|
28.2.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 59/9 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2020/280 VAN DE COMMISSIE
van 20 februari 2020
betreffende de verlenging van verscherpt toezicht voor Griekenland
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2020) 901)
(Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (1), en met name artikel 2, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Nadat de financiële bijstand van het Europees Stabiliteitsmechanisme op 20 augustus 2018 was afgelopen, is bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1192 van de Commissie (2) met ingang van 21 augustus 2018 voor een periode van zes maanden verscherpt toezicht voor Griekenland geactiveerd. Dit verscherpt toezicht is vervolgens tweemaal verlengd (3), telkens voor een periode van nog eens zes maanden, laatstelijk vanaf 21 augustus 2019. |
|
(2) |
Sinds 2010 heeft Griekenland aanzienlijke financiële bijstand ontvangen, waardoor de uitstaande verplichtingen van Griekenland tegenover de lidstaten van de eurozone, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees Stabiliteitsmechanisme tot in totaal 243 700 miljoen EUR zijn opgelopen. Griekenland heeft op concessionele voorwaarden financiële steun van zijn Europese partners gekregen en, om zijn schuld een meer houdbare basis te geven, zijn in 2012, en andermaal in 2017, in het kader van het Europees Stabiliteitsmechanisme specifieke maatregelen goedgekeurd. Op 22 juni 2018 is in de Eurogroep een politiek akkoord bereikt over de uitvoering van extra maatregelen om de houdbaarheid van de schuld te waarborgen. Daarbij gaat het om de verlenging van de gewogen gemiddelde looptijden met nog eens tien jaar, het uitstel van rente en aflossing met nog eens tien jaar, en de implementatie van andere schuldmaatregelen. Over twee extra maatregelen (de afschaffing van de renteopslag in verband met de tranche voor de terugkoop van schulden van het programma van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit vanaf 2018 en de hervatting van de storting van bedragen die gelijk zijn aan de opbrengsten van Griekse overheidsobligaties die door de nationale centrale banken van de eurozone worden aangehouden in het kader van het Agreement on Net Financial Assets (ANFA) en het Securities Markets Programme (SMP)) kan halfjaarlijks in de Eurogroep overeenstemming worden bereikt op basis van positieve rapportage in het kader van het verscherpt toezicht op de naleving door Griekenland van zijn beleidstoezeggingen voor de post-programmaperiode. In dit verband is de vrijgave van de eerste en tweede tranche van beleidsafhankelijke schuldmaatregelen uitgevoerd na het akkoord van de Eurogroep in, respectievelijk, april 2019 en december 2019. |
|
(3) |
Griekenland heeft in de Eurogroep toegezegd alle essentiële hervormingen die in het kader van het programma ter ondersteuning van de stabiliteit van het Europees Stabiliteitsmechanisme (hierna “het programma” genoemd) zijn goedgekeurd, voort te zetten en af te ronden en de doelstellingen van de belangrijke hervormingen die in het kader van dat programma en de voorgangers ervan zijn goedgekeurd, zeker te stellen. Ook heeft Griekenland toegezegd specifieke acties te zullen ondernemen op het gebied van budgettair en budgettair-structureel beleid, sociale voorzieningen, financiële stabiliteit, arbeids- en productmarkten, privatisering en openbaar bestuur. Die specifieke acties, die in een bijlage bij de verklaring van de Eurogroep van 22 juni 2018 zijn uiteengezet, zullen bijdragen tot het aanpakken van de buitensporige macro-economische onevenwichtigheden en de (potentiële) oorzaken van economische moeilijkheden in Griekenland |
|
(4) |
Op 27 februari 2019 heeft de Commissie haar landverslag 2019 voor Griekenland gepubliceerd (4). De Commissie concludeerde dat Griekenland weliswaar erin geslaagd was zijn begrotingssaldo te herstellen en het tekort op de lopende rekening sterk terug te dringen, maar dat het land nog steeds met buitensporige macro-economische onevenwichtigheden te maken heeft (5) in de nasleep van de crisis. Deze houden verband met de hoge overheidsschuld, de negatieve netto internationale investeringspositie, het hoge aandeel niet-renderende leningen op de balans van banken en de nog steeds hoge werkloosheid. Deze bevindingen vonden verder bevestiging in het waarschuwingsmechanismeverslag dat de Commissie op 17 december 2019, op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6), heeft aangenomen en waarin Griekenland is genoemd als een van de lidstaten die in 2020 aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen. Meer bepaald blijkt uit dat verslag dat eind 2018 de overheidsschuld 181,2 % van het bbp bedroeg, het hoogste niveau in de Unie. De netto internationale investeringspositie van –143,3 % van het bbp in 2018 blijft zeer hoog, al omvat dit ook hoge externe overheidsschuld op sterk concessionele voorwaarden. Bovendien is dit, ondanks de aanzienlijke vermindering van het tekort op de lopende rekening, nog steeds ontoereikend om de grote netto internationale investeringspositie te verbeteren en in een bevredigend tempo terug te brengen naar niveaus die als prudent gelden. Hoewel de werkloosheid verder blijft dalen van haar piek van 27,8 % in 2013, bedroeg zij in oktober 2019 nog steeds 16,6 %. Langdurige werkloosheid (12,1 % in het derde kwartaal van 2019) en jeugdwerkloosheid (35,6 % in oktober 2019) blijven zeer hoog, ook al zijn deze sterk gedaald vergeleken met de pieken tijdens de crisis (toen de langdurige werkloosheid in het tweede kwartaal van 2014 een piek bereikte van 19,9 % en de jeugdwerkloosheid uitkwam op 60,2 % in februari 2013). |
