|
5.3.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 67/34 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/357 VAN DE COMMISSIE
van 4 maart 2020
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/395 wat betreft bewijzen van bevoegdheid als ballonvaarder
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name de artikelen 23, 27 en 31,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Commissie moet de nodige uitvoeringsbepalingen aannemen waarin eisen voor bewijzen van bevoegdheid als ballonvaarder (BPL’s) worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139, voor zover die luchtvaartuigen voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, lid 1, onder b), i) en ii), van die verordening. |
|
(2) |
Gezien de bijzondere aard van een bewijs van bevoegdheid voor de bemanning van luchtballonnen is er behoefte aan specifieke vergunningseisen die zijn vastgelegd in op zichzelf staande regelgeving. Die eisen moeten zijn gebaseerd op de algemene regelgeving voor bewijzen van bevoegdheid voor cockpitbemanning die is vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie (2). Ze moeten echter worden geherstructureerd en vereenvoudigd om te waarborgen dat ze evenredig zijn en gebaseerd zijn op een risicogebaseerde benadering, en moeten tegelijk garanderen dat ballonvaarders bevoegd zijn en blijven om hun activiteiten uit te voeren en zich van hun verantwoordelijkheden te kwijten. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 12, lid 2 bis, punt 3, van Verordening (EU) nr. 1178/2011 mogen de lidstaten tot en met 8 april 2020 nationale regels blijven toepassen voor de afgifte van bewijzen van bevoegdheid die toegang verlenen tot basisbevoegdheden van piloten. Sommige lidstaten hebben de Commissie en het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) erop gewezen dat de handhaving van die nationale afgifteregels, waarbij leerling-piloten zonder toezicht beperkte bevoegdheden uitoefenen en stapsgewijs basisbevoegdheden verwerven, in die zin bijdraagt tot de promotie van de luchtsport en recreatieve activiteiten, omdat vliegen toegankelijk en betaalbaar blijft. Een eenvoudiger toegang tot de algemene luchtvaart bevorderen en mogelijk maken stemt overeen met de doelstellingen van de routekaart voor de algemene luchtvaart van het EASA, die gericht is op het scheppen van een evenrediger, flexibeler en proactiever regelgevingskader (3). Daarom moeten de lidstaten de bevoegdheid krijgen om die nationale afgifteregels te handhaven overeenkomstig de beginselen van Verordening (EU) 2019/430 van de Commissie (4) voor de afgifte van een bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder (BPL). De lidstaten moeten de Commissie en het EASA echter melden wanneer zij dergelijke bevoegdheden gebruiken. De lidstaten moeten ook toezicht houden op het gebruik van dergelijke bevoegdheden om een aanvaardbaar veiligheidsniveau in de luchtvaart te handhaven. |
|
(4) |
Om een vlotte overgang te garanderen, moeten certificaten, autorisaties en goedkeuringen die vóór de toepassingsdatum van de onderhavige verordening aan ballonvaarders zijn afgegeven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1178/2011, geldig blijven. Nationale bewijzen van bevoegdheid als ballonvaarder die vóór de toepassing van de onderhavige verordening zijn afgegeven, moeten worden omgezet in bewijzen van bevoegdheid die overeenkomstig deze verordening zijn afgegeven door middel van conversieverslagen die zijn opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in overleg met het EASA. |
|
(5) |
Voor opleidingen voor ballonvaarders die vóór de toepassingsdatum van de onderhavige verordening zijn aangevat overeenkomstig bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, moet volledige vrijstelling worden verleend omdat zij dezelfde of zelfs ruimere opleidingseisen bevatten dan de onderhavige verordening. Voor een opleiding die vóór de toepassing van de onderhavige verordening is aangevat overeenkomstig bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago, moet vrijstelling worden verleend op basis van vrijstellingsverslagen die zijn opgesteld door de lidstaten. |
|
(6) |
Bestaande opleidingsorganisaties moeten voldoende tijd krijgen om hun opleidingsprogramma’s indien nodig aan te passen aan de vereenvoudigde opleidingseisen. |
|
(7) |
De bepalingen van Verordening (EU) 2018/395 van de Commissie (5) moeten wat vluchtuitvoeringen met luchtballonnen betreft, worden bijgewerkt om rekening te houden met de ervaring die sinds de vaststelling van die verordening is opgedaan en om bepaalde aspecten te verduidelijken, zoals de indiening van verklaringen van commerciële activiteiten. |
|
(8) |
De maatregelen van deze verordening zijn gebaseerd op Advies nr. 1/2019 (6) van het EASA overeenkomstig artikel 75, lid 2, onder b) en c), en artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127 van Verordening (EU) 2018/1139 opgerichte comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2018/395 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De titel wordt vervangen door: “Verordening (EU) 2018/395 van de Commissie van 13 maart 2018 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vluchtuitvoeringen met ballonnen en voor bewijzen van bevoegdheid voor de bemanning van ballonnen overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad”. |
|
2) |
In artikel 1 wordt lid 1 vervangen door: “1. In deze verordening worden gedetailleerde regels vastgesteld voor vluchtuitvoeringen met ballonnen en voor de afgifte en het behoud van bewijzen van bevoegdheid en bijbehorende bevoegdverklaringen, bevoegdheden en certificaten van ballonvaarders, voor zover die luchtvaartuigen voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, lid 1, onder b), i) en ii), van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad (*1). (*1) Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1).”." |
|
3) |
