|
28.4.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 133/23 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/580 VAN DE COMMISSIE
van 27 april 2020
tot verlening van toelating van de Unie voor de biocidefamilie “SOPURCLEAN”
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 44, lid 5, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 28 augustus 2015 heeft SOPURA nv overeenkomstig artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een aanvraag ingediend voor de toelating van een biocidefamilie met als naam “SOPURCLEAN”, behorende tot productsoort 4 als omschreven in bijlage V bij die verordening, tezamen met de schriftelijke bevestiging dat de bevoegde autoriteit van België ermee heeft ingestemd de aanvraag te beoordelen. De aanvraag is onder zaaknummer BC-PJ019489 22 in het biocidenregister geregistreerd. |
|
(2) |
“SOPURCLEAN” bevat octaanzuur en decaanzuur als werkzame stoffen; die stoffen zijn opgenomen in de Unielijst van goedgekeurde werkzame stoffen als bedoeld in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012. |
|
(3) |
Op 15 december 2017 heeft de beoordelende bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een beoordelingsrapport en de conclusies van haar beoordeling bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het agentschap”) ingediend. |
|
(4) |
Op 15 juli 2019 heeft het agentschap bij de Commissie een advies (2) ingediend, dat in overeenstemming met artikel 44, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken van het biocide voor “SOPURCLEAN” en het definitieve beoordelingsrapport betreffende de biocidefamilie bevat. |
|
(5) |
In het advies wordt geconcludeerd dat “SOPURCLEAN” een biocidefamilie is als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder s), van Verordening (EU) nr. 528/2012, dat de biocidefamilie in aanmerking komt voor een toelating van de Unie overeenkomstig artikel 42, lid 1, van die verordening en dat de biocidefamilie, onder voorbehoud van overeenstemming met de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken van het biocide, voldoet aan de in artikel 19, leden 1 en 6, van die verordening gestelde voorwaarden. |
|
(6) |
Op 26 juli 2019 heeft het agentschap, in overeenstemming met artikel 44, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012, de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken in alle officiële talen van de Unie aan de Commissie doen toekomen. |
|
(7) |
De Commissie sluit zich aan bij het advies van het agentschap en acht het daarom passend om voor “SOPURCLEAN” een toelating van de Unie te verlenen. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan SOPURA nv wordt een toelating van de Unie met toelatingsnummer EU-0021157-0000 verleend voor het op de markt aanbieden en het gebruik van de biocidefamilie “SOPURCLEAN”, overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde samenvatting van de productkenmerken van het biocide.
De toelating van de Unie is geldig van 18 mei 2020 tot en met 30 april 2030.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 april 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.
(2) Advies van het agentschap van 26 juni 2019 over de toelating van de Unie voor “SOPURCLEAN” (ECHA/BPC/227/2019) https://echa.europa.eu/bpc-opinions-on-union-authorisation
BIJLAGE
Samenvatting van de productkenmerken van een biocide familie
SOPURCLEAN
Productsoort 4 — Voeding en diervoeders (Desinfecteermiddelen)
Toelatingsnummer: EU-0021157-0000
Toelatingsnummer in R4BP: EU-0021157-0000
DEEL I
EERSTE INFORMATIENIVEAU
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE
1.1. Familienaam
|
Naam |
SOPURCLEAN |
1.2. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
1.3. Toelatingshouder
|
Naam en adres van de toelatingshouder |
Naam |
SOPURA N.V. |
|
Adres |
Rue de Trazegnies 199, 6180 COURCELLES België |
|
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0000 |
|
|
Toelatingsnummer in R4BP |
EU-0021157-0000 |
|
|
Toelatingsdatum |
18 mei 2020 |
|
|
Vervaldatum |
30 april 2030 |
|
1.4. Fabrikant(en) van de biociden
|
Naam van de fabrikant |
SOPURA N.V. |
|
Adres van de fabrikant |
Rue de Trazegnies 199, 6180 COURCELLES België |
|
Productielocatie |
PIB de Tyberchamps 14, 7180 SENEFFE België Rue de Trazegnies 199, 6180 COURCELLES België |
|
Naam van de fabrikant |
SOPURA QUIMICA |
|
Adres van de fabrikant |
Poligon “La Canaleta”, Avinguda Júpiter 9, 25300 TARREGA Spanje |
|
Productielocatie |
Poligon “La Canaleta”, Avinguda Júpiter 9, 25300 TARREGA Spanje |
1.5. Fabrikant(en) van de werkzame stof(fen)
|
Werkzame stof |
Octaanzuur |
|
Naam van de fabrikant |
Emery Oleochemicals (M) Sdn Bhd (63112-D) |
|
Adres van de fabrikant |
Lot 4, Jalan Perak, Kawasan Perusahaan, Telok Panglima Garang, 42500 Selangor Maleisië |
|
Productielocatie |
Lot 4, Jalan Perak, Kawasan Perusahaan, Telok Panglima Garang, 42500 Selangor Maleisië |
|
Werkzame stof |
Decaan-zuur |
|
Naam van de fabrikant |
Emery Oleochemicals (M) Sdn Bhd (63112-D) |
|
Adres van de fabrikant |
Lot 4, Jalan Perak, Kawasan Perusahaan, Telok Panglima Garang, 42500 Selangor Maleisië |
|
Productielocatie |
Lot 4, Jalan Perak, Kawasan Perusahaan, Telok Panglima Garang, 42500 Selangor Maleisië |
2. SAMENSTELLING EN FORMULERING VAN DE BIOCIDEFAMILIE
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de familie
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,1 |
2,7 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
0,3 |
1,5 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
0,0 |
31,2 |
|
Propionzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-09-4 |
201-176-3 |
0,0 |
19,5 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
0,0 |
30,0 |
|
Salpeterzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7697-37-2 |
