30.6.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 206/27


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/894 VAN DE COMMISSIE

van 29 juni 2020

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (1), en met name de artikelen 16 en 20,

Gezien Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (2), en met name de artikelen 13 en 16,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   CHRONOLOGISCH OVERZICHT

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 (“de definitieve verordening”) (3) heeft de Commissie vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van bepaalde staalproducten (26 staalproductcategorieën) ingesteld. Deze maatregelen behelzen een systeem van tariefcontingenten per productcategorie, die op een dusdanig niveau zijn vastgesteld dat verstoringen van de invoer tot een minimum worden beperkt en traditionele invoerniveaus van handelspartners worden gehandhaafd. Voor invoer die het tariefcontingent overschrijdt, geldt een tarief buiten het contingent van 25 %.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1590 (de “verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek”) (4) heeft de Commissie de maatregelen voor het eerst aan een nieuw onderzoek onderworpen en een reeks correcties aangebracht om deze doeltreffender te maken, waarbij rekening is gehouden met gewijzigde omstandigheden en het belang van de Unie.

(3)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/35 (de “verordening bijzondere bestemming”) (5) heeft de Commissie de correctie die zij eerder had gemaakt met betrekking tot het beheer van het tariefcontingent voor productcategorie 4, ingetrokken, omdat deze in de praktijk onuitvoerbaar bleek.

2.   PROCEDURE VOOR HET TWEEDE NIEUWE ONDERZOEK

(4)

Op grond van artikel 8 van de definitieve verordening kan de Commissie de maatregelen opnieuw onderzoeken in geval van veranderende omstandigheden tijdens de periode dat de maatregelen van kracht zijn.

(5)

Op 14 februari 2020 opende de Commissie met de bekendmaking van een bericht van opening (6) het tweede nieuwe onderzoek van de vrijwaringsmaatregelen, waarin belanghebbenden werden verzocht hun standpunten kenbaar te maken en bewijsmateriaal in te dienen met betrekking tot de vijf gronden voor het nieuwe onderzoek (7).

(6)

Er werd een uit twee fasen bestaande schriftelijke procedure doorlopen waarbij een eerlijke rechtsbedeling werd verzekerd. In de eerste fase ontving de Commissie ongeveer negentig opmerkingen. In de tweede fase werden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om te reageren op de in de eerste fase door andere belanghebbenden gemaakte opmerkingen en ingediende bewijsstukken. De Commissie ontving in de tweede fase meer dan dertig aanvullende opmerkingen.

(7)

De tweede fase van de procedure eindigde op 18 maart 2020, op een moment dat de Unie en andere landen bezig waren met het opleggen van strenge lockdowns en beperkingen om de uitbreiding van de COVID‐19-pandemie te stoppen.

(8)

Teneinde in het nieuwe onderzoek de economische gevolgen mee te nemen van deze onverwachte ontwikkeling die ingrijpende veranderingen teweegbrengt in de omstandigheden waaronder de staalmarkt van de Unie en de huidige vrijwaringsmaatregelen functioneren, kende de Commissie op 30 april 2020 een aanvullende en buitengewone periode voor het indienen van opmerkingen toe, waarin belanghebbenden hun standpunten over de economische gevolgen van de COVID‐19-pandemie voor de staalmarkt kenbaar konden maken.

3.   BEVINDINGEN VAN HET ONDERZOEK

(9)

Na een grondige analyse van alle ontvangen opmerkingen kwam de Commissie tot onderstaande conclusies. De conclusies zijn onderverdeeld in zes punten. De eerste conclusie betreft de economische gevolgen van de COVID‐19-pandemie (punt 3.1). De volgende vijf conclusies (punten 3.2 tot en met 3.6) komen overeen met de vijf gronden voor het nieuwe onderzoek die in het bericht van opening van het tweede nieuwe onderzoek zijn vastgesteld, te weten: A) niveau en toewijzing van tariefcontingenten; B) verdringing van traditionele handelsstromen; C) mogelijke schadelijke gevolgen voor het behalen van de integratiedoelstellingen die met preferentiële handelspartners worden nagestreefd; D) actualisering van de lijst van ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en die op basis van bijgewerkte invoerstatistieken voor 2019 zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de maatregelen, en E) andere wijzigingen van omstandigheden die mogelijk een aanpassing van het niveau of de toewijzing van de tariefcontingenten noodzakelijk maken.

3.1.   Gevolgen van de COVID‐19-pandemie voor de staalmarkt van de Unie en de werking van de huidige vrijwaringsmaatregelen

Opmerkingen van belanghebbenden

(10)

De Commissie ontving ongeveer tweehonderd opmerkingen over de economische gevolgen van de COVID‐19-pandemie en de gevolgen van de pandemie voor de werking van de huidige vrijwaringsmaatregelen. De grote meerderheid daarvan was afkomstig van exporteurs, importeurs, gebruikers en handelaren. Ook meerdere landen van uitvoer, alsook verenigingen van staalproducenten in de Unie (“de bedrijfstak van de Unie”) en downstreamgebruikers van staal, dienden opmerkingen in.

(11)

In het overgrote deel van de opmerkingen werd krachtig bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de bedrijfstak van de Unie om het volume van tariefcontingenten drastisch te verlagen. In deze opmerkingen werd erop gewezen dat dit niet alleen zou neerkomen op een feitelijk verbod op invoer, wat in strijd is met de WTO-regels, maar ook in strijd zou zijn met het belang van de Unie, omdat daarmee het belang zou worden genegeerd van de downstreammarkten, waar een verkleining van de contingenten zeer negatieve gevolgen zou hebben voor activiteiten in verband met staalproductie. Ook wezen meerdere partijen er met klem op dat het aanbrengen van aanvullende veranderingen in het beheer van tariefcontingenten volstrekt ongerechtvaardigd zou zijn en waren zij van mening dat opheffing van het mechanisme voor de overdracht van ongebruikte hoeveelheden van het ene kwartaal naar het volgende, de maatregelen in strijd met de WTO-regels restrictiever zou maken. Veel partijen onderstreepten dat de gevolgen van de COVID‐19-pandemie nog steeds onzeker en moeilijk te voorspellen zijn, en dat die gevolgen ook niet voor elk segment van de staalsector hetzelfde zullen zijn. Enkele partijen stelden derhalve voor om eventuele correcties uit te stellen totdat duidelijk is wat de gevolgen van de pandemie zijn, en waarschuwden ervoor dat een verkleining van de omvang van tariefcontingenten de uitvoering van reeds afgesloten leveringscontracten in gevaar zou brengen.

Standpunt van de Commissie

(12)

Toen de Commissie in oktober 2019 het eerste pakket vrijwaringsmaatregelen van de Unie ten aanzien van de invoer van staalproducten vaststelde, was de prognose voor de staalindustrie dat de vraag naar staal zou afnemen, aangezien de groei van de mondiale economie geleidelijk afnam. Behalve dat het liberaliseringstempo aan deze voorspelde groeidaling moest worden aangepast, verrichtte de Commissie ook andere aanpassingen die erop waren gericht de traditionele handelsstromen te handhaven en te voorkomen dat in een situatie waarin de economische context geleidelijk steeds slechter wordt, bepaalde oorsprongen van uitvoer andere verdringen in het gebruik van de tariefcontingenten die uit hoofde van de maatregelen beschikbaar zijn.

(13)

Op dat moment was niet te voorzien dat enkele maanden later de COVID‐19-pandemie de wereldeconomie in de zwaarste recessie sinds de mondiale financiële crisis van 2008 zou storten. De strenge controles die sinds de uitbraak van de pandemie in het eerste kwartaal van 2020 over de hele wereld door de autoriteiten zijn uitgevaardigd om de ziekte te mitigeren of te onderdrukken, eisen een zware tol. De economische gevolgen van de lockdown- en restrictiemaatregelen zijn hard geweest en hebben zich onmiddellijk doen voelen. De omvang en het abrupte karakter van de economische schok is wat productie, vaste investeringen, ontslagen en vraag betreft, zeer aanzienlijk geweest.

(14)

Volgens Oxford Economics zal het mondiale bbp in de eerste helft van dit jaar met bijna 7 % dalen, bijna twee keer zoveel als tijdens de mondiale financiële crisis, wat volgens het onderzoeksbureau een afspiegeling vormt van de brede herzieningen die in de grote economieën worden doorgevoerd (8). Deze krimp vindt momenteel plaats in alle grote industriële sectoren en orders zijn volledig stilgevallen. In maart 2020 daalde de Global Composite Output Index van J.P.Morgan tot het laagste niveau in 133 maanden (39,4) en was de scherpe maand-op-maanddaling van het samengestelde productie-indexcijfer (6,7 punten) de op een na scherpste daling uit de historie van de reeks (9). “De ernst van de gevolgen kwam nog eens extra tot uitdrukking in de nooit eerder geregistreerde maand-op-maanddalingen van de indexcijfers voor productie (daling van 10,1 punten), nieuwe orders (daling van 9,4), uitstaand werk (daling van 7,3), nieuwe exportorders (daling van 10,4) en toekomstige activiteiten (daling van 13,1).” (10) De mei-uitgave van de nieuwsbrief “IHS Markit Global Sector PMI” bevestigt deze gevolgen en laat voor alle gemonitorde sectoren behalve gezondheidszorg een recorddaling van de productie zien (11).

(15)

Staalproducenten in de Unie voorspellen voor de tweede helft van 2020 een stagnerende vraag, met dalingen in Zuid-Europa van meer dan 60 % en in Noord-Europa van ongeveer 50 %, hoofdzakelijk door een dramatische afname van de vraag in het automobielsegment met ongeveer 80 % als gevolg van een scherpe daling van de verkoop en productie van voertuigen. Dit is in lijn met de bevindingen van Morgan Stanley in een onlangs verschenen rapport over de staalsector (12), waarin wordt opgemerkt dat “de eindmarkten voor staal ernstig verstoord dreigen te raken nu de vraag naar automobielen (goed voor 18 % van de vraag naar staal in de Unie) in maart jaar-op-jaar met 40‐85 % scherp is gedaald, terwijl de segmenten bouw, olie en gas en lucht- en ruimtevaart eveneens met zware tegenwind kampen”. Bovengenoemde voorspelling van een blijvende afname van de vraag naar staal is aannemelijk en wordt ondersteund door de ontwikkeling van de voor seizoensinvloeden gecorrigeerde Global Steel Users PMI, een samengestelde indicator die een accuraat overzicht geeft van de bedrijfsomstandigheden bij fabrikanten die als grote staalgebruikers in kaart zijn gebracht. Deze indicator daalde van 49,3 in maart naar 43,7 in april, het laagste niveau in 133 maanden, voornamelijk door de stagnerende vraag op zowel binnenlandse als exportmarkten, waarbij laatstgenoemde de snelste vraagdaling sinds eind 2008 laten zien (13).

(16)

De ernstige economische schade die hieruit voortvloeit, zal in de eerste helft van 2020 door ondernemingen en landen worden geregistreerd. Een eventuele trendwijziging kan pas aan het einde van het tweede kwartaal worden verwacht, wanneer de economische activiteiten wellicht in een zeer klein aantal landen weer aantrekken. In “Economische voorjaarsprognoses 2020” voorspelt de Commissie een diepe en ongelijke recessie en een onzeker herstel. Het werkloosheidspercentage in de Unie zou stijgen van 6,7 % in 2019 tot 9 % in 2020 en vervolgens dalen tot ongeveer 8 % in 2021 (14).

(17)

De economische prognoses voor het restant van de looptijd van de vrijwaringsmaatregelen, die eindigt op 30 juni 2021, zijn somber. In “Economische voorjaarsprognoses 2020” voorspelt de Europese Commissie ook dat de economie van de Unie in 2020 met 7,5 % zal krimpen en in 2021 met ongeveer 6 % zal groeien. Vandaar dat niet wordt verwacht dat de economie van de Unie de als gevolg van de crisis geleden verliezen eind 2021 volledig zal hebben goedgemaakt. De investeringen zullen getemperd blijven en de arbeidsmarkt zal tegen die tijd nog niet volledig zijn hersteld (15). De groeiprognoses van de Commissie voor de Unie en de eurozone zijn in vergelijking met de economische najaarsprognoses voor 2019 neerwaarts herzien met ongeveer negen procentpunt.

(18)

Desalniettemin valt de ernst van de enorme economische neveneffecten van de COVID‐19-pandemie in dit stadium nog moeilijk te voorspellen. Oxford Economics merkt dan ook op dat “de belangrijkste onzekerheid op dit moment niet de omvang van de dalingen in de tweede helft van 2020 is, maar de snelheid en het tijdstip van het daaropvolgende herstel” (16). In een recente onzekerheidsanalyse merkt IHS Markit op dat de onzekerheid omhoog schiet tot niveaus van een algemene financiële crisis en beschrijft deze leverancier van informatiediensten hoe “bedrijven nu angstiger dan ooit zijn voor een recessie en merendeels verwachten dat de economische neergang het hele komende jaar zal aanhouden” (17).

(19)

Hoewel landen medio mei 2020 zijn begonnen met het ten uitvoer leggen van exitstrategieën voor de meest ingrijpende maatregelen voor het beheersen van de pandemie, zijn er nog steeds veel onzekerheden over het herstel. Ten eerste valt in deze fase nog moeilijk duidelijk te bepalen wat de omvang van de schade aan de nationale industrieën en de binnenlandse en internationale toeleveringsketens is. Ten tweede kan niet worden uitgesloten dat de geleidelijke vermindering van controles ertoe zal leiden dat later in het jaar nieuwe uitbraken van het virus volgen, wat op zijn beurt kan leiden tot opeenvolgende lockdowns en het steeds opnieuw moeten instellen van restrictiemaatregelen. Een dergelijke “stop-and-go”-aanpak zou het herstel in de kiem kunnen smoren en nog meer blijvende schade kunnen aanrichten.

(20)

In het licht van de voorgaande analyse constateert de Commissie dat de economische schok die de COVID‐19-pandemie heeft veroorzaakt, een diepgaande en uitzonderlijke verandering van omstandigheden vormt, die ingrijpende gevolgen heeft voor de werking van de staalmarkt binnen de Unie en wereldwijd. Daarom acht de Commissie het noodzakelijk om bij het vormgeven van correcties in het kader van het tweede nieuwe onderzoek van de vrijwaringsmaatregelen zorgvuldig rekening te houden met de economische gevolgen van de COVID‐19-pandemie.

(21)

Zoals eerder is uiteengezet, heeft de Commissie in het kader van het eerste nieuwe onderzoek van de vrijwaringsmaatregelen — als reactie op een reeds waargenomen neergang in de staalmarkt, die indruiste tegen de verwachtingen zoals die bestonden op het moment dat de definitieve maatregelen werden vastgesteld — correcties aangebracht voor het verhelpen van beperkte verdringingseffecten die in het eerste jaar van de maatregelen werden waargenomen. Zonder aanvullende correcties zullen die effecten in de huidige economische context verder verergeren.

(22)

Terwijl de economische schok die door de pandemie wordt veroorzaakt, relatief symmetrisch van aard is — in de zin dat alle landen in de wereld worden geraakt door een abrupte en zeer significante productie- en vraagdaling — zal het herstel in 2021 waarschijnlijk asymmetrisch verlopen. Dit zal niet alleen afhangen van de ontwikkeling van de pandemie in de afzonderlijke landen, maar ook van de structuur van de nationale economieën en het vermogen van de landen om een adequaat herstelbeleid te voeren.

(23)

In de huidige situatie van een scherpe daling van de vraag en de daaropvolgende drastische vermindering van de afzet van nagenoeg alle categorieën staalproducten, in combinatie met zeer onzekere toekomstverwachtingen en waarschijnlijk grote geografische asymmetrieën in de snelheid en het tijdstip van het herstel, is het aannemelijk (18) dat op het moment dat de productieactiviteit na de pandemie weer wordt hervat, het commercieel gedrag van sommige exporteurs van staal naar de Unie nog agressiever zal worden in een poging om ten koste van andere marktdeelnemers “de markt leeg te maken”.

(24)

Meer in het bijzonder kan in redelijkheid worden verwacht (19) dat sommige exporteurs — met name in geografische gebieden waar de activiteiten in vergelijking met andere gebieden eerder worden hervat — de afzet op de markt van de Unie krachtiger frontloaden dan in het verleden is gebeurd, om eerst zo snel mogelijk de landspecifieke contingenten uit te putten en dan gereed te zijn om onmiddellijk gebruik te maken van de residuele contingenten wanneer deze beschikbaar komen.

