|
10.1.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 6/101 |
BESLUIT (EU) 2020/13 VAN DE RAAD
van 19 december 2019
tot wijziging van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten met de landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, voor zover die onder de bevoegdheid van de Unie vallen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 90, artikel 100, lid 2, artikel 207, lid 4, eerste alinea, en artikel 209, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 17 juni 2002 heeft de Raad de Commissie gemachtigd om onderhandelingen te voeren over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met de landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) en heeft hij richtsnoeren voor die onderhandelingen vastgesteld. |
|
(2) |
De met de ACS-landen en -regio’s gesloten EPO’s bevatten rendezvous-clausules voor de toekomstige herziening van die overeenkomsten. |
|
(3) |
De onderhandelingsrichtsnoeren moeten worden gewijzigd om een preciezer kader voor nieuwe onderhandelingen te scheppen, gelet op de recente beleidsinitiatieven en -prioriteiten van de Unie naar aanleiding van handelsontwikkelingen in de wereld. |
|
(4) |
De EPO’s maken deel uit van de bredere betrekkingen tussen de Unie en haar lidstaten enerzijds, en de ACS-landen anderzijds, zoals vastgelegd in de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, zoals laatstelijk gewijzigd (1) (de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou) en de vervolgovereenkomst ervan, zodra die van toepassing is. Volgens artikel 34, lid 1, van de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou heeft de economische en commerciële samenwerking tussen de partijen tot doel de soepele en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie te bevorderen, met inachtneming van hun politieke keuzen en ontwikkelingsprioriteiten, zodat hun duurzame ontwikkeling wordt gestimuleerd en wordt bijgedragen aan het uitroeien van de armoede in de ACS-landen. EPO’s kunnen in dit verband worden gezien als instrumenten voor ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 36, lid 2, van de partnerschapsovereenkomst van Cotonou. Tijdens onderhandelingen moet daarom speciaal rekening worden gehouden met de verschillende ontwikkelingsniveaus van de partijen en met de bijzondere economische, sociale en ecologische beperkingen van de ACS-landen en hun vermogen om hun economieën aan het liberaliseringsproces aan te passen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De aan de Commissie gegeven onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten met de landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan worden, voor zover die onder de bevoegdheid van de Unie vallen, gewijzigd zoals uiteengezet in het addendum.
Artikel 2
De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep ACS. Het Comité handelspolitiek wordt bij specifieke handelsaangelegenheden betrokken.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel, 19 december 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
K. MIKKONEN
ADDENDUM
Richtsnoeren voor onderhandelingen met het oog op de sluiting van economische partnerschapsovereenkomsten met de landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)
1. Preambule
Naast de algemene verwijzing naar de Overeenkomst van Cotonou (1) en de opvolger ervan, zodra deze van toepassing is, zal onder meer worden verwezen naar:
|
— |
de vaste wil van de partijen om de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de ACS-staten te bevorderen en te versnellen, teneinde bij te dragen aan vrede, welvaart, veiligheid en duurzame ontwikkeling, en een stabiel en democratisch politiek klimaat te stimuleren; |
|
— |
de gehechtheid van de partijen aan de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de fundamentele rechten van werkenden, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die de essentiële elementen van het partnerschap tussen de ACS en de EU vormen, alsmede aan goed bestuur, met inbegrip van corruptiebestrijding, dat een fundamenteel element van het partnerschap tussen de ACS en de EU vormt; |
|
— |
de gehechtheid van de partijen aan een reeks internationaal overeengekomen beginselen en regels die tot doel hebben een wederzijds versterkende relatie tussen handel en duurzame ontwikkeling te bevorderen, met inbegrip van de ondersteuning van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (Agenda 2030) en daarin opgenomen duurzameontwikkelingsdoelstellingen, internationale arbeidsovereenkomsten en -normen, met inbegrip van de bevordering van volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen, en internationale klimaatovereenkomsten zoals de Overeenkomst van Parijs en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering; |
|
— |
de vaste wil van de partijen om in hun partnerschap het doel centraal te stellen armoede terug te dringen en uit te bannen, overeenkomstig de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie; derhalve de economische en commerciële samenwerking tussen de ACS en de EU te baseren op bestaande regionale integratie-initiatieven in de ACS-landen; |
|
— |
het doel van de economische en commerciële samenwerking tussen de ACS en de EU om de soepele en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie te bevorderen, waarbij terdege rekening wordt gehouden met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten, en vooral met hun eigen strategieën voor armoedebestrijding, waardoor hun duurzame ontwikkeling wordt bevorderd en wordt bijgedragen aan de uitbanning van armoede in de ACS-landen; |
|
— |
