3.5.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 116/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/687 VAN DE COMMISSIE

van 2 mei 2019

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de "basisverordening"), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Geldende maatregelen

(1)

De Raad heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 214/2013 (2) definitieve antidumpingrechten ingesteld op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("China", "de VRC" of "het betrokken land"). De thans geldende antidumpingrechten variëren van 0 % tot en met 26,1 % ("de oorspronkelijke maatregelen"). Het onderzoek dat tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid, wordt hierna "het oorspronkelijke onderzoek" genoemd.

(2)

De Raad heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013 (3) ook compenserende rechten ingesteld op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit China. De thans geldende compenserende rechten variëren van 13,7 % tot en met 44,7 %.

(3)

De hoogte van de gecombineerde rechten varieert van 13,7 % tot en met 58,3 %.

1.2.   Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(4)

Na de bekendmaking van een bericht dat de geldende definitieve antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (4), heeft de Commissie op 13 december 2017 een verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 ("de basisverordening") ontvangen. Het verzoek was ingediend door de European Steel Association ("Eurofer") namens producenten die meer dan 70 % van de totale productie in de Unie van bepaalde organisch beklede staalproducten voor hun rekening nemen ("de indiener van het verzoek"). Het verzoek was gebaseerd op de overweging dat het vervallen van de definitieve antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zou leiden tot een herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

(5)

Op 14 maart 2018 heeft de Commissie door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) ("bericht van opening") de opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening aangekondigd.

(6)

De Commissie heeft door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie op 14 maart 2018 (6) ook de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (7) in verband met het vervallen van de compenserende maatregelen ten aanzien van het betrokken product van oorsprong uit de VRC aangekondigd.

1.3.   Onderzoek

1.3.1.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(7)

Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 ("tijdvak van het nieuwe onderzoek" of "TNO"). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2014 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek ("de beoordelingsperiode").

1.3.2.   Belanghebbenden

(8)

In het bericht van opening werden alle belanghebbenden door de Commissie uitgenodigd om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de volgende partijen officieel van de opening van het nieuwe onderzoek in kennis gesteld: de indiener van het verzoek, de bekende producenten in de Unie en de desbetreffende verenigingen, de bekende producenten-exporteurs in China, de bekende niet-verbonden importeurs in de Unie, de haar bekende betrokken niet-verbonden gebruikers in de Unie en de autoriteiten in het land van uitvoer.

(9)

Alle belanghebbenden werd verzocht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen binnen de termijnen zoals vastgesteld in het bericht van opening. De belanghebbenden werden tevens in de gelegenheid gesteld een schriftelijk verzoek om een hoorzitting met de onderzoeksdiensten van de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures in te dienen.

1.3.3.   Steekproef

(10)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

1.3.3.1.   Steekproef van producenten in de Unie

(11)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening. Vóór de opening hadden 21 producenten in de Unie de voor de samenstelling van de steekproef gevraagde informatie verstrekt en zich bereid verklaard om mee te werken met de Commissie. Op basis van deze informatie had de Commissie een voorlopige steekproef samengesteld van drie producenten die representatief bleken te zijn voor de bedrijfstak van de Unie, wat het volume van hun productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie betreft. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden 28 % van de geschatte totale productie in de bedrijfstak van de Unie en 27 % van de totale verkoop door de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De Commissie heeft de belanghebbenden om opmerkingen ten aanzien van de voorlopige steekproef verzocht. Er werden geen opmerkingen ontvangen en de voorlopige steekproef werd derhalve bevestigd. De steekproef werd als representatief voor de bedrijfstak van de Unie beschouwd.

1.3.3.2.   Steekproef van importeurs

(12)

In het verzoek om het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen werden negen niet-verbonden importeurs geïdentificeerd en uitgenodigd om informatie voor de steekproef te verstrekken. Geen van hen heeft zich gemeld.

1.3.3.3.   Steekproef van producenten-exporteurs in China

(13)

Om vast te stellen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in China gevraagd om de in het bericht van opening vermelde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de VRC bij de Europese Unie verzocht mogelijke andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, te identificeren en/of contact met hen op te nemen.

(14)

Twee producenten-exporteurs hebben de steekproefformulieren ingevuld, maar geen van hen produceerde organisch beklede staalproducten zoals omschreven in het bericht van opening. Een derde producent-exporteur heeft zich zes weken na het verstrijken van de termijn voor het invullen van het steekproefformulier kenbaar gemaakt. Deze producent-exporteur kreeg de status van belanghebbende, maar werd als niet-meewerkende producenten-exporteur beschouwd omdat hij het steekproefformulier nooit heeft ingevuld of heeft getracht de vragenlijst voor producent-exporteurs te beantwoorden.

(15)

De producenten-exporteurs in China hebben dus geen medewerking verleend.

1.3.4.   Vragenlijsten en controles ter plaatse

(16)

De Commissie heeft vragenlijsten gestuurd naar de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, de indiener van het verzoek en de Chinese overheid. De drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en de indiener van het verzoek hebben de vragenlijsten beantwoord teruggestuurd.

(17)

De Commissie heeft alle informatie gecontroleerd die zij nodig achtte om de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van de dumping en schade vast te stellen en om het belang van de Unie te bepalen. Bij de volgende belanghebbenden is ter plaatse een controle verricht:

a)

producenten in de Unie:

ArcelorMittal Belgium, België

Marcegaglia Carbon Steel SpA, Italië

Tata Steel Maubeuge SA, Frankrijk

b)

vereniging van producenten in de Unie:

Eurofer, België

1.3.5.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(18)

Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening, achtte de Commissie het passend het onderzoek te openen op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(19)

Om de nodige gegevens te verzamelen voor de eventuele toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening heeft de Commissie bijgevolg in het bericht van opening alle producenten-exporteurs in het betrokken land verzocht de in bijlage III bij het bericht van opening gevraagde informatie met betrekking tot de voor de productie van het onderzochte product gebruikte basisproducten te verstrekken. Dezelfde twee producenten-exporteurs die de steekproefformulieren ingevuld hadden teruggestuurd, hebben ook de in bijlage III gevraagde informatie verstrekt. Aangezien zij het onderzochte product niet produceerden, werden geen antwoorden ontvangen die relevant zijn voor het onderzochte product.

(20)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening nodig acht, heeft de Commissie ook een vragenlijst naar de Chinese overheid gestuurd. Van de Chinese overheid is geen antwoord ontvangen.

(21)

In het bericht van opening heeft de Commissie alle belanghebbenden ook verzocht om binnen 37 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie te verstrekken en bewijsmateriaal in te dienen met betrekking tot de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Van de Chinese overheid of de producenten-exporteurs is in dit verband geen informatie of aanvullend bewijsmateriaal ontvangen.

(22)

In het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moet kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks.

(23)

Op 13 april 2018 heeft de Commissie een eerste mededeling in het dossier ("de mededeling van 13 april 2018") (8) gepubliceerd waarin de belanghebbenden werd verzocht hun standpunt kenbaar te maken over de relevante bronnen die de Commissie mogelijk zou gebruiken voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder e), tweede streepje, van de basisverordening. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, energie en arbeid die bij de productie van het onderzochte product door de producenten-exporteurs worden gebruikt. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks zes mogelijke representatieve landen aangeduid: Argentinië, Colombia, Maleisië, Mexico, Thailand en Zuid-Afrika.

(24)

De Commissie heeft alle belanghebbenden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Commissie heeft alleen opmerkingen van de indiener van het verzoek ontvangen. Noch de autoriteiten van het betrokken land, noch de producenten-exporteurs hebben opmerkingen ingediend.

(25)

De Commissie heeft de opmerkingen van de indiener van het verzoek over de mededeling van 13 april 2018 behandeld in een tweede mededeling van 3 juli 2018 over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde ("de mededeling van 3 juli 2018") (9). De Commissie heeft ook de lijst van productiefactoren opgesteld en geconcludeerd dat Mexico in dat stadium het meest passende representatieve land was in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hierover opmerkingen te maken. De Commissie heeft alleen opmerkingen van de indiener van het verzoek ontvangen. In deze verordening wordt ingegaan op deze opmerkingen.

1.3.6.   Vervolg van de procedure

(26)

Op 22 februari 2019 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen medegedeeld op basis waarvan zij voornemens is antidumpingrechten in te stellen ("mededeling van de definitieve bevindingen"). Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen indienen ten aanzien van de mededeling van feiten en overwegingen.

(27)

Geen van de partijen heeft opmerkingen ingediend over de mededeling van de definitieve bevindingen.

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Betrokken product

(28)

Bij dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen gaat het om hetzelfde product als bij het oorspronkelijke onderzoek, namelijk bepaalde organisch beklede staalproducten, d.w.z. gewalste platte producten van niet-gelegeerd of gelegeerd staal (uitgezonderd roestvrij staal), aan ten minste één zijde geverfd, gevernist of bekleed met kunststof, met uitzondering van zogenaamde "sandwichpanelen" van de soort gebruikt in de bouw, bestaande uit twee metalen buitenplaten met een stabiliserende kern van isolatiemateriaal, met uitzondering van producten met een laatste bekleding van zinkstof (een zinkrijke verf die 70 of meer gewichtspercenten zink bevat) en met uitzondering van producten met een met chroom of tin bekleed substraat, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7210 70 80, ex 7212 40 80, ex 7225 99 00 en ex 7226 99 70 (Taric-codes 7210708011, 7210708091, 7212408001, 7212408021, 7212408091, 7225990011, 7225990091, 7226997011 en 7226997091), van oorsprong uit China ("het onderzochte product" of "OBS").

(29)

Het onderzochte product wordt verkregen door op gewalste platte staalproducten een organische bekleding aan te brengen. Deze organische bekleding biedt staalproducten bescherming en esthetische en functionele eigenschappen.

(30)

Het onderzochte product wordt hoofdzakelijk gebruikt in de bouw en voor verdere verwerking in bouwproducten. Ook wordt het toegepast in huishoudelijke apparaten.

2.2.   Soortgelijk product

(31)

Geen van de belanghebbenden heeft opmerkingen ingediend over het soortgelijke product. Zoals reeds was vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek, is in dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen dus bevestigd dat het op de binnenlandse markt van China en van het representatieve land Mexico geproduceerde en verkochte product en het in de Unie door de producenten in de Unie geproduceerde en verkochte product dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt. Daarom worden deze producten beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

3.1.   Inleidende opmerkingen

(32)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of voortzetting of herhaling van dumping bij uitvoer uit de VRC waarschijnlijk is indien de geldende maatregelen zouden komen te vervallen.

(33)

Zoals vermeld in overweging 15 hebben er geen Chinese producenten-exporteurs meegewerkt aan het onderzoek. De producenten-exporteurs hebben dus de vragenlijst niet beantwoord en ook geen gegevens verstrekt over uitvoerprijzen en -kosten, binnenlandse prijzen en kosten, capaciteit, productie, investeringen enz. De Chinese overheid en de producenten-exporteurs hebben evenmin opmerkingen gemaakt over het bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het werkdocument van de diensten van de Commissie met de titel "Significant Distortions in the Economy of the People's Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations" ("Verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken") (10) ("het rapport") en het door de indiener van het verzoek verstrekte aanvullende bewijsmateriaal waaruit blijkt dat deze prijzen en kosten zijn beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens.

(34)

De Commissie heeft de Chinese autoriteiten en de in overweging 14 genoemde derde producent-exporteur in kennis gesteld van de toepassing van artikel 18, lid 1, van de basisverordening en hen in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen.

(35)

Op deze grondslag zijn de hierna uiteengezette bevindingen betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, in de opmerkingen van de belanghebbenden en de beschikbare statistische gegevens in de databank van artikel 14, lid 6.

3.2.   Voortzetting van invoer met dumping tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek

(36)

Voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek blijkt uit de statistische gegevens van de databank van artikel 14, lid 6, dat een geringe hoeveelheid OBS uit de VRC in de Unie is ingevoerd, namelijk 6 338 ton, wat overeenkomt met 0,1 % van het totale verbruik in de Unie. OBS werd echter in 16 lidstaten ingevoerd en de invoer vond gedurende het gehele tijdvak van het nieuwe onderzoek plaats. De Commissie heeft bijgevolg geconcludeerd dat de werkelijke invoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek representatief was en derhalve onderzocht of de dumping tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet.

3.2.1.   Normale waarde

(37)

Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de basisverordening is "[d]e normale waarde […] normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald".

(38)

In artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening is evenwel bepaald dat "[w]anneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, […] de normale waarde uitsluitend [wordt] berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen", en "een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst [omvat]". Zoals hieronder nader wordt uitgelegd, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het, op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, passend was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.2.2.   Bestaan van verstoringen van betekenis

3.2.2.1.   Inleiding

(39)

In artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening worden verstoringen van betekenis als volgt gedefinieerd: "verstoringen die zich voordoen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en energie, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, doordat zij door aanzienlijk overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis, wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van een of meer van de volgende factoren:

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen;

overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt;

discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden;

het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving;

verstoringen van loonkosten;

toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat.".

(40)

In artikel 2, lid 6 bis, onder c) is bepaald dat "[w]anneer de Commissie beschikt over gegronde aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verstoringen van betekenis zoals bedoeld onder b), in een bepaald land of een bepaalde sector in dat land, en waar passend voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, […] zij een rapport [opstelt] waarin de marktomstandigheden, zoals bedoeld onder b), in dat land of die sector worden beschreven; zij […] dat rapport openbaar [maakt] en […] geregeld [actualiseert]" .

(41)

Belanghebbenden werd verzocht het in het onderzoeksdossier vervatte bewijsmateriaal ten tijde van de opening van het onderzoek te weerleggen, te becommentariëren of aan te vullen. In dat kader heeft de Commissie het rapport opgesteld waaruit blijkt dat er op vele niveaus van de economie sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen, met inbegrip van specifieke verstoringen in veel belangrijke productiefactoren (zoals grond, energie, kapitaal, grondstoffen en arbeid) en in specifieke sectoren (zoals staal en chemische stoffen). Het rapport is in het onderzoeksdossier opgenomen in de fase van de opening. Het verzoek bevatte tevens relevant bewijsmateriaal dat het rapport aanvulde.

(42)

De indiener van het verzoek heeft in punt 71 van en bijlage 18 bij het verzoek verwezen naar een document van het Amerikaanse ministerie van Handel (Department of Commerce — US DOC) (11). Volgens het US DOC valt de staalsector onder de "basis- en fundamentele industrieën", waarover de staat "een betrekkelijk sterke zeggenschap moet behouden". Het document van het US DOC bevat een verwijzing naar het "SASAC-document" (12) dat economische sectoren, al naargelang de waargenomen behoefte aan zeggenschap van de overheid, verdeelt in drie categorieën en bijbehorende subcategorieën, te weten: 1) strategische industrieën, die "van invloed zijn op de nationale veiligheid en de levensader van de economie", waarover de staat "absolute zeggenschap moet behouden"; 2) "basis- en fundamentele industrieën", waarover de staat "een betrekkelijk sterke zeggenschap moet behouden"; of 3) andere industrieën waarop de staat "invloed moet blijven uitoefenen". Het SASAC-document stelt ook een algemeen doel vast om tegen 2010 een groep van belangrijke kernondernemingen te vormen met een vrij sterke invloed en aandrijfkracht ten behoeve van de ontwikkeling van een industrie, hetgeen inhoudt dat er een sterke fundering moet worden gelegd voor belangrijke kernondernemingen in de petrochemische, telecom-, elektriciteits-, scheepvaart- en bouwindustrie zodat zij zich kunnen ontwikkelen en wereldwijd eersteklas ondernemingen kunnen worden, en voor belangrijke kernondernemingen in de automobiel-, machine- en IT-industrie zodat zij wereldwijd eersteklas ondernemingen kunnen worden.

