
|
((*)) Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van schelvis en wijting (OT2/*2A3A4). Overeenkomstig deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van schelvis en wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.
((**)) Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in wateren van de Unie van de ICES-gebieden 2a, 3a en 4.
((***)) Het quotum van de Unie mag slechts worden gevangen van 1 november 2019 tot en met 31 oktober 2020.
((****)) Er moet een sorteerrooster worden gebruikt.
((*****)) Er moet een sorteerrooster worden gebruikt. Met inbegrip van maximaal 15 % onvermijdelijke bijvangsten (NOP/*2A3A4), die op dit quotum in mindering moeten worden gebracht.
((******)) Het quotum van de Unie mag slechts worden gevangen van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020.”.