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Artikel 3, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Na artikel 3 worden de volgende artikelen ingevoegd: “Artikel 3 bis Bewijzen van bevoegdheid als piloot en medische certificaten 1. Onverminderd Gedelegeerde Verordening (EU) van de Commissie (*3) moeten de piloten van luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 1, lid 1, van deze verordening voldoen aan de technische eisen en administratieve procedures van bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening en bijlage IV (deel‐MED) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011. 2. Bij wijze van uitzondering op de bevoegdheden van houders van bewijzen van bevoegdheid als gedefinieerd in bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening, mogen houders van dergelijke bewijzen van bevoegdheid vluchten uitvoeren als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a) tot en met d), zonder te voldoen aan punt BFCL.215 van bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening. 3. Een lidstaat mag leerling-piloten die een opleidingscursus voor een bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder (BPL) volgen, toestemming geven om zonder toezicht beperkte bevoegdheden uit te oefenen vóór zij voldoen aan alle eisen voor de afgifte van een BPL overeenkomstig bijlage III (deel‐BFCL), mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
Artikel 3 ter Bestaande bewijzen van bevoegdheid als piloot en nationale medische certificaten 1. Bewijzen van bevoegdheid als ballonvaarder conform deel‐FCL en de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten die door een lidstaat zijn afgegeven vóór de toepassingsdatum van deze verordening, worden geacht te zijn afgegeven overeenkomstig deze verordening. De lidstaten vervangen die bewijzen van bevoegdheid door bewijzen van bevoegdheid conform het formaat dat is vastgelegd in bijlage VI (deel‐ARA) van Verordening (EU) nr. 1178/2011 wanneer zij die bewijzen van bevoegdheid opnieuw afgeven om administratieve redenen of op verzoek van de houders. 2. Als een lidstaat een bewijs van bevoegdheid en de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten opnieuw afgeeft overeenkomstig lid 1 van dit artikel, zal de lidstaat, naargelang het geval:
3. Houders van een nationaal bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder dat door een lidstaat is afgegeven vóór de toepassingsdatum van bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening, mogen de bevoegdheden van hun bewijs van bevoegdheid verder uitoefenen tot en met 8 april 2021. Ten laatste op die datum zetten de lidstaten die bewijzen van bevoegdheid om in bewijzen van bevoegdheid conform deel‐BFCL en de bijbehorende bevoegdverklaringen, bevoegdheden en certificaten overeenkomstig de elementen van een conversieverslag dat voldoet aan de eisen van artikel 4, leden 4 en 5, van Verordening (EU) nr. 1178/2011. 4. Nationale medische certificaten van piloten die zijn verbonden met een bewijs van bevoegdheid als gespecificeerd in lid 2 van dit artikel en die door een lidstaat zijn afgegeven vóór de toepassingsdatum van bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening, blijven geldig tot en met de datum van hun volgende verlenging of 8 april 2021, indien dat eerder is. De verlenging van die medische certificaten dient te gebeuren overeenkomstig de eisen van bijlage IV (deel‐MED) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011. Artikel 3 quater Vrijstelling voor opleidingen die van start zijn gegaan vóór deze verordening van toepassing wordt 1. Wat betreft de afgifte van bewijzen van bevoegdheid conform deel‐BFCL en de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen of certificaten, overeenkomstig bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening, worden opleidingen die van start zijn gegaan vóór de toepassingsdatum van deze verordening overeenkomstig bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, geacht te voldoen aan de eisen van de onderhavige verordening, mits het BPL uiterlijk op 8 april 2021 wordt afgegeven. In dat geval geldt het volgende:
2. Voor opleidingen die zijn begonnen vóór de toepassingsdatum van deze verordening of van bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, overeenkomstig bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago, wordt voor de afgifte van bewijzen van bevoegdheid conform deel‐BFCL vrijstelling verleend op basis van een beoordelingsrapport dat door de lidstaat is opgesteld in overleg met het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart. 3. In het in lid 2 vermelde rapport moet de reikwijdte van de opleiding worden beschreven en moet worden aangegeven voor welke eisen van deel‐BFCL vrijstelling wordt verleend en, indien van toepassing, aan welke eisen de aanvrager moet voldoen om een bewijs van bevoegdheid conform deel‐BFCL te krijgen. Het rapport moet kopieën bevatten van alle documenten die nodig zijn om de reikwijdte van de opleiding aan te tonen, en van de nationale regels en procedures op grond waarvan de opleiding is aangevat. Artikel 3 quinquies Opleidingsorganisaties 1. Opleidingsorganisaties voor bewijzen van bevoegdheid als piloot als bedoeld in artikel 1, lid 1, moeten voldoen aan de eisen van artikel 10 bis van Verordening (EU) nr. 1178/2011. 2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde opleidingsorganisaties die zijn goedgekeurd overeenkomstig bijlage VII (deel‐ORA) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 of die een verklaring hebben ingediend overeenkomstig bijlage VIII (deel‐DTO) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 vóór de toepassingsdatum van deze verordening, passen uiterlijk op 8 april 2021 hun opleidingsprogramma aan, indien nodig. (*3) Gedelegeerde Verordening (EU) van de Commissie van 4 maart 2020 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).”." |
|
6) |
Bijlage I (deel‐DEF) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
|
7) |
Bijlage II (deel‐BOP) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
|
8) |
Bijlage III (deel‐BFCL) wordt toegevoegd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 8 april 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 maart 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311 van 25.11.2011, blz. 1).
(3) https://www.easa.europa.eu/easa-and-you/general-aviation/general-aviation-road-map
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/430 van de Commissie van 18 maart 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 voor wat betreft de uitoefening van beperkte bevoegdheden zonder toezicht vóór de afgifte van een bevoegdheidsbewijs als recreatief vlieger (PB L 75 van 19.3.2019, blz. 66).
(5) Verordening (EU) 2018/395 van de Commissie van 13 maart 2018 tot vaststelling van gedetailleerde regels voor vluchtuitvoeringen met ballonnen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 71 van 14.3.2018, blz. 10).
