13.2.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 40/114


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/194 VAN DE COMMISSIE

van 12 februari 2020

tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad wat betreft bijzondere regelingen voor belastingplichtigen die diensten voor niet-belastingplichtigen, afstandsverkopen van goederen en bepaalde binnenlandse goederenleveringen verrichten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (1), met name artikel 47 terdecies, onder a) en b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Titel XII, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (2), omvattende bijzondere regelingen voor belastingplichtigen die bepaalde diensten verrichten, is gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad (3) en Richtlijn (EU) 2019/1995 van de Raad (4), met het oog op uitbreiding van de bijzondere regelingen. De maatregelen die nodig zijn om aan deze twee wijzigingsrichtlijnen te voldoen, zullen vanaf 1 januari 2021 gelden.

(2)

Verordening (EU) nr. 904/2010 legt regels vast voor de administratieve samenwerking en de strijd tegen fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (btw). Artikelen 47 ter, 47 quater, 47 quinquies, en 47 sexies van die verordening hebben betrekking op de uitwisseling van bepaalde informatie met betrekking tot de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG. Meer bepaald bevatten die artikelen regels voor de uitwisseling van identificatiegegevens en btw-aangiften, en voor de uitwisseling van eventuele latere wijzigingen daaraan. Deze artikelen zijn met ingang van 1 januari 2021 van toepassing.

(3)

Opdat de in die artikelen bedoelde informatie op een uniforme manier wordt uitgewisseld, moeten de technische details voor dergelijke uitwisselingen worden vastgesteld, met inbegrip van een gemeenschappelijk elektronisch bericht. Op die manier wordt ook de uniforme ontwikkeling van de technische en functionele specificaties mogelijk gemaakt, aangezien die op basis van een gereguleerd raamwerk worden opgesteld.

(4)

Bepaalde gegevens, zoals de uitsluiting van de bijzondere regelingen, de vrijwillige beëindiging of de wijziging van de lidstaat van identificatie, dienen ook onverwijld en op een uniforme manier te worden uitgewisseld, zodat de lidstaten de correcte toepassing van de bijzondere regelingen kunnen controleren en fraude kunnen bestrijden. Daartoe moet worden voorzien in gemeenschappelijke regelingen voor de elektronische uitwisseling van dergelijke informatie.

(5)

Om de administratieve lasten voor belastingplichtigen tot een minimum te beperken, moeten voor de elektronische interface bepaalde eisen worden vastgelegd die het voor belastingplichtigen vergemakkelijkt om identificatiegegevens en btw-aangiften in te dienen. De lidstaten mogen aanvullende functionaliteiten aanbieden om de administratieve lasten verder terug te brengen.

(6)

Er moet verduidelijkt worden welke gegevens moeten worden verstrekt in de gevallen waar in een specifieke periode geen leveringen op grond van de bijzondere regelingen worden verricht.

(7)

Teneinde de lidstaten en de belastingplichtigen in staat te stellen op ondubbelzinnige wijze naar de btw-aangiften te verwijzen in hun latere communicatie, inclusief communicatie over de betaling van de belasting, dient de lidstaat van identificatie aan iedere btw-aangifte een uniek referentienummer toe te kennen.

(8)

Deze verordening dient vanaf dezelfde dag als de artikelen 47 ter, 47 quater, 47 quinquies, en 47 sexies van Verordening (EU) nr. 904/2010 van toepassing te zijn.

(9)

In Uitvoeringsverordening (EU) nr. 815/2012 van de Commissie (5) zijn gedetailleerde regels vastgelegd krachtens artikelen 44 en 45 van Verordening (EU) nr. 904/2010 betreffende de uitwisseling van informatie met betrekking tot de bijzondere regelingen voor telecommunicatie-, omroep- of elektronische diensten. Die artikelen zijn van toepassing voor de termijn van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2020. Derhalve moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 815/2012 met ingang van 1 januari 2021 worden ingetrokken. Zij moet echter tot en met 10 februari 2024 van toepassing blijven voor de indiening van en de correcties op btw-aangiften met betrekking tot onder een van beide in die Uitvoeringsverordening bedoelde bijzondere regelingen vallende diensten die voor 1 januari 2021 zijn uitgevoerd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“niet-Unieregeling”: de bijzondere regeling voor diensten verricht door niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2, van Richtlijn 2006/112/EG;

2)

“Unieregeling”: de bijzondere regeling voor intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor leveringen van goederen binnen een lidstaat via elektronische interfaces die die leveringen faciliteren, overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG, en voor diensten verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG;

3)

“invoerregeling”: de bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG;

4)

“bijzondere regelingen”: de niet-Unieregeling, de Unieregeling en de invoerregeling.