(25)

Dit opportunistische gedrag van exporteurs van bepaalde oorsprongen brengt meer dan ooit het risico van verdringing van andere marktdeelnemers met zich mee, en ook het risico dat deze exporteurs zich op onrechtmatige wijze marktaandelen toe-eigenen die onder normale omstandigheden zouden toevallen aan exporteurs uit andere traditionele handelsstroomgebieden of binnenlandse producenten. Dit is een reëel risico, omdat exporteurs wanhopig zullen proberen om grotere aandelen te verwerven in een kleinere markt, teneinde absolute afzetverliezen goed te maken die een gevolg zijn van de achtergebleven vraag.

(26)

Behalve dat bovengenoemd opportunistisch gedrag, waarbij traditionele handelsstromen en binnenlandse productie op onrechtmatige wijze worden verdrongen, het streven van handhaving van traditionele handelsstromen, wat oorsprong betreft, in gevaar brengt, kan het ook zeer ernstige onevenwichtigheden op de staalmarkt van de Unie veroorzaken, wat uiteindelijk de corrigerende werking van de oorspronkelijke vrijwaringsmaatregelen, in termen van bescherming tegen een nieuwe abrupte stijging van de invoer, zou ondergraven.

(27)

Teneinde onder deze omstandigheden voor alle leveranciers, zowel de binnenlandse industrie als exporteurs, een ordelijke terugkeer naar de markt te garanderen, en ongewenst opportunistisch gedrag tot een minimum te beperken, acht de Commissie het noodzakelijk om twee algemene correcties door te voeren met betrekking tot het beheer van de tariefcontingenten. De eerste is om de landspecifieke contingenten, in plaats van op jaarbasis, op kwartaalbasis te beheren. Deze correctie zorgt voor het restant van de looptijd van de maatregelen voor een stabielere invoerstroom en beperkt het risico van ongewenste invoerstijgingen tot een minimum, terwijl de totale volumes per productcategorie gehandhaafd blijven. De tweede aanvullende correctie is het invoeren van een verfijnde regeling voor de toegang van landen met landspecifieke contingenten tot de residuele contingenten. Door deze aanpassing wordt in voorkomend geval het gebruik van het residuele contingent beperkt tot de kleinere landen van uitvoer die onder dit globale deel van de tariefcontingenten vallen, en wordt het risico dat zij door exporteurs met landspecifieke contingenten worden verdrongen, tot een minimum beperkt. Deze twee correcties worden verder uitgewerkt in respectievelijk punt 3.2 en punt 3.3.

3.2.   Niveau en toewijzing van tariefcontingenten

(28)

Onder dit punt heeft de Commissie beoordeeld of het huidige niveau en de huidige toewijzing van de tariefcontingenten, waaronder het beheer van de contingenten, aangepast moeten worden. Zoals aangegeven in het bericht van opening, heeft de Commissie bij haar beoordeling behalve aan de door belanghebbenden ingediende opmerkingen en bewijsstukken ook bijzondere aandacht besteed aan de ontwikkeling van het gebruik van de tariefcontingenten gedurende het tweede jaar van de maatregelen (20). Dit gebruik was voor alle 26 productcategorieën het voorwerp van dagelijkse monitoring.

Opmerkingen van belanghebbenden

(29)

De meeste belanghebbenden hebben opmerkingen ingediend over dit onderdeel van het nieuwe onderzoek. Velen van hen — met name producenten-exporteurs, regeringen van derde landen, gebruikers en importeurs — verzochten hetzij om een vergroting van de omvang van de tariefcontingenten, hetzij om een ander systeem van toewijzing voor de productcategorieën die hen aangingen. Hieronder vielen ook verzoeken om wijziging van het referentietijdvak voor het berekenen van de omvang van de contingenten om zo te profiteren van een hoger contingent. Enkele belanghebbenden vroegen de Commissie om wijziging van de grondslag voor toewijzing van een landspecifiek contingent, hetzij door verhoging of door verlaging van de huidige drempel van 5 %.

(30)

De bedrijfstak van de Unie pleitte juist voor een aantal correcties in de tegenovergestelde richting. De bedrijfstak van de Unie verzocht met name om de tariefcontingenten op kwartaalbasis toe te wijzen en ongebruikte hoeveelheden niet van het ene kwartaal naar het volgende over te dragen. In het kader van de buitengewone heropening van de schriftelijke fase van de procedure voor het ontvangen van opmerkingen over de economische gevolgen van de COVID‐19-pandemie, vroeg de bedrijfstak van de Unie om verkleining van de omvang van de tariefcontingenten met wel 75 % om zich in te dekken tegen de verwoestende economische gevolgen van de pandemie. Veel belanghebbenden maakten krachtig bezwaar tegen dit verzoek met als argument dat het onverenigbaar was met de WTO-regels en ongewenste gevolgen voor de downstream-industrie in de Unie zou hebben.

Standpunt van de Commissie

(31)

De Commissie merkt op dat zelfs in het laatste kwartaal van het tweede jaar van de maatregelen (gegevens zijn geanalyseerd tot 15 mei 2020) het totale volume van de tariefcontingenten grotendeels onbenut bleef (21), waarbij voor elke productcategorie contingenten beschikbaar waren. Gezien het tempo waarin de contingenten zijn benut en de waargenomen trend in het gebruik ervan nadat al meer dan driekwart van de periode is verstreken, en ook gelet op de heersende economische context van stagnerende groei die in punt 3.1 is beschreven, acht de Commissie het zeer onwaarschijnlijk dat het gebruik van de contingenten in het restant van het laatste kwartaal zal versnellen. Integendeel, de meest recente cijfers over de invoertrend en de meest recente vraagprognoses duiden erop dat het tempo van de invoer aan het einde van de periode — 30 juni 2020 — nog verder kan zijn afgenomen. Zelfs in het eerste jaar van de maatregelen, toen de situatie op de markt vergeleken met de huidige situatie stabieler was en de vraag duurzaam, bleef ongeveer 3,2 miljoen ton van de rechtenvrije contingenten onbenut (22) (zie overweging 15 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek).

(32)

Tegen deze achtergrond acht de Commissie de omvang van de geldende tariefcontingenten niet dusdanig groot dat daarmee de handelsstromen gedurende het tweede jaar van de maatregelen buitensporig werden beperkt, maar dat die omvang een niveau van invoer mogelijk maakte dat in verhouding stond tot de behoeften van de markt van de Unie.

(33)

In reactie op de verzoeken om een vergroting van de omvang van de contingenten, merkt de Commissie op dat uit de door belanghebbenden ingediende informatie en bewijsstukken niet blijkt dat de vraag op de staalmarkt van de Unie dermate zal stijgen dat de werkelijk beschikbare contingenten een tekort aan de aanbodzijde zullen veroorzaken. Zoals gedetailleerd beschreven in punt 3.1 lijkt het tegendeel het geval en duidt de trend juist op een ontwikkeling in de tegenovergestelde richting. Tot slot merkt de Commissie ook op dat het referentietijdvak dat voor het berekenen van de tariefcontingenten wordt gebruikt, al bij de definitieve verordening werd vastgesteld en bijgevolg vanaf het begin een van de pijlers bij het opstellen van de maatregelen vormt, en dat de reikwijdte van het nieuwe onderzoek zich niet uitstrekt tot substantiële wijzigingen van de basisstructuur van de maatregelen. Het onderzoek heeft veeleer tot doel om vast te stellen of specifieke correcties in het beheer van de tariefcontingenten nodig zijn. Bijgevolg wijst de Commissie genoemde verzoeken af.

(34)

Niettegenstaande het bovenstaande acht de Commissie het noodzakelijk om het beheer van de contingenten op bepaalde punten te corrigeren en te verfijnen, teneinde het aan te passen aan de ontwikkeling van de markt en een goede werking van de vrijwaringsmaatregelen te verzekeren. Het betreft zowel horizontale correcties als correcties die specifiek betrekking hebben op bepaalde productcategorieën.

3.2.1.   Horizontale correctie: beheer van alle landspecifieke contingenten op kwartaalbasis

(35)

Uit het nieuwe onderzoek is gebleken dat het uitvoergedrag van meerdere landen ook gedurende het tweede jaar van de maatregelen voor talrijke productcategorieën onverminderd agressief bleef. Deze landen putten verschillende (of de meeste) van hun jaarlijkse landspecifieke contingenten abnormaal snel uit (in sommige gevallen al binnen enkele maanden na het begin van de periode). In één geval werd een jaarlijks landspecifiek contingent al op de allereerste dag van het tweede jaar van de maatregelen uitgeput.

(36)

Dit gedrag veroorzaakte voor de betreffende productcategorieën een situatie waarin een onevenredig hoge instroom van invoer werd geconcentreerd in een vrij vroeg stadium van de jaarlijkse periode. |Deze instroom verminderde vervolgens tot het begin van het laatste kwartaal van de periode, toen de invoer opnieuw piekte. Deze nieuwe piek viel samen met het moment dat landen met een landspecifiek contingent gebruik mochten gaan maken van de beschikbare residuele rechtenvrije contingenten. De Commissie is van mening dat dit gedrag belangrijke onevenwichtigheden veroorzaakt en een soepele werking van de markt verhindert.

(37)

In een situatie van extreme onzekerheid, een scherpe daling van de vraag en de daaropvolgende drastische vermindering van de afzet die nagenoeg alle categorieën staalproducten raakt, een situatie die in punt 3.1 gedetailleerd is beschreven, acht de Commissie het zeer waarschijnlijk dat bovenbeschreven uitsluitingsgedrag verder zal verergeren. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden zullen exporteurs zich jegens concurrenten zeer agressief en opportunistisch gedragen om afzetverliezen goed te maken. Bij dit opportunistisch gedrag kan in redelijkheid worden verwacht dat exporteurs in de sterkste landen van uitvoer zullen proberen hun afzet te frontloaden om de “markt leeg te maken”. Dergelijk opportunistisch commercieel gedrag is het belangrijkste gevaar voor een adequate werking van de vrijwaringsmaatregelen, omdat het zeer ernstige marktverstoringen teweegbrengt en zonder corrigerende maatregelen kan leiden tot een ongewenste verdringing van traditionele handelsstromen, waardoor het nuttig effect van de geldende vrijwaringsmaatregelen teniet zouden worden gedaan.

(38)

Sinds de instelling van de definitieve maatregelen worden de landspecifieke contingenten op jaarbasis toegewezen — dat wil zeggen: de onderliggende volumes worden aan het begin van elke jaarlijkse periode in hun geheel aan exporteurs beschikbaar gesteld, zonder tijdrestricties voor het gebruik ervan binnen een bepaalde periode — terwijl residuele contingenten op kwartaalbasis worden toegewezen. De invoering van tijdrestricties leek op het moment dat de maatregelen werden ingesteld, een onnodige en hinderlijke administratieve last die de normale marktwerking belemmerde.

(39)

Naar aanleiding van het nieuwe onderzoek acht de Commissie de huidige jaarlijkse toewijzing van de landspecifieke contingenten echter geen doeltreffend systeem voor het voorkomen van bovengenoemde verstoringen van de staalmarkt van de Unie, die door het verwachte opportunistische gedrag van sommige exporteurs nog zouden verergeren. Deze verstoringen druisen niet alleen in tegen de belangen van de meerderheid van de landen van uitvoer, maar zouden ook zeer negatieve gevolgen hebben voor de economische situatie van de staalmarkt van de Unie, en zo de doeltreffendheid van de maatregelen ondergraven.

(40)

De Commissie heeft bijgevolg besloten dat de landspecifieke contingenten eveneens op kwartaalbasis zullen worden toegewezen. Deze correctie zal ervoor zorgen dat gedurende de volgende periode van de maatregelen — dat wil zeggen: de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 — sprake is van een stabielere instroom van invoer en het bestaande zeer grote risico dat het opportunistische gedrag van exporteurs indruist tegen de legitieme belangen van andere marktdeelnemers, tot een minimum beperken.

(41)

Deze correctie zal een positief stabiliserend effect op de markt hebben, omdat hiermee massale voorraadvorming aan het begin van een periode wordt voorkomen, een praktijk die in het verleden al voor verschillende productcategorieën is vastgesteld. Wanneer de vraag zich weer herstelt, zullen producenten in zowel de Unie als in derde landen waarvan het operationeel vermogen tijdens de COVID‐19-pandemie aanzienlijk is beperkt en die in vergelijking met andere producenten na de lockdown relatief laat toestemming hebben kregen om hun bedrijfsactiviteiten weer te hervatten, door de correctie op een meer gelijk speelveld kunnen concurreren.

(42)

Tot slot ziet de Commissie geen enkele reden om te stoppen met de overdracht van ongebruikte hoeveelheden van op kwartaalbasis toegewezen contingenten van het ene kwartaal naar het volgende, mits het gaat om kwartalen van dezelfde periode. Door handhaving van de overdrachtmechanismen kan het gebruik van de tariefcontingenten gedurende het jaar worden aangepast aan de vraagontwikkeling zonder dat ongewenste marktverstoringen ontstaan.

3.2.2.   Specifieke correcties met betrekking tot individuele productcategorieën

a)   Categorie 1 (Warmgewalste platte producten)

(43)

Zoals uiteengezet in overweging 149 van de definitieve verordening en de overwegingen 17 tot en met 19 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek, was op deze productcategorie alleen een globaal tariefcontingent van toepassing. Dit systeem is een uitzondering op het systeem dat in de regel de voorkeur heeft en voor bijna alle andere productcategorieën wordt toegepast en dat bestaat uit een combinatie van landspecifieke contingenten voor de grootste traditionele leveranciers en residuele contingenten voor de rest.

Opmerkingen van belanghebbenden

(44)

Met betrekking tot deze productcategorie hebben meerdere belanghebbenden verzocht om het plafond van 30 % dat per land van oorsprong is ingesteld, te verlagen tot 20 %, terwijl andere belanghebbenden ervoor hebben gepleit om het plafond helemaal af te schaffen en terug te gaan naar de situatie van vóór het eerste nieuwe onderzoek.

Standpunt van de Commissie

(45)

Het nieuwe onderzoek heeft een aantal ontwikkelingen aan het licht gebracht op basis waarvan de Commissie een aanpassing van het beheer van het contingent voor deze productcategorie noodzakelijk acht. In de eerste plaats bevestigt het onderzoek dat het gebruik van het contingent voor deze categorie gedurende de hele periode constant scherp is gedaald (zie grafiek 1), waarbij in het tweede en derde kwartaal van het tweede jaar van de maatregelen een gemiddeld gebruik van 54 % werd bereikt (23).

Image 1

(46)

Aan het einde van het derde kwartaal van het tweede jaar van de maatregelen bedroeg het sinds het begin van het jaar gecumuleerde ongebruikte contingent meer dan 1,5 miljoen ton (zie grafiek 2). Bovendien laten de gegevens die voor de periode tot medio mei 2020 beschikbaar zijn, nog een veel dramatischere daling van de invoercijfers voor deze productcategorie zien, met een gebruik van slechts 16 % van het contingent. Dit betekent dat slechts zes weken voor het einde van het kwartaal meer dan 3 miljoen ton van het contingent nog niet was gebruikt. De trend in de invoer van producten uit deze categorie, die goed is voor ongeveer één derde van de historische invoerhoeveelheden voor de 26 productcategorieën waarop vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn, is een belangrijke indicator voor de huidige scherpe neerwaartse trend in de vraag op de staalmarkt van de EU.

Image 2

(47)

De Commissie merkt verder op deze substantiële daling in het gebruik van het contingent plaatsvond in een periode waarin de gevolgen van de COVID‐19-pandemie nog niet merkbaar waren. Het is bijgevolg zeer onwaarschijnlijk dat een eventueel herstel van de vraag in de Unie in de loop van het derde jaar van de maatregelen, van een dusdanige omvang zal zijn dat het contingent voor deze productcategorie uiteindelijk volledig of in zeer grote mate zal worden benut.

(48)

Tegen deze achtergrond concludeert de Commissie dat het risico van een tekort aan de aanbodzijde dat zij onder de definitieve maatregelen met de globalisering van het contingent probeerde te voorkomen, onder de huidige omstandigheden niet meer bestaat. De Commissie heeft dienovereenkomstig besloten om het contingent voor deze productcategorie niet langer te beheren volgens de uitzonderlijke methode van globaal beheer, maar het standaardsysteem toe te passen, dat bestaat uit een combinatie van landspecifieke en residuele contingenten en voor bijna alle andere productcategorieën wordt toegepast.