|
(5) |
In het licht van de diepgaande evaluatie 2019 door de Commissie en op basis van een beoordeling door de Commissie heeft de Raad het nationale hervormingsprogramma 2019 en het stabiliteitsprogramma 2019 onderzocht. De Raad heeft Griekenland de aanbeveling gedaan (7) om in 2019 en 2020 actie te ondernemen om een duurzaam economisch herstel tot stand te brengen en de buitensporige macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken door hervormingen voort te zetten en te voltooien in overeenstemming met de post-programmatoezeggingen die zijn gedaan op de vergadering van de Eurogroep van 22 juni 2018. Voorts deed de Raad Griekenland de aanbeveling zijn economisch investeringsbeleid toe te spitsen op specifieke prioritaire terreinen, om zo een solide basis voor groei te bieden, en tegelijk de regionale verschillen te verminderen en sociale inclusie te verzekeren. |
|
(6) |
Op 20 november 2019 heeft de Commissie haar vierde beoordeling in het kader van het verscherpt toezicht op Griekenland uitgebracht (8). Daarin concludeerde zij dat Griekenland de nodige maatregelen had genomen om de specifieke hervormingstoezeggingen voor medio 2019 te verwezenlijken, maar dat verdere maatregelen van cruciaal belang zijn om de hervormingen te voltooien en waar nodig te versnellen. In deze evaluatie is rekening gehouden met de inspanningen die het nieuwe kabinet de afgelopen maanden heeft geleverd om, in het kader van zijn beleid om voortgang te maken met een ruimere hervormingsagenda, de toezeggingen ten uitvoer te leggen en zijn bereidheid om die, in nauwe samenwerking met de instituties, voor te bereiden. |
|
(7) |
De autoriteiten zijn bezig de achterstand bij de hervormingen van de financiële sector in te lopen, maar de plannen moeten voor de toekomst concreter worden uitgewerkt. De liquiditeitspositie van Griekse banken is verder verbeterd en er zijn signalen dat banken geleidelijk aan weer toegang tot de markt krijgen, maar de risico’s uit het verleden en de uitdagingen blijven groot. Hun kapitaalpositie blijft adequaat, maar kan voor de korte termijn onder druk komen te staan, bijvoorbeeld als gevolg van de geleidelijke uitfasering van prudentiële overgangsregelingen. Banken hebben nog steeds te maken met een groot volume niet-renderende leningen. Het volume mag dan geleidelijk afnemen ten opzichte van de piek van 107,2 miljard EUR die in maart 2016 werd bereikt, toch was het eind september 2019 nog steeds zeer hoog met 71,2 miljard EUR of 42,1 % van de totale brutoblootstellingen aan leningen aan cliënten binnen de balanstelling. De recentelijk goedgekeurde Hercules-regeling voor de structurering van activa zou, zodra deze ten uitvoer wordt gelegd, de huidige strategieën voor de afbouw van niet-renderende leningen in banksector fors aan vaart kunnen helpen te winnen. Andere uitdagingen zijn de broze winstgevendheid in de huidige omgeving van lage rente en de sterke verwevenheid van banken en overheid, onder meer door het hoge aandeel latente belastingvorderingen in het kapitaal van banken. Door de verbeterende liquiditeitspositie van Griekse banken en het toegenomen vertrouwen van depositohouders konden de kapitaalcontroles per 1 september 2019 volledig worden opgeheven. |
|
(8) |
Ondanks de progressie van de afgelopen jaren staat Griekenland nog steeds voor grote uitdagingen wat betreft zijn ondernemingsklimaat en de rechtspraak. Griekenland heeft weliswaar progressie gemaakt op domeinen zoals het terugbrengen van de tijd die nodig is om een bedrijf te registreren en het versterken van de bescherming van minderheidsinvesteerders, toch loopt het op verschillende terreinen van de structurele componenten van de belangrijkste vergelijkende indicatoren (bijv. de tijd om een rechterlijke beslissing te bekomen, handhaving van contracten, de registratie van onroerend goed, de afwikkeling van insolventie enz.) nog steeds ver achter bij de best presterende landen. |
|
(9) |