Artikel 2

Functionaliteiten van de elektronische interface

De elektronische interface in de lidstaat van identificatie waarmee een belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon voor het gebruik van een van de bijzondere regelingen registreert, en langs welke weg deze persoon of zijn tussenpersoon de aangiften voor de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op grond van die regeling bij de lidstaat van identificatie indient, wordt gekenmerkt door de volgende functionaliteiten:

a)

de interface moet de faciliteit bieden om de krachtens artikel 361 of 369 septdecies van Richtlijn 2006/112/EG gedane mededeling en de wijzigingen daarin, en de krachtens artikel 365, 369 octies of 369 unvicies van Richtlijn 2006/112/EG in de btw-aangifte op te nemen inlichtingen te bewaren, voordat die gegevens of die wijziging worden ingediend;

b)

de interface moet de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon in staat stellen de toepasselijke gegevens met betrekking tot de btw-aangiften in te dienen door middel van elektronische bestandsoverdracht overeenkomstig de voorwaarden die door de lidstaat van identificatie zijn vastgelegd.

Artikel 3

Verzending van identificatiegegevens

1.   De lidstaat van identificatie zendt de volgende informatie, inclusief wijzigingen daarin, via het CCN/CSI-netwerk naar de andere lidstaten:

a)

gegevens ter identificatie van de belastingplichtige die de niet-Unieregeling gebruikt;

b)

gegevens ter identificatie van de belastingplichtige die de Unieregeling gebruikt;

c)

gegevens ter identificatie van de belastingplichtige die de invoerregeling gebruikt;

d)

gegevens ter identificatie van de tussenpersoon;

e)

het aan de belastingplichtige of aan een tussenpersoon toegekende identificatienummer.

2.   Het gemeenschappelijk elektronisch bericht in bijlage I wordt gebruikt om de in het eerste lid bedoelde informatie te verzenden, met gebruikmaking van de volgende kolom per geval:

a)

kolom B voor de niet-Unieregeling;

b)

kolom C voor de Unieregeling;

c)

kolom D voor de invoerregeling met het oog op de identificatie van de belastingplichtige overeenkomstig artikel 369 septdecies, lid 1, of lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG;

d)

kolom E voor de invoerregeling met het oog op de identificatie van de tussenpersoon overeenkomstig artikel 369 septdecies, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG.

3.   De lidstaat van identificatie stelt de andere lidstaten via het CNN/CSI-netwerk onverwijld in kennis met gebruikmaking van het gemeenschappelijk elektronisch bericht als beschreven in bijlage II bij deze verordening, daar waar de belastingplichtige:

a)

is uitgesloten van, of verwijderd uit het identificatieregister van een van de bijzondere regelingen, overeenkomstig artikel 363, 369 sexies, of 369 novodecies, lid 1 of lid 3, van richtlijn 2006/112/EG;

b)

vrijwillig het gebruik van een van de bijzondere regelingen beëindigt;

c)

de lidstaat van identificatie binnen de Unieregeling of de invoerregeling wijzigt.

4.   De lidstaat van identificatie stelt de andere lidstaten via het CNN/CSI-netwerk onverwijld in kennis met gebruikmaking van het gemeenschappelijk elektronisch bericht als beschreven in bijlage II bij deze verordening, daar waar de tussenpersoon:

a)

uit het identificatieregister is verwijderd, overeenkomstig artikel 369 novodecies, lid 2, van richtlijn 2006/112/EG;

b)

vrijwillig stopt als tussenpersoon te handelen;

c)

de lidstaat van identificatie wijzigt.

