6.8.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 257/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1158 VAN DE COMMISSIE

van 5 augustus 2020

betreffende de voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (1), en met name artikel 53, lid 1, onder b), ii),

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (2), en met name artikel 54, lid 4, eerste alinea, onder b), en artikel 90, eerste alinea, onder a), c) en f),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 733/2008 van de Raad (3) waren maximale toleranties voor radioactiviteit in bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit derde landen vastgesteld. Daarnaast was in deze verordening bepaald dat de lidstaten moesten controleren of dergelijke producten voldeden aan de bij de verordening vastgestelde toleranties voor radioactiviteit voordat zij in het vrije verkeer werden gebracht. Die verordening is op 31 maart 2020 verstreken. Aangezien Aanbeveling 2003/274/Euratom van de Commissie (4) betrekking heeft op de bij die verordening van de Raad vastgestelde maximale toleranties voor radioactiviteit, moet zij in die zin worden gewijzigd dat zij verwijst naar de bij deze verordening vastgestelde maximale toleranties.

(2)

Ten gevolge van het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl op 26 april 1986 zijn aanzienlijke hoeveelheden radioactieve stoffen in de atmosfeer terechtgekomen, wat negatieve gevolgen had voor een groot aantal derde landen. Deze verontreiniging kan nog steeds een bedreiging voor de volksgezondheid en de diergezondheid in de Unie vormen en het is derhalve passend op het niveau van de Unie over maatregelen te beschikken om de veiligheid van diervoeders en levensmiddelen van oorsprong uit of verzonden vanuit deze derde landen te waarborgen.

(3)

Artikel 53, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorziet in de mogelijkheid om bepaalde maatregelen van de Unie te nemen voor een levensmiddel of diervoeder dat is ingevoerd uit een derde land, wanneer blijkt dat dit waarschijnlijk een ernstig risico voor de gezondheid van mens, dier of milieu inhoudt en dat het risico niet op afdoende wijze kan worden beheerst met de door de betrokken lidstaten getroffen maatregelen. In overeenstemming met de praktijk die is aangenomen na het ongeval in de kerncentrale van Fukushima, die begonnen is met Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 van de Commissie (5), en die erin bestaat om dergelijke maatregelen te baseren op artikel 53, lid 1, onder b), ii), van Verordening (EG) nr. 178/2002, stelt de Commissie voor om op grond van die bepaling follow-up-maatregelen in te voeren.

(4)

In zijn adviezen van 15 november 2018 (6) en 13 juni 2019 (7) heeft de groep van deskundigen als bedoeld in artikel 31 van het Euratom-Verdrag bevestigd dat de momenteel geldende maximale toleranties voor radioactiviteit met betrekking tot radioactief cesium van 370 Bq/kg voor melk, melkproducten en “levensmiddelen voor zuigelingen” en 600 Bq/kg voor alle andere producten, een adequaat niveau van bescherming bieden. Aangezien de term “levensmiddelen voor zuigelingen” in de adviezen van de groep van deskundigen verwijst naar levensmiddelen voor kinderen tot drie jaar, moet de term “levensmiddelen voor zuigelingen en peuters” worden gebruikt overeenkomstig de definities voor zuigelingen en peuters als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8). De andere producten, waarvoor de maximale tolerantie van 600 Bq/kg geldt, zijn levensmiddelen, met inbegrip van minder belangrijke levensmiddelen, andere dan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, en diervoeders in de zin van artikel 1 van Verordening (Euratom) 2016/52 van de Raad (9).

(5)

Sommige producten van oorsprong uit derde landen die zijn getroffen door het ongeluk in Tsjernobyl zijn nog steeds met radioactief cesium besmet en overschrijden de bovengenoemde maximale toleranties. De voorbije jaren is vastgesteld dat de cesium‐137-besmetting ten gevolge van het ongeval in Tsjernobyl nog steeds hoog is voor een aantal producten die afkomstig zijn van soorten die in bossen en beboste gebieden leven en groeien. Dit houdt verband met de aanhoudende aanzienlijke niveaus van radioactief cesium in dit ecosysteem en de fysische halveringstijd van dertig jaar.

(6)

Aangezien de radionuclide cesium‐134, met een fysische halveringstijd van ongeveer twee jaar, sinds het ongeluk van Tsjernobyl volledig is vervallen, is het passend dat de maximale tolerantie alleen betrekking heeft op cesium‐137, aangezien vanuit analytisch oogpunt de analyse van cesium‐134 een extra belasting vormt.