de vaste wil van de partijen om het proces van regionale integratie in de ACS-groep van staten te ondersteunen en de regionale integratie te bevorderen als belangrijk instrument voor de integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie; |
|
— |
de vaste wil van de partijen om de samenwerking op het gebied van economie, handel en investeringen te versterken en onderling een nieuwe handels- en investeringsdynamiek tot stand te brengen teneinde de overgang van de ACS-landen naar een geliberaliseerde wereldeconomie te vergemakkelijken en de ontwikkeling van de particuliere sector, en in het bijzonder van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te stimuleren; |
|
— |
de vaste wil van de partijen om rekening te houden met de verschillende behoeften en ontwikkelingsniveaus van de ACS-landen en -regio’s; |
|
— |
de verbintenis van de partijen om hun in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) aangegane verplichtingen na te komen en de doelstellingen van de WTO te helpen verwezenlijken; |
|
— |
de gemeenschappelijke doelstelling van de partijen om de samenwerking en capaciteitsopbouw, waar nodig, op alle voor duurzame handel en investeringen relevante gebieden te intensiveren en om, overeenkomstig de WTO-regels, geleidelijk en wederzijds de handel in goederen en diensten te liberaliseren, rekening houdend met het ontwikkelingsniveau van de ACS-landen en de economische, sociale en ecologische beperkingen waarmee zij worden geconfronteerd; |
|
— |
de toezeggingen van de partijen om ervoor te zorgen dat de inspanningen in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan, en de inspanningen in het kader van de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) elkaar versterken; |
|
— |
het recht om economische activiteit te reguleren in het algemeen belang in overeenstemming met internationale verplichtingen, om te komen tot legitieme doelstellingen van overheidsbeleid zoals het beschermen en stimuleren van de volksgezondheid, sociale voorzieningen, openbaar onderwijs, veiligheid, milieu, openbare zeden, sociale bescherming, consumentenbescherming, privacy en gegevensbescherming, en het stimuleren en beschermen van culturele diversiteit. |
2. Aard en werkingssfeer van de EPO’s
De onderhandelingen hebben tot doel EPO’s te sluiten tussen enerzijds de Europese Unie en haar lidstaten, en anderzijds de landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. De EPO’s beogen de soepele en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie te bevorderen, met inachtneming van hun politieke keuzen en ontwikkelingsprioriteiten, zodat hun duurzame ontwikkeling wordt gestimuleerd en wordt bijgedragen aan de uitbanning van armoede in de ACS-landen.
Overeenkomstig artikel 36, lid 1, van de Overeenkomst van Cotonou en de relevante bepalingen in de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, wordt met onderhandelingen de totstandbrenging en, in voorkomend geval, de verdieping beoogd van de EPO’s met ACS-subgroepen zoals omschreven overeenkomstig artikel 37, lid 3, van de Overeenkomst van Cotonou en de relevante bepalingen in de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, rekening houdend met het regionale integratieproces in de ACS.
De EPO’s zijn gericht op het bevorderen van een nauwere economische integratie tussen de partijen, door geleidelijk de belemmeringen voor de onderlinge handel weg te nemen en de samenwerking op alle voor de handel relevante gebieden te versterken, in volledige overeenstemming met de bepalingen van de WTO.
De EPO’s moeten gefundeerd zijn op de doelstellingen en beginselen van de Overeenkomst van Cotonou, met name op de essentiële en fundamentele elementen daarvan en de bepalingen van deel III, titel II daarvan, en de relevante bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is. Bij de onderhandelingen over de EPO’s moet daarom met name rekening worden gehouden met de verschillende ontwikkelingsniveaus van de partijen en met de bijzondere economische, sociale en ecologische beperkingen van de ACS-landen en met het vermogen om hun economieën af te stemmen op en aan te passen aan het liberaliseringsproces.
3. Handel in goederen
3.1. Doelstelling
De EPO’s zijn gericht op de totstandbrenging van vrijhandelsruimtes tussen de partijen, op basis van de ontwikkelingsdoelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan, in overeenstemming met de bepalingen van de WTO. Het is dan ook duidelijk dat de volgende voorwaarden inzake markttoegang alleen in het kader van die EPO’s beschikbaar zouden zijn. Eventuele toekomstige EPO-onderhandelingen over de handel in goederen moeten voortbouwen op het acquis van reeds overeengekomen bepalingen.
3.2. Invoerrechten
— Invoer in de Europese Unie
De EPO’s moeten voortbouwen op de momenteel geldende voorwaarden voor markttoegang en deze nog verbeteren. De specifieke regelingen voor verdere tariefafbraak moeten tijdens de onderhandelingen worden vastgesteld, rekening houdend met de bestaande en potentiële exportbelangen van de ACS-landen en met de gevolgen van handelsliberaliseringsmaatregelen, met name voor de regionale integratie binnen de ACS.
— Invoer in de ACS-landen
Met het hoofddoel duurzame ontwikkeling te bevorderen door middel van regionale economische integratie en adequaat beleid, zal in de onderhandelingen worden gestreefd naar 1) de afschaffing, in de loop van een overgangsperiode, van douanerechten op de invoer uit de Europese Unie voor vrijwel alle handel, 2) de afschaffing, vanaf de toepassing van de EPO’s, van alle heffingen van gelijke werking als douanerechten en 3) de opheffing, vanaf de toepassing van de EPO’s, van kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking.