(6) Easier access for GA pilots to IFR flying & Revision of the balloon and sailplane licensing requirements (Advies nr. 1/2019 (A) & (B) van 19.2.2019), zie: https://www.easa.europa.eu/document-library/opinions
BIJLAGE I
Bijlage I “Definities” (deel‐DEF) bij Verordening (EU) 2018/395 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De inleidende zin wordt vervangen door: “Met het oog op de toepassing van deze verordening zijn de volgende definities en, tenzij begrippen anders worden gedefinieerd in deze bijlage, de definities van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1178/2011 en van punt FCL.010 van bijlage I (deel‐FCL) bij die verordening, van toepassing:”. |
|
2) |
De punten 1 en 2 worden vervangen door:
|
|
3) |
Het volgende punt 11 bis wordt ingevoegd:
|
|
4) |
De volgende punten 17 bis en 17 ter worden ingevoegd:
|
|
5) |
Punt 22 wordt vervangen door:
|
|
6) |
De volgende punten 23 tot en met 26 worden toegevoegd:
|
BIJLAGE II
Bijlage II “Vluchtuitvoeringen met ballonnen” (deel‐BOP) bij Verordening (EU) 2018/395 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
BOP.BAS.010, onder a), wordt vervangen door:
|
|
2) |
BOP.BAS.020 wordt vervangen door: “ BOP.BAS.020 Onmiddellijke reactie op een veiligheidsprobleem De exploitant legt het volgende ten uitvoer:
|
|
3) |
BOP.BAS.025 wordt vervangen door: “ BOP.BAS.025 Aanwijzing als gezagvoerder De exploitant wijst een gezagvoerder aan die gekwalificeerd is om als gezagvoerder op te treden overeenkomstig bijlage III (deel‐BFCL) bij deze verordening.”. |
|
4) |
BOP.BAS.300, onder c), wordt vervangen door:
|
|
5) |
BOP.ADD.005, onder a), wordt vervangen door:
|
|
6) |
BOP.ADD.015, onder a), wordt vervangen door:
|
|
7) |
BOP.ADD.035 wordt vervangen door: “ BOP.ADD.035 Uitbestede activiteiten Als de exploitant een deel van de onder het toepassingsgebied van deze verordening vallende activiteiten uitbesteedt, draagt hij de verantwoordelijkheid om te garanderen dat de organisatie waaraan de taken worden uitbesteed, de activiteiten uitvoert overeenkomstig de essentiële eisen van bijlage V bij Verordening (EU) 2018/1139 en de eisen van de onderhavige verordening. De exploitant ziet er ook op toe dat de bevoegde autoriteit toegang krijgt tot de organisatie waaraan de taken worden uitbesteed, zodat kan worden vastgesteld of de exploitant die eisen naleeft.”. |
|
8) |
BOP.ADD.040, onder a), wordt vervangen door:
|
|
9) |
BOP.ADD.045 wordt vervangen door: “ BOP.ADD.045 Voorschriften voor faciliteiten De exploitant moet beschikken over toereikende faciliteiten voor de uitvoering en het beheer van alle taken en activiteiten die nodig zijn om de in bijlage V bij Verordening (EU) 2018/1139 vastgestelde essentiële eisen en de eisen van de onderhavige verordening na te leven.”. |
|
10) |
BOP.ADD.100, onder a), wordt vervangen door:
|
|
11) |
BOP.ADD.105, onder a), wordt vervangen door:
|
|
12) |
BOP.ADD.115, onder c), wordt vervangen door:
|
|
13) |
BOP.ADD.300, onder c), wordt vervangen door:
|
|
14) |
BOP.ADD.300, onder e), wordt vervangen door:
|
|
15) |
BOP.ADD.305, onder b), wordt vervangen door:
|
|
16) |
BOP.ADD.310 wordt vervangen door: “ BOP.ADD.310 Opleiding en controle Alle uit hoofde van BOP.ADD.315 vereiste opleiding en controle van cockpitbemanningsleden gebeurt:
|
|
17) |
Het aanhangsel wordt vervangen door: “ “ Aanhangsel
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) Vul de tabel in. Als er onvoldoende ruimte is om de informatie in te vullen, voeg dan een afzonderlijke bijlage toe. De bijlage moet worden gedateerd en ondertekend.
(2) “Type(s) vluchtuitvoering(en)” verwijst naar het type commerciële vluchtuitvoering dat met de ballon wordt verricht.
(3) De informatie over de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van de permanente luchtwaardigheid moet de naam van de organisatie, het adres en de referentie van de goedkeuring omvatten.”.
BIJLAGE III
“BIJLAGE III
VOORSCHRIFTEN VOOR BEWIJZEN VAN BEVOEGDHEID ALS BALLONVAARDER
[DEEL‐BFCL]
SUBDEEL GEN
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
BFCL.001 Toepassingsgebied
In deze bijlage zijn de voorschriften vastgelegd voor de afgifte van bewijzen van bevoegdheid als ballonvaarder (BPL) en de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten, en de voorwaarden voor de geldigheid en het gebruik ervan.
BFCL.005 Bevoegde autoriteit
Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder bevoegde autoriteit een door de lidstaat aangewezen autoriteit verstaan waar een persoon om de afgifte van een BPL of de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen of certificaten verzoekt.
