|
31.7.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 247/25 |
BESLUIT (GBVB) 2020/1135 VAN DE RAAD
van 30 juli 2020
houdende benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo (*1)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 33 en artikel 31, lid 2,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 4 augustus 2016 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2016/1338 (1) vastgesteld, waarbij het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU) in Kosovo werd verlengd en mevrouw Nataliya APOSTOLOVA tot SVEU in Kosovo werd benoemd. De Raad heeft dat mandaat bij Besluiten (GBVB) 2017/348 (2), (GBVB) 2018/903 (3) en (GBVB) 2020/249 (4) nogmaals verlengd. Dat mandaat eindigt op 31 augustus 2020. |
|
(2) |
De heer Tomáš SZUNYOG moet worden benoemd tot SVEU in Kosovo voor de periode van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021. |
|
(3) |
De SVEU zal het mandaat uitvoeren in een mogelijk verslechterende situatie die de verwezenlijking van de doelstellingen van het externe optreden van de Unie, als geformuleerd in artikel 21 van het Verdrag, kan hinderen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie
De heer Tomáš SZUNYOG wordt benoemd tot SVEU in Kosovo voor de periode van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021. De Raad kan, op basis van een beoordeling door het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HV), besluiten dat het mandaat van de SVEU eerder wordt beëindigd.
Artikel 2
Beleidsdoelstellingen
Het mandaat van de SVEU is gebaseerd op de beleidsdoelstellingen van de Unie in Kosovo. Deze omvatten: het vervullen van een leidende rol bij het bevorderen van een stabiel, levensvatbaar, vreedzaam, democratisch en multi-etnisch Kosovo dat samenwerkt met het gebied; het versterken van de stabiliteit in de regio en het bijdragen tot regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen in de Westelijke Balkan; het bevorderen van een Kosovo dat hecht aan de rechtsstaat en aan de bescherming van minderheden en van het cultureel en religieus erfgoed; het ondersteunen van het Europees perspectief van Kosovo en de toenadering van Kosovo tot de Unie conform het perspectief van de regio en in overeenstemming met de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en Kosovo, anderzijds (5) (“de stabilisatie- en associatieovereenkomst”) en Besluit (EU) 2015/1988 van de Raad (6), en conform de Raadsconclusies ter zake.
Artikel 3
Mandaat
Ter verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen omvat het mandaat van de SVEU het volgende:
|
a) |
advies en ondersteuning door de Unie in het politieke proces aanbieden; |
|
b) |
de algehele politieke coördinatie van de Unie in Kosovo behartigen; |
|
c) |
de aanwezigheid van de Unie in Kosovo versterken en zorgen voor de samenhang, doeltreffendheid en zichtbaarheid ervan; |
|
d) |
zorgen voor plaatselijke politieke aansturing voor het hoofd van de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo (EULEX KOSOVO), ook betreffende de politieke aspecten van aangelegenheden in verband met uitvoeringsbevoegdheden; |
|
e) |
zorgen voor consistentie en samenhang in het optreden van de Unie in Kosovo, onder meer bij het ter plaatse sturing geven aan de EULEX KOSOVO-overgang voor de eventuele overdracht van activiteiten aan de SVEU of de EU-delegatie in Kosovo en/of de plaatselijke autoriteiten, naargelang het geval en indien de plaatselijke omstandigheden dit mogelijk maken; |
|
f) |
ondersteunen van het Europees perspectief van Kosovo en de toenadering van Kosovo tot de Unie conform het perspectief van de regio en in overeenstemming met de stabilisatie- en associatieovereenkomst en Besluit (EU) 2015/1988, en conform de Raadsconclusies ter zake, via gerichte communicatie met het publiek en outreach-activiteiten van de Unie met het oog op meer begrip en een groter draagvlak bij de bevolking van Kosovo in kwesties die de Unie betreffen, ook met betrekking tot de activiteiten van EULEX KOSOVO; |
|
g) |
met alle middelen en instrumenten die ter beschikking van de SVEU staan en met de steun van de EU-delegatie in Kosovo, de vooruitgang met betrekking tot de politieke, de economische en de Europese prioriteiten monitoren, ondersteunen en faciliteren, conform de respectieve institutionele bevoegdheden en verantwoordelijkheden, en de uitvoering van de stabilisatie-en associatieovereenkomst ondersteunen, onder meer door middel van de Europese hervormingsagenda; |
|
h) |
overeenkomstig het mensenrechtenbeleid van de Unie en de richtsnoeren van de Unie inzake mensenrechten, bijdragen tot de ontwikkeling en bestendiging van het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in Kosovo, mede ten aanzien van vrouwen en kinderen en de bescherming van minderheden; |
|
i) |
waar nodig, ondersteunen van de dialoog tussen Belgrado en Pristina die door de Unie wordt gefaciliteerd, waaronder operationele ondersteuningsopdrachten die eventueel vanuit EULEX KOSOVO moeten worden overgedragen, in samenspraak met de SVEU voor de dialoog tussen Belgrado en Pristina en andere regionale kwesties in verband met de Westelijke Balkan, en met de nadruk op het bevorderen van een voor het proces gunstige omgeving; |
|
j) |
het mandaat ondersteunen van de gespecialiseerde kamers en het gespecialiseerd openbaar ministerie, naargelang het geval, ook door middel van communicatie en outreach. |
Artikel 4
Uitvoering van het mandaat
1. De SVEU is onder het gezag van de HV verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat.
2. Het PVC onderhoudt een bevoorrechte relatie met de SVEU en vormt het eerste contactpunt van de SVEU met de Raad. Onverminderd de bevoegdheden van de HV zorgt het PVC binnen het kader van het mandaat voor strategische adviezen en politieke aansturing ten behoeve van de SVEU.
