|
2.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 177/66 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1124 VAN DE COMMISSIE
van 13 maart 2019
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 wat betreft de werking van het EU-register overeenkomstig Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (1), en met name artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van het EU-register (2) zijn de voorschriften vastgesteld voor de werking van het uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) ingestelde EU-register. |
|
(2) |
Alle met betrekking tot de nalevingsperiode van 2013 tot en met 2020 vereiste handelingen moeten overeenkomstig de in Verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie (4) vastgestelde voorschriften worden afgerond. Aangezien bij Beschikking 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) de voorschriften voor de nalevingsperiode van 2013 tot en met 2020 zijn vastgesteld, waaronder ook die met betrekking tot het gebruik van krachtens het Protocol van Kyoto gegenereerde internationale kredieten, blijft die verordening tot 1 juli 2023 op die activiteiten van toepassing, d.w.z. tot het eind van de extra periode voor het nakomen van de verbintenissen van de tweede verbintenisperiode van het Protocol van Kyoto. Om duidelijkheid te scheppen over, enerzijds, de voorschriften die in overeenstemming met Beschikking 406/2009/EG op alle aan de nalevingsperiode van 2013 tot en met 2020 gerelateerde handelingen van toepassing zijn, en, anderzijds, de voorschriften die overeenkomstig Verordening (EU) 2018/842 op alle aan de nalevingsperiode van 2021 tot en met 2030 gerelateerde handelingen van toepassing zijn, moet de werkingssfeer van de desbetreffende bepalingen van Verordening (EU) nr. 389/2013 die na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening van kracht blijven tot handelingen met betrekking tot de nalevingsperiode van 2013 tot en met 2020 worden beperkt. |
|
(3) |
Krachtens Verordening (EU) 2018/842 zijn voor de lidstaten verplichtingen vastgesteld met betrekking tot de minimumbijdragen die zij in de periode 2021 tot en met 2030 moeten leveren om het streefdoel van de Unie te halen, namelijk haar uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 30 % te hebben verminderd in vergelijking met het niveau van 2005. |
|
(4) |
Bij artikel 12 van Verordening (EU) 2018/842 is bepaald dat in het EU-register moet worden gezorgd voor een nauwkeurige boekhouding van de overeenkomstig die verordening verrichte transacties. |
|
(5) |
De jaarlijkse emissieruimte-eenheden moeten worden verleend op de ESR-nalevingsrekeningen van de lidstaten ten behoeve van de naleving van hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2018/842 (“ESR-nalevingsrekeningen”) die bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 in het EU-register zijn ingesteld, in de krachtens artikel 4, lid 3, en artikel 10 van Verordening (EU) 2018/842 bepaalde hoeveelheden. Jaarlijkse emissieruimte-eenheden moeten alleen op de ESR-nalevingsrekeningen van het EU-register worden bijgehouden. |
|
(6) |
Het EU-register moet de tenuitvoerlegging van de nalevingscyclus krachtens Verordening (EU) 2018/842 mogelijk maken door de processen te leveren waarmee de jaarlijkse beoordeelde gegevens over broeikasgasemissies in de ESR-nalevingsrekening kunnen worden opgetekend en het jaarlijkse nalevingsstatuscijfer van de ESR-nalevingsrekening van elke lidstaat voor een bepaalde nalevingsperiode kan worden bepaald en waar nodig ook de processen voor de toepassing van de factor overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2018/842. |
|
(7) |
Het EU-register moet eveneens garanderen dat een nauwkeurige boekhouding wordt gevoerd van de transacties op grond van de artikelen 5, 6, 7 en 11 van Verordening (EU) 2018/842. |
|
(8) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Aan de aanhalingen wordt de volgende tekst toegevoegd: “Gezien Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (*1), en met name artikel 12, lid 1, |
|
2. |
Aan artikel 2 wordt het volgende lid toegevoegd: “Deze verordening is ook van toepassing op jaarlijkse emissieruimte-eenheden (AEA's).”. |
|
3. |
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4. |
In artikel 4 wordt lid 2 vervangen door: “2. De lidstaten gebruiken het EU-register om aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 19 van Richtlijn 2003/87/EG en artikel 12 van Verordening (EU) 2018/842 te voldoen. Het EU-register voorziet in de in deze verordening omschreven processen ten behoeve van de nationale administrateurs en de rekeninghouders.”. |
|
