6.11.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 371/3


BESLUIT (GBVB) 2020/1639 VAN DE RAAD

van 5 november 2020

tot vaststelling van de algemene voorwaarden op grond waarvan derde staten bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke Pesco-projecten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 46, lid 6,

Gezien Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (Pesco) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten (1), en met name artikel 4, lid 2, punt g),

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 november 2016 heeft de Raad conclusies over de uitvoering van de integrale EU-strategie op het gebied van veiligheid en defensie aangenomen, waarin het ambitieniveau van de Unie wordt vastgelegd, ter ondersteuning van drie strategische prioriteiten in die strategie: a) reageren op externe conflicten en crises; b) opbouwen van de capaciteiten van de partners, en c) beschermen van de Unie en haar burgers.

(2)

In zijn conclusies van 19 november 2018 inzake veiligheid en defensie in het kader van de integrale EU-strategie stelde de Raad voorts dat de Unie, door te voorzien in Europa’s huidige en toekomstige behoeften inzake veiligheid en defensie, beter in staat zal zijn om als veiligheidsleverancier op te treden, haar strategische autonomie te vergroten, en haar vermogen tot samenwerking met partners te versterken.

(3)

In de elfde alinea van bijlage I bij de kennisgeving inzake de Pesco aan de Raad en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“de hoge vertegenwoordiger”) van 13 november 2017 (2) wordt vermeld dat de verdergaande verbintenissen een hulpmiddel zijn voor het bereiken van het ambitieniveau van de Unie zoals gedefinieerd in de conclusies van de Raad van 14 november 2016, bekrachtigd de Europese Raad van december 2016, en de strategische autonomie van zowel de Europeanen als de Unie aldus versterken.

(4)

Op 11 december 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/2315 vastgesteld.

(5)

Op 25 juni 2018 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2018/909 tot vaststelling van een gemeenschappelijke reeks governanceregels voor Pesco-projecten (3) vastgesteld.

(6)

Artikel 4, lid 2, punt g), van Besluit (GBVB) 2017/2315 bepaalt dat door de Raad te gepasten tijde, in overeenstemming met artikel 9, lid 1, van dat besluit, de algemene voorwaarden worden vastgesteld op grond waarvan derde staten bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke Pesco-projecten.

(7)

Artikel 9, lid 1, van Besluit (GBVB) 2017/2315 bepaalt dat in het door de Raad vastgestelde besluit over die algemene voorwaarden ook een model voor administratieve regelingen met derde staten kan worden opgenomen.

(8)

In punt 2.2.1, laatste alinea, van bijlage III bij de kennisgeving inzake de Pesco aan de Raad en de hoge vertegenwoordiger, die voorstellen bevat voor het beheer van de Pesco, wordt vermeld dat derde staten die bij wijze van uitzondering door projectdeelnemers kunnen worden uitgenodigd, een aanzienlijke toegevoegde waarde aan het project moeten leveren, tot de versterking van de Pesco en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) moeten bijdragen, en strengere afspraken moeten nakomen. Ook wordt vermeld dat uitgenodigde derde staten geen beslissingsbevoegdheden in het beheer van de Pesco krijgen.

(9)

In artikel 9, leden 2 en 3, van Besluit (GBVB) 2017/2315 wordt bepaald dat de Raad overeenkomstig artikel 46, lid 6, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) besluit of een derde staat die de deelnemende lidstaten die meedoen aan een project wensen uit te nodigen om mee te doen, voldoet aan de voorschriften in het onderhavige besluit, en dat de deelnemende lidstaten die meedoen aan een project na een positief besluit van de Raad administratieve regelingen kunnen aangaan met de betrokken derde staat met het oog op het meedoen van die derde staat aan dat project. Die regelingen moeten de procedures en de autonome besluitvorming van de Unie respecteren.

(10)

Er moet samenhang zijn tussen de acties die worden ondernomen in het kader van de Pesco en andere acties in het kader van het GBVB en andere beleidsterreinen van de Unie.

(11)

De deelname van derde staten aan een Pesco-project betekent niet dat entiteiten uit derde landen noodzakelijk toegang zullen hebben tot het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie (EDIDP) of andere toepasselijke Unie-instrumenten.

