16.1.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 12/5


VERORDENING (EU) 2020/34 VAN DE COMMISSIE

van 15 januari 2020

houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1126/2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad wat International Accounting Standard 39 en International Financial Reporting Standards 7 en 9 betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie (2) zijn bepaalde op 15 oktober 2008 bestaande internationale standaarden en interpretaties goedgekeurd.

(2)

Op 22 juli 2014 heeft de Raad voor financiële stabiliteit het verslag “Reforming Major Interest Rate Benchmarks” gepubliceerd. Daarin zijn aanbevelingen geformuleerd om bestaande benchmarks en andere op interbankenmarkten gebaseerde potentiële referentierentes te versterken en tevens alternatieve bijna risicovrije referentierentes te ontwikkelen.

(3)

Bij Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad (3) is een gemeenschappelijk kader vastgesteld om in de Unie de nauwkeurigheid en integriteit te waarborgen van indices die worden gebruikt als benchmarks in financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten.

(4)

Op 26 september 2019 heeft de International Accounting Standards Board Rentebenchmarkhervorming (wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7) gepubliceerd om in de periode vóór de vervanging van een bestaand rentebenchmark door een alternatieve referentierente de gevolgen van de rentebenchmarkhervorming voor de financiële verslaggeving aan te pakken.

(5)

De wijzigingen voorzien in tijdelijke en beperkte uitzonderingen op de vereisten inzake hedge accounting van International Accounting Standard (IAS) 39 Financiële instrumenten: opname en waardering en International Financial Reporting Standard (IFRS) 9 Financiële instrumenten, zodat ondernemingen aan de vereisten kunnen blijven voldoen door aan te nemen dat de bestaande rentebenchmarks niet zijn gewijzigd als gevolg van de hervorming van de interbankenrente.

(6)

Na overleg met de European Financial Reporting Advisory Group concludeert de Commissie dat de wijzigingen in IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering, IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing en IFRS 9 Financiële instrumenten voldoen aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde criteria voor goedkeuring.

(7)

Verordening (EG) nr. 1126/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vastgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1126/2008 wordt als volgt gewijzigd:

a)

International Accounting Standard (IAS) 39 Financiële instrumenten: opname en waardering wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening;

b)

International Financial Reporting Standard (IFRS) 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening;

c)

IFRS 9 Financiële instrumenten wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijzigingen toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat op of na 1 januari 2020 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 januari 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1126/2008 van de Commissie van 3 november 2008 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 320 van 29.11.2008, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1).


BIJLAGE

Rentebenchmarkhervorming

Wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7

Wijzigingen in IFRS 9 Financiële Instrumenten

De alinea’s 6.8.1 tot en met 6.8.12 en alinea 7.1.8 worden toegevoegd. Vóór alinea 6.8.1 wordt een nieuw kopje toegevoegd. Vóór de alinea’s 6.8.4, 6.8.5, 6.8.6, 6.8.7 en 6.8.9 worden nieuwe kopjes van onderafdelingen toegevoegd. Alinea 7.2.26 wordt gewijzigd.

Hoofdstuk 6 Hedge accounting (administratieve verwerking van afdekkingstransacties)

6.8   Tijdelijke uitzonderingen van de toepassing van specifieke vereisten inzake hedge accounting

6.8.1.

Entiteiten moeten de alinea’s 6.8.4 tot en met 6.8.12 en de alinea’s 7.1.8 en 7.2.26(d) toepassen op alle afdekkingsrelaties waarop de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is. Deze alinea’s zijn enkel op dergelijke afdekkingsrelaties van toepassing. De rentebenchmarkhervorming is enkel rechtstreeks op een afdekkingsrelatie van invloed als de hervorming aanleiding geeft tot onzekerheden in verband met:

(a)

de (al dan niet contractueel gespecificeerde) rentebenchmark die als een afgedekt risico is aangemerkt; en/of

(b)

het tijdstip of het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie of het afdekkingsinstrument voortvloeien.

6.8.2.

Voor de toepassing van de alinea’s 6.8.4 tot en met 6.8.12 verwijst de term “rentebenchmarkhervorming” naar de marktbrede hervorming van een rentebenchmark, met inbegrip van de vervanging van een rentebenchmark door een alternatieve referentierente, zoals die welke voortvloeit uit de aanbevelingen in het verslag van de Financial Stability Board van juli 2014 met als titel “Reforming Major Interest Rate Benchmarks” (1).