Het tijdschema voor de tariefafbraak en de uiteindelijke lijst van producten waarvoor de handel door de ACS-landen zal worden geliberaliseerd, zullen de economische, sociale en ecologische beperkingen weerspiegelen waarmee zij worden geconfronteerd, en hun vermogen om hun economieën aan te passen aan het liberaliseringsproces. Daarom zal op flexibele wijze een overgangsperiode worden toegepast die verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, de opvolger daarvan en de WTO-regels, teneinde rekening te houden met de specifieke beperkingen van de betrokken ACS-landen. Dezelfde flexibiliteit zal worden toegepast met betrekking tot de lijst van producten en het tijdschema/tempo van de liberaliseringstoezeggingen door de ACS-landen.
Ongeacht het bovenstaande kennen de ACS-landen de Europese Unie te allen tijde een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de meestbegunstigingsbehandeling. Dit geldt niet voor concessies tussen ACS-landen onderling of voor concessies van ACS-landen aan andere ontwikkelingslanden die geen grote handelseconomieën zijn, in het kader van regionale overeenkomsten of andere handelsregelingen die verenigbaar zijn met de WTO-voorschriften.
Tijdens de onderhandelingen zal in het licht van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de EPO’s die zijn gesloten in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, rekening worden gehouden met de specifieke belangen van de ultraperifere gebieden van de Europese Unie. In dit verband kunnen de EPO’s met name voorzien in specifieke maatregelen ten gunste van producten uit deze gebieden, die erop gericht zijn hen overeenkomstig de bepalingen van de WTO op korte termijn te integreren in de intraregionale handel. In het licht van het LGO-besluit (2) moet ook rekening worden gehouden met de belangen van landen en gebieden overzee.
De ACS-landen moeten zich er ten minste toe verbinden de behandeling die aan de Europese Unie wordt toegekend automatisch uit te breiden tot alle andere partijen bij de betrokken EPO, bij voorkeur vóór de handel met de Europese Unie wordt geliberaliseerd.
Indien zich als gevolg van de liberalisering van de handel ernstige moeilijkheden voordoen, kunnen de ACS-landen in overleg met de Europese Unie de toepassing van het tijdschema voor de liberalisering opschorten en, indien nodig, het tempo van de voortgang in de richting van de uiteindelijke totstandbrenging van de vrijhandelsruimte in volledige overeenstemming met de bepalingen van de WTO aanpassen.
De plannen en het tijdschema van de ACS-landen voor de liberalisering van de handel moeten deel uitmaken van de EPO’s. Zij moeten de passende lijsten van producten en tijdschema’s voor de tariefafbraak omvatten. Die lijsten en tijdschema’s zullen tijdens de onderhandelingen hun definitieve vorm krijgen.
— Basisrechten
De basisrechten waarop de overeengekomen verlagingen moeten worden toegepast, zijn de meestbegunstigingsrechten die de ACS-landen op de dag van ondertekening van de EPO’s daadwerkelijk toepassen. Zij moeten worden opgenomen in een bij elke EPO gevoegde lijst.
3.3. Algemene bepalingen
Uitvoerrechten. Uitvoerrechten die in het handelsverkeer tussen de partijen worden toegepast, moeten volgens een overeengekomen tijdschema van ten hoogste tien jaar worden afgeschaft.
Kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die in het handelsverkeer tussen de partijen worden toegepast op de uitvoer of de invoer, moeten vanaf de toepassing van de EPO’s worden afgeschaft.
Nationale behandeling en fiscale maatregelen. In de EPO’s wordt een standaardbepaling inzake nationale behandeling opgenomen, die waarborgt dat de producten van de partijen een behandeling krijgen die niet minder gunstig is dan de behandeling die wordt toegekend aan soortgelijke producten van nationale oorsprong. Discriminerende interne fiscale maatregelen en praktijken die al bestaan, worden vanaf de toepassing van de EPO’s afgeschaft.
Belasting. EPO’s moeten bepalingen inzake fiscale ontheffingen bevatten op basis van de desbetreffende artikelen van de WTO-overeenkomsten.
Variabele snelheid. Indien het verenigbaar is met de integratiedoelstellingen van de betrokken ACS-regio’s, moeten de EPO’s voorzien in een variabele snelheid van de liberalisering van de handel, waarbij rekening wordt gehouden met het ontwikkelingsniveau van de betrokken ACS-landen en met de verschillende mate van integratie die in de regio kan bestaan, overeenkomstig het interne integratieproces van de regio.
Clausule inzake voedselzekerheid. De EPO’s moeten bepalingen bevatten ter bevordering van de voedselzekerheid overeenkomstig de WTO-regels.
Vrijwaringsmaatregelen. Er moeten vrijwaringsbepalingen gelden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de WTO.
Antidumping. Indien een van de .partijen vaststelt dat in de handel door de andere partij schade veroorzakende dumping of subsidiëring in de zin van de bepalingen van de GATT plaatsvindt, kan zij tegen die praktijk passende maatregelen treffen, in overeenstemming met de GATT/WTO-regels en -praktijken. In dat verband moet de Europese Unie bijzondere aandacht hebben voor de bijzondere economische en sociale situatie van de betrokken ACS-landen.
Status quo. De partijen komen overeen dat vanaf de toepassing van de EPO’s tussen de regionale groepering en de Europese Unie geen nieuwe rechten worden ingesteld en bestaande rechten niet worden verhoogd, en dat noch nieuwe kwantitatieve beperkingen, noch maatregelen van gelijke werking worden ingesteld door een van beide partijen. De partijen moeten vanaf het begin van de onderhandelingen met dit beginsel rekening houden.