BFCL.010 Klassen en groepen van ballonnen
Voor de toepassing van deze bijlage worden ballonnen ingedeeld in de volgende klassen en groepen:
|
a) |
klasse “heteluchtballon”:
|
|
b) |
klasse “gasballon”; |
|
c) |
klasse “gas-luchtballon”; |
|
d) |
klasse “hetelucht-luchtschip”. |
BFCL.015 Aanvraag en afgifte, hernieuwde afgifte en verlenging van een BPL en de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten
|
a) |
Het volgende zal bij de bevoegde autoriteit worden aangevraagd in de vorm en op de wijze die door die bevoegde autoriteit is vastgesteld:
|
|
b) |
Een onder a) bedoelde aanvraag gaat vergezeld van het bewijs dat de aanvrager voldoet aan de desbetreffende eisen van deze bijlage en bijlage IV (deel‐MED) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011. |
|
c) |
Elke beperking of uitbreiding van de bevoegdheden die worden toegekend door een bewijs van bevoegdheid, bevoegdverklaring of certificaat moet door de bevoegde autoriteit worden vermeld op het bewijs van bevoegdheid of het certificaat. |
|
d) |
Een persoon mag op geen enkel moment houder zijn van meer dan één BPL dat overeenkomstig deze bijlage is afgegeven. |
|
e) |
Houders van een bewijs van bevoegdheid dienen een als onder a) gespecificeerde aanvraag in bij de bevoegde autoriteit die is aangewezen door de lidstaat waarin zijn of haar bewijzen van bevoegdheid zijn afgegeven overeenkomstig deze bijlage (deel‐BFCL) of bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 of bijlage III (deel‐SFCL) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976, naargelang het geval. |
|
f) |
Een houder van een BPL mag bij de door een andere lidstaat aangewezen bevoegde autoriteit verzoeken om een wijziging van bevoegde autoriteit, maar in dat geval wordt de nieuwe bevoegde autoriteit bevoegd voor alle bewijzen van bevoegdheid waarvan hij houder is. |
|
g) |
Aanvragers verzoeken om de afgifte van een BPL en de bijbehorende bevoegdverklaringen, bevoegdheden en certificaten uiterlijk zes maanden nadat zij de vaardigheidstest of de bekwaamheidsbeoordeling met succes hebben voltooid. |
BFCL.030 Praktische vaardigheidstest
Met uitzondering van de vaardigheidstest voor de bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen zoals gespecificeerd in BFCL.215, wordt een aanvrager van een vaardigheidstest zodra de opleiding is voltooid, aanbevolen door de ATO of DTO die verantwoordelijk is voor de opleiding van de aanvrager voor de test. De opleidingsgegevens worden door de ATO of DTO ter beschikking van de examinator gesteld.
BFCL.035 Vrijstelling van vliegtijd
Voor een aanvrager van een BPL of een bijbehorende bevoegdheid, bevoegdverklaring of certificaat wordt alle vliegtijd tijdens solovluchten, dubbelbesturingsonderricht of als PIC op ballonnen meegeteld als onderdeel van de totale vereiste vliegtijd voor het bewijs van bevoegdheid, de bevoegdheid, de bevoegdverklaring of het certificaat.
BFCL.045 Verplichting om documenten bij zich te hebben en te tonen
|
a) |
Bij de uitoefening van de bevoegdheden van een BPL moeten de houders elk van de volgende documenten bij zich hebben:
|
|
b) |
Leerling-piloten moeten tijdens alle solovluchten in het bezit zijn van:
|
|
c) |
Houders van een BPL of leerling-piloten moeten op verzoek van een bevoegd vertegenwoordiger van een bevoegde autoriteit onverwijld de onder a) of b) gespecificeerde documenten ter inspectie overhandigen. |
BFCL.050 Vastleggen van vliegtijd
Houders van een BPL en leerling-piloten moeten op betrouwbare wijze alle gevlogen vluchten vastleggen in een vorm en op een wijze die door de bevoegde autoriteit zijn bepaald.
BFCL.065 Beperking van bevoegdheden van houders van een BPL die 70 jaar of ouder zijn voor commercieel passagiersvervoer met ballonnen
Een houder van een BPL die de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, mag niet fungeren als een ballonvaarder die betrokken is bij commercieel passagiersvervoer.
BFCL.070 Beperking, schorsing of intrekking van bewijzen van bevoegdheid, bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten
|
a) |
Een BPL en de bijbehorende bevoegdheden, bevoegdverklaringen en certificaten die overeenkomstig deze bijlage zijn afgegeven, kunnen door de bevoegde autoriteit worden beperkt, geschorst of ingetrokken overeenkomstig de voorwaarden en procedures van bijlage VI (deel‐ARA) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 als de houder van het BPL niet voldoet aan de essentiële eisen van bijlage IV bij Verordening (EU) 2018/1139 of aan de eisen van deze bijlage en van bijlage II (deel‐BOP) bij deze verordening of van bijlage IV (deel‐MED) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011. |
|
b) |
Houders van een BPL bezorgen het bewijs van bevoegdheid of het certificaat onmiddellijk terug aan de bevoegde autoriteit als hun bewijs van bevoegdheid, bevoegdheid, bevoegdverklaring of certificaat is beperkt, geschorst of ingetrokken. |
SUBDEEL BPL
BEWIJS VAN BEVOEGDHEID ALS BALLONVAARDER (BPL)
BFCL.115 BPL — Bevoegdheden en voorwaarden
|
a) |
Houders van een BPL hebben de bevoegdheden om als PIC op te treden op luchtballonnen:
|
|
b) |
Bij wijze van afwijking van het bepaalde onder a), punt 1, mag een houder van een BPL die bevoegdheden als instructeur of examinator heeft, een vergoeding ontvangen voor:
|
|
c) |
Houders van een BPL mogen BPL-bevoegdheden alleen uitoefenen als zij voldoen aan de toepasselijke eisen inzake recentheid en als zij beschikken over een geldig medisch certificaat dat past bij de uitgeoefende bevoegdheden. |
BFCL.120 BPL — Minimumleeftijd
Een aanvrager van een BPL moet ten minste 16 jaar oud zijn.