5.   De individuele btw-identificatienummers die zijn toegekend aan, of, waar van toepassing, met betrekking tot belastingplichtigen krachtens artikel 369 octodecies, leden 1 en 3, van richtlijn 2006/112/EG, worden automatisch via een centraal register of een ander betrouwbaar instrument voor het delen van gegevens tussen de lidstaat van identificatie en de andere lidstaten uitgewisseld, zodat de lidstaten op ieder moment over een juist actueel beeld beschikken van de geldigheid van al deze btw-identificatienummers die door alle lidstaten zijn toegekend.

Artikel 4

Indiening van de btw-aangifte door de belastingplichtige of de tussenpersoon

1.   De belastingplichtige of, waar van toepassing in het geval van de invoerregeling, de voor zijn rekening handelende tussenpersoon dient de btw-aangiften met de overeenkomstig artikel 365, 369 octies of 369 unvicies van Richtlijn 2006/112/EG vereiste details in bij de lidstaat van identificatie met gebruikmaking van het gemeenschappelijke elektronische bericht in bijlage III bij deze verordening. Kolom B van dat gemeenschappelijk elektronisch bericht wordt gebruikt voor de niet-Unieregeling, kolom C voor de Unieregeling en kolom D voor de invoerregeling.

2.   Indien een belastingplichtige met betrekking tot een bijzondere regeling in geen enkele lidstaat goederen levert of diensten verricht op grond van die bijzondere regeling gedurende een belastingtijdvak en geen wijzigingen aanbrengt in eerdere btw-aangiften, wordt een nihil-aangifte ingevuld. Daartoe worden alleen de volgende vakken van het gemeenschappelijk elektronisch bericht in bijlage III ingevuld:

a)

vakken 1, 2, 11 en 24 voor de niet-Unieregeling;

b)

vakken 1, 2, 21 en 24 voor de Unieregeling;

c)

vakken 1, 1a, 2, 11 en 24 voor de invoerregeling.

3.   De belastingplichtige of, waar van toepassing in het geval van de invoerregeling, de voor zijn rekening handelende tussenpersoon hoeft uitsluitend de leveringen in te vullen die verband houden met een lidstaat van verbruik, indien in die lidstaat binnen het belastingtijdvak goederen zijn geleverd of diensten zijn verricht op grond van de bijzondere regelingen.

De belastingplichtige hoeft in het geval van de Unieregeling bovendien uitsluitend de in artikel 369 octies, lid 2, onder a) en b), van richtlijn 2006/112/EG bedoelde leveringen in te vullen die verband houden met een lidstaat van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd, indien binnen het belastingtijdvak onder de Unieregeling vallende goederen vanuit die lidstaat zijn verzonden of vervoerd. Evenzo hoeft de belastingplichtige uitsluitend de leveringen van een lidstaat van vestiging in te vullen, indien binnen het belastingtijdvak vanuit die lidstaat diensten op grond van de Unieregeling zijn verricht.

Artikel 5

Verzending van de in de btw-aangifte vermelde informatie

De informatie die in de in artikel 4, lid 1 bedoelde btw-aangifte is vervat, wordt door de lidstaat van identificatie verzonden via het CCN/CSI-netwerk met gebruikmaking van het gemeenschappelijk elektronisch bericht in bijlage III:

a)

aan iedere in de btw-aangifte vermelde lidstaat van verbruik;

b)

daarbij, in het geval van de Unieregeling, aan iedere van de volgende in de btw-aangifte vermelde lidstaten:

i)

iedere lidstaat van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd;

ii)

iedere lidstaat van vestiging van waaruit de diensten zijn verricht.

Voor de toepassing van de eerste alinea zendt de lidstaat van identificatie de algemene gegevens in deel 1 van het gemeenschappelijk elektronisch bericht in bijlage III aan iedere betrokken lidstaat, samen met de informatie in delen 2, 3 en 4 van dat gemeenschappelijk elektronisch bericht dat betrekking heeft op die specifieke lidstaat.

Artikel 6

Uniek referentienummer

De informatie die op grond van artikel 5 wordt verzonden, bevat een door de lidstaat van identificatie toegewezen referentienummer dat uniek is voor de specifieke btw-aangifte.