(49)

Vandaar dat de tariefcontingenten voor productcategorie 1 per 1 juli 2020 zullen bestaan uit landspecifieke contingenten voor landen die in het relevante referentietijdvak 2015‐2017 (24) goed waren voor ten minste 5 % van de invoer in deze categorie, en een residueel globaal contingent voor de rest. Zoals uiteengezet in punt 3.2.1, zal dit contingent op kwartaalbasis worden toegewezen. Desalniettemin zal voor het gebruik van het residuele contingent in het vierde kwartaal het plafond van 30 % per land van uitvoer blijven gelden, teneinde verdringingseffecten te voorkomen (25).

(50)

De Commissie blijft van mening dat het standaardsysteem van tariefcontingenten waarbij landspecifieke en residuele contingenten worden gecombineerd, het meest geschikte systeem is om het behoud van de traditionele handelsstromen, zowel wat volume als wat oorsprong betreft, te waarborgen (26). Het is derhalve in het algemeen belang van de Unie om het standaardsysteem ook voor deze productiecategorie toe te passen zodra is voldaan aan de voorwaarden hiervoor.

b)   Categorie 8 (Warmgewalste platen en banden van roestvrij staal)

(51)

De Commissie heeft sinds het vorige nieuwe onderzoek vastgesteld dat er enkele belangrijke veranderingen hebben plaatsgevonden die gevolgen hebben voor deze categorie. Ten eerste heeft de Commissie op 8 april 2020 antidumpingmaatregelen ingesteld ten aanzien van de invoer van producten uit deze categorie van oorsprong uit de Volksrepubliek China, Indonesië en Taiwan (27). Ten tweede heeft de Commissie bevestigd dat voortdurend sprake is van een zeer laag gebruik van het aan de Verenigde Staten toegewezen contingent (28). Als gevolg hiervan zijn momenteel vier van de vijf grootste landen van uitvoer voor deze productcategorie onderworpen aan verschillende handelsmaatregelen. Vandaar dat verwacht wordt dat deze landen hun uitvoer naar de Unie niet langer op het historische niveau zullen handhaven.

Opmerkingen van belanghebbenden

(52)

Enkele belanghebbenden hebben de Commissie gevraagd om voor deze categorie een plafond in te stellen voor het gebruik van het residuele contingent. Andere belanghebbenden hebben de Commissie gevraagd om de volumes van landspecifieke contingenten die maar zeer weinig worden gebruikt, naar de residuele contingenten over te dragen.

Standpunt van de Commissie

(53)

Op basis van de in overweging 51 beschreven veranderde omstandigheden, die het risico met zich meebrengen dat voor deze productcategorie een tekort aan de aanbodzijde van de markt van de Unie ontstaat, en in lijn met de aanpak die sinds de vaststelling van de definitieve maatregelen voor andere productcategorieën is gevolgd, concludeert de Commissie dat het in het belang van de Unie is om de volumes van de landspecifieke contingenten van alle landen die aan verschillende soorten handelsbeschermende maatregelen zijn onderworpen (29), over te dragen naar het residuele contingent. Deze correctie zorgt ervoor dat de huidige maatregelen geen gevolgen zullen hebben voor traditionele handelsvolumes en gebruikers in de Unie voldoende flexibiliteit hebben om zo nodig van leverancier te veranderen.

(54)

Bijgevolg wordt het tariefcontingent voor productcategorie 8 per 1 juli 2020 een globaal contingent, dat wordt toegewezen op kwartaalbasis.

c)   Categorie 25 (Grote gelaste buizen)

(55)

De Commissie herinnert aan de rationale voor het globaliseren van dit tariefcontingent en verwijst naar de in overwegingen 54 tot en met 59 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek gegeven toelichting.

Opmerkingen van belanghebbenden

(56)

Bepaalde belanghebbenden hebben verzocht om wijzigingen in deze categorie. Er is met name gevraagd om over te gaan op een systeem dat uit een combinatie van landspecifieke en residuele contingenten bestaat. Verder hebben enkele partijen gevraagd om het contingent voor deze productcategorie op te splitsen in twee subcategorieën, teneinde beter rekening te kunnen houden met de specifieke kenmerken van de producten die in deze categorie vallen.

Standpunt van de Commissie

(57)

De Commissie heeft tijdens de analyse die in het kader van dit nieuwe onderzoek is uitgevoerd, voor deze categorie een vrij abnormaal patroon van invoerstromen (30) waargenomen (op basis van een reeks gegevens die op het moment van het eerste nieuwe onderzoek niet beschikbaar waren), die qua volume en oorsprong aanzienlijk verschillen van de traditionele handelsstromen en onevenwichtigheden op de markt van de Unie zouden kunnen veroorzaken.

(58)

De Commissie merkt op dat meer dan 70 % van het totale volume van het tariefcontingent voor deze productcategorie gereserveerd is voor traditionele handelsstromen van producttypen die voornamelijk in grote bouwprojecten worden gebruikt. Het werkelijke gebruik van dit contingent laat echter zien dat bepaalde landen het gebruiken voor de uitvoer van producttypen die niet in grote bouwprojecten worden gebruikt en in hoeveelheden die de traditionele handelsvolumes van die landen in toenemende mate ruim overschrijden (in enkele gevallen was sprake van een tienvoudige stijging), wat ten koste gaat van andere marktpartijen, waartoe zowel binnenlandse producenten als landen van uitvoer behoren. Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat het huidige systeem voor het beheer van het tariefcontingent heeft geleid tot ongewenste verdringing.

(59)

Zonder aanpassing bestaat het risico dat indien in de loop van het derde jaar van de maatregelen specifieke buizen nodig zijn voor grote bouwprojecten, onvoldoende contingent voor deze speciale buizen kan worden verworven omdat de invoer ervan door andere invoer wordt verdrongen.

(60)

Dienovereenkomstig acht de Commissie een correctie op de huidige opzet van het contingent noodzakelijk om bovengenoemde ongewenste onevenwichtigheid te voorkomen. De meeste geschikte manier voor een doeltreffende aanpak van bovengenoemde situatie is het opsplitsen van deze categorie in twee subcategorieën: het eerste subcontingent (categorie 25A) zou dan de GN-codes voor producten bevatten die normaal gesproken in grote bouwprojecten worden gebruikt (31), en het tweede subcontingent (categorie 25B) de overige GN-codes voor producten die niet in dergelijke projecten worden gebruikt (32). Deze splitsing is eenvoudig en lijkt de douaneautoriteiten geen onevenredige lasten op te leggen.

(61)

Wat het beheer van deze subcategorieën betreft, zal het contingent voor productcategorie 25A bestaan uit een enkel globaal contingent, teneinde alle potentiële inschrijvers op grootschalige projecten gelijke kansen te bieden, zoals beschreven in de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek (33). Het contingent voor productcategorie 25B zal bestaan uit landspecifieke contingenten voor landen die in het referentietijdvak 2015‐2017 een aandeel in de invoer van de Unie van gemiddeld ten minste 5 % hadden, en een residueel contingent voor de rest.

(62)

De Commissie is van mening dat de opsplitsing van het contingent voor deze productcategorie in twee subcontingenten meer in overeenstemming is met de traditionele invoerstromen van de twee subcategorieën van buizen en op die manier zorgt voor een eerlijkere verdeling van het contingent. De opsplitsing zorgt ervoor dat voor het restant van de looptijd van de maatregelen, voor grootschalige bouwprojecten in de Unie de noodzakelijke volumes van deze buizen beschikbaar zullen zijn, die anders verdrongen zouden worden door andere producttypen. Een dergelijke onevenwichtigheid druist in tegen de belangen van de Unie en tegen de doelstelling om onder de vrijwaringsmaatregelen zo veel mogelijk traditionele handelsstromen te handhaven, zowel wat volume als wat oorsprong betreft.

d)   Categorie 4B (Metallisch beklede bladen die voornamelijk in de automobielindustrie worden gebruikt)

(63)

In overweging 8 van de verordening bijzondere bestemming merkt de Commissie op, dat “[zij] van mening [blijft] dat in het belang van de Unie in een latere fase een specifiek mechanisme, hetzij de regeling bijzondere bestemming (zodra de uitvoeringsproblemen zijn opgelost), hetzij een alternatief systeem van welke aard dan ook, noodzakelijk kan zijn om de invoer van staalsoorten voor de automobielsector in het kader van productcategorie 4B af te schermen. Deze aspecten zullen daarom in het kader van een toekomstig nieuw onderzoek opnieuw worden beoordeeld op basis van de opmerkingen en voorstellen van de belanghebbenden alsmede van andere ontwikkelingen die deze productcategorie betreffen”.

(64)

Dienovereenkomstig heeft de Commissie de ontvangen opmerkingen zorgvuldig geanalyseerd op de aanwezigheid van eventuele voorstellen voor een specifiek mechanisme voor deze productcategorie.

Opmerkingen van belanghebbenden

(65)

Belanghebbenden die met betrekking tot deze categorie opmerkingen hebben gemaakt, zijn het er in het algemeen over eens dat het belangrijk is dat de noodzakelijke invoerhoeveelheden van staal dat bestemd is voor gebruik in de automobielindustrie, gehandhaafd blijven. Daartoe zijn verschillende verzoeken ingediend. Enkele belanghebbenden vroegen om een systeem waarbij ingevoerde producten bestemd voor gebruik in de automobielindustrie in kaart worden gebracht door middel van een “zelfverklaring” of alleen toestemming te verlenen voor het in het vrije verkeer brengen na overlegging van een “document van binnenkomst” dat is afgegeven door een door de lidstaten aangewezen bevoegde autoriteit en op basis van een daartoe strekkend verzoek van een importeur in de Unie. Belanghebbenden vroegen ook om toewijzing van ongebruikte hoeveelheden van het contingent van categorie 4A aan categorie 4B en om voor het laatste kwartaal van een periode een plafond van 30 % in te stellen, teneinde te voorkomen dat staalsoorten die niet voor gebruik in de automobielindustrie zijn bestemd, een deel van het contingent blijven opmaken en zo voor de automobielindustrie bestemde staalsoorten verdringen. Tot slot hebben enkele belanghebbenden de Commissie gevraagd om met een alternatief voor de regeling bijzondere bestemming te komen, maar dat wel hetzelfde doel dient, en zelfs om de regeling bijzondere bestemming weer in te voeren, terwijl andere belanghebbenden faliekant tegen herinvoering van de regeling zijn.

Analyse van de Commissie

(66)

Ten eerste is de Commissie nog steeds van opvatting dat het wenselijk is om te zoeken naar uitvoerbare alternatieven om de invoer van staal bestemd voor de automobielindustrie in het kader van productcategorie 4B verder af te schermen. In die geest heeft de Commissie de ontvangen voorstellen zorgvuldig beoordeeld en is zij tot de volgende conclusies gekomen.

(67)

Zoals in detail is beschreven in de verordening bijzondere bestemming, verliep de uitvoering van de regeling bijzondere bestemming niet als verwacht. De Commissie is uit niets gebleken dat de omstandigheden die hebben geleid tot intrekking van de regeling, zijn veranderd, zodat herinvoering van eenzelfde regeling geen doeltreffende oplossing zou zijn. De Commissie acht herinvoering van de regeling bijzondere bestemming bijgevolg niet aangewezen.

(68)

De Commissie merkt ook op dat geen van de voorstellen noemenswaardige bijval van de betrokken belanghebbenden in de lidstaten kreeg, hoewel de mogelijkheid bestond om te reageren op de opmerkingen van anderen. De Commissie brengt in herinnering dat, afgaande op de ervaringen met de regeling bijzondere bestemming, het voor de uitvoering en levensvatbaarheid van een doeltreffende alternatieve regeling in deze productcategorie van fundamenteel belang is dat alle deelnemers in de complexe toeleveringsketen van de automobielindustrie zich ondubbelzinnig verbinden tot samenwerking over de grenzen van de lidstaten heen. De Commissie concludeert derhalve dat geen van de voorgestelde alternatieve regelingen voor afscherming de steun van een meerderheid van de deelnemers lijkt te hebben en bijgevolg geen van de voorstellen kans van slagen heeft.

(69)

Dienovereenkomstig heeft de Commissie besloten om geen nieuwe specifieke regeling voor deze productcategorie in te voeren en te voorkomen dat de zeer negatieve effecten van een gebrek aan voldoende ondersteuning zich opnieuw voordoen.

(70)

De Commissie benadrukt met genoegen dat gebleken is dat het verkrijgen van een vergunning bijzondere bestemming haalbaar is als alle relevante belanghebbenden doeltreffend samenwerken. De Commissie verwijst naar de specifieke situatie van een belanghebbende die eind april 2020 van de autoriteiten van een EU-lidstaat een vergunning bijzondere bestemming heeft gekregen. Helaas kan de Commissie niet effectief een specifiek systeem voor het beheer van het contingent ten uitvoer leggen als het slechts voor een enkele onderneming geldt.

(71)

Ten tweede heeft de Commissie bij het analyseren van het gebruik van het contingent voor categorie 4B geconstateerd dat toen in het vierde kwartaal, op 1 april 2020, het residuele contingent werd opengesteld, een massale instroom van invoer op de markt van de Unie plaatsvond, waardoor het aanvankelijk beschikbare residuele contingent snel werd uitgeput. Deze situatie is vergelijkbaar met die van 1 juli 2019, toen de nieuwe contingenten voor het tweede jaar van de maatregelen werden opengesteld en een jaarlijks landspecifiek contingent binnen één dag was uitgeput. In dit verband werd de Commissie er opnieuw door verschillende belanghebbenden voor gewaarschuwd dat de meeste van deze volumes niet bij de automobielindustrie van de Unie terechtkomen. De Commissie merkt op dat de opmerkingen die in dit verband zijn gemaakt, door geen van de andere belanghebbenden zijn betwist. Verder brengt de Commissie in herinnering dat zij momenteel onderzoek doet naar de ontwijking van antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van deze productcategorie uit de VRC. Aanleiding voor dit onderzoek zijn met voldoende bewijzen gestaafde beweringen ingevolge waarvan producten die onder categorie 4B worden ingevoerd, in werkelijkheid in een andere categorie vallen.

(72)

Bijgevolg acht de Commissie een correctie noodzakelijk om te voorkomen dat ongebruikelijk grote hoeveelheden van niet voor de automobielindustrie bestemde staalsoorten van categorie 4 de traditionele aanvoerstromen naar de automobielindustrie van de Unie op onrechtmatige wijze blijven verdringen. Deze correctie wordt uitgewerkt in punt 3.2.3.

3.2.3.   Verdringing van traditionele handelsstromen

(73)

In overweging 150 van de definitieve verordening verklaarde de Commissie dat landen die hun landspecifieke contingent hadden uitgeput, in het laatste kwartaal van een periode toegang zouden krijgen tot het residuele contingent. Een dergelijke regeling moest voorkomen dat het residuele tariefcontingent deels ongebruikt zou blijven. In de overwegingen 85 tot en met 98 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek, beoordeelde de Commissie de werking van de regeling: zij stelde bepaalde verdringingseffecten vast en corrigeerde dienovereenkomstig de werking van de regeling voor twee productcategorieën (34).

Opmerkingen van belanghebbenden

(74)

In het kader van het onderhavige nieuwe onderzoek hebben veel belanghebbenden opmerkingen ingediend over de vermeende verdringingseffecten die in tal van productcategorieën zouden plaatsvinden en voorstellen voor de aanpak daarvan. Enkele partijen verzochten om voor bepaalde productcategorieën plafonds in te stellen voor landen die in het laatste kwartaal gebruik maken van de residuele contingenten. Ook vroegen enkele partijen om de bestaande plafonds voor twee productcategorieën te verlagen en de mogelijkheid voor landen om in het laatste kwartaal toegang te krijgen tot het residuele contingent, helemaal op te heffen. In dezelfde geest stelden andere partijen voor om een plafond in te stellen voor het gebruik van contingenten (landspecifieke of residuele) door een specifiek land en uitsluitend toegang te verlenen tot het residuele contingent voor zover het gaat om ongebruikte hoeveelheden die van het vorige kwartaal zijn overgedragen.