6.8.3.

De alinea’s 6.8.4 tot en met 6.8.12 voorzien enkel in uitzonderingen op de in de genoemde alinea’s gespecificeerde vereisten. Een entiteit moet alle andere vereisten inzake hedge accounting blijven toepassen op afdekkingsrelaties waarop de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is.

Voor kasstroomafdekkingen geldend vereiste dat een verwachte toekomstige transactie zeer waarschijnlijk moet zijn

6.8.4.

Voor het bepalen of een verwachte toekomstige transactie (of een deel daarvan) zeer waarschijnlijk is zoals voorgeschreven bij alinea 6.3.3, moet een entiteit aannemen dat het rentebenchmark waarop de (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte kasstromen zijn gebaseerd, niet wordt gewijzigd als gevolg van de rentebenchmarkhervorming.

Herclassificatie van het in de kasstroomafdekkingsreserve geaccumuleerde bedrag

6.8.5.

Voor de toepassing van het vereiste van alinea 6.5.12 voor het bepalen of de afgedekte toekomstige kasstromen naar verwachting zullen plaatsvinden, moet een entiteit aannemen dat het rentebenchmark waarop de (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte kasstromen zijn gebaseerd, niet wordt gewijzigd als gevolg van de rentebenchmarkhervorming.

Beoordeling van de economische relatie tussen de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument

6.8.6.

Voor de toepassing van de vereisten van alinea 6.4.1(c)(i) en de alinea’s B6.4.4, B6.4.5 en B6.4.6 moet een entiteit aannemen dat het rentebenchmark waarop de (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte kasstromen en/of het (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte risico zijn gebaseerd, dan wel het rentebenchmark waarop de kasstromen uit het afdekkingsinstrument zijn gebaseerd, niet wordt gewijzigd als gevolg van de rentebenchmarkhervorming.

Aanwijzing van een component van een positie als een afgedekte positie

6.8.7.

Tenzij alinea 6.8.8 van toepassing is, moet een entiteit enkel bij de aanvang van de afdekkingsrelatie voor de afdekking van een niet contractueel gespecificeerde benchmarkcomponent van een renterisico overgaan tot de toepassing van het vereiste van alinea 6.3.7(a) en alinea B6.3.8 (dat de risicocomponent afzonderlijk identificeerbaar moet zijn).

6.8.8.

Wanneer een entiteit in overeenstemming met haar documentatie van de afdekking een afdekkingsrelatie vaak opnieuw vaststelt (dat wil zeggen beëindigt en vernieuwt) omdat zowel het afdekkingsinstrument als de afgedekte positie vaak veranderen (de entiteit maakt met andere woorden gebruik van een dynamisch proces waarin zowel de afgedekte posities als de afdekkingsinstrumenten die worden gebruikt om die blootstelling te beheren, niet lang hetzelfde blijven), moet de entiteit pas tot de toepassing van het vereiste van alinea 6.3.7(a) en alinea B6.3.8 (dat de risicocomponent afzonderlijk identificeerbaar moet zijn) overgaan wanneer zij voor het eerst een afgedekte positie in die afdekkingsrelatie aanwijst. Een afgedekte positie die is beoordeeld ten tijde van haar eerste aanwijzing in de afdekkingsrelatie, ongeacht of deze aanwijzing ten tijde van de aanvang van de afdekking of later heeft plaatsgevonden, wordt niet herbeoordeeld bij een eventuele latere heraanwijzing in dezelfde afdekkingsrelatie.

Einde van de toepassing

6.8.9.

Een entiteit moet tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 6.8.4 op een afgedekte positie overgaan op het vroegste van de volgende twee momenten:

(a)

wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie voortvloeien, en

(b)

wanneer de afdekkingsrelatie waarvan de afgedekte positie deel uitmaakt, wordt beëindigd.

6.8.10.

Een entiteit moet tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 6.8.5 overgaan op het vroegste van de volgende twee momenten:

(a)

wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde toekomstige kasstromen die uit de afgedekte positie voortvloeien, en

(b)

wanneer het volledige bedrag dat in de op die beëindigde afdekkingsrelatie betrekking hebbende kasstroomafdekkingsreserve is geaccumuleerd, naar de winst of het verlies is geherclassificeerd.