Artikel 7

Intrekking

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 815/2012 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Die uitvoeringsverordening blijft echter tot en met 10 februari 2024 van toepassing voor de indiening van en de correcties op btw-aangiften met betrekking tot onder een van beide in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 815/2012 bedoelde bijzondere regelingen vallende diensten die voor 1 januari 2021 zijn uitgevoerd.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 februari 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

(3)  Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen (PB L 348 van 29.12.2017, blz. 7).

(4)  Richtlijn (EU) 2019/1995 van de Raad van 21 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de bepalingen inzake afstandsverkopen en bepaalde binnenlandse leveringen van goederen (PB L 310 van 2.12.2019, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 815/2012 van de Commissie van 13 september 2012 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad wat betreft bijzondere regelingen voor niet-gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatie-, omroep- of elektronische diensten verrichten voor niet-belastingplichtigen (PB L 249 van 14.9.2012, blz. 3).


BIJLAGE I

Identificatiegegevens

Kolom A

Kolom B

Kolom C

Kolom D

Kolom E

Vaknummer

De niet-Unieregeling

De Unieregeling

De invoerregeling

(Identificatie van de belastingplichtige)

De invoerregeling

(Identificatie van de tussenpersoon)

1

Individueel btw-identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 362 van Richtlijn 2006/112/EG  (1)

Individueel btw-identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 369 quinquies van Richtlijn 2006/112/EG, inclusief de landencode

Individueel btw-identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 1 of lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG  (2)

Individueel identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG  (3)

1a

 

 

Indien de belastingplichtige door een tussenpersoon wordt vertegenwoordigd, het individuele identificatienummer van die tussenpersoon, toegekend overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG

 

2

Nationaal fiscaal nummer

 

Nationaal fiscaal nummer  (4)

 

2a

 

 

Btw-identificatienummer, indien van toepassing

Btw-identificatienummer

3

Naam van de onderneming

Naam van de onderneming

Naam van de onderneming

Naam van de onderneming

4

Handelsna(a)m(en) van de onderneming, indien verschillend van de naam van de onderneming

Handelsna(a)m(en) van de onderneming, indien verschillend van de naam van de onderneming

Handelsna(a)m(en) van de onderneming, indien verschillend van de naam van de onderneming

Handelsna(a)m(en) van de onderneming, indien verschillend van de naam van de onderneming

5

Volledig postadres van de onderneming  (5)

Volledig postadres van de onderneming  (5)

Volledig postadres van de onderneming  (5)

Volledig postadres van de onderneming  (5)

6

Land waar de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd

Land waar de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, indien niet in de Unie

Land waar de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd

De lidstaat waar de tussenpersoon zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, bij gebreke van een zetel van bedrijfsuitoefening in de Unie, de lidstaat waar de tussenpersoon een vaste inrichting heeft waar hij meldt dat hij voor rekening van de door hem vertegenwoordigde belastingplichtige(n) van de invoerregeling gebruik zal maken.

7

E-mailadres van de belastingplichtige

E-mailadres van de belastingplichtige

E-mailadres van de belastingplichtige

E-mailadres van de tussenpersoon

8

Website(s) van de belastingplichtige

Website(s) van de belastingplichtige, indien van toepassing

Website(s) van de belastingplichtige

 

9

Naam contactpersoon

Naam contactpersoon

Naam contactpersoon

Naam contactpersoon

10

Telefoon

Telefoon

Telefoon

Telefoon

11

IBAN- of OBAN-nummer

IBAN-nummer

IBAN-nummer (6)

IBAN-nummer (7)

12

BIC-nummer  (8)

BIC-nummer  (8)

BIC-nummer (6)  (8)

BIC-nummer (7)  (8)

13.1

 

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s) of, indien niet beschikbaar, het/de fisca(a)l(e) registratienummer(s), toegekend door de lidsta(a)t(en) waar de belastingplichtige (een) vaste inrichting(en) heeft, buiten de lidstaat van identificatie, en door de lidsta(a)t(en) van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd, buiten de lidstaat van identificatie (9)

Indicator of de belastingplichtige in deze lidstaat een vaste inrichting heeft (14)

