|
10.3.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 73/6 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/387 VAN DE COMMISSIE
van 9 maart 2020
tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1302/2014 en (EU) 2016/919 wat betreft de uitbreiding van het gebruiksgebied en de overgangsfasen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (1), en met name artikel 5, lid 11,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 54, leden 2 en 3, van Richtlijn (EU) 2016/797 moet voor voertuigen waarvoor voor 15 juni 2016 een vergunning voor indienststelling is afgegeven, overeenkomstig artikel 21 van die richtlijn een nieuwe vergunning voor het in de handel brengen worden afgegeven met het oog op de exploitatie daarvan op een of meer netwerken waarvoor hun vergunning nog niet geldt. Deze voertuigen moeten derhalve voldoen aan de geldende technische specificaties inzake interoperabiliteit (TSI’s) of overeenkomstig artikel 7, lid 1, van die richtlijn ontheffing krijgen van die TSI’s. Tegelijk bestaat één van de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2016/797 erin de vergunningsprocedures op EU-niveau te stroomlijnen en te harmoniseren om het vrij verkeer van voertuigen te vergemakkelijken. Daartoe wordt in punt 7.6.1 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 321/2013 (2) van de Commissie en in punt 7.5.2.3 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1302/2014 (3) van de Commissie gesteld dat flexibiliteitsbepalingen moeten worden ontwikkeld met betrekking tot de naleving van de eisen van de TSI. In die bepalingen moet worden aangegeven welke mate van flexibiliteit kan worden toegestaan voor een uitbreiding van het gebruiksgebied van voertuigen die voor 15 juni 2016 in dienst zijn gesteld, terwijl tegelijkertijd aan de essentiële eisen wordt voldaan, een adequaat veiligheidsniveau wordt gehandhaafd en, indien redelijkerwijs haalbaar, dat niveau wordt verhoogd. Deze verordeningen moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. De bepaling met betrekking tot “uitbreiding van het gebruiksgebied” heeft ook betrekking op voertuigen die moeten worden aangepast om de technische compatibiliteit met nieuwe netwerken te waarborgen; in dat geval blijft de oorspronkelijke vergunning gelden voor de ongewijzigde delen van het voertuig. De in eerdere vergunningen opgenomen beperkingen en voorwaarden blijven van toepassing. Om dezelfde redenen moet een dergelijke verduidelijking ook worden opgenomen in Verordening (EU) 2016/919 (4). |
|
(2) |
De aangemelde instanties en vergunningverlenende entiteiten in de spoorwegsector hanteren een verschillende aanpak bij de toepassing van de verschillende overgangsbepalingen van de punten 7.1.1.2 tot en met 7.1.1.8 en punt 7.1.3.1 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1302/2014. In de spoorwegsector is er evenmin sprake van uniformiteit met betrekking tot de geldigheidsduur van EG-type- of -ontwerpkeuringscertificaten in geval van wijziging van een bestaand type rollend materieel, als beschreven in punt 7.2.2.2 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 321/2013 en punt 7.1.2.2 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1302/2014. Bovendien is een verdere harmonisatie die de verschillen ten opzichte van het doelsysteem verkleint essentieel om de kosten van de spoorwegen te drukken en de interoperabiliteit en het concurrentievermogen van het spoor te waarborgen. De bovengenoemde bepalingen moeten derhalve worden gewijzigd om te voorkomen dat die overgangsbepalingen en de geldigheidsduur van certificaten op verschillende manieren worden toegepast; in plaats van algemene vrijstellingen te verlenen, moeten toekomstige overgangsperioden worden toegespitst op specifieke vereisten met een grote impact op lopende projecten, zodat de verschillen ten opzichte het doelsysteem tijdig kleiner worden en de sector tegelijk de nodige voorspelbaarheid en rechtszekerheid krijgt. Dit moet worden gerealiseerd middels de TSI voor de digitalisering van het spoor en groen goederenvervoer (herziening van 2022), waarom de Commissie op 24 januari 2020 heeft verzocht bij het Spoorwegbureau van de Europese Unie. |