(43)

Met betrekking tot de kosten van warmgewalst staal ("WGS") en koudgewalst staal ("KGS") die nodig zijn voor herwalsing, heeft de indiener van het verzoek verwezen naar eerdere verordeningen van de Unie tot instelling van compenserende rechten (13), waarbij de Commissie had vastgesteld dat platte producten van zowel KGS als WGS worden gesubsidieerd. Volgens de indiener van het verzoek heeft dit tot een kunstmatig lage kostprijs van de eindproducten geleid. Bovendien heeft de indiener van het verzoek een verslag van THINK!DESK (14) aangehaald en aangevoerd dat dit verslag ook het bewijs leverde dat veel Chinese producenten in staat werden gesteld om platte producten van WGS op de Chinese markt aan te bieden tegen verstoorde prijzen.

(44)

Ten slotte heeft de indiener van het verzoek op basis van de door Global Platts verstrekte gegevens (15) ook aangevoerd dat de huidige Chinese binnenlandse prijzen voor WGS en KGS nog steeds lager liggen dan de internationale prijzen.

(45)

Wat zink en de dominantie van de mijnbouwsector door staatsondernemingen betreft, heeft de indiener van het verzoek, naast het bewijsmateriaal in het rapport, ook bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat in China momenteel een uitvoerbelasting van 30 % op zink wordt geheven (zie de punten 87-89 van en bijlage 18 bij het verzoek).

(46)

De indiener van het verzoek heeft verder aangevoerd dat de markt voor chemische componenten onderhevig is aan verstoringen van betekenis, die op hun beurt leiden tot verstoringen van betekenis op de markt voor verf en andere chemische bekledingsproducten die voor de productie van organisch beklede staalproducten worden gebruikt. Daarbij heeft hij zich gebaseerd op het bewijsmateriaal in het rapport (hoofdstuk 16 "Chemical sector"). Met name wordt in het rapport vermeld dat volgens de China Chemical Enterprise Management Association de grootste chemische ondernemingen (in 2015, gebaseerd op de verkoopinkomsten) in China staatsondernemingen zijn, waaronder acht van de tien grootste chemische ondernemingen (16). Bovendien heeft de indiener van het verzoek verwezen naar het in bijlage 18 bij het verzoek gevoegde KPMG-verslag, waaruit bleek dat de tien grootste Chinese chemische ondernemingen in handen van de staat zijn.

(47)

In aanvulling op het rapport heeft de indiener van het verzoek met betrekking tot elektriciteit aangevoerd dat OBS-producenten preferentiële elektriciteitstarieven genieten (17) en dat Chongquing Wanda Steel Strip een lager elektriciteitstarief zou hebben genoten dan het tarief dat algemeen van toepassing is voor grote industriële ondernemingen (18). Tot slot heeft de indiener van het verzoek openbaar beschikbare informatie verstrekt waaruit blijkt dat Shougang Group en Inner Mongolia Baotou Steel Union gesubsidieerde elektriciteitstarieven hebben genoten (19).

(48)

In aanvulling op het rapport heeft de indiener van het verzoek er met betrekking tot de preferentiële leningen en andere financiële steun op gewezen dat de zeggenschap van de Chinese overheid over lokale banken, volgens een recent persbericht, verder is uitgebreid in 2017 als gevolg van de ontwikkelingen op wetgevingsgebied (20). De indiener van het verzoek heeft zich ook beroepen op de bevindingen van het US DOC dat de sector "fundamenteel verstoord blijft, zowel vanuit het oogpunt van risicoprijsstelling als van de toewijzing van middelen. Bovendien […] blijkt uit een analyse van de dynamiek van de rentevoeten dat de rentevoeten nog steeds nauw verbonden zijn met door de overheid gepubliceerde "referentiepercentages" en dus nog niet door de markt worden bepaald. Zachte budgettaire beperkingen, niet-zakelijke prijzen, impliciete overheidsgaranties en beleidsrichtlijnen vanuit de overheid verstoren direct of indirect de formele banksector, de markt tussen de banken, de obligatiemarkt en het "schaduwbankieren". Deze verstoringen kunnen direct in verband worden gebracht met de participatie en zeggenschap van de overheid en met de alomtegenwoordige en indringende rol van de staat in het financiële systeem van China."  (21).

(49)

De indiener van het verzoek heeft eraan herinnerd dat de Commissie in haar vorige onderzoeken heeft vastgesteld dat belangrijke OBS-producenten subsidies ontvingen in de vorm van preferentiële leningen, schuld-voor-aandelenswaps, kapitaalinjecties en vrijstelling van de uitkering van dividenden aan de Chinese overheid in haar hoedanigheid van hoofdaandeelhouder (22). Bovendien heeft de indiener van het verzoek een aantal andere OBS-producenten geïdentificeerd uit wiens jaarverslag blijkt dat zij preferentiële leningen hebben ontvangen (23).

(50)

Tot slot heeft de indiener van het verzoek een verslag van THINK!DESK aangehaald, waarin ten minste zes OBS-producenten worden genoemd ten gunste van wie in de jaren 2016-2017 in de Chinese staalindustrie overheidssteunmaatregelen ten uitvoer zijn gelegd in de vorm van schuldafbouw en schuld-voor-aandelenswaps. Deze maatregelen werden door THINK!DESK als subsidies aangemerkt (24).

(51)

In het verzoek is gewezen op een aantal vermeende bijkomende verstoringen in de vorm van fiscale steun en lage milieunormen in China, die reeds in het rapport zijn vermeld. In het bijzonder heeft de indiener van het verzoek verwezen naar eerdere bevindingen van de Commissie met betrekking tot diverse programma's inzake vrijstelling en vermindering van directe belastingen die het belastbaar inkomen van de staalondernemingen kunstmatig hebben verlaagd, programma's inzake indirecte belastingen (btw) en invoerrechten, en diverse (ad-hoc)subsidieprogramma's (25). De indiener van het verzoek heeft verder aangevoerd dat deze programma's thans nog steeds actief en beschikbaar zijn.

(52)

Met betrekking tot milieunormen heeft de indiener van het verzoek een in bijlage 18 bij het verzoek gevoegd OESO-verslag (26) aangehaald, waaruit aantoonbaar blijkt dat de Chinese overheid indirect steun verleent aan staalfabrikanten door de naleving van basismilieunormen niet af te dwingen, in tegenstelling tot producenten in de Unie, die aan veel strengere milieunormen zijn onderworpen, met name gezien de recente ontwikkeling waarbij de REACH-verordening het voortdurende gebruik van chromaten in de voorbehandelingsfase van de productie van OBS verbiedt (ook besproken in de punten 12-16 van het verzoek).

(53)

De Commissie zal onderzoeken of het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening al dan niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in China. Daartoe zal zij gebruikmaken van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in het rapport, dat gebaseerd is op openbaar beschikbare bronnen. Bij deze analyse zal niet alleen het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie in het algemeen worden onderzocht, maar ook de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. Zoals vermeld in de overwegingen 16 tot en met 20 hebben noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport, en het door de indiener van het verzoek verstrekte aanvullende bewijsmateriaal over het bestaan van verstoringen van betekenis en/of over de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.

3.2.2.2.   Verstoringen van betekenis die van invloed zijn op de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC: algemene economische context

(54)

De grondslag van het Chinese economische systeem, namelijk het concept van de zogenaamde "socialistische markteconomie", staat haaks op de notie van het vrije spel van marktkrachten. Dat concept is vastgelegd in de Chinese grondwet en bepaalt het economische bestuur van China. Het kernbeginsel is "socialistisch staatseigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectief eigendom van de werkende bevolking". De staatseconomie wordt beschouwd als de "leidende kracht van de nationale economie" en de staat heeft het mandaat "om de consolidatie en groei ervan te waarborgen(27). Bijgevolg maakt de algemene opzet van de Chinese economie niet alleen aanzienlijk overheidsingrijpen in de economie mogelijk, maar behoort dergelijk ingrijpen ook uitdrukkelijk tot de taken van de overheid. Het begrip suprematie van het staatseigendom over het private eigendom doordringt het hele rechtssysteem en wordt als algemeen beginsel in de centrale wetgeving benadrukt. Het Chinese eigendomsrecht is daar een goed voorbeeld van: het betreft de primaire fase van het socialisme en vertrouwt de staat de handhaving van het economische basissysteem toe, waarin het staatseigendom een dominante rol speelt. Andere vormen van eigendom worden getolereerd, waarbij de wet toelaat dat zij zich naast het staatseigendom ontwikkelen (28).

(55)

Bovendien wordt de socialistische markteconomie volgens de desbetreffende Chinese wetgeving ontwikkeld onder leiding van de Chinese Communistische Partij (CCP). De structuren van de Chinese staat en van de CCP zijn op elk niveau (juridisch, institutioneel, personeel) met elkaar verweven en vormen een superstructuur waarin de rollen van de CCP en de staat niet van elkaar te onderscheiden zijn. Na een wijziging van de Chinese grondwet in maart 2018 werd de leidende rol van de CCP nog prominenter gemaakt door de herbevestiging ervan in de tekst van artikel 1 van de grondwet. Na de huidige eerste zin van dat artikel ("Het socialistisch systeem is het fundamentele systeem van de Volksrepubliek China.") is een nieuwe tweede zin ingevoegd die luidt: "Het leiderschap van de Communistische Partij van China is het essentiële kenmerk van het socialisme met Chinese karakteristieken.(29). Dit illustreert de onbetwiste en steeds toenemende zeggenschap van de CCP over het economische systeem van China. Deze zeggenschap is inherent aan het Chinese systeem en gaat veel verder dan de gebruikelijke situatie in andere landen waar de regeringen een brede macro-economische zeggenschap uitoefenen binnen de grenzen van de vrije marktwerking.

(56)

De Chinese staat voert een interventionistisch economisch beleid om doelstellingen na te streven die samenvallen met de politieke agenda van de CCP en niet zozeer de heersende economische omstandigheden op een vrije markt weerspiegelen (30). De interventionistische economische instrumenten die door de Chinese autoriteiten worden ingezet zijn talrijk en omvatten onder meer het systeem van industriële planning, het financiële systeem en diverse facetten van de regelgeving.

(57)

Ten eerste — op het niveau van de algemene administratieve zeggenschap — wordt de richting van de Chinese economie bepaald door een complex systeem van industriële planning dat alle economische activiteiten in het land beïnvloedt. Al deze plannen samen bestrijken een alomvattende en complexe matrix van sectoren en transversale beleidsmaatregelen en zijn aanwezig op alle overheidsniveaus. De plannen op provinciaal niveau zijn over het algemeen vrij gedetailleerd, terwijl in de nationale plannen iets bredere doelen worden gesteld. In de plannen wordt ook het instrumentarium vastgesteld om de desbetreffende bedrijfstakken/sectoren te ondersteunen, alsook de tijdsbestekken waarbinnen de doelstellingen moeten worden bereikt. Sommige plannen bevatten nog steeds expliciete productiestreefcijfers, terwijl dit in eerdere planningscycli regelmatig voorkwam. In het kader van de plannen worden afzonderlijke industriële sectoren en/of projecten aangewezen als (positieve of negatieve) prioriteiten in overeenstemming met de prioriteiten van de overheid en worden er specifieke ontwikkelingsdoelstellingen aan toegekend (industriële modernisering, internationale expansie enz.). De marktdeelnemers — zowel particuliere als staatsondernemingen — moeten hun bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk aanpassen aan de door het planningssysteem opgelegde realiteiten. Dit is niet alleen vanwege het formeel bindende karakter van de plannen. Van belang is dat de bevoegde Chinese autoriteiten op alle overheidsniveaus zich aan het systeem van plannen houden en dat zij hun verworven bevoegdheden dienovereenkomstig gebruiken, waardoor de marktdeelnemers ertoe worden aangezet de in de plannen vastgestelde prioriteiten na te leven (zie ook punt 3.2.2.5 hieronder) (31).

(58)

Ten tweede — op het niveau van de toewijzing van financiële middelen — wordt het financiële systeem van China gedomineerd door de handelsbanken in staatseigendom. Deze banken moeten zich bij het opzetten en uitvoeren van hun kredietbeleid afstemmen op de doelstellingen van het industriebeleid van de regering in plaats van zich in de eerste plaats te buigen over de economische merites van een bepaald project (zie ook punt 3.2.2.8 hieronder) (32). Hetzelfde geldt voor de andere onderdelen van het Chinese financiële systeem, zoals de aandelenmarkten, obligatiemarkten, private-equitymarkten enz. Hoewel deze onderdelen van de financiële sector minder belangrijk zijn dan de banksector, zijn zij institutioneel en operationeel opgezet op een manier die er niet op gericht is de efficiënte werking van de financiële markten te maximaliseren, maar de zeggenschap te waarborgen en het ingrijpen door de staat en de CCP mogelijk te maken (33).

(59)

Ten derde — op het niveau van de regelgeving — kan de staat op verschillende manieren ingrijpen in de economie. De regels inzake overheidsopdrachten worden bijvoorbeeld regelmatig gebruikt bij het nastreven van andere beleidsdoelstellingen dan economische efficiëntie, waardoor de marktbeginselen op dit gebied worden ondermijnd. In de toepasselijke wetgeving is uitdrukkelijk vastgesteld dat overheidsopdrachten moeten worden uitgeschreven om de verwezenlijking van de in het overheidsbeleid vastgestelde doelstellingen te bevorderen. De aard van deze doelstellingen blijft echter onduidelijk, waardoor de besluitvormende organen over een ruime beoordelingsmarge beschikken (34). Ook op het gebied van investeringen behoudt de Chinese overheid aanzienlijke zeggenschap en invloed over de bestemming en de omvang van zowel staats- als particuliere investeringen. De doorlichting van investeringen en diverse stimulansen, beperkingen en verbodsbepalingen in verband met investeringen worden door de autoriteiten gebruikt als een belangrijk instrument ter ondersteuning van de doelstellingen van het industriebeleid, zoals de handhaving van de zeggenschap van de staat over belangrijke sectoren of de versterking van de binnenlandse industrie (35).

(60)

Kortom, het Chinese economische model is gebaseerd op een aantal fundamentele axioma's die voorzien in een hoge mate van overheidsingrijpen en dit aanmoedigen. Dergelijk aanzienlijk overheidsingrijpen staat haaks op het vrije spel van marktkrachten, waardoor de effectieve toewijzing van middelen volgens de marktbeginselen wordt verstoord (36).