(75)

Andere partijen vroegen daarentegen om opheffing van de plafonds en het verlenen van onbeperkte toegang in het laatste kwartaal, of op zijn minst handhaving van de status quo. Verder verzochten enkele partijen om landen met een landspecifiek contingent bij uitputting van dat contingent onmiddellijk toegang te verlenen tot het residuele contingent, en dus niet te wachten tot het laatste kwartaal van de betreffende periode.

Standpunt van de Commissie

(76)

In vergelijking met het eerste nieuwe onderzoek heeft de Commissie voor het tweede nieuwe onderzoek de gegevens over een aanzienlijke langere periode van toepassing van de definitieve maatregelen bij zijn analyse kunnen betrekken, namelijk vijf kwartalen (35). Vandaar dat de Commissie nu op een meer nauwkeurige en betrouwbare manier heeft kunnen beoordelen wat de werkelijke trends waren in de invoer onder de residuele contingenten, zowel wat volume als wat oorsprong betreft en per categorie.

(77)

Op de eerste plaats heeft de Commissie kunnen bepalen hoeveel de landen die de gevestigde begunstigden van het residuele deel van het tariefcontingent zijn, daar in de regel per kwartaal van gebruiken. De Commissie heeft enerzijds het gemiddeld gebruik van het residuele contingent berekend (gemiddeld totaal gebruik en gemiddeld gebruik per oorsprong) voor elk van de vier kwartalen waarin de landen met een landspecifiek contingent nog geen toegang hadden tot het residuele deel. Anderzijds heeft de Commissie dit typische gebruik afgezet tegen het werkelijke gebruik (totaal en per oorsprong) in het vierde kwartaal, wanneer de grotere landen van uitvoer toegang hebben tot het residuele deel van het contingent (36).

(78)

Op basis van bovengenoemde vergelijking is de Commissie tot de conclusie gekomen dat toegang tot het residuele contingent in het vierde kwartaal van een periode niet de standaardregeling kan blijven, omdat het voor meerdere productcategorieën in uiteenlopende mate ongewenste verdringingseffecten veroorzaakt. In plaats daarvan moet het al dan niet toegang verlenen tot het residuele contingent in het laatste kwartaal van een periode, afhankelijk worden gemaakt van het werkelijke typische gebruik van de gevestigde begunstigden van het residuele contingent, zoals beschreven in de voorgaande overweging.

(79)

Om te komen tot een regeling voor de toegang tot het residuele contingent in het vierde kwartaal van een periode die zowel doeltreffend als proportioneel is, acht de Commissie het aangewezen dat de correcties alleen gelden voor productcategorieën ten aanzien waarvan negatieve verdringingseffecten zijn vastgesteld. In die geest heeft de Commissie voor alle productcategorieën drie verschillende toegangsregelingen voor het residuele contingent ontworpen. Welke van deze regelingen wordt toegepast, is afhankelijk van de mate van verdringing die is geconstateerd, behalve voor de categorieën 1, 4B, 8 en 25A, waarvoor een aparte beheerregeling geldt (zie respectievelijk de punten 3.2.2.a en 3.2.3.d, de punten 3.2.2.d en 3.2.3.d, punt 3.2.2.c en punt 3.2.3.d).

Regeling 1: Geen verdere toegang

(80)

Voor een aantal categorieën is voor alle beoordeelde kwartalen gebleken dat kleinere landen van levering voldoende autonoom zijn om de in het residuele contingent beschikbare hoeveelheden voortdurend volledig of in zeer hoge mate hebben benut. Verder is voor deze categorieën duidelijk gebleken dat het gedrag van de grotere landen van uitvoer in het vierde kwartaal resulteerde in een ongewenste verdringing van alle of verscheidene historische volumes van de kleinere landen van levering. Met het oog op een doeltreffende handhaving van de traditionele handelsstromen, wat hun oorsprong betreft, acht de Commissie het in dit geval noodzakelijk om landen met een landspecifiek contingent gedurende het derde jaar van de maatregelen te verbieden om in het vierde kwartaal gebruik te maken van het residuele contingent. Voor de volgende categorieën geldt dat geen verdere toegang wordt verleend: 5, 16, 20 en 27 (37). Cijfers uit het verleden over het gemiddelde kwartaalgebruik van het residuele contingent laten voor deze categorieën duidelijk zien dat het risico dat een deel ervan niet wordt gebruikt, zeer laag is.

Regeling 2: Beperkte toegang

(81)

Voor een reeks andere categorieën laat het gemiddelde gebruik weliswaar zien dat de gevestigde landen van levering waarvoor het residuele contingent geldt, er redelijk gebruik van maken, maar dat die landen op zichzelf de beschikbare hoeveelheden niet volledig of in hoge mate kunnen benutten. Vandaar dat het voor die categorieën nog steeds gerechtvaardigd is om grotere landen van uitvoer in het vierde kwartaal toegang te verlenen tot het residuele contingent. Desalniettemin blijkt uit een gedetailleerde analyse van het gebruik van het residuele contingent in die gevallen, dat onbeperkte toegang uiteindelijk, wat oorsprongen betreft, leidt tot een oneerlijke verdeling. Meer in het bijzonder bleek steeds weer dat het aandeel in de invoer van de gevestigde kleinere landen van levering, in het vierde kwartaal duidelijk onder het gemiddelde van de voorgaande kwartalen lag. Die onevenwichtigheid was het directe gevolg van de uitsluitende aanwezigheid van de grotere landen van uitvoer die hun landspecifieke contingent hadden uitgeput, en resulteerde bijgevolg in ongewenste verdringingseffecten die indruisen tegen het belang van de Unie om de traditionele handelsstromen, wat oorsprong betreft, zo veel mogelijk te handhaven (38).

(82)

Teneinde te voorkomen dat de noodzakelijke toegang tot het residuele contingent in die gevallen leidt tot ongewenste verdringing van de traditionele handelsstromen afkomstig uit de gevestigde kleinere landen van levering, acht de Commissie het aangewezen om die toegang voor landen die hun landspecifieke contingent hebben uitgeput, te beperken. Deze toegang wordt beperkt tot het gedeelte van het contingent dat hoger is dan het gemiddelde gebruik van de kleinere landen van levering over de vier kwartalen (39). Deze regeling zal gelden voor de volgende productcategorieën: 10, 12, 13, 14, 15, 21, 22 en 28 (40).

Regeling 3: Status quo wordt gehandhaafd

(83)

Voor de overige categorieën is de Commissie van mening dat, uitgaande van de waargenomen trends, die geen ongewenste verdringing van oorsprongen laten zien, het in het belang van de Unie is om de status quo te handhaven, dat wil zeggen: landen met een uitgeput landspecifiek contingent in het vierde kwartaal onbeperkt toegang verlenen. Niettemin worden, met het oog op het behoud van de handelsstromen van de eigenlijke begunstigden van het resterende quotum, ongebruikte overgedragen quota voor hen geïsoleerd behandeld. Deze onbeperkte toegang geldt dan voor de volgende categorieën: 2, 3A, 3B, 4A, 6, 7, 9, 17, 18, 19, 24, 25B en 26 (41).

Bijzondere gevallen: Productcategorieën 1, 4B, 8 en 25A

(84)

Bovenbeschreven aanpak kan om verschillende redenen niet voor de productcategorieën 1, 4B, 8 en 25A worden toegepast.

(85)

Sinds de instelling van de definitieve maatregelen tot het moment dat de in het kader van dit nieuwe onderzoek gemaakte correctie wordt toegepast, geldt voor productcategorie 1 een globaal tariefcontingent. Dit belet een analyse van verdringingseffecten zoals die voor de productcategorieën onder a), b) en c) is uitgevoerd.

(86)

Desalniettemin had de Commissie bij de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek een plafond van 30 % per kwartaal vastgesteld om de traditionele handelsvolumes zo veel mogelijk te handhaven, zowel wat volume als wat oorsprong betreft. Om dezelfde reden acht de Commissie handhaving van het plafond van 30 % van het in het begin van het vierde kwartaal beschikbare residuele contingent, nog steeds de meest aangewezen manier om te voorkomen dat landen met een landspecifiek contingent voor deze categorie, na toepassing van de individuele correctie waartoe in het kader van dit nieuwe onderzoek is besloten, de begunstigden van het pas gecreëerde residuele contingent verdringen.

(87)

Wat productcategorie 4B betreft, was gedurende twee kwartalen de regeling bijzondere bestemming van toepassing: oktober-december 2019 en gedeeltelijk in januari-maart 2020. Sinds de instelling van deze regeling zagen landen van uitvoer zich bij hun uitvoer naar de Unie voor ernstige belemmeringen gesteld. De invoerhoeveelheden waren bijgevolg abnormaal laag. De Commissie beschikt zodoende niet over dezelfde langere dataset voor het uitvoeren van een analyse van verdringingseffecten als voor de productcategorieën onder a), b) en c).

(88)

Desalniettemin laten de beschikbare gegevens voor het vierde kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2020 onmiskenbaar zien dat verdringingseffecten optreden. Feitelijk werd meteen aan het begin van beide kwartalen nagenoeg de volledige hoeveelheid van het residuele contingent gebruikt door slechts één land van uitvoer met een landspecifiek contingent. Teneinde ongewenste verdringingseffecten te voorkomen en traditionele handelsstromen te handhaven, wat oorsprong betreft, acht de Commissie het daarom aangewezen om voor deze productcategorie voor landen met een uitgeput landspecifiek contingent die het residuele contingent willen gebruiken, een plafond in te stellen van 30 % van de in het begin van het vierde kwartaal beschikbare hoeveelheid.

(89)

Aangezien voor de categorieën 8 en 25A per 1 juli 2020 alleen een globaal contingent zal gelden, geldt dit systeem niet voor die categorieën.

3.2.4.   Mogelijke schadelijke gevolgen voor het behalen van de integratiedoelstellingen die met preferentiële handelspartners worden nagestreefd

(90)

In de definitieve verordening heeft de Commissie zich ertoe verbonden om te onderzoeken of de werking van de vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van staal enig materieel risico veroorzaakt voor de stabilisatie of economische ontwikkeling van bepaalde preferentiële handelspartners in een mate die schadelijk is voor de integratiedoelstellingen van hun overeenkomsten met de Unie. In de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek concludeerde de Commissie dat de vrijwaringsmaatregelen geen schadelijk effect hadden op het bereiken van de integratiedoelstellingen. In dezelfde verordening werd in overweging 106 ook vastgesteld dat “het vermogen van [landen] om naar de EU uit te voeren, niet onrechtmatig wordt beperkt door de maatregelen”.

Opmerkingen van belanghebbenden

(91)

Meerdere belanghebbenden, met name regeringen van derde landen, hebben opmerkingen ingediend ten aanzien van dit punt van het bericht van opening. Bepaalde landen vroegen om vrijstelling van de vrijwaringsmaatregelen of om een preferentiële behandeling. In dit verband waren er verzoeken om vrijstelling voor de landen van de Westelijke Balkan, omdat de maatregelen de ontwikkeling van de staalindustrie van die landen zouden kunnen schaden en aldus negatieve gevolgen voor hun binnenlandse economieën zouden kunnen hebben, wat op zijn beurt de doelstellingen van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten in gevaar zou kunnen brengen die de landen van de Westelijke Balkan met de Unie hebben gesloten. Verder voerden deze belanghebbenden aan dat de vrijwaringsmaatregelen zouden leiden tot een daling van de uitvoer naar de Unie, vergeleken met de periode vóór de instelling van de maatregelen. Exporteurs zouden bijgevolg overwegen bepaalde faciliteiten tijdelijk te sluiten en een groot aantal werknemers met onbetaald verlof te sturen. Enkele landen merkten op dat zij feitelijk aan de regels van de Unie inzake staatssteun voor de staalindustrie voldeden en daarom onbeperkte rechtenvrije toegang tot de markt van de Unie zouden moeten krijgen. Andere verzoeken om vrijstelling of preferentiële behandeling voor derde landen waren gebaseerd op uiteenlopende bepalingen van bilaterale overeenkomsten met de Unie.

Standpunt van de Commissie

(92)

De Commissie brengt ten eerste haar in de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek gegeven motivering in herinnering dat alle onder dit punt door de partijen aangehaalde bilaterale handelsovereenkomsten in de mogelijkheid van het instellen van vrijwaringsmaatregelen als de onderhavige voorzien. De Commissie heeft derhalve geen enkele juridisch afdwingbare verplichting om de betreffende landen van de maatregelen uit te sluiten. Ten tweede brengt zij in herinnering dat krachtens artikel 2 van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, vrijwaringsmaatregelen worden toegepast op het onderzochte product dat wordt ingevoerd, ongeacht de herkomst daarvan. Zoals in de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek reeds werd opgemerkt, hebben “(d)e enige uitzonderingen op de regels […] betrekking op de specifieke situatie van bepaalde ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO of — in voorkomend geval — op verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten”. De Commissie blijft derhalve bij haar standpunt dat er geen juridische gronden zijn om deze landen vrij te stellen van de vrijwaringsmaatregelen.

(93)

Zoals opgemerkt in overweging 99 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek, betrof de verbintenis om de maatregelen opnieuw te onderzoeken met het oog op de in overweging 90 beschreven specifieke aspecten, met name de landen waarmee de Commissie een stabilisatie- en associatieovereenkomst had gesloten.

(94)

Met betrekking tot die landen heeft de Commissie eerst een op het verleden gerichte analyse gemaakt van de uitvoerprestaties gedurende het tweede jaar van de maatregelen, dat wil zeggen: vanaf 1 juli 2019. Uit deze analyse is gebleken dat de betreffende landen voor de productcategorieën waarvoor zij een landspecifiek contingent hebben, in het laatste kwartaal van de periode het hun toegewezen contingent in het algemeen nog niet helemaal hadden gebruikt. Daar komt nog bij dat voor de productcategorieën waarvoor zij hun landspecifieke contingent vervolgens mogelijk alsnog hebben uitgeput, het residuele contingent in de meeste gevallen, waaronder voor categorieën die door deze landen als kritiek voor hun industrieën werden beschouwd, nog lang niet was uitgeput. Dit betekent dat zij in het algemeen de mogelijkheid hadden om de uitvoer van kritieke productcategorieën voort te zetten in hoeveelheden die de historische hoeveelheden overtreffen. Wat betreft de productcategorieën waarvoor deze landen aan het residuele contingent waren onderworpen, blijkt evenmin uit de analyse dat het systeem van tariefcontingenten in het algemeen hun vermogen om uit te voeren beperkte. Integendeel, in bepaalde gevallen werden landen feitelijk op geen enkele wijze door de maatregelen beperkt om in hogere hoeveelheden uit te voeren dan de historische niveaus.

(95)

De Commissie is derhalve tot de conclusie gekomen dat de omvang van de tariefcontingenten passend en evenredig was om de traditionele handelsstromen te handhaven en dat er geen aanwijzingen waren voor een aanzienlijke stijging van de vraag in de Unie of een verandering van omstandigheden van andere aard die een wijziging van die omvang van de contingenten zou rechtvaardigen zonder gevolgen te hebben voor de doeltreffendheid van de huidige maatregelen.

(96)

De Commissie heeft ook een toekomstgerichte analyse uitgevoerd en gekeken naar de mogelijke gevolgen van de in deze verordening opgenomen correcties voor de stabilisering of economische ontwikkeling van de landen van de Westelijke Balkan. Bij het uitvoeren van deze analyse heeft de Commissie rekening gehouden met de huidige marktsituatie en prognoses voor de nabije toekomst, zoals beschreven in punt 3.1.

(97)

In dit verband brengt de Commissie ten eerste in herinnering dat zij in het kader van dit nieuwe onderzoek de omvang van de tariefcontingenten, in afwijking van de verzoeken van de bedrijfstak van de Unie, niet heeft verkleind, en ten tweede, dat deze tariefcontingenten bij de inwerkingtreding van de in het kader van dit nieuwe onderzoek doorgevoerde correcties, voor de tweede keer verder worden geliberaliseerd door deze opnieuw met 3 % te vergroten (42). Dit betekent dat de landen van de Westelijke Balkan grotere landspecifieke contingenten zullen hebben en in het laatste kwartaal in het algemeen gebruik zullen kunnen blijven maken van de grotere residuele contingenten, die hun de mogelijkheid zullen geven om in hoeveelheden te exporteren die de historische hoeveelheden overtreffen, zoals het geval is geweest sinds de instelling van de definitieve maatregelen. De Commissie merkt verder op dat de nieuwe horizontale correcties betreffende verdringing, zoals beschreven in punt 3.2.3, en betreffende de uitsluiting van ontwikkelingslanden, zoals beschreven in punt 3.2.5, in het algemeen aanvullende positieve effecten zullen hebben voor sommige productcategorieën die voor de landen van de Westelijke Balkan van belang zijn.