5. |
In artikel 7 wordt lid 5 vervangen door: “5. De centrale administrateur, de bevoegde autoriteiten en de nationale administrateurs voeren alleen de processen uit die nodig zijn voor het vervullen van hun respectieve functies overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG en Verordening (EU) 2018/842.”. |
|
6. |
Artikel 12 wordt vervangen door: “Artikel 12 Opening van door de centrale administrateur beheerde rekeningen 1. De centrale administrateur opent alle ETS-beheerdersrekeningen in het EU-register, de EU-ESR-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's, de afschrijvingsrekening uit hoofde van Verordening (EU) 2018/842 (“ESR-afschrijvingsrekening”), de EU-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's in het kader van bijlage II, de EU-ESR-veiligheidsreserverekening en voor elke lidstaat één ESR-nalevingsrekening voor elk jaar van de nalevingsperiode. 2. De overeenkomstig artikel 7, lid 1, aangewezen nationale administrateur fungeert als gemachtigde vertegenwoordiger van de ESR-nalevingsrekeningen.”. |
|
7. |
Het volgende artikel 27 bis wordt ingevoegd: “Artikel 27 bis Afsluiten van de ESR-nalevingsrekening De centrale administrateur sluit een ESR-nalevingsrekening niet eerder af dan één maand na het vaststellen van het nalevingsstatuscijfer voor die rekening overeenkomstig artikel 59 septies, en na voorafgaande kennisgeving aan de rekeninghouder. Bij het afsluiten van de ESR-nalevingsrekening ziet de centrale administrateur erop toe dat het EU-register de op de ESR-nalevingsrekening resterende AEA's overdraagt naar de ESR-afschrijvingsrekening.”. |
|
8. |
De volgende titel II bis wordt ingevoegd: “TITEL II BIS SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR BOEKING VAN TRANSACTIES OP GROND VAN DE VERORDENINGEN (EU) 2018/842 EN (EU) 2018/841 HOOFDSTUK 1 Transacties op grond van Verordening (EU) 2018/842 Artikel 59 bis Creatie van AEA's 1. Aan het begin van de nalevingsperiode creëert de centrale administrateur:
2. De centrale administrateur ziet erop toe dat het EU-register aan elke AEA een unieke eenheidsidentificatiecode toekent zodra de AEA is gecreëerd. Artikel 59 ter Jaarlijkse emissieruimte-eenheden AEA's kunnen worden gebruikt om te voldoen aan de aan lidstaten opgelegde eisen inzake de beperking van broeikasgasemissies overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) 2018/842 en hun toezeggingen overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) 2018/841. Zij zijn alleen overdraagbaar overeenkomstig de voorwaarden van artikel 5, leden 1 tot en met 5, artikel 6, artikel 9, lid 2, en artikel 11 van Verordening (EU) 2018/842 en artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2018/841. Artikel 59 quater Overdracht van AEA's naar ESR-nalevingsrekeningen 1. Aan het begin van de nalevingsperiode draagt de centrale administrateur een hoeveelheid AEA's gelijk aan de jaarlijkse emissieruimte voor elke lidstaat voor elk jaar zoals vastgesteld in artikel 10, lid 2, van Verordening (EU) 2018/842 en in de besluiten die zijn aangenomen op grond van artikel 4, lid 3, en artikel 10 van Verordening (EU) 2018/842, uit de EU-ESR-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's over naar de relevante ESR-nalevingsrekening. 2. Indien bij het afsluiten van de ESD-nalevingsrekening van de lidstaat voor het jaar 2020, overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) nr. 389/2013, de totale hoeveelheid broeikasgasemissies, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, op die ESD-nalevingsrekening groter is dan de som van alle AEA's, internationale kredieten, tCER's en lCER's, wordt een hoeveelheid die overeenstemt met het teveel aan emissies, vermenigvuldigd met de in artikel 7, lid 1, onder a), van Beschikking 406/2009/EG aangegeven kortingsfactor, in mindering gebracht op de hoeveelheid AEA's die overeenkomstig lid 1 van dit artikel voor het jaar 2021 naar de ESR-nalevingsrekening wordt overgedragen. Artikel 59 quinquies Invoering van de relevante broeikasgasemissiegegevens 1. De centrale administrateur voert de totale hoeveelheid relevante beoordeelde broeikasgasemissiegegevens, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, voor elke lidstaat in de bijbehorende ESR-nalevingsrekening voor dat nalevingsjaar tijdig in, zodra de betrokken beoordeelde broeikasgasemissiegegevens voor het gegeven jaar van de nalevingsperiode voor de meerderheid van de lidstaten beschikbaar zijn. 2. De centrale administrateur voert tevens de som van de relevante beoordeelde broeikasgasemissiegegevens voor alle lidstaten voor een bepaald jaar in de EU-ESR-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's in. Artikel 59 sexies Berekening van het saldo van de ESR-nalevingsrekening 1. Na invoering van de relevante broeikasgasemissiegegevens overeenkomstig artikel 59 quinquies ziet de centrale administrateur erop toe dat het EU-register het saldo van de desbetreffende ESR-nalevingsrekening berekent door de totale hoeveelheid beoordeelde broeikasgasemissies, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, op de desbetreffende ESR-nalevingsrekening af te trekken van de som van alle AEA's op dezelfde ESR-nalevingsrekening. 