14.7.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 225/15


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1020 VAN DE COMMISSIE

van 13 juli 2020

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 801/2014

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (1), en met name artikel 17, lid 8,

Na raadpleging van het Comité voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 2, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 801/2014 van de Commissie (2) wordt bepaald dat, om in aanmerking te komen voor het aanvullend bedrag voor hervestigde personen, de betrokken personen in de betrokken periode of binnen zes maanden na het einde daarvan daadwerkelijk moeten zijn hervestigd.

(2)

De door de lidstaten uitgevoerde hervestigingsinspanningen van de Unie zijn echter op ongekende wijze beïnvloed door de COVID-19-pandemie. Als gevolg van de crisis hebben de lidstaten hun hervestigingsoperaties moeten stopzetten en beperkingen moeten opleggen aan de toegang tot hun grondgebied.

(3)

Bovendien hebben het vluchtelingenagentschap van de Verenigde Naties (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), de belangrijkste partners van de lidstaten op hervestigingsgebied, hun activiteiten tijdelijk opgeschort wegens de COVID-19-pandemie. Vanwege de reisverboden die veel van de landen van eerste asiel hebben ingesteld, kunnen de lidstaten in de huidige omstandigheden bovendien geen selectiemissies voor hervestiging uitvoeren.

(4)

De door de COVID-19-pandemie ontstane situatie heeft ernstige gevolgen voor niet alleen de uitvoering van de hervestigingstoezeggingen, maar ook de absorptiecapaciteit van het Fonds voor asiel, migratie en integratie.

(5)

Om de krachtige inzet van de lidstaten voor hervestigingsacties te honoreren, moet ervoor worden gezorgd dat de bijbehorende financiële steun flexibel en doeltreffend wordt ingezet.

(6)

Daarom moet de uitvoeringstermijn voor de hervestigingsperiode die de jaren 2018, 2019 en 2020 bestrijkt, worden verlengd van 30 juni 2021 tot en met 31 december 2021.

(7)

Ierland is gebonden door Verordening (EU) nr. 516/2014 en derhalve ook door deze verordening.

(8)

Het Verenigd Koninkrijk is gebonden door Verordening (EU) nr. 516/2014 en derhalve ook door deze verordening. Overeenkomstig artikel 138 van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (3) blijft het toepasselijke recht van de Unie, waaronder de regels inzake financiële correcties en inzake de goedkeuring van de rekeningen, na 31 december 2020 van toepassing op het Verenigd Koninkrijk tot de afsluiting van die programma’s en activiteiten van de Unie.

(9)

Denemarken is niet gebonden door Verordening (EU) nr. 516/2014 en derhalve evenmin door deze verordening.

(10)

Gezien het spoedeisende karakter van de COVID-19-crisissituatie moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(11)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 801/2014 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 2, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 801/2014 wordt vervangen door:

“1.   Om in aanmerking te komen voor het aanvullend bedrag, worden de betrokken personen in de betrokken periode of binnen zes maanden na het einde daarvan daadwerkelijk hervestigd. Wat de in artikel 1, lid 1, onder c), bedoelde periode betreft, worden de betrokken personen echter in de betrokken periode of binnen twaalf maanden na het einde daarvan daadwerkelijk hervestigd.

De lidstaten bewaren de informatie die nodig is om de identiteit van de hervestigde personen en de datum van hun hervestiging naar behoren te kunnen vaststellen.

Wat betreft personen die tot een van de in artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) nr. 516/2014 bedoelde prioritaire categorieën en groepen personen behoren, bewaren de lidstaten ook de bewijsstukken waaruit blijkt dat zij tot de relevante prioritaire categorieën en groepen personen behoren.”

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 13 juli 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 801/2014 van de Commissie van 24 juli 2014 tot vaststelling van het tijdschema en andere uitvoeringsvoorwaarden met betrekking tot het mechanisme voor de toewijzing van middelen voor het hervestigingsprogramma van de Unie uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie (PB L 219 van 25.7.2014, blz. 19).

(3)   PB C 384I van 12.11.2019, blz. 1.