(98)

Tegen deze achtergrond concludeert de Commissie dat de vrijwaringsmaatregelen geen materieel risico hebben veroorzaakt voor de stabilisatie of economische ontwikkeling van de landen van de Westelijke Balkan, noch na hun aanpassing zouden kunnen veroorzaken.

(99)

Tot slot merkt de Commissie op dat de argumenten die de betreffende belanghebbenden in hun opmerkingen hebben aangevoerd, geen bewijs of relevante aanwijzing opleveren voor een dergelijke risico.

(100)

Dienovereenkomstig kan de Commissie op basis van bovengenoemde beoordeling en bij gebrek aan enig bewijs van het tegendeel, niet anders dan de in dit punt aangevoerde argumenten verwerpen.

3.2.5.   Actualisering van de lijst van ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en die op basis van bijgewerkte invoerstatistieken zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de maatregelen

(101)

Naar aanleiding van de vaststelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen bij Verordening (EU) 2019/159 heeft de Commissie zich ertoe verbonden de lijst van ontwikkelingslanden die mogelijk van het toepassingsgebied van de maatregelen zijn uitgesloten, regelmatig opnieuw te onderzoeken op basis van bijgewerkte invoerstatistieken.

Opmerkingen van belanghebbenden

(102)

In de ontvangen opmerkingen wordt door sommige belanghebbenden verzocht om van de maatregelen te worden uitgesloten omdat een bepaald land voor een bepaalde productcategorie niet langer de drempel van 3 % zou overschrijden. Andere partijen vroegen om een bepaald land aan de maatregelen te onderwerpen omdat het de drempel van 3 % voor een bepaalde productcategorie zou hebben overschreden. Enkele belanghebbenden vroegen om voor een bepaalde productcategorie te worden uitgesloten wanneer zich een situatie voordeed waarin het totale gewicht van de invoer voor alle landen samen weliswaar een aandeel in de invoer van meer dan 9 % vertegenwoordigde, maar het aandeel van het betreffende land alleen minder dan 3 % bedroeg. Ten slotte achtten andere partijen het meer aangewezen om de berekening te maken op basis van het totaal van alle 26 productcategorieën.

Standpunt van de Commissie

(103)

Overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2015/478 en de internationale verplichtingen van de Unie, te weten artikel 9.1 van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, mogen “(v)rijwaringsmaatregelen […] niet worden toegepast ten aanzien van een product van oorsprong uit een ontwikkelingsland dat lid is van de WTO zolang het aandeel van dat land in de invoer in de Unie van het betrokken product niet meer dan 3 % bedraagt, mits de ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en waarvan het aandeel in de invoer in de Unie minder dan 3 % bedraagt, tezamen niet meer dan 9 % vertegenwoordigen van de totale invoer in de Unie van het betrokken product”. Verder is het in het belang van de Unie om de lijst van ontwikkelingslanden die van het toepassingsgebied van de maatregelen zijn uitgesloten, aan te passen om te voorkomen dat bepaalde ontwikkelingslanden ten onrechte profiteren van de oorspronkelijke uitsluiting.

(104)

Vandaar dat de Commissie het aandeel in de invoer voor alle landen van uitvoer per productcategorie opnieuw heeft berekend, op basis van de gegevens voor het volledige jaar 2019 (43) (44).

(105)

Op basis van de gegevens voor het volledige jaar 2019 lag de invoer uit de volgende landen — die waren uitgesloten van het toepassingsgebied van de maatregelen — in enkele productcategorieën boven de drempel van 3 %. Daarom moeten deze landen naar aanleiding van de uitkomsten van dit nieuwe onderzoek aan de maatregelen worden onderworpen:

Brazilië wordt opgenomen in productcategorie 3A, omdat het aandeel van dit land in de invoer van deze categorie in 2019 is gestegen tot 23 %;

Noord-Macedonië wordt opgenomen in productcategorie 12, omdat het aandeel van dit land in de invoer van deze categorie in 2019 is gestegen tot 3,54 %;

Tunesië wordt opgenomen in productcategorie 4A, omdat het aandeel van dit land in de invoer van deze categorie in 2019 is gestegen tot 4,88 %;

Turkije wordt opgenomen in productcategorie 6, omdat het aandeel van dit land in de invoer van deze categorie in 2019 is gestegen tot 9,77 %;

De Verenigde Arabische Emiraten worden opgenomen in productcategorie 21, omdat het aandeel van dit land in de invoer van deze categorie in 2019 is gestegen tot 3,28 %;

Vietnam wordt opgenomen in productcategorie 5, omdat het aandeel van dit land in de invoer van deze categorie in 2019 is gestegen tot 4,87 %.

(106)

Vervolgens heeft de Commissie onderzocht of de betrokken ontwikkelingslanden voor bovengenoemde categorieën in aanmerking komen voor een landspecifiek contingent. Hiertoe is de Commissie nagegaan of de invoer van deze categorieën uit de betrokken landen in de periode 2015‐2017 ten minste 5 % van de totale invoer in die periode in elke categorie bedroeg. De uitkomst van dit onderzoek is dat geen van de landen in aanmerking komt voor een landspecifiek contingent. Daarom zullen al deze landen vallen onder de residuele contingenten voor de respectieve productcategorieën.

(107)

Wat uitsluitingen van het toepassingsgebied van de vrijwaringsmaatregelen betreft, is de uitkomst van dit nieuwe onderzoek als volgt:

Brazilië wordt uitgesloten voor de productcategorieën 1, 6 en 7, waarvoor dit land in 2019 een aandeel in de invoer had van respectievelijk 1,53 %, 1,55 % en 2,25 %;

Egypte wordt uitgesloten van productcategorie 1, waarvoor dit land in 2019 een aandeel in de invoer had van 1,75 %;

Vietnam wordt uitgesloten van productcategorie 4A, waarvoor dit land in 2019 een aandeel in de invoer had van 1,23 %.

(108)

De landspecifieke contingenten die gegolden zouden hebben voor de ontwikkelingslanden die lid van de WTO zijn die naar aanleiding van de uitkomsten van het nieuwe onderzoek worden uitgesloten (Brazilië voor categorie 6 en China voor categorie 3A), worden opgenomen in de residuele contingenten voor de desbetreffende productcategorieën. Dit gebeurt met ingang van het eerste kwartaal van het derde jaar van de maatregelen, d.w.z. 1 juli 2020 (45).

(109)

Naar aanleiding van deze herberekening heeft de Commissie de lijst van uitgesloten landen voor alle 26 aan maatregelen onderworpen productcategorieën bijgewerkt op basis van de bijgewerkte invoercijfers (de volledige bijgewerkte lijst is opgenomen in bijlage I).

3.2.6.   Andere wijzigingen van omstandigheden die mogelijk een aanpassing van het niveau of de toewijzing van de tariefcontingenten noodzakelijk maken

Opmerkingen van belanghebbenden over de liberalisering

(110)

Met betrekking tot deze grond voor het nieuwe onderzoek heeft de Commissie verzoeken van zeer uiteenlopende aard ontvangen. Hoofdthema was het liberaliseringspercentage. Vanwege de vraagdaling pleitte de bedrijfstak van de Unie voor een verlaging van de huidige 3 % en zelfs een volledige stopzetting. Anderzijds pleitten andere belanghebbenden er juist voor, het bij de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek vastgestelde liberaliseringspercentage te handhaven of zelfs te verhogen, hetzij voor alle productcategorieën hetzij voor enkele specifieke productcategorieën en/of oorsprongen.

Standpunt van de Commissie

(111)

De WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen bepaalt in artikel 7, lid 4, als volgt: “Om de aanpassing te vergemakkelijken wanneer de verwachte duur van een vrijwaringsmaatregel, waarvan overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, lid 1, kennisgeving is gedaan, meer dan een jaar bedraagt, moet het lid dat de maatregel toepast die op gezette tijden tijdens de uitvoeringsperiode geleidelijk liberaliseren.”

(112)

Dienovereenkomstig werd in de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek voor het tweede jaar van de maatregelen een liberaliseringspercentage van 3 % ingevoerd. Bij die verordening is ook vastgesteld dat voor het derde jaar van de maatregelen — dat wil zeggen: per 1 juli 2020 — hetzelfde liberaliseringspercentage zal gelden. De Commissie heeft onderzocht of een verhoging van het huidige percentage gerechtvaardigd is.

(113)

Zoals uiteengezet in punt 3.1, wijzen nagenoeg alle bronnen op een duidelijke afname van de economische activiteit in de periode 2020‐2021 vergeleken met voorgaande jaren. In dit verband merkt de Commissie op dat de vraag naar staal grotendeels de macro-economische trends volgt, zoals de groei van het bbp van een land of economische regio. De Commissie brengt verder in herinnering dat in het eerste jaar van de maatregelen aanzienlijke hoeveelheden van tariefcontingenten niet waren gebruikt; aan het einde van het tweede jaar zullen zeer waarschijnlijk nog grotere hoeveelheden niet zijn gebruikt. Gelet op de huidige economische prognoses voor de periode 2020‐2021, het feit dat voortdurend voor alle productcategorieën een aanzienlijke hoeveelheid van het tariefcontingent beschikbaar is, en het ontbreken van concreet bewijs voor een behoefte aan grotere contingenten, kan de Commissie bijgevolg niet anders dan alle verzoeken om verhoging van het liberaliseringstempo afwijzen.

(114)

De Commissie heeft ook de verzoeken onderzocht waarin juist om een verlaging van het huidige liberaliseringspercentage wordt gevraagd of zelfs stopzetting van de liberalisering. De Commissie meent dat de formulering van artikel 7, lid 4, van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen de met het onderzoek belaste autoriteit duidelijk verplicht om het liberaliseringspercentage op zijn minst te handhaven wanneer het in het tweede jaar van de maatregelen daadwerkelijk is toegepast. Dienovereenkomstig is de Commissie van mening dat voor het derde jaar van de maatregelen, dat aanvangt op 1 juli 2020, geen lager liberaliseringspercentage kan worden vastgesteld dan het percentage dat aan het einde van het tweede jaar geldt, namelijk 3 %. De Commissie wijst de verzoeken om verlaging van het liberaliseringspercentage bijgevolg af.

(115)

Gezien bovenstaande bevindingen wordt het liberaliseringspercentage derhalve voor elke productcategorie gehandhaafd op 3 %.

Overige opmerkingen

(116)

Meerdere belanghebbenden hebben de Commissie geïnformeerd over vermeende praktijken die erop zijn gericht het tarief van 25 % voor invoer buiten het contingent te ontlopen. Deze vermeende ontwijkingspraktijken of praktijken met hetzelfde doel waarbij een onjuiste aangifte wordt gedaan, zouden verschillende vormen aannemen en verschillende productcategorieën betreffen.

(117)

De Commissie neemt kennis van deze informatie en zal ze nader onderzoeken met het oog op noodzakelijke corrigerende maatregelen als het bestaan van de praktijken wordt bevestigd. De Commissie brengt in herinnering dat de douanewetgeving onverminderd van toepassing blijft op de behandeling van dergelijke informatie.

(118)

Enkele belanghebbenden vroegen om opsplitsing van bepaalde categorieën. Ter ondersteuning van hun verzoek stelden enkele partijen dat in sommige gevallen standaardproducten en producten aan de bovenkant van de markt met elkaar concurreerden in hetzelfde tariefcontingent en dat de Commissie moest zorgen voor het behoud van de juiste mix van de twee kwaliteitsklassen door verdringing te voorkomen.

(119)

In dit verband benadrukt de Commissie dat zij naar aanleiding van die verzoeken in het kader van het tweede nieuwe onderzoek een zeer grondige analyse van potentiële verdringingseffecten heeft uitgevoerd en de in punt 3.2.3 beschreven correcties heeft doorgevoerd. De Commissie merkt op dat met deze correcties tegemoet wordt gekomen aan veel van de verzoeken die in dit verband zijn gedaan, omdat dankzij deze correcties landen die kleine hoeveelheden van producten voor de bovenkant van de markt leveren, waarvoor gewoonlijk het residuele contingent geldt, een grotere zekerheid hebben dat zij toegang tot de beschikbare volumes hebben. Verder brengt de Commissie in herinnering dat voor de maatregelen het juiste evenwicht moest worden gevonden tussen enerzijds het streven om de traditionele handelsstromen zo veel mogelijk te handhaven, zowel wat volume als wat oorsprong betreft, en anderzijds de uitvoerbaarheid van de maatregelen door de nationale douaneautoriteiten van de lidstaten van de Unie. De Commissie is van mening dat bij een proliferatie van subcategorieën van producten het risico bestaat dat de uitvoering van de maatregelen overdreven belastend wordt en de contingenten minder doeltreffend kunnen worden beheerd.

(120)

In sommige verzoeken om opsplitsing werd specifiek verwezen naar het feit dat bepaalde typen producten door de automobielindustrie worden gebruikt en derhalve een soortgelijke behandeling zouden moeten ontvangen als de typen producten die in productcategorie 4B vallen. De Commissie merkt in dit verband echter op dat dergelijke verzoeken door de automobielindustrie zelf nagenoeg allemaal werden genegeerd in de schriftelijke fase van de procedure, waardoor het belang van de Unie bij een dergelijke correctie redelijkerwijs in twijfel kan worden getrokken.

(121)

De Commissie concludeert derhalve dat behalve de in de overwegingen 55 tot en met 62 genoemde opmerkingen met betrekking tot productcategorie 25, de overige in dit verband ontvangen opmerkingen niet vergezeld gaan van voldoende bewijs voor de daarin verwoorde stellingen of voor de haalbaarheid van tenuitvoerlegging ervan door de douaneautoriteiten zonder onnodige belasting, en dat zij evenmin duidelijk maken hoe een dergelijke correctie in het algemene belang van de Unie zou zijn.

(122)

Enkele belanghebbenden vroegen de Commissie om bepaalde productcategorieën onder het toepassingsgebied van de maatregelen te laten vallen, terwijl andere juist om uitsluiting van bepaalde categorieën vroegen.

(123)

De Commissie verwijst naar haar bevindingen in overweging 163 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek, waarin zij opmerkt dat de reikwijdte van het nieuwe onderzoek zich niet uitstrekt tot wijzigingen in productomschrijvingen. Derhalve worden deze verzoeken afgewezen.

(124)

Sommige partijen wezen er ook op dat de maatregelen niet voldeden aan de normen van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en derhalve zouden moeten worden beëindigd.

(125)

De Commissie verwerpt dit argument onder verwijzing naar overweging 165 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek en de daarin opgenomen verwijzingen.

(126)

Andere belanghebbenden stelden voor om de contingenten via een vergunningensysteem te beheren.

(127)

De Commissie herhaalt dat de uitvoering van een systeem voor het beheer van tariefcontingenten niet dermate belastend mag zijn voor de douaneautoriteiten dat de doeltreffende toepassing ervan in het geding komt. De Commissie is nog steeds van opvatting dat het beheersysteem dat bij de definitieve verordening is vastgesteld, voor het juiste evenwicht zorgt.

(128)

Tot slot informeerden meerdere partijen naar de gevolgen van de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie (“brexit”) en eventuele correcties in verband hiermee.

(129)

De Commissie merkt op dat de overgangsperiode voor de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie nog loopt op het moment van vaststelling van de correcties, aangezien de toekomstige overeenkomst tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk nog voorwerp van onderhandeling is. De Commissie zal de situatie zo nodig onverwijld opnieuw onderzoeken indien zich ontwikkelingen voordoen met betrekking tot deze kwestie.

(130)

De Commissie merkt tot slot op dat het onderhavige nieuwe onderzoek tot wijziging van de lopende vrijwaringsmaatregelen ook voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de bilaterale overeenkomsten die met bepaalde derde landen zijn ondertekend.