(7)

In de afgelopen tien jaar zijn gevallen van niet-naleving van de maximale toleranties gemeld bij het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen en diervoeders (RASFF) in zendingen van uit een aantal derde landen ingevoerde paddenstoelen. In de afgelopen tien jaar zijn enkele gevallen van niet-naleving van de maximale toleranties bij het RASFF gemeld in zendingen veenbessen, blauwe bosbessen en andere vruchten en afgeleide producten van het geslacht Vaccinium, en is geen melding gemaakt van niet-naleving in het vlees van wild.

(8)

Hieruit volgt dat in levensmiddelen en diervoeders die uit bepaalde derde landen worden ingevoerd radioactieve besmetting kan voorkomen en dat deze derhalve waarschijnlijk een ernstig risico voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu vormen waarvoor maatregelen op het niveau van de Unie moeten worden getroffen voordat die producten in de Unie in de handel worden gebracht.

(9)

Bij Verordening (EG) nr. 1635/2006 van de Commissie (10) zijn uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 733/2008 vastgesteld. Krachtens deze verordening moeten de lidstaten waarborgen dat de bevoegde autoriteiten van derde landen die zijn getroffen door het ongeluk in Tsjernobyl, voor bepaalde landbouwproducten uitvoercertificaten afgeven die aantonen dat de producten waarvoor zij zijn afgegeven, voldoen aan de in Verordening (EG) nr. 733/2008 vastgestelde maximale toleranties. De betrokken specifieke derde landen zijn opgesomd in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1635/2006.

(10)

Bij Verordening (EG) nr. 1609/2000 van de Commissie (11) is een lijst vastgesteld van producten waarop Verordening (EG) nr. 733/2008 van toepassing is.

(11)

Verordening (EU) 2017/625 integreert in één enkel wetgevingskader de regels die van toepassing zijn op officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen om de naleving van de agro-voedselketenwetgeving van de Unie te controleren en regelt de verplichtingen tot het aanbieden van bepaalde categorieën goederen uit bepaalde derde landen aan grenscontroleposten voor officiële controles die moeten worden uitgevoerd voordat zij de Unie binnenkomen.

(12)

Om de uitvoering van officiële controles bij binnenkomst in de Unie te vergemakkelijken, moet één model van officieel certificaat worden vastgesteld voor de binnenkomst in de Unie van levensmiddelen en diervoeders waarop bijzondere voorwaarden voor de binnenkomst in de Unie van toepassing zijn.

(13)

Er moeten officiële certificaten hetzij op papier hetzij in elektronische vorm worden afgegeven. Daarom moeten gemeenschappelijke voorschriften worden vastgesteld voor de afgifte van officiële certificaten in beide gevallen, naast de voorschriften van titel II, hoofdstuk VII, van Verordening (EU) 2017/625. In dit verband is in artikel 90, eerste alinea, onder f), van die verordening bepaald dat de Commissie regels kan vaststellen voor de afgifte van elektronische certificaten en voor het gebruik van elektronische handtekeningen, onder meer met betrekking tot officiële certificaten die overeenkomstig die verordening zijn afgegeven. Daarnaast moeten bepalingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat de in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/628 van de Commissie (12) opgenomen eisen voor officiële certificaten die niet in het informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) worden ingediend, ook van toepassing zijn op officiële certificaten die overeenkomstig deze verordening worden afgegeven.

(14)

Om verkeerd gebruik en misbruik te voorkomen, is het belangrijk om te specificeren in welke gevallen een vervangend officieel certificaat mag worden afgegeven en aan welke voorschriften dat certificaat moet voldoen. Dergelijke gevallen zijn vastgelegd in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/628 met betrekking tot officiële certificaten die overeenkomstig die verordening zijn afgegeven. Met het oog op een coherente aanpak moet worden bepaald dat, in het geval van de afgifte van vervangende certificaten, officiële certificaten die overeenkomstig deze verordening worden afgegeven, moeten worden vervangen overeenkomstig de in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/628 vastgestelde procedures voor de vervangende certificaten.