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s) of, indien niet beschikbaar, het/de fisca(a)l(e) registratienummer(s), toegekend door de lidsta(a)t(en) waar de belastingplichtige (een) vaste inrichting(en) heeft, buiten de lidstaat van identificatie  (9)

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s) of, indien niet beschikbaar, het/de fisca(a)l(e) registratienummer(s), toegekend door de lidsta(a)t(en) waar de tussenpersoon (een) vaste inrichting(en) heeft, buiten de lidstaat van identificatie (9)

14.1

 

Volledig postadres en volledige handelsnaam van de vaste inrichtingen en de plaatsen van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd in een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie (10)

Volledig postadres en volledige handelsnaam van de vaste inrichtingen in andere lidstaten dan de lidstaat van identificatie (10)

Volledig postadres en volledige handelsnaam van de vaste inrichtingen in andere lidstaten dan de lidstaat van identificatie (10)

15.1

 

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s), door de lidsta(a)t(en) aan een niet-gevestigde belastingplichtige toegekend (11)

 

 

16.1

Elektronische verklaring dat de belastingplichtige niet in de Unie is gevestigd

Elektronische verklaring dat de belastingplichtige niet in de Unie is gevestigd

 

 

16.2.

 

Indicator of de belastingplichtige een elektronische interface is zoals bedoeld in artikel 14 bis, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG(  (14)

 

 

17

Datum van ingang van het gebruik van de regeling  (12)

Datum van ingang van het gebruik van de regeling  (12)

Datum van ingang van het gebruik van de regeling  (13)

 

18

Datum van het verzoek van de belastingplichtige om op grond van de regeling te worden geregistreerd

Datum van het verzoek van de belastingplichtige om op grond van de regeling te worden geregistreerd

Datum van het verzoek van de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon om op grond van de regeling te worden geregistreerd

Datum van het verzoek om als tussenpersoon te worden geregistreerd

19

Datum waarop door de lidstaat van identificatie de beslissing over de registratie is genomen

Datum waarop door de lidstaat van identificatie de beslissing over de registratie is genomen

Datum waarop door de lidstaat van identificatie de beslissing over de registratie is genomen

Datum waarop door de lidstaat van identificatie de beslissing over de registratie is genomen

20

 

Indicator of de belastingplichtige deel uitmaakt van een btw-groep  (14)

 

 

21

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s), toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig de artikelen 362, 369 quinquies of 369 octodecies van Richtlijn 2006/112/EG, voor zover de belastingplichtige reeds eerder gebruik heeft gemaakt of momenteel gebruik maakt van een van deze regelingen

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s), toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig de artikelen 362, 369 quinquies of 369 octodecies van Richtlijn 2006/112/EG, voor zover de belastingplichtige reeds eerder gebruik heeft gemaakt of momenteel gebruik maakt van een van deze regelingen

Individue(e)l(e) btw-identificatienummer(s), toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig de artikelen 362, 369 quinquies of 369 octodecies van Richtlijn 2006/112/EG, voor zover de belastingplichtige reeds eerder gebruik heeft gemaakt of momenteel gebruik maakt van een van deze regelingen

Nummer(s) van de tussenpersoon, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG


(1)  Volgens het model: EUxxxyyyyyz waarbij: xxx de 3-cijferige ISO-code van de lidstaat van identificatie is; yyyyy het door de lidstaat van identificatie toegewezen 5-cijferige nummer is; en z een controlecijfer is.

(2)  Volgens het model: IMxxxyyyyyyz waarbij: xxx de 3-cijferige ISO-code van de lidstaat van identificatie is; yyyyy het door de lidstaat van identificatie toegewezen 6-cijferige nummer is; en z een controlecijfer is.

(3)  Volgens het model: INxxxyyyyyyz waarbij: xxx de 3-cijferige ISO-code van de lidstaat van identificatie is; yyyyy het door de lidstaat van identificatie toegewezen 6-cijferige nummer is; en z een controlecijfer is.

(4)  Verplicht indien in vak 2a geen btw-identificatienummer is ingevuld

(5)  Met de te vermelden postcode, indien deze bestaat.

(6)  Indien de belastingplichtige niet door een tussenpersoon wordt vertegenwoordigd.