(12)

Punt 13 van de aanbeveling van de Raad van 6 maart 2018 (4) betreffende een stappenplan voor de uitvoering van de Pesco bepaalt dat het werk aan de algemene voorwaarden voor uitzonderlijke deelname door derde staten aan afzonderlijke projecten van start moet gaan zodra de gemeenschappelijke reeks projectgovernanceregels zijn vastgesteld en de opvolging van de nakoming van de verbintenissen is afgerond.

(13)

Op 15 oktober 2018 heeft de Raad een aanbeveling (5) aangenomen inzake de volgorde van de nakoming van de verdergaande verbintenissen die in het kader van de Pesco zijn aangegaan en inzake de nadere precisering van de doelstellingen.

(14)

De steun aan de Pesco door het Europees Defensieagentschap moet worden verstrekt in overeenstemming met Besluit (GBVB) 2015/1835 van de Raad (6).

(15)

Het is derhalve dienstig dat de algemene voorwaarden worden vastgesteld op grond waarvan derde staten bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke Pesco-projecten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

Dit besluit stelt de algemene voorwaarden vast op grond waarvan derde staten bij wijze van uitzondering kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan afzonderlijke Pesco-projecten.

Artikel 2

Uitnodiging

1.   Een derde staat kan bij de coördinator of coördinatoren van een Pesco-project een verzoek om deelname aan dat project indienen. Dat verzoek bevat voldoende gedetailleerde informatie over de redenen voor deelname aan het project, alsmede de reikwijdte en vorm van de voorgestelde deelname, in voorkomend geval aan fasen ervan, en staaft de conformiteit met de in lid 3 beschreven algemene voorwaarden.

2.   Na ontvangst van dat verzoek beoordelen de aan het project deelnemende lidstaten (“de projectleden”), op basis van de door die derde staat verstrekte informatie of de in artikel 3 beschreven algemene voorwaarden vervuld zijn.

3.   Indien de projectleden bij eenparigheid besluiten:

a)

dat zij de derde staat die het verzoek om deelname aan het project heeft ingediend, wensen uit te nodigen,

b)

over de reikwijdte, de vorm en, in voorkomend geval, de betrokken fasen van de deelname van die derde staat, en

c)

dat de derde staat voldoet aan de in artikel 3 beschreven algemene voorwaarden,

stellen de coördinator of coördinatoren van het project, met steun van het Pesco-secretariaat, de Raad en de hoge vertegenwoordiger hiervan in kennis. Die kennisgeving omvat ook het door de derde staat ingediende verzoek.

4.   Op basis van de kennisgeving van lid 3, die de reikwijdte, de vorm en, in voorkomend geval, de betrokken fasen van de deelname van de derde staat aan het project vermeldt, en na advies van het Politiek en Veiligheidscomité, neemt de Raad overeenkomstig artikel 46, lid 6, VEU en artikel 9, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315 een besluit over de vraag of de deelname van de derde staat aan dat project voldoet aan de in artikel 3 van dit besluit beschreven voorwaarden.

5.   Na een positief besluit van de Raad als bedoeld in lid 4, verzenden de coördinator of coördinatoren van het Pesco-project namens de projectleden een uitnodiging om deel te nemen aan dat project aan de derde staat die het verzoek heeft ingediend.

6.   Zodra de derde staat die een verzoek heeft ingediend de coördinator of coördinatoren van het Pesco-project ervan in kennis heeft gesteld dat hij de uitnodiging aanvaardt, openen de projectleden, dan wel de coördinator of coördinatoren namens de projectleden, onderhandelingen met die derde staat over een administratieve regeling die moet worden aangegaan door de projectleden, die bij eenparigheid handelen, en die derde staat, op basis van het model in de bijlage bij dit besluit. Die administratieve regeling zorgt voor consistentie met bepalingen van Besluit (GBVB) 2017/2315 en van Besluit (GBVB) 2018/909.

7.   De derde staat die is uitgenodigd om deel te nemen aan een project, sluit zich bij het project aan de datum die nader is bepaald in de in lid 6 bedoelde administratieve regeling.