Transparantie. Beide partijen zullen verplicht zijn elkaar in kennis te stellen van hun douanetarief en van eventuele latere wijzigingen daarvan.
Indeling van goederen. In het handelsverkeer tussen de partijen moeten de goederen worden ingedeeld overeenkomstig het geharmoniseerd systeem.
3.4. Oorsprongsregels en administratieve medewerking
Bij de onderhandelingen over de oorsprongsregels en de administratieve samenwerking moet rekening worden gehouden met de jongste ontwikkelingen in de oorsprongsregels van de EU en met de bestaande oorsprongsregels krachtens elke EPO. In dat verband beoordeelt de Europese Unie elk specifiek verzoek van ACS-staten tot wijziging van de oorsprongsregels dat tot doel heeft de bestaande regels te vereenvoudigen en de huidige toegang tot de markt voor de ACS-landen te verbeteren, rekening houdend met de situatie in de betrokken landen en in het bijzonder met de ervaringen en de structuur van hun preferentiële handelsbetrekkingen.
De EPO’s zullen de partijen de bevoegdheid verlenen om passende maatregelen te nemen in geval van een gebrek aan administratieve samenwerking of van wanbeheer. Met betrekking tot verliezen aan douanerechten ten gevolge van wanbeheer van preferentiële invoer kunnen passende maatregelen worden vastgesteld op basis van een horizontaal besluit van de Raad.
3.5. Douane, handelsfacilitatie, fraudebestrijdingsmaatregelen en financiële verantwoordelijkheid
De onderhandelingen moeten erop gericht zijn alle vereisten en procedures inzake in- en uitvoer te vereenvoudigen, met name met betrekking tot douaneprocedures, invoervergunningen, vaststelling van de douanewaarde, regels inzake doorvoer en inspectie vóór verzending, op basis van de hoogste internationale normen en in overeenstemming met de bepalingen van de handelsfacilitatieovereenkomst van de WTO. De EPO’s zullen een protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken omvatten. Zij zullen ook een fraudebestrijdingsclausule bevatten teneinde misbruik van tariefpreferenties te voorkomen.
4. Handel in diensten, investeringen en digitale handel
4.1. Toepassingsgebied
De EPO’s zullen voorzien in een geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in diensten en investeringen, teneinde een vergelijkbaar niveau van markttoegang te waarborgen in overeenstemming met de desbetreffende WTO-regels, met name artikel V van de GATS, rekening houdend met het ontwikkelingsniveau van de betrokken ACS-landen. De EPO’s moeten alle vormen van dienstverlening bestrijken.
De hoge kwaliteit van de openbare voorzieningen in de EU moet worden gevrijwaard, conform het VWEU en met name Protocol nr. 26 betreffende de diensten van algemeen belang, en met inachtneming van de verbintenissen van de EU op dit gebied, onder meer in het kader van de GATS. Tijdens de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten zoals gedefinieerd in artikel I-3 van de GATS, moeten van deze onderhandelingen worden uitgesloten. De EPO’s bevestigen het recht van de partijen om, in het algemeen belang, de economische activiteit overeenkomstig de internationale verplichtingen te reguleren.
Daarnaast dienen de EPO’s regelgevingsvoorschriften te bevatten ter slechting van belemmeringen binnen de grenzen zoals, in voorkomend geval, interne regelgeving. De EPO’s kunnen benevens prestatievoorschriften voor beleggingen bevatten.
Gezien de toenemende digitalisering van de handel en de sterke ontwikkelingsdimensie van digitale handel moeten de onderhandelingen leiden tot regels voor digitale handel, ook voor grensoverschrijdende gegevensstromen, zonder daarbij te onderhandelen over of afbreuk te doen aan de EU-regelgeving voor de bescherming van persoonsgegevens en onverminderd de EU-wetgeving. Deze regels moeten gericht zijn op verbetering van de voorwaarden voor digitale handel ten bate van bedrijven en consumenten, alsmede op een grotere deelname van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen en op het scheppen van nieuwe kansen voor het bevorderen van inclusieve en duurzame groei en ontwikkeling. De EPO’s dienen afdoende flexibiliteit te bieden en te voorzien in samenwerking en dialoog over regelgevingskwesties in verband met digitale handel.
De EPO’s zullen bepalen dat audiovisuele diensten afzonderlijk worden behandeld in specifieke overeenkomsten inzake culturele samenwerking en partnerschap tussen de partijen. De overeenkomsten zullen de Europese Unie en haar lidstaten en de ACS-landen de mogelijkheid bieden hun capaciteit voor de vaststelling en uitvoering van hun cultureel en audiovisueel beleid ter behoud van hun culturele diversiteit in stand te houden en te ontwikkelen en tegelijkertijd de culturele waarden en identiteiten van de ACS-landen te erkennen, in stand te houden en te bevorderen, en de interculturele dialoog te bevorderen door de markttoegang voor de culturele goederen en diensten van deze landen te verbeteren, overeenkomstig artikel 27 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.
