|
6.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 34/20 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/158 VAN DE COMMISSIE
van 5 februari 2020
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 met het oog op in voertuigen geïnstalleerde weegapparatuur
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer (1), en met name artikel 11,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 10 quinquies, lid 5, van Richtlijn 96/53/EG (2) hebben de lidstaten de mogelijkheid om weegapparatuur in voertuigen te installeren voor de controle van voertuigen of voertuigcombinaties die waarschijnlijk het maximaal toegestane gewicht hebben overschreden. |
|
(2) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1213 (3) van de Commissie zijn gedetailleerde bepalingen vastgelegd om uniforme interoperabiliteits- en compatibiliteitsregels voor in voertuigen geïnstalleerde weegapparatuur te waarborgen. |
|
(3) |
Omdat de vereisten van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1213 tegenstrijdig zijn met de bepalingen voor in voertuigen geïnstalleerde weegapparatuur van aanhangsel 14 van bijlage IC bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 van de Commissie (4), moet punt 5.5 van aanhangsel 14 van die bijlage worden geschrapt. |
|
(4) |
De in deze uitvoeringsverordening van de Commissie opgenomen maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) nr. 165/2014 bedoelde Comité wegvervoer, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Punt 5.5 van aanhangsel 14 van bijlage IC bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 wordt geschrapt.
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 5 februari 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1).
(2) Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1213 van de Commissie van 12 juli 2019 tot vastlegging van gedetailleerde bepalingen die eenvormige voorwaarden waarborgen voor de uitvoering van de voorschriften inzake interoperabiliteit en compatibiliteit van in voertuigen geïnstalleerde weegapparatuur overeenkomstig Richtlijn 96/53/EG van de Raad (PB L 192 van 18.7.2019, blz. 1).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/799 van de Commissie van 18 maart 2016 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de eisen voor de constructie, het testen, de installatie, de exploitatie en de reparatie van tachografen en tachograafonderdelen (PB L 139 van 26.5.2016, blz. 1).