2. De centrale administrateur ziet erop toe dat het EU-register het saldo van elke ESR-nalevingsrekening weergeeft. Artikel 59 septies Bepaling van nalevingsstatuscijfers 1. De centrale administrateur ziet erop toe dat het EU-register zes maanden na de invoering van de relevante broeikasgasemissiegegevens voor de jaren 2025 en 2030 overeenkomstig artikel 59 quinquies van deze verordening van elke ESR-nalevingsrekening het nalevingsstatuscijfer voor de jaren 2021 en 2026 bepaalt door berekening van de som van alle AEA's, kredieten overeenkomstig artikel 24 bis van Richtlijn 2003/87/EG en LMU's minus de totale hoeveelheid beoordeelde broeikasgasemissies, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, op dezelfde ESR-nalevingsrekening. 2. De centrale administrateur ziet erop toe dat het EU-register van elke ESR-nalevingsrekening het nalevingsstatuscijfer voor elk van de jaren 2022 tot en met 2025 en 2027 tot en met 2030 bepaalt door berekening van de som van alle AEA's, kredieten overeenkomstig artikel 24 bis van Richtlijn 2003/87/EG en LMU's minus de totale hoeveelheid beoordeelde broeikasgasemissies, uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, op dezelfde ESR-nalevingsrekening één maand na de berekening van het nalevingsstatuscijfer voor het voorgaande jaar. De centrale administrateur ziet erop toe dat het EU-register het nalevingsstatuscijfer van elke ESR-nalevingsrekening registreert. Artikel 59 octies Toepassing van artikel 9, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EU) 2018/842 1. Indien het overeenkomstig artikel 59 septies van deze verordening bepaalde nalevingsstatuscijfer negatief is, ziet de centrale administrateur erop toe dat het EU-register het teveel aan beoordeelde broeikasgasemissies uitgedrukt in ton kooldioxide-equivalent, vermenigvuldigd met de in artikel 9, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2018/842 aangegeven factor 1,08, overdraagt van de ESR-nalevingsrekening van de desbetreffende lidstaat voor het gegeven jaar naar de ESR-nalevingsrekening voor het volgende jaar. 2. Tegelijkertijd blokkeert de centrale administrateur de ESR-nalevingsrekeningen voor de resterende jaren van de nalevingsperiode van de betrokken lidstaat. 3. De centrale administrateur verandert de status van de ESR-nalevingsrekening van “geblokkeerd” naar “open” voor alle resterende jaren van de nalevingsperiode vanaf het jaar waarvoor het overeenkomstig artikel 59 septies bepaalde nalevingsstatuscijfer nul of positief is. Artikel 59 nonies Gebruik van de in artikel 6 van Verordening (EU) 2018/842 bedoelde flexibiliteit Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's overdraagt van de EU-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's in het kader van bijlage II naar de ESR-nalevingsrekening van die lidstaat voor een gegeven jaar van de nalevingsperiode. Een dergelijke overdracht wordt niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
Artikel 59 decies Lenen van AEA's Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's van de ESR-nalevingsrekening voor het volgende jaar van de nalevingsperiode overdraagt naar de ESR-nalevingsrekening van die lidstaat voor een gegeven jaar van de nalevingsperiode. Een dergelijke overdracht wordt niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
Artikel 59 undecies Reserveren van AEA's Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's van de ESR-nalevingsrekening van een lidstaat voor een gegeven jaar van de nalevingsperiode overdraagt naar de ESR-nalevingsrekening van een van de daaropvolgende jaren van de nalevingsperiode. Een dergelijke overdracht wordt niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
Artikel 59 duodecies Gebruik van landcompensatie-eenheden (LMU's) Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register landcompensatie-eenheden overdraagt van de LULUCF-nalevingsrekening van een lidstaat naar de ESR-nalevingsrekening van die lidstaat. Een dergelijke overdracht wordt niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