|
(3) |
Voorts hebben de lidstaten en de sector een aantal technische en redactionele fouten in enkele van deze verordeningen vastgesteld en heeft de Slowaakse Republiek vastgesteld dat het algemene specifieke geval in punt 7.3.2.1 van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie (TSI WAG) ook voor zijn netwerk met een spoorwijdte van 1 520 mm zou moeten gelden. Die fouten moeten worden gerectificeerd. |
|
(4) |
Op grond van Besluit (EU) 2017/1474 moet in TSI’s worden bepaald of conformiteitsbeoordelingsinstanties die op basis van een vorige versie van de TSI zijn aangemeld, opnieuw moeten worden aangemeld en of een vereenvoudigde kennisgevingsprocedure moet worden toegepast. Aangezien deze verordening slechts beperkte wijzigingen bevat, moet niet worden verlangd dat instanties die op basis van een vorige versie van de TSI zijn aangemeld, opnieuw worden aangemeld. |
|
(5) |
Deze verordening strekt tot wijziging van TSI’s om de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Unie verder te stimuleren, het internationaal spoorvervoer te verbeteren en te ontwikkelen, bij te dragen tot de verdere totstandkoming van de interne markt en TSI’s aan te vullen zodat ze alle essentiële eisen bestrijken. Op die manier kunnen de doelstellingen worden behaald en kan worden voldaan aan de essentiële eisen van Richtlijn 2008/57/EG (5) van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn (EU) 2016/797. Deze verordening moet daarom rechtstreeks toepasselijk zijn in alle lidstaten, ook in de lidstaten die het Bureau en de Commissie er op grond van artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797 van in kennis hebben gesteld dat ze de omzettingsperiode hebben verlengd en Richtlijn 2008/57/EG tot uiterlijk 15 juni 2020 blijven toepassen. Aangemelde instanties die op grond van Richtlijn 2008/57/EG actief zijn in lidstaten die de omzettingsperiode hebben verlengd, moeten, zolang Richtlijn 2008/57/EG in hun lidstaat van vestiging van toepassing is, een EG-certificaat overeenkomstig deze verordening kunnen afgeven. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/797 bedoelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van de TSI WAG
Verordening (EU) nr. 321/2013 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Aan artikel 3 wordt het volgende punt d) toegevoegd:
|
|
2) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
Artikel 2
Wijzigingen van de TSI LOC&PAS
Verordening (EU) nr. 1302/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door: “2. De TSI geldt niet voor bestaand rollend materieel van het spoorwegsysteem in de Unie dat op 1 januari 2015 reeds in dienst was gesteld op het volledige net van een lidstaat of een deel daarvan, behalve wanneer
|
|
2) |
In artikel 11, lid 1, wordt de inleidende zin van de tweede alinea vervangen door: “Onverminderd de punten 7.1.1.4 tot en met 7.1.1.8 van de bijlage, blijven zij echter van toepassing op:”. |
|
3) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 3
Wijzigingen van de TSI CCS
Verordening (EU) 2016/919 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2, lid 2, wordt vervangen door: “2. De TSI is niet van toepassing op bestaande trein- en baansubsystemen “besturing en seingeving” van het spoorwegsysteem die op de dag waarop deze verordening in werking treedt reeds in gebruik zijn op een volledig net van een lidstaat of een deel daarvan, tenzij
|
|
2) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. |
Artikel 4
Conformiteitsbeoordelingsinstanties
1) Aanmeldingen van conformiteitsbeoordelingsinstanties voor de toepassing van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1302/2014 en (EU) 2016/919 blijven geldig op basis van die verordeningen, zoals gewijzigd bij onderhavige verordening.