231-714-2 |
0,0 |
18,0 |
|
Methaansulfonzuur |
|
Niet-werkzame stof |
75-75-2 |
200-898-6 |
0,0 |
20,3 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
0,0 |
4,2 |
|
Melkzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-33-4 |
201-196-2 |
0,0 |
35,2 |
|
Citroenzuur |
|
Niet-werkzame stof |
77-92-9 |
201-069-1 |
0,0 |
3,0 |
2.2. Soort(en) formulering
|
Formulering(en) |
SL — Met water mengbaar concentraat |
DEEL II
TWEEDE INFORMATIENIVEAU — META-SPC(“s)
META-SPC 1
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE VAN DE META-SPC 1
1.1. Identificatiecode van de meta-SPC 1
|
Identificatiecode |
Meta SPC 1 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-1 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 1
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 1
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,1 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
0,75 |
1,5 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
0,0 |
31,2 |
|
Propionzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-09-4 |
201-176-3 |
0,0 |
0,0 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
0,0 |
30,0 |
|
Salpeterzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7697-37-2 |
231-714-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Methaansulfonzuur |
|
Niet-werkzame stof |
75-75-2 |
200-898-6 |
0,0 |
12,6 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
0,0 |
4,2 |
|
Melkzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-33-4 |
201-196-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Citroenzuur |
|
Niet-werkzame stof |
77-92-9 |
201-069-1 |
0,0 |
3,0 |
2.2. Soort(en) formulering van de meta-SPC 1
|
Formulering(en) |
SL — Met water mengbaar concentraat |
3. GEVARENAANDUIDINGEN EN VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN VAN DE META-SPC 1
|
Gevarencategorie |
Kan bijtend zijn voor metalen. Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
damp niet inademen. BIJ CONTACT MET DE OGEN:Voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten.Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen. Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM raadplegen. Onmiddellijk een een arts raadplegen. Oogbescherming dragen. Gelaatsbescherming dragen. Beschermende kleding dragen. Beschermende handschoenen dragen. NA INSLIKKEN:De mond spoelen.GEEN braken opwekken. BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar):Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken Huid met water afspoelen. BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar):Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken Huid met afdouchen. Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren. Op een goed geventileerde plaats bewaren.In goed gesloten verpakking bewaren. Gelekte/gemorste stof opnemen om materiële schade te vermijden. Inhoud naar afvoeren in overeenstemming met lokale/regionale/nationale/internationale regelgeving |
4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC 1
4.1. Omschrijving van het gebruik
Tabel 1.
Gebruik # 1 — Cleaning In Place-proces (CIP) met circulatie
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder. |
||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Gesloten systeem Voor desinfectie van buizen, tanks en andere onderdelen van het gesloten systeem.
|
||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
|
||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
|
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Bij hergebruik van de desinfecteeroplossing voor CIP-procedures moet de concentratie van de werkzame stof vóór hergebruik gemeten worden en weer op het beoogde niveau worden gebracht.
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen:
|
— |
Overbrengen in gesloten systemen en industriële risicominimalisende maatregelen (RMM) die het risico op blootstelling van huid en ogen uitsluiten. Houders met het product worden via geïnstalleerde buizen op CIP aangesloten; aansluitingen worden met droge koppeling gemaakt. |
|
— |
Behandelde uitrusting (vaten) en doseeruitrusting moeten na gebruik met drinkwater gespoeld worden. |
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.2. Omschrijving van het gebruik
Tabel 2.
Gebruik # 2 — Onderdompelen/doorweken
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder |
||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Open systeem: onderdompelen Voor desinfectie van kleine, harde, niet poreuze onderdelen (bijv. reserveonderdelen, gereedschap, kleppen, slangen) die in het voedselbereidingsproces worden gebruikt:
|
||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
- |
||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
|
4.2.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
De dompeloplossing moet door een verse oplossing vervangen worden wanneer ze zichtbaar vervuild is, en in elk geval dagelijks.
4.2.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Tijdens de fase na aanbrenging:
Spoel de uitrusting met drinkwater.
4.2.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.2.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.2.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING (1) VAN DE META-SPC 1
5.1. Gebruiksvoorschrift
Voor een effect op bacteriën en op gisten
|
• |
Spoelen en reinigen vóór desinfectie: |
Niet verplicht (hoewel een voorspoeling altijd wordt aanbevolen en doorgaans door de gebruikers wordt uitgevoerd). Voor desinfectieprocedures in slachthuizen is reiniging met een koude basische oplossing vóór desinfectie verplicht.
|
• |
Desinfectiecyclus:
Bij uitbraken van Pediococcus damnosus moeten de producten in 2 % worden gebruikt.
|
|
• |
Laatste spoeling met drinkwater. |
5.2. Risicobeperkende maatregelen
Op goed geventileerde plekken gebruiken.