3.2.2.3.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), eerste streepje, van de basisverordening: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen

(61)

Tegen die achtergrond van staatsingrijpen en dominantie van staatseigendom in het Chinese economische model vormen staatsondernemingen een essentieel onderdeel van de Chinese economie. De overheid en de CCP handhaven structuren die ervoor zorgen dat zij hun invloed op staatsondernemingen kunnen blijven uitoefenen. De staatspartij is niet alleen actief betrokken bij de formulering van het economisch beleid en het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan door individuele staatsondernemingen, maar doet ook haar rechten gelden om deel te nemen aan de operationele besluitvorming in staatsondernemingen. Dit gebeurt doorgaans door de roulatie van leidinggevend personeel tussen overheidsinstanties en staatsondernemingen, door de aanwezigheid van partijleden in de uitvoerende organen van staatsondernemingen en van partijcellen in ondernemingen (zie ook punt 3.2.2.4), alsook door het vormgeven van de bedrijfsstructuur van de sector staatsondernemingen (37). In ruil daarvoor genieten staatsondernemingen een bijzondere status binnen de Chinese economie, wat een aantal economische voordelen inhoudt, zoals met name afscherming tegen concurrentie en preferentiële toegang tot relevante basisproducten, waaronder financiële middelen (38).

(62)

Met name in de staalsector is er nog steeds sprake van een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid. De nominale verdeling tussen het aantal staatsondernemingen en particuliere ondernemingen is volgens ramingen weliswaar bijna gelijk, maar van de vijf Chinese staalproducenten die tot 's werelds tien grootste staalproducenten behoren, zijn er vier staatsondernemingen (39). En terwijl de tien grootste producenten in 2016 slechts ongeveer 36 % van de totale industriële productie voor hun rekening namen, streeft de Chinese overheid ernaar om tegen 2025 60 % tot 70 % van de ijzer- en staalproductie te consolideren rond ongeveer tien grote ondernemingen (40). Een dergelijke consolidatie kan leiden tot gedwongen fusies tussen winstgevende particuliere ondernemingen en ondermaats presterende staatsondernemingen (41).

(63)

Door de hoge mate van overheidsingrijpen in de staalindustrie en een groot aandeel van staatsondernemingen in de sector, worden zelfs particuliere staalproducenten verhinderd om onder marktvoorwaarden te opereren. Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de staalsector zijn immers ook onderworpen aan beleidstoezicht, zoals uiteengezet in punt 3.2.2.5 hieronder.

(64)

Zeggenschap van de staat over en staatsingrijpen in staatsondernemingen vallen niet buiten het beschreven algemene kader. Veel van de grote OBS-producenten zijn in handen van de staat. Het beschikbare bewijsmateriaal wijst er namelijk op dat OBS-producenten in de VRC in dezelfde mate in handen zijn van de Chinese overheid en onderworpen zijn aan dezelfde zeggenschap of hetzelfde beleidstoezicht van de Chinese overheid en dus niet volgens de marktbeginselen opereren (42).

3.2.2.4.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), tweede streepje, van de basisverordening: overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt

(65)

Naast de uitoefening van zeggenschap over de economie door staatsondernemingen in handen te hebben en andere instrumenten, kan de Chinese staat zich ook in de prijzen en kosten mengen via overheidsdeelneming in ondernemingen. Hoewel het recht van de desbetreffende autoriteiten om leidinggevend personeel in staatsondernemingen aan te stellen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als een afspiegeling van de overeenkomstige eigendomsrechten (43), vormen CCP-cellen in ondernemingen, die al dan niet in staatseigendom zijn, een ander kanaal waarlangs de staat zich kan mengen in zakelijke beslissingen. Volgens het Chinese vennootschapsrecht moet in elke onderneming een CCP-organisatie worden opgericht en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. In het verleden lijkt deze vereiste niet altijd te zijn nageleefd of strikt te zijn gehandhaafd. Sinds ten minste 2016 heeft de CCP echter haar aanspraken op zeggenschap over de zakelijke besluitvorming in staatsondernemingen opgeschroefd als politiek beginsel. De CCP zou volgens meldingen ook druk uitoefenen op particuliere bedrijven om "patriottisme" voorop te stellen en de partijdiscipline te volgen (44). Volgens berichten waren er in 2017 in 70 % van de ongeveer 1,86 miljoen particuliere ondernemingen partijcellen opgericht en oefenden de CCP-organisaties steeds meer druk uit om binnen hun respectieve ondernemingen het laatste woord te hebben over de zakelijke beslissing (45). Deze regels zijn algemeen van toepassing in de Chinese economie, ook bij de producenten van OBS en de leveranciers van hun basisproducten.

(66)

Met name in de staalsector (met inbegrip van het onderzochte product en de leveranciers van de belangrijkste basisproducten) zijn veel van de grote staalproducenten (waaronder producenten van OBS) in handen van de staat. In het "Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020" (46) worden sommige producenten specifiek genoemd als voorbeelden van de verwezenlijkingen van het Twaalfde Vijfjarenplan (zoals Baosteel, Anshan Iron and Steel, Wuhan Iron and Steel enz.). In de openbare documenten van de OBS-producent in staatseigendom wordt soms de band met de Chinese staat benadrukt. Zo heeft Baoshan Iron & Steel (of Baosteel) in het halfjaarverslag 2016 verklaard: "De onderneming heeft zich ertoe verbonden om het Dertiende Vijfjarenplan voor de regio te evenaren en heeft een brede consensus bereikt met de lokale overheden over het delen van middelen, het verbinden van stedelijke industrieën en de totstandbrenging van een ecologische omgeving(47). In het recente antisubsidieonderzoek van bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal ("WPP") van oorsprong uit China (48) heeft de Commissie vastgesteld dat drie van de vier in de steekproef opgenomen groepen producenten-exporteurs staatsondernemingen waren. In alle drie de groepen fungeerden de voorzitters van de raad van bestuur of de presidenten ook als secretaris van het partijcomité van de CCP-organisatie van de groep.

(67)

De aanwezigheid en het ingrijpen van de staat in de financiële markten (zie ook punt 3.2.2.8 hieronder) en in de levering van grondstoffen en basisproducten hebben tevens een verstorend effect op de markt (49). De aanwezigheid van de staat in ondernemingen, waaronder staatsondernemingen, in de staalindustrie en andere sectoren (zoals de financiële sector en de sector voor basisproducten) maakt het de Chinese overheid dus mogelijk zich te mengen in de prijzen en kosten.

3.2.2.5.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), derde streepje, van de basisverordening: discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden

(68)

De richting van de Chinese economie wordt in belangrijke mate bepaald door een uitgebreid planningssysteem dat prioriteiten stelt en de doelen voorschrijft waar de centrale en lokale overheden zich op moeten richten. Er bestaan relevante plannen op alle overheidsniveaus en zij bestrijken vrijwel alle economische sectoren. De doelstellingen van de planningsinstrumenten zijn bindend van aard en de autoriteiten op elk bestuursniveau houden toezicht op de uitvoering van de plannen door het overeenkomstige lagere bestuursniveau. Over het geheel genomen leidt het planningssysteem in China ertoe dat de middelen worden ingezet in sectoren die door de regering als strategisch of anderszins van politiek belang zijn aangemerkt, in plaats van dat ze worden toegewezen in overeenstemming met de marktkrachten (50).

(69)

De staalindustrie, met inbegrip van de productie van OBS als een hoogwaardig staalproduct, wordt door de Chinese overheid als een belangrijke industrie beschouwd (51). Dit wordt bevestigd in de talrijke plannen, richtsnoeren en andere op de staalsector gerichte documenten, die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden gepubliceerd, zoals het "Plan voor de aanpassing en modernisering van de staalindustrie voor 2016-2020". In dit plan staat te lezen dat de staalindustrie "een belangrijke, fundamentele sector van de nationale economie en een hoeksteen van de natie is(52). De belangrijkste taken en doelstellingen van dit plan hebben betrekking op alle aspecten van de ontwikkeling van de industrie (53).

(70)

Het 13e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling (54) voorziet in steun aan ondernemingen die hoogwaardige soorten staalproducten produceren (55). Het is er ook op gericht productkwaliteit, duurzaamheid en betrouwbaarheid te bereiken door ondernemingen te ondersteunen die gebruikmaken van technologieën met betrekking tot schone productie van staal, precisiewalsen en kwaliteitsverbetering (56).

(71)

In de "Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie 2011) (wijziging 2013)" (57) ("de catalogus") worden de ijzer- en staalindustrieën genoemd als bevorderde sectoren. In het bijzonder bevordert de catalogus de "[o]ntwikkeling en toepassing van technologieën voor beter presterende, hoogwaardige en verbeterde staalproducten, met inbegrip van maar niet beperkt tot zeer sterke automobielplaten van niet minder dan 600 MPa, hoogwaardig pijpleidingstaal voor olie- en gastransmissie, zeer sterke brede en dikke platen voor vaartuigen, scheepsbouwstaal, platen met een gemiddelde dikte van niet minder dan 420 MPa voor gebouwen, bruggen en andere constructies, staal voor hogesnelheidsspoorlijnen en spoorlijnen voor zwaar transport, siliciumstaal met laag ijzerverlies en hoge magnetische inductie, corrosie- en slijtvast staal, gelegeerd grondstofbesparend roestvrij staal (modern ferritisch roestvrij staal, duplex roestvrij staal en stikstofhoudend roestvrij staal), speciale stalen staven en walsdraad voor hoogwaardige basisonderdelen (hoogwaardige tandwielen, bouten of zeer sterke veren boven graad 12.9 en lagers met lange levensduur) en hoogwaardig speciaal gesmeed staal (o.a. gereedschapsstaal en matrijzenstaal, roestvrij staal en staal voor machines)". De toepasselijkheid van de catalogus werd bevestigd door het recente antisubsidieonderzoek betreffende bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal ("WPP") van oorsprong uit China (58).

(72)

De Chinese overheid stuurt de ontwikkeling van de sector verder aan de hand van een breed scala aan beleidsinstrumenten en richtlijnen in verband met onder meer: marktsamenstelling en -herstructurering, grondstoffen (59), investeringen, terugdringing van capaciteit, productassortiment, verplaatsing van bedrijfsactiviteit, modernisering enz. Via deze en andere middelen stuurt en controleert de Chinese overheid vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en de werking van de sector (60). Het huidige probleem van overcapaciteit illustreert waarschijnlijk het duidelijkst de gevolgen van het beleid van de Chinese overheid en de daaruit voortvloeiende verstoringen.

(73)

Kortom, de Chinese overheid heeft maatregelen ingevoerd om de marktdeelnemers ertoe aan te zetten zich te houden aan de beleidsdoelstellingen van de overheid om bevorderde sectoren te ondersteunen, met inbegrip van de productie van OBS als een hoogwaardig staalproduct en de grondstoffen die voor de productie ervan worden gebruikt. Dergelijke maatregelen belemmeren de normale marktwerking.

3.2.2.6.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), vierde streepje, van de basisverordening: het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving

(74)

Het Chinese systeem voor faillissementen is kennelijk ongeschikt om op zichzelf de belangrijkste doelstellingen te verwezenlijken, zoals een billijke vereffening van vorderingen en schulden en de bescherming van de wettelijke rechten en belangen van crediteuren en debiteuren. Dit lijkt te liggen aan het feit dat de Chinese faillissementswetgeving formeel op soortgelijke beginselen berust als de overeenkomstige wetten in andere landen, maar dat het Chinese systeem wordt gekenmerkt door een systematische ondermaatse handhaving. Het aantal faillissementen blijft notoir laag in verhouding tot de omvang van de economie van het land, niet in de laatste plaats omdat de insolventieprocedures te kampen hebben met een aantal tekortkomingen, die in feite een ontmoedigend effect hebben op het indienen van faillissementsaanvragen. Bovendien blijft de rol van de staat in de insolventieprocedures sterk en actief, hetgeen vaak van directe invloed is op de uitkomst van de procedure (61).

(75)

Bovendien zijn de tekortkomingen van het systeem van eigendomsrechten bijzonder uitgesproken met betrekking tot het eigendom van grond en grondgebruiksrechten in China (62). Alle grond is eigendom van de Chinese staat (collectieve landbouwgrond en stedelijke grond in staatseigendom). De toewijzing van grond blijft uitsluitend een zaak van de staat. Er zijn wettelijke bepalingen die erop gericht zijn grondgebruiksrechten op transparante wijze en tegen marktprijzen toe te kennen, bijvoorbeeld door de invoering van biedprocedures. Deze bepalingen worden echter regelmatig niet in acht genomen, waarbij bepaalde kopers hun grond gratis of tegen een lagere prijs dan de marktprijs verkrijgen. (63) Bovendien streven de autoriteiten bij de toewijzing van grond vaak specifieke politieke doelstellingen na, zoals de tenuitvoerlegging van de economische plannen (64).

(76)

De Chinese faillissements- en eigendomswetgeving lijkt dan ook niet naar behoren te werken, hetgeen leidt tot verstoringen wanneer insolvente bedrijven in leven worden gehouden en met betrekking tot de toewijzing en aankoop van grond in de VRC. Op basis van het beschikbare bewijsmateriaal lijken deze overwegingen ook volledig van toepassing te zijn op de staalsector en meer bepaald met betrekking tot OBS. De Commissie heeft met name vastgesteld dat voor OBS (65) en de grondstof ervan (warmgewalst staal) (66) grondgebruiksrechten ter beschikking zijn gesteld tegen een minder dan toereikende beloning.

3.2.2.7.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), vijfde streepje, van de basisverordening: verstoringen van loonkosten

(77)

Een systeem van marktgebaseerde lonen kan zich in China niet volledig ontwikkelen, omdat werknemers en werkgevers worden belemmerd in hun recht op collectieve organisatie. China heeft een aantal kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) niet geratificeerd, met name de verdragen betreffende de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen (67). Krachtens het nationale recht is er slechts één vakbondsorganisatie actief. Deze organisatie is echter niet onafhankelijk van de overheid en haar betrokkenheid bij collectieve onderhandelingen en de bescherming van de rechten van werknemers blijft rudimentair (68). Bovendien wordt de mobiliteit van de Chinese beroepsbevolking beknot door het registratiesysteem voor huishoudens, waardoor de toegang tot het volledige scala van sociale zekerheid en andere voordelen voor lokale bewoners van een bepaald administratief gebied wordt beperkt. Dit leidt er doorgaans toe dat werknemers die niet in het bezit zijn van de lokale verblijfsregistratie, zich in een kwetsbare arbeidssituatie bevinden en een lager inkomen ontvangen dan de houders van de verblijfsregistratie (69). Deze vastgestelde feiten leiden tot een verstoring van de loonkosten in China.

(78)

Er is geen bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat de staalsector, met inbegrip van OBS, niet onderworpen zou zijn aan het beschreven Chinese arbeidsrechtstelsel. De OBS-sector wordt dus zowel direct (bij de vervaardiging van het betrokken product) als indirect (bij de toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in China aan hetzelfde arbeidsstelsel onderworpen zijn) getroffen door de verstoringen van de loonkosten.