BFCL.125 BPL — Leerling-piloot
|
a) |
Een leerling-piloot mag niet solo vliegen, tenzij dat is toegestaan door en gebeurt onder toezicht van een vlieginstructeur voor ballonnen (FI(B)). |
|
b) |
Leerling-piloten moeten ten minste 14 jaar oud zijn om op solovluchten te worden toegelaten. |
BFCL.130 BPL — Opleidingscursus en ervaringseisen
Een aanvrager van een BPL moet een opleidingscursus voltooien aan een ATO of DTO. De cursus moet zijn aangepast aan de gewenste bevoegdheden en bevat:
|
a) |
theoretische kennis als gespecificeerd in BFCL.135, onder a); |
|
b) |
ten minste 16 uur vlieginstructie in een heteluchtballon uit groep A van die klasse of in een gasballon, waaronder ten minste:
|
BFCL.135 BPL — Theorie-examen
|
a) |
Theoretische kennis Een kandidaat voor een BPL moet blijk geven van een niveau van theoriekennis dat toepasselijk is voor de gewenste bevoegdheden door het afleggen van examens over de volgende onderwerpen:
|
|
b) |
Verantwoordelijkheden van de aanvrager
|
|
c) |
Normen om te slagen
|
|
d) |
Geldigheidsperiode Het theorie-examen is 24 maanden geldig vanaf de dag waarop de aanvrager het examen met succes heeft afgelegd, overeenkomstig het bepaalde onder c), punt 2. |
BFCL.140 BPL — Vrijstelling van theoriekennis
Kandidaten voor de afgifte van een BPL worden vrijgesteld van de eisen inzake theoriekennis van algemene onderwerpen als gespecificeerd in BFCL.135, onder a), punt 1, als zij:
|
a) |
houder zijn van een bewijs van bevoegdheid overeenkomstig bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 of bijlage III (deel‐SFCL) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976, of |
|
b) |
geslaagd zijn voor het theorie-examen voor een bewijs van bevoegdheid als gespecificeerd onder a), als dat is gebeurd binnen de in punt BFCL.135, onder d), gespecificeerde geldigheidsperiode. |
BFCL.145 BPL — Praktische vaardigheidstest
|
a) |
Aan de hand van een vaardigheidstest moet een aanvrager van een BPL blijk geven van de vaardigheid om, als PIC op een luchtballon, de relevante procedures en manoeuvres uit te voeren met een graad van vakbekwaamheid die past bij de gewenste bevoegdheden. |
|
b) |
De aanvrager legt de vaardigheidstest af in dezelfde klasse van luchtballonnen als waarin hij de opleiding heeft voltooid overeenkomstig punt BFCL.130 en, in het geval van heteluchtballonnen, in een ballon uit groep A van die klasse. |
|
c) |
De aanvrager moet geslaagd zijn voor het vereiste theorie-examen alvorens hij de vaardigheidstest voor de afgifte van een mag BPL afleggen. |
|
d) |
Normen om te slagen
|
|
e) |
Aanvragers die na twee pogingen niet slagen voor alle onderdelen van de test, moeten verdere praktijkopleiding volgen. |
BFCL.150 BPL — Uitbreiding van bevoegdheden naar een andere klasse of groep van luchtballonnen
|
a) |
De bevoegdheden van het BPL zijn beperkt tot de klasse van luchtballonnen waarin de in punt BFCL.145 gespecificeerde vaardigheidstest werd afgelegd en, in het geval van heteluchtballonnen, tot groep A van die klasse. |
|
b) |
In het geval van heteluchtballonnen worden de bevoegdheden van het BPL op aanvraag uitgebreid naar een andere groep binnen de klasse van heteluchtballonnen als de piloot ten minste:
|
|
c) |
Behalve voor de klasse van gas-luchtballonnen worden de bevoegdheden van het BPL op aanvraag uitgebreid naar een andere klasse van luchtballonnen of, in het geval van bevoegdheden voor de klasse van heteluchtballonnen, naar groep A van die klasse als de piloot in de desbetreffende klasse of groep van luchtballonnen:
|
|
d) |
De voltooiing van de onder b), punt 1, en onder c), punt 1, bedoelde opleiding wordt geregistreerd in het logboek van de piloot en ondertekend door:
|
|
e) |
De houder van een BPL oefent zijn of haar bevoegdheden in de klasse van gas-luchtballonnen alleen uit als hij of zij bevoegdheden heeft voor zowel de klasse van heteluchtballonnen als de klasse van gasballonnen. |
BFCL.160 BPL — Eisen inzake recentheid
|
a) |
Een houder van een BPL oefent de bevoegdheden van zijn of haar bewijs van bevoegdheid alleen uit als hij of zij in de desbetreffende klasse van luchtballonnen:
|
|
b) |
Als de piloot gekwalificeerd is om met meer dan één klasse luchtballon te vliegen, moet hij of zij om zijn bevoegdheden in de andere klasse(n) uit te oefenen, niet alleen voldoen aan de eisen onder a) maar moet hij of zij bovendien gedurende de afgelopen 24 maanden in elke aanvullende klasse ten minste drie uur hebben gevlogen als PIC of solo- of dubbelsturingsvluchten onder toezicht van een FI(B) hebben uitgevoerd. |
|
c) |
Een houder van een BPL die niet voldoet aan de eisen onder a), punt 1, en, in voorkomend geval, onder b), moet vóór hij of zij de uitoefening van zijn of haar bevoegdheden hervat, slagen voor een bekwaamheidsproef met een FE(B) in een luchtballon uit de desbetreffende klasse. |
|
d) |
Nadat een houder van een BPL met de bevoegdheden om met heteluchtballonnen te vliegen heeft voldaan aan de eisen onder a), b) of c), naargelang het geval, mag hij of zij zijn of haar bevoegdheden alleen uitoefenen in heteluchtballonnen:
|
|
e) |
De dubbelbesturingsvluchten, de vluchten onder toezicht en de onder a), punt 1, en onder b) bedoelde opleidingsvluchten worden evenals de onder c) bedoelde bekwaamheidsproef geregistreerd in het logboek van de piloot en ondertekend door, in het geval onder a), punt 1, en onder b), de verantwoordelijke FI(B) en in het geval onder c), de verantwoordelijke FE(B). |
|
f) |
Een houder van een BPL die ook houder is van de bevoegdheden voor commerciële vluchtuitvoeringen als bedoeld in BFCL.215 van subdeel ADD van deze bijlage, wordt geacht te voldoen aan de eisen:
