|
25.11.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 303/1 |
VERORDENING (EU) 2019/1939 VAN DE COMMISSIE
van 7 november 2019
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 582/2011 wat betreft aanvullende emissiestrategieën (AES), de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, de meting van de emissies tijdens koudestartperioden van de motor en het gebruik van draagbare emissiemeetsystemen (PEMS) voor het meten van deeltjesaantallen, met betrekking tot zware bedrijfsvoertuigen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (1), en met name artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 4, artikel 6, lid 2, en artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie (2) zijn de regels voor het aangeven en beoordelen van aanvullende emissiestrategieën (AES) voor lichte personen- en bedrijfsvoertuigen onlangs gewijzigd. Ter wille van de consistentie moeten de bepalingen die reeds voor zware bedrijfsvoertuigen zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (3) in overeenstemming worden gebracht. |
|
(2) |
Het testen van de conformiteit tijdens het gebruik vormt een van de bouwstenen van de typegoedkeuringsprocedure en maakt het mogelijk de prestaties van de emissiebeheersingssystemen gedurende de hele nuttige levensduur van het voertuig te controleren. Op grond van Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie moeten de tests worden verricht met een draagbaar emissiemeetsysteem (PEMS) dat de emissies onder normale gebruiksomstandigheden meet. De draagbare emissiemeetsystemen worden eveneens gebruikt om de emissies buiten de cyclus in het kader van de typegoedkeuringscertificering te controleren. |
|
(3) |
De emissieprestaties van zware bedrijfsvoertuigen in de periode na een koude start van de motor worden momenteel niet beoordeeld tijdens de in het kader van de typegoedkeuring verrichte demonstratietest of conformiteitstest tijdens het gebruik. Na monitoring van de gegevens van typegoedkeuringstest en tests van de conformiteit tijdens het gebruik werd bij de verzameling en analyse van die gegevens vastgesteld dat significante hoeveelheden van het totale uitgestoten NOx bij de analyse buiten beschouwing werden gelaten doordat de emissieprestaties tijdens de koudestartperiode van de motor niet werden beoordeeld. Om de emissies onder reële rijomstandigheden beter te kunnen weergeven, moet de meetprocedure derhalve worden herzien om de meting van de emissies van verontreinigende stoffen tijdens de koudestartperiode van de motor hierin op te nemen. |
|
(4) |
In het kader van de regels betreffende de typegoedkeuring met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (4) zijn met succes deeltjesaantalmetingen met draagbare emissiemeetsystemen uitgevoerd. Naar aanleiding van een proefstudie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie waarin een analyse op de draagbare apparatuur voor deeltjesaantalmetingen voor zware bedrijfsvoertuigen is uitgevoerd, wordt het passend geacht een soortgelijk voorschrift op te nemen in de regels betreffende de typegoedkeuring met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen. De Commissie is op grond van Verordening (EG) nr. 595/2009 verplicht om, rekening houdend met de technische vooruitgang, het niveau van de definitieve conformiteitsfactor voor deeltjesaantalemissies te beoordelen. |
|
(5) |
De Commissie erkent dat voor voertuigen met elektrische-ontstekingsmotoren of dualfuelmotoren op gecomprimeerd aardgas (cng), vloeibaar aardgas (lng) of vloeibaar petroleumgas (lpg) technische aanpassingen noodzakelijk kunnen zijn om te kunnen voldoen aan de conformiteitsfactor voor deeltjesaantal. Om te zorgen voor voldoende aanlooptijd zodat fabrikanten van gasmotoren hun producten overeenkomstig de voorschriften van deze verordening kunnen wijzigen, moet een overgangsperiode worden toegestaan voor de naleving van de maximaal toegestane conformiteitsfactor voor voertuigen die met dergelijke motoren zijn uitgerust. |
|
(6) |
De bij deze verordening ingevoerde voorschriften voor het testen van de conformiteit tijdens het gebruik moeten niet met terugwerkende kracht worden toegepast op motoren en voertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend vóór de invoering van deze voorschriften. Daarom moeten de in de bijlagen I, II en III bij deze verordening opgenomen wijzigingen alleen van toepassing zijn op het testen van de conformiteit tijdens het gebruik van nieuwe motor- of voertuigtypen, d.w.z. op motoren of voertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend overeenkomstig de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen. |
|
(7) |
De regels inzake toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen zijn opgenomen in Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad (5), die van toepassing is met ingang van 1 september 2020. Daarom moeten de bepalingen van Verordening (EU) nr. 582/2011 betreffende de toegang tot dergelijke informatie met ingang van die datum worden geschrapt. |
|
(8) |
Verordening (EU) nr. 582/2011 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het technisch comité motorvoertuigen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 582/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