3. De SVEU werkt nauw samen met de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de bevoegde afdelingen.
Artikel 5
Financiering
1. Het financieel referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met het mandaat van de SVEU voor de periode van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021 bedraagt 3 300 000 EUR.
2. De uitgaven worden beheerd volgens de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.
3. Voor het uitgavenbeheer wordt een overeenkomst gesloten tussen de SVEU en de Commissie. De SVEU legt over alle uitgaven verantwoording af aan de Commissie.
Artikel 6
Vorming en samenstelling van het team
1. Binnen de grenzen van het mandaat van de SVEU en de daartoe vrijgemaakte financiële middelen is de SVEU verantwoordelijk voor het vormen van een team. In het team dient de door het mandaat vereiste deskundigheid inzake specifieke beleidsvraagstukken aanwezig te zijn. De SVEU brengt de Raad en de Commissie telkens onmiddellijk op de hoogte van de samenstelling van het team.
2. De lidstaten, de instellingen van de Unie en de EDEO kunnen voorstellen personeel te detacheren bij de SVEU. De bezoldiging van het gedetacheerde personeel komt ten laste van respectievelijk de lidstaat, de betrokken instelling van de Unie of de EDEO. Deskundigen die door de lidstaten bij de instellingen van de Unie of de EDEO zijn gedetacheerd, kunnen eveneens ter samenwerking aan de SVEU worden toegewezen. Internationaal aangeworven personeel moet de nationaliteit van een lidstaat hebben.
3. Al het gedetacheerde personeel blijft onder het administratieve gezag van de detacherende lidstaat, de detacherende instelling van de Unie of de EDEO en voert zijn taken uit en handelt in het belang van het mandaat van de SVEU.
Artikel 7
Voorrechten en immuniteiten van de SVEU en van het personeel van de SVEU
De voorrechten, immuniteiten en andere garanties die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en het goede verloop van de missie van de SVEU en het personeel van de SVEU, worden naargelang het geval met de ontvangende partij overeengekomen. De lidstaten en de EDEO verlenen daartoe alle nodige steun.
Artikel 8
Beveiliging van gerubriceerde EU-informatie
1. De SVEU en de leden van het team van de SVEU leven de beginselen en minimumnormen inzake beveiliging, die zijn vastgelegd in Besluit 2013/488/EU van de Raad (7), na.
2. De HV wordt gemachtigd om gerubriceerde informatie en documenten van de Europese Unie tot op het niveau “CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL” die ten behoeve van het optreden zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie, vrij te geven aan de NAVO/KFOR.
3. De HV wordt gemachtigd om, naargelang de operationele behoeften van de SVEU, gerubriceerde informatie en documenten van de Europese Unie tot op het niveau “RESTREINT UE/EU RESTRICTED”, die ten behoeve van het optreden zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie vrij te geven aan de Verenigde Naties en aan de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Daartoe worden plaatselijke regelingen uitgewerkt.
4. De HV wordt gemachtigd om niet-gerubriceerde documenten van de Europese Unie betreffende de beraadslagingen van de Raad over het optreden die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad vallen, vrij te geven aan derden die bij dit besluit betrokken zijn (8).
Artikel 9
Toegang tot informatie en logistieke steun
1. De lidstaten, de Commissie en het secretariaat-generaal van de Raad zorgen ervoor dat de SVEU toegang krijgt tot alle relevante informatie.
2. Het kantoor van de Europese Unie in Kosovo en/of de lidstaten, naargelang het geval, verlenen logistieke steun in de regio.