6.8.11.

Een entiteit moet overgaan tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 6.8.6:

(a)

op een afgedekte positie, wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het afgedekte risico of het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie voortvloeien, en

(b)

op een afdekkingsinstrument, wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit het afdekkingsinstrument voortvloeien.

Indien de afdekkingsrelatie waarvan de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument deel uitmaken, vóór de in alinea 6.8.11(a) of de in alinea 6.8.11(b) gespecificeerde datum wordt beëindigd, moet de entiteit op de datum waarop de afdekkingsrelatie werd beëindigd tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 6.8.6 op die afdekkingsrelatie overgaan.

6.8.12.

Bij de aanwijzing van een groep van posities als de afgedekte positie of van een combinatie van financiële instrumenten als het afdekkingsinstrument, moet een entiteit in overeenstemming met de alinea’s 6.8.9, 6.8.10 of 6.8.11, al naargelang het geval, overgaan tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van de alinea’s 6.8.4, 6.8.5 en 6.8.6 op een individuele positie of een individueel financieel instrument wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het afgedekte risico en/of het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit die positie of dat financiële instrument voortvloeien.

Hoofdstuk 7 Ingangsdatum en overgang

7.1   Ingangsdatum

7.1.8.

Afdeling 6.8 is toegevoegd en alinea 7.2.26 is gewijzigd door Rentebenchmarkhervorming (wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7), uitgegeven in september 2019. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2020 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

7.2   Overgang

Overgang voor hedge accounting (hoofdstuk 6)

7.2.26.

Bij wijze van uitzondering op de prospectieve toepassing van de vereisten van deze standaard inzake hedge accounting:

(d)

moet een entiteit overgaan tot de retroactieve toepassing van de vereisten van afdeling 6.8. Deze retroactieve toepassing geldt enkel voor de afdekkingsrelaties die bestonden aan het begin van de verslagperiode waarin een entiteit deze vereisten voor het eerst toepast of die daarna zijn aangewezen, en voor het bedrag dat is geaccumuleerd in de kasstroomafdekkingsreserve die bestond aan het begin van de verslagperiode waarin een entiteit deze vereisten voor het eerst toepast.

Wijzigingen in IAS 39 Financiële instrumenten: opname en waardering

De alinea’s 102A tot en met 102N en alinea 108G worden toegevoegd. Vóór alinea 102A wordt een nieuw kopje toegevoegd. Vóór de alinea’s 102D, 102E, 102F, 102H en 102J worden nieuwe kopjes van onderafdelingen toegevoegd.

Hedging

Tijdelijke uitzonderingen van de toepassing van specifieke vereisten inzake hedge accounting

102A

Entiteiten moeten de alinea’s 102D tot en met 102N en alinea 108G toepassen op alle afdekkingsrelaties waarop de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is. Deze alinea’s zijn enkel op dergelijke afdekkingsrelaties van toepassing. De rentebenchmarkhervorming is enkel rechtstreeks op een afdekkingsrelatie van invloed als de hervorming aanleiding geeft tot onzekerheden in verband met:

(a)

de (al dan niet contractueel gespecificeerde) rentebenchmark die als een afgedekt risico is aangemerkt; en/of

(b)

het tijdstip of het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie of het afdekkingsinstrument voortvloeien.

102B

Voor de toepassing van de alinea’s 102D tot en met 102N verwijst de term “rentebenchmarkhervorming” naar de marktbrede hervorming van een rentebenchmark, met inbegrip van de vervanging van een rentebenchmark door een alternatieve referentierente, zoals die welke voortvloeit uit de aanbevelingen in het verslag van de Financial Stability Board van juli 2014 met als titel “Reforming Major Interest Rate Benchmarks” (2).

102C

De alinea’s 102D tot en met 102N voorzien enkel in uitzonderingen op de in de genoemde alinea’s gespecificeerde vereisten. Een entiteit moet alle andere vereisten inzake hedge accounting blijven toepassen op afdekkingsrelaties waarop de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is.

Voor kasstroomafdekkingen geldend vereiste dat een verwachte toekomstige transactie zeer waarschijnlijk moet zijn

102D

Voor de toepassing van het vereiste van alinea 88(c) dat een verwachte toekomstige transactie zeer waarschijnlijk moet zijn, moet een entiteit aannemen dat het rentebenchmark waarop de (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte kasstromen zijn gebaseerd, niet wordt gewijzigd als gevolg van de rentebenchmarkhervorming.