(15)

Vanwege de langdurige gevolgen van radioactieve besmetting is het passend om de lijst van derde landen die door het ongeluk in Tsjernobyl zijn getroffen, in dit stadium niet te wijzigen. Bulgarije en Roemenië, die inmiddels lidstaten zijn geworden, mogen daarom echter niet in die lijst worden vermeld. Liechtenstein en Noorwegen, die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER) en derhalve niet aan de desbetreffende controles zijn onderworpen, mogen evenmin in die lijst worden vermeld. Uiterlijk op 31 maart 2030 moet deze verordening met betrekking tot de lijst van getroffen derde landen worden herzien. Tegelijkertijd kan in een eerder stadium op landniveau een aanpassing van de maatregelen plaatsvinden, indien uit een meer gedetailleerde analyse blijkt dat het besmettingsniveau in een bepaald land lager is.

(16)

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/595 van de Commissie (13) toegevoegd aan de lijst van landen die onder Verordening (EG) nr. 733/2008 vallen, met ingang van de dag volgende op die waarop het recht van de Unie niet langer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk. Verordening (EG) nr. 733/2008 werd later opgenomen in bijlage 2 bij het protocol inzake Ierland/Noord-Ierland bij het terugtrekkingsakkoord (14). Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van het terugtrekkingsakkoord houdt deze verwijzing ook een verwijzing naar Verordening (EG) nr. 1635/2006 in. Hieruit volgt dat voor de toepassing van de Verordeningen (EG) nr. 1635/2006 en (EG) nr. 733/2008, in samenhang met Uitvoeringsverordening (EU) 2019/595, alsook van deze verordening, die deze handelingen vervangt, het Verenigd Koninkrijk wat Noord-Ierland betreft deze verordening moet toepassen alsof Noord-Ierland een lidstaat van de Unie was. Noord-Ierland mag daarom niet in bijlage I bij deze verordening worden opgenomen, maar de rest van het Verenigd Koninkrijk moet wel in die bijlage worden opgenomen. Aangezien deze verordening alleen van toepassing is op derde landen, is de toevoeging van het Verenigd Koninkrijk in de bijlage pas van toepassing vanaf de datum waarop het recht van de Unie krachtens het terugtrekkingsakkoord niet langer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk.

(17)

Gezien de ervaring met de huidige controles en het geringe aantal gevallen dat de maximale toleranties overschrijdt, wordt het voldoende geacht om documentencontroles te vereisen voor alle zendingen paddenstoelen, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen, van wilde veenbessen, blauwe bosbessen en andere vruchten en afgeleide producten van het geslacht Vaccinium die vergezeld gaan van een officieel certificaat, aangevuld met overeenstemmingscontroles en materiële controles, met inbegrip van een laboratoriumanalyse op de aanwezigheid van radioactief cesium, van deze zendingen met een frequentie van 20 %.

(18)

Aangezien deze verordening de Verordeningen (EG) nr. 1609/2000 en (EG) nr. 1635/2006 vervangt, moeten die verordeningen worden ingetrokken.

(19)

Om een vlotte overgang naar de nieuwe maatregelen mogelijk te maken, is het passend te voorzien in een overgangsmaatregel voor zendingen die vergezeld gaan van certificaten die zijn afgegeven overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1635/2006, mits die certificaten vóór 1 september 2020 zijn afgegeven.

(20)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op levensmiddelen, met inbegrip van minder belangrijke levensmiddelen, en diervoeders in de zin van artikel 1 van Verordening (Euratom) 2016/52, van oorsprong uit of verzonden vanuit de in bijlage I bij deze verordening opgenomen derde landen (“de producten”), bestemd om in de Unie in de handel te worden gebracht.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op de volgende categorieën zendingen van de producten, tenzij het brutogewicht meer dan 10 kg vers product of 2 kg droog product bedraagt:

a)

zendingen die als handelsmonsters, als laboratoriummonsters of als demonstratiemateriaal voor tentoonstellingen worden verzonden en die niet bestemd zijn om in de handel te worden gebracht;

b)

zendingen die in de persoonlijke bagage van reizigers voor persoonlijke consumptie of persoonlijk gebruik worden vervoerd;

c)

niet-commerciële zendingen die aan natuurlijke personen worden verzonden en niet bestemd zijn om in de handel te worden gebracht;

d)

zendingen die bestemd zijn voor wetenschappelijke doeleinden.