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen: een beschermende overall dragen. Draag tijdens het hanteren van het product beschermende handschoenen die bestand zijn tegen chemische stoffen (materiaal handschoenen nader te bepalen door de vergunninghouder in de productinformatie). Tijdens het hanteren van het product oogbescherming gebruiken. Gezichtsbescherming dragen.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
Gegevens over waarschijnlijke directe of indirecte schadelijke effecten:
|
• |
Ernstige chemische brandwonden en/of corrosie van de ogen, slijmvliezen, luchtwegen en spijsverteringskanaal met het risico op perforatie en hevige pijn. De afwezigheid van zichtbare brandwonden in de mond sluit brandwonden aan de slokdarm niet uit. |
|
• |
Bij aspiratie en/of inslikken kunnen chemische longontsteking en metabole acidose ontstaan. |
Instructies voor eerste hulp:
|
• |
Persoon verwijderen van de blootstellingsbron en alle verontreinigde/bespatte kleding uittrekken. |
|
• |
Bij inademing: Persoon in de frisse lucht brengen. De getroffen persoon laten rusten. Naar verwachting geen eerstehulpmaatregelen vereist. |
|
• |
Bij blootstelling van de ogen: Zorg direct voor medische hulp. Controleer ALTIJD op contactlenzen en verwijder deze. Onmiddellijk spoelen met veel water gedurende 15 minuten en de oogleden open houden. Een fles water bij de hand houden. |
|
• |
Bij contact met de huid: Medisch hulp inroepen. Verontreinigde kleding en schoenen uittrekken. Getroffen gebied wassen met veel water. NIET schrobben. |
|
• |
Bij contact met de mond of bij inslikken: GEEN braken opwekken. Als de persoon bij bewustzijn is, speeksel kan inslikken zonder te hoesten en het inslikken in minder dan één uur plaatsvond, de mond spoelen met veel water. Naar het ziekenhuis brengen. |
|
• |
NOOIT vaste stoffen/vloeistoffen via de mond toedienen aan een bewusteloze persoon; persoon op de linkerzij leggen met het hoofd omlaag en de knieën gebogen. |
|
• |
De persoon kalm en in rust houden, lichaamstemperatuur op peil houden en ademhaling beheersen. Indien nodig polsslag controleren en kunstmatige beademing instellen. |
|
• |
Bij aanhoudende of verergerende symptomen de persoon naar een gezondheidscentrum brengen, indien mogelijk verpakking of etiket meenemen. |
|
• |
DE GETROFFEN PERSOON NOOIT ALLEEN LATEN! |
Advies voor medisch personeel en zorgpersoneel:
|
• |
Bij inslikken het uitvoeren van een endoscopische procedure overwegen. |
|
• |
Het gebruik van braakwortelsiroop, neutralisatie en actieve kool wordt niet aanbevolen. |
|
• |
Symptomatische en ondersteunende behandeling. |
|
• |
BIJ VRAGEN OM MEDISCHE ADVIES DE VERPAKKING OF HET ETIKET BIJ DE HAND HOUDEN EN UW LOKALE VERGIFTIGINGENCENTRUM BELLEN |
Noodmaatregelen ter bescherming van het milieu:
|
• |
Niet in riolen en openbare wateren terecht laten komen. |
|
• |
Gemorst product zo snel mogelijk opruimen, waarbij een absorberend materiaal (bijv. aarde, zand) wordt gebruikt om het gemorste materiaal te verzamelen. Geschikte afvoervaten gebruiken. |
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Uitsluitend in goed afgesloten oorspronkelijke verpakking en in een koele en geventileerde ruimte bewaren
Het product verwijderd van direct zonlicht, warmte- en ontstekingsbronnen houden.
Het product moet bij temperaturen lager dan +30 °C bewaard worden.
Ongebruikt product niet op de grond, in waterlopen, in leidingen (bijv. gootsteen, wc) of afvoeren terecht laten komen.
Ongebruikt product, de verpakking ervan en alle andere afvalmaterialen, verwijderen in overeenstemming met lokale regelgeving.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Opslagomstandigheden:
|
• |
Bewaren in een schone ruimte die terugwinning van gelekt en uitgestroomd product mogelijk maakt. |
|
• |
Tegen bevriezen beschermen. Zorgen voor lokale afzuiging of algemene ventilatie van de ruimte om stof- en/of dampconcentraties te minimaliseren. Houder gesloten houden indien hij niet wordt gebruikt. |
|
• |
Hanteren volgens goede industriële hygiëne- en veiligheidsprocedures. |
Verpakkingsmateriaal: Goedgekeurde materialen gebruiken die geschikt zijn voor corrosieve vloeistoffen.
Houdbaarheid: twaalf maanden in de oorspronkelijke verpakking.
6. OVERIGE INFORMATIE
Elk product in meta-SPC1 dient voldoende hoeveelheden zuren te bevatten om een pH ≤ 2 bij de verdunning van 1,5 % op te leveren.
7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 1
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SEPTACID BN |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0001 1-1 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,5 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,5 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
31,2 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
4,2 |
7.2. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SEPTACID BN PS |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0002 1-1 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,5 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,5 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
30,0 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
4,2 |
7.3. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SOPURCIP EC |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0003 1-1 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,1 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
0,75 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
7,8 |
|
Methaansulfonzuur |
|
Niet-werkzame stof |
75-75-2 |
200-898-6 |
12,6 |
7.4. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SOPURCLEAN BN |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0004 1-1 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,2 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
29,64 |
|
Citroenzuur |
|
|
77-92-9 |
201-069-1 |
3,0 |
7.5. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SOPURCLEAN BN PS |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0005 1-1 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,2 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
30,0 |
|
Citroenzuur |
|
Niet-werkzame stof |
77-92-9 |
201-069-1 |
2,5 |
META-SPC 2
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE VAN DE META-SPC 2
1.1. Identificatiecode van de meta-SPC 2
|
Identificatiecode |
Meta SPC 2 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-2 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 2
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 2
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
2,7 |
2,7 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
0,3 |
0,3 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
0,0 |
0,0 |
|
Propionzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-09-4 |
201-176-3 |
19,5 |
19,5 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
3,8 |
3,8 |
|
Salpeterzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7697-37-2 |
231-714-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Methaansulfonzuur |
|
Niet-werkzame stof |
75-75-2 |
200-898-6 |
0,0 |
0,0 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
0,0 |
0,0 |
|
Melkzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-33-4 |
201-196-2 |
35,2 |
35,2 |
|
Citroenzuur |
|
Niet-werkzame stof |
77-92-9 |
201-069-1 |
0,0 |
0,0 |
2.2. Soort(en) formulering van de meta-SPC 2
|
Formulering(en) |
SL — Met water mengbaar concentraat |
3. Gevarenaanduidingen en veiligheidsaanbevelingen van de meta-SPC 2
|
Gevarencategorie |
Kan bijtend zijn voor metalen. Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
damp niet inademen. Beschermende handschoenen dragen. Beschermende kleding dragen. Oogbescherming dragen. Gelaatsbescherming dragen. BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar):Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken Huid met water afspoelen. BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar):Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken Huid met afdouchen. BIJ CONTACT MET DE OGEN:Voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten.Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen. Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM raadplegen. Onmiddellijk een een arts raadplegen. Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren. Op een goed geventileerde plaats bewaren.In goed gesloten verpakking bewaren. NA INSLIKKEN:De mond spoelen.GEEN braken opwekken. Inhoud naar afvoeren in overeenstemming met lokale/regionale/nationale/internationale regelgeving. |
4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC 2
4.1. Omschrijving van het gebruik
Tabel 3.