Artikel 59 terdecies Ex-ante-overdrachten van de jaarlijkse emissieruimte van een lidstaat Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's van de ESR-nalevingsrekening voor een gegeven jaar van die lidstaat overdraagt naar de ESR-nalevingsrekening van een andere lidstaat. Een dergelijke overdracht wordt niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
Artikel 59 quaterdecies Overdrachten na de berekening van het saldo van de ESR-nalevingsrekening Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's van de ESR-nalevingsrekening voor een gegeven jaar van die lidstaat overdraagt naar de ESR-nalevingsrekening van een andere lidstaat. Een dergelijke overdracht wordt niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
Artikel 59 quindecies Veiligheidsreserve Na invoering van de relevante broeikasgasemissiegegevens voor het jaar 2030 overeenkomstig artikel 59 quinquies van deze verordening, creëert de centrale administrateur op de EU-ESR-veiligheidsreserverekening een extra hoeveelheid AEA's gelijk aan het verschil tussen 70 % van de som van de beoordeelde emissies voor alle lidstaten voor het jaar 2005, als vastgesteld volgens de methode van het besluit dat is aangenomen op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2018/842, en de som van de beoordeelde broeikasgasemissiegegevens voor het jaar 2030 van alle lidstaten. Deze hoeveelheid komt uit tussen de 0 en 105 miljoen AEA's. Artikel 59 sexdecies Eerste ronde van de verdeling van de veiligheidsreserve 1. Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's voor jaren in de periode van 2026 tot en met 2030 overdraagt van de EU-ESR-veiligheidsreserverekening naar de ESR-nalevingsrekening van die lidstaat overeenkomstig de behoeften van die lidstaat. Dergelijke overdrachten worden niet uitgevoerd in elk van de volgende gevallen:
2. Zes weken voordat het nalevingsstatuscijfer voor het jaar 2026 wordt berekend, zorgt de centrale administrateur ervoor dat in het EU-register de totale hoeveelheid door alle lidstaten overeenkomstig lid 1 aangevraagde AEA's wordt berekend en weergegeven. 3. Indien de in lid 2 bedoelde som groter is dan de totale hoeveelheid AEA's op de EU-ESR-veiligheidsreserverekening zorgt de centrale administrateur ervoor dat de door alle lidstaten gewenste hoeveelheden verhoudingsgewijs verminderd in het EU-register worden overgedragen. 4. De centrale administrateur ziet erop toe dat de verhoudingsgewijs verminderde hoeveelheid in het EU-register wordt berekend door de gevraagde hoeveelheid te vermenigvuldigen met de verhouding van de totale hoeveelheid AEA's op de EU-ESR-veiligheidsreserverekening en de totale door alle lidstaten overeenkomstig lid 1 gevraagde hoeveelheid. Artikel 59 septdecies Tweede ronde van de verdeling van de veiligheidsreserve 1. Indien de in artikel 59 sexdecies, lid 2, bedoelde som lager is dan de totale hoeveelheid AEA's op de EU-ESR-veiligheidsreserverekening, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register aanvullende verzoeken van de lidstaten toestaat op voorwaarde dat:
2. Indien de som van alle geldige verzoeken hoger uitkomt dan de resterende totale hoeveelheid, ziet de centrale administrateur erop toe dat het EU-register de over te dragen hoeveelheid voor elk geldig verzoek berekent door de resterende totale hoeveelheid AEA's op de EU-ESR-veiligheidsreserverekening te vermenigvuldigen met de verhouding van dat verzoek tot de som van alle verzoeken die aan de in lid 1 vastgelegde criteria voldoen. Artikel 59 octodecies Aanpassingen 1. In geval van aanpassingen overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) 2018/842 of van enige andere wijziging van de som als bedoeld in artikel 59 bis van de onderhavige verordening die zou leiden tot een stijging van de jaarlijkse emissieruimte van een lidstaat tijdens de nalevingsperiode, maakt de centrale administrateur een overeenkomstige hoeveelheid AEA's aan op de EU-ESR-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's en draagt hij die hoeveelheid over naar de desbetreffende ESR-nalevingsrekening van de betrokken lidstaat. 2. In geval van aanpassingen overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) 2018/842 of van enige andere wijziging van de som als bedoeld in artikel 59 bis van de onderhavige verordening die zou leiden tot een daling van de jaarlijkse emissieruimte van een lidstaat tijdens de nalevingsperiode, draagt de centrale administrateur een overeenkomstige hoeveelheid AEA's over van de ESR-nalevingsrekening van de betrokken lidstaat naar de ESR-afschrijvingsrekening. 