29.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/582 VAN DE RAAD

van 28 april 2020

tot uitvoering van artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) nr. 224/2014 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 224/2014 van de Raad van 10 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek (1), en met name artikel 17, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 10 maart 2014 Verordening (EU) nr. 224/2014 vastgesteld.

(2)

Het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (“VN‐Veiligheidsraad”), ingesteld op grond van Resolutie 2127 (2013) van de VN-Veiligheidsraad, heeft op 20 april 2020 één persoon toegevoegd aan de lijst van personen en entiteiten die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn.

(3)

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 224/2014 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 224/2014 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 april 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

G. GRLIĆ RADMAN


(1)   PB L 70 van 11.3.2014, blz. 1.


BIJLAGE

In de lijst in deel A (“Personen”) van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 224/2014 wordt de volgende persoon toegevoegd:

A.   Personen

13. Martin KOUMTAMADJI (alias: a) Abdoulaye Miskine; b) Abdoullaye Miskine; c) Martin Nadingar Koumtamadji; d) Martin Nkoumtamadji; e) Martin Koumta Madji; f) Omar Mahamat)

Hoedanigheid: Voorzitter en opperbevelhebber van het Front Démocratique du Peuple Centrafricain (FDPC)

Geboortedatum: a) 5 oktober 1965; b) 3 maart 1965

Geboorteplaats: a) Ndïnaba, Tsjaad; b) Kobo, Centraal-Afrikaanse Republiek; c) Kabo, Centraal‐Afrikaanse Republiek

Nationaliteit: a) Tsjaad; b) Centraal-Afrikaanse Republiek

Paspoortnr.: 06FBO2262 (diplomatiek paspoort van de CAR), afgegeven op 22 februari 2007, vervallen op 21 februari 2012

Adres: Am Dafock, prefectuur Vakaga, Centraal-Afrikaanse Republiek (laatst bekende locatie)

Datum van plaatsing op de VN-lijst: 20 april 2020

Andere informatie: Martin Koumtamadji richtte het FDPC op in 2005. Hij werd in december 2012 lid van de Séléka-coalitie en verliet deze in april 2013 nadat de rebellen in Bangui de macht hadden overgenomen. Na zijn arrestatie in Kameroen werd hij overgebracht naar Brazzaville in de Republiek Congo. Hij behield altijd het opperbevel van zijn troepen ter plaatse in de CAR, zelfs toen hij in Brazzaville verbleef, voordat hij naar de CAR terugkeerde (tussen november 2014 en 2019). Op 6 februari 2019 ondertekende het FDPC het politiek akkoord voor vrede en verzoening in de CAR, maar Martin Koumtamadji blijft een gevaar voor de vrede, stabiliteit en veiligheid van de CAR.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Als voorzitter en opperbevelhebber van het Front Démocratique du Peuple Centrafricain (FDPC, een gewapende groepering die zich bezighoudt met gewelddadige activiteiten) heeft Martin Koumtamadji zich schuldig gemaakt aan handelingen die de vrede, stabiliteit en veiligheid van de CAR bedreigen, in het bijzonder de uitvoering van het politiek akkoord voor vrede en verzoening in de CAR, dat op 6 februari 2019 in Bangui is ondertekend.

Hij weigerde de ontwapening van de FDPC-strijders, in tegenstelling tot zijn verbintenis als ondertekenaar van het politiek akkoord voor vrede en verzoening in de CAR, en dreigde in juli 2019 president Touadéra omver te werpen.

Hij begon in juni 2019 samen te werken met de op de sanctielijst geplaatste Nourredine Adam (zie vermelding 002) en was met een naaste medestander van Nourredine Adam betrokken bij wapenhandel, teneinde de militaire capaciteit van het FDPC uit te bouwen.

Tijdens de gevechten in de prefectuur Vakaga in 2019 deed hij het Front Populaire pour la Renaissance de la Centrafrique (FPRC) een aanbod om met zijn gewapende groepering een militaire operatie uit te voeren.

Hij bleef in de gebieden waar het FDPC actief is, het herstel van het staatsgezag verhinderen door illegale wegblokkades in stand te houden om veehoeders, economische actoren (waaronder goudwinningsbedrijven in de prefectuur Nana-Mambéré) en reizigers af te persen.

Onder zijn leiding pleegde het FDPC in de prefectuur Nana-Mambéré handelingen die een schending van of een inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder aanslagen op burgers in april 2019, ontvoeringen van burgers in maart 2019 (nabij Zoukombo) en seksueel en genderspecifiek geweld in mei 2019 (in Bagary). In 2017 pleegde het FDPC ook 14 daden van seksueel geweld tijdens conflicten.

Tussen 2016 en 2019 ronselde het FDPC kinderen om ze in te zetten als soldaten in gewapende conflicten en dwong het elf meisjes te trouwen met leden van het FDPC.

In maart 2019 was hij betrokken bij het belemmeren van de levering van humanitaire hulp, toen het FDPC, onder leiding van Miskine, een reeks aanslagen pleegde op de hoofdweg van Kameroen naar Bangui.

Ten slotte vonden er in april 2019 nabij Zoukombo (prefectuur Nana-Mambéré) en op de as Bouar-Béléko schermutselingen van FDPC-elementen met MINUSCA plaats.”.