In het geval van de klasse van heteluchtballonnen gelden de onder d) bedoelde beperkingen betreffende de bevoegdheden om met verschillende ballonklassen te vliegen, afhankelijk van de ballonklasse die is gebruikt om te voldoen aan de eisen onder f), punt 1 of 2. |
SUBDEEL ADD
EXTRA BEVOEGDVERKLARINGEN
BFCL.200 Bevoegdverklaring voor verankerde vluchten met heteluchtballonnen
|
a) |
Een houder van een BPL mag alleen verankerde vluchten met heteluchtballonnen uitvoeren als hij of zij overeenkomstig dit punt houder is van een bevoegdverklaring voor verankerde vluchten met heteluchtballonnen. |
|
b) |
Om een bevoegdverklaring voor verankerde vluchten met heteluchtballonnen te kunnen aanvragen, moet de kandidaat:
|
|
c) |
De voltooiing van de opleiding voor verankerde vluchten met heteluchtballonnen wordt geregistreerd in het logboek en ondertekend door de voor de opleiding verantwoordelijke FI(B). |
|
d) |
Een piloot die houder is van een bevoegdverklaring voor verankerde vluchten met heteluchtballonnen oefent zijn of haar bevoegdheden alleen uit als hij of zij ten minste één verankerde vlucht met een heteluchtballon heeft uitgevoerd binnen 48 maanden voor de geplande vlucht of, indien hij of zij een dergelijke vlucht niet heeft uitgevoerd, als hij of zij een verankerde vlucht met een heteluchtballon heeft uitgevoerd met dubbelbesturing of solo onder toezicht van een FI(B). De voltooiing van een dubbelbesturings- of solovlucht onder toezicht wordt geregistreerd in het logboek en ondertekend door de FI(B). |
BFCL.210 Bevoegdverklaring voor nachtvliegen
|
a) |
Een houder van een BPL oefent de bevoegdheden van zijn of haar bewijs van bevoegdverklaring voor nachtvliegen in VFR-omstandigheden alleen uit als hij of zij houder is van een bevoegdverklaring voor nachtvliegen in overeenstemming met dit punt. |
|
b) |
Een aanvrager van een bevoegdverklaring voor nachtvliegen moet ten minste twee instructievluchten van elk ten minste één uur bij nacht hebben voltooid. |
|
c) |
De voltooiing van de opleiding voor een bevoegdverklaring voor nachtvliegen wordt geregistreerd in het logboek en ondertekend door de voor de opleiding verantwoordelijke FI(B). |
BFCL.215 Bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen
|
a) |
Een houder van een BPL oefent de bevoegdheden van zijn of haar bewijs van bevoegdheid voor commerciële vluchtuitvoeringen met luchtballonnen alleen uit als hij of zij houder is van een bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen in overeenstemming met dit punt. |
|
b) |
Een aanvrager van een bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen moet:
|
|
c) |
De bevoegdheden voor commerciële vluchtuitvoeringen is beperkt tot de klasse van luchtballonnen waarin de vaardigheidstest overeenkomstig het bepaalde onder b), punt 3, is voltooid. De bevoegdheden worden op verzoek uitgebreid tot een andere luchtballonklasse als de aanvrager in die andere klasse voldoet aan het bepaalde onder b), punten 3 en 4. |
|
d) |
Een piloot die houder is van een bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen, oefent de bevoegdheden van die bevoegdverklaring alleen uit tijdens commerciële ballonvluchten met passagiers als hij of zij:
|
|
e) |
Om de bevoegdheden van de bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen in alle luchtballonklassen te behouden, moet een piloot die houder is van een bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen met bevoegdheden die zijn uitgebreid tot meer dan één klasse van luchtballonnen, voldoen aan de vereisten onder d), punt 2, in ten minste één klasse van luchtballonnen. |
|
f) |
Een piloot die voldoet aan het vereiste onder d) en houder is van een bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen voor de klasse van heteluchtballonnen, oefent de bevoegdheden van die bevoegdverklaring in de klasse van heteluchtballonnen alleen uit in ballonnen die behoren tot:
|
|
g) |
De voltooiing van de onder d), punt 1, ii), bedoelde vlucht onder toezicht, van de onder d), punt 2, i), bedoelde bekwaamheidsproef en de onder d), punt 2, ii), bedoelde herhalingscursus wordt geregistreerd in het logboek van de piloot en ondertekend door het hoofd opleiding van de ATO of DTO, of de FI(B) of FE(B) die verantwoordelijk is voor de opleidingscursus, het toezicht of de bekwaamheidsproef, naargelang het geval. |
|
h) |
Een piloot die een bekwaamheidsproef van de exploitant heeft afgelegd overeenkomstig BOP.ADD.315 van bijlage II (deel‐BOP) bij deze verordening wordt geacht te voldoen het vereiste onder d), punt 2, i). |
SUBDEEL FI
VLIEGINSTRUCTEURS
Afdeling 1
Algemene voorschriften
BFCL.300 Certificaten als vlieginstructeur
a) Algemeen
Een instructeur mag alleen vliegonderricht in een ballon geven als hij of zij:
|
1) |
houder is van:
|
|
2) |
bevoegd is om tijdens het vliegonderricht op te treden als PIC van de luchtballon. |
b) Instructie buiten het grondgebied van de lidstaten
|
1) |
In het geval van vliegonderricht dat wordt gegeven tijdens een overeenkomstig deze bijlage (deel‐BFCL) goedgekeurde opleidingscursus buiten het grondgebied waarvoor de lidstaten verantwoordelijk zijn uit hoofde van het Verdrag van Chicago, geeft de bevoegde autoriteit, bij wijze van uitzondering op het bepaalde onder a), punt 1, een certificaat van vlieginstructeur af aan aanvragers die houder zijn van een bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder dat voldoet aan bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago, voor zover die aanvragers:
|
|
2) |