Gebruik # 1 — Cleaning In Place-proces (CIP) met circulatie
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder |
||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Gesloten systeem Voor desinfectie van buizen, tanks en andere onderdelen van het gesloten systeem.
|
||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Voor een effect op bacteriën en op gisten: Verdunningspercentage: 1 % v/v Bij uitbraken van Pediococcus damnosus moet het product in 1,5 % v/v worden gebruikt. Contacttijd: minimaal 15 minuten bij +4 °C en daarboven, tot +20-25 °C. - |
||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
|
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Bij hergebruik van de desinfecteeroplossing voor CIP-procedures moet de concentratie van de werkzame stof vóór hergebruik gemeten worden en weer op het beoogde niveau worden gebracht.
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen:
|
— |
Overbrengen in gesloten systemen en industriële RMM die het risico op blootstelling van huid en ogen uitsluiten. IBC-containers met het product worden via geïnstalleerde buizen op CIP aangesloten; aansluitingen worden met droge koppeling gemaakt. |
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.2. Omschrijving van het gebruik
Tabel 4.
Gebruik # 2 — Spuiten
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder |
||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Spuiten Voor desinfectie van harde, niet-poreuze oppervlakken in contact met voedselverwerking:
|
||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Maximale dosering: 100 ml/m2— Voor een effect op bacteriën en op gisten: Verdunningspercentage: 1 % v/v Bij uitbraken van Pediococcus damnosus moet het product in 1,5 % worden gebruikt. Contacttijd: minimaal 15 minuten bij +4 °C en daarboven, tot +20-25 °C. - |
||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
Jerrycan (PE-HD), met: 10 tot 12,5 kg (*4).
|
4.2.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Zie algemene gebruiksaanwijzingen
4.2.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Volledig geautomatiseerd proces waar werknemers tijdens het sproeien niet aanwezig zijn.
Werknemers treden de werkruimte pas weer binnen nadat de sproeioplossing is afgevoerd.
4.2.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen
4.2.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.2.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.3. Omschrijving van het gebruik
Tabel 5.
Gebruik # 3 — Handmatige desinfectie
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Gist |
||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder. |
||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Handmatige toepassing Voor desinfectie van harde, niet-poreuze kleine onderdelen en oppervlakken die in het voedselbereidingsproces worden gebruikt:
|
||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
Maximale dosering: 100 ml/m2— Voor een effect op bacteriën en op gisten: Verdunningspercentage: 1 % v/v Bij uitbraken van Pediococcus damnosus moet het product in 1,5 % worden gebruikt. Contacttijd: minimaal 15 minuten bij +4 °C en daarboven, tot +20-25 °C. - |
||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
Jerrycan (PE-HD), met: 10 tot 12,5 kg (*5).
|
4.3.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.3.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen
4.3.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen
4.3.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.3.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen
4.4. Omschrijving van het gebruik
Tabel 6.
Gebruik # 4 — Onderdompelen/doorweken
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder |
||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Open systeem: onderdompelen Voor desinfectie van harde, niet poreuze kleine onderdelen (bijv. reserveonderdelen, gereedschap, kleppen, slangen) die in het voedselbereidingsproces worden gebruikt:
|
||||
|
Dosering(en) en frequentie |
- |
||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
Jerrycan (PE-HD), met: 10 tot 12,5 kg (*6). • Jerrycan (PE-HD), met: 20 tot 25 kg (*6). • Vaten (PE-HD) met 200 tot 250 kg (*6). Containers (PE-HD) met 600 tot 750 kg (*6). • IBC (PE-HD) met 1 100 tot 1 250 kg (*6) • Bulklevering. |
4.4.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
De dompeloplossing moet door een verse oplossing vervangen worden wanneer ze zichtbaar vervuild is, en in elk geval dagelijks.
4.4.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.4.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.4.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.4.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING (2) VAN DE META-SPC 2
5.1. Gebruiksvoorschrift
Hoofdstappen:
Voor een effect op bacteriën en op gisten
|
• |
Spoelen en reinigen vóór desinfectie: Niet verplicht (hoewel een voorspoeling altijd wordt aanbevolen en doorgaans door de gebruikers wordt uitgevoerd). |
Voor desinfectieprocedures in slachthuizen is reiniging met een koude basische oplossing vóór desinfectie verplicht.
|
• |
Desinfectiecyclus:
|
|
• |
Laatste spoeling: niet nodig. |
5.2. Risicobeperkende maatregelen
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen: een beschermende overall dragen. Draag tijdens het hanteren van het product beschermende handschoenen die bestand zijn tegen chemische stoffen (materiaal handschoenen nader te bepalen door de vergunninghouder in de productinformatie). Tijdens het hanteren van het product oogbescherming gebruiken. Gezichtsbescherming dragen.