Artikel 10
Beveiliging
Overeenkomstig het beleid van de Unie inzake de beveiliging van personeel dat op grond van titel V van het Verdrag wordt ingezet in operaties buiten de Unie, neemt de SVEU alle redelijkerwijs haalbare maatregelen voor de beveiliging van het personeel dat rechtstreeks onder het gezag van de SVEU staat, overeenkomstig het mandaat van de SVEU en de veiligheidssituatie in het gebied waarvoor de SVEU verantwoordelijk is, met name door:
|
a) |
het opstellen van een specifiek veiligheidsplan op basis van richtsnoeren van de EDEO, dat onder meer specifieke fysieke, organisatorische en procedurele beveiligingsmaatregelen voor het beheer van veilige personeelsbewegingen naar en binnen het gebied waarvoor de SVEU verantwoordelijk is en het beheer van veiligheidsincidenten omvat, en voorziet in een nood- en evacuatieplan; |
|
b) |
ervoor te zorgen dat alle buiten de Unie ingezette personeelsleden gedekt zijn door een op de omstandigheden in het gebied waarvoor de SVEU verantwoordelijk is afgestemde verzekering tegen grote risico’s; |
|
c) |
ervoor te zorgen dat alle buiten de Unie in te zetten leden van het team van de SVEU, ook het ter plaatse aangeworven personeel, voor of bij aankomst in het gebied waarvoor de SVEU verantwoordelijk is, een passende beveiligingsopleiding hebben genoten, gebaseerd op de risicoklasse waarin dat gebied door de EDEO is ingedeeld; |
|
d) |
ervoor te zorgen dat alle naar aanleiding van de geregelde beveiligingsbeoordelingen overeengekomen aanbevelingen worden opgevolgd, en aan de Raad, de HV en de Commissie schriftelijk verslag uitbrengen over de uitvoering daarvan en over andere veiligheidskwesties in het kader van het voortgangsverslag en het verslag over de uitvoering van het mandaat. |
Artikel 11
Rapportage
De SVEU brengt geregeld mondeling en schriftelijk verslag uit aan de HV en het PVC. De SVEU brengt zo nodig tevens verslag uit aan de werkgroepen van de Raad. De geregelde verslagen worden verspreid via het COREU-netwerk. De SVEU kan de Raad Buitenlandse Zaken verslagen voorleggen. Overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag kan de SVEU worden ingeschakeld bij de informatieverstrekking aan het Europees Parlement.
Artikel 12
Coördinatie
1. De SVEU draagt bij tot de eenheid, de samenhang en de doeltreffendheid van het optreden van de Unie en helpt ervoor te zorgen dat alle instrumenten van de Unie en alle acties van de lidstaten op consistente wijze worden ingezet teneinde de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken. Indien nodig wordt overlegd met de lidstaten. De activiteiten van de SVEU worden, naargelang het geval, gecoördineerd met die van de Commissie en met die van de andere SVEU’s die actief zijn in de regio. De SVEU verstrekt regelmatig informatie aan de missies van de lidstaten en aan de delegaties van de Unie.
2. Ter plaatse worden nauwe contacten onderhouden met de hoofden van de delegaties van de Unie in de regio en de missiehoofden van de lidstaten. Zij doen alles wat in hun vermogen ligt om de SVEU bij te staan bij de uitvoering van het mandaat. De SVEU geeft plaatselijke politieke aansturing aan het hoofd van EULEX KOSOVO, ook betreffende de politieke aspecten van aangelegenheden in verband met uitvoeringsbevoegdheden. De SVEU en de commandant van de civiele operatie plegen, indien nodig, overleg. De SVEU onderhoudt eveneens contacten met relevante plaatselijke instanties en andere internationale en regionale actoren ter plaatse.
3. De SVEU draagt samen met de andere ter plaatse aanwezige actoren van de Unie zorg voor de verspreiding en uitwisseling van informatie onder de actoren van de Unie ter plaatse, opdat een hoge mate van gemeenschappelijk situatiebewustzijn en gemeenschappelijke situatiebeoordeling wordt bewerkstelligd.
Artikel 13
Ondersteuning bij vorderingen
De SVEU en het personeel van de SVEU bieden ondersteuning bij het verschaffen van gegevens in reactie op alle vorderingen en verplichtingen die voortvloeien uit de mandaten van de vorige SVEU’s in Kosovo, en zij bieden administratieve ondersteuning alsmede toegang tot de dossiers die voor die doeleinden relevant zijn.
Artikel 14
Evaluatie
De uitvoering van dit besluit en de samenhang ervan met andere bijdragen van de Unie in de regio worden op gezette tijden geëvalueerd. De SVEU legt de Raad, de HV en de Commissie uiterlijk 31 oktober 2020 een voortgangsverslag, en uiterlijk 31 mei 2021 een uitvoerig verslag over de uitvoering van het mandaat voor.
Artikel 15
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 30 juli 2020.
Voor de Raad
De voorzitter
M. ROTH
(*1) Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
(1) Besluit (GBVB) 2016/1338 van de Raad van 4 augustus 2016 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/2052 houdende verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo (PB L 212 van 5.8.2016, blz. 109).
(2) Besluit (GBVB) 2017/348 van de Raad van 27 februari 2017 tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo (PB L 50 van 28.2.2017, blz. 75).
(3) Besluit (GBVB) 2018/903 van de Raad van 25 juni 2018 tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo (PB L 161 van 26.6.2018, blz. 7).
(4) Besluit (GBVB) 2020/249 van de Raad van 25 februari 2020 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2018/903 tot verlenging van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo (PB L 54I van 26.2.2020, blz. 1).
(5) PB L 71 van 16.3.2016, blz. 3.
(6) Besluit (EU) 2015/1988 van de Raad van 22 oktober 2015 betreffende de ondertekening, namens de Unie, van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en Kosovo, anderzijds (PB L 290 van 6.11.2015, blz. 4).
(7) Besluit van de Raad 2013/488/EU van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1).
(8) Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35).