De partijen zullen overeenkomen dat vanaf de toepassing van de EPO’s tussen de regionale groepering en de Europese Unie geen nieuwe of meer discriminerende maatregelen worden ingevoerd. De partijen moeten vanaf het begin van de onderhandelingen met dit beginsel rekening houden.
Het liberaliseringsproces zal asymmetrisch verlopen. Aan de ACS-landen zal een zekere mate van flexibiliteit worden toegestaan, afhankelijk van hun ontwikkelingsniveau, zowel algemeen als per sector en subsector, overeenkomstig de bepalingen van de GATS, met name die betreffende de deelname van ontwikkelingslanden aan liberaliseringsovereenkomsten.
Voor de Europese Unie mag de overgangsperiode hooguit tien jaar bedragen.
Voor de ACS-landen zal op flexibele wijze een overgangsperiode worden toegepast die verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, de opvolger daarvan en de WTO-regels, teneinde rekening te houden met de specifieke beperkingen van de betrokken ACS-landen, maar die periode zou in principe niet langer mogen duren dan 15 jaar.
De ACS-landen die deelnemen aan een EPO zullen zich ertoe verbinden onderling ten minste dezelfde regelingen toe te passen als die welke zij toepassen op de Europese Unie.
De EPO’s zullen de verbintenissen met betrekking tot diensten krachtens de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, bevestigen.
4.2. Praktische regelingen
Indien dat gerechtvaardigd is door bijzondere economische, sociale en ecologische beperkingen waarmee de ACS-landen worden geconfronteerd, kunnen de onderhandelingen worden uitgesteld. In een dergelijk geval beoordelen de partijen in de loop van de EPO-onderhandelingen regelmatig de situatie. Zij zullen ervoor zorgen dat de voorbereidende fase van deze onderhandelingen actief wordt gebruikt om de onderhandelingen voor te bereiden, met name door passende steun te mobiliseren voor de ontwikkeling van diensten overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou, met name artikel 41, lid 5, en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.
5. Lopende betalingen en kapitaalverkeer
De EPO’s zullen de verbintenissen herbevestigen die zijn aangegaan in artikel 12 van bijlage II bij de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.
De EPO’s moeten gericht zijn op volledige liberalisering van lopende betalingen en kapitaalverkeer in verband met transacties die onder die EPO’s vallen. Zij moeten alle vrijwarings- en uitzonderingsbepalingen (bv. met betrekking tot de economische en monetaire unie en de betalingsbalans van de Unie) bevatten die in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van het VWEU betreffende het vrije kapitaalverkeer.
6. Handelsgerelateerde materies
6.1. Algemeen
De EPO’s zullen de respectieve handelsgerelateerde verbintenissen bevestigen die zijn aangegaan in het kader van de Overeenkomst van Cotonou (3) en de opvolger daarvan, met name inzake het mededingingsbeleid, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten (met inbegrip van geografische aanduidingen), normalisatie en certificering, sanitaire en fytosanitaire maatregelen, handel en milieu, handel en arbeidsnormen, consumentenbeleid en bescherming van de gezondheid van de consument. Deze bepalingen in de EPO’s zullen worden herzien in het licht van de resultaten van de multilaterale, plurilaterale en bilaterale handelsbesprekingen.
6.2. Specifieke materies
Daarnaast geldt voor de volgende materies het volgende:
|
|
Investeringen. In overeenstemming met de doelstelling “armoede terugdringen en uiteindelijk uitroeien, overeenkomstig de doelstelling van duurzame ontwikkeling” (en gelet op de artikelen 1, 29 en 75 tot en met 78 van en bijlage II bij de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is), komen de partijen overeen een kader in te stellen dat wederzijds voordelige en duurzame investeringen tussen beide partijen vergemakkelijkt, bevordert en stimuleert, rekening houdend met de multilaterale initiatieven voor investeringsbevordering. Dat kader zal gebaseerd zijn op de beginselen van non-discriminatie, openheid, transparantie en stabiliteit. De partijen zullen de ontwikkeling van een aantrekkelijk en stabiel investeringsklimaat bevorderen via ondersteuning van stabiele en transparante regels voor investeerders, en streven naar een betere financiële inclusie en toegang tot financiering. Indien beide partijen dit als onderhandelingsmaterie beschouwen en onder voorbehoud van aanvullende land- of regiospecifieke onderhandelingsrichtsnoeren, kan worden onderhandeld over bepalingen inzake investeringsbescherming. Deze bepalingen moeten in overeenstemming zijn met de hervormde EU-aanpak voor investeringsbescherming, inclusief de beslechting van geschillen bij investeringen. De bepalingen moeten tevens zorgen voor een goede bescherming van investeerders en investeringen, met volledige inachtneming van het recht van de partijen om op hun grondgebied regelgeving vast te stellen om legitieme beleidsdoelstellingen te verwezenlijken. Bij mogelijke onderhandelingen moet tevens rekening worden gehouden met relevante internationaal erkende beginselen en richtsnoeren met betrekking tot duurzame ontwikkeling en verantwoord ondernemen, zoals genoemd in de hervormde EU-aanpak voor investeringsbescherming. |
|
|
