18.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 160/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/987 VAN DE COMMISSIE

van 29 mei 2019

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 wat betreft de monitoring van CO2-emissies van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend in een meerfasenprocedure

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (1), en met name artikel 8, lid 9, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 van de Commissie (2) verplicht de lidstaten, maar ook de fabrikanten, om bepaalde registratiegegevens van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 510/2011 te rapporteren.

(2)

Een nieuwe regelgevende testprocedure voor het meten van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van lichte voertuigen, de Worldwide Harmonised Light Vehicles Test Procedure (wereldwijd geharmoniseerde testprocedure voor lichte voertuigen, WLTP), zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie (3), heeft tot doel de New European Drive Cycle (nieuwe Europese rijcyclus, NEDC), vastgesteld in Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (4), te vervangen met ingang van 1 september 2019. Deze wijziging heeft ook gevolgen voor de methode voor de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van voertuigen van categorie N1 waarvoor typegoedkeuring in een meerfasenprocedure is verleend (hierna "meerfasenvoertuigen" genoemd).

(3)

Krachtens Verordening (EU) nr. 510/2011 worden de specifieke CO2-emissies van een meerfasenvoertuig toegewezen aan de fabrikant van het basisvoertuig. Om de fabrikant van het basisvoertuig in staat te stellen effectief en met voldoende zekerheid de naleving door dit voertuig van zijn specifieke CO2-emissiedoelstellingen te programmeren, garandeert de methode dat de aan die fabrikant toegewezen CO2-emissies en -massa bekend zijn op het moment van de productie en verkoop van het basisvoertuig en niet pas op het moment dat de fabrikant van de laatste fase het voltooide voertuig op de markt brengt.

(4)

De fabrikant van het basisvoertuig rapporteert aan de Commissie de inputwaarden die worden gebruikt voor de in bijlage II, deel A, punt 1 bis.1, bij Verordening (EU) nr. 510/2011 bedoelde interpolatieberekening, alsmede de CO2-emissies en de waarden van de massa van het incomplete basisvoertuig. Deze waarden moeten worden gebruikt om de gemiddelde specifieke emissies van de fabrikant van het basisvoertuig en de specifieke emissiedoelstelling hiervan te berekenen.

(5)

Fabrikanten van incomplete basisvoertuigen die in het voorgaande kalenderjaar met het oog op de voltooiing ervan door een fabrikant van de tweede fase zijn verkocht, voeren de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 510/2011 gespecificeerde gegevens in in het Business Data Repository van het Europees Milieuagentschap.

(6)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

"3.   Met het oog op de berekening van de voorlopige specifieke emissiedoelstelling en de voorlopige gemiddelde specifieke CO2-emissies en met het oog op de verificatie van de inputwaarden die worden gebruikt overeenkomstig bijlage II, deel A, punt 1 bis.1, bij Verordening (EU) nr. 510/2011 dienen de fabrikanten, via elektronische gegevensoverdracht naar het gegevensarchief dat door het Europees Milieuagentschap wordt beheerd, de gegevens voor elk aan meerfasentypegoedkeuring onderworpen basisvoertuig dat zij in het voorgaande kalenderjaar in de Unie hebben verkocht, zoals gespecificeerd in bijlage II, deel A, punt 1 quater, bij die verordening, in bij de Commissie.

De gegevens worden via elektronische gegevensoverdracht verzonden naar het gegevensarchief dat door het Europees Milieuagentschap wordt beheerd.

4.   Indien fabrikanten de in lid 3 bedoelde gedetailleerde gegevens niet indienen, worden de voorlopige specifieke emissiedoelstelling en de voorlopige gemiddelde specifieke emissies berekend op basis van de door de lidstaten verstrekte gedetailleerde gegevens.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 29 mei 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 145 van 31.5.2011, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 293/2012 van de Commissie van 3 april 2012 inzake de monitoring en rapportering van registratiegegevens van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 98 van 4.4.2012, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie (PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).