Herclassificatie van de cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat in de overige onderdelen van het totaalresultaat is opgenomen

102E

Voor de toepassing van het vereiste van alinea 101(c) voor het bepalen of de verwachte toekomstige transactie naar verwachting niet meer zal plaatsvinden, moet een entiteit aannemen dat het rentebenchmark waarop de (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte kasstromen zijn gebaseerd, niet wordt gewijzigd als gevolg van de rentebenchmarkhervorming.

Beoordeling van de effectiviteit

102F

Voor de toepassing van de vereisten van de alinea’s 88(b) en TL105(a) moet een entiteit aannemen dat het rentebenchmark waarop de (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte kasstromen en/of het (al dan niet contractueel gespecificeerde) afgedekte risico zijn gebaseerd, dan wel het rentebenchmark waarop de kasstromen uit het afdekkingsinstrument zijn gebaseerd, niet wordt gewijzigd als gevolg van de rentebenchmarkhervorming.

102G

Voor de toepassing van het vereiste van alinea 88(e) is een entiteit niet verplicht een afdekkingsrelatie te beëindigen omdat de feitelijke resultaten van de afdekking niet aan de vereisten van alinea TL105(b) voldoen. Om alle twijfel weg te nemen, moet een entiteit de andere in alinea 88 gestelde voorwaarden, waaronder de in alinea 88(b) bedoelde prospectieve beoordeling, toepassen om te beoordelen of de afdekkingsrelatie moet worden beëindigd.

Aanwijzing van financiële posities als afgedekte positie

102H

Tenzij alinea 102I van toepassing is, moet een entiteit enkel bij de aanvang van de afdekkingsrelatie voor de afdekking van een niet contractueel gespecificeerde benchmarkgedeelte van een renterisico overgaan tot de toepassing van het vereiste van alinea 81 en alinea TL99F (dat het aangewezen gedeelte afzonderlijk identificeerbaar moet zijn).

102I

Wanneer een entiteit in overeenstemming met haar documentatie van de afdekking een afdekkingsrelatie vaak opnieuw vaststelt (dat wil zeggen beëindigt en vernieuwt) omdat zowel het afdekkingsinstrument als de afgedekte positie vaak veranderen (de entiteit maakt met andere woorden gebruik van een dynamisch proces waarin zowel de afgedekte posities als de afdekkingsinstrumenten die worden gebruikt om die blootstelling te beheren, niet lang hetzelfde blijven), moet de entiteit pas tot de toepassing van het vereiste van alinea 81 en alinea TL99F (dat het aangewezen gedeelte afzonderlijk identificeerbaar moet zijn) overgaan wanneer zij voor het eerst een afgedekte positie in die afdekkingsrelatie aanwijst. Een afgedekte positie die is beoordeeld ten tijde van haar eerste aanwijzing in de afdekkingsrelatie, ongeacht of deze aanwijzing ten tijde van de aanvang van de afdekking of later heeft plaatsgevonden, wordt niet herbeoordeeld bij een eventuele latere heraanwijzing in dezelfde afdekkingsrelatie.

Einde van de toepassing

102J

Een entiteit moet tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 102D op een afgedekte positie overgaan op het vroegste van de volgende twee momenten:

(a)

wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie voortvloeien, en

(b)

wanneer de afdekkingsrelatie waarvan de afgedekte positie deel uitmaakt, wordt beëindigd.

102K

Een entiteit moet tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 102E overgaan op het vroegste van de volgende twee momenten:

(a)

wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde toekomstige kasstromen die uit de afgedekte positie voortvloeien, en

(b)

wanneer de volledige cumulatieve winst die, of het volledige cumulatieve verlies dat, met betrekking tot die beëindigde afdekkingsrelatie in de overige onderdelen van het totaalresultaat is opgenomen, naar de winst of het verlies is geherclassificeerd.

102L

Een entiteit moet overgaan tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 102F:

(a)

op een afgedekte positie, wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het afgedekte risico of het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie voortvloeien, en

(b)

op een afdekkingsinstrument, wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit het afdekkingsinstrument voortvloeien.

