10.7.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 184/12


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1174 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2019

tot vaststelling van begrotingsmaxima voor 2019 voor bepaalde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening die zijn ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (1), en met name artikel 22, lid 1, artikel 36, lid 4, artikel 42, lid 2, artikel 47, lid 3, artikel 49, lid 2, artikel 51, lid 4, en artikel 53, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Voor elke lidstaat die de bij titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde basisbetalingsregeling toepast, moet de Commissie het in artikel 22, lid 1, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maximum voor 2019 vaststellen door op het in bijlage II bij die verordening vastgestelde jaarlijkse nationale maximum de overeenkomstig de artikelen 42, 47, 49, 51 en 53 van die verordening vastgestelde maxima in mindering te brengen. Overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 moet rekening worden gehouden met verhogingen die lidstaten op grond van die bepaling toepassen.

(2)

Voor elke lidstaat die de bij titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde regeling inzake een enkele areaalbetaling toepast, moet de Commissie het in artikel 36, lid 4, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maximum voor 2019 vaststellen door op het in bijlage II bij die verordening vastgestelde jaarlijkse nationale maximum de overeenkomstig de artikelen 42, 47, 49, 51 en 53 van die verordening vastgestelde maxima in mindering te brengen. Overeenkomstig artikel 36, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 moet de Commissie bij het vaststellen van het jaarlijkse nationale maximum voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling rekening houden met verhogingen die door de lidstaten op grond van die bepaling worden toegepast.

(3)

Voor elke lidstaat die de bij titel III, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde herverdelingsbetaling toekent, moet de Commissie het in artikel 42, lid 2, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maximum voor 2019 vaststellen op basis van het door die lidstaten op grond van artikel 42, lid 1, van die verordening gemelde percentage.

(4)

Voor de bij titel III, hoofdstuk 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken in 2019 moeten de in artikel 47, lid 3, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 worden berekend overeenkomstig artikel 47, lid 1, van die verordening; deze bedragen 30 % van het in bijlage II bij die verordening vermelde nationale maximum van de desbetreffende lidstaat.

(5)

Voor lidstaten die de bij titel III, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen toekennen, moet de Commissie de in artikel 49, lid 2, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 vaststellen op basis van het door de desbetreffende lidstaten op grond van artikel 49, lid 1, van die verordening gemelde percentage.

(6)

Voor de bij titel III, hoofdstuk 5, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde betaling voor jonge landbouwers moet de Commissie de in artikel 51, lid 4, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 vaststellen op basis van het door de lidstaten op grond van artikel 51, lid 1, van die verordening gemelde percentage; deze maxima mogen niet hoger zijn dan 2 % van het in bijlage II vermelde jaarlijkse maximum.

(7)

Wanneer het totaalbedrag van de betaling voor jonge landbouwers dat voor 2019 in een lidstaat wordt aangevraagd, hoger is dan het uit hoofde van artikel 51, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 vastgestelde maximum, moet de lidstaat het verschil overeenkomstig artikel 51, lid 2, van die verordening financieren met inachtneming van het in artikel 51, lid 1, van die verordening vastgelegde maximum. Duidelijkheidshalve moet dit maximum voor elke lidstaat worden vastgesteld.

(8)

Voor elke lidstaat die in 2019 de bij titel IV, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde vrijwillige gekoppelde steun toekent, moet de Commissie de in artikel 53, lid 7, van die verordening bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 vaststellen op basis van het door de desbetreffende lidstaat op grond van artikel 54, lid 1, van die verordening gemelde percentage.

(9)

Voor het jaar 2019 is de uitvoering van de bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening op 1 januari 2019 van start gegaan. Omwille van de samenhang tussen de toepasselijkheid van die verordening voor het aanvraagjaar 2019 en de toepasselijkheid van de overeenkomstige begrotingsmaxima moet de onderhavige verordening met ingang van dezelfde datum van toepassing zijn.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de basisbetalingsregeling zijn opgenomen in punt I van de bijlage bij de onderhavige verordening.

2.   De in artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling zijn opgenomen in punt II van de bijlage bij de onderhavige verordening.

3.   De in artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de herverdelingsbetaling zijn opgenomen in punt III van de bijlage bij de onderhavige verordening.

4.   De in artikel 47, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken zijn opgenomen in punt IV van de bijlage bij de onderhavige verordening.

5.   De in artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen zijn opgenomen in punt V van de bijlage bij de onderhavige verordening.

6.   De in artikel 51, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de betaling voor jonge landbouwers zijn opgenomen in punt VI van de bijlage bij de onderhavige verordening.

7.   De in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde maximumbedragen voor 2019 voor de betaling voor jonge landbouwers zijn opgenomen in punt VII van de bijlage bij de onderhavige verordening.