Op goed geventileerde plekken gebruiken.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
Gegevens over waarschijnlijke directe of indirecte schadelijke effecten:
|
• |
Ernstige chemische brandwonden en/of corrosie van de ogen, slijmvliezen, luchtwegen en spijsverteringskanaal met het risico op perforatie en hevige pijn. De afwezigheid van zichtbare brandwonden in de mond sluit brandwonden aan de slokdarm niet uit. |
|
• |
Bij aspiratie en/of inslikken kunnen chemische longontsteking en metabole acidose ontstaan. |
Instructies voor eerste hulp:
|
• |
Persoon verwijderen van de blootstellingsbron en alle verontreinigde/bespatte kleding uittrekken. |
|
• |
Bij inademing: Persoon in de frisse lucht brengen. De getroffen persoon laten rusten. Naar verwachting geen eerstehulpmaatregelen vereist. |
|
• |
Bij blootstelling van de ogen: Zorg direct voor medische hulp. Controleer ALTIJD op contactlenzen en verwijder deze. Onmiddellijk spoelen met veel water gedurende 15 minuten en de oogleden open houden. Een fles water bij de hand houden. |
|
• |
Bij contact met de huid: Medisch hulp inroepen. Verontreinigde kleding en schoenen uittrekken. Getroffen gebied wassen met veel water. NIET schrobben. |
|
• |
Bij contact met de mond of bij inslikken: GEEN braken opwekken. Als de persoon bij bewustzijn is, speeksel kan inslikken zonder te hoesten en het inslikken in minder dan één uur plaatsvond, de mond spoelen met veel water. Naar het ziekenhuis brengen. |
|
• |
NOOIT vaste stoffen/vloeistoffen via de mond toedienen aan een bewusteloze persoon; persoon op de linkerzij leggen met het hoofd omlaag en de knieën gebogen. |
|
• |
De persoon kalm en in rust houden, lichaamstemperatuur op peil houden en ademhaling beheersen. Indien nodig polsslag controleren en kunstmatige beademing instellen. |
|
• |
Bij aanhoudende of verergerende symptomen de persoon naar een gezondheidscentrum brengen, indien mogelijk verpakking of etiket meenemen. |
|
• |
DE GETROFFEN PERSOON NOOIT ALLEEN LATEN! |
Advies voor medisch personeel en zorgpersoneel:
|
• |
Bij inslikken het uitvoeren van een endoscopische procedure overwegen. |
|
• |
Het gebruik van braakwortelsiroop, neutralisatie en actieve kool wordt niet aanbevolen. |
|
• |
Symptomatische en ondersteunende behandeling. |
|
• |
BIJ VRAGEN OM MEDISCHE ADVIES DE VERPAKKING OF HET ETIKET BIJ DE HAND HOUDEN EN UW LOKALE VERGIFTIGINGENCENTRUM BELLEN |
Noodmaatregelen ter bescherming van het milieu:
|
• |
Niet in riolen en openbare wateren terecht laten komen. |
|
• |
Gemorst product zo snel mogelijk opruimen, waarbij een absorberend materiaal (aarde, zand…) wordt gebruikt om het gemorste materiaal te verzamelen. Geschikte afvoervaten gebruiken. |
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Uitsluitend in goed afgesloten oorspronkelijke verpakking en in een koele en geventileerde ruimte bewaren
Het product verwijderd van direct zonlicht, warmte- en ontstekingsbronnen houden.
Het product moet bij temperaturen lager dan +30 °C bewaard worden.
Ongebruikt product niet op de grond, in waterlopen, in leidingen (bijv. gootsteen, wc) of afvoeren terecht laten komen.
Ongebruikt product, de verpakking ervan en alle andere afvalmaterialen, verwijderen in overeenstemming met lokale regelgeving.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Opslagomstandigheden:
|
• |
Bewaren in een schone ruimte die terugwinning van gelekt en uitgestroomd product mogelijk maakt. |
|
• |
Tegen bevriezen beschermen. Zorgen voor lokale afzuiging of algemene ventilatie van de ruimte om stof- en/of dampconcentraties te minimaliseren. Verpakking gesloten houden als ze niet wordt gebruikt. |
|
• |
Hanteren volgens goede industriële hygiëne- en veiligheidsprocedures. |
Verpakkingsmateriaal: Goedgekeurde materialen gebruiken die geschikt zijn voor corrosieve vloeistoffen.
Houdbaarheid: twaalf maanden in de oorspronkelijke verpakking.
6. OVERIGE INFORMATIE
-
7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 2
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SOPURCLEAN NR |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0006 1-2 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
2,7 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
0,3 |
|
Propionzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-09-4 |
201-176-3 |
19,5 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
3,8 |
|
Melkzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-33-4 |
201-196-2 |
35,2 |
META-SPC 3
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE VAN DE META-SPC 3
1.1. Identificatiecode van de meta-SPC 3
|
Identificatiecode |
Meta SPC 3 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-3 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 3
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 3
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,8 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,2 |
1,2 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
0,0 |
0,0 |
|
Propionzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-09-4 |
201-176-3 |
0,0 |
0,0 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Salpeterzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7697-37-2 |
231-714-2 |
18,0 |
18,0 |
|
Methaansulfonzuur |
|
Niet-werkzame stof |
75-75-2 |
200-898-6 |
0,0 |
0,0 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
0,0 |
0,0 |
|
Melkzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-33-4 |
201-196-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Citroenzuur |
|
Niet-werkzame stof |
77-92-9 |
201-069-1 |
0,0 |
0,0 |
2.2. Soort(en) formulering van de meta-SPC 3
|
Formulering(en) |
SL — Met water mengbaar concentraat |
3. GEVARENAANDUIDINGEN EN VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN VAN DE META-SPC 3
|
Gevarencategorie |
Kan bijtend zijn voor metalen. Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. Schadelijk bij inademing. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
damp niet inademen. Beschermende kleding dragen. Oogbescherming dragen. Beschermende handschoenen dragen. Gelaatsbescherming dragen. BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar):Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken Huid met water afspoelen. BIJ CONTACT MET DE OGEN:Voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten.Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen. Onmiddellijk een een arts raadplegen. Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM raadplegen. Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren. NA INSLIKKEN:De mond spoelen.GEEN braken opwekken. Op een goed geventileerde plaats bewaren.In goed gesloten verpakking bewaren. Gelekte/gemorste stof opnemen om materiële schade te vermijden. Inhoud naar afvoeren in overeenstemming met lokale/regionale/nationale/internationale regelgeving. |
4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC 3
4.1. Omschrijving van het gebruik
Tabel 7.