Bij twijfel over het beoogde gebruik van de producten als bedoeld onder b) en c), ligt de bewijslast respectievelijk bij de eigenaar van de persoonlijke bagage en bij de ontvanger van de zending.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

“grenscontrolepost”: grenscontrolepost als gedefinieerd in artikel 3, punt 38, van Verordening (EU) 2017/625;

2.

“zending”: zending als gedefinieerd in artikel 3, punt 37, van Verordening (EU) 2017/625.

Artikel 3

Voorwaarden voor binnenkomst in de Unie

1.   De producten mogen alleen de Unie binnenkomen als zij aan deze verordening voldoen.

2.   De producten moeten voldoen aan de volgende, gecumuleerde maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting met cesium‐137:

a)

370 Bq/kg voor melk en melkproducten en voor levensmiddelen voor zuigelingen en peuters als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 609/2013;

b)

600 Bq/kg voor alle andere betrokken producten.

3.   Elke zending van in bijlage II vermelde producten, met verwijzing naar de desbetreffende code van de gecombineerde nomenclatuur, uit de in bijlage I vermelde derde landen, gaat vergezeld van een in artikel 4 bedoeld officieel certificaat. Elke zending wordt geïdentificeerd door middel van een identificatiecode die wordt vermeld op het officiële certificaat en op het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB) als bedoeld in artikel 56 van Verordening (EU) 2017/625.

Artikel 4

Officieel certificaat

1.   Het in artikel 3, lid 3, bedoelde officiële certificaat wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van het derde land van oorsprong of het derde land van waaruit de zending is verzonden indien dit een ander land dan het land van oorsprong is, volgens het model in bijlage III.

2.   Het officiële certificaat voldoet aan de volgende vereisten:

a)

het is voorzien van de in artikel 3, lid 3, bedoelde identificatiecode van de zending waarop het betrekking heeft;

b)

het wordt afgegeven voordat de zending waarop het betrekking heeft, de controle verlaat van de bevoegde autoriteit van het derde land die het certificaat afgeeft;

c)

het is geldig gedurende ten hoogste vier maanden na de dag van afgifte, maar in geen geval langer dan zes maanden na de datum van de resultaten van de laboratoriumanalyse als bedoeld in lid 6.

3.   Een officieel certificaat dat door de bevoegde autoriteit van het derde land dat het heeft afgegeven niet in het informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) is ingediend, voldoet ook aan de vereisten voor modellen van niet in het Imsoc ingediende officiële certificaten, die zijn vastgelegd in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/628.

4.   De bevoegde autoriteiten mogen alleen een vervangend officieel certificaat afgeven overeenkomstig de voorschriften van artikel 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/628.

5.   Het officiële certificaat wordt ingevuld op basis van de instructies in bijlage IV.

6.   Het officiële certificaat bevestigt dat de producten voldoen aan de in artikel 3, lid 2, vastgestelde maximale toleranties. Het officiële certificaat gaat vergezeld van de resultaten van de bemonstering en de analyse die op die verzending zijn verricht door de bevoegde autoriteit van het derde land van oorsprong, of van het land van waaruit de zending is verzonden indien dit een ander land dan het land van oorsprong is.

Artikel 5

Officiële controles bij binnenkomst in de Unie

1.   Zendingen van in artikel 3, lid 3, bedoelde producten worden onderworpen aan officiële controles bij binnenkomst in de Unie via een grenscontrolepost en op controlepunten.

2.   De bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost verrichten overeenstemmingscontroles en materiële controles van deze zendingen, met inbegrip van een laboratoriumanalyse op de aanwezigheid van cesium‐137, met een frequentie van 20 %.

Artikel 6

In het vrije verkeer brengen

De douaneautoriteiten verlenen alleen vrijgave voor het vrije verkeer van zendingen van de in artikel 3, lid 3, vermelde producten na overlegging van een naar behoren ingevuld GGB als bedoeld in artikel 57, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, waarin wordt bevestigd dat de zending aan de in artikel 1, lid 2, van die verordening bedoelde toepasselijke regels voldoet.

Artikel 7

Evaluatie

De Commissie evalueert deze verordening uiterlijk op 31 maart 2030.

Een gedetailleerde beoordeling van het besmettingsniveau in de in bijlage I vermelde derde landen geschiedt op basis van de beschikbare controleresultaten en op basis van de resultaten van deze beoordeling zullen, in voorkomend geval, de in bijlage I vermelde derde landen, de in bijlage II vermelde producten en de in artikel 5, lid 2, bedoelde maatregelen, vóór die datum dienovereenkomstig worden herzien.