(7)  Indien de belastingplichtige door een tussenpersoon wordt vertegenwoordigd.

(8)  Het BIC-nummer is optioneel.

(9)  Indien er sprake is van meer dan één vaste inrichting, of van meer dan één lidstaat van waaruit de goederen worden verzonden of vervoerd, gebruik dan vak 13.1, 13.2 enz.

(10)  Indien er sprake is van meer dan één vaste inrichting, en/of van meer dan één plaats van waaruit de goederen worden verzonden of vervoerd, gebruik dan vak 14.1, 14.2 enz.

(11)  Indien er sprake is van verscheidene door de lidsta(a)t(en) toegekende btw-identificatienummers aan een niet-gevestigde belastingplichtige, gebruik dan vak 15.1, 15.2 enz.

(12)  Dit kan in een beperkt aantal gevallen eerder zijn dan de datum van registratie voor de regeling.

(13)  De datum van ingang van het gebruik van de regeling is gelijk aan de datum in kolom D, vak 19, en kan, in geval van preregistratie overeenkomstig artikel 2, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2026, niet voor 1 januari 2021 liggen.

(14)  Louter ja/nee aanvinken.


BIJLAGE II

Gegevens met betrekking tot de status van een belastingplichtige of een tussenpersoon in het register van een lidstaat van identificatie

 

Individueel btw-identificatienummer van een belastingplichtige, toegekend door de lidstaat van identificatie, inclusief landencode

Individueel identificatienummer van een tussenpersoon, toegekend door de lidstaat van identificatie, inclusief landencode

Datum waarop de wijziging ingaat

Reden om de status van de belastingplichtige in het register te wijzigen, met gebruikmaking van de volgende codes:

1)

de belastingplichtige of, waar van toepassing, de voor zijn rekening handelende tussenpersoon, heeft de lidstaat van identificatie meegedeeld dat de belastingplichtige niet langer de onder deze bijzondere regeling vallende diensten verricht en/of goederen levert;

2)

in de lidstaat van identificatie wordt aangenomen dat de belastingplichtige de onder de bijzondere regeling vallende belastbare activiteiten heeft beëindigd;

3)

de belastingplichtige voldoet niet langer aan de noodzakelijke voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te maken;

4)

de belastingplichtige voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling;

5)

de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon, heeft verzocht de regeling vrijwillig te verlaten;

6)

de belastingplichtige heeft het verzoek gedaan om in een nieuwe lidstaat van identificatie te worden geïdentificeerd.

Reden om de status van de tussenpersoon in het register te wijzigen, met gebruikmaking van de volgende codes:

2)

de tussenpersoon heeft gedurende twee opeenvolgende kalenderkwartalen niet als tussenpersoon gehandeld voor rekening van een belastingplichtige die van de invoerregeling gebruikmaakt;

3)

de tussenpersoon voldoet niet langer aan de noodzakelijke voorwaarden om als zodanig te handelen;

4)

de tussenpersoon voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de invoerregeling;

5)

de tussenpersoon heeft verzocht om vrijwillig niet langer als tussenpersoon te handelen;

6)

de tussenpersoon heeft het verzoek gedaan om in een nieuwe lidstaat van identificatie te worden geïdentificeerd.


BIJLAGE III

Btw-aangiften

Deel 1: Algemene informatie

Kolom A

Kolom B

Kolom C

Kolom D

Vaknummer

De niet-Unieregeling

De Unieregeling

De invoerregeling

Uniek identificatienummer (1):

1

Individueel btw-identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 362 van Richtlijn 2006/112/EG

Individueel btw-identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 369 quinquies van Richtlijn 2006/112/EG, inclusief landencode

Individueel btw-identificatienummer, toegekend door de lidstaat van identificatie overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 1 of lid 3, van Richtlijn 2006/112/EG

1a

 

 

Indien de belastingplichtige door een tussenpersoon wordt vertegenwoordigd, wordt het identificatienummer van die tussenpersoon toegekend overeenkomstig artikel 369 octodecies, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG

2

Belastingtijdvak  (2)

Belastingtijdvak  (2)

Belastingtijdvak  (3)

2a

Begin- en einddatum van het tijdvak (4)

Begin- en einddatum van het tijdvak (4)