3.2.2.8.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder b), zesde streepje, van de basisverordening: toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat

(79)

De toegang tot kapitaal voor ondernemingen in China is onderhevig aan diverse verstoringen.

(80)

Ten eerste wordt het Chinese financiële systeem gekenmerkt door een sterke positie van staatsbanken (70), die bij het verlenen van toegang tot financiering rekening houden met andere criteria dan de economische levensvatbaarheid van een project. Net als niet-financiële staatsondernemingen blijven de banken met de staat verbonden, niet alleen via eigendom, maar ook via personele relaties (de topmanagers van de grote financiële instellingen in staatseigendom worden tenslotte benoemd door de CCP) (71) en, net als niet-financiële staatsondernemingen, voeren de banken regelmatig overheidsbeleid uit dat door de overheid is ontworpen. Aldus voldoen de banken aan een expliciete wettelijke verplichting om hun bedrijfsactiviteiten te verrichten in overeenstemming met de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en overeenkomstig het industriebeleid van de staat (72). Dit wordt nog versterkt door andere bestaande regels, die financiering leiden naar sectoren die als bevorderde of anderszins belangrijke sectoren worden aangemerkt door de overheid (73).

(81)

Hoewel wordt erkend dat in diverse wettelijke bepalingen is vastgesteld dat het normale gedrag van banken en de prudentiële regels, zoals de noodzaak om de kredietwaardigheid van de kredietnemer te onderzoeken, moeten worden geëerbiedigd, wijst het overgrote deel van het bewijsmateriaal, waaronder de bevindingen van handelsbeschermingsonderzoeken, erop dat deze bepalingen slechts een secundaire rol spelen bij de toepassing van de verschillende rechtsinstrumenten.

(82)

Bovendien worden obligatie- en kredietratings vaak verstoord om uiteenlopende redenen, zoals het feit dat de risicobeoordeling wordt beïnvloed door het strategische belang van de onderneming voor de Chinese overheid en de kracht van een eventuele impliciete garantie van de overheid. Schattingen wijzen er sterk op dat Chinese kredietratings systematisch overeenkomen met lagere internationale ratings.

(83)

Dit wordt nog versterkt door andere bestaande regels, die financiering leiden naar sectoren die als bevorderde of anderszins belangrijke sectoren worden aangemerkt door de overheid (74). Daardoor worden leningen gemakkelijk verstrekt aan staatsondernemingen, grote particuliere ondernemingen met de juiste connecties en ondernemingen in belangrijke industriële sectoren, hetgeen betekent dat de beschikbaarheid en de kosten van kapitaal niet voor alle spelers op de markt gelijk zijn.

(84)

Ten tweede zijn de financieringskosten kunstmatig laag gehouden om de investeringsgroei te stimuleren. Dit heeft geleid tot een overmatig gebruik van kapitaalinvesteringen met steeds lagere rendementen. Dit wordt geïllustreerd door de recente toename van de schuldenlast van ondernemingen in de sector staatsondernemingen, ondanks een scherpe daling van de winstgevendheid, wat erop wijst dat de mechanismen in het bankwezen niet de normale commerciële reacties volgen.

(85)

Ten derde zijn de prijssignalen, ondanks de liberalisering van de nominale rente in oktober 2015, nog steeds niet het resultaat van de vrije marktwerking, maar worden zij beïnvloed door verstoringen die door de overheid zijn veroorzaakt. Het aandeel van verleende kredieten tegen of onder de referentierente vertegenwoordigt immers nog steeds 45 % van alle kredieten en het gebruik van gerichte kredieten lijkt te zijn toegenomen, aangezien dit aandeel sinds 2015 aanzienlijk is toegenomen, ondanks de verslechterende economische omstandigheden. Kunstmatig lage rentetarieven leiden tot te lage prijzen en daarmee tot een te hoog gebruik van kapitaal.

(86)

De algemene toename van kredietverlening in China wijst op een verslechtering van de efficiëntie van de kapitaaltoewijzing zonder tekenen van een krappere kredietverlening die men in een niet-verstoorde marktomgeving zou verwachten. Als gevolg hiervan zijn oninbare leningen de afgelopen jaren snel toegenomen. Gezien de toenemende risicovolle schulden, heeft de Chinese overheid ervoor gekozen om wanbetalingen te voorkomen. Bijgevolg zijn de problemen met oninbare schulden aangepakt door de schuld te vernieuwen, waardoor zogenaamde "zombie"-vennootschappen ontstaan, of door de eigendom van de schuld over te dragen (bv. via fusies of schuld-voor-aandelenswaps), zonder dat daarbij noodzakelijkerwijs het totale schuldprobleem wordt weggenomen of de diepere oorzaken ervan worden aangepakt.

(87)

Ondanks de recente stappen die zijn genomen om de markt te liberaliseren, wordt het stelsel voor ondernemingskredieten in China in wezen beïnvloed door belangrijke systeemkwesties en verstoringen als gevolg van de voortdurende doorslaggevende rol van de staat op de kapitaalmarkten.

(88)

Er is geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de staalsector, met inbegrip van OBS, niet onderworpen zou zijn aan het hierboven beschreven overheidsingrijpen in het financiële systeem. Integendeel, uit een verslag van THINK!DESK dat door de indiener van het verzoek is verstrekt, bleek dat veel Chinese producenten van OBS hadden geprofiteerd van niet-marktconforme financiële transacties. De Commissie heeft ook vastgesteld dat voor OBS (75) en de grondstof ervan (warmgewalst staal) (76) preferentiële leningen in de vorm van subsidies zijn verstrekt. Het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële systeem leidt er dan ook toe dat de marktomstandigheden op alle niveaus ernstig worden beïnvloed.

3.2.2.9.   Systemische aard van de beschreven verstoringen

(89)

De Commissie heeft opgemerkt dat de in het rapport beschreven verstoringen niet beperkt blijven tot de staalsector in het algemeen of de OBS-sector in het bijzonder. Integendeel, uit het beschikbare bewijsmateriaal blijkt dat de feiten en kenmerken van het Chinese systeem, zoals hierboven beschreven in de punten 3.2.2.1-3.2.2.5 en in deel A van het rapport, in het hele land en in alle sectoren van de economie gelden. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de productiefactoren zoals hierboven beschreven in de punten 3.2.2.6-3.2.2.8 hierboven en in deel B van het rapport.

(90)

Om OBS te produceren is een breed scala aan basisproducten nodig. Er is geen bewijs in het dossier dat deze basisproducten niet uit China afkomstig zijn. Wanneer de producenten van OBS deze basisproducten aankopen/bestellen, zijn de prijzen die zij betalen (en die zij als kosten registreren) duidelijk blootgesteld aan dezelfde systeemverstoringen die hierboven zijn vermeld. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die onderhevig zijn aan de verstoringen. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn ze onderworpen aan het planningssysteem dat van toepassing is op alle overheidsniveaus en sectoren.

(91)

Bijgevolg kunnen niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van OBS niet worden gebruikt, maar worden ook alle kosten voor basisproducten (met inbegrip van grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) aangetast omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen A en B van het rapport. Het beschreven overheidsingrijpen met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is in de gehele VRC aanwezig. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in China is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz. Noch de Chinese overheid noch de producenten-exporteurs hebben bewijzen of argumenten aangedragen in het kader van dit onderzoek.

3.2.2.10.   Conclusie

(92)

Uit de in de punten 3.2.2.2 tot en met 3.2.2.9 uiteengezette analyse, waarbij al het beschikbare bewijsmateriaal over het ingrijpen van China in zijn economie in het algemeen en in de staalsector (met inbegrip van het betrokken product) is onderzocht, is gebleken dat de prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door de vrije marktwerking tot stand zijn gekomen doordat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b) van de basisverordening. Op grond daarvan en bij gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs heeft de Commissie geconcludeerd dat het in dit geval niet passend is de binnenlandse prijzen en kosten te gebruiken voor de vaststelling van de normale waarde.

(93)

Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, d.w.z. in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening en zoals besproken in het volgende punt. De Commissie heeft eraan herinnerd dat geen enkele producent-exporteur aan het onderzoek heeft meegewerkt en dat er geen argumenten zijn aangevoerd dat sommige binnenlandse kosten niet verstoord zouden zijn overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), derde streepje.

3.2.3.   Representatief land

3.2.3.1.   Algemene opmerkingen

(94)

De keuze van het representatieve land is gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiertoe heeft de Commissie op basis van de databank van de Wereldbank (77) gebruikgemaakt van landen met een bruto nationaal inkomen dat vergelijkbaar is met dat van de VRC;

productie van het onderzochte product in dat land (78);

beschikbaarheid van desbetreffende openbare gegevens in dat land;

wanneer er sprake is van meer dan één mogelijk representatief land, werd, indien van toepassing, de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(95)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 24 tot en met 25 van de mededeling van 13 april 2018 heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij zes mogelijke representatieve landen had aangewezen (Argentinië, Colombia, Maleisië, Mexico, Thailand en Zuid-Afrika) en heeft zij de belanghebbenden uitgenodigd opmerkingen te maken en andere landen voor te stellen.

3.2.3.2.   Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC

(96)

Argentinië, Colombia, Maleisië, Mexico, Thailand en Zuid-Afrika worden door de Wereldbank beschouwd als landen met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC, d.w.z. zij worden alle ingedeeld als "hogeremiddeninkomensland" op basis van het bruto nationaal inkomen ("bni").

(97)

De indiener van het verzoek heeft aangevoerd dat Mexico door zijn lidmaatschap van de Nafta deel uitmaakt van de Noord-Amerikaanse vrijhandelszone met een veel hoger niveau van economische ontwikkeling dan dat van de Volksrepubliek China, hetgeen mogelijk van invloed is op de kosten in Mexico. De Commissie heeft op basis van de bni-databank van de Wereldbank een analyse gemaakt van de geschiktheid van de mogelijke representatieve landen. De Wereldbank kwalificeert Mexico als een hogeremiddeninkomensland, dus met een ontwikkelingsniveau dat vergelijkbaar is met dat van de Volksrepubliek China. Deze categorie landen omvat landen met een bni per hoofd van de bevolking tussen 3 896 USD en 12 055 USD in 2017, het jaar met de meest recente beschikbare handelsgegevens. Deze rangschikkingen gelden voor elk land afzonderlijk en niet voor groepen landen die tot vrijhandelszones, douane-unies enz. behoren. De Commissie was van oordeel dat alle zes de geïdentificeerde mogelijke representatieve landen qua economische ontwikkeling in gelijke mate vergelijkbaar waren met de Volksrepubliek China. Dit argument werd dan ook afgewezen.

3.2.3.3.   Productie van het onderzochte product in het representatieve land en beschikbaarheid van de relevante openbare gegevens in het representatieve land

(98)

In de mededeling van 13 april 2018 heeft de Commissie aangegeven dat bekend was dat het onderzochte product werd geproduceerd in Argentinië, Colombia, Maleisië, Mexico, Thailand en Zuid-Afrika.

(99)

De Commissie heeft vastgesteld dat in drie van deze landen, namelijk Argentinië, Colombia en Thailand, de beschikbaarheid van openbare gegevens verder moest worden gecontroleerd, met name wat de openbare financiële gegevens van een producent van het onderzochte product betreft.

(100)

Voor Colombia en Thailand zijn er geen openbaar beschikbare financiële gegevens van een producent van het onderzochte product gevonden. Voor wat Argentinië betreft, hadden de gevonden openbaar beschikbare financiële gegevens betrekking op de Ternium-groep, die het onderzochte product in dat land produceert. Uit de beschikbare financiële gegevens voor de groep bleek echter niet duidelijk welk deel van de gegevens betrekking had op de activiteiten van de groep in Argentinië, aangezien de groep zijn gegevens over Argentinië samen met andere landen zoals Bolivia, Chili, Paraguay en Uruguay heeft gerapporteerd. Daarom waren de gegevens niet nauwkeurig genoeg om als passende benchmarks te worden gebruikt.

(101)

In zijn opmerkingen bij de mededeling van 13 april 2018 heeft de indiener van het verzoek herhaald dat Zuid-Afrika het meest passende representatieve land zou zijn. Er waren twee producenten van het onderzochte product. Voor één producent, namelijk Safal Steel (Pty) Ltd, waren de financiële gegevens niet openbaar beschikbaar. Hoewel de financiële gegevens beschikbaar waren voor de andere onderneming, namelijk ArcelorMittal South Africa, was de onderneming niet alleen tijdens het onderzoektijdvak, maar ook tijdens de gehele beoordelingsperiode verlieslatend. Daarom was de onderneming niet geschikt als benchmark, omdat de financiële gegevens van een verlieslatende onderneming het te vervangen winstelement zouden missen. Aangezien de Commissie geen andere producenten van het onderzochte product met openbaar beschikbare financiële gegevens in Zuid-Afrika had gevonden, achtte zij dit land niet passend als representatief land.

(102)

In zijn opmerkingen bij de mededeling van 3 juli 2018 heeft de indiener van het verzoek aangevoerd dat de Commissie Zuid-Afrika ten onrechte als representatief land heeft afgewezen, omdat het feit dat de producent van het onderzochte product gedurende één jaar verlieslatend was, geen bepalende factor kon zijn bij de keuze van een representatief land.

(103)

Aangezien de Commissie keuze te over had bij de selectie van een representatief land, heeft zij besloten een land te kiezen waar een redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten ("VAA-kosten") en voor winst kon worden afgeleid uit de openbaar beschikbare gegevens van een onderneming in dat land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), laatste alinea, van de basisverordening.

(104)

Derhalve was het feit dat ArcelorMittal South Africa verlieslatend was, een bepalende factor bij de beoordeling van de Commissie met betrekking tot de keuze van het representatieve land en werd het argument van de indiener van het verzoek afgewezen.

(105)

Wat Maleisië betreft, waren er financiële gegevens openbaar beschikbaar voor CSC Steel Holdings Berhad, een dochteronderneming van de Taiwanese onderneming China Steel Corporation. CSC Steel Holdings Berhad produceerde het onderzochte product en maakte in het tijdvak van het nieuwe onderzoek winst.

(106)

De indiener van het verzoek heeft aangevoerd dat het gebruik van openbaar beschikbare gegevens van ondernemingen in buitenlandse handen tot onbetrouwbare gegevens kan leiden. De Commissie was van mening dat de analyse van de betrouwbaarheid van de openbaar beschikbare gegevens per geval moet worden uitgevoerd. In het onderhavige geval beschikte de Commissie niet over bewijsmateriaal en had de indiener van het verzoek geen bewijsmateriaal overgelegd op grond waarvan het gerechtvaardigd zou zijn om de financiële gegevens van CSC Steel Holdings Berhad in aanmerking te nemen. Dit argument werd derhalve afgewezen.

