29.6.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 205/16


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/887 VAN DE COMMISSIE

van 26 juni 2020

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/66 wat betreft controles na de invoer van voor opplant bestemde planten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 22, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/66 van de Commissie (2) zijn voorschriften vastgesteld voor eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van planten, plantaardige producten en ander materiaal. Deze voorschriften omvatten controles in de bedrijfsruimten van professionele exploitanten op de plaats van productie van voor opplant bestemde planten.

(2)

Voor opplant bestemde planten in rusttoestand, met uitzondering van zaden, kunnen eenvormige gevaren en risico’s voor de gezondheid van planten inhouden, omdat de aanwezigheid of de symptomen van plaagorganismen bij de controle ervan aan een grenscontrolepost of aan een controlepunt mogelijk niet kunnen worden vastgesteld. Onmiddellijk na die controles worden die voor opplant bestemde planten niettemin, vergezeld van een plantenpaspoort voor het vervoer binnen het grondgebied van de Unie, in het vrije verkeer gebracht.

(3)

Daarom is het, met het oog op de aanpak van deze risico’s, passend om na de invoer, in de bedrijfsruimten van de exploitanten, ten minste tijdens het eerste groeiseizoen, fysieke controles te verrichten om met een hogere graad van zekerheid de aanwezigheid van een EU-quarantaineorganisme, een beschermdgebiedquarantaineorganisme (ZP-quarantaineorganisme) of een plaagorganisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad (3) vastgestelde maatregelen, op te sporen. Opdat de bevoegde autoriteiten die controles op de meest efficiënte en evenredige wijze uitvoeren, moeten zij de frequentie van die controles vaststellen, evenals de voor opplant bestemde planten die aan die controles worden onderworpen, op basis van een controleplan dat overeenkomstig bepaalde criteria wordt vastgesteld.

(4)

Om de controles efficiënter te maken en meer de nadruk te leggen op de grootste risico's voor de plantgezondheid, is het passend deze te baseren op de voorgeschiedenis van onderscheppingen van de betrokken plaagorganismen met betrekking tot de betrokken derde landen van oorsprong, de aanwezigheid van prioritaire plaagorganismen in die landen en de beschikbare informatie in het informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc). De lidstaten kunnen vergoedingen voor die controles innen, zoals bepaald in artikel 80 van Verordening (EU) 2017/625.

(5)

Wanneer uit die controles blijkt dat een quarantaineorganisme of een plaagorganisme wordt aangetroffen dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde maatregelen, moeten de bevoegde autoriteiten de resultaten van de controles in het Imsoc in het overeenkomstig voltooid GGB als bedoeld in artikel 56 van Verordening (EU) 2017/625 registreren wanneer het mogelijk is de besmette plant terug te traceren naar de ingevoerde zending.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/66 wordt vervangen door:

“Artikel 1

1.   De bevoegde autoriteiten verrichten ten minste eenmaal per jaar officiële controles in de bedrijfsruimten en, waar van toepassing, op andere locaties die worden gebruikt door professionele exploitanten die overeenkomstig artikel 84, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 gemachtigd zijn plantenpaspoorten af te geven.

2.   Deze controles bestaan onder meer uit inspecties en, in geval van een vermoeden van risico's voor de plantgezondheid, uit het nemen van monsters en het uitvoeren van tests als bedoeld in artikel 92, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031.

3.   Die controles worden verricht op het meest geschikte tijdstip wat de mogelijkheid tot het opsporen van relevante plaagorganismen of tekenen of symptomen daarvan betreft.

4.   Naast de in de leden 1 tot en met 3 bedoelde controles voeren de bevoegde autoriteiten fysieke controles uit op voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, met inbegrip van knollen, bollen en wortelstokken, die in rusttoestand in de Unie zijn binnengebracht. De bevoegde autoriteiten voeren die controles tijdens het eerste groeiseizoen na de invoer uit op sommige van die planten die zijn aangeduid op basis van het in lid 5 bedoelde controleplan.

5.   De frequentie van de in lid 4 bedoelde controles wordt door de bevoegde autoriteiten vastgesteld op basis van een controleplan dat wordt vastgesteld overeenkomstig ten minste alle volgende criteria:

a)

de voorgeschiedenis en het niveau van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 11, onder c), van Verordening (EU) 2016/2031 onderschepte en gemelde EU-quarantaineorganismen, vastgesteld op ingevoerde planten, plantaardige producten en andere materialen;

b)

de aanwezigheid in het betrokken derde land van oorsprong van een prioritair plaagorganisme in de zin van artikel 6 van Verordening (EU) 2016/2031, overeenkomstig de beschikbare technische en wetenschappelijke informatie;

c)

informatie die via het informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) beschikbaar wordt gesteld of andere officiële waarschuwingen;

d)

de biologische eigenschappen van de waardplanten en de plaagorganismen, en andere relevante voorwaarden voor de efficiënte opsporing van een quarantaineorganisme of een plaagorganisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde maatregelen.

6.   Wanneer bij de in lid 4 bedoelde controles de aanwezigheid wordt aangetoond van een quarantaineorganisme of een plaagorganisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 vastgestelde maatregelen, registreren de bevoegde autoriteiten de resultaten van de controles in het Imsoc in het overeenkomstig voltooid gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB) als bedoeld in artikel 56 van Verordening (EU) 2017/625 wanneer het mogelijk is de besmette plant terug te traceren naar de ingevoerde zending.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 juni 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/66 van de Commissie van 16 januari 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van planten, plantaardige producten en ander materiaal om de naleving te verifiëren van de voorschriften van de Unie betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten die op die goederen van toepassing zijn (PB L 15 van 17.1.2019, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4).