8.   De coördinator of coördinatoren van een Pesco-project stellen de in lid 6 van dit artikel bedoelde administratieve regelingen ter beschikking van alle aan de Pesco deelnemende lidstaten via de in artikel 2, lid 2, van Besluit (GBVB) 2018/909 bedoelde gemeenschappelijke elektronische werkruimte.

Artikel 3

Algemene voorwaarden

Een derde staat kan bij uitzondering worden uitgenodigd om deel te nemen aan een Pesco-project – en blijven deelnemen – indien hij voldoet aan alle onderstaande algemene voorwaarden:

a)

hij onderschrijft de waarden waarop de Unie gegrondvest is, zoals verankerd in artikel 2 VEU, de beginselen bedoeld in artikel 21, lid 1, VEU en de doelstellingen van het GBVB in artikel 21, lid 2, punten a), b), c) en h), VEU. Hij mag niet handelen in strijd met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, waartoe ook de eerbiediging van het beginsel van goede nabuurschapsbetrekkingen met de lidstaten behoort, en moet, wanneer hij deelneemt aan een Pesco-project, een politieke dialoog met de Unie voeren die ook betrekking heeft op veiligheids- en defensieaspecten;

b)

hij levert een aanzienlijke toegevoegde waarde aan het project en draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Conform de prioriteit van een op samenwerking gerichte Europese aanpak, en overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Besluit (GBVB) 2018/909 moeten de middelen die de derde staat ter beschikking van het project stelt, complementair zijn met die welke worden aangeboden door de aan de Pesco deelnemende lidstaten, bijvoorbeeld door het bieden van technische expertise of aanvullende vermogens, waaronder operationele of financiële ondersteuning, teneinde aldus bij te dragen tot het welslagen van het project en derhalve tot het bevorderen van de Pesco;

c)

zijn deelname draagt bij tot een versterking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en het Unieambitieniveau als bepaald in de conclusies van de Raad van 14 november 2016, onder meer waar het gaat om de ondersteuning van GVDB-missies en -operaties;

d)

zijn deelname mag niet leiden tot afhankelijkheid van die derde staat of tot door die derde staat aan ongeacht welke lidstaat van de Unie opgelegde beperkingen wat betreft de aankoop van wapens, onderzoek en ontwikkeling van vermogens, of wat betreft het gebruik en de uitvoer van wapens of vermogens en technologie, hetgeen vooruitgang in de weg zou staan of een belemmering voor de bruikbaarheid, zowel gezamenlijk als anderszins, de uitvoer of de operationele inzet van het in het Pesco-project ontwikkelde vermogen zou vormen. Hij moet op een passend niveau een overeenkomst sluiten over de voorwaarden op grond waarvan binnen dat project ontwikkelde vermogens en technologie buiten het Pesco-kader op individuele basis verder kunnen worden gedeeld, teneinde te voorkomen dat die vermogens tegen de Unie en haar lidstaten worden gebruikt;

e)

zijn deelname strookt met de verdergaande Pesco-verbintenissen in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2017/2315, met name die waaraan dat Pesco-project bijdraagt, afhankelijk van de specifieke kenmerken van dat project. Wat vermogensgerichte projecten betreft, moet zijn deelname ook bijdragen tot het verwezenlijken van de prioriteiten die voortkomen uit het vermogensontwikkelingsplan en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (CARD), een positief effect hebben op de Europese industriële en technologische defensiebasis (EDTIB) en de Europese defensie-industrie concurrerender maken. De deelname van een derde staat aan een project moet met name voornamelijk bijdragen tot de beschikbaarheid, inzetbaarheid en interoperabiliteit van strijdkrachten;

f)

hij beschikt over een informatiebeveiligingsovereenkomst met de Unie die van kracht is;

g)

indien het project met steun van het Europees Defensieagentschap (EDA) wordt uitgevoerd, beschikt hij in voorkomend geval over een in werking getreden administratieve regeling met het EDA overeenkomstig Besluit (GBVB) 2015/1835, rekening houdend met de relevante stellingname van het EDA (7), en

h)

hij heeft zich er in zijn verzoek om deelname als bedoeld in artikel 2, lid 1, van dit besluit toe verbonden de eerbiediging van bepalingen van Besluit (GBVB) 2017/2315 en van Besluit (GBVB) 2018/909 te waarborgen.