Toetsingsclausule

(131)

Ten slotte is de Commissie van oordeel dat zij, op grond van het belang van de Unie, mogelijk het niveau of de toewijzing van de rechtenvrije contingenten zoals bedoeld in bijlage II voor de periode die aanvangt op 1 juli 2020, mogelijk moet aanpassen in geval van veranderende omstandigheden tijdens de periode van instelling van de maatregelen. De veranderde omstandigheden kunnen zich bijvoorbeeld manifesteren in het geval van een algemene stijging of daling van de vraag in de Unie voor sommige productcategorieën waardoor een herbeoordeling nodig wordt van het niveau van de tariefcontingenten, alsook de instelling van antidumping- of antisubsidiemaatregelen die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de toekomstige ontwikkelingen van de invoer, of zelfs een ontwikkeling met betrekking tot de maatregelen van de VS op grond van afdeling 232 die een rechtstreekse impact kan hebben op de conclusies van dit onderzoek, met name op het vlak van handelsverlegging. De Commissie kan ook onderzoeken of de werking van de maatregelen schadelijke effecten zou kunnen hebben ten aanzien van het behalen van de integratiedoelstellingen die met preferentiële handelspartners worden nagestreefd, bijvoorbeeld doordat hun stabilisering of economische ontwikkeling aanzienlijk in gevaar komt.

(132)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2015/478 respectievelijk artikel 22, lid 3, van Verordening (EU) 2015/755 ingestelde Comité vrijwaringsmaatregelen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2019/159 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 2 en 3 worden vervangen door:

“2.   Voor elk van de betrokken productcategorieën, met uitzondering van de productcategorieën 8 en 25a, wordt een deel van elk tariefcontingent toegewezen aan de in bijlage IV gespecificeerde landen.

3.   Voor de toewijzing van het resterende deel van elk tariefcontingent en het tariefcontingent voor de productcategorieën 8 en 25 wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld, op basis van een gelijk tariefcontingent voor elk kwartaal van de instellingsperiode.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   Indien het relevante tariefcontingent op grond van lid 2 voor een specifiek land is uitgeput, kan de invoer uit dat land voor sommige productcategorieën verdergaan op basis van het resterende deel van het tariefcontingent voor dezelfde productcategorie. Deze bepaling geldt enkel gedurende het laatste kwartaal van elk jaar van toepassing van het definitieve tariefcontingent. Voor de productcategorieën 5, 16, 20 en 27 wordt geen verdere toegang verleend tot het resterende deel van het tariefcontingent. Voor de productcategorieën 10, 12, 13, 14, 15, 21, 22 en 28 wordt alleen toegang verleend tot een specifieke hoeveelheid van het aanvankelijk in het laatste kwartaal beschikbare tariefcontingent. Voor de productcategorieën 1 en 4B is het geen enkel land van uitvoer toegestaan om alleen meer dan 30 % te gebruiken van het residuele tariefcontingent dat aanvankelijk beschikbaar is in het laatste kwartaal van elk jaar waarin maatregelen worden toegepast. Voor de productcategorieën 2, 3A, 3B, 4A, 6, 7, 9, 17, 18, 19, 24, 25b en 26 wordt toegang verleend tot het in het laatste kwartaal in de respectieve productcategorieën oorspronkelijk beschikbare totale volume van het tariefcontingent.”.

2)

De bijlagen worden als volgt gewijzigd:

a)

bijlage III.2 wordt vervangen door bijlage I bij deze verordening;

b)

bijlage IV wordt vervangen door bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Tijdens de in bijlage II vastgestelde periode kan de Commissie de maatregelen voor de periode die aanvangt op 1 juli 2020 toetsen in geval van verandering in de omstandigheden.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16.

(2)   PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1590 van de Commissie van 26 september 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 28).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/35 van de Commissie van 15 januari 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 12 van 16.1.2020, blz. 13).

(6)   PB C 51 van 14.2.2020, blz. 21.

(7)  Zie overweging 9.

(8)   “Research Briefing (Global)”, 14 april 2020.

(9)   “J.P.Morgan Global Composite PMI”, 3 april 2020.

(10)  Idem.

(11)   “IHS Markit Global Sector PMI”, 8 mei 2020.

(12)  Rapport getiteld “Bracing for impact”, van 7 april 2020.

(13)   “IHS Markit Global Steel Users PMI”, 8 mei 2020.

(14)   “Economische voorjaarsprognoses 2020: Een diepe en ongelijke recessie, een onzeker herstel”, gepubliceerd op 6 mei 2020.

(15)   “IHS Markit Global Steel Users PMI”, 8 mei 2020.

(16)   “Research Briefing (Global)”, 14 april 2020.

(17)   “IHS Markit PMI Research & Analysis”, 14 mei 2020.

(18)  Zie de overwegingen 36 en 37, waar verder wordt ingegaan op het waargenomen gedrag van bepaalde landen van uitvoer die onder de maatregelen vallen.

(19)  Ibidem.

(20)  Gegevens zijn geanalyseerd tot 15 mei 2020.

(21)  Negen miljoen ton — 29 % van het totale volume van de tariefcontingenten dat in het tweede jaar van de maatregelen beschikbaar was.

(22)  Dit is ongeveer 12 % van het totale volume van de ongebruikte tariefcontingenten.

(23)  Bron: https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/taric/quota_consultation.jsp

(24)  Hoewel Iran in het relevante tijdvak goed was voor ten minste 5 % van de invoer, heeft het geen landspecifiek contingent. De reden hiervoor is dat het land vanwege de geldende antidumpingmaatregelen zijn uitvoer naar de Unie nagenoeg heeft stopgezet: het aandeel in de invoer is in 2019 gedaald tot 0,05 %. Het is bijgevolg zeer waarschijnlijk dat bij toewijzing van een landspecifiek tariefcontingent dat contingent grotendeels onbenut blijft. Rusland, daarentegen, behoudt een landspecifiek contingent, omdat het ondanks de antidumpingmaatregelen aanzienlijke hoeveelheden naar de Unie is blijven uitvoeren.

(25)  Zie punt 3.2.3.d.

(26)  Zie overweging 146 van de definitieve verordening en overweging 17 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek.

(27)   PB L 110 van 8.4.2020, blz. 3.

(28)  De Commissie merkt op dat de Verenigde Staten als gevolg van evenwichtsherstellende maatregelen van de Unie voor deze productcategorie is onderworpen aan een tarief van 25 %: https://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2018/may/tradoc_156909.pdf

(29)  Voor Indonesië gelden voorlopige antidumpingmaatregelen. Het land heeft echter geen landspecifiek contingent. De overgedragen volumes betreffen de landspecifieke contingenten van China, Taiwan en de VS.

(30)  |Een voorbeeld is GN-code 7305 19 00. In 2019 steeg de invoer van producten met deze code in vergelijking met de gemiddelde invoer in de periode 2015‐2017 met bijna 300 %.

(31)  GN-codes: 7305 11 00 en 7305 12 00.

(32)  GN-codes: 7305 19 00, 7305 20 00, 7305 31 00, 7305 39 00 en 7305 90 00.

(33)  Zie de overwegingen 54 tot en met 59 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek.

(34)  De correctie voor de productcategorieën 13 en 16 bestond uit de instelling van een plafond van 30 % van de in het begin van het vierde kwartaal beschikbare hoeveelheid voor landen die anders over een landspecifiek contingent beschikten. Zie de overwegingen 88 tot en met 96 van de verordening betreffende het eerste nieuwe onderzoek voor nadere bijzonderheden.

(35)  Februari-maart 2019, april-juni 2019, juli-september 2019, oktober-december 2019 en januari‐maart 2020.

(36)  Voor deze analyse heeft de Commissie met name gekeken naar de gegevens voor het volledige kwartaal april-juni 2019. Voor zover de gegevens die bij het opstellen van deze verordening beschikbaar waren, dat mogelijk maakten, zijn ook conclusies getrokken uit het gebruik van het contingent in het kwartaal april-juni 2020.

(37)  Het gemiddelde gebruik van de tariefcontingenten door de desbetreffende landen varieerde tussen 96 % en 100 %.

(38)  Zie bijlage III voor specifieke volumes die in de desbetreffende productcategorieën zijn toegestaan.

(39)  Als het gemiddeld gebruik van de gevestigde landen van levering waarvoor het residuele contingent voor een bepaalde categorie geldt, bijvoorbeeld 70 % is geweest over de beoordeelde vier kwartalen, dan kunnen landen die in het vierde kwartaal gebruik willen maken van het residuele contingent, in totaal slechts maximaal 30 % van de in het begin van het vierde kwartaal beschikbare hoeveelheid van dat residuele contingent uitvoeren.

(40)  Het gemiddeld gebruik van het residuele contingent voor deze categorieën in de relevante kwartalen bedroeg: 70 % (cat. 10), 40 % (cat. 12), 73 % (cat. 13), 44 % (cat. 14), 25 % (cat. 15), 79 % (cat. 21), 19 % (cat. 22), 29 % (cat. 28).

(41)  Zie bijlage III voor specifieke volumes die in de desbetreffende productcategorieën zijn toegestaan.

(42)  Zie punt 3.2.6 van deze verordening.

(43)  Bron: Eurostat.

(44)  Bij de berekeningen is de invoer uit landen die zijn uitgesloten op grond van artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159, niet in aanmerking genomen.

(45)  Deze overdracht is reeds verwerkt in de in bijlage II vermelde hoeveelheden.


BIJLAGE I

“BIJLAGE III.2

III.2 — Lijst van productcategorieën uit ontwikkelingslanden ten aanzien waarvan de definitieve maatregelen gelden

Land/Productgroep

1

2

3A

3B

4A

4B

5

6

7

8

9

10

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

24

25

26

27

28

Brazilië

 

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

China

 

 

 

X

 

X

 

X

 

X

 

X

X

 

 

X

 

 

X

X

 

X

 

X

X

X

X

X

India

X

X

 

X

X

X

X

X

X

 

X

X

 

 

X

X

 

 

 

 

X

 

X

X

 

X

 

 

Indonesië

 

 

 

 

 

 

 

 

X

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Maleisië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Mexico

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Moldavië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

X

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Noord-Macedonië

 

 

 

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

X

X

 

X

 

 

 

 

Thailand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Tunesië

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Turkije

X

X

 

 

X

X

X

X

 

 

X

 

X

X

 

 

X

X

 

X

X

X

 

X

X

X

X

X

Oekraïne

 

X

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

X

X

 

X

X

 

 

X

X

X

X

 

 

X

X

Verenigde Arabische Emiraten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

X

 

X

X

 

X

 

X

 

 

Vietnam

 

X

 

 

 

 

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

Alle andere ontwikkelingslanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 


BIJLAGE II

“BIJLAGE IV

IV.1 — Omvang tariefcontingenten

Productnummer

Productcategorie

GN-codes

Toewijzing per land (indien van toepassing)

Van 2.2.2019 t.e.m. 30.6.2019

Van 1.7.2019 t.e.m. 30.6.2020

Van 1.7.2020 t.e.m. 30.9.2020

Van 1.10.2020 t.e.m. 31.12.2020

Van 1.1.2021 t.e.m. 31.3.2021

Van 1.4.2021 t.e.m. 30.6.2021

Aanvullend recht

Volgnummers

Omvang tariefcontingent (ton netto)

Omvang tariefcontingent (ton netto)

Omvang tariefcontingent (ton netto)

1

Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst

7208 10 00 , 7208 25 00 , 7208 26 00 , 7208 27 00 , 7208 36 00 , 7208 37 00 , 7208 38 00 , 7208 39 00 , 7208 40 00 , 7208 52 10 , 7208 52 99 , 7208 53 10 , 7208 53 90 , 7208 54 00 ,

7211 13 00 , 7211 14 00 , 7211 19 00 , 7212 60 00 , 7225 19 10 , 7225 30 10 , 7225 30 30 , 7225 30 90 , 7225 40 15 , 7225 40 90 , 7226 19 10 , 7226 91 20 , 7226 91 91 , 7226 91 99

Derde landen

3 359 532,08

8 476 618,01

 

25 %

 

Rusland

421 690,19

421 690,19

412 523,02

417 106,60

25 %

09.8966

Turkije

344 890,78

344 890,78

337 393,15

341 141,97

25 %

09.8967

India

168 367,79

168 367,79

164 707,62

166 537,71

25 %

09.8968

Korea (Republiek)

135 958,47

135 958,47

133 002,85

134 480,66

25 %

09.8969

Servië

116 149,87

116 149,87

113 624,87

114 887,37

25 %

09.8970

Andere landen

1 013 612,28

1 013 612,28

991 577,22

1 002 594,76

25 %

 (1)

2

Niet-gelegeerde en andere gelegeerde koudgewalste platen

7209 15 00 , 7209 16 90 , 7209 17 90 , 7209 18 91 , 7209 25 00 , 7209 26 90 , 7209 27 90 , 7209 28 90 , 7209 90 20 , 7209 90 80 , 7211 23 20 , 7211 23 30 , 7211 23 80 , 7211 29 00 , 7211 90 20 , 7211 90 80 , 7225 50 20 , 7225 50 80 , 7226 20 00 , 7226 92 00

India

234 714,39

592 220,64

153 750,21

153 750,21

150 407,82

152 079,02

25 %

09.8801

Korea (Republiek)

144 402,99

364 351,04

94 591,52

94 591,52

92 535,18

93 563,35

25 %

09.8802

Oekraïne

102 325,83

258 183,86

67 028,78

67 028,78

65 571,63

66 300,20

25 %

09.8803

Brazilië

65 398,61

165 010,80

42 839,52

42 839,52

41 908,22

42 373,87

25 %

09.8804

Servië

56 480,21

142 508,28

36 997,49

36 997,49

36 193,20

36 595,35

25 %

09.8805

Andere landen

430 048,96

1 085 079,91

281 704,58

281 704,58

275 580,57

278 642,58

25 %

 (2)

3.A

Elektroplaten (andere dan met gerichte korrels)

7209 16 10 , 7209 17 10 , 7209 18 10 , 7209 26 10 , 7209 27 10 , 7209 28 10

Korea (Republiek)

1 923,96

4 854,46

1 260,30

1 260,30

1 232,90

1 246,60

25 %

09.8806

China

822,98

2 076,52

 

 

 

 

25 %

09.8807

Rusland

519,69

1 311,25

340,42

340,42

333,02

336,72

25 %

09.8808

Iran (Islamitische Republiek)

227,52

574,06

149,04

149,04

145,80

147,42

25 %

09.8809

Andere landen

306,34

772,95

739,77

739,77

723,69

731,73

25 %

 (3)

3.B

7225 19 90 , 7226 19 80

Rusland

51 426,29

129 756,46

33 686,91

33 686,91

32 954,59

33 320,75

25 %

09.8811

Korea (Republiek)

31 380,40

79 177,59

20 555,80

20 555,80

20 108,94

20 332,37

25 %

09.8812

China

24 187,01

61 027,57

15 843,76

15 843,76

15 499,33

15 671,54

25 %

09.8813

Taiwan

18 144,97

45 782,56

11 885,91

11 885,91

11 627,52

11 756,71

25 %

09.8814

Andere landen

8 395,39

21 182,87

5 499,42

5 499,42

5 379,87

5 439,65

25 %

 (4)

4.A (5)

Metallisch beklede bladen

Taric-codes:

7210 41 00 20, 7210 49 00 20,

7210 61 00 20, 7210 69 00 20,

7212 30 00 20, 7212 50 61 20,

7212 50 69 20, 7225 92 00 20,

7225 99 00 11, 7225 99 00 22,

7225 99 00 45, 7225 99 00 91,

7225 99 00 92, 7226 99 30 10,

7226 99 70 11, 7226 99 70 91,

7226 99 70 94

Korea (Republiek)

69 571,10

328 792,63

45 572,71

45 572,71

44 582,00

45 077,36

25 %

 

09.8816

India

83 060,42

209 574,26

54 408,92

54 408,92

53 226,12

53 817,52

25 %

09.8817

Andere landen

761 518,93

1 921 429,81

498 834,77

498 834,77

487 990,53

493 412,65

25 %

 (6)

4.B (7)

GN-codes:

7210 20 00 , 7210 30 00 , 7210 90 80 , 7212 20 00 , 7212 50 20 , 7212 50 30 , 7212 50 40 , 7212 50 90 , 7225 91 00 , 7226 99 10

Taric-codes:

7210 41 00 30, 7210 41 00 80, 7210 49 00 30, 7210 49 00 80, 7210 61 00 30,

7210 61 00 80, 7210 69 00 30, 7210 69 00 80,

7212 30 00 80, 7212 50 61 30, 7212 50 61 80, 7212 50 69 30,

7212 50 69 80, 7225 92 00 80,

7225 99 00 23, 7225 99 00 41, 7225 99 00 93, 7225 99 00 95,

7226 99 30 90, 7226 99 70 19,

7226 99 70 96, 7225 99 00 41

China

204 951,07

517 123,19

134 253,68

134 253,68

131 335,12

132 794,40

25 %

09.8821

Korea (Republiek)