De artikelen 2 bis, 2 ter, 2 quater, 2 quinquies, 2 sexies, 2 septies, 2 octies en 2 nonies worden geschrapt. |
|
3) |
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
In artikel 16 wordt lid 3 geschrapt. |
|
11) |
Aan artikel 17 bis worden de volgende leden toegevoegd: “3. Met ingang van 1 januari 2021 weigeren de nationale instanties, om redenen die verband houden met emissies, EG-typegoedkeuring of nationale typegoedkeuring te verlenen voor nieuwe voertuig- of motortypen die niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1939 van de Commissie (*4). In afwijking van de eerste alinea moeten met ingang van 1 januari 2023 nieuwe typen met elektrischeontstekingsmotor, dualfuelmotoren van type 1A en dualfuelmotoren van type 1B (in dualfuelmodus) en voertuigen die met dergelijke motoren zijn uitgerust, voldoen aan de maximaal toegestane conformiteitsfactor voor het deeltjesaantal overeenkomstig bijlage II, punt 6.3. Met ingang van 1 januari 2021 moeten de conformiteitsfactor voor het werkvenster deeltjesaantal en de conformiteitsfactor voor het venster CO2-massa echter voor bewakingsdoeleinden in de resultaten van de demonstratietest met een draagbaar emissiemeetsysteem op het typegoedkeuringscertificaat worden vermeld. 4. Met ingang van 1 januari 2022 beschouwen de nationale instanties de conformiteitscertificaten die zijn afgegeven ten aanzien van nieuwe voertuigen die niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1939, niet langer als geldig voor de toepassing van artikel 48 van Verordening (EU) 2018/858 en verbieden zij de registratie, het op de markt aanbieden en het in het verkeer brengen van dergelijke voertuigen om redenen die verband houden met emissies. In afwijking van de eerste alinea beschouwen de nationale instanties de conformiteitscertificaten die zijn afgegeven ten aanzien van nieuwe voertuigen met elektrischeontstekingsmotor, dualfuelmotoren van type 1A en dualfuelmotoren van type 1B (in dualfuelmodus) die niet voldoen aan de maximaal toegestane conformiteitsfactor voor het deeltjesaantal overeenkomstig bijlage II, punt 6.3 en de voorschriften van deze verordening, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1939, met ingang van 1 januari 2024 niet langer als geldig voor de toepassing van artikel 48 van Verordening (EU) 2018/858 en verbieden zij de registratie, het op de markt aanbieden en het in het verkeer brengen van dergelijke voertuigen om redenen die verband houden met emissies. Met ingang van 1 januari 2022 moeten de conformiteitsfactor voor het werkvenster deeltjesaantal en de conformiteitsfactor voor het venster CO2-massa echter voor bewakingsdoeleinden in de resultaten van de demonstratietest met een draagbaar emissiemeetsysteem op het typegoedkeuringscertificaat worden vermeld. Met ingang van 1 januari 2022 verbieden de nationale instanties om redenen die verband houden met emissies, het op de markt aanbieden en het in het verkeer brengen van nieuwe motoren die niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1939, met uitzondering van vervangingsmotoren voor voertuigen die in het verkeer zijn gebracht. In afwijking van de derde alinea verbieden de nationale instanties met ingang van 1 januari 2024, om redenen die verband houden met emissies het op de markt aanbieden en het in het verkeer brengen van nieuwe elektrischeontstekingsmotor, nieuwe dualfuelmotoren van type 1A en nieuwe dualfuelmotoren van type 1B (in dualfuelmodus) die niet voldoen aan de voorschriften van deze verordening, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/1939, met uitzondering van vervangingsmotoren voor voertuigen die in het verkeer zijn gebracht. (*4) Verordening (EU) 2019/1939 van de Commissie van 7 november 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 582/2011 wat betreft aanvullende emissiestrategieën (AES), de toegang tot OBD-informatie en reparatie- en onderhoudsinformatie van voertuigen, de meting van de emissies tijdens koudestartperioden van de motor en het gebruik van draagbare emissiemeetsystemen (PEMS) voor het meten van deeltjesaantallen, met betrekking tot zware bedrijfsvoertuigen (PB L 303 van 25.11.2019, blz. 1).”." |
|
12) |
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
|
13) |
Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
|
14) |
Bijlage VI wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. |
|
15) |
In bijlage VIII wordt punt 5.1.2 vervangen door:
|
|
16) |
In bijlage X wordt na punt 2.4.1.3 het volgende punt ingevoegd:
|
|
17) |
In bijlage XI, aanhangsel 1, worden in het model van het inlichtingenformulier de punten 2 tot en met 2.3 geschrapt. |
|
18) |
In bijlage XIII, punt 12, wordt de tweede alinea vervangen door: “Dit aanhangsel is van toepassing wanneer de voertuigfabrikant EG-typegoedkeuring aanvraagt voor een voertuig met een krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 en deze verordening goedgekeurde motor wat emissies betreft.”. |
|
19) |
Bijlage XVII wordt geschrapt. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 1, punt 15, is van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 7 november 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).