Indien de afdekkingsrelatie waarvan de afgedekte positie en het afdekkingsinstrument deel uitmaken, vóór de in alinea 102L(a) of de in alinea 102L(b) gespecificeerde datum wordt beëindigd, moet de entiteit op de datum waarop de afdekkingsrelatie werd beëindigd tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 102F op die afdekkingsrelatie overgaan.

102M

Een entiteit moet tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van alinea 102G op een afdekkingsrelatie overgaan op het vroegste van de volgende twee momenten:

(a)

wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het afgedekte risico en het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit de afgedekte positie of uit het afdekkingsinstrument voortvloeien, en

(b)

wanneer de afdekkingsrelatie waarop de uitzondering wordt toegepast, wordt beëindigd.

102N

Bij de aanwijzing van een groep van posities als de afgedekte positie of van een combinatie van financiële instrumenten als het afdekkingsinstrument, moet een entiteit in overeenstemming met de alinea’s 102J, 102K, 102L of 102M, al naargelang het geval, overgaan tot de prospectieve stopzetting van de toepassing van de alinea’s 102D tot en met 102G op een individuele positie of een individueel financieel instrument wanneer er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het afgedekte risico en/of het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen die uit die positie of dat financiële instrument voortvloeien.

Ingangsdatum en overgang

108G

De alinea’s 102A tot en met 102N zijn toegevoegd door Rentebenchmarkhervorming (wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7), uitgegeven in september 2019. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2020 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden. Een entiteit moet deze wijzigingen retroactief toepassen op de afdekkingsrelaties die bestonden aan het begin van de verslagperiode waarin een entiteit deze wijzigingen voor het eerst toepast of die daarna zijn aangewezen, en op de in de overige onderdelen van het totaalresultaat opgenomen winst die, of het in de overige onderdelen van het totaalresultaat opgenomen verlies dat, bestond aan het begin van de verslagperiode waarin een entiteit deze wijzigingen voor het eerst toepast.

Wijzigingen in IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing

De alinea’s 24H, 44DE en 44DF worden toegevoegd en vóór alinea 24H wordt een kopje van een onderafdeling toegevoegd.

Administratieve verwerking van afdekkingstransacties

Uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid

24H

In verband met afdekkingsrelaties waarop een entiteit de uitzonderingen van de alinea’s 6.8.4 tot en met 6.8.12 van IFRS 9 of van de alinea’s 102D tot en met 102N van IAS 39 toepast, moet een entiteit de volgende informatie verschaffen:

(a)

de belangrijke rentebenchmarks waaraan de afdekkingsrelaties van de entiteit zijn blootgesteld;

(b)

de omvang van het door de entiteit beheerde risico waarop de rentebenchmarkhervorming rechtstreeks van invloed is;

(c)

hoe de entiteit het overgangsproces naar alternatieve referentierentes beheert;

(d)

een beschrijving van de belangrijke veronderstellingen of oordelen waarvan de entiteit bij de toepassing van deze alinea’s is uitgegaan (bijvoorbeeld veronderstellingen of oordelen betreffende het tijdstip waarop er geen uit de rentebenchmarkhervorming voortvloeiende onzekerheid meer bestaat ten aanzien van het tijdstip en het bedrag van de op een rentebenchmark gebaseerde kasstromen), en

(e)

het nominale bedrag van de afdekkingsinstrumenten in die afdekkingsrelaties.

Ingangsdatum en overgang

44DE

De alinea’s 24H en 44DF zijn toegevoegd door Rentebenchmarkhervorming (wijzigingen in IFRS 9, IAS 39 en IFRS 7), uitgegeven in september 2019. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen wanneer zij de wijzigingen in IFRS 9 of IAS 39 toepassen.

44DF

In de verslagperiode waarin een entiteit Rentebenchmarkhervorming, uitgegeven in september 2019, voor het eerst toepast, is zij niet verplicht de kwantitatieve informatie te presenteren die op grond van alinea 28(f) van IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten is vereist.

(1)  Het verslag “Reforming Major Interest Rate Benchmarks” is te vinden op http://www.fsb.org/wp-content/uploads/r_140722.pdf.

(2)  Het verslag “Reforming Major Interest Rate Benchmarks” is te vinden op http://www.fsb.org/wp-content/uploads/r_140722.pdf.