Artikel 8

Intrekkingen

De Verordeningen (EG) nr. 1609/2000 en (EG) nr. 1635/2006 worden ingetrokken.

Artikel 9

Overgangsbepaling

Gedurende een overgangsperiode tot en met 31 december 2020 mogen zendingen van in artikel 3, lid 3, bedoelde producten die vergezeld gaan van de desbetreffende certificaten die vóór 1 september 2020 zijn afgegeven overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1635/2006, de Unie binnenkomen.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 augustus 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)   PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(3)  Verordening (EG) nr. 733/2008 van de Raad van 15 juli 2008 betreffende de voorwaarden voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (PB L 201 van 30.7.2008, blz. 1).

(4)  Aanbeveling 2003/274/Euratom van de Commissie van 14 april 2003 inzake de bescherming en voorlichting van de bevolking ten aanzien van blootstelling door de aanhoudende besmetting met radioactief cesium van bepaalde uit het wild afkomstige levensmiddelen ten gevolge van het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (PB L 99 van 17.4.2003, blz. 55).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 van de Commissie van 25 maart 2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden vanuit Japan in verband met het ongeval in de kerncentrale van Fukushima (PB L 80 van 26.3.2011, blz. 5).

(6)  Advies van de groep van deskundigen als bedoeld in artikel 31 van het Euratom-Verdrag betreffende de verlenging van de meest recente post-Tsjernobylverordening — Verordening (EG) nr. 733/2008 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1048/2009 van de Raad (aangenomen op de vergadering van 15 november 2018), beschikbaar op:

https://ec.europa.eu/energy/sites/ener/files/opinion_on_prolongation_of_post-chernobyl_regulations_15_november_2018.pdf

(7)  Advies van de groep van deskundigen als bedoeld in artikel 31 van het Euratom-Verdrag betreffende een ontwerpvoorstel voor een uitvoeringsverordening tot vaststelling van voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen, minder belangrijke levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (aangenomen op de vergadering van 13 juni 2019), beschikbaar op: https://ec.europa.eu/energy/sites/ener/files/opinion_on_implementing_regulation_on_post-chernobyl_measures_13_june_2019.pdf

(8)  Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).

(9)  Verordening (Euratom) 2016/52 van de Raad van 15 januari 2016 tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar en tot intrekking van Verordening (Euratom) nr. 3954/87 en de Verordeningen (Euratom) nr. 944/89 en (Euratom) nr. 770/90 van de Commissie (PB L 13 van 20.1.2016, blz. 2).

(10)  Verordening (EG) nr. 1635/2006 van de Commissie van 6 november 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 737/90 van de Raad betreffende de voorwaarden voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (PB L 306 van 7.11.2006, blz. 3).

(11)  Verordening (EG) nr. 1609/2000 van de Commissie van 24 juli 2000 tot vaststelling van een lijst van producten die zijn uitgesloten van Verordening (EEG) nr. 737/90 van de Raad betreffende de voorwaarden voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl (PB L 185 van 25.7.2000, blz. 27).

(12)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/628 van de Commissie van 8 april 2019 betreffende modellen van officiële certificaten voor bepaalde dieren en goederen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2074/2005 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/759 wat deze modelcertificaten betreft (PB L 131 van 17.5.2019, blz. 101).

(13)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/595 van de Commissie van 11 april 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1635/2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 737/90 van de Raad, wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie (PB L 103 van 12.4.2019, blz. 22).

(14)  Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7).


BIJLAGE I

Lijst van derde landen als bedoeld in artikel 1, lid 1

Albanië

Belarus

Bosnië en Herzegovina

Kosovo (1)

Noord-Macedonië

Moldavië

Montenegro

Rusland

Servië

Zwitserland

Turkije

Oekraïne

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië met uitzondering van Noord-Ierland (2)


(1)  Deze aanduiding laat de standpunten over de status onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN‐Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

(2)  Van toepassing vanaf de dag na die waarop het Unierecht niet langer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig het terugtrekkingsakkoord.