Artikel 4

Rechten en verplichtingen van derde staten die deelnemen aan een Pesco-project

1.   De deelname van een derde staat aan een Pesco-project verloopt volgens de regelingen die de projectleden overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Besluit (GBVB) 2018/909 in onderlinge overeenstemming hebben bepaald voor het beheer van het project. Een derde staat die aan een Pesco-project deelneemt, heeft de rechten en verplichtingen die zijn bepaald in een administratieve regeling als bedoeld in artikel 2, lid 6, van dit besluit welke moet worden aangegaan door de projectleden, die bij eenparigheid handelen, en die derde staat. Die rechten en verplichtingen moeten sporen met de in artikel 3 van dit besluit beschreven algemene voorwaarden en kunnen betrekking hebben op de volgende gebieden:

a)

de aanwezigheid van de derde staat tijdens in het kader van het Pesco-project bijeengeroepen vergaderingen;

b)

de rol en de verantwoordelijkheid van de derde staat die aan het Pesco-project deelneemt;

c)

de mate waarin de derde staat bij het besluitvormingsproces van het Pesco-project betrokken is;

d)

in hoeverre, en waarover, informatie wordt uitgewisseld tussen de projectleden en de derde staat die aan het Pesco-project deelneemt.

2.   De uitgenodigde derde staat kan, rekening houdend met zijn bijdrage, deelnemen aan het besluitvormingsproces voor de uitvoering van het project. In de in lid 1 bedoelde regelingen worden de beslissingsautonomie van de Unie en de rechten en verplichtingen van de deelnemende lidstaten volledig in acht genomen, ook wat betreft het waarborgen van de controle over een project en de resultaten ervan binnen het Pesco-kader en de besluitvorming over mogelijke nieuwe projectleden, overeenkomstig Besluit (GBVB) 2017/2315 waarbij de Pesco wordt ingesteld, en de gemeenschappelijke governanceregels voor Pesco-projecten vastgelegd in Besluit (GBVB) 2018/909.

Artikel 5

Evaluatiemechanisme

1.   De coördinator of coördinatoren van een project waaraan een derde staat deelneemt, verstrekken het Pesco-secretariaat overeenkomstig de in artikel 2, lid 2, van Besluit (GBVB) 2018/909 bepaalde procedure en termijnen informatie over de individuele bijdrage van die derde staat aan het project en over de nakoming van zijn verplichtingen met betrekking tot het project, alsmede over de continue inachtneming door die staat van de in artikel 3 van dit besluit beschreven algemene voorwaarden.

2.   Het Pesco-secretariaat deelt de in lid 1 bedoelde informatie jaarlijks eenmaal mee aan de Raad in het kader van het jaarlijkse verslag over de Pesco van de hoge vertegenwoordiger aan de Raad en in het kader van de geconsolideerde informatie over de Pesco-projecten als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Besluit (GBVB) 2018/909, zodat de Raad zijn toezicht op de projecten doeltreffend kan uitoefenen en zo nodig kan optreden, onder meer met betrekking tot de continue inachtneming door de aan het project deelnemende derde staat van de in artikel 3 van dit besluit beschreven algemene voorwaarden.

Artikel 6

Beëindiging of schorsing van de deelname van een derde staat aan een Pesco-project

1.   Indien een derde staat die aan een Pesco-project deelneemt, aan de projectleden heeft meegedeeld dat hij heeft besloten zijn deelname te beëindigen, gaat deze beëindiging in zodra de leden van het project en die derde staat overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden voor de beëindiging.

Indien de deelname van een derde staat aan een Pesco-project wordt beëindigd, stellen de coördinator of coördinatoren van het project, met de steun van het Pesco-secretariaat, de Raad en de hoge vertegenwoordiger daarvan in kennis.