Gebruik # 1 — Cleaning In Place-proces (CIP) met circulatie
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder |
||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Gesloten systeem Voor desinfectie van buizen, tanks en andere onderdelen van het gesloten systeem.
|
||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
- |
||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
|
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Bij hergebruik van de desinfecteeroplossing voor CIP-procedures moet de concentratie van de werkzame stof vóór hergebruik gemeten worden en weer op het beoogde niveau worden gebracht.
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen:
|
— |
Overbrengen in gesloten systemen en industriële RMM die het risico op blootstelling van huid en ogen uitsluiten. Houders met het product worden via geïnstalleerde buizen op CIP aangesloten; aansluitingen worden met droge koppeling gemaakt. |
Tijdens de meng- en laadfasen:
|
— |
Ademhalingsmasker dragen. |
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING (3) VAN DE META-SPC 3
5.1. Gebruiksvoorschrift
Voor een effect op bacteriën en op gisten
|
• |
Spoelen en reinigen vóór desinfectie: |
Niet verplicht (hoewel een voorspoeling altijd wordt aanbevolen en doorgaans door de gebruikers wordt uitgevoerd).
Voor desinfectieprocedures in slachthuizen is reiniging met een koude basische oplossing vóór desinfectie verplicht.
|
• |
Desinfectiecyclus:
Bij uitbraken van Pediococcus damnosus moet het product in 2 % worden gebruikt.
|
|
• |
Laatste spoeling met drinkwater. |
5.2. Risicobeperkende maatregelen
Op goed geventileerde plekken gebruiken.
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen:
Een beschermende overall dragen. Draag tijdens het hanteren van het product beschermende handschoenen die bestand zijn tegen chemische stoffen (materiaal handschoenen nader te bepalen door de vergunninghouder in de productinformatie). Tijdens het hanteren van het product oogbescherming gebruiken. Gezichtsbescherming dragen.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
Gegevens over waarschijnlijke directe of indirecte schadelijke effecten:
|
• |
Ernstige chemische brandwonden en/of corrosie van de ogen, slijmvliezen, luchtwegen en spijsverteringskanaal met het risico op perforatie en hevige pijn. De afwezigheid van zichtbare brandwonden in de mond sluit brandwonden aan de slokdarm niet uit. |
|
• |
Bij aspiratie en/of inslikken kunnen chemische longontsteking en metabole acidose ontstaan. |
Instructies voor eerste hulp:
|
• |
Persoon verwijderen van de blootstellingsbron en alle verontreinigde/bespatte kleding uittrekken. |
|
• |
Bij inademing: Persoon in de frisse lucht brengen. De getroffen persoon laten rusten. Naar verwachting geen eerstehulpmaatregelen vereist. |
|
• |
Bij blootstelling van de ogen: Zorg direct voor medische hulp. Controleer ALTIJD op contactlenzen en verwijder deze. Onmiddellijk spoelen met veel water gedurende 15 minuten en de oogleden open houden. (Een fles water bij de hand houden). |
|
• |
Bij contact met de huid: Medisch hulp inroepen. Verontreinigde kleding en schoenen uittrekken. Getroffen gebied wassen met veel water. NIET schrobben. |
|
• |
Bij contact met de mond of bij inslikken: GEEN braken opwekken. Als de persoon bij bewustzijn is, speeksel kan inslikken zonder te hoesten en het inslikken in minder dan één uur plaatsvond, de mond spoelen met veel water. Naar het ziekenhuis brengen. |
|
• |
NOOIT vaste stoffen/vloeistoffen via de mond toedienen aan een bewusteloze persoon; persoon op de linkerzij leggen met het hoofd omlaag en de knieën gebogen. |
|
• |
De persoon kalm en in rust houden, lichaamstemperatuur op peil houden en ademhaling beheersen. Indien nodig polsslag controleren en kunstmatige beademing instellen. |
|
• |
Bij aanhoudende of verergerende symptomen de persoon naar een gezondheidscentrum brengen, indien mogelijk verpakking of etiket meenemen. |
|
• |
DE GETROFFEN PERSOON NOOIT ALLEEN LATEN! |
Advies voor medisch personeel en zorgpersoneel:
|
• |
Bij inslikken het uitvoeren van een endoscopische procedure overwegen. |
|
• |
Het gebruik van braakwortelsiroop, neutralisatie en actieve kool wordt niet aanbevolen. |
|
• |
Symptomatische en ondersteunende behandeling. |
|
• |
BIJ VRAGEN OM MEDISCHE ADVIES DE VERPAKKING OF HET ETIKET BIJ DE HAND HOUDEN EN UW LOKALE VERGIFTIGINGENCENTRUM BELLEN |
Noodmaatregelen ter bescherming van het milieu:
|
• |
Niet in riolen en openbare wateren terecht laten komen. |
|
• |
Gemorst product zo snel mogelijk opruimen, waarbij een absorberend materiaal (bijv. aarde, zand) wordt gebruikt om het gemorste materiaal te verzamelen. Geschikte afvoervaten gebruiken. |
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Uitsluitend in goed afgesloten oorspronkelijke verpakking en in een koele en geventileerde ruimte bewaren
Het product verwijderd van direct zonlicht, warmte- en ontstekingsbronnen houden.
Het product moet bij temperaturen lager dan +30 °C bewaard worden.
