|
18.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 386/28 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2020/1723 VAN DE COMMISSIE
van 16 november 2020
betreffende maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en Turkije te voorkomen
(Kennisgeving geschied onder nr. C(2020) 7661)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (1), en met name artikel 18, lid 6,
Gezien Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (2), en met name artikel 22, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Mond-en-klauwzeer is een van de meest besmettelijke ziekten bij runderen, schapen, geiten en varkens. Het virus dat de ziekte veroorzaakt, kan zich zeer snel verspreiden, met name via producten afkomstig van geïnfecteerde dieren en via besmette objecten, waaronder vervoermiddelen zoals transportvoertuigen voor dieren of veeschepen. Het virus kan tevens naargelang de temperatuur gedurende meerdere weken overleven in een verontreinigde omgeving buiten het gastdier. Daarom moeten veterinaire controles worden verricht op vervoermiddelen bij de terugkeer ervan naar de Unie uit bepaalde derde landen na dergelijk vervoer, teneinde het risico op de insleep van het mond-en-klauwzeervirus in de Unie te beperken. |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/675 van de Commissie (3), zoals gewijzigd bij de Uitvoeringsbesluiten (EU) 2017/887 (4), (EU) 2018/489 (5) en (EU) 2019/242 (6) van de Commissie, dat is vastgesteld naar aanleiding van uitbraken van mond-en-klauwzeer in Algerije, Libië, Marokko en Tunesië, werden beschermende maatregelen op Unieniveau getroffen die rekening houden met de overleving van het mond-en-klauwzeervirus in het milieu en met de mogelijke routes waarlangs dat virus kan worden overgedragen. Deze maatregelen voorzien onder meer in adequate reiniging en ontsmetting van transportvoertuigen voor dieren en veeschepen uit die derde landen die het grondgebied van de Unie hetzij rechtstreeks, hetzij na doorvoer door andere landen binnenkomen, aangezien dit de meest geschikte manier is om het risico van snelle versleping van het virus over grote afstanden te verminderen. Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/675 is echter op 31 december 2019 verstreken. |
|
(3) |
De recentste uitbraken van mond-en-klauwzeer in de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/675 genoemde derde landen zijn in juni 2019 door Algerije en in maart 2020 door Libië gemeld aan de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE). Ondanks het feit dat er in de andere in dat uitvoeringsbesluit genoemde derde landen geen uitbraken zijn gemeld, kan niet worden uitgesloten dat het mond-en-klauwzeervirus zich op de grondgebieden van die landen verspreidt, aangezien de geplande serosurveillance niet is voltooid. |
|
(4) |
Algerije, Egypte, Israël (7), Libanon, Libië, Marokko, Palestina (8), Syrië, Tunesië en het Anatolische deel van Turkije zijn niet vrij van mond-en-klauwzeer, en de mogelijke verspreiding van het virus in dat gebied vormt een niet-verwaarloosbaar risico voor de voor die ziekte gevoelige veestapel van de Unie. |
|
(5) |
De lidstaten voeren een aanzienlijk aantal zendingen van levende dieren uit naar die derde landen. Transportvoertuigen voor dieren en veeschepen die worden gebruikt voor het vervoer van die dieren, kunnen met het mond-en-klauwzeervirus worden verontreinigd en vormen derhalve bij hun terugkeer in de Unie een risico van insleep van de ziekte. |
|
(6) |
Reiniging en ontsmetting van transportvoertuigen voor dieren en veeschepen is de meest geschikte manier gebleken om het risico op versleping van het virus over grote afstanden te verminderen. |
|
(7) |
Daarom moet ervoor worden gezorgd dat alle transportvoertuigen voor dieren en veeschepen die uit die derde landen naar de Unie terugkeren, naar behoren worden gereinigd en ontsmet. De exploitant of de bestuurder moet bij de bevoegde autoriteit op het punt van binnenkomst in de Unie een passende gedocumenteerde verklaring van deze reiniging en ontsmetting indienen. |
|
(8) |
Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9) bevat de veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren. Aangezien het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren echter een laag risico op verspreiding van mond-en-klauwzeer met zich meebrengt, moeten zij van het toepassingsgebied van dit besluit worden uitgesloten. |
|
(9) |