249 533,26

476 356,93

163 457,35

163 457,35

159 903,93

161 680,64

25 %

09.8822

India

118 594,25

299 231,59

77 685,44

77 685,44

75 996,63

76 841,03

25 %

09.8823

Taiwan

49 248,78

124 262,26

32 260,53

32 260,53

31 559,21

31 909,87

25 %

09,8824

Andere landen

125 598,05

316 903,26

82 273,30

82 273,30

80 484,75

81 379,02

25 %

 (8)

5

Organisch beklede platen

7210 70 80 , 7212 40 80

India

108 042,36

272 607,54

70 773,40

70 773,40

69 234,85

70 004,12

25 %

09.8826

Korea (Republiek)

103 354,11

260 778,38

67 702,35

67 702,35

66 230,56

66 966,46

25 %

09.8827

Taiwan

31 975,79

80 679,86

20 945,82

20 945,82

20 490,48

20 718,15

25 %

09.8828

Turkije

21 834,45

55 091,68

14 302,71

14 302,71

13 991,78

14 147,24

25 %

09,8829

Noord-Macedonië

16 331,15

41 206,02

10 697,76

10 697,76

10 465,20

10 581,48

25 %

09.8830

Andere landen

43 114,71

108 785,06

28 242,39

28 242,39

27 628,42

27 935,41

25 %

 (9)

6

Blik

7209 18 99 , 7210 11 00 , 7210 12 20 , 7210 12 80 , 7210 50 00 , 7210 70 10 , 7210 90 40 , 7212 10 10 , 7212 10 90 , 7212 40 20

China

158 139,17

399 009,55

103 589,44

103 589,44

101 337,49

102 463,47

25 %

09.8831

Servië

30 545,88

77 071,98

20 009,15

20 009,15

19 574,17

19 791,66

25 %

09.8832

Korea (Republiek)

23 885,70

60 267,31

15 646,38

15 646,38

15 306,25

15 476,31

25 %

09.8833

Taiwan

21 167,00

53 407,61

13 865,49

13 865,49

13 564,07

13 714,78

25 %

09.8834

Brazilië

19 730,03

49 781,91

 

 

 

 

25 %

09.8835

Andere landen

33 167,30

83 686,22

34 650,52

34 650,52

33 897,25

34 273,88

25 %

 (10)

7

Kwartoplaten van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal

7208 51 20 , 7208 51 91 , 7208 51 98 , 7208 52 91 , 7208 90 20 , 7208 90 80 , 7210 90 30 , 7225 40 12 , 7225 40 40 , 7225 40 60

Oekraïne

339 678,24

857 060,63

222 507,03

222 507,03

217 669,92

220 088,47

25 %

09.8836

Korea (Republiek)

140 011,38

353 270,32

91 714,78

91 714,78

89 720,98

90 717,88

25 %

09.8837

Rusland

115 485,12

291 386,78

75 648,80

75 648,80

74 004,26

74 826,53

25 %

09.8838

India

74 811,09

188 759,93

49 005,18

49 005,18

47 939,85

48 472,51

25 %

09.8839

Andere landen

466 980,80

1 178 264,65

305 896,87

305 896,87

299 246,94

302 571,91

25 %

 (11)

8

Roestvrije warmgewalste platen en banden

7219 11 00 , 7219 12 10 , 7219 12 90 , 7219 13 10 , 7219 13 90 , 7219 14 10 , 7219 14 90 , 7219 22 10 , 7219 22 90 , 7219 23 00 , 7219 24 00 , 7220 11 00 , 7220 12 00

Derde landen

 

 

91 870,53

91 870,53

89 873,34

90 871,93

25 %

 

China

87 328,82

220 344,09

 

25 %

Korea (Republiek)

18 082,33

45 624,52

25 %

 

Taiwan

12 831,07

32 374,77

25 %

 

Verenigde Staten van Amerika

11 810,30

29 799,22

25 %

 

Andere landen

10 196,61

25 727,62

25 %

 (12)

9

Roestvrije koudgewalste platen en banden

7219 31 00 , 7219 32 10 , 7219 32 90 , 7219 33 10 , 7219 33 90 , 7219 34 10 , 7219 34 90 , 7219 35 10 , 7219 35 90 , 7219 90 20 , 7219 90 80 , 7220 20 21 , 7220 20 29 , 7220 20 41 , 7220 20 49 , 7220 20 81 , 7220 20 89 , 7220 90 20 , 7220 90 80

Korea (Republiek)

70 813,18

178 672,60

46 386,34

46 386,34

45 377,94

45 882,14

25 %

09.8846

Taiwan

65 579,14

165 466,29

42 957,77

42 957,77

42 023,90

42 490,84

25 %

09.8847

India

42 720,54

107 790,51

27 984,19

27 984,19

27 375,84

27 680,01

25 %

09.8848

Verenigde Staten van Amerika

35 609,52

89 848,32

23 326,10

23 326,10

22 819,01

23 072,56

25 %

09.8849

Turkije

29 310,69

73 955,39

19 200,03

19 200,03

18 782,64

18 991,34

25 %

09.8850

Maleisië

19 799,24

49 956,54

12 969,54

12 969,54

12 687,59

12 828,57

25 %

09.8851

Vietnam

16 832,28

42 470,43

11 026,02

11 026,02

10 786,33

10 906,17

25 %

09.8852

Andere landen

50 746,86

128 042,17

33 241,85

33 241,85

32 519,20

32 880,53

25 %

 (13)

10

Roestvrije warmgewalste kwartoplaten

7219 21 10 , 7219 21 90

China

6 765,50

17 070,40

4 431,76

4 431,76

4 335,41

4 383,58

25 %

09.8856

India

2 860,33

7 217,07

1 873,67

1 873,67

1 832,94

1 853,30

25 %

09.8857

Taiwan

1 119,34

2 824,27

733,23

733,23

717,29

725,26

25 %

09.8858

Andere landen

1 440,07

3 633,52

943,32

943,32

922,81

933,07

25 %

 (14)

12

Niet-gelegeerd en ander gelegeerd staafstaal, waaronder lichte profielen

7214 30 00 , 7214 91 10 , 7214 91 90 , 7214 99 31 , 7214 99 39 , 7214 99 50 , 7214 99 71 , 7214 99 79 , 7214 99 95 , 7215 90 00 , 7216 10 00 , 7216 21 00 , 7216 22 00 , 7216 40 10 , 7216 40 90 , 7216 50 10 , 7216 50 91 , 7216 50 99 , 7216 99 00 , 7228 10 20 , 7228 20 10 , 7228 20 91 , 7228 30 20 , 7228 30 41 , 7228 30 49 , 7228 30 61 , 7228 30 69 , 7228 30 70 , 7228 30 89 , 7228 60 20 , 7228 60 80 , 7228 70 10 , 7228 70 90 , 7228 80 00

China

166 217,87

419 393,33

108 881,40

108 881,40

106 514,42

107 697,91

25 %

09.8861

Turkije

114 807,87

289 677,97

75 205,16

75 205,16

73 570,27

74 387,72

25 %

09.8862

Rusland

94 792,44

239 175,96

62 094,01

62 094,01

60 744,14

61 419,08

25 %

09.8863

Zwitserland

73 380,52

185 150,38

48 068,08

48 068,08

47 023,13

47 545,60

25 %

09.8864

Belarus

57 907,73

146 110,15

37 932,60

37 932,60

37 107,97

37 520,28

25 %

09.8865

Andere landen

76 245,19

192 378,37

49 944,59

49 944,59

48 858,84

49 401,71

25 %

 (15)

13

Betonstaal

7214 20 00 , 7214 99 10

Turkije

117 231,80

295 793,93

76 792,97

76 792,97

75 123,55

75 958,26

25 %

09.8866

Rusland

94 084,20

237 388,96

61 630,08

61 630,08

60 290,29

60 960,18

25 %

09.8867

Oekraïne

62 534,65

157 784,58

40 963,47

40 963,47

40 072,96

40 518,21

25 %

09.8868

Bosnië en Herzegovina

39 356,10

99 301,53

25 780,31

25 780,31

25 219,87

25 500,09

25 %

09.8869

Moldavië

28 284,59

71 366,38

18 527,89

18 527,89

18 125,11

18 326,50

25 %

09.8870

Andere landen

217 775,50

549 481,20

142 654,35

142 654,35

139 553,17

141 103,76

 

 (16)

14

Staven en lichte profielen van roestvrij staal

7222 11 11 , 7222 11 19 , 7222 11 81 , 7222 11 89 , 7222 19 10 , 7222 19 90 , 7222 20 11 , 7222 20 19 , 7222 20 21 , 7222 20 29 , 7222 20 31 , 7222 20 39 , 7222 20 81 , 7222 20 89 , 7222 30 51 , 7222 30 91 , 7222 30 97 , 7222 40 10 , 7222 40 50 , 7222 40 90

India

44 433,00

112 111,32

29 105,94

29 105,94

28 473,20

28 789,57

25 %

09.8871

Zwitserland

6 502,75

16 407,44

4 259,64

4 259,64

4 167,04

4 213,34

25 %

09.8872

Oekraïne

5 733,50

14 466,50

3 755,74

3 755,74

3 674,10

3 714,92

25 %

09.8873

Andere landen

8 533,24

21 530,68

5 589,72

5 589,72

5 468,20

5 528,96

25 %

 (17)

15

Walsdraad van roestvrij staal

7221 00 10 , 7221 00 90

India

10 135,23

25 572,75

6 639,11

6 639,11

6 494,78

6 566,94

25 %

09.8876

Taiwan

6 619,68

16 702,47

4 336,24

4 336,24

4 241,97

4 289,10

25 %

09.8877

Korea (Republiek)

3 300,07

8 326,58

2 161,72

2 161,72

2 114,72

2 138,22

25 %

09.8878

China

2 216,86

5 593,48

1 452,16

1 452,16

1 420,59

1 436,38

25 %

09.8879

Japan

2 190,40

5 526,72

1 434,83

1 434,83

1 403,63

1 419,23

25 %

09.8880

Andere landen

1 144,43

2 887,57

749,66

749,66

733,36

741,51

25 %

 (18)

16

Niet-gelegeerde en ander gelegeerde walsdraad

7213 10 00 , 7213 20 00 , 7213 91 10 , 7213 91 20 , 7213 91 41 , 7213 91 49 , 7213 91 70 , 7213 91 90 , 7213 99 10 , 7213 99 90 , 7227 10 00 , 7227 20 00 , 7227 90 10 , 7227 90 50 , 7227 90 95

Oekraïne

149 009,10

375 972,95

97 608,76

97 608,76

95 486,83

96 547,79

25 %

09.8881

Zwitserland

141 995,22

358 275,86

93 014,30

93 014,30

90 992,25

92 003,28

25 %

09.8882

Rusland

122 883,63

310 054,37

80 495,21

80 495,21

78 745,32

79 620,26

25 %

09.8883

Turkije

121 331,08

306 137,03

79 478,21

79 478,21

77 750,42

78 614,31

25 %

09.8884

Belarus

97 436,46

245 847,23

63 825,98

63 825,98

62 438,46

63 132,22

25 %

09.8885

Moldavië

73 031,65

184 270,12

47 839,55

47 839,55

46 799,56

47 319,56

25 %

09.8886

Andere landen

122 013,20

307 858,13

79 925,03

79 925,03

78 187,53

79 056,28

25 %

 (19)

17

Walsdraad, staven en profielen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal

7216 31 10 , 7216 31 90 , 7216 32 11 , 7216 32 19 , 7216 32 91 , 7216 32 99 , 7216 33 10 , 7216 33 90

Oekraïne

42 915,19

108 281,65

28 111,70

28 111,70

27 500,57

27 806,14

25 %

09.8891

Turkije

38 465,03

97 053,20

25 196,61

25 196,61

24 648,85

24 922,73

25 %

09.8892

Korea (Republiek)

10 366,76

26 156,94

6 790,77

6 790,77

6 643,15

6 716,96

25 %

09.8893

Rusland

9 424,08

23 778,40

6 173,26

6 173,26

6 039,06

6 106,16

25 %

09.8894

Brazilië

8 577,95

 

 

 

 

 

25 %

09.8895

Zwitserland

6 648,01

16 773,96

4 354,79

4 354,79

4 260,13

4 307,46

25 %

09.8896

Andere landen

14 759,92

58 885,04

15 287,53

15 287,53

14 955,19

15 121,36

25 %

 (20)

18

Damwand profielen

7301 10 00

China

12 198,24

30 778,05

7 990,49

7 990,49

7 816,78

7 903,63

25 %

09.8901

Verenigde Arabische Emiraten

6 650,41

16 780,01

4 356,37

4 356,37

4 261,66

4 309,02

25 %

09.8902

Andere landen

480,04

1 211,21

314,45

314,45

307,61

311,03

25 %

 (21)

19

Spoorwegmateriaal

7302 10 22 , 7302 10 28 , 7302 10 40 , 7302 10 50 , 7302 40 00

Rusland

2 147,19

5 417,70

1 433,84

1 433,84

1 402,67

1 418,25

25 %

09.8906

China

2 145,07

5 412,33

1 432,42

1 432,42

1 401,28

1 416,85

25 %

09.8907

Turkije

1 744,68

4 402,10

1 165,05

1 165,05

1 139,72

1 152,39

25 %

09.8908

Oekraïne

657,6

1 659,24

 

 

 

 

25 %

09.8909

Andere landen

1 010,85

2 550,54

1 092,93

1 092,93

1 069,17

1 081,05

25 %

 (22)

20

Gasbuizen

7306 30 41 , 7306 30 49 , 7306 30 72 , 7306 30 77

Turkije

88 914,68

224 345,46

58 243,77

58 243,77

56 977,60

57 610,68

25 %

09.8911

India

32 317,40

81 541,78

21 169,59

21 169,59

20 709,38

20 939,48

25 %

09.8912

Noord-Macedonië

9 637,48

24 316,84

6 313,05

6 313,05

6 175,81

6 244,43

25 %

09.8913

Andere landen

22 028,87

55 582,25

14 430,07

14 430,07

14 116,37

14 273,22

25 %

 (23)

21

Holle profielen

7306 61 10 , 7306 61 92 , 7306 61 99

Turkije

154 436,15

389 666,25

101 163,76

101 163,76

98 964,55

100 064,16

25 %

09.8916

Rusland

35 406,28

89 335,51

23 192,97

23 192,97

22 688,77

22 940,87

25 %

09.8917

Noord-Macedonië

34 028,95

85 860,29

22 290,74

22 290,74

21 806,16

22 048,45

25 %

09.8918

Oekraïne

25 240,74

63 686,29

16 534,01

16 534,01

16 174,57

16 354,29

25 %

09.8919

Zwitserland

25 265,29

56 276,65

14 610,34

14 610,34

14 292,73

14 451,53

25 %

09.8920

Belarus

20 898,79

52 730,88

13 689,80

13 689,80

13 392,20

13 541,00

25 %

09.8921

Andere landen

25 265,29

63 748,22

16 550,09

16 550,09

16 190,30

16 370,19

25 %

 (24)

22

Naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal

7304 11 00 , 7304 22 00 , 7304 24 00 , 7304 41 00 , 7304 49 10 , 7304 49 93 , 7304 49 95 , 7304 49 99

India

8 315,90

20 982,29

5 447,35

5 447,35

5 328,93

5 388,14

25 %

09.8926

Oekraïne

5 224,94

13 183,34

3 422,61

3 422,61

3 348,21

3 385,41

25 %

09.8927

Korea (Republiek)

1 649,31

4 161,47

1 080,39

1 080,39

1 056,90

1 068,64

25 %

09.8928

Japan

1 590,45

4 012,94

1 041,83

1 041,83

1 019,18

1 030,50

25 %

09.8929

Verenigde Staten van Amerika

1 393,26

3 515,42

912,66

912,66

892,82

902,74

25 %

09.8930

China

1 299,98

3 280,05

 

 

 

 

25 %

09.8931

Andere landen

2 838,17

7 161,15

2 710,71

2 710,71

2 651,78

2 681,24

25 %

 (25)

24

Andere naadloze buizen

7304 19 10 , 7304 19 30 , 7304 19 90 , 7304 23 00 , 7304 29 10 , 7304 29 30 , 7304 29 90 , 7304 31 20 , 7304 31 80 , 7304 39 10 , 7304 39 52 , 7304 39 58 , 7304 39 92 , 7304 39 93 , 7304 39 98 , 7304 51 81 , 7304 51 89 , 7304 59 10 , 7304 59 92 , 7304 59 93 , 7304 59 99 , 7304 90 00