(5) Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).
BIJLAGE I
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 582/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 3.1 wordt de inleidende zin vervangen door: “In het geval van een motor waarvoor typegoedkeuring is verleend als technische eenheid, of van een voertuig waarvoor typegoedkeuring is verleend wat emissies betreft, moet de motor worden voorzien van:”. |
|
2) |
Punt 3.4 wordt vervangen door:
|
|
3) |
Punt 8 wordt vervangen door:
|
|
4) |
Aanhangsel 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
In aanhangsel 5, in tabel 6a (demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem), onder punt 1.4.4 van het addendum bij een EG-typegoedkeuringscertificaat, worden de rijen betreffende de “negatieve/positieve resultaten” voor het “werkvenster conformiteitsfactor” en het “venster CO2-massa conformiteitsfactor” vervangen door:
|
|
6) |
In aanhangsel 7, in tabel 6a (demonstratietest met draagbaar emissiemeetsysteem), onder punt 1.4.4 van het addendum bij een EG-typegoedkeuringscertificaat, worden de rijen betreffende de “negatieve/positieve resultaten” voor het “werkvenster conformiteitsfactor” en het “venster CO2-massa conformiteitsfactor” vervangen door:
|
|
7) |
In aanhangsel 9 worden tabel 1 en de bijhorende legenda vervangen door: “Tabel 1
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8) |
Aan aanhangsel 10 wordt de volgende toelichting toegevoegd:
|
|
9) |
Het volgende aanhangsel wordt toegevoegd: “Aanhangsel 11 AES-documentatiepakket Het AES-documentatiepakket bevat het volgende: Informatie over alle aanvullende emissiestrategieën:
Het AES-documentatiepakket wordt beperkt tot 100 bladzijden en moet alle voorname elementen bevatten waarmee de goedkeuringsinstantie de aanvullende emissiestrategieën (volgens de voorschriften van bijlage VI, aanhangsel 2), de doeltreffendheid van het aansporingssysteem en de maatregelen ter voorkoming van manipulatie, kan beoordelen. Indien nodig kan het pakket worden aangevuld met bijlagen en andere bijgevoegde documenten, met aanvullende en complementaire informatie. Bij iedere wijziging die aan de aanvullende emissiestrategie wordt aangebracht, dient de fabrikant een nieuwe versie van het AES-documentatiepakket in bij de goedkeuringsinstantie. De nieuwe versie wordt beperkt tot de wijzigingen en de gevolgen daarvan. De nieuwe versie van de aanvullende emissiestrategie moet door de goedkeuringsinstantie worden beoordeeld en goedgekeurd. De structuur van het AES-documentatiepakket is als volgt: AES-documentatiepakket nr. YYY/OEM
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) “OBD-grenswaarde voor NOX ”: bewakingsvoorschriften overeenkomstig tabel 1 van bijlage X voor compressieontstekings- en dualfuelmotoren en ‐voertuigen en tabel 2 van bijlage X voor elektrischeontstekingsmotoren en ‐voertuigen.
(2) “OBD-grenswaarde voor PM”: bewakingsvoorschriften overeenkomstig tabel 1 van bijlage X voor compressieontstekings- en dualfuelmotoren en ‐voertuigen.
(3) “OBD-grenswaarde voor CO”: bewakingsvoorschriften overeenkomstig tabel 2 van bijlage X voor elektrischeontstekingsmotoren en ‐voertuigen.
(4) De specificaties voor IUPR zijn opgenomen in bijlage X. IUPR is niet van toepassing op elektrischeontstekingsmotoren en voertuigen die met dergelijke motoren zijn uitgerust.
(5) Aanvullende bepalingen inzake bewakingsvoorschriften zoals vastgesteld in punt 2.3.1.2 van bijlage 9A bij VN/ECE-Reglement nr. 49.