(107)

Wat Mexico betreft, heeft de Commissie voor de Ternium-groep openbaar beschikbare gegevens gevonden, met name het jaarverslag 2017. Deze groep is een producent van het onderzochte product in Mexico en Mexico vertegenwoordigt meer dan 55 % van de geconsolideerde verkoop van de groep. Over de verkoopcijfers in Mexico wordt afzonderlijk van andere geografische gebieden gerapporteerd. Bovendien maakte de Ternium-groep in het tijdvak van het nieuwe onderzoek winst.

(108)

De Commissie was derhalve van oordeel dat de uiteindelijke keuze van het representatieve land op Maleisië of Mexico zou vallen.

(109)

In zijn opmerkingen heeft de indiener van het verzoek verwezen naar de praktijk in de Verenigde Staten om gebruik te maken van een korf ondernemingen die "actief zijn in de metaalsector", zoals aluminiumproducenten. De Commissie geeft, waar mogelijk, echter steeds de voorkeur aan openbaar beschikbare gegevens van ondernemingen die het onderzochte product daadwerkelijk produceren. Alleen als er geen dergelijke productie of andere factoren zijn waardoor het niet passend is gebruik te maken van ondernemingen die het betrokken product produceren in een land met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling, zal de Commissie andere geschikte alternatieven in overweging nemen. In het onderhavige geval was dit niet nodig omdat er daadwerkelijk producenten van OBS zijn met openbaar beschikbare gegevens. Dit argument werd derhalve afgewezen.

3.2.3.4.   Niveau van sociale en milieubescherming

(110)

Nadat de Commissie had vastgesteld dat er twee geschikte landen waren die als representatief konden worden aangemerkt (Mexico en Maleisië), heeft zij het niveau van sociale en milieubescherming in deze landen beoordeeld om te kiezen welk land de voorkeur geniet overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

(111)

De Commissie heeft vastgesteld dat Maleisië een achterstand heeft bij de naleving van de desbetreffende internationale arbeidsnormen en de ratificatie van de in bijlage I bis bij de basisverordening vermelde IAO-verdragen. Maleisië heeft met name drie van de acht kernverdragen van de IAO (vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen, afschaffing van gedwongen arbeid en non-discriminatie) niet geratificeerd. Bovendien heeft Maleisië een van de belangrijke milieuverdragen (79) wel ondertekend, maar niet geratificeerd.

(112)

Mexico daarentegen voldoet in hogere mate aan de arbeidsnormen van de IAO, aangezien het alle kernverdragen heeft geratificeerd, met uitzondering van het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen. Daarnaast heeft het alle belangrijke milieuverdragen ondertekend en geratificeerd.

3.2.3.5.   Conclusie

(113)

Gelet op de bovenstaande analyse, voldeed Mexico aan alle criteria van artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening om als een passend representatief land te worden beschouwd. Mexico heeft met name een aanzienlijke productie van het onderzochte product en beschikt over een volledige reeks gegevens over alle productiefactoren, de vaste productiekosten, de VAA-kosten en de winst. Bovendien heeft Mexico een hoger niveau van sociale en milieubescherming.

3.2.4.   Vaste productiekosten, VAA-kosten en winst

(114)

In de mededeling van 3 juli 2018 heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij de VAA-kosten en de winst van de onderneming Ternium SA Mexico zou opnemen in de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), vierde alinea, van de basisverordening. Bovendien zal de Commissie van dezelfde onderneming een waarde voor de vaste productiekosten opnemen om de kosten te verrekenen die niet vervat zijn in de bovengenoemde productiefactoren.

(115)

In zijn opmerkingen bij de mededeling van 3 juli 2018 heeft de indiener van het verzoek aangevoerd dat het de voorkeur verdient, gebruik te maken van de niet-geconsolideerde gegevens van ArcelorMittal South Africa (een lokale onderneming) in plaats van de geconsolideerde gegevens van de Ternium-groep (een wereldwijde groep), waarvan de productie in Mexico meer dan 55 % van de geconsolideerde verkoop vertegenwoordigt. Het argument was gebaseerd op de vaststelling dat niet-geconsolideerde gegevens de resultaten van de lokale onderneming en niet van de wereldwijde groep vertegenwoordigden en als zodanig de vaste productiekosten, de VAA-kosten en de winst van het representatieve land beter zouden weergeven. Aangezien de gegevens van ArcelorMittal South Africa echter niet konden worden gebruikt, doordat deze onderneming verlieslatend was, raakte dit argument zonder voorwerp en werd het dan ook afgewezen.

(116)

In zijn opmerkingen bij de mededeling van 3 juli 2018 heeft de indiener van het verzoek ook aangevoerd dat Mexico weliswaar een passend representatief land is, maar dat Ternium SA Mexico deel uitmaakt van een internationale onderneming, de Ternium-groep, waarvan de financiële gegevens de activiteiten in landen met een verschillend niveau van economische ontwikkeling weerspiegelen.

(117)

Ongeacht het feit dat de Ternium-groep een internationale onderneming is, heeft de Commissie geconcludeerd dat de openbaar beschikbare gegevens van Ternium SA Mexico specifiek genoeg waren voor de productie van het onderzochte product in Mexico en heeft zij dat argument dus afgewezen. Gezien de analyse in punt 3.2.3 heeft de Commissie besloten gebruik te maken van de financiële gegevens van Ternium SA Mexico, die beschikbaar zijn voor 2017 en dus het tijdvak van het nieuwe onderzoek bestrijken.

3.2.5.   Gebruikte bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten

(118)

In de mededeling van 3 juli 2018 heeft de Commissie verklaard dat zij voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening gebruik zou maken van de Global Trade Atlas ("GTA") om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren vast te stellen. De Commissie heeft gebruikgemaakt van Doing Business 2018 voor elektriciteitskosten, van nationale statistieken over aardgas, van het belastingwetboek van het Federale District voor waterkosten en van de financiële gegevens van Ternium SA Mexico om de VAA-kosten, winsten en vaste kosten vast te stellen.

3.2.6.   Productiefactoren

(119)

Zoals reeds vermeld in overweging 23 heeft de Commissie in de mededeling van 13 april 2018 getracht een eerste lijst van productiefactoren en bronnen op te stellen die bestemd is om te worden gebruikt voor alle productiefactoren, zoals grondstoffen, energie en arbeid, die door de meewerkende producent-exporteur worden gebruikt bij de productie van het onderzochte product.

(120)

Aangezien de Chinese producenten-exporteurs geen medewerking verleenden, heeft de Commissie een beroep gedaan op de indiener van het verzoek om de voor de productie van OBS gebruikte productiefactoren te specificeren. Uit de informatie die openbaar beschikbaar is op de website van Chinese OBS-producenten, blijkt dat hun productieproces en de gebruikte grondstoffen inderdaad identiek zijn aan die welke door de indiener van het verzoek zijn verstrekt.

(121)

Als uitgangspunt in het productieproces werd het substraat of het breedbandstaal gekozen, aangezien het productieproces van de indiener van het verzoek op die basis begon. Bovendien heeft de Commissie op basis van de informatie die in het kader van het oorspronkelijke onderzoek is verkregen als het beste beschikbare bewijsmateriaal, vastgesteld dat de producenten-exporteurs de productie van OBS ook beginnen op basis van het substraat. In de oorspronkelijke zaak werkten er immers geen geïntegreerde producenten mee.

(122)

Bij gebrek aan medewerking beschikte de Commissie niet over meer gedetailleerde tariefcodes dan de zescijferige GS-codes die door de indiener van het verzoek waren verstrekt. De GS-codes komen volledig overeen met de Mexicaanse tariefcodes.

(123)

Op basis van alle door de indiener van het verzoek verstrekte informatie zijn, waar van toepassing, de volgende productiefactoren en GS-codes vastgesteld:

Tabel 1

Productiefactor

GS-code

Eenheidswaarde voor invoer

Grondstoffen

Substraat — Thermisch verzinkt breedbandstaal:

 

 

geplateerd of bekleed met zink

7210 49

0,84 EUR/kg

geplateerd of bekleed met zinklegeringen

7210 49

0,84 EUR/kg

Metalen bekleding — Zinkstaven (voor verzinken):

 

 

< 99,99 % zink

7901 12

Niet van toepassing

zinklegeringen

7901 20

Niet van toepassing

Organische bekleding

 

 

polyesterverf

3208 10

4,33 EUR/kg

polyurethaanverf

3208 90

4,91 EUR/kg

polyvinylideenfluorideverf

3209 90

3,36 EUR/kg

Arbeid

Arbeidslonen in de productiesector

[n.v.t.]

1,37 EUR/uur

Energie

Elektriciteit

[n.v.t.]

0,06 EUR/kWh

Aardgas

[n.v.t.]

0,0034 EUR/MJ

Perslucht

2853 90

Niet van toepassing

Water

[n.v.t.]

3,81 EUR/m3

Bijproduct/afval

Schroot, van verzinkt staal

7204 29

0,18 EUR/kg

3.2.6.1.   Grondstoffen

(124)

De indiener van het verzoek heeft bevestigd dat thermisch verzinkt breedbandstaal voornamelijk wordt gebruikt als substraat voor het meest representatieve soort van het onderzochte product. Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs en opmerkingen van belanghebbenden heeft de Commissie derhalve geen gegevens verzameld over andere mogelijke substraten, zoals warmgewalst breedbandstaal of koudgewalst breedbandstaal.

(125)

Met betrekking tot metalen bekleding heeft de indiener van het verzoek bevestigd dat hoofdzakelijk bekleding met zink wordt gebruikt. Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs en opmerkingen van belanghebbenden achtte de Commissie het derhalve niet nodig om gegevens over bekleding met aluminium te verzamelen.

(126)

Opgemerkt zij dat het substraat thermisch verzinkt breedbandstaal reeds een bekleding met zink of zinklegeringen omvat. De gegevens over het gebruik van metalen bekleding werden alleen verzameld om correcties mogelijk te maken bij de berekening van de normale waarde op basis van verschillende hoeveelheden zink of zinklegeringen die worden gebruikt voor de metalen bekleding van de verschillende productsoorten.

(127)

Aan de hand van de registers van de indiener van het verzoek kon het verbruik van hulpstoffen per eenheid van het onderzochte product niet worden vastgesteld. De indiener van het verzoek behandelde de hulpstoffen als vaste productiekosten. Bij gebreke van deze informatie kon de Commissie derhalve geen gebruiksverhoudingen en niet-verstoorde waarden voor de gebruikte hulpstoffen vaststellen. De Commissie heeft echter vastgesteld dat alle hulpstoffen samen een onbeduidend deel van de productiekosten per ton eindproduct uitmaakten. Om bij de bepaling van de door berekening vastgestelde normale waarde naar behoren rekening te houden met deze kosten, heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten (voor grondstoffen, arbeid, energie en water) uit Mexico verhoogd met een percentage dat gelijk is aan het aandeel van de hulpstoffen in de door de indiener van het verzoek meegedeelde productiekosten. De Commissie was van oordeel dat deze methode het aandeel van de hulpstoffen in de totale productiekosten in de door berekening vastgestelde normale waarde toereikend weergaf.

(128)

De indiener van het verzoek heeft geen melding gemaakt van het gebruik van lpg, waterstof of stikstof. Deze oorspronkelijk vastgestelde productiefactoren werden derhalve niet gebruikt voor de berekening van de normale waarde.

(129)

De indiener van het verzoek heeft verder meegedeeld dat er rekening moest worden gehouden met bij het productieproces van OBS geproduceerd schroot. Daartoe moesten de aard van het schroot en de bijbehorende GS-code worden geïdentificeerd. In dit geval werd schroot van verzinkt staal geïdentificeerd (zie de tabel in overweging 123).

(130)

Bij gebreke van informatie over de Mexicaanse markt, heeft de Commissie zich voor alle grondstoffen en schroot gebaseerd op invoerprijzen. Een invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in overweging 92 heeft geconcludeerd dat het in het onderhavige geval niet passend is gebruik te maken van binnenlandse prijzen en kosten in de VRC wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b). Op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en bij gebreke van weerlegging door belanghebbenden was de Commissie van oordeel dat dezelfde verstoringen van invloed waren op de uitvoerprijzen. Na de uitsluiting van de VRC bleef de invoer uit andere derde landen representatief met een percentage variërend van 94 % tot 100 % van de totale invoer in Mexico.

(131)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen, als geleverd aan de fabriekspoort van de producent-exporteur, zoals bepaald in artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening, heeft de Commissie het invoerrecht van het representatieve land, Mexico, toegepast op de invoerprijs en de binnenlandse vervoerskosten toegevoegd. Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de door de indiener van het verzoek verstrekte informatie over de binnenlandse vervoerskosten.

3.2.6.2.   Arbeid

(132)

Uit de IAO-statistieken kon informatie worden afgeleid over de maandsalarissen in de productiesector en de wekelijkse gewerkte uren in Mexico voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De indiener van het verzoek heeft aangevoerd dat de beschikbare gegevens voor Zuid-Afrika konden worden gecorrigeerd voor inflatie aan de hand van het indexcijfer van de consumptieprijzen of de door de Zuid-Afrikaanse nationale Bank gepubliceerde indexcijfers voor loonkosten in de productiesector. Aangezien de Commissie echter heeft besloten om Mexico te gebruiken als het passende representatieve land waarvoor deze gegevens beschikbaar zijn, is dit argument zonder voorwerp geraakt.

3.2.6.3.   Elektriciteit

(133)

De prijs van elektriciteit was gemakkelijk beschikbaar in het verslag "Doing business 2018". In dit verslag werd een gestandaardiseerde methode gebruikt om de prijs per kWh in Mexico vast te stellen.

(134)

Als alternatief overwoog de Commissie gebruik te maken van de elektriciteitstarieven die door de elektriciteitsproducenten en -distributeurs in Mexico zijn gepubliceerd. In Mexico is CFE (Comisión Federal de Electricidad), een staatsonderneming, de dominante elektriciteitsleverancier.

(135)

De indiener van het verzoek heeft aangevoerd dat de in het verslag "Doing Business 2018" vermelde elektriciteitskosten kunstmatig laag lijken in vergelijking met de meeste landen en heeft daarom voorgesteld om gebruik te maken van de tarieven in het gebied waar het betrokken product werd geproduceerd, rekening houdend met mogelijke correcties voor het leveringskanaal, specifieke kosten en btw.

(136)

De indiener van het verzoek heeft niet voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit zou blijken dat dergelijke correcties voor btw, specifieke kosten en leveringskanalen inderdaad noodzakelijk zijn en van toepassing zijn op de Chinese producenten-exporteurs. Derhalve heeft de Commissie dit argument afgewezen en heeft zij besloten gebruik te maken van de meest volledige en ondubbelzinnige gegevens uit het verslag "Doing business 2018".

3.2.6.4.   Aardgas

(137)

De prijs van aardgas in Mexico is beschikbaar in de statistische databank van de commissie voor energieregulering (Comisión Reguladora de Energía). De verstrekte gegevens bestrijken de maanden juli tot en met december 2017.