De lidstaten moeten ook de mogelijkheid hebben voertuigen die diervoeders vervoeren uit of die diervoeders hebben vervoerd naar de derde landen die niet vrij van mond-en-klauwzeer zijn en waarvoor een aanzienlijk risico op de insleep van die ziekte op het grondgebied van de Unie niet kan worden uitgesloten, te onderwerpen aan een reiniging en ontsmetting ter plaatse van de wielen of, voor zover dat nodig wordt geacht om dat risico te beperken, enig ander onderdeel van het voertuig. |
|
(10) |
Gezien de mond-en-klauwzeersituatie in Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en het Anatolische deel van Turkije moeten in dit besluit maatregelen worden vastgesteld om de insleep van het mond-en-klauwzeervirus in de Unie te voorkomen. |
|
(11) |
Bij Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (10) zijn regels vastgesteld voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten, waaronder mond-en-klauwzeer. Die verordening is van toepassing met ingang van 21 april 2021. Bij Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (11) zijn de Richtlijnen 91/496/EEG en 97/78/EG ingetrokken, maar in artikel 164, lid 2, van die verordening is bepaald dat artikel 18, lid 6, van Richtlijn 91/496/EEG en artikel 22, lid 6, van Richtlijn 97/78/EG van toepassing blijven op aangelegenheden die geregeld worden bij Verordening (EU) 2016/429 tot de datum waarop die laatstgenoemde verordening van toepassing wordt. De in dit besluit vastgestelde regels moeten derhalve tot en met 20 april 2021 van toepassing zijn. |
|
(12) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Bij dit besluit worden voorschriften vastgesteld voor het reinigen en ontsmetten van voertuigen en vaartuigen die landdieren vervoeren en voertuigen die diervoeders voor landdieren vervoeren wanneer deze voertuigen of vaartuigen uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië of Turkije naar de Unie terugkeren.
Dit besluit is niet van toepassing op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 576/2013 vermelde soorten zoals bedoeld in artikel 5 van die verordening.
Artikel 2
Definities
In dit besluit wordt onder “transportvoertuig voor dieren” of “veeschip” elk voertuig of vaartuig dat wordt of is gebruikt voor het vervoer van landdieren verstaan.
Artikel 3
Door de exploitant of bestuurder van een transportvoertuig voor dieren of een veeschip op het punt van binnenkomst in de Unie te verstrekken informatie
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant of bestuurder van een transportvoertuig voor dieren of een veeschip bij aankomst in de Unie hetzij rechtstreeks, hetzij na doorvoer door een ander derde land, uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië of Turkije, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat op het punt van binnenkomst in de Unie informatie verstrekt waaruit blijkt dat het compartiment voor de dieren of voor de lading, indien van toepassing de carrosserie, de laadbrug, de uitrusting die in contact is geweest met dieren, de wielen en de cabine van de bestuurder, alsmede alle beschermende kleding/laarzen die bij het lossen zijn gebruikt, na de laatste lossing van de dieren zijn gereinigd en ontsmet.
2. De in lid 1 bedoelde informatie wordt opgenomen in een overeenkomstig het model in bijlage I opgestelde verklaring of in enig ander document met gelijkwaardige vorm met daarin ten minste dezelfde gegevens als in het model.
3. Het origineel van de in lid 2 bedoelde verklaring wordt gedurende drie jaar na ontvangst door de bevoegde autoriteit bewaard.
Artikel 4
Op het punt van binnenkomst in de Unie uit te voeren controles van transportvoertuigen
1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van het punt van binnenkomst in de Unie voert visuele controles uit van de, hetzij rechtstreeks, hetzij na doorvoer door een ander derde land, uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië of Turkije afkomstige transportvoertuigen voor dieren om vast te stellen of zij voldoende gereinigd en ontsmet zijn.
2. Wanneer uit de in lid 1 bedoelde visuele controles blijkt dat de reiniging en de ontsmetting van het transportvoertuig voor dieren op bevredigende wijze zijn uitgevoerd of wanneer door de bevoegde autoriteit een verdere ontsmetting van reeds gereinigde transportvoertuigen voor dieren is gelast, georganiseerd en uitgevoerd, wordt dat door de bevoegde autoriteit geattesteerd door een certificaat overeenkomstig het model in bijlage II af te geven.