Overheidsopdrachten. De EPO’s zullen gericht zijn op volledige transparantie van de aanbestedingsregels en -methoden op alle overheidsniveaus volgens de beginselen van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (WTO). Bovendien kunnen de partijen streven naar een geleidelijke liberalisering van hun aanbestedingsmarkten op basis van het non-discriminatiebeginsel en rekening houdend met hun ontwikkelingsniveau. |
|
|
Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingen. De EPO’s moeten een uitgebreid hoofdstuk over technische handelsbelemmeringen bevatten, dat voortbouwt op en verder gaat dan de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. Dit hoofdstuk moet onder meer gericht zijn op compatibiliteit en convergentie van technische voorschriften middels toepassing van internationale normen, het stroomlijnen van test- en certificeringsvereisten via goedkeuring van risicogeleide conformiteitbeoordelingsprocedures, en grotere transparantie. |
|
|
Sanitaire en fytosanitaire normen. De EPO’s moeten in lijn met andere recente EU-overeenkomsten een omvangrijk hoofdstuk over sanitaire en fytosanitaire normen bevatten. De onderhandelingen moeten, voortbouwend op de beginselen van de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire normen, gericht zijn op opname van vraagstukken als het gebruik van internationale normen (IPPC, OIE en Codex), transparantie en non-discriminatie, het voorkomen van onnodige vertragingen, harmonisering, erkenning van gelijkwaardigheid, erkenning van de gezondheids- en de plaagorganismenstatus van de partijen, regionalisering (zonering), controle, inspectie en goedkeuring van procedures, het voorzorgsbeginsel, audits, certificering, invoercontroles, noodmaatregelen, voorlopige veterinaire lijsten, de behandeling van de Europese Unie als één geheel, technische samenwerking, verbeterde samenwerking op het gebied van antimicrobiële resistentie en dierenwelzijn, en mechanismen ter verhelping van specifieke handelsproblemen in verband met maatregelen op het vlak van sanitaire en fytosanitaire normen. Voorts moet in het hoofdstuk worden gewezen op de relevantie van de informatie-uitwisseling tussen de partijen bij wijziging van normen, en op de noodzaak van flankerend beleid, waaronder technische samenwerking. |
|
|
Gegevensbescherming. Met de EPO’s zal tot doel worden gesteld dat de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens een hoge mate van bescherming genieten via daartoe geëigende wettelijke regelingen en beleid, met inbegrip van doeltreffende handhaving door onafhankelijke toezichtautoriteiten, omdat dit cruciaal is voor het vertrouwen van de burger in de digitale economie en voor het bevorderen van het handelsverkeer en het vergroten van de handhavingssamenwerking tussen de partijen. |
|
|
Intellectuele-eigendomsrechten. De EPO’s moeten zorgen voor een adequaat, evenwichtig en doeltreffend beschermingsniveau, en bepalingen inzake civielrechtelijke handhaving en handhaving aan de grenzen op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van geografische aanduidingen (GA’s), bevatten die verder gaan dan de Overeenkomst van de WTO inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (de TRIPS-Overeenkomst). De EPO’s moeten volledig aansluiten op de flexibiliteit in het kader van de TRIPS-overeenkomst. In de EPO’s moet het belang van de door de Ministeriële Conferentie van de WTO op 14 november 2001 aangenomen verklaring inzake de TRIPS-Overeenkomst en de volksgezondheid worden onderkend. Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van de EPO’s moeten de partijen de consistentie met de Verklaring van Doha waarborgen. Zo moeten de partijen onder andere uitvoering geven aan artikel 31 bis van de TRIPS-overeenkomst, de bijlage en het aanhangsel bij de bijbehorende bijlage, zoals die op 23 januari 2017 in werking zijn getreden. De EPO’s moeten een directe bescherming bieden en in een doeltreffende erkenning voorzien door middel van een overeengekomen lijst van GA’s (wijnen, gedistilleerde dranken, landbouwproducten en levensmiddelen), voortbouwend op het hoge niveau van bescherming van artikel 23 TRIPS, onder meer tegen onrechtmatig gebruik (passing off) en voorstelling, ook wat betreft passende en doeltreffende handhaving, co-existentie met bonafide oudere handelsmerken, bescherming tegen later gebruik als soortnaam en bepalingen over de toevoeging van nieuwe GA’s. Kwesties met betrekking tot individuele oudere rechten, bijvoorbeeld in verband met plantenvariëteiten, handelsmerken, generiek of ander legitiem voorafgaand gebruik, moeten worden behandeld, met als doel de bestaande conflicten op onderling bevredigende wijze op te lossen. |
|
|
Handel en mededinging. De EPO’s moeten erop gericht zijn verstoringen van de mededinging tot een minimum te beperken door middel van bepalingen op het gebied van het mededingingsbeleid, subsidies en staatsbedrijven. De bepalingen zullen de verlening van openbare diensten niet in de weg staan. De bepalingen zullen bovendien de nodige flexibiliteit bieden om maatregelen uit te voeren ter bevordering van de economische ontwikkeling, ter bestrijding van armoede of ter verwezenlijking van andere overheidsbeleidsdoelstellingen, zoals voedselzekerheid. |
|
|