Begin- en einddatum van het tijdvak (5)

3

Valuta

Valuta

Valuta

Deel 2: Voor elke lidstaat van verbruik waarin de btw verschuldigd is  (6)

 

 

2a) Diensten die zijn verleend vanuit de lidstaat van identificatie en vaste inrichting(en) buiten de Unie

2b) Leveringen van goederen die zijn verzonden of vervoerd vanuit de lidstaat van identificatie (7)

 

4.1

Landencode van de lidstaat van verbruik

Landencode van de lidstaat van verbruik

Landencode van de lidstaat van verbruik

5.1

Het normale btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

Het normale btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

Het normale btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

6.1

Het verlaagde btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

Het verlaagde btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

Het verlaagde btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

7.1

Maatstaf van heffing tegen normaal tarief (8)

Maatstaf van heffing tegen normaal tarief (8)

Maatstaf van heffing tegen normaal tarief (8)

8.1

Btw-bedrag tegen normaal tarief (8)

Btw-bedrag tegen normaal tarief (8)

Btw-bedrag tegen normaal tarief (8)

9.1

Maatstaf van heffing tegen verlaagd tarief (8)

Maatstaf van heffing tegen verlaagd tarief (8)

Maatstaf van heffing tegen verlaagd tarief (8)

10.1

Btw-bedrag tegen verlaagd tarief  (8)

Btw-bedrag tegen verlaagd tarief  (8)

Btw-bedrag tegen verlaagd tarief  (8)

11.1

Totaal verschuldigd btw-bedrag

Totaal verschuldigd btw-bedrag voor de in deel 2a aangegeven verrichte diensten en de in deel 2b) aangegeven geleverde goederen

Totaal verschuldigd btw-bedrag

 

 

2c) Diensten die zijn verricht vanuit vaste inrichtingen in een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie (9)

 

 

 

2d) Levering van goederen die zijn verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat van identificatie (10)  (11)

 

12.1

 

Landencode van de lidstaat van verbruik

 

13.1

 

Het normale btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

 

14.1

 

Het verlaagde btw-tarief in de lidstaat van verbruik (8)

 

15.1

 

Individueel btw-identificatienummer, of indien niet beschikbaar, het fiscaal registratienummer, inclusief landencode:

van de vaste inrichting van waaruit de diensten worden verricht; of

dvan de inrichting van waaruit de goederen worden verzonden of vervoerd.

Indien de goederen worden geleverd overeenkomstig artikel 14 bis, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG en de belastingplichtige in de lidstaat van waaruit de goederen worden verzonden of vervoerd geen btw-identificatienummer of fiscaal registratienummer heeft, moet de landencode van die lidstaat nog steeds worden verstrekt.

 

16.1

 

Maatstaf van heffing tegen normaal tarief (8)

 

17.1

 

Btw-bedrag tegen normaal tarief (8)

 

18.1

 

Maatstaf van heffing tegen verlaagd tarief (8)

 

19.1

 

Btw-bedrag tegen verlaagd tarief  (8)

 

20.1

 

Totaal verschuldigd btw-bedrag voor de in deel 2c aangegeven verrichte diensten en de in deel 2d) aangegeven geleverde goederen

 

 

 

2e) Totaalbedrag voor leveringen vanuit de lidstaat van identificatie, leveringen van goederen uit een andere lidstaat en diensten verricht vanuit alle vaste inrichtingen buiten de lidstaat van identificatie.

 

21.1

 

Totaal verschuldigd btw-bedrag (vak 11.1+vak 11.2 ... + vak 20.1 + vak 20.2 ...)

 

Deel 3: Voor elke lidstaat van verbruik waarvoor een btw-correctie wordt gemaakt

22.1.

Belastingtijdvak  (2)

Belastingtijdvak  (2)

Belastingtijdvak  (3)

23.1

Landencode van de lidstaat van verbruik

Landencode van de lidstaat van verbruik

Landencode van de lidstaat van verbruik

24.1

Totale btw-bedrag naar aanleiding van correcties van leveringen (12)

Totale btw-bedrag naar aanleiding van correcties van leveringen (12)

Totale btw-bedrag naar aanleiding van correcties van leveringen (12)

Deel 4: Saldo van de verschuldigde btw voor elke lidstaat van verbruik

25.1.