2.   De projectleden kunnen zowel tijdens de reguliere evaluatie bedoeld in artikel 5 als daarbuiten besluiten dat de deelname van een derde staat aan een project moet worden herbekeken. In dat geval wordt die derde staat hiervan door de projectcoördinator of -coördinatoren op de hoogte gebracht.

Indien de projectleden besluiten de deelname van een derde staat aan een Pesco-project te schorsen, stellen de coördinator of coördinatoren van het Pesco-project, de steun van het Pesco-secretariaat, de Raad en de hoge vertegenwoordiger daarvan in kennis. Op basis van deze kennisgeving en na advies van het Politiek en Veiligheidscomité kan de Raad overeenkomstig artikel 46, lid 6, VEU en artikel 9, lid 2, van Besluit (GBVB) 2017/2315 besluiten de deelname van de derde staat aan het project te beëindigen.

3.   Indien een of meer lidstaten van mening zijn dat de deelname van een derde staat aan een Pesco-project niet langer voldoet aan de in artikel 3 van dit besluit beschreven algemene voorwaarden, kunnen zij de kwestie aan de Raad voorleggen. In dat geval wordt er, gefaciliteerd door de hoge vertegenwoordiger, overleg gepleegd tussen de betrokken lidstaten, te weten de projectleden en de lidstaat (lidstaten) die de kwestie heeft (hebben) voorgelegd. In het kader van het overleg, waarbij ook het standpunt van de derde staat kan worden gehoord, verstrekt de lidstaat (verstrekken de lidstaten) die de kwestie aan de Raad heeft (hebben) voorgelegd, de hoge vertegenwoordiger alle nodige schriftelijke informatie ter staving van de redenen daarvoor en deelt hij (delen zij) de hoge vertegenwoordiger mee welke maatregelen kunnen worden genomen om het probleem op te lossen. De hoge vertegenwoordiger en de betrokken lidstaten onderzoeken de kwestie gezamenlijk en zoeken binnen een termijn van twee maanden naar passende oplossingen. Indien de lidstaat (lidstaten) die de kwestie aan de Raad heeft (hebben) voorgelegd, na afloop van het overleg nog steeds van mening is (zijn) dat de deelname van de derde staat aan het Pesco-project niet langer voldoet aan de in artikel 3 van dit besluit beschreven algemene voorwaarden, kan hij (kunnen zij) de Raad verzoeken de kwestie te onderzoeken. In dat geval verstrekken de betrokken lidstaten de Raad alle relevante informatie. Op basis daarvan bespreekt de Raad, handelend overeenkomstig artikel 46, lid 6, VEU, de voortzetting van de deelname van de derde staat en neemt hij hierover een besluit. Indien de Raad geen besluit neemt, wordt de deelname beëindigd.

4.   De in artikel 2, lid 6, bedoelde administratieve regelingen bepalen onder welke voorwaarden een derde staat zijn deelname aan een Pesco-project kan beëindigen en onder welke voorwaarden de projectleden kunnen besluiten de deelname van een derde staat aan een Pesco-project te schorsen. Die regelingen bepalen met name de rechten en verplichtingen van, respectievelijk, de projectleden en de derde staat waarvan de deelname hetzij door die derde staat, hetzij door de Raad wordt beëindigd, dan wel door de projectleden wordt geschorst, onder meer met betrekking tot de financiële aspecten van die beëindiging of schorsing, belastingen, intellectuele eigendom en andere voor de beëindiging of schorsing relevante elementen.

Artikel 7

Verband met de gemeenschappelijke reeks governanceregels voor Pesco-projecten

1.   De voorwaarden en procedures voor de eventuele betrokkenheid van entiteiten bij de uitvoering van Pesco-projecten worden niet bij dit besluit geregeld, tenzij in dit artikel anders is bepaald. Besluit (GBVB) 2018/909 wordt overeenkomstig de eerste alinea van artikel 9 ervan uiterlijk op 31 december 2020 geëvalueerd, met name wat die voorwaarden en procedures betreft.