BIJLAGE II

Lijst van producten waarop de voorwaarden van artikel 3, lid 3, van toepassing zijn

GN‐code

Beschrijving

ex 0709 51 00

paddenstoelen van het geslacht Agaricus, vers of gekoeld, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0709 59

andere paddenstoelen, vers of gekoeld, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0710 80 61

paddenstoelen van het geslacht Agaricus (ongekookt of gestoomd of in water gekookt), bevroren, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0710 80 69

andere paddenstoelen (ongekookt of gestoomd of in water gekookt), bevroren, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0711 51 00

paddenstoelen van het geslacht Agaricus, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0711 59 00

andere paddenstoelen, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0712 31 00

paddenstoelen van het geslacht Agaricus, gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0712 32 00

judasoren (Auricularia spp.), gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0712 33 00

trilzwammen (Tremella spp.), gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0712 39 00

andere paddenstoelen, gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 2001 90 50

paddenstoelen, bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 2003

paddenstoelen en truffels, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, met uitzondering van gekweekte paddenstoelen

ex 0810 40

wilde veenbessen, wilde bosbessen en andere wilde vruchten van het geslacht Vaccinium, vers

ex 0811 90 50

wilde vruchten van het geslacht Vaccinium myrtillus, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

ex 0811 90 70

wilde vruchten van het geslacht Vaccinium myrtilloides en Vaccinium angustifolium, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

ex 0812 90 40

wilde vruchten van het geslacht Vaccinium myrtillus, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

ex 2008 93

wilde veenbessen (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen

ex 2008 99

andere wilde vruchten van het geslacht Vaccinium, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen

ex 2009 81

veenbessensappen van wilde vruchten (Vaccinium macrocarpon, Vaccinium oxycoccos, Vaccinium vitis-idaea), ongegist en zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

ex 2009 89

andere sappen van wilde vruchten van het geslacht Vaccinium, ongegist en zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen


BIJLAGE III

MODEL VAN OFFICIEEL CERTIFICAAT ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 VAN UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1158 VAN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE VOORWAARDEN VOOR DE INVOER VAN LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS VAN OORSPRONG UIT DERDE LANDEN INGEVOLGE HET ONGELUK IN DE KERNCENTRALE VAN TSJERNOBYL

Image 1

Image 2


BIJLAGE IV

AANWIJZINGEN VOOR HET INVULLEN VAN HET OFFICIEEL CERTIFICAAT ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 VAN UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1158 VAN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE VOORWAARDEN VOOR DE INVOER VAN LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS VAN OORSPRONG UIT DERDE LANDEN INGEVOLGE HET ONGELUK IN DE KERNCENTRALE VAN TSJERNOBYL

Algemeen

Om een optie te selecteren? moet het overeenstemmende vak worden aangevinkt of met een kruisje (X) worden gemerkt.

De “ISO-code” is de internationale gestandaardiseerde tweeletterige code voor een land overeenkomstig de internationale norm ISO 3166 alpha‐2 (1).

In de vakken I.15, I.18 en I.20 mag slechts één optie worden geselecteerd.

Tenzij anders vermeld, zijn de vakken verplicht.

Indien de geadresseerde, de grenscontrolepost van binnenkomst of de gegevens over het vervoer (d.w.z. de vervoermiddelen en de datum) veranderen nadat het certificaat is afgegeven, moet de voor de zending verantwoordelijke exploitant de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst hiervan in kennis stellen. Een dergelijke verandering leidt niet tot een verzoek om een vervangend certificaat.

Indien het certificaat in het Imsoc is ingediend, geldt het volgende:

de in deel I vermelde gegevens of vakken vormen de nomenclaturen voor de elektronische versie van het officiële certificaat;

de volgorde van de vakken in deel I van het model van officieel certificaat en de grootte en vorm van die vakken zijn indicatief;

wanneer een stempel vereist is, is het elektronische equivalent daarvan een elektronisch zegel. Dit zegel moet voldoen aan de regels voor de afgifte van elektronische certificaten als bedoeld in artikel 90, eerste alinea, onder f), van Verordening (EU) 2017/625.

Deel I: Gegevens betreffende de zending

Land:

De naam van het derde land dat het certificaat afgeeft.

Vak I.1.

Verzender/exporteur: de naam en het adres (straat, stad en regio, provincie of staat, naargelang het geval) van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de zending verzendt en die in het derde land moet zijn gevestigd.

Vak I.2.