Het certificaat wordt beperkt tot het geven van goedgekeurde vlieginstructie:
|
Afdeling 2
Certificaat van vlieginstructeur voor luchtballonnen — FI(B)
BFCL.315 FI(B)-certificaat — Bevoegdheden en voorwaarden
|
a) |
Mits de aanvragers voldoen aan punt BFCL.320 en de volgende voorwaarden, wordt een FI(B)-certificaat afgegeven met bevoegdheden om vlieginstructie te geven voor:
|
|
b) |
De onder a) opgesomde bevoegdheden omvatten ook de bevoegdheden om vlieginstructie te geven voor:
|
BFCL.320 FI(B) — Toelatingseisen en vereisten
Een aanvrager van een FI(B)-certificaat:
|
a) |
is ten minste 18 jaar; |
|
b) |
voldoet aan de eisen onder a), punt 1, i), en onder a), punt 2, van BFCL.300; |
|
c) |
heeft 75 vlieguren als PIC op luchtballonnen uitgevoerd; |
|
d) |
heeft aan een ATO of DTO een opleidingscursus voor instructeur voltooid overeenkomstig BFCL.330, en |
|
e) |
is geslaagd voor een bekwaamheidsbeoordeling overeenkomstig BFCL.345. |
BFCL.325 Vakbekwaamheid en beoordeling van FI(B)’s
Aanvragers van een FI(B)-certificaat worden opgeleid om de volgende vakbekwaamheid te verwerven:
|
a) |
voorbereiden van de benodigde middelen; |
|
b) |
creëren van een bevorderlijk leerklimaat; |
|
c) |
overdragen van kennis; |
|
d) |
integreren van “threat and error management” (TEM, omgaan met dreiging en onjuiste beoordelingen) en “crew resource management” (CRM, boordpersoneelsbeheer); |
|
e) |
indelen van tijd om de opleidingsdoelstellingen te bereiken; |
|
f) |
het leerproces bevorderen; |
|
g) |
beoordelen van de prestaties van de leerling; |
|
h) |
toezien op en beoordelen van de vorderingen; |
|
i) |
evalueren van opleidingssessies, en |
|
j) |
rapporteren van het resultaat. |
BFCL.330 FI(B) — Opleiding
|
a) |
Aanvragers van een FI(B)-certificaat moeten geslaagd zijn voor een specifieke toelatingsbeoordeling in een ATO of DTO tijdens de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvang van de opleiding, om te beoordelen of de aanvrager geschikt is om de opleiding te volgen. |
|
b) |
De FI(B)-opleidingscursus moet ten minste het volgende bevatten:
|
|
c) |
Aanvragers die al houder zijn van een certificaat van instructeur in overeenstemming met bijlage III (deel‐SFCL) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976 of bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011, zijn volledig vrijgesteld van het vereiste onder b), punt 2. |
BFCL.345 FI(B) — Bekwaamheidsbeoordeling
|
a) |
Kandidaten voor de afgifte van een FI(B)-certificaat ondergaan een bekwaamheidsbeoordeling in een luchtballon teneinde aan een overeenkomstig punt BFCL.415, onder c), gekwalificeerde examinator te bewijzen dat zij bekwaam zijn om een leerling-piloot instructie te geven op het voor de afgifte van een BPL vereiste niveau. |
|
b) |
De beoordeling omvat:
|
BFCL.360 FI(B)-certificaat — Eisen inzake recentheid
|
a) |
Een houder van een FI(B)-certificaat oefent de bevoegdheden van zijn of haar certificaat alleen uit als hij of zij:
|
|
b) |
De vlieguren als FE(B) tijdens vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven of bekwaamheidsbeoordelingen worden volledig meegerekend voor het vereiste onder a), punt 1, ii). |
|
c) |
Als de houder van een FI(B)-certificaat niet is geslaagd voor de instructievlucht onder toezicht van de FI(B) in overeenstemming met het vereiste onder a), punt 2, mag hij of zij de bevoegdheden van het FI(B)-certificaat niet uitoefenen totdat hij of zij met succes een bekwaamheidsbeoordeling heeft ondergaan overeenkomstig punt BFCL.345. |
|
d) |
Om de uitoefening van de bevoegdheden van het FI(B)-certificaat te hervatten, moet een houder van een FI(B)-certificaat die niet voldoet aan alle vereisten onder a), voldoen aan het vereiste onder a), punt 1, i), en van BFCL.345. |
SUBDEEL FE
VLIEGEXAMINATOREN
Afdeling 1
Algemene voorschriften
BFCL.400 Certificaat van vliegexaminator voor luchtballonnen
a) Algemeen
Een examinator mag alleen vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven of bekwaamheidsbeoordelingen overeenkomstig deze bijlage uitvoeren als hij of zij:
|
1) |
houder is van:
|
|
2) |
gemachtigd is om op te treden als PIC in een luchtballon tijdens de vaardigheidstest, bekwaamheidsproef of bekwaamheidsbeoordeling. |
b) Examen buiten het grondgebied van de lidstaten
|
1) |
In het geval van vaardigheidstests en bekwaamheidsproeven die worden afgenomen buiten het grondgebied waarvoor de lidstaten verantwoordelijk zijn uit hoofde van het Verdrag van Chicago, geeft de bevoegde autoriteit, bij wijze van uitzondering op het bepaalde onder a), punt 1, een examinatorcertificaat af aan aanvragers die houder zijn van een bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder dat voldoet aan bijlage 1 bij het Verdrag van Chicago, voor zover die aanvragers:
|
|
2) |
Het in punt 1 bedoelde certificaat is beperkt tot het uitvoeren van vaardigheidstests en bekwaamheidsproeven:
|
BFCL.405 Beperking van bevoegdheden in het geval van belangenverstrengeling
Het is examinatoren voor luchtballonnen niet toegestaan om:
|
a) |
vaardigheidstests of bekwaamheidsbeoordelingen met het oog op de afgifte van een bewijs van bevoegdheid, bevoegdverklaring of certificaat af te nemen van aanvragers aan wie zij meer dan 50 % van de vlieginstructie hebben gegeven die vereist is voor het bewijs van bevoegdheid, de bevoegdverklaring of het certificaat in kwestie, of |
|
b) |
vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven of bekwaamheidsbeoordelingen af te nemen wanneer zij hun objectiviteit niet kunnen garanderen. |
BFCL.410 Uitvoeren van vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven en bekwaamheidsbeoordelingen
|