China

49 483,75

124 855,14

32 414,45

32 414,45

31 709,78

32 062,12

25 %

09.8936

Oekraïne

36 779,89

92 801,35

24 092,76

24 092,76

23 569,00

23 830,88

25 %

09.8937

Belarus

19 655,31

49 593,37

12 875,25

12 875,25

12 595,36

12 735,31

25 %

09.8938

Japan

13 766,04

34 733,85

9 017,48

9 017,48

8 821,45

8 919,46

25 %

09.8939

Verenigde Staten van Amerika

12 109,53

30 554,21

7 932,38

7 932,38

7 759,93

7 846,15

25 %

09.8940

Andere landen

55 345,57

139 645,41

36 254,24

36 254,24

35 466,11

35 860,18

25 %

 (26)

25

Grote belaste buizen

7305 11 00 , 7305 12 00 , 7305 19 00 , 7305 20 00 , 7305 31 00 , 7305 39 00 , 7305 90 00

Rusland

140 602,32

354 761,34

 

25 %

 

Turkije

17 543,40

44 264,71

25 %

 

China

14 213,63

35 863,19

25 %

 

Andere landen

34 011,86

85 817,17

25 %

 

25.A

Grote belaste buizen

7305 11 00 , 7305 12 00

Derde landen

 

 

97 268,30

97 268,30

95 153,77

96 211,03

25 %

 (27)

25.B

Grote belaste buizen

7305 19 00 , 7305 20 00 , 7305 31 00 , 7305 39 00 , 7305 90 00

Turkije

11 245,20

11 245,20

11 000,73

11 122,97

25 %

09.8971

China

6 775,70

6 775,70

6 628,41

6 702,06

25 %

09.8972

Russische Federatie

6 680,59

6 680,59

6 535,36

6 607,97

25 %

09.8973

Korea, Republiek

4 877,57

4 877,57

4 771,54

4 824,55

25 %

09.8974

Japan

2 588,59

2 588,59

2 532,31

2 560,45

25 %

09.8975

Andere landen

5 748,00

5 748,00

5 623,04

5 685,52

25 %

 (28)

26

Andere gelaste buizen

7306 11 10 , 7306 11 90 , 7306 19 10 , 7306 19 90 , 7306 21 00 , 7306 29 00 , 7306 30 11 , 7306 30 19 , 7306 30 80 , 7306 40 20 , 7306 40 80 , 7306 50 20 , 7306 50 80 , 7306 69 10 , 7306 69 90 , 7306 90 00

Zwitserland

64 797,98

163 495,29

42 446,07

42 446,07

41 523,33

41 984,70

25 %

09.8946

Turkije

60 693,64

153 139,43

39 757,51

39 757,51

38 893,22

39 325,37

25 %

09.8947

Verenigde Arabische Emiraten

18 676,40

47 123,44

12 234,02

12 234,02

11 968,06

12 101,04

25 %

09.8948

China

18 010,22

45 442,58

11 797,64

11 797,64

11 541,17

11 669,40

25 %

09.8949

Taiwan

14 374,20

36 268,32

9 415,85

9 415,85

9 211,16

9 313,51

25 %

09.8950

India

11 358,87

28 660,18

7 440,65

7 440,65

7 278,90

7 359,78

25 %

09.8951

Andere landen

36 898,57

93 100,78

24 170,49

24 170,49

23 645,05

23 907,77

25 %

 (29)

27

Staven van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, door koud nabewerken verkregen

7215 10 00 , 7215 50 11 , 7215 50 19 , 7215 50 80 , 7228 10 90 , 7228 20 99 , 7228 50 20 , 7228 50 40 , 7228 50 61 , 7228 50 69 , 7228 50 80

Rusland

117 519,41

296 519,61

76 981,37

76 981,37

75 307,86

76 144,61

25 %

09.8956

Zwitserland

27 173,22

68 562,23

17 799,88

17 799,88

17 412,93

17 606,41

25 %

09.8957

China

20 273,26

51 152,57

13 280,05

13 280,05

12 991,35

13 135,70

25 %

09.8958

Oekraïne

15 969,02

40 292,29

10 460,54

10 460,54

10 233,14

10 346,84

25 %

09.8959

Andere landen

17 540,47

44 257,32

11 489,93

11 489,93

11 240,15

11 365,04

25 %

 (30)

28

Draad van niet-gelegeerd staal

7217 10 10 , 7217 10 31 , 7217 10 39 , 7217 10 50 , 7217 10 90 , 7217 20 10 , 7217 20 30 , 7217 20 50 , 7217 20 90 , 7217 30 41 , 7217 30 49 , 7217 30 50 , 7217 30 90 , 7217 90 20 , 7217 90 50 , 7217 90 90

Belarus

88 294,51

222 780,67

57 837,52

57 837,52

56 580,19

57 208,86

25 %

09.8961

China

66 719,82

168 344,42

43 704,98

43 704,98

42 754,87

43 229,92

25 %

09.8962

Rusland

41 609,21

104 986,47

27 256,21

27 256,21

26 663,69

26 959,95

25 %

09.8963

Turkije

40 302,46

101 689,34

26 400,22

26 400,22

25 826,31

26 113,26

25 %

09.8964

Oekraïne

26 755,09

67 507,23

17 525,99

17 525,99

17 144,99

17 335,49

25 %

09.8965

Andere landen

39 770,29

100 346,58

26 051,62

26 051,62

25 485,28

25 768,45

25 %

 (31)

IV.2 — Omvang globale tariefcontingenten per kwartaal

 

JAAR 1

JAAR 2

JAAR 3

Productnummer

 

Van 2.2.2019 t.e.m. 31.3.2019

Van 1.4.2019 t.e.m. 30.6.2019

Van 1.7.2019 t.e.m. 30.9.2019

Van 1.10.2019 t.e.m. 31.12.2019

Van 1.1.2020 t.e.m. 31.3.2020

Van 1.4.2020 t.e.m. 30.6.2020

Van 1.7.2020 t.e.m. 30.9.2020

Van 1.10.2020 t.e.m. 31.12.2020

Van 1.1.2021 t.e.m. 31.3.2021

Van 1.4.2021 t.e.m. 30.6.2021

1

Andere landen

1 307 737,32

2 051 794,76

2 172 108,07

2 116 842,75

2 093 833,59

2 093 833,59

1 013 612,28

1 013 612,28

991 577,22

1 002 594,76

2

Andere landen

167 401,61

262 647,35

278 048,49

270 974,05

268 028,68

268 028,68

281 704,58

281 704,58

275 580,57

278 642,58

3.A

Andere landen

119,25

187,09

198,07

193,03

190,93

190,93

739,77

739,77

723,69

731,73

3.B

Andere landen

3 268,01

5 127,39

5 428,05

5 289,94

5 232,44

5 232,44

5 499,42

5 499,42

5 379,87

5 439,65

4.A

Andere landen

296 430,19

465 088,74

492 360,66

479 833,44

474 617,86

474 617,86

498 834,77

498 834,77

487 990,53

493 412,65

4.B

Andere landen

48 890,51

76 707,53

81 205,51

79 139,39

78 279,18

78 279,18

82 273,30

82 273,30

80 484,75

81 379,02

5

Andere landen

16 782,91

26 331,80

27 875,85

27 166,60

26 871,31

26 871,31

28 242,39

28 242,39

27 628,42

27 935,41

6

Andere landen

12 910,76

20 256,54

21 444,34

20 898,73

20 671,57

20 671,57

34 650,52

34 650,52

33 897,25

34 273,88

7

Andere landen

181 777,76

285 203,04

301 926,80

294 244,83

291 046,51

291 046,51

305 896,87

305 896,87

299 246,94

302 571,91

8

Andere landen

3 969,15

6 227,46

6 592,63

6 424,89

6 355,05

6 355,05

91 870,53

91 870,53

89 873,34

90 871,93

9

Andere landen

19 753,81

30 993,05

32 810,42

31 975,62

31 628,06

31 628,06

33 241,85

33 241,85

32 519,20

32 880,53

10

Andere landen

560,56

879,51

931,08

907,39

897,53

897,53

943,32

943,32

922,81

933,07

12

Andere landen

29 679,33

46 565,85

49 296,38

48 042,13

47 519,93

47 519,93

49 944,59

49 944,59

48 858,84

49 401,71

13

Andere landen

84 771,67

133 003,83

140 802,92

137 220,44

135 728,92

135 728,92

142 654,35

142 654,35

139 553,17

141 103,76

14

Andere landen

3 321,66

5 211,58

5 517,17

5 376,80

5 318,36

5 318,36

5 589,72

5 589,72

5 468,20

5 528,96

15

Andere landen

445,48

698,95

739,93

721,11

713,27

713,27

749,66

749,66

733,36

741,51

16

Andere landen

47 495,07

74 518,13

78 887,73

76 880,57

76 044,91

76 044,91

79 925,03

79 925,03

78 187,53

79 056,28

17

Andere landen

5 745,47

9 014,45

9 543,04

16 567,39

16 387,31

16 387,31

15 287,52

15 287,52

14 955,19

15 121,36

18

Andere landen

186,86

293,18

310,37

302,47

299,18

299,18

314,45

314,45

307,61

311,03

19

Andere landen

393,49

617,37

653,57

636,94 (32)

630,02

630,02

1 092,93

1 092,93

1 069,17

1 081,05

20

Andere landen

8 575,00

13 453,88

14 242,79

13 880,40

13 729,53

13 729,53

14 430,07

14 430,07

14 116,37

14 273,22

21

Andere landen

9 834,81

15 430,48

16 335,29

15 919,67

15 746,63

15 746,63

16 550,09

16 550,09

16 190,30

16 370,19

22

Andere landen

1 104,79

1 733,38

1 835,02

1 788,34  (33)

1 768,90

1 768,90

2 710,71

2 710,71

2 651,78

2 681,24

24

Andere landen

21 543,91

33 801,65

35 783,72

34 873,27

34 494,21

34 494,21

36 254,24

36 254,24

35 466,11

35 860,18

25

Andere landen

13 239,52

20 772,34

21 990,39

21 430,89  (34)

21 197,95

21 197,95

 

 

 

 

25.A

Andere landen

 

 

 

 

 

 

97 268,30

97 268,30

95 153,77

96 211,03

25.B

Andere landen

 

 

 

 

 

 

5 748,00

5 748,00

5 623,04

5 685,52

26

Andere landen

14 363,20

22 535,37

23 856,80

23 249,80

22 997,09

22 997,09

24 170,49

24 170,49

23 645,05

23 907,77

27

Andere landen

6 827,84

10 712,64

11 340,81

11 052,26

10 932,13

10 932,13

11 489,93

11 489,93

11 240,15

11 365,04

28

Andere landen

15 481,05

24 289,24

25 713,51

25 059,28

24 786,90

24 786,90

26 051,62

26 051,62

25 485,28

25 768,45


(1)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8601.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8602.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Rusland*: 09.8571, voor Turkije*: 09.8572, voor India*: 09.8573, voor Korea (Republiek)*: 09.8574, voor Servië*: 09.8575.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(2)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8603.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8604.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor India *, Korea (Republiek)*, Oekraïne*, Brazilië* en Servië*: 09.8567.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(3)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8605.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8606.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Korea (Republiek)*, Rusland* en Iran (Islamitische Republiek)*: 09.8568.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(4)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8607.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8608.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Rusland*, Korea (Republiek)*, China* en Taiwan*: 09.8569.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(5)  Aan antidumpingrechten onderworpen producten.

(6)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8609.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8610.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor India* en Korea (Republiek)*: 09.8570.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(7)  Niet aan antidumpingrechten onderworpen producten (met inbegrip van automobielen).

(8)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8611. Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8612.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor China*: 09.8581, voor Korea (Republiek)*: 09.8582, voor India*: 09.8583, voor Taiwan*: 09.8584.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(9)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8613.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8614.

(10)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8615.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8616.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor China*, Korea (Republiek)*, Taiwan* en Servië*: 09.8576.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(11)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8617.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8618.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Oekraïne*, Korea (Republiek)*, Rusland* en India*: 09.8577.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(12)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8619.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8620.

(13)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8621.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8622.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Korea (Republiek)*, Taiwan* India*, Verenigde Staten van Amerika*, Turkije*, Maleisië* en Vietnam*: 09.8578.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(14)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8623.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8624.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor China*, India* en Taiwan*: 09.8591.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(15)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8625.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8626.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor China*, Turkije*, Rusland*, Zwitserland* en Belarus*: 09.8592.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(16)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8627.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019: 09.8628.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Turkije*, Rusland*, Oekraïne* en Bosnië en Herzegovina* en Moldavië*: 09.8593.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(17)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8629.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8630.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor India*, Zwitserland* en Oekraïne*: 09.8594.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(18)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8631.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8632.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor India*, Taiwan*, Korea (Republiek)*, China* en Japan*: 09.8595.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(19)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8633.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019: 09.8634.

Van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8634. * In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(20)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8635.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8636.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Oekraïne*, Turkije*, Korea (Republiek)*, Rusland* en Zwitserland*: 09.8579.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(21)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8637.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8638.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor China* en de Verenigde Arabische Emiraten*: 09.8580.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(22)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8639.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8640.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Rusland*, China* en Turkije*: 09.8585.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(23)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8641.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8642.

(24)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8643.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8644.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Turkije*, Rusland*, Oekraïne*, Noord-Macedonië*, Zwitserland* en Belarus*: 09.8596.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(25)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8645.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8646.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor India*, Oekraïne*, Korea (Republiek)*, Japan* en de Verenigde Staten van Amerika*: 09.8597.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(26)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8647.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8648.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor China*, Oekraïne*, Belarus*, Japan* en de Verenigde Staten van Amerika*: 09.8586.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(27)  Van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8657.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8658.

(28)  Van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8659.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8660.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Turkije*, China*, de Russische Federatie*, Korea (Republiek)* en Japan*: 09.8587.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(29)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8651.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8652.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Zwitserland*, Turkije*, de Verenigde Arabische Emiraten, China*, Taiwan* en India*: 09.8588.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(30)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8653.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8654.

(31)  Van 2.2.2019 tot en met 31.3.2019, van 1.7.2019 tot en met 31.3.2020 en van 1.7.2020 tot en met 31.3.2021: 09.8655.

Van 1.4.2019 tot en met 30.6.2019, van 1.4.2020 tot en met 30.6.2020 en van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: 09.8656.

Van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021: voor Turkije*, Rusland*, Oekraïne*, China* en Belarus*: 09.8598.

* In geval van uitputting van hun specifieke contingenten overeenkomstig artikel 1, lid 5.

(32)  Dit volume zal worden gewijzigd na de overdracht van het ongebruikte deel van het landspecifieke contingent met volgnummer 09.8909 overeenkomstig artikel 2 van deze verordening.

(33)  Dit volume zal worden gewijzigd na de overdracht van het ongebruikte deel van het landspecifieke contingent met volgnummer 09.8931 overeenkomstig artikel 2 van deze verordening.

(34)  Dit volume zal worden gewijzigd na de overdracht van het ongebruikte deel van de landspecifieke contingenten met de volgnummers 09.8941, 09.8942 en 09.8943 overeenkomstig artikel 2 van deze verordening.


BIJLAGE III

Maximumomvang van het residuele contingent waartoe landen met een landspecifiek contingent van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021 toegang hebben

Productcategorie

Nieuw toegewezen contingent voor de periode van 1.4.2021 tot en met 30.6.2021 (in ton)

1

Speciale regeling

2

278 642,58

3.A

731,73

3.B

5 439,65

4.A

493 412,65

4.B

Speciale regeling

5

Geen toegang tot het residuele contingent in het vierde kwartaal

6

34 273,88

7

302 571,91

8

N.v.t.

9

32 880,53

10

276,19

12

29 542,22

13

37 251,39

14

3 068,57

15

552,42

16

Geen toegang tot het residuele contingent in het vierde kwartaal

17

15 121,36

18

311,03

19

1 081,05

20

Geen toegang tot het residuele contingent in vierde kwartaal

21

3 421,37

22

2 174,49

24

35 860,18

25.A

N.v.t.

25.B

5 685,52

26

23 907,77

27

Geen toegang tot het residuele contingent in het vierde kwartaal

28

18 295,60