Ongebruikt product niet op de grond, in waterlopen, in leidingen (gootsteen, wc…) of afvoeren terecht laten komen.
Ongebruikt product, de verpakking ervan en alle andere afvalmaterialen, verwijderen in overeenstemming met lokale regelgeving.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Opslagomstandigheden:
|
• |
Bewaren in een schone ruimte die terugwinning van gelekt en uitgestroomd product mogelijk maakt. |
|
• |
Tegen bevriezen beschermen. Zorgen voor lokale afzuiging of algemene ventilatie van de ruimte om stof- en/of dampconcentraties te minimaliseren. Verpakking gesloten houden als ze niet wordt gebruikt. |
|
• |
Hanteren volgens goede industriële hygiëne- en veiligheidsprocedures. |
Verpakkingsmateriaal: Goedgekeurde materialen gebruiken die geschikt zijn voor corrosieve vloeistoffen.
Houdbaarheid: twaalf maanden in de oorspronkelijke verpakking.
6. OVERIGE INFORMATIE
-
7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 3
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SOPURCLEAN OP-N |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0007 1-3 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,2 |
|
Salpeterzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7697-37-2 |
231-714-2 |
18,0 |
META-SPC 4
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE VAN DE META-SPC 4
1.1. Identificatiecode van de meta-SPC 4
|
Identificatiecode |
Meta SPC 4 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-4 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 4
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 4
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,8 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,2 |
1,2 |
|
Zwavelzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-93-9 |
231-639-5 |
4,68 |
4,68 |
|
Propionzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-09-4 |
201-176-3 |
0,0 |
0,0 |
|
Fosforzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7664-38-2 |
231-633-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Salpeterzuur |
|
Niet-werkzame stof |
7697-37-2 |
231-714-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Methaansulfonzuur |
|
Niet-werkzame stof |
75-75-2 |
200-898-6 |
20,3 |
20,3 |
|
Glycolzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-14-1 |
201-180-5 |
0,0 |
0,0 |
|
Melkzuur |
|
Niet-werkzame stof |
79-33-4 |
201-196-2 |
0,0 |
0,0 |
|
Citroenzuur |
|
Niet-werkzame stof |
77-92-9 |
201-069-1 |
0,0 |
0,0 |
2.2. Soort(en) formulering van de meta-SPC 4
|
Formulering(en) |
SL — Met water mengbaar concentraat |
3. GEVARENAANDUIDINGEN EN VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN VAN DE META-SPC 4
|
Gevarencategorie |
Kan bijtend zijn voor metalen. Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsel. Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
damp niet inademen. Beschermende kleding dragen. Oogbescherming dragen. Beschermende handschoenen dragen. Gelaatsbescherming dragen. BIJ CONTACT MET DE HUID (of het haar):Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken Huid met water afspoelen. BIJ CONTACT MET DE OGEN:Voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten.Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen. Onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM raadplegen. Onmiddellijk een een arts raadplegen. NA INSLIKKEN:De mond spoelen.GEEN braken opwekken. Uitsluitend in de oorspronkelijke verpakking bewaren. Op een goed geventileerde plaats bewaren.In goed gesloten verpakking bewaren. Gelekte/gemorste stof opnemen om materiële schade te vermijden. Inhoud naar afvoeren in overeenstemming met lokale/regionale/nationale/internationale regelgeving. |
4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC 4
4.1. Omschrijving van het gebruik
Tabel 8.
Gebruik # 1 — Cleaning In Place-proces (CIP) met circulatie
|
Productsoort |
PT 04 — Voeding en diervoeders |
||||||||||||
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
- |
||||||||||||
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Bacteria Yeasts |
||||||||||||
|
Toepassingsgebied |
Binnen In ruimten met voedsel en diervoeder. |
||||||||||||
|
Toepassingsmethode(n) |
Gesloten systeem Voor desinfectie van buizen, tanks en andere onderdelen van het gesloten systeem.
|
||||||||||||
|
Dosering(en) en frequentie |
|
||||||||||||
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Getrainde professioneel |
||||||||||||
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
*Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
|
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Bij hergebruik van de desinfecteeroplossing voor CIP-procedures moet de concentratie van de werkzame stof vóór hergebruik gemeten worden en weer op het beoogde niveau worden gebracht.
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfase:
|
— |
Overbrengen in gesloten systemen en industriële RMM die het risico op blootstelling van huid en ogen uitsluiten. IBC-containers met het product worden via geïnstalleerde buizen op CIP aangesloten; aansluitingen worden met droge koppeling gemaakt. |
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Zie algemene gebruiksaanwijzingen
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Zie algemene gebruiksaanwijzingen.
5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING (4) VAN DE META-SPC 4
5.1. Gebruiksvoorschrift
Hoofdstappen:
Voor een effect op bacteriën en op gisten
|
• |
Spoelen en reinigen vóór desinfectie: |
Niet verplicht (hoewel een voorspoeling altijd wordt aanbevolen en doorgaans door de gebruikers wordt uitgevoerd).
Voor desinfectieprocedures in slachthuizen is een reinigingsstap met een koude basische oplossing vóór desinfectie verplicht.
|
• |
Desinfectiecyclus:
Bij uitbraken van Pediococcus damnosus moeten de producten in 2 % worden gebruikt.
|
|
• |
Laatste spoeling met drinkwater. |
5.2. Risicobeperkende maatregelen
Op goed geventileerde plekken gebruiken.