3. Wanneer een lidstaat meedeelt het percentage naar beneden overeenkomstig artikel 6, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) 2018/842 te herzien en na de overeenkomstige wijziging van de vermelde hoeveelheden in het op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2018/842 aangenomen besluit, zorgt de centrale administrateur voor de overdracht van de corresponderende hoeveelheid AEA's van het EU-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's in het kader van bijlage II naar de ESR-afschrijvingsrekening. De totale beschikbare hoeveelheid voor deze lidstaat krachtens artikel 6 van Verordening (EU) 2018/842 wordt dienovereenkomstig gewijzigd. Artikel 59 novodecies Overdrachten van eerder gereserveerde AEA's Indien een lidstaat daarom verzoekt, zorgt de centrale administrateur ervoor dat het EU-register AEA's van de ESR-nalevingsrekening voor een gegeven jaar van de nalevingsperiode overdraagt naar de ESR-nalevingsrekening van die lidstaat voor een van de daaropvolgende jaren van de nalevingsperiode. Een dergelijke overdracht mag niet worden uitgevoerd als:
Artikel 59 vicies Uitvoering en terugdraaiing van overdrachten 1. Voor alle in deze titel omschreven overdrachten gelden de bepalingen van de artikelen 34, 35 en 55. 2. Overdrachten naar ESR-nalevingsrekeningen die per vergissing zijn geïnitieerd, kunnen op verzoek van de nationale administrateur worden teruggedraaid. In dit geval zijn de leden 4, 6, 7 en 8 van artikel 62 van toepassing.”. |
|
9. |
In artikel 70 wordt lid 2 vervangen door: “2. De centrale administrateur zorgt ervoor dat het EUTL op alle processen geautomatiseerde controles uitvoert en daarbij rekening houdt met de technische en gegevensuitwisselingsspecificaties zoals bedoeld in artikel 75, om onregelmatigheden en discrepanties op te sporen waarbij een voorgesteld proces niet in overeenstemming is met de in Richtlijn 2003/87/EG, Verordening (EU) 2018/842 en deze verordening gestelde eisen.”. |
|
10. |
Bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
|
11. |
Bijlage XIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 2
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 maart 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 van de Commissie van 12 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werking van het EU-register (zie bladzijde 3 van dit Publicatieblad).
(3) Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
(4) Verordening (EU) nr. 389/2013 van de Commissie van 2 mei 2013 tot instelling van een EU-register overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, Beschikkingen nrs. 280/2004/EG en 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 920/2010 en 1193/2011 van de Commissie (PB L 122 van 3.5.2013, blz. 1).
(5) Beschikking nr. 406/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de inspanningen van de lidstaten om hun broeikasgasemissies te verminderen om aan de verbintenissen van de Gemeenschap op het gebied van het verminderen van broeikasgassen tot 2020 te voldoen (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 136).
BIJLAGE I
Aan bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 wordt de volgende tabel toegevoegd:
“Tabel I-II: Rekeningen voor boeking van transacties overeenkomstig titel II bis
|
Naam type rekening |
Rekeninghouder |
Administrateur van de rekening |
Aantal rekeningen van dit type |
AEA's |
Geboekte emissies/geboekte verwijderingen |
LMU's |
MFLFA's |
|
EU-ESR-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's |
EU |
centrale administrateur |
1 |
Ja |
Nee |
Nee |
Nee |
|
ESR-afschrijvingsrekening |
EU |
centrale administrateur |
1 |
Ja |
Nee |
Ja |
Nee |
|
EU-rekening voor de totale hoeveelheid AEA's in het kader van bijlage II |
EU |
centrale administrateur |
1 |
Ja |
Nee |
Nee |
Nee |
|
EU-ESR-veiligheidsreserverekening |
EU |
centrale administrateur |
1 |
Ja |
Nee |
Nee |
Nee |
|
ESR-nalevingsrekening |
Lidstaat |
centrale administrateur |
1 voor elk van de 10 nalevingsjaren voor elke lidstaat |
Ja |
Nee |
Ja |
Nee” |
BIJLAGE II
Aan bijlage XIII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122 wordt het volgende punt II toegevoegd:
“II. Informatie met betrekking tot de boeking van transacties overeenkomstig titel II bis
Voor het publiek beschikbare informatie
|
7. |
De centrale administrateur maakt voor elke ESR-nalevingsrekening de volgende informatie openbaar en werkt deze informatie in voorkomend geval binnen 24 uur bij:
|
Informatie beschikbaar voor rekeninghouders
|
8. |
Het EU-register geeft op het gedeelte van de website van het EU-register dat uitsluitend voor de houder van de ESR-nalevingsrekening toegankelijk is, de volgende informatie weer, en werkt deze in real time bij:
|