Handel en duurzame ontwikkeling. De EPO’s moeten de uitvoering van de Agenda 2030 bevorderen en voldoen aan de desbetreffende internationaal overeengekomen beginselen en regels inzake arbeidsrechten, met inbegrip van non-discriminatie op grond van geslacht. Derhalve moeten de EPO’s bepalingen inzake arbeid, gendergelijkheid en betere kansen voor vrouwen in handel bevatten, evenals milieuaspecten van handel en duurzame ontwikkeling, met inbegrip van duurzame visserij en aquacultuur, biodiversiteit, bossen en bosbouwproducten, en aspecten in verband met klimaatverandering, met name het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs en initiatieven die erop gericht zijn de klimaatverandering te beperken, zoals die in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). De EPO’s moeten bepalingen bevatten die de naleving en de effectieve uitvoering van relevante internationaal overeengekomen beginselen en regels bevorderen, met inbegrip van de fundamentele arbeidsnormen en fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en multilaterale milieuovereenkomsten, evenals van gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidsinspecties en sociaal overleg, alsmede sociale en arbeidsbescherming. Zij moeten een verbintenis van iedere partij bevatten niet-aflatende en aanhoudende inspanningen te leveren om de fundamentele IAO-verdragen te ratificeren. De EPO’s moeten opnieuw bevestigen dat de partijen het recht hebben regelgevend op te treden inzake arbeid en milieu, in overeenstemming met hun internationale toezeggingen, en zodoende een hoog beschermingsniveau te stimuleren waarbij zij ook letten op de opties die voor het milieu het gunstigst zijn. De eerbiediging van het voorzorgsbeginsel moet in de EPO’s worden bevestigd. Er moeten bepalingen in worden opgenomen die voorkomen dat het niveau van arbeids- en milieubescherming wordt verlaagd om handel en directe buitenlandse investeringen aan te moedigen. Een en ander omvat de verbintenis dat niet zal worden afgeweken van binnenlandse arbeids- en milieuwetgeving en dat deze zal worden gehandhaafd. De EPO’s moeten aanzetten tot het vergroten van de bijdrage van handel en investeringen, met inbegrip van directe buitenlandse investeringen aan duurzame ontwikkeling, onder meer door facilitatie van de handel in milieu- en klimaatvriendelijke goederen en diensten, en de bevordering van vrijwillige programma’s om duurzaamheid te waarborgen en van maatschappelijk verantwoord ondernemen, met inachtneming van internationaal erkende instrumenten en met een aanmoediging aan het adres van de partijen om internationale handelwijzen te volgen, zoals de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de OESO en van de VN en sectorspecifieke richtsnoeren. De EPO’s moeten bepalingen bevatten voor het doeltreffend uitvoeren en monitoren van deze bepalingen, alsook een mechanisme om eventuele geschillen tussen de partijen te beslechten. De EPO’s moeten voorzien in deelname van instanties uit het maatschappelijk middenveld, onder ander aan regelmatige raadplegingen en communicatieacties. Deze instanties moeten toezien op de uitvoering van de hele overeenkomst en vervullen een adviserende rol ten aanzien van de partijen. |
|
|
Landbouwdialoog. Gezien de relevantie van de landbouwsector voor de sociaal-economische ontwikkeling en de voedselzekerheid van de ACS-landen, dienen de EPO’s te voorzien in een landbouwdialoog (agrarisch partnerschap), die betrekking kan hebben op kwesties als grondstoffen (in het bijzonder die welke relevant zijn voor de voedselzekerheid) en regionale waardeketens, het gebruik van nieuwe technologieën, handelsfacilitatie, markttoegang, verantwoorde investeringen, onderzoek en innovatie met de nodige aandacht voor adaptatie aan en mitigatie van klimaatverandering, evenals biodiversiteit en duurzame voedselsystemen. |
6.3. Uitvoering
De EPO-Raad (zie punt 8), bijgestaan door een Gemengd Comité voor de tenuitvoerlegging dat is samengesteld uit technische deskundigen van hoog niveau, zal toezien op de uitvoering van deze bepalingen. Het Gemengd Comité voor de tenuitvoerlegging zal regelmatig en ten minste eenmaal per jaar bijeenkomen. Het zal jaarverslagen opstellen waarin de geboekte vooruitgang wordt beoordeeld en aanbevelingen worden gedaan voor maatregelen om verdere resultaten te behalen, waaronder ontwikkelingssamenwerking overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is. Indien nodig kan overwogen worden speciale subcomités voor bepaalde handelsgerelateerde gebieden op te richten.
7. Complementariteit
De EPO’s en de ontwikkelingsstrategieën van de ACS-partners moeten elkaar ondersteunen. Om de verwezenlijking van de doelstellingen van de EPO’s te vergemakkelijken, zullen de ACS-landen zich er met name toe verbinden de EPO’s volledig te integreren in hun ontwikkelingsstrategieën en zal de Europese Unie hetzelfde doen in haar strategieën voor ontwikkelingssamenwerking. Het zou daarbij onder meer gaan om het bevorderen van de steun aan de ontwikkeling van de particuliere sector, met name van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, onder andere wat betreft de genderdimensie, en het benadrukken van het belang van het verzamelen van naar sekse uitgesplitste gegevens voor de follow-up en de uitvoering. De partijen zullen zich ertoe verbinden daartoe de nationale en regionale indicatieve programma’s van voldoende middelen te voorzien, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.