(138)

De indiener van het verzoek heeft aangevoerd dat de uit de GTA-databank opgehaalde invoerprijs per ton vloeibaar aardgas (GS-code 2711 11) voor Zuid-Afrika kon worden gebruikt en vervolgens kon worden omgezet in de prijs per gigajoule. Aangezien de Commissie heeft besloten Mexico te gebruiken als het representatieve land waarvoor deze gegevens beschikbaar zijn, heeft zij dit argument van de hand gewezen.

3.2.6.5.   Perslucht

(139)

Naast de in de mededeling van 13 april 2018 vermelde productiefactoren heeft de indiener van het verzoek de Commissie meegedeeld dat bij de productie van het onderzochte product perslucht wordt gebruikt. De perslucht wordt aangekocht in de vorm van vloeibare lucht.

(140)

De Commissie heeft vastgesteld dat de juiste GS-code voor vloeibare lucht 2853 90 is. Deze GS-code omvat echter een aantal andere chemische stoffen. Het nationale douanetarief van Mexico suggereert dat er geen verdere gedetailleerde indeling is. De gegevens uit de GTA-databank zouden daarom wijzen op de invoer van andere anorganische verbindingen (gedistilleerd water, conductometrisch zuiver water en dergelijk zuiver water daaronder begrepen) en amalgamen, andere dan die van edele metalen.

(141)

Om de in de vorige overweging beschreven redenen achtte de Commissie het gebruik van de GTA-gegevensbank niet passend. Er zij op gewezen dat perslucht een onbeduidend deel van de productiekosten per ton eindproduct uitmaakte. Om bij de berekening van de niet-verstoorde normale waarde rekening te houden met deze kosten, heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten (voor grondstoffen, arbeid, energie en water) verhoogd met een percentage dat gelijk is aan het aandeel van perslucht in de door de indiener van het verzoek verstrekte productiekosten. De Commissie was van oordeel dat deze methode het aandeel van perslucht in de totale productiekosten in de door berekening vastgestelde normale waarde toereikend weergaf.

3.2.6.6.   Water

(142)

In Mexico worden de watertarieven op gemeentelijk niveau vastgesteld. Daarnaast publiceert CONAGUA (Comisión Nacional del Agua), de overheidsinstantie voor waterregulering in Mexico, statistieken over water in Mexico, die ook een overzicht geven van de prijs van water voor industrieel gebruik in bepaalde gemeenten. De meest recente uitgave dateert echter van 2016 en heeft betrekking op het jaar 2015.

(143)

Om de prijzen te gebruiken die tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek van toepassing waren, heeft de Commissie derhalve gebruikgemaakt van de watertarieven van Mexico-Stad. Ze waren gemakkelijk beschikbaar in het belastingwetboek van het Federaal District zoals gewijzigd in december 2016 en waren van toepassing vanaf 1 januari 2017.

3.2.6.7.   Berekeningen

(144)

Om de door berekening vastgestelde normale waarde te bepalen, heeft de Commissie de volgende twee stappen ondernomen.

(145)

Ten eerste heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie vervolgens de gebruiksfactoren, zoals waargenomen op het niveau van het productieproces van de indiener van het verzoek voor grondstoffen, arbeid, energie en water, vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid zoals waargenomen in het representatieve land Mexico. Bovendien heeft de Commissie voor de productiefactoren waarvoor de indiener van het verzoek geen exacte gebruiksfactoren had verstrekt (met name hulpstoffen en perslucht), een percentage — dat gelijk is aan het aandeel van deze productiefactoren in de door de indiener van het verzoek gerapporteerde productiekosten — toegepast op de niet-verstoorde directe productiekosten.

(146)

Ten tweede heeft de Commissie op de hierboven vastgestelde productiekosten de vaste productiekosten, VAA-kosten en winst van Ternium SA Mexico toegepast. Zij werden vastgesteld op basis van het jaarverslag 2017 van Ternium SA Mexico en werden uitgedrukt in de volgende percentages:

(147)

vaste productiekosten (80) van 14,12 % toegepast op de productiekosten (het verbruik van grondstoffen, arbeid, energie en water);

(148)

VAA-kosten (81) van 12,56 % toegepast op de som van de productiekosten en de vaste productiekosten;

(149)

een winst (82) van 15,09 % toegepast op de som van de productiekosten, de vaste productiekosten en de VAA-kosten.

(150)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort berekend in het stadium af fabriek overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening. Omdat geen enkele producent-exporteur medewerking verleende, werd de normale waarde voor het gehele land vastgesteld en niet voor elke exporteur en producent afzonderlijk.

3.2.7.   Uitvoerprijs

(151)

Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs werd de uitvoerprijs vastgesteld op basis van de cif-gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek.

3.2.8.   Vergelijking en dumpingmarges

(152)

De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening met de uitvoerprijs vergeleken in het stadium af fabriek.

3.2.9.   Conclusie

(153)

Op basis hiervan bedraagt de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 134 %.

(154)

Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat dumping werd voortgezet tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

3.3.   Waarschijnlijkheid van herhaling van dumping uit de VRC

(155)

Zoals hierboven is vastgesteld, is gebleken dat de invoer van OBS uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tegen dumpingprijzen plaatsvond, maar het niveau van de invoer was betrekkelijk gering. Volledigheidshalve heeft de Commissie ook onderzocht hoe waarschijnlijk de dumping zou worden herhaald indien de maatregelen worden ingetrokken. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC, prijsstelling van producenten-exporteurs in de VRC in andere markten, de beschikbaarheid van andere markten en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

3.3.1.   Uitvoer naar derde landen

(156)

Zoals geconcludeerd in overweging 36 werd het volume van de invoer van OBS uit de VRC naar de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek representatief geacht, maar het was betrekkelijk gering (ongeveer 0,1 % van het totale verbruik in de Unie). De Commissie heeft derhalve besloten om ook de gegevens over de verkoop van OBS uit de VRC aan derde landen te analyseren teneinde de vastgestelde voortzetting van dumping te bevestigen. De dumping werd berekend aan de hand van de prijzen bij verkoop aan derde landen op basis van de Chinese uitvoerstatistieken.

3.3.1.1.   Normale waarde

(157)

De berekening van de normale waarde voor de beoordeling van de dumping door de VRC naar derde landen verliep zoals uiteengezet in de overwegingen 37 tot en met 150.

3.3.1.2.   Uitvoerprijs

(158)

Aangezien de Chinese producenten geen medewerking verleenden, werd de prijs bij uitvoer naar derde landen gebaseerd op de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens uit de Chinese exportdatabank. Op deze gegevens, die in de databank op fob-niveau zijn weergegeven, heeft de Commissie de door de indiener van het verzoek geraamde havenoverslagkosten en binnenlandse vervoerskosten in China in mindering gebracht om de uitvoerprijs op het niveau af fabriek te berekenen.

3.3.1.3.   Vergelijking

(159)

De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde vergeleken met de prijs bij uitvoer naar andere landen dan de Unie in het stadium af fabriek.

3.3.1.4.   Dumpingmarge

(160)

De bovenstaande vergelijking heeft uitgewezen dat de dumpingmarge voor het gehele land voor de uitvoer naar alle derde landen (met uitzondering van de Unie) 118 % bedroeg, terwijl de dumpingmarge voor het gehele land voor de uitvoer naar de vijf belangrijkste uitvoermarkten (Filipijnen, India, Russische Federatie, Vietnam en Zuid-Korea) varieerde van 112 % tot 160 %. Dit bevestigde nogmaals dat de voor de uitvoer naar de Unie vastgestelde dumpingmarge redelijk was ondanks de zeer lage verkoopvolumes.

3.3.2.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(161)

Gezien het gebrek aan medewerking werden de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens en met name de door de indiener van het verzoek verstrekte informatie.

(162)

De productiecapaciteit in de VRC overtrof in aanzienlijke mate de huidige productievolumes. Volgens China Iron and Steel Association (CISA) bedroeg de productiecapaciteit van kleurbekleed staal in 2013 40 miljoen ton. Met productievolumes ter hoogte van 7,5 miljoen ton bereikte de bezettingsgraad slechts ongeveer 20 %. Indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, beschikken de Chinese producenten over voldoende reservecapaciteit — volgens ramingen 32,5 miljoen ton — om de markt van de Unie, waar het verbruik 4,5 miljoen ton bedraagt, te overspoelen met OBS tegen dumpingprijzen.

(163)

Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat Chinese producenten-exporteurs beschikken over een aanzienlijke reservecapaciteit, die zij kunnen gebruiken voor het produceren van OBS om naar de markt van de Unie uit te voeren indien de maatregelen worden ingetrokken.

3.3.3.   Beschikbaarheid van andere markten

(164)

In India, Maleisië, Pakistan, Turkije en Vietnam zijn handelsbeschermende maatregelen tegen de Chinese uitvoer van OBS ingesteld, waar hetzelfde prijsstellingsgedrag is waargenomen als bij de Chinese uitvoer naar de Unie.

(165)

De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de producenten-exporteurs in de VRC de uitvoer waarschijnlijk tegen dumpingprijzen naar de Unie zouden omleiden indien de bestaande maatregelen worden ingetrokken.

3.3.4.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(166)

Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek lag de verkoopprijs in de Unie 194-338 EUR per ton OBS (of 28-59 %) hoger dan de Chinese uitvoerprijs op cif-niveau naar de vijf belangrijkste exportmarkten, zoals beschreven in overweging 160. De prijs lag ook 211-226 EUR per ton OBS (of 31-33 %) hoger dan de gemiddelde Chinese uitvoerprijs op cif-niveau naar alle derde landen (met uitzondering van de Unie). De Chinese uitvoer naar de vijf belangrijkste uitvoermarkten bedroeg in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 48 % van het verbruik in de Unie.

(167)

Hieruit volgt dat indien de maatregelen worden ingetrokken, de Chinese producenten-exporteurs de uitvoer van aanzienlijke volumes OBS uit derde landen naar de markt van de Unie zouden kunnen verleggen.

3.3.5.   Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van herhaling van dumping

(168)

Gelet op het bovenstaande, heeft de Commissie ook geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat, indien de maatregelen zouden vervallen, de dumping zich zal herhalen, ongeacht of er tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek dumping heeft plaatsgevonden.

3.4.   Algemene Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping

(169)

Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de invoer uit de VRC met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet. Ondanks het geringe volume van de invoer stemmen de vastgestelde dumpingmarges overeen met de dumpingmarges die bij het onderzoek van de uitvoer van China naar derde landen zijn vastgesteld. Gezien de in de punten 3.3.2 tot en met 3.3.4 onderzochte elementen heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de Chinese producenten aanzienlijke hoeveelheden OBS tegen dumpingprijzen naar de Unie zouden uitvoeren indien de maatregelen komen te vervallen. Er is dus bewijsmateriaal waaruit blijkt dat voortzetting van dumping waarschijnlijk is.

(170)

In elk geval heeft de Commissie subsidiair ook vastgesteld dat er bewijzen zijn dat, indien de maatregelen zouden vervallen, de dumping zich waarschijnlijk zal herhalen. De reservecapaciteit in de VRC was zeer aanzienlijk in vergelijking met het verbruik in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Bovendien waren op andere markten antidumpingmaatregelen van kracht die van toepassing waren op de invoer van het onderzochte product uit de VRC. Dit prijsstellingsgedrag van de Chinese producenten-exporteurs in derde markten doet vermoeden dat dumping naar de Unie zal worden voortgezet indien de maatregelen komen te vervallen. Ten slotte wezen het feit dat de markt van de Unie qua omvang en prijzen aantrekkelijk is en het feit dat andere markten als gevolg van antidumpingmaatregelen gesloten blijven, erop dat de Chinese uitvoer en reservecapaciteit waarschijnlijk naar de markt van de Unie zou worden verlegd indien de maatregelen zouden vervallen. Bijgevolg is de Commissie tot de slotsom gekomen dat het zeer waarschijnlijk is dat intrekking van de antidumpingmaatregelen zou leiden tot stijging van de uitvoer van OBS tegen dumpingprijzen vanuit de VRC naar de Unie.

(171)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting en in elk geval tot herhaling van de dumping.

4.   SCHADE

4.1.   Productie in de Unie en bedrijfstak van de Unie

(172)

Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd OBS geproduceerd door meer dan twintig bekende producenten in de Unie, waarvan sommige met elkaar verbonden waren. Verschillende van deze producenten maken deel uit van staalconcerns.

(173)

De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd geraamd op 4 752 003 ton op basis van de beantwoorde vragenlijsten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en van door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. De producenten in de Unie die de totale productie in Unie vertegenwoordigen, vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

4.2.   Verbruik in de Unie

(174)

Het onderzoek heeft uitgewezen dat een deel van de bedrijfstak van de Unie zijn productie gebruikt voor intern gebruik, dat wil zeggen de producten werden vaak eenvoudigweg overgedragen (zonder factuur) en/of geleverd voor interne verrekenprijzen binnen dezelfde onderneming of groep ondernemingen voor verdere downstreamverwerking. Om een zo volledig mogelijk beeld van de situatie van de bedrijfstak van de Unie te geven, werden gegevens verzameld en geanalyseerd voor de gehele OBS-activiteit.

(175)

Evenals in het oorspronkelijke onderzoek (de overwegingen 68-69) werd geoordeeld dat economische indicatoren, zoals productie, capaciteit, bezettingsgraad, investeringen, voorraden, werkgelegenheid, productiviteit, lonen en het vermogen om kapitaal aan te trekken, afhankelijk zijn van de gehele activiteit, ongeacht of de productie voor intern gebruik is of op de vrije markt wordt verkocht. Het verkoopvolume en de verkoopprijzen op de markt van de Unie, marktaandeel, groei, uitvoervolume en prijzen zijn echter gericht op de heersende situatie op de vrije markt (waardoor intern gebruik is uitgesloten). Daarom werden de schade-indicatoren gecorrigeerd voor het bekende interne gebruik en de verkopen in de bedrijfstak van de Unie en werden het interne gebruik en de verkopen afzonderlijk geanalyseerd.

(176)

Het verbruik in de Unie werd vastgesteld op grond van i) invoerstatistieken op Taric-niveau, waarvoor overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening verzamelde informatie werd gebruikt, en ii) de door de indiener van het verzoek verstrekte verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie (met inbegrip van transacties voor intern gebruik) in de Unie. Deze verkoopvolumes werden voor de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zo nodig getoetst en geactualiseerd naar aanleiding van de controlebezoeken ter plaatse.

(177)

Het verbruik in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

 

2014

2015

2016

TNO

Verbruik in de Unie (ton)

3 840 088

3 965 150

4 375 791

4 525 677

Index (2014 = 100)

100

103

114

118

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst en databank van artikel 14, lid 6.

(178)

Tijdens de beoordelingsperiode nam het verbruik in de Unie toe met 18 %.

4.3.   Invoer in de Unie uit de VRC

(179)

De Commissie heeft het volume van de invoer en de prijzen vastgesteld aan de hand van invoerstatistieken op Taric-niveau, waarvoor overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening verzamelde informatie werd gebruikt.