8.   De in artikel 53, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013 bedoelde jaarlijkse nationale maxima voor 2019 voor de vrijwillige gekoppelde steun zijn opgenomen in punt VIII van de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608.


BIJLAGE

I.   Jaarlijkse nationale maxima voor de basisbetalingsregeling als bedoeld in artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

België

211 289

Denemarken

531 810

Duitsland

2 988 165

Ierland

825 611

Griekenland

1 091 170

Spanje

2 845 377

Frankrijk

3 025 958

Kroatië

143 257

Italië

2 155 184

Luxemburg

22 741

Malta

650

Nederland

466 930

Oostenrijk

470 383

Portugal

279 562

Slovenië

75 223

Finland

262 840

Zweden

403 066

Verenigd Koninkrijk

2 092 657

II.   Jaarlijkse nationale maxima voor de regeling inzake een enkele areaalbetaling als bedoeld in artikel 36, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

Bulgarije

378 884

Tsjechië

472 211

Estland

93 655

Cyprus

29 672

Letland

148 482

Litouwen

187 426

Hongarije

733 206

Polen

1 576 884

Roemenië

987 609

Slowakije

253 038

III.   Jaarlijkse nationale maxima voor de herverdelingsbetaling als bedoeld in artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

België

46 100

Bulgarije

55 900

Duitsland

335 480

Frankrijk

687 718

Kroatië

31 765

Litouwen

72 552

Polen

298 036

Portugal

23 050

Roemenië

101 799

Verenigd Koninkrijk

81 479

IV.   Jaarlijkse nationale maxima voor de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken als bedoeld in artikel 47, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

België

144 557

Bulgarije

238 888

Tsjechië

258 509

Denemarken

245 627

Duitsland

1 437 770

Estland

43 190

Ierland

363 320

Griekenland

550 385

Spanje

1 468 030

Frankrijk

2 063 154

Kroatië

95 294

Italië

1 111 301

Cyprus

14 593

Letland

84 046

Litouwen

145 104

Luxemburg

10 030

Hongarije

402 860

Malta

1 573

Nederland

201 261

Oostenrijk

207 521

Polen

1 035 154

Portugal

179 807

Roemenië

570 959

Slovenië

40 283

Slowakije

135 498

Finland

157 389

Zweden

209 930

Verenigd Koninkrijk

961 573

V.   Jaarlijkse nationale maxima voor de betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen als bedoeld in artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

Denemarken

2 857

Slovenië

2 122

VI.   Jaarlijkse nationale maxima voor de betaling voor jonge landbouwers als bedoeld in artikel 51, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

België

9 095

Bulgarije

3 176

Tsjechië

1 723

Denemarken

14 328

Duitsland

47 926

Estland

979

Ierland

24 221

Griekenland

36 692

Spanje

97 869

Frankrijk

68 772

Kroatië

6 353

Italië

37 043

Cyprus

657

Letland

5 603

Litouwen

6 046

Luxemburg

501

Hongarije

5 371

Malta

21

Nederland

13 417

Oostenrijk

13 835

Polen

34 505

Portugal

11 987

Roemenië

23 752

Slovenië

2 014

Slowakije

1 706

Finland

5 246

Zweden

10 497

Verenigd Koninkrijk

16 405

VII.   Maximumbedragen voor de betaling voor jonge landbouwers als bedoeld in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

België

9 637

Bulgarije

15 926

Tsjechië

17 234

Denemarken

16 375

Duitsland

95 851

Estland

2 879

Ierland

24 221

Griekenland

36 692

Spanje

97 869

Frankrijk

137 544

Kroatië

6 353

Italië

74 087

Cyprus

973

Letland

5 603

Litouwen

9 674

Luxemburg

669

Hongarije

26 857

Malta

105

Nederland

13 417

Oostenrijk

13 835

Polen

69 010

Portugal

11 987

Roemenië

38 064

Slovenië

2 686

Slowakije

9 033

Finland

10 493

Zweden

13 995

Verenigd Koninkrijk

64 105

VIII.   Jaarlijkse nationale maxima voor de vrijwillige gekoppelde steun als bedoeld in artikel 53, lid 7, van Verordening (EU) nr. 1307/2013

(in duizend EUR)

Kalenderjaar

2019

België

80 935

Bulgarije

119 444

Tsjechië

129 255

Denemarken

24 135

Estland

6 142

Ierland

3 000

Griekenland

182 056

Spanje

584 919

Frankrijk

1 031 577

Kroatië

47 647

Italië

478 600

Cyprus

3 891

Letland

42 023

Litouwen

72 552

Luxemburg

160

Hongarije

201 430

Malta

3 000

Nederland

3 350

Oostenrijk

14 526

Polen

505 933

Portugal

117 535

Roemenië

259 043

Slovenië

17 456

Slowakije

67 740

Finland

102 828

Zweden

90 970

Verenigd Koninkrijk

53 129