Referentienummer certificaat: de unieke verplichte code die door de bevoegde autoriteit van het derde land wordt toegewezen overeenkomstig haar eigen classificatie. Dit vak is verplicht voor alle certificaten die niet in het Imsoc worden ingediend.

Vak I.2.a.

Referentienummer Imsoc: de unieke referentiecode die automatisch door het Imsoc wordt toegewezen als het certificaat in het Imsoc wordt geregistreerd. Dit vak moet niet worden ingevuld als het certificaat niet in het Imsoc wordt ingediend.

Vak I.3.

Centrale bevoegde autoriteit: de naam van de centrale autoriteit in het derde land die het certificaat afgeeft.

Vak I.4.

Lokale bevoegde autoriteit: de naam van de lokale autoriteit in het derde land die het certificaat afgeeft, indien van toepassing.

Vak I.5.

Geadresseerde/importeur: naam en adres van de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie de zending bestemd is in de lidstaat.

Vak I.6.

Voor de zending verantwoordelijke exploitant: de naam en het adres van de persoon in de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de zending wanneer die bij de grenscontrolepost wordt aangeboden en die als importeur of namens de importeur de nodige verklaringen indient bij de bevoegde autoriteiten. Dit vak is optioneel.

Vak I.7.

Land van oorsprong: de naam en de ISO‐code van het land waaruit de goederen afkomstig zijn dan wel waar zij zijn geteeld, geoogst of geproduceerd.

Vak I.9.

Land van bestemming: de naam en de ISO‐code van het land van bestemming in de Europese Unie van de producten.

Vak I.11.

Plaats van verzending: de naam en het adres van de bedrijven of inrichtingen waaruit de producten afkomstig zijn.

Elke eenheid van een onderneming in de levensmiddelensector. Alleen de inrichting die de producten verzendt, moet worden genoemd. In het geval van handel waarbij meer dan één derde land is betrokken (driehoekshandel), is de plaats van verzending de laatste in een derde land gevestigde inrichting van de uitvoerketen waaruit de definitieve zending naar de Europese Unie wordt vervoerd.

Vak I.12.

Plaats van bestemming: deze informatie is optioneel.

Voor het in de handel brengen: de plaats waar de producten naartoe worden gebracht voor de laatste lossing. Vermeld de naam, het adres en het erkenningsnummer van de bedrijven of inrichtingen van de plaats van bestemming, indien van toepassing.

Vak I.14.

Datum en tijdstip van vertrek: de datum waarop het vervoermiddel vertrekt (vliegtuig, vaartuig, treinwagon of wegvoertuig).

Vak I.15.

Vervoermiddel: vervoermiddel bij het verlaten van het land van verzending.

Vervoerswijze: vliegtuig, vaartuig, treinwagon, wegvoertuig of ander. Onder “ander” worden vervoerswijzen verstaan die niet onder Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad (2) vallen.

Identificatie van het vervoermiddel: voor vliegtuigen het vluchtnummer, voor vaartuigen de naam van het schip, voor treinwagons de code van de trein en het wagonnummer, voor wegvoertuigen het kentekennummer en indien van toepassing ook het nummer van de aanhanger.

In het geval van een ferry moeten bovendien de identificatiegegevens van het wegvoertuig, het kentekennummer en indien van toepassing ook het nummer van de aanhanger, en de naam van de geplande ferry worden vermeld.

Vak I.16.

Grenscontrolepost van binnenkomst: vermeld de naam van de grenscontrolepost en de door het Imsoc toegewezen identificatiecode ervan.

Vak I.17.

Begeleidende documenten:

Laboratoriumrapport: vermeld het referentienummer en de datum van afgifte van het rapport/de resultaten van de laboratoriumanalyse als bedoeld in artikel 4, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1158 van de Commissie (deze verordening).

Overige: het type en het referentienummer van het document moeten worden vermeld wanneer een zending vergezeld gaat van andere documenten, zoals een handelsdocument (bv. het nummer van de luchtvrachtbrief, het nummer van het cognossement of het commercieel registratienummer van de trein of het wegvoertuig).

Vak I.18.

Vervoersomstandigheden: categorie van de vereiste temperatuur tijdens het vervoer van de producten (omgevingstemperatuur, gekoeld, ingevroren). Er mag slechts één categorie worden geselecteerd.

Vak I.19.

Containernummer/zegelnummer: de desbetreffende nummers, indien van toepassing.