2) Conformiteitsbeoordelingsinstanties die overeenkomstig Richtlijn 2008/57/EG zijn aangemeld, mogen overeenkomstig deze verordening een EG-keuringsverklaring, EG-conformiteitsverklaring of EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen afgeven zolang Richtlijn 2008/57/EG van toepassing is in hun lidstaat van vestiging overeenkomstig artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797, en tot uiterlijk 15 juni 2020.
Artikel 5
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 maart 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44.
(2) Verordening (EU) nr. 321/2013 van de Commissie van 13 maart 2013 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — goederenwagens” van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Beschikking 2006/861/EG (PB L 104 van 12.4.2013, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 1302/2014 van de Commissie van 18 november 2014 betreffende een technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — locomotieven en reizigerstreinen” van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 356 van 12.12.2014, blz. 228).
(4) Verordening (EU) 2016/919 van de Commissie van 27 mei 2016 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van de subsystemen besturing en seingeving van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 158 van 15.6.2016, blz. 1).
(5) Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1).
BIJLAGE I
De bijlage van Verordening (EU) nr. 321/2013 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in punt 4.2.2.2 wordt de titel “Sterkte van de eenheid” toegevoegd; |
|
2) |
in punt 6.1.2.2 wordt tussen de eerste en de tweede alinea de volgende alinea toegevoegd: “De conformiteit mag op een alternatieve manier worden aangetoond overeenkomstig punt 6.1.2.4 bis.”; |
|
3) |
in punt 6.1.2.3 wordt vóór punt b) de volgende alinea toegevoegd: “De conformiteit mag op een alternatieve manier worden aangetoond overeenkomstig punt 6.1.2.4 bis.”; |
|
4) |
aan het einde van punt 6.1.2.4 wordt de volgende alinea toegevoegd: “De conformiteit mag op een alternatieve manier worden aangetoond overeenkomstig punt 6.1.2.4 bis.”; |
|
5) |
het volgende punt 6.1.2.4 bis wordt ingevoegd tussen de punten 6.1.2.4 en 6.1.2.5: “Als de in de punten 6.1.2.2, 6.1.2.3 en 6.1.2.4 bedoelde EN-normen niet van toepassing zijn op de voorgestelde technische oplossing, mogen andere normen worden gebruikt om de conformiteit van respectievelijk het mechanisch gedrag van de montage van de wielstellen, de mechanische eigenschappen van de wielen en de mechanische weerstands- en vermoeidheidskarakteristieken van de as aan te tonen. In dat geval moet de aangemelde instantie controleren of de alternatieve normen deel uitmaken van een technisch consistent geheel van normen inzake het ontwerp, de constructie en de beproeving van de wielstellen, waarin specifieke eisen zijn opgenomen voor wielstellen, wielen en assen op het gebied van:
In de bovenvermelde bewijsstukken mag uitsluitend worden verwezen naar normen die openbaar zijn. De door de aangemelde instantie uitgevoerde verificatie moet de consistentie waarborgen tussen de methode van de alternatieve normen, de door de aanvrager gehanteerde aannames, de beoogde technische oplossing en het beoogde gebruiksgebied.”; |
|
6) |
in punt 7.2.2.2 worden de drie alinea’s onmiddellijk na tabel 11 bis vervangen door: “Om de EG-verklaring van type- of ontwerpkeuring vast te stellen, mag de aangemelde instantie die is geselecteerd door de entiteit die de wijziging beheert, verwijzen naar:
De geldigheidsduur van de nieuwe EG-type- of EG-ontwerpkeuringsverklaring voor gewijzigde voertuigtypen, typevarianten of typeversies is beperkt tot 10 jaar vanaf de datum van afgifte doch maximaal 14 jaar na de datum waarop een aangemelde instantie door de aanvrager is aangewezen voor het oorspronkelijke type rollend materieel (aanvang van fase A van de oorspronkelijke EG-type- of EG-ontwerpkeuringsverklaring).”; |
|
7) |
in tabel 11 bis van punt 7.2.2.2 wordt rij “4.2.4.3.2.1 Dienstrem” vervangen door:
|
|
8) |
in punt 7.2.2.3 wordt de eerste alinea vervangen door: “De volgende regels zijn, bovenop punt 7.2.2.2, van toepassing op bestaande eenheden waarvoor vóór 1 januari 2015 een eerste vergunning tot indienststelling is afgegeven en waarbij de reikwijdte van de wijziging invloed heeft op de fundamentele parameters die niet onder de EG-verklaring vallen.”; |
|
9) |
in punt 7.2.2.3 wordt de derde alinea vervangen door: “De specifieke regel in de bovenstaande alinea is niet van toepassing op wijzigingen die een invloed hebben op de fundamentele parameters en zijn ingedeeld in de categorie artikel 21, lid 12, onder a), zoals weergegeven in tabel 11 ter. Voor deze wijzigingen is conformiteit met de eisen van de TSI verplicht.”; |
|
10) |
het volgende punt 7.2.2.4 wordt toegevoegd:
(*1) Beschikking 2007/756/EG van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30)." (*2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53)." (*3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360).”;" |
|
11) |
in punt 7.3.2.1 wordt de eerste zin vervangen door: “Eenheden die rijden tussen een lidstaat en een derde land met een netwerk met een spoorwijdte van 1520 mm: specifiek geval Finland, Polen, Slowakije en Zweden.”; |
|
12) |
in punt 7.3.2.2, onder a), wordt de laatste alinea vervangen door: “Overeenkomstig punt 7.1.2 wederzijds erkende eenheden en eenheden die zijn uitgerust met boordapparatuur voor aslagerbewaking zijn vrijgesteld van dit specifieke geval. De ontheffing voor eenheden overeenkomstig punt 7.1.2 is niet van toepassing wanneer andere methoden voor conformiteitsbeoordeling overeenkomstig punt 6.1.2.4 bis worden gebruikt.”; |
|
13) |
in punt 7.3.2.5 wordt de titel vervangen door:
|
|
14) |
Punt 7.6.1. “Voorschriften voor de uitbreiding van het gebruiksgebied van bestaand rollend materieel waarvoor geen EG-keuringsverklaring is afgegeven” wordt vervangen door:
(*4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie (PB L 139I van 27.5.2019, blz. 108)”;" |
|
15) |
in aanhangsel C, “Aanvullende facultatieve voorschriften”, wordt het volgende punt toegevoegd aan het einde van het aanhangsel:
|
(*1) Beschikking 2007/756/EG van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30).
(*2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).
(*3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360).”;
(*4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie (PB L 139I van 27.5.2019, blz. 108)”;”
BIJLAGE II
De bijlage bij Verordening (EU) nr. 1302/2014 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in punt 4.2.2.5, punt 5, wordt de tekst “index 8, tabel 1, punt 5)” vervangen door “index 8, tabel 1, punt 4”; |
|
2) |
in punt 4.2.2.5, punt 6, wordt de tekst “index 8, tabel 3, van deel 5” vervangen door “index 8, tabel 2, van deel 5”; |
|
3) |
onder 4.2.2.5 wordt punt 7 vervangen door:
Opmerking: een dergelijke hoge trekkracht is vereist voor zware goederenlocomotieven.”; |
|
4) |
in punt 6.2.3.7 wordt de volgende zin toegevoegd aan het einde van punt (7): “De door de aangemelde instantie uitgevoerde verificatie moet de consistentie waarborgen tussen de methode van de alternatieve normen, de door de aanvrager gehanteerde aannames, de beoogde technische oplossing en het beoogde gebruiksgebied.”; |
|
5) |
onder 7.1.2.2 wordt punt 11 vervangen door:
De geldigheidsduur van de nieuwe EG-type- of EG-ontwerpkeuringsverklaring voor gewijzigde voertuigtypen, typevarianten of typeversies is beperkt tot 7 jaar vanaf de datum van afgifte doch maximaal 14 jaar na de datum waarop een aangemelde instantie door de aanvrager is aangewezen voor het oorspronkelijke type rollend materieel (aanvang van fase A van de oorspronkelijke EG-type- of EG-ontwerpkeuringsverklaring).”; |
|
6) |
onder 7.1.3.1 wordt punt 4 vervangen door:
|
|
7) |
het volgende punt 7.1.4 wordt toegevoegd:
(*1) Beschikking 2007/756/EG van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30)." (*2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53)." (*3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 van 27.5.2019, blz. 360).”;" |
|
8) |
punt 7.5.2.3. “Voorschriften voor de uitbreiding van het gebruiksgebied van bestaand rollend materieel waarvoor geen EG-keuringsverklaring is afgegeven” wordt vervangen door:
(*4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie (PB L 139I van 27.5.2019, blz. 108).”;" |
|
9) |
aanhangsel D wordt vervangen door: “Aanhangsel D Referentiewagen voor locomotieven met automatische centrale bufferkoppelingen, die op de koppelingen een trekkracht van meer dan 300 kN kunnen uitoefenen Voor botsingen tussen een treineenheid en een wagen die is uitgerust met koppelingen voor zware belasting, moet de wagen worden weergegeven als een massa van 80 t, met slechts een bewegingsvrijheid van één graad in de translatorische richting x. De geometrie van de interface van de wagen is weergegeven in figuur D.1. De kopwand en de geometrie van de koppelkop worden geacht star te zijn. De wagen wordt uitgerust met een centrale koppeling met een slag van 110 mm en de in figuur D.2. aangegeven kenmerken van de verplaatsingskracht. Het totale energieabsorptievermogen van de wagenkoppeling is 77 kJ. De geometrie van de koppelkop en de hoogte boven de bovenkant van de spoorstaaf moeten dezelfde zijn als die van de botsende treineenheid. De afstand in de lengterichting van het koppelvlak tot de kopwand van de wagen moet 645 mm bedragen. Ter vereenvoudiging mogen de koppelkoppen worden gemodelleerd aan de hand van de in figuur D.1. opgegeven geometrie en hoogte. Afmetingen in millimeter
|
|
10) |
in aanhangsel J-1 wordt index 8 van de tabel vervangen door:
|
|
11) |
in aanhangsel J-1 wordt index 10 van de tabel vervangen door:
|
|
12) |
in aanhangsel J-1 wordt index 36 van de tabel vervangen door:
|
|
13) |
in aanhangsel J-2 wordt index 2 van de tabel geschrapt. |
(*1) Beschikking 2007/756/EG van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30).
(*2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).
(*3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 van 27.5.2019, blz. 360).”;
(*4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie (PB L 139I van 27.5.2019, blz. 108).”;”
BIJLAGE III
In de bijlage bij Verordening (EU) 2016/919 wordt het volgende punt 7.4.2.4 toegevoegd:
|
“7.4.2.4 |
De volgende regels zijn van toepassing op bestaande voertuigen die op het moment waarop de uitbreiding van het gebruiksgebied wordt aangevraagd reeds in gebruik zijn en zijn ingeschreven overeenkomstig Beschikking 2007/756/EG (*1) van de Commissie in het nationaal voertuigregister of overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 (*2) van de Commissie in het Europees voertuigregister:
|
(*1) Beschikking 2007/756/EG van de Commissie van 9 november 2007 tot vaststelling van de gemeenschappelijke specificatie van het nationaal voertuigregister als bedoeld in de artikelen 14, leden 4 en 5, van de Richtlijnen 96/48/EG en 2001/16/EG (PB L 305 van 23.11.2007, blz. 30).
(*2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).
(*3) Als beschreven in bijlage I bij Richtlijn (EU) 2016/797.”.”