4.3.1.   Volume en marktaandeel

(180)

De invoer uit de VRC in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Invoer uit de VRC

2014

2015

2016

TNO

Volume van de invoer (ton)

5 619

4 217

2 958

6 338

Index (2014 = 100)

100

75

53

113

Marktaandeel (%)

0,1

0,1

0,1

0,1

Bron: databank van artikel 14, lid 6.

(181)

In de beoordelingsperiode was het volume van de invoer uit de VRC laag. Het Chinese marktaandeel schommelde licht tijdens de beoordelingsperiode en bedroeg 0,1 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(182)

De invoer is sinds de instelling van de voorlopige antidumpingmaatregelen in september 2012 op een laag niveau gebleven. Aangenomen wordt dat dit lage niveau het gevolg is van de geldende antidumpingmaatregelen.

4.3.2.   Prijs en prijsonderbieding

(183)

In de beoordelingsperiode heeft de prijs van de invoer uit de VRC in de Unie zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Invoer uit de VRC

2014

2015

2016

TNO

Gemiddelde invoerprijs (EUR/ton)

341

747

697

637

Index (2014 = 100)

100

219

204

187

Bron: databank van artikel 14, lid 6.

(184)

In de beoordelingsperiode zijn de prijzen van de invoer uit de VRC met 87 % gestegen. Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze tendens ten minste deels te danken is aan de gestegen grondstofprijzen.

(185)

De gemiddelde verkoopprijzen van de medewerkende producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie zijn vergeleken met de gemiddelde prijzen van de invoer uit de VRC. Bij gebrek aan medewerking van Chinese producenten-exporteurs konden geen betrouwbare vergelijkingen per productsoort worden gemaakt en werden statistische invoergegevens voor het onderzochte product als geheel gebruikt om de gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC vast te stellen. Door het gebrek aan medewerking van niet-verbonden afnemers in dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, zijn de ramingen in het verzoek over het niveau van de correctie voor kosten na invoer gebruikt.

(186)

Uit de vergelijking aan de hand van deze methode is gebleken dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek de invoer van het onderzochte product tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 27,8 % heeft onderboden (hetgeen zeer vergelijkbaar is met de prijsonderbieding die tijdens het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld).

(187)

Daarnaast bleek uit de analyse van de Chinese prijzen bij uitvoer naar andere derde markten dat de VRC op sommige van zijn belangrijkste uitvoermarkten producten verkocht tegen prijzen die ongeveer gelijk waren aan of soms zelfs lager waren dan de in de Unie aangerekende prijzen. Hierdoor werd de conclusie versterkt dat de Chinese prijzen op het huidige niveau de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie zouden onderbieden.

4.4.   Invoer in de Unie uit derde landen

(188)

In tabel 5 wordt weergegeven hoe de gemiddelde prijs, het volume en het marktaandeel van de invoer in de Unie uit derde landen zich in de beoordelingsperiode hebben ontwikkeld.

Tabel 5

 

2014

2015

2016

TNO

Volume van de invoer uit India (ton)

191 015

136 208

152 511

247 237

Index (2014 = 100)

100

71

80

129

Marktaandeel (%)

5,0

3,4

3,5

5,5

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

755

770

680

818

Volume van de invoer uit de Republiek Korea (ton)

155 634

131 959

184 637

222 448

Index (2014 = 100)

100

85

119

143

Marktaandeel (%)

4,0

3,3

4,2

4,9

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

899

934

785

925

Volume van de invoer uit andere derde landen

117 938

113 679

134 352

201 981

Index (2014 = 100)

100

96

114

171

Marktaandeel (%)

3,1

2,9

3,1

4,5

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

793

798

714

838

Bron: databank van artikel 14, lid 6.

(189)

In de beoordelingsperiode nam de invoer uit derde landen toe tot een marktaandeel van 14,8 %. Het grootste deel van deze invoer was afkomstig uit India en de Republiek Korea, gevolgd door Turkije en Taiwan.

(190)

In het algemeen was de gemiddelde prijs van de invoer uit derde landen hoger dan de gemiddelde prijzen waartegen de Chinese invoer de Unie binnenkwam. Al naargelang het jaar was de gemiddelde prijs van de invoer uit derde landen ofwel hoger ofwel lager dan de gemiddelde verkoopprijzen van de producenten in de Unie.

4.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

(191)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvat het onderzoek van de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische factoren en indicatoren die van invloed zijn op de situatie van deze bedrijfstak in de beoordelingsperiode.

(192)

De macro-economische indicatoren (productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, omvang van de verkoop, marktaandeel, werkgelegenheid, productiviteit, groei, hoogte van de dumpingmarges en herstel van de gevolgen van dumping in het verleden) zijn voor de gehele bedrijfstak van de Unie beoordeeld. De beoordeling is gebaseerd op de informatie van de indiener van het verzoek, die is getoetst aan de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(193)

De micro-economische indicatoren (voorraden, verkoopprijzen, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken en lonen) werden beoordeeld op het niveau van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De beoordeling is op hun informatie gebaseerd die tijdens een controlebezoek naar behoren is geverifieerd.

(194)

Aangezien een van de drie in de steekproef opgenomen ondernemingen niet door de indiener van het verzoek wordt vertegenwoordigd, worden de gegevens in de tabellen 9 tot en met 14 overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening in de vorm van een bereik verstrekt teneinde de vertrouwelijkheid van bedrijfsgevoelige informatie te waarborgen.

4.5.1.   Macro-economische indicatoren

4.5.1.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(195)

De productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

 

2014

2015

2016

TNO

Productie (ton)

4 402 079

4 404 178

4 769 698

4 752 003

Index (2014 = 100)

100

100

108

108

Productiecapaciteit (ton)

5 076 892

5 113 417

5 361 693

5 339 200

Index (2014 = 100)

100

101

106

105

Bezettingsgraad (%)

87

86

89

89

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(196)

Tijdens de beoordelingsperiode was er een bescheiden stijging te zien in het productievolume (+ 8 %) en de capaciteit (+ 5 %), terwijl de bezettingsgraad met 2 % toenam tot 89 %.

4.5.1.2.   Volume van de verkoop en marktaandeel in de Unie

(197)

De verkoop in de Unie door de bedrijfstak van de Unie (met inbegrip van interne transacties) heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

 

2014

2015

2016

TNO

Verkoopvolume (ton)

3 369 883

3 579 087

3 901 334

3 847 673

Index (2014 = 100)

100

106

116

114

Marktaandeel (van het verbruik in de Unie) (%)

87,6

90,2

89,1

84,9

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(198)

De verkoop door de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie is in de beoordelingsperiode met 14 % toegenomen.

(199)

Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 84,9 % afgenomen.

4.5.1.3.   Werkgelegenheid en productiviteit

(200)

De werkgelegenheid en productiviteit in de bedrijfstak van de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

 

2014

2015

2016

TNO

Aantal werknemers (voltijdequivalent)

5 667

5 685

5 938

6 021

Index (2014 = 100)

100

100

105

106

Productiviteit (ton per werknemer)

777

775

803

789

Index (2014 = 100)

100

100

103

102

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(201)

Zowel de werkgelegenheid als de productiviteit van de werknemers bij de producenten in de Unie, gemeten in productie (ton) per werknemer per jaar, is tijdens de beoordelingsperiode gestegen. Deze stijgingen weerspiegelen de algemene stijging van de productie en het verkoopvolume.

4.5.1.4.   Groei

(202)

De bedrijfstak van de Unie wist van de groei op de markt van de Unie te profiteren, ook al zijn faciliteiten die sterker last hebben gehad van de lagere bezettingsgraad die in het oorspronkelijke onderzoek is vastgesteld, zich nog aan het herstellen. De bedrijfstak van de Unie heeft gedurende de hele beoordelingsperiode een aanzienlijk marktaandeel behouden.

4.5.1.5.   Omvang van de dumping en herstel van eerdere dumping

(203)

Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek duurde de dumping op een aanzienlijk niveau voort, zoals in punt 3 toegelicht. Hierbij moet worden opgemerkt dat Chinese producenten de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk hebben onderboden en dat de bedrijfstak van de Unie nog steeds kwetsbaar is.

(204)

Aangezien het volume van de invoer met dumping uit China veel kleiner was dan tijdens het oorspronkelijke onderzoektijdvak, heeft de Commissie geconcludeerd dat de gevolgen van de hoogte van de dumpingmarge op de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk minder uitgesproken was dan in het oorspronkelijke onderzoek.

4.5.2.   Micro-economische indicatoren

4.5.2.1.   Voorraden

(205)

De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

 

2014

2015

2016

TNO

Voorraden (ton)

68 500 - 71 500

52 000 - 55 000

72 000 - 75 000

83 000 - 86 000

Index (2014 = 100)

100

77

106

120

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(206)

De producenten in de Unie hebben hun voorraden tijdens de beoordelingsperiode vergroot. Deze indicator wordt echter niet als erg relevant beschouwd voor de beoordeling van de economische situatie van de producenten in de Unie. OBS wordt voornamelijk op bestelling geproduceerd. Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vertegenwoordigden de voorraden slechts circa 2 % van de totale verkopen.

4.5.2.2.   Gemiddelde verkoopprijzen per eenheid in de Unie en productiekosten

(207)

De gemiddelde verkoopprijzen per eenheid voor niet-verbonden afnemers in de Unie en de gemiddelde productiekosten per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

 

2014

2015

2016

TNO

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid voor niet-verbonden partijen (EUR/ton)

805 - 820

760 - 775

740 - 755

895 - 910

Index (2014 = 100)

100

94

92

111

Productiekosten per eenheid (EUR/ton)

800 - 850

750 - 800

650 - 730

850 - 900

Index (2014 = 100)

100

94

87

106

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(208)

Tijdens de beoordelingsperiode is de bedrijfstak van de Unie erin geslaagd zijn verkoopprijzen met 11 % te verhogen. Na de prijsdalingen tussen 2014 en 2015 en vervolgens tussen 2015 en 2016 zijn de prijzen tussen 2016 en 2017 weer gestegen. Zowel de dalingen als de stijging hangen nauw samen met de ontwikkeling van de grondstofprijzen.

4.5.2.3.   Winstgevendheid en kasstroom

Tabel 11

 

2014

2015

2016

TNO

Winstgevendheid (%)

– 1,5 - 0

– 0,5 - 1

2,5 - 4

3,5 - 5

Index (2014 = 100)

– 100

101

413

506

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(209)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren.

(210)

Tijdens de beoordelingsperiode heeft de bedrijfstak van de Unie geen verliezen meer geleden. De verbetering van de winstgevendheid hield duidelijk verband met het feit dat de bedrijfstak van de Unie er in de jaren na de instelling van de oorspronkelijke maatregelen in is geslaagd het volume van de verkoop en de productie te vergroten en de verkoopprijs te verhogen. De winstgevendheid bleef echter onder de nagestreefde winstmarge die gezond en houdbaar werd geacht in het oorspronkelijke onderzoek (d.w.z. 6,7 %).

Tabel 12

 

2014

2015

2016

TNO

Kasstroom (EUR)

– 18 000 000 - (– 15 000 000

28 000 000 - 31 000 000

30 000 000 - 34 000 000

34 000 000 - 37 000 000

Index (2014 = 100)

– 100

273

295

311

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(211)

Tijdens de beoordelingsperiode weerspiegelt de ontwikkeling van de kasstroom hoofdzakelijk de ontwikkeling van de algemene winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie.

4.5.2.4.   Investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

Tabel 13

 

2014

2015

2016

TNO

Investeringen (EUR)

12 000 000 - 17 000 000

20 000 000 - 25 000 000

27 000 000 - 32 000 000

25 000 000 - 30 000 000

Index (2014 = 100)

100

159

200

180

Rendement van investeringen (nettoactiva) (%)

-2,2

0,0

7,0

11,0

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(212)

Tijdens de beoordelingsperiode heeft de bedrijfstak van de Unie, die uiterst kapitaalintensief is, regelmatig geïnvesteerd in de optimalisering en modernisering van de bestaande productie-installaties. Daarnaast zijn er aanzienlijke investeringen gedaan om te voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van milieubescherming en verhoogde veiligheid. Afhankelijk van de onderneming waren de investeringen gericht op kostenverlaging, energieoptimalisering en/of ook op de vernieuwing van faciliteiten die negatieve effecten hadden ondervonden van de lagere bezettingsgraad die tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld.

(213)

Het rendement van de investeringen is de winst in procenten van de nettoboekwaarde van de investeringen. Tijdens de beoordelingsperiode gingen het rendement van de investeringen en de winstgevendheidtrend vrijwel gelijk op.

(214)

Sinds de instelling van de maatregelen is het vermogen om kapitaal aan te trekken verbeterd.

4.5.2.5.   Lonen

Tabel 14

 

2014

2015

2016

TNO

Arbeidskosten per werknemer (EUR)

63 000 - 72 000

63 000 - 72 000

64 000 - 73 000

64 000 - 73 000

Index (2014 = 100)

100

101

102

102

Bron: gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(215)

Het gemiddelde loonniveau is in de beoordelingsperiode licht gestegen, maar minder dan de productiekosten per eenheid.

4.6.   Conclusie

(216)

Uit de analyse van de schade blijkt dat de situatie van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode aanzienlijk is verbeterd. Door de instelling van de definitieve antidumpingmaatregelen in maart 2013 kon de bedrijfstak van de Unie zich langzaam maar zeker herstellen van de schadelijke gevolgen van de dumping. Het feit dat de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk heeft geprofiteerd van de maatregelen, blijkt onder meer uit de toename van de productie en het volume van de verkoop in de Unie, de positieve kasstroom en het rendement van investeringen, verkoopprijzen die in het algemeen hoger zijn dan de productiekosten per eenheid, de minimale stijging van de arbeidskosten en de aanzienlijk verbeterde winstgevendheid.

(217)

Hoewel de bedrijfstak van de Unie zich grotendeels heeft hersteld van de geleden schade en op de goede weg lijkt te zijn om zijn situatie op lange termijn verder te verbeteren, bevindt hij zich echter nog steeds in een kwetsbare positie als gevolg van zijn beperkte winstgevendheid, die nog steeds onder de streefwinst ligt.

5.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE

(218)

Zoals vermeld in punt 4.6, heeft de bedrijfstak van de Unie zich grotendeels hersteld van de geleden schade als gevolg van de dumping. Niettemin zal in dit punt worden onderzocht of de precaire situatie van de bedrijfstak van de Unie verder zal verslechteren en tot een herhaling van aanmerkelijke schade zal leiden, indien de maatregel zou komen te vervallen.

5.1.   Effect van het verwachte volume van de invoer en gevolgen voor de prijzen bij het intrekken van de maatregelen

(219)

De verwachting is dat indien de maatregelen worden ingetrokken, de invoer vanuit de VRC sterk zal toenemen. Er wordt aan herinnerd dat de invoer tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek meer dan 702 000 ton bedroeg, terwijl de invoer tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek 6 338 ton bedroeg.