Het containernummer moet worden vermeld als de goederen in gesloten containers worden vervoerd.

Alleen het nummer van het officiële zegel moet worden vermeld. Het gaat om een officieel zegel als een zegel op de container, vrachtwagen of treinwagon wordt aangebracht onder toezicht van de bevoegde autoriteit die het certificaat afgeeft.

Vak I.20.

Goederen gecertificeerd voor: vermeld het beoogde gebruik voor producten als vermeld in het desbetreffende officiële certificaat van de Europese Unie.

Menselijke consumptie: betreft alleen voor menselijke consumptie bestemde producten.

Vak I.22.

Voor de interne markt: voor alle zendingen die bestemd zijn om in de Europese Unie in de handel te worden gebracht.

Vak I.23.

Totaal aantal verpakkingen: het aantal verpakkingen. In het geval van bulkzendingen is dit vak facultatief.

Vak I.24.

Hoeveelheid:

Totaal nettogewicht: dit wordt gedefinieerd als de massa van de goederen zelf zonder de onmiddellijke verpakkingen of andere verpakkingen.

Totaal brutogewicht: het totale gewicht in kilogram. Dit wordt gedefinieerd als de totale massa van de producten inclusief de onmiddellijke verpakkingen en alle andere verpakkingen, maar exclusief de transportcontainers en andere transportmiddelen.

Vak I.25.

Omschrijving van de goederen: vermeld de desbetreffende code van het geharmoniseerd systeem (GS‐code) en de door de Werelddouaneorganisatie bepaalde titel zoals bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (3). Deze douanebeschrijving wordt in voorkomend geval aangevuld met alle informatie die nodig is voor de indeling van de producten.

Vermeld de soort, de productsoorten, het aantal verpakkingen, de aard van de verpakking, het nummer van de partij, het nettogewicht en de eindverbruiker (d.w.z. producten worden voor de eindverbruiker verpakt).

Soort: de wetenschappelijke benaming of zoals gedefinieerd overeenkomstig de wetgeving van de Europese Unie.

Aard van de verpakking: vermeld de aard van de verpakking overeenkomstig de definitie in aanbeveling 21 (4) van UN/Cefact (Centrum van de Verenigde Naties voor de bevordering van handel en elektronisch zakendoen).

Deel II: Certificering

Dit deel moet worden ingevuld door een certificerende ambtenaar die door de bevoegde autoriteit van het derde land gemachtigd is om het officiële certificaat te ondertekenen, zoals bepaald in artikel 88, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625.

Vak II.

Informatie over de gezondheid: vul dit deel in overeenkomstig de specifieke gezondheidsvoorschriften van de Europese Unie voor de aard van de producten en zoals bepaald in de gelijkwaardigheidsovereenkomsten met bepaalde derde landen of in andere wetgeving van de Europese Unie, zoals die inzake certificering.

Indien het officiële certificaat niet in het Imsoc wordt ingediend, moeten de niet-relevante vermeldingen worden doorgehaald en door de certificerende ambtenaar worden geparafeerd en van een stempel worden voorzien dan wel volledig uit het certificaat worden verwijderd.

Indien het certificaat in het Imsoc wordt ingediend, moeten de niet-relevante verklaringen worden doorgehaald of volledig uit het certificaat worden verwijderd.

Vak II.a.

Referentienummer certificaat: dezelfde referentiecode als in vak I.2.

Vak II.b.

Referentienummer Imsoc: dezelfde referentiecode als in vak I.2.a. Alleen verplicht voor in het Imsoc afgegeven officiële certificaten.

Certificerend ambtenaar:

Ambtenaar van de bevoegde autoriteit van het derde land die door die autoriteiten gemachtigd is om officiële certificaten te ondertekenen: vermeld de naam in hoofdletters, hoedanigheid en titel, indien van toepassing, identificatienummer en origineel stempel van de bevoegde autoriteit en datum van ondertekening.


(1)  Lijst van namen van landen en code-elementen: http://www.iso.org/iso/country_codes/iso-3166-1_decoding_table.htm

(2)  Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1).

(3)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(4)  Recentste versie: revisie 9 bijlagen V en VI zoals gepubliceerd op: http://www.unece.org/tradewelcome/un-centre-for-trade-facilitation-and-e-business-uncefact/outputs/cefactrecommendationsrec-index/list-of-trade-facilitation-recommendations-n-21-to-24.ahtml