a) |
Tijdens het uitvoeren van vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven en bekwaamheidsbeoordelingen moet de examinator:
|
|
b) |
Na het voltooien van de vaardigheidstest, bekwaamheidsproef of bekwaamheidsbeoordeling:
|
|
c) |
Examinatoren bewaren de details van alle vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven en bekwaamheidsbeoordelingen die zij hebben uitgevoerd, met inbegrip van de resultaten, gedurende vijf jaar. |
|
d) |
Op vraag van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het certificaat van de examinator of de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het bevoegdheidsbewijs van de aanvrager, dient de examinator alle gegevens, rapporten en eventuele andere informatie in die vereist zijn met het oog op toezichtsactiviteiten. |
Afdeling 2
Certificaat van vliegexaminator voor luchtballonnen — FE(B)
BFCL.415 FE(B) — Bevoegdheden en voorwaarden
Mits de aanvragers voldoen aan punt BFCL.420 en de volgende voorwaarden, wordt een FE(B)-certificaat afgegeven met bevoegdheden om:
|
a) |
vaardigheidstests en bekwaamheidsproeven voor het BPL en vaardigheidstests voor de uitbreiding van de bevoegdheden tot andere klassen van luchtballonnen af te nemen, op voorwaarde dat de aanvrager 250 uur vliegtijd als ballonvaarder heeft voltooid, waarvan 50 uur vlieginstructie die de volledige syllabus van een BPL-opleiding dekt; |
|
b) |
vaardigheidstests en bekwaamheidsproeven voor de in punt BFCL.215 gespecificeerde bevoegdverklaring voor commerciële vluchtuitvoeringen af te nemen, op voorwaarde dat de aanvrager voldoet aan de onder a) vermelde eisen inzake ervaring en specifieke opleiding heeft gekregen tijdens een standaardisatiecursus voor examinatoren overeenkomstig punt BFCL.430; |
|
c) |
bekwaamheidsbeoordelingen voor de afgifte van een FI(B)-certificaat uit te voeren, op voorwaarde dat de aanvrager:
|
BFCL.420 FE(B)-certificaat — Toelatingseisen en vereisten
Een kandidaat voor een FE(B)-certificaat:
|
a) |
voldoet aan de eisen onder a), punt 1, i), en punt 2, van BFCL.400; |
|
b) |
heeft de FE(B)-standaardisatiecursus overeenkomstig BFCL.430 voltooid; |
|
c) |
is geslaagd voor een bekwaamheidsbeoordeling overeenkomstig BFCL.445; |
|
d) |
heeft de relevante achtergrond in verband met de bevoegdheden van het FE(B)-certificaat aangetoond, en |
|
e) |
heeft aangetoond dat hij of zij gedurende de afgelopen drie jaar geen sancties heeft gekregen, waaronder de schorsing, beperking of intrekking van één van zijn of haar bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen of certificaten afgegeven in overeenstemming met deze bijlage, bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 of bijlage III (deel‐SFCL) bij Uitvoeringsverordneing (EU) 2018/1976 wegens niet-naleving van Verordening (EU) 2018/1139 en de bijbehorende gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. |
BFCL.430 FE(B)-certificaat — Standaardisatiecursus
|
a) |
Kandidaten voor een FE(B)-certificaat moeten een standaardisatiecursus volgen die wordt gegeven door de bevoegde autoriteit, of door een ATO of DTO en is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit. |
|
b) |
De standaardisatiecursus is aangepast aan de gewenste bevoegdheden van vliegexaminator voor luchtballonnen, bestaat uit theorie- en praktijkonderricht en bevat ten minste het volgende:
|
|
c) |
Houders van een FE(B)-certificaat mogen geen vaardigheidstests, bekwaamheidsproeven of bekwaamheidsbeoordelingen afnemen van een aanvrager van wie de bevoegde autoriteit een andere is dan de bevoegde autoriteit die het certificaat van de examinator heeft afgegeven, tenzij zij kennis hebben genomen van de meest recente beschikbare informatie over de desbetreffende nationale procedures van de bevoegde autoriteit van de aanvrager. |
BFCL.445 FE(B)-certificaat — Bekwaamheidsbeoordeling
Een aanvrager die voor het eerst om de afgifte van een FE(B)-certificaat verzoekt, moet zijn of haar bekwaamheden als FE(B) bewijzen aan een inspecteur van de bevoegde autoriteit of aan een senior examinator die daartoe specifiek is gemachtigd door de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het FE(B)-certificaat. Tijdens de bekwaamheidsbeoordeling legt de kandidaat een vaardigheidstest, bekwaamheidsproef of bekwaamheidsbeoordeling af, met inbegrip van het briefen, het uitvoeren van de vaardigheidstest, bekwaamheidsproef of bekwaamheidsbeoordeling en de beoordeling van de persoon van wie de test, proef of beoordeling wordt afgenomen, de nabeschouwing van de vlucht en het registreren van documentatie.
BFCL.460 FE(B)-certificaat — Geldigheid, verlenging en hernieuwde afgifte
|
a) |
Een FE(B)-certificaat is vijf jaar geldig. |
|
b) |
Een FE(B)-certificaat wordt verlengd als de houder:
|
|
c) |
Een houder van een FE(B)-certificaat die ook houder is van een of meer examinatorcertificaten voor andere categorieën van luchtvaartuigen overeenkomstig bijlage I (deel‐FCL) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011 of bijlage III (deel‐SFCL) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976, kan met de toestemming van de bevoegde autoriteit een gecombineerde verlenging van al zijn examinatorcertificaten verkrijgen. |
|
d) |
Als een FE(B)-certificaat is verlopen, moet de houder voldoen aan de eisen onder b), punt 1, en van BFCL.445 voordat hij of zij de uitoefening van de bevoegdheden van het certificaat mag hervatten. |
|
e) |
Een FE(B)-certificaat wordt alleen verlengd of hernieuwd afgegeven als de aanvrager aantoont dat hij of zij nog altijd voldoet aan de eisen van punt BFCL.410 en punt BFCL.420, onder d) en e). |