3. Wanneer uit de in lid 1 bedoelde visuele controles blijkt dat de reiniging en de ontsmetting van het transportvoertuig voor dieren niet op bevredigende wijze zijn uitgevoerd, neemt de bevoegde autoriteit een van de volgende maatregelen:
|
a) |
het transportvoertuig voor dieren naar behoren laten reinigen en ontsmetten op een door de bevoegde autoriteit aangewezen plaats die zo dicht mogelijk bij het punt van binnenkomst in de betrokken lidstaat moet liggen en daarna het in lid 2 bedoelde certificaat afgeven; |
|
b) |
bij gebrek aan een geschikte locatie voor de reiniging en de ontsmetting in de nabijheid van het punt van binnenkomst of wanneer er een risico bestaat dat overblijfsels van dierlijke producten het ongereinigde transportvoertuig voor dieren verlaten:
|
4. Het origineel van het in lid 2 bedoelde certificaat wordt gedurende drie jaar door de exploitant of bestuurder van het transportvoertuig voor dieren bewaard. Een kopie van dat certificaat wordt gedurende drie jaar na ontvangst door de bevoegde autoriteit bewaard.
5. Alle uit hoofde van de leden 1 tot en met 4 gemaakte kosten worden door de verantwoordelijke exploitanten gedragen.
Artikel 5
Op het punt van uitgang uit de Unie uit te voeren controles van veeschepen
1. De bevoegde autoriteit van de lidstaat op het punt van uitgang van een veeschip voert visuele controles uit om vast te stellen of het, vóór het laden van de dieren, voldoende gereinigd en ontsmet is wanneer het voor het eerst de Unie verlaat na terugkeer uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië of Turkije, hetzij rechtstreeks, hetzij na doorvoer door een ander derde land.
2. Wanneer uit de in lid 1 bedoelde visuele controles blijkt dat de reiniging en de ontsmetting op bevredigende wijze zijn uitgevoerd, staat de autoriteit het laden van de dieren toe.
3. Wanneer uit de in lid 1 bedoelde visuele controles blijkt dat de reiniging en de ontsmetting van het veeschip niet op bevredigende wijze zijn uitgevoerd, neemt de bevoegde autoriteit een van de volgende maatregelen:
|
a) |
het veeschip naar behoren laten reinigen en ontsmetten op een door de bevoegde autoriteit aangewezen plaats; |
|
b) |
het laden van de dieren niet toestaan. |
4. Alle uit hoofde van de leden 1, 2 en 3 gemaakte kosten worden door de verantwoordelijke exploitanten gedragen.
Artikel 6
Op het punt van binnenkomst in de Unie uit te voeren controles van voertuigen die diervoeders vervoeren
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van het punt van binnenkomst in de Unie kan voertuigen die diervoeders vervoeren uit of hebben vervoerd naar Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië of Turkije, waarvoor een aanzienlijk risico op de insleep van mond-en-klauwzeer in de Unie niet kan worden uitgesloten, onderwerpen aan een reiniging of ontsmetting ter plaatse van de wielen of, voor zover dat nodig wordt geacht om dat risico te beperken, enig ander onderdeel van het voertuig.
Artikel 7
Toepasselijkheid
Dit besluit is van toepassing tot en met 20 april 2021.
Artikel 8
Adressaten
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 16 november 2020.
Voor de Commissie
Stella KYRIAKIDES
Lid van de Commissie
(1) PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56.
(2) PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/675 van de Commissie van 7 april 2017 betreffende maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije te voorkomen (PB L 97 van 8.4.2017, blz. 31).
(4) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/887 van de Commissie van 22 mei 2017 betreffende maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Tunesië te voorkomen en tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/675 (PB L 135 van 24.5.2017, blz. 25).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/489 van de Commissie van 21 maart 2018 tot wijziging van Besluit (EU) 2017/675 betreffende maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije en Tunesië te voorkomen (PB L 81 van 23.3.2018, blz. 20).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/242 van de Commissie van 7 februari 2019 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/675 van de Commissie met betrekking tot maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije, Libië, Marokko en Tunesië te voorkomen (PB L 39 van 11.2.2019, blz. 16).
(7) De Staat Israël met uitzondering van de geografische gebieden die na 5 juni 1967 onder het beheer van de Staat Israël zijn gekomen, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.
(8) Deze benaming mag niet worden uitgelegd als een erkenning van de staat Palestina en laat de afzonderlijke standpunten van de lidstaten ter zake onverlet.