Totaal verschuldigd btw-bedrag inclusief correcties van eerdere aangiften per lidstaat (vak 11.1 + vak 11.2 ... + vak 24.1 + vak 24.2 …)  (12)

Totaal verschuldigd btw-bedrag inclusief correcties van eerdere aangiften per lidstaat (vak 11.1 + vak 11.2 ... + vak 24.1 + vak 24.2 …)  (12)

Totaal verschuldigd btw-bedrag inclusief correcties van eerdere aangiften per lidstaat (vak 11.1 + vak 11.2 ... + vak 24.1 + vak 24.2 …)  (12)

Deel 5: Totaal verschuldigd btw-bedrag voor alle lidstaten van verbruik

26

Totaal verschuldigd btw-bedrag voor alle lidstaten (vak 25.1 + 25.2 …)  (13)

Totaal verschuldigde btw-bedrag voor alle lidstaten (vak 25.1 + 25.2 …)  (13)

Totaal verschuldigde btw-bedrag voor alle lidstaten (vak 25.1 + 25.2 …)  (13)


(1)  Het door de lidstaat van identificatie toegewezen unieke referentienummer bestaat uit de landencode van de lidstaat van identificatie/het btw-nummer/het tijdvak- bv. CZ/xxxxxxxxx/Q1.yyyy (of /M01.yyyy voor de invoerregeling) + het tijdstempel. Het nummer wordt door de lidstaat van identificatie toegekend vóór de verzending van de aangifte aan de andere betrokken lidstaat.

(2)  Heeft betrekking op kalenderkwartalen: Q1.yyyy – Q2.yyyy – Q3.yyyy – Q4.yyyy. Indien er in deel 3 meer dan één belastingtijdvak moet worden gecorrigeerd, gebruik dan vak 22.1.1, 22.1.2 enz.

(3)  Heeft betrekking op kalenderkwartalen: M01.yyyy – M02.yyyy – M03.yyyy – enz. Indien er in deel 3 meer dan één belastingtijdvak moet worden gecorrigeerd, gebruik dan vak 22.1.1, 22.1.2 enz.

(4)  Uitsluitend in te vullen indien de belastingplichtige meer dan één btw-aangifte voor hetzelfde kwartaal indient. Heeft betrekking op kalenderdagen: dd.mm.jjjj – dd.mm.jjjj.

(5)  Uitsluitend in te vullen indien de belastingplichtige / de tussenpersoon meer dan één btw-aangifte voor dezelfde maand indient. Heeft betrekking op kalenderdagen: dd.mm.jjjj – dd.mm.jjjj.

(6)  Indien er sprake is van meer dan één lidstaat van verbruik.

(7)  Inclusief leveringen die worden gefaciliteerd door een elektronische interface zoals bedoeld in artikel 14 bis, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG, indien de verzonden of vervoerde goederen vertrekken of aankomen in de lidstaat van identificatie.

(8)  Indien tijdens de aangifteperiode meer dan één normaal geldend btw-tarief wordt toegepast, gebruik dan vakken 5.1.2, 7.1.2, 8.1.2, 13.1.2, 16.1.2, 17.1.2 enz. Indien meer dan één verlaagd tarief wordt toegepast, gebruik dan vakken 6.1.2, 9.1.2, 10.1.2, 14.1.2, 18.1.2, 19.1.2 enz.

(9)  Indien er sprake is van meer vaste inrichtingen, gebruik dan vak 12.2 tot en met 20.2 enz.

(10)  Indien er meer dan één andere lidstaat is dan de lidstaat van identificatie van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd, gebruik dan vak 12.2 tot en met 20.2 enz.

(11)  Inclusief leveringen die worden gefaciliteerd door een elektronische interface zoals bedoeld in artikel 14 bis, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG, indien de verzonden of vervoerde goederen vertrekken of aankomen in dezelfde lidstaat.

(12)  Dit bedrag kan negatief zijn.

(13)  Met negatieve bedragen in vakken 25.1, 25.2 enz. kan geen rekening worden gehouden.