(220)

De overcapaciteit in de staalproductie in de VRC is alom bekend (83). De indiener van het verzoek heeft gegevens van Plantfacts verstrekt waaruit blijkt dat de OBS-capaciteit van de VRC 7 miljoen ton bedraagt (dat wil zeggen meer dan viermaal het zichtbare OBS-verbruik van de VRC). Dit lijkt een voorzichtige raming te zijn. De indiener van het verzoek heeft ook gedetailleerde informatie uit 2013 verstrekt, volgens welke de China Iron and Steel Association heeft bekendgemaakt dat de Chinese productiecapaciteit voor kleurbekleed staal in dat jaar bijna 40 miljoen ton bedroeg.

(221)

Hoewel de Chinese uitvoer naar de Unie na de instelling van de oorspronkelijke maatregelen is afgenomen, produceren Chinese producenten aanzienlijke hoeveelheden van het onderzochte product en voeren zij er meer dan 80 % van uit. Volgens de gegevens die door de World Steel Association zijn gepubliceerd, heeft de VRC in de jaren 2013-2014 meer dan 8 miljoen ton OBS per jaar geproduceerd. Een van de ondernemingen die de klacht steunt, heeft cijfers uit de China Metallurgical Newsletter of the China Metallurgical Information and Standardization Research Institute & the Metallurgical Council of the China Council for the Promotion of International Trade verstrekt, waaruit blijkt dat de VRC in de jaren 2015-2017 ongeveer 8 miljoen ton OBS per jaar heeft geproduceerd. Volgens dezelfde verklaring van de indiener van het verzoek wordt het Chinese zichtbare verbruik van OBS in de periode 2015-2017 geraamd op 1 tot 1,8 miljoen ton per jaar.

(222)

Maar hoe belangrijk de uitvoermarkten ook zijn voor de Chinese industrie, de VRC heeft steeds meer moeite om er toegang toe te krijgen. Tussen 2016 en 2018 hebben landen zoals India, Maleisië, Vietnam, Pakistan en Turkije handelsbeschermende maatregelen ingesteld die van invloed zijn op OBS van oorsprong uit de VRC. In de VS geldt sinds januari 2018 voor staal (met inbegrip van OBS) uit vele landen van oorsprong, waaronder de VRC, een tarief van 25 % (84).

(223)

Na Azië en Noord-/Midden-Amerika is de Unie de grootste markt voor OBS.

(224)

Uit de Chinese databank blijkt dat de VRC in het recente verleden aanzienlijke hoeveelheden tegen lage prijzen naar landen buiten de Unie heeft uitgevoerd. In 2017 lagen de Chinese fob-prijzen voor de Unie 10,5 % hoger dan bijvoorbeeld voor Korea, de belangrijkste uitvoermarkt van de VRC voor dit product. Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek was de uitvoer naar landen buiten de Unie groter dan de totale productie van de bedrijfstak van de Unie en het zichtbare verbruik in de Unie. Gezien de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie wegens het prijsniveau, de openheid (er zijn geen douanerechten voor dit product) en het toegenomen zichtbare verbruik, wordt geoordeeld dat indien de maatregelen worden beëindigd, Chinese exporteurs waarschijnlijk aanzienlijke volumes OBS naar de lucratievere markt van de Unie zullen verleggen. Het feit dat de Unie onlangs vrijwaringsmaatregelen voor bepaalde staalproducten, waaronder OBS, heeft vastgesteld, doet niets af aan deze conclusie. Het volume van de invoer in het kader van de tariefcontingenten wordt vastgesteld op niveaus die de VRC in staat kunnen stellen aanzienlijke hoeveelheden OBS uit te voeren.

(225)

Bovendien, en zoals beschreven in punt 4.3.2, heeft de Chinese invoer op de markt van de Unie de prijzen van de producenten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanzienlijk onderboden, met name wanneer de gevolgen van de geldende antidumpingrechten buiten beschouwing worden gelaten.

(226)

Op de markt voor OBS is de prijsconcurrentie zeer groot, aangezien de concurrentie vooral op basis van de prijzen plaatsvindt. De potentiële druk op de prijzen van de bedrijfstak van de Unie wordt nog verergerd door het feit dat de Chinese verkoop, volgens het verzoek, gewoonlijk in betrekkelijk grote hoeveelheden plaatsvindt. Indien goedkope invoer met dumping in aanzienlijke hoeveelheden op de markt van de Unie wordt gebracht, zullen de verkoopvolumes van producenten in de Unie sterk afnemen. Het vermogen om kapitaal aan te trekken en te investeren kan worden belemmerd als de winstgevendheid van de producenten in de Unie verder daalt of negatief wordt.

5.2.   Conclusie

(227)

Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat de intrekking van de maatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC waarschijnlijk zou leiden tot herhaling van de schade voor de bedrijfstak van de Unie.

6.   BELANG VAN DE UNIE

6.1.   Inleiding

(228)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening is onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen niet in strijd is met het belang van de Unie als geheel. Het belang van de Unie is bepaald aan de hand van een afweging van de belangen van de betrokkenen, namelijk die van de bedrijfstak van de Unie enerzijds, en die van importeurs en gebruikers anderzijds.

(229)

Bij het oorspronkelijke onderzoek werden antidumpingmaatregelen niet in strijd met het belang van de Unie geacht. Bovendien kan nu, omdat het om een nieuw onderzoek gaat waarbij een situatie wordt onderzocht waarin al antidumpingmaatregelen van toepassing waren, worden nagegaan of die maatregelen ongewenste negatieve gevolgen voor de betrokken partijen hebben gehad.

(230)

Op basis hiervan is onderzocht of er, ondanks de vastgestelde waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping en herhaling van schade, kan worden geconcludeerd dat handhaving van de maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie zou zijn.

6.2.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(231)

Uit het onderzoek is gebleken dat als de maatregelen zouden komen te vervallen, dit waarschijnlijk een aanzienlijk negatief effect op de bedrijfstak van de Unie zou hebben. De situatie van de bedrijfstak van de Unie zou snel verslechteren in termen van lagere verkoopvolumes en verkoopprijzen, met een sterke afname van de winstgevendheid als gevolg. Bij voortzetting van de maatregelen zou de bedrijfstak van de Unie zijn potentieel verder kunnen benutten op een markt van de Unie die voor alle partijen een gelijk speelveld biedt.

(232)

Daarom is het handhaven van de geldende antidumpingmaatregelen in het belang van de bedrijfstak van de Unie.

6.3.   Belang van de importeurs

(233)

Zoals vermeld in overweging 12, zijn negen bekende importeurs benaderd en verzocht om hun medewerking aan dit onderzoek te verlenen. Geen van hen heeft zich gemeld of meegewerkt aan het onderzoek.

(234)

Er zij aan herinnerd dat bij het oorspronkelijke onderzoek is vastgesteld dat eventuele negatieve gevolgen van de instelling van maatregelen voor de importeurs niet onevenredig zouden zijn, gezien hun winst en leveringsbronnen.

(235)

In het huidige onderzoek is er geen bewijsmateriaal in het dossier waaruit het tegendeel blijkt, en bijgevolg kan worden bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis op de financiële situatie van de importeurs hadden en dat de voortzetting van de maatregelen geen ernstige gevolgen voor hen zal hebben.

6.4.   Belang van de gebruikers

(236)

In het kader van dit onderzoek zijn een zestigtal bekende gebruikers benaderd en verzocht om hun medewerking te verlenen. Geen van de gebruikers heeft zich gemeld of meegewerkt aan het onderzoek.

(237)

Er zij aan herinnerd dat in het oorspronkelijke onderzoek tien gebruikers de vragenlijst hebben beantwoord. Toen is vastgesteld dat eventuele gevolgen van de instelling van maatregelen voor de gebruikers niet onevenredig zouden zijn, gezien hun winst en leveringsbronnen.

(238)

In het huidige onderzoek is er geen bewijsmateriaal in het dossier dat erop wijst dat de geldende maatregelen negatieve effecten op hen hadden. De indiener van het verzoek heeft zelfs bewijsmateriaal voorgelegd waaruit blijkt dat de winstgevendheid van de belangrijkste gebruikers in de beoordelingsperiode is verbeterd. Volgens het verzoek hebben de geldende maatregelen geen aanzienlijke gevolgen voor de gebruikers en de consumenten, aangezien OBS een verwaarloosbaar deel van de kosten van de downstreamproducten vertegenwoordigt (bijvoorbeeld 0,42 EUR van de kosten voor de productie van een wasmachine of 0,4 % van de investering in een leeg fabrieksgebouw).

(239)

Op grond hiervan wordt bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen wezenlijk negatief effect hebben gehad op de financiële situatie van gebruikers en dat de voortzetting van de maatregelen geen ernstige gevolgen voor hen zou hebben.

6.5.   Conclusie

(240)

Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen zijn om de definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van OBS van oorsprong uit de VRC niet te handhaven.

7.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(241)

Bijgevolg moeten de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de VRC overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening worden gehandhaafd.

(242)

Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (85). Dit verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, moet een bericht over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(243)

Indien een bedrag moet worden terugbetaald na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie of als gevolg van een minnelijke schikking, geldt als rentevoet, in het licht van artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (86), de rentevoet die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

(244)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde organisch beklede staalproducten, d.w.z. gewalste platte producten van niet-gelegeerd of gelegeerd staal (uitgezonderd roestvrij staal), aan ten minste één zijde geverfd, gevernist of bekleed met kunststof, met uitzondering van zogenaamde "sandwichpanelen" van de soort gebruikt in de bouw, bestaande uit twee metalen buitenplaten met een stabiliserende kern van isolatiemateriaal, met uitzondering van producten met een laatste bekleding van zinkstof (een zinkrijke verf die 70 of meer gewichtspercenten zink bevat) en met uitzondering van producten met een met chroom of tin bekleed substraat, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7210 70 80, ex 7212 40 80, ex 7225 99 00 en ex 7226 99 70 (Taric-codes 7210708011, 7210708091, 7212408001, 7212408021, 7212408091, 7225990011, 7225990091, 7226997011 en 7226997091), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde product is als volgt:

Onderneming

Recht (%)

Aanvullende Taric-code

Union Steel China

0

B311

Zhangjiagang Panhua Steel Strip Co., Ltd, Chongqing Wanda Steel Strip Co., Ltd, en Zhangjiagang Free Trade Zone Jiaxinda International Trade Co., Ltd

26,1

B312

Zhejiang Huadong Light Steel Building Material Co. Ltd en Hangzhou P.R.P.T. Metal Material Company, Ltd

5,9

B313

Angang Steel Company Limited

16,2

B314

Anyang Iron Steel Co., Ltd

0

B315

Baoshan Iron & Steel Co., Ltd

0

B316

Baoutou City Jialong Metal Works Co., Ltd

16,2

B317

Changshu Everbright Material Technology Co., Ltd

16,2

B318

Changzhou Changsong Metal Composite Material Co., Ltd

16,2

B319

Cibao Modern Steel Sheet Jiangsu Co., Ltd

0

B320

Inner Mongolia Baotou Steel Union Co., Ltd

16,2

B321

Jiangyin Ninesky Technology Co., Ltd

0

B322

Jiangyin Zhongjiang Prepainted Steel Mfg Co., Ltd

0

B323

Jigang Group Co., Ltd

16,2

B324

Maanshan Iron&Steel Company Limited

16,2

B325

Qingdao Hangang Color Coated Sheet Co., Ltd

16,2

B326

Shandong Guanzhou Co., Ltd

16,2

B327

Shenzen Sino Master Steel Sheet Co., Ltd

16,2

B328

Tangshan Iron And Steel Group Co., Ltd

16,2

B329

Tianjin Xinyu Color Plate Co., Ltd

16,2

B330

Wuhan Iron And Steel Company Limited

16,2

B331

Wuxi Zhongcai New Materials Co., Ltd

0

B332

Xinyu Iron And Steel Co., Ltd

0

B333

Zhejiang Tiannu Color Steel Co., Ltd

16,2

B334

Alle andere ondernemingen

13,6

B999

3.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

4.   De Commissie kan lid 2 wijzigen om er een nieuwe producent-exporteur in op te nemen en aan die producent het passende gewogen gemiddelde antidumpingrecht toe te kennen dat van toepassing is op de meewerkende ondernemingen die niet in de steekproef van het oorspronkelijke onderzoek zijn opgenomen, wanneer een nieuwe producent-exporteur in de Volksrepubliek China voldoende bewijs indient bij de Commissie om aan te tonen dat:

a)

hij het in lid 1 beschreven product tijdens de periode van 1 oktober 2010 tot en met 30 september 2011 (tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek) niet naar de Unie heeft uitgevoerd;

b)

hij niet verbonden is met een exporteur of producent in de Volksrepubliek China voor wie de bij deze verordening ingestelde antidumpingmaatregelen gelden; en

c)

hij het onderzochte product werkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om na het einde van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren.

5.   De individuele antidumpingrechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 opgenomen ondernemingen worden uitsluitend toegepast indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd. Deze handelsfactuur bevat een verklaring die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: "Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) bepaald organisch bekleed staal die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in (betrokken land). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is." Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor "alle andere ondernemingen" geldt.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 mei 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 214/2013 van de Raad van 11 maart 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 73 van 15.3.2013, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013 van de Raad van 11 maart 2013 tot instelling van een compenserend recht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 73 van 15.3.2013, blz. 16).

(4)  Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 187 van 13.6.2017, blz. 60).

(5)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 96 van 14.3.2018, blz. 8).

(6)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 96 van 14.3.2018, blz. 21).

(7)  Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55).

(8)  Nr. t18.003071.

(9)  Nr. t18.007614.

(10)  COM(2017) 483 final/2.

(11)  Ministerie van Handel van de Verenigde Staten, "China's Status as a non-market economy", A-570053, 26 oktober 2017, blz. 57.

(12)  Xinhua News Agency, "SASAC: State-owned Economy Should Maintain Absolute Controlling Power over Seven Industries", 18 december 2006.

(13)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013 van de Raad en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969 van de Commissie van 8 juni 2017 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/649 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde warmgewalste platte producten van ijzer, van niet-gelegeerd staal of van ander gelegeerd staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 146 van 9.6.2017, blz. 17).

(14)  Verslag van THINK!DESK, "Analysis of state-business interaction and subsidization in the hot-rolled flat (HRF) segment of the Chinese steel industry", 28 februari 2016, bijgevoegd in bijlage 18 bij het verzoek.

(15)  Gegevens bijgevoegd in bijlage 20 bij het verzoek.

(16)  China Chemical Enterprise Management Association (CCEMA). (2016). List of Top 500 Chinese Chemical Companies in 2016. China Petroleum & Chemical Industry Federation (CPCIF). (2016). 29 juni 2016.

http://www.cpcia.org.cn/html/13/20166/155709.html; aangehaald in het rapport, blz. 403.

(17)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013 en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969, reeds aangehaald.

(18)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013, overwegingen 140-145.

(19)   "Overview of the subsidies enjoyed by Chinese steel producers", blz. 6, bijgevoegd in bijlage 18 bij het verzoek.

(20)  CHEN Y., "CBRC's New Supervisory Storm is here — implications for foreign banks in China", China Law Insight, 13 april 2017, bijgevoegd in bijlage 