(9) Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 1).
(10) Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).
(11) Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).
BIJLAGE I
Modelverklaring te verstrekken door exploitanten/bestuurders van transportvoertuigen voor dieren/veeschepen die hetzij rechtstreeks, hetzij na doorvoer door een ander derde land, uit Algerije, Egypte, Israël (1) , Libanon, Libië, Marokko, Palestina (2) , Syrië, Tunesië en Turkije komen
Ondergetekende, exploitant/bestuurder van het transportvoertuig voor dieren/veeschip … (3)
verklaart dat:
|
— |
de dieren de laatste keer zijn uitgeladen in:
|
|
— |
Het transportvoertuig voor dieren/veeschip is na het lossen gereinigd en ontsmet. De reiniging en ontsmetting omvatten het compartiment voor de dieren of voor de lading, [de carrosserie,] (4) de laadbrug, de uitrusting die in contact is geweest met dieren, [de wielen] (4) en de [cabine van de bestuurder] (4), alsmede de beschermende kleding/laarzen die bij het lossen zijn gebruikt. |
|
— |
De reiniging en ontsmetting vonden plaats in:
|
|
— |
Het ontsmettingsmiddel is gebruikt in de door de fabrikant aanbevolen concentraties en is in het land waar desinfectie plaatsvindt officieel erkend als werkzaam bij de bestrijding van mond- en klauwzeer (5): |
…
|
Datum |
Plaats |
Handtekening van de exploitant/bestuurder |
|
|
|
|
|
Naam van de exploitant/bestuurder van het transportvoertuig voor dieren/veeschip en het bedrijfsadres (in drukletters) … |
||
(1) De Staat Israël met uitzondering van de geografische gebieden die na 5 juni 1967 onder het beheer van de Staat Israël zijn gekomen, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.
(2) Deze benaming mag niet worden uitgelegd als een erkenning van de staat Palestina en laat de afzonderlijke standpunten van de lidstaten ter zake onverlet.
(3) Kentekennummer/identificatienummer van het transportvoertuig voor dieren/veeschip invullen.
(4) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(5) Stof en concentratie aangeven.
BIJLAGE II
Modelcertificaat betreffende reiniging en ontsmetting voor transportvoertuigen voor dieren die hetzij rechtstreeks, hetzij na doorvoer door een ander derde land, uit Algerije, Egypte, Israël (1), Libanon, Libië, Marokko, Palestina (2), Syrië, Tunesië en Turkije komen
Ondergetekende, ambtenaar, verklaart dat hij:
|
1) |
het (de) transportvoertuig(en) voor dieren met het (de) kenteken(s) ... (3) vandaag heeft gecontroleerd en bij een visuele inspectie heeft geconstateerd dat het compartiment voor de dieren of voor de lading, de carrosserie, de laadbrug, de uitrusting die in contact is geweest met dieren, de wielen en de cabine van de bestuurder, alsmede de beschermende kleding/laarzen die bij het lossen zijn gebruikt, op bevredigende wijze zijn gereinigd; |
|
2) |
de informatie heeft gecontroleerd die is ingediend in de vorm van een verklaring als vastgesteld in bijlage I bij Uitvoeringsbesluit van de Commissie tot vaststelling van maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en Turkije te voorkomen — C(2020) 7661 (4) of in een ander document met gelijkwaardige vorm met betrekking tot de punten in bijlage I bij Uitvoeringsbesluit van de Commissie tot vaststelling van maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en Turkije te voorkomen — C(2020) 7661.
|
|||||||||||||||
(1) De Staat Israël met uitzondering van de geografische gebieden die na 5 juni 1967 onder het beheer van de Staat Israël zijn gekomen, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.
(2) Deze benaming mag niet worden uitgelegd als een erkenning van de staat Palestina en laat de afzonderlijke standpunten van de lidstaten ter zake onverlet.
(3) Kentekennummer/identificatienummer van het transportvoertuig voor dieren invullen.
(4) Uitvoeringsbesluit van de Commissie tot vaststelling van maatregelen om de insleep in de Unie van het mond-en-klauwzeervirus uit Algerije, Egypte, Israël, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en Turkije te voorkomen — C(2020) 7661.
(*1) De kleur van het stempel en de handtekening moet verschillen van die van de gedrukte tekst.