Tijdens de meng-, laad- en aanbrengfasen:
Een beschermende overall dragen. Draag tijdens het hanteren van het product beschermende handschoenen die bestand zijn tegen chemische stoffen (materiaal handschoenen nader te bepalen door de vergunninghouder in de productinformatie). Tijdens het hanteren van het product oogbescherming gebruiken. Gezichtsbescherming dragen.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
Gegevens over waarschijnlijke directe of indirecte schadelijke effecten:
|
• |
Ernstige chemische brandwonden en/of corrosie van de ogen, slijmvliezen, luchtwegen en spijsverteringskanaal met het risico op perforatie en hevige pijn. De afwezigheid van zichtbare brandwonden in de mond sluit brandwonden aan de slokdarm niet uit. |
|
• |
Bij aspiratie en/of inslikken kunnen chemische longontsteking en metabole acidose ontstaan. |
Instructies voor eerste hulp:
|
• |
Persoon verwijderen van de blootstellingsbron en alle verontreinigde/bespatte kleding uittrekken. |
|
• |
Bij inademing: Persoon in de frisse lucht brengen. De getroffen persoon laten rusten. Naar verwachting geen eerstehulpmaatregelen vereist. |
|
• |
Bij blootstelling van de ogen: Zorg direct voor medische hulp. Controleer ALTIJD op contactlenzen en verwijder deze. Onmiddellijk spoelen met veel water gedurende 15 minuten en de oogleden open houden. (Een fles water bij de hand houden). |
|
• |
Bij contact met de huid: Medisch hulp inroepen. Verontreinigde kleding en schoenen uittrekken. Getroffen gebied wassen met veel water. NIET schrobben. |
|
• |
Bij contact met de mond of bij inslikken: GEEN braken opwekken. Als de persoon bij bewustzijn is, speeksel kan inslikken zonder te hoesten en het inslikken in minder dan één uur plaatsvond, de mond spoelen met veel water. Naar het ziekenhuis brengen. |
|
• |
NOOIT vaste stoffen/vloeistoffen via de mond toedienen aan een bewusteloze persoon; persoon op de linkerzij leggen met het hoofd omlaag en de knieën gebogen. |
|
• |
De persoon kalm en in rust houden, lichaamstemperatuur op peil houden en ademhaling beheersen. Indien nodig polsslag controleren en kunstmatige beademing instellen. |
|
• |
Bij aanhoudende of verergerende symptomen de persoon naar een gezondheidscentrum brengen, indien mogelijk verpakking of etiket meenemen. |
|
• |
DE GETROFFEN PERSOON NOOIT ALLEEN LATEN! |
Advies voor medisch personeel en zorgpersoneel:
|
• |
Bij inslikken het uitvoeren van een endoscopische procedure overwegen. |
|
• |
Het gebruik van braakwortelsiroop, neutralisatie en actieve kool wordt niet aanbevolen. |
|
• |
Symptomatische en ondersteunende behandeling. |
|
• |
BIJ VRAGEN OM MEDISCHE ADVIES DE VERPAKKING OF HET ETIKET BIJ DE HAND HOUDEN EN UW LOKALE VERGIFTIGINGENCENTRUM BELLEN |
Noodmaatregelen ter bescherming van het milieu:
|
• |
Niet in riolen en openbare wateren terecht laten komen. |
|
• |
Gemorst product zo snel mogelijk opruimen, waarbij een absorberend materiaal (aarde, zand…) wordt gebruikt om het gemorste materiaal te verzamelen. Geschikte afvoervaten gebruiken. |
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Uitsluitend in goed afgesloten oorspronkelijke verpakking en in een koele en geventileerde ruimte bewaren
Het product verwijderd van direct zonlicht, warmte- en ontstekingsbronnen houden.
Het product moet bij temperaturen lager dan +30 °C bewaard worden.
Ongebruikt product niet op de grond, in waterlopen, in leidingen (bijv. gootsteen, wc) of afvoeren terecht laten komen.
Ongebruikt product, de verpakking ervan en alle andere afvalmaterialen, verwijderen in overeenstemming met lokale regelgeving.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Opslagomstandigheden:
|
• |
Bewaren in een schone ruimte die terugwinning van gelekt en uitgestroomd product mogelijk maakt. |
|
• |
Tegen bevriezen beschermen. Zorgen voor lokale afzuiging of algemene ventilatie van de ruimte om stof- en/of dampconcentraties te minimaliseren. Verpakking gesloten houden als ze niet wordt gebruikt. |
|
• |
Hanteren volgens goede industriële hygiëne- en veiligheidsprocedures. |
Verpakkingsmateriaal: Goedgekeurde materialen gebruiken die geschikt zijn voor corrosieve vloeistoffen.
Houdbaarheid: twaalf maanden in de oorspronkelijke verpakking.
6. OVERIGE INFORMATIE
-
7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 4
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
SOPURCLEAN CIP OP |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0021157-0008 1-4 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Octaanzuur |
|
Werkzame stof |
124-07-2 |
204-677-5 |
1,8 |
|
Decaan-zuur |
|
Werkzame stof |
334-48-5 |
206-376-4 |
1,2 |
|
Zwavelzuur |
|
|
7664-93-9 |
231-639-5 |
4,68 |
|
Methaansulfonzuur |
|
|
75-75-2 |
200-898-6 |
20,3 |
(*1) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(*2) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(1) De gebruiksaanwijzing, de risicobeperkende maatregelen en de andere aanwijzingen voor het gebruik in dit deel gelden voor elk toegelaten gebruik in de meta-SPC 1.
(*3) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(*4) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(*5) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(*6) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(2) De gebruiksaanwijzing, de risicobeperkende maatregelen en de andere aanwijzingen voor het gebruik in dit deel gelden voor elk toegelaten gebruik in de meta-SPC 2.
(*7) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(3) De gebruiksaanwijzing, de risicobeperkende maatregelen en de andere aanwijzingen voor het gebruik in dit deel gelden voor elk toegelaten gebruik in de meta-SPC 3.
(*8) Afhankelijk van de dichtheid van het biocide.
(4) De gebruiksaanwijzing, de risicobeperkende maatregelen en de andere aanwijzingen voor het gebruik in dit deel gelden voor elk toegelaten gebruik in de meta-SPC 4.