|
19.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 387/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1727 VAN DE COMMISSIE
van 18 november 2020
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 wat betreft bepaalde voorschriften inzake geautoriseerde marktdeelnemers
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 41,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Om ervoor te zorgen dat het in artikel 39, onder a), van Verordening (EU) nr. 952/2013 (hierna “het wetboek” genoemd) vastgestelde criterium dat de aanvrager geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften mag hebben begaan en geen strafblad met zware misdrijven in verband met zijn economische activiteit mag hebben, eenvormig wordt toegepast voor de toekenning van de status van geautoriseerde marktdeelnemer, moeten sommige bepalingen van artikel 24 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (2) van de Commissie worden verduidelijkt. Ten eerste moet worden verduidelijkt dat, wat overtredingen betreft, aan het criterium is voldaan wanneer er geen besluit is genomen door een administratieve of rechterlijke instantie waarin wordt geconcludeerd dat een van de in artikel 24, lid 1, onder b), vermelde personen dergelijke overtredingen heeft begaan in de drie voorgaande jaren. De feiten die aan de overtredingen ten grondslag liggen, moeten in de drie voorgaande jaren hebben plaatsgevonden, ook al is het mogelijk dat de administratieve of rechterlijke instantie zich pas na die drie jaar uitspreekt over de feiten. Ten tweede moet worden verduidelijkt dat het gaat om ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften die verband houden met de economische activiteit van de onder b) van dat artikel beschreven personen. Ten derde moet worden verduidelijkt welke andere personen dan de aanvrager aan het criterium moeten worden getoetst, afhankelijk van de organisatiestructuur van de aanvrager. |
|
(2) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447
Artikel 24 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Lid 1 wordt vervangen door: “1. Aan het criterium in artikel 39, onder a), van het wetboek wordt geacht te zijn voldaan indien:
|
|
2) |
Lid 3 wordt vervangen door: “3. Wanneer de in lid 1, onder b), iii), bedoelde persoon, die niet de aanvrager is, in een derde land is gevestigd of woonachtig is, beoordeelt de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit de naleving van het in artikel 39, onder a), van het wetboek bedoelde criterium aan de hand van de documenten en informatie waarover zij beschikt.”. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 november 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).