(6) Voorschrift voor conformiteit tijdens het gebruik van aanhangsel 1 van bijlage II.
(7) Voor elektrischeontstekingsmotoren en voertuigen die met dergelijke motoren zijn uitgerust.
(8) Voor compressieontstekings- en dualfuelmotoren en voertuigen die met dergelijke motoren zijn uitgerust.
(9) “Prestatiebewaking”: voorschriften overeenkomstig punt 2.1.1 van bijlage X.
(10) Voorschriften voor IUPR die overeenkomstig sectie 6 van bijlage X in de introductieperiode gelden.
(11) Voorschriften voor de kwaliteit van het reagens die overeenkomstig punt 7.1 van bijlage XIII in de introductieperiode gelden.
(12) Uitsluitend voor elektrischeontstekingsmotoren en voertuigen die met dergelijke motoren zijn uitgerust.
(13) “Algemene” voorschriften voor IUPR overeenkomstig sectie 6 van bijlage X.
(14) “Algemene” voorschriften voor de kwaliteit van het reagens overeenkomstig punt 7.1.1 van bijlage XIII.
(15) Onder voorbehoud van de overgangsmaatregelen van artikel 17 bis.
(Niet van toepassing) Niet van toepassing.”.
BIJLAGE II
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 582/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In punt 4.1 wordt het volgende ingevoegd tussen de tweede en de derde alinea: “Indien het wettelijk toelaatbare maximumgewicht van het voertuig lager is dan de technisch toelaatbare maximummassa in beladen toestand van het voertuig, is het toegestaan om het wettelijk toelaatbare maximumgewicht van het voertuig te gebruiken voor het bepalen van de lading van het voertuig voor de testrit.”. |
|
2) |
Punt 4.6.2 wordt vervangen door:
|
|
3) |
Punt 6.3, met inbegrip van tabel 2, wordt vervangen door:
Tabel 2 Maximaal toegestane conformiteitsfactoren voor conformiteitstests betreffende emissies tijdens het gebruik
|
|
4) |
Na punt 10.1.8.5 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
5) |
Na punt 10.1.9.5 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
6) |
Na punt 10.1.9.10 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
7) |
Na punt 10.1.9.19 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
8) |
Na punt 10.1.9.24 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
9) |
Na punt 10.1.10.12 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
10) |
Na punt 10.1.11.5 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
11) |
Na punt 10.1.11.9 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
12) |
Na punt 10.1.12.4 wordt het volgende punt ingevoegd:
|
|
13) |
Aanhangsel 1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
14) |
Aanhangsel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
15) |
In aanhangsel 3 wordt het volgende punt toegevoegd:
|
(1) Voor compressieontstekingsmotoren.
(2) Voor elektrischeontstekingsmotoren.
(3) Onder voorbehoud van de overgangsmaatregelen van artikel 17 bis.”.
(4) Gemeten of gecorrigeerd in een natte basis.
(5) Alleen gasmotoren.
(6) Gebruik de sensor voor de omgevingstemperatuur of een sensor voor de inlaatluchttemperatuur.
(7) De genoteerde waarde is hetzij: a) het nettoremkoppel van de motor overeenkomstig punt 2.4.4 van dit aanhangsel, of b) het nettoremkoppel van de motor dat is berekend op basis van de koppelwaarden overeenkomstig punt 2.4.4 van dit aanhangsel.”;
(*1) Zal in een later stadium worden vastgesteld.
BIJLAGE III
Bijlage VI bij Verordening (EU) nr. 582/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Aan punt 8 wordt de volgende alinea toegevoegd: “De methodologie voor de beoordeling van de aanvullende emissiestrategie wordt beschreven in aanhangsel 2 van deze bijlage.”. |
|
2) |
In aanhangsel 1 wordt de tweede alinea van punt 3.1 vervangen door: “De lading van het voertuig moet 50‐60 % van de maximumvoertuiglading bedragen. Een afwijking van dat bereik kan met de goedkeuringsinstantie worden overeengekomen. De reden voor een dergelijke afwijking moet in het testrapport worden vermeld. De aanvullende voorschriften van bijlage II zijn van toepassing.”. |
|
3) |
Het volgende aanhangsel wordt toegevoegd: “Aanhangsel 2 Methodologie voor de beoordeling van de aanvullende emissiestrategie Bij de beoordeling van de aanvullende emissiestrategie (AES) verifieert de goedkeuringsinstantie ten minste of aan het voorschrift van dit aanhangsel is voldaan.
|