8. Institutioneel kader
Voor elke EPO zal een Gezamenlijke EPO-Raad worden opgericht die de volgende functies vervult:
|
— |
ervoor zorgen dat de EPO op de juiste wijze functioneert; |
|
— |
de ontwikkeling van de samenwerking op economisch en handelsgebied tussen de partijen bestuderen; |
|
— |
passende methoden zoeken om problemen te voorkomen die zich kunnen voordoen op de onder de EPO vallende gebieden, met name wat de verwezenlijking van de ontwikkelingsdoelstellingen van de EPO betreft; |
|
— |
van gedachten wisselen en aanbevelingen doen over alle kwesties van gemeenschappelijk belang in verband met de samenwerking op economisch en handelsgebied, met inbegrip van toekomstige acties voor de correcte uitvoering van de EPO, en met name de behoefte aan ontwikkelingssamenwerking overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is. |
De samenstelling, de frequentie, de agenda en de plaats van de bijeenkomsten van de Gezamenlijke EPO-Raad zullen worden overeengekomen in overleg tussen de partijen.
De EPO-Raad zal bevoegd zijn om besluiten te nemen ten aanzien van alle onder de EPO vallende aangelegenheden. Hij zal aan de Raad van Ministers die is ingesteld bij artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, rapporteren over aangelegenheden van gemeenschappelijk belang voor de gehele ACS-groep van staten en de Europese Unie.
De EPO’s moeten voorzien in regelmatig overleg en communicatie met het maatschappelijk middenveld.
9. Uitzonderingsclausule
De EPO’s zullen een standaardclausule over uitzonderingen bevatten die van toepassing is op de ter zake dienende onderdelen van de overeenkomsten, uit hoofde waarvan maatregelen kunnen worden genomen op grond van bijvoorbeeld de bescherming van de openbare orde, het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, het behoud van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, enz., mits die maatregelen in overeenstemming met de WTO-regels worden toegepast.
10. Slotbepalingen
De EPO’s omvatten:
|
— |
een hoofdstuk over geschillenbeslechting en een bepaling over niet-uitvoering, met inbegrip van bepalingen die overeenstemmen met de artikelen 96 en 97 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is. De bepalingen inzake geschillenbeslechting met betrekking tot handel of handelsgerelateerde aangelegenheden zullen geen afbreuk doen aan de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van de WTO-regels, met name het memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen; |
|
— |
een clausule over toekomstige ontwikkelingen die bepaalt dat EPO’s kunnen worden uitgebreid, met name door toetredingen, of samengevoegd, naargelang de vooruitgang op het gebied van regionale integratie; |
|
— |
een clausule betreffende de inwerkingtreding, de duur (voor onbepaalde tijd), de beëindiging, de kennisgeving die vereist is voor opzegging en de territoriale toepassing. |
Voor de toepassing van EPO’s wordt onder de ACS-partijen verstaan de regionale groepering of haar lidstaten of de regionale groepering en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. De EPO’s moeten ook van toepassing zijn op maatregelen van staten, regionale of plaatselijke autoriteiten op het grondgebied van de partijen.
11. Structuur en organisatie van de onderhandelingen
Overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, zal de periode waarin wordt onderhandeld ook worden gebruikt voor capaciteitsopbouw in de overheids- en de privésector van de ACS-landen, teneinde hun vermogen om passende regionale en multilaterale handelsstrategieën en -beleidsmaatregelen vast te stellen en ten uitvoer te leggen, te vergroten. Dit zal maatregelen omvatten om het concurrentievermogen te vergroten, regionale organisaties te versterken en regionale handelsintegratie-initiatieven te steunen, in voorkomend geval met steun voor begrotingsaanpassingen en fiscale hervormingen, en om de infrastructuur te verbeteren en de investeringen uit te breiden. Deze maatregelen zullen op regionaal niveau worden gemonitord, waar nodig door de bij de EPO-onderhandelingen betrokken regionale groepering en de Europese Unie. Die regionale groepering zal onder meer voorstellen doen die moeten worden besproken in de nationale en regionale programmeringsdialoog tussen de Europese Unie en de ACS-landen.
Er zullen passende mechanismen worden ingesteld om ervoor te zorgen dat niet-overheidsactoren in de Europese Unie en in de ACS-landen geïnformeerd en geraadpleegd worden over de inhoud van de onderhandelingen en dat de coördinatie met de lopende ACS-EU-dialogen wordt gewaarborgd.
Deze richtsnoeren zullen ten minste elke tien jaar geëvalueerd, en waar nodig herzien worden.
(1) De ACS-EU-partnerschapsovereenkomst is gewijzigd bij de Overeenkomst ondertekend te Luxemburg op 25 juni 2005 (PB L 209 van 11.8.2005, blz. 27) en bij de Overeenkomst ondertekend te Ouagadougou op 22 juni 2010 (PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3).
(2) Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (“LGO-besluit”) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(3) Artikelen 45 tot en met 51 en 78 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepalingen van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.