|
6.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 213/7 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/968 VAN DE COMMISSIE
van 3 juli 2020
tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof pyriproxyfen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2008/69/EG van de Commissie (2) is pyriproxyfen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) opgenomen als werkzame stof. |
|
(2) |
De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4). |
|
(3) |
De goedkeuring van de in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof pyriproxyfen vervalt op 31 december 2020. |
|
(4) |
Er is een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof pyriproxyfen ingediend overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) en binnen de in dat artikel vastgestelde termijn. |
|
(5) |
De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend. De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig was. |
|
(6) |
De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een beoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 14 december 2017 bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie ingediend. |
|
(7) |
De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier toegankelijk gemaakt voor het publiek. De EFSA heeft het beoordelingsverslag over de verlenging tevens voor opmerkingen naar de aanvragers en de lidstaten gestuurd en heeft hierover een openbare raadpleging gehouden. De EFSA heeft de ontvangen opmerkingen aan de Commissie doorgestuurd. |
|
(8) |
Op 17 mei 2019 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld met betrekking tot de vraag of pyriproxyfen naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De Commissie heeft het ontwerpverslag over de verlenging inzake pyriproxyfen op 21 oktober 2019 aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd. |
|
(9) |
Wat de bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (7) ingevoerde criteria voor de identificatie van hormoonontregelende eigenschappen betreft, wordt in de conclusie van de EFSA aangegeven dat pyriproxyfen geen hormoonontregelaar is. |
|
(10) |
De Commissie heeft de aanvrager verzocht zijn opmerkingen in te dienen over de conclusie van de EFSA en, overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012, over het verslag over de verlenging. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht. |
|
(11) |
Met betrekking tot één of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof pyriproxyfen bevat, is vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan. |
|
(12) |
De risicobeoordeling voor de verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof pyriproxyfen is gebaseerd op een beperkt aantal representatieve gebruiksdoeleinden, die echter geen beperking inhouden van de gebruiksdoeleinden waarvoor gewasbeschermingsmiddelen die pyriproxyfen bevatten, mogen worden toegelaten. |
|
(13) |
Het is derhalve passend de goedkeuring van pyriproxyfen te verlengen. |
|
(14) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden vast te stellen. Er moet met name om verdere bevestigende informatie worden verzocht. |
|
(15) |
Overeenkomstig artikel 20, lid 3, in samenhang met artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(16) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1589 van de Commissie (8) is de goedkeuringsperiode voor pyriproxyfen verlengd tot en met 31 december 2020 opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de goedkeuringsperiode van die werkzame stof kan worden voltooid. Aangezien er echter vóór het verstrijken van de verlengde goedkeuringsperiode een besluit over de verlenging van de goedkeuring wordt genomen, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 augustus 2020, met uitzondering van de bepaling inzake het tolueengehalte, zoals vermeld in de kolom “Zuiverheid” van de tabel in bijlage I, die van toepassing moet zijn met ingang van 1 augustus 2021. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof
De goedkeuring van de werkzame stof pyriproxyfen wordt verlengd zoals vastgesteld in bijlage I.
Artikel 2
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
Artikel 3
Inwerkingtreding en datum van toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 3 juli 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) Richtlijn 2008/69/EG van de Commissie van 1 juli 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde clofentezine, dicamba, difenoconazool, diflubenzuron, imazaquin, lenacil, oxadiazon, picloram en pyriproxyfen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 172 van 2.7.2008, blz. 9).
(3) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).
(6) EFSA Journal 2018;16(7):5307; Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu
(7) Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1589 van de Commissie van 26 september 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperioden voor de werkzame stoffen amidosulfuron, bèta-cyfluthrin, bifenox, chloortoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazool, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiofanaat-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 24).
BIJLAGE I
|
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-benaming |
Zuiverheid (1) |
Datum van goedkeuring |
Geldigheidsduur |
Specifieke bepalingen |
||||||
|
Pyriproxyfen. 2-((1-(4-Fenoxyfenoxy)propaan-2-yl)oxy)pyridine. CIPAC-nr.: 715. CAS-nr.: 95737-68-1. EG-nummer (Einecs of Elincs): 429-800-1 |
4-fenoxyfenyl-(RS)-2(2-pyridyloxy)propylether |
≥ 970 g/kg Vanaf 1 augustus 2021 Max. onzuiverheid: tolueen 5 g/kg |
1 augustus 2020 |
31 juli 2035 |
Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor pyriproxyfen, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag. Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:
Wat de bescherming van in het sediment levende en in het water levende organismen betreft, nemen de lidstaten voor gebruik buitenshuis van de pyriproxyfen bevattende gewasbeschermingsmiddelen in de specifieke voorwaarden passende risicobeperkende maatregelen op, bv. bufferzones waar niet mag worden gespoten en beperking van spuitdrift, om het risico voor in het sediment levende en in het water levende organismen laag te houden. Wat de bescherming van bijen betreft, nemen de lidstaten voor gebruik buitenshuis van pyriproxyfen bevattende gewasbeschermingsmiddelen in de specifieke voorwaarden een beperking van de toepassing op tot perioden buiten de bloeitijd van voor bijen aanlokkelijke gewassen, en passende risicobeperkende maatregelen, bv. bufferzones waar niet mag worden gespoten en beperking van spuitdrift, om het risico voor bijen en bijenlarven laag te houden. De aanvrager moet bij de Commissie, de lidstaten en de EFSA bevestigende informatie indienen over het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen, wanneer drinkwater aan oppervlaktewater wordt onttrokken. De aanvrager moet de gevraagde bevestigende informatie indienen binnen twee jaar na de bekendmaking door de Commissie van richtsnoeren over de evaluatie van het effect van waterbehandelingsprocessen op de aard van de in het oppervlakte- en grondwater aanwezige residuen. |
(1) Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.
BIJLAGE II
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in deel A wordt vermelding 179 over pyriproxyfen geschrapt; |
|
2) |
in deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:
|
(1) Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.