3.7.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 212/10


BESLUIT (EU) 2020/952 VAN DE RAAD

van 26 juni 2020

betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de Euromediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, punt a), v), en artikel 218, lid 7,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Euromediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds (2) (“de overeenkomst”), is ondertekend op 10 juni 2013, onder voorbehoud van sluiting, overeenkomstig Besluit 2013/398/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen (3).

(2)

De overeenkomst is geratificeerd door alle lidstaten, behalve de Republiek Kroatië, die toetreedt tot de overeenkomst overeenkomstig de Akte van toetreding van 2012. Het Protocol tot wijziging van de Euromediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (4), werd op 19 februari 2015 ondertekend overeenkomstig Besluit (EU) 2015/372 van de Raad (5).

(3)

De overeenkomst dient te namens de Unie worden goedgekeurd.

(4)

De overeenkomst moet worden uitgevoerd overeenkomstig het standpunt van de Unie dat de gebieden die in juni 1967 onder Israëlisch bestuur zijn gekomen, geen deel uitmaken van het grondgebied van de Staat Israël.

(5)

De artikelen 4 en 5 van Besluit 2013/398/EU bevatten bepalingen over besluitvorming en representatie met betrekking tot diverse thema’s die in de overeenkomst worden behandeld. Ingevolge het arrest van het Hof van Justitie van 28 april 2015 in zaak C‐28/12 (6), Commissie/Raad, mogen die bepalingen niet langer worden toegepast. Volgens de Verdragen zijn nieuwe bepalingen over deze thema’s niet nodig, en de in artikel 6 van Besluit 2013/398/EU opgenomen bepalingen over het verstrekken van informatie aan de Commissie zijn niet langer nodig. Derhalve mogen artikel 4, leden 2 tot en met 5, en de artikelen 5 en 6 van Besluit 2013/398/EU niet langer van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Euromediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds, wordt hierbij goedgekeurd namens de Unie (7).

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in artikel 30, lid 2, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving.

Artikel 3

Het namens de Unie in te nemen standpunt ten aanzien van besluiten van het Gemengd Comité uit hoofde van artikel 27, lid 6, punt a), van de overeenkomst, waarbij wetgeving van de Unie wordt opgenomen in bijlage IV bij de overeenkomst, onder voorbehoud van de nodige technische aanpassingen, wordt geformuleerd door de Commissie, nadat het ter raadpleging is voorgelegd aan de Raad of aan zijn voorbereidende instanties, al naargelang wat de Raad daarover besluit.

Artikel 4

Artikel 4, leden 2 tot en met 5, en de artikelen 5 en 6 van Besluit 2013/398/EU zijn niet langer van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van het onderhavige besluit.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 26 juni 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

A. METELKO-ZGOMBIĆ


(1)  Goedkeuring van 17 juni 2020 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)   PB L 208 van 2.8.2013, blz. 3.

(3)  Besluit 2013/398/EU van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen van 20 december 2012 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Euromediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds (PB L 208 van 2.8.2013, blz. 1).

(4)   PB L 64 van 7.3.2015, blz. 3.

(5)  Besluit (EU) 2015/372 van de Raad van 8 oktober 2014 betreffende de ondertekening, namens de Unie en haar lidstaten, en de voorlopige toepassing van een protocol tot wijziging van de Euromediterrane Luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Staat Israël, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (PB L 64 van 7.3.2015, blz. 1).

(6)  Arrest van het Hof van Justitie van 28 april 2015, Commissie/Raad, C-28/12, ECLI:EU:C:2015:282.

(7)  De tekst van de overeenkomst is samen met het besluit betreffende de ondertekening bekendgemaakt in PB L 208 van 2.8.2013, blz. 3.