2.   Behoudens eventueel uit de in lid 1 van dit artikel genoemde evaluatie van Besluit (GBVB) 2018/909 voortvloeiende voorwaarden en procedures ter regulering van de betrokkenheid van entiteiten bij Pesco-projecten mogen:

a)

entiteiten na 31 december 2025 uitsluitend bij Pesco-projecten worden betrokken op basis van vóór die datum gesloten contracten of uitgeschreven aanbestedingen;

b)

entiteiten die zijn gevestigd of waarvan de uitvoerende bestuursstructuren zijn gevestigd in een derde staat die niet overeenkomstig artikel 2, lid 5, is uitgenodigd om vóór 31 december 2021 deel te nemen aan een Pesco-project, pas na die datum bij de uitvoering van Pesco-projecten worden betrokken indien de Raad daartoe overeenkomstig artikel 46, lid 6, VEU besluit.

3.   Besluit (GBVB) 2018/909 wordt toegepast in overeenstemming met dit besluit.

4.   Wanneer de projectleden overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Besluit (GBVB) 2018/909 besluiten nemen over de selectie van entiteiten, houden zij naar behoren rekening met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.

5.   Projectleden zorgen via de gemeenschappelijke elektronische werkruimte als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Besluit (GBVB) 2018/909, voor volledige transparantie jegens alle deelnemende lidstaten wat betreft de betrokkenheid van entiteiten bij het project in kwestie.

6.   Indien een lidstaat van mening is dat zijn veiligheids- en defensiebelangen of die van de Unie in het gedrang kunnen komen door de betrokkenheid van een entiteit bij de uitvoering van een Pesco-project, kan hij de zaak voorleggen aan de Raad, die de projectleden met het oog op het evalueren van de toestand om aanvullende informatie kan verzoeken.

7.   Besluit (GBVB) 2018/909 wordt overeenkomstig de tweede alinea van artikel 9 ervan gewijzigd om rekening te houden met de algemene voorwaarden voor deelname aan individuele Pesco-projecten door derde staten, zoals bepaald bij onderhavig besluit.

Artikel 8

Evaluatie

Dit besluit wordt wanneer nodig en uiterlijk eind 2022 geëvalueerd.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 5 november 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

M. ROTH


(1)   PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57.

(2)   PB L 331 van 14.12.2017, blz. 65.

(3)  Besluit (GBVB) 2018/909 van de Raad van 25 juni 2018 tot vaststelling van een gemeenschappelijke reeks governanceregels voor PESCO-projecten (PB L 161 van 26.6.2018, blz. 37).

(4)  Aanbeveling van de Raad van 6 maart 2018 betreffende een stappenplan voor de uitvoering van de PESCO (PB C 88 van 8.3.2018, blz. 1).

(5)  Aanbeveling van de Raad van 15 oktober 2018 inzake de volgorde van de nakoming van de verdergaande verbintenissen die in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) zijn aangegaan en inzake de nadere precisering van de doelstellingen (PB C 374 van 16.10.2018, blz. 1).

(6)  Besluit (GBVB) 2015/1835 van de Raad van 12 oktober 2015 tot vaststelling van het statuut, de zetel en de voorschriften voor de werking van het Europees Defensieagentschap (PB L 266 van 13.10.2015, blz. 55).

(7)  Stellingname van het EDA inzake het vereiste voor derde staten die deel gaan nemen aan PESCO-projecten om te beschikken over een bestuurlijke regeling met het EDA (EDA 201911157).


BIJLAGE

MODEL VOOR EEN ADMINISTRATIEVE REGELING TUSSEN DE PROJECTLEDEN EN EEN DERDE STAAT

1.   

Inleiding

2.   

Doelstellingen van het project

3.   

Redenen, reikwijdte, vorm en mate van deelname

4.   

Inachtneming door de derde staat van de algemene voorwaarden voor deelname

5.   

Rechten en verplichtingen

6.   

Individuele bijdrage van de derde staat aan het project

7.   

Daadwerkelijke datum van deelname, duur en evaluatie

8.   

Beëindiging of schorsing

9.   

Aansprakelijkheid

10.   

Veiligheid, openbaarmaking en gebruik van informatie

11.   

Beslechting van geschillen

12.   

Slotbepalingen