Griekenland, dat in 2010 afgesneden raakte van financiering via de financiële markten, begon vanaf juli 2017 opnieuw toegang tot de markt te krijgen door de uitgifte van staatsobligaties. Het rendement op Griekse overheidsobligaties is voorzichtig beginnen te dalen nadat het ESM-programma in 2018 met succes was afgerond en is in de tweede helft van 2019 sterk afgenomen, om in december 2019 uit te komen op een recordniveau van slechts 1,4 % voor een looptijd van tien jaar — tegenover 4,3 % het jaar voordien. De kredietvoorwaarden voor Griekenland blijven niettemin fragiel in het licht van externe economische risico’s en binnenlandse kwetsbaarheden. Griekenland zag zijn ratings ook verhoogd door de kredietratingbureaus, maar blijft wel onder het niveau investeringswaardig. |
|
(10) |
In het licht van het bovenstaande concludeert de Commissie dat de voorwaarden die het instellen van verscherpt toezicht overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EU) nr. 472/2013 rechtvaardigen, nog steeds aanwezig zijn. Met name blijft Griekenland met risico’s kampen ten aanzien van zijn financiële stabiliteit die, mochten deze zich voordoen, negatieve overloopeffecten op andere lidstaten van de eurozone kunnen hebben. Mochten overloopeffecten zich voordoen, dan zouden deze zich indirect kunnen voordoen doordat ze het beleggersvertrouwen — en daarmee de herfinancieringskosten voor banken en overheden in andere lidstaten van de eurozone — beïnvloeden. |
|
(11) |
Griekenland moet dus op middellange termijn maatregelen blijven nemen om de (potentiële) oorzaken van de moeilijkheden aan te pakken en structurele hervormingen blijven doorvoeren om een robuust en duurzaam economisch herstel te ondersteunen, en zodoende de historisch gegroeide effecten van verscheidene factoren te mitigeren. Deze factoren zijn onder meer de ernstige en langdurige neergang tijdens de crisis, de omvang van de Griekse schuldenlast; de kwetsbare punten van zijn financiële sector, de aanhoudend relatief sterke onderlinge verwevenheid tussen de financiële sector en de Griekse overheidsfinanciën, onder meer door staatseigendom, het risico dat ernstige spanningen in een van deze sectoren overslaan naar andere lidstaten, alsmede de blootstelling van de lidstaten van de eurozone aan de Griekse overheid. |
|
(12) |
Om de resterende risico’s aan te pakken en om te monitoren of de daarop afgestemde toezeggingen worden nagekomen, lijkt het noodzakelijk en passend het verscherpt toezicht op Griekenland ingevolge artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 472/2013 te verlengen. |
|
(13) |
Griekenland heeft bij brief van 22 januari 2020 de gelegenheid gekregen zijn standpunt over de beoordeling van de Commissie kenbaar te maken. In zijn antwoord van 27 januari 2020 heeft Griekenland zich in grote lijnen aangesloten bij de beoordeling door de Commissie van de economische uitdagingen waarvoor het land staat, hetgeen de basis vormt voor het verlengen van het verscherpt toezicht. |
|
(14) |
Griekenland zal technische steun blijven ontvangen in het kader van het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) (zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2017/825 van het Europees Parlement en de Raad (9)) voor het vormgeven en implementeren van hervormingen, onder meer voor de voortzetting en voltooiing van essentiële hervormingen in overeenstemming met de beleidstoezeggingen die in het kader van het verscherpt toezicht worden gemonitord. |
|
(15) |
De Commissie is voornemens bij de implementatie van het verscherpt toezicht nauw samen te werken met het Europees Stabiliteitsmechanisme, in de context van het systeem voor vroegtijdige waarschuwing daarvan, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De looptijd van het bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1192 geactiveerde verscherpt toezicht op Griekenland ingevolge artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 472/2013 wordt met ingang van 21 februari 2020 voor een periode van nog eens zes maanden verlengd.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Helleense Republiek.
Gedaan te Brussel, 20 februari 2020.
Voor de Commissie
Paolo GENTILONI
Lid van de Commissie
(1) PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1.
(2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1192 van de Commissie van 11 juli 2018 betreffende de activering van verscherpt toezicht voor Griekenland (PB L 211 van 22.8.2018, blz. 1).
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/338 van de Commissie (PB L 60 van 28.2.2019, blz. 17) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1287 van de Commissie (PB L 202 van 31.7.2019, blz. 110).
(4) SWD(2019) 1007 final.
(5) COM(2019) 150 final.
(6) Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25).
(7) Aanbeveling van de Raad van 9 juli 2019 over het nationale hervormingsprogramma 2019 van Griekenland en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2019 van Griekenland.
(8) Europese Commissie, Enhanced Surveillance Report — Greece, November 2019, Institutional Paper 116, november 2019.
(9) Verordening (EU) 2017/825 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van het steunprogramma voor structurele hervormingen voor de periode 2017-2020 en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1305/2013 (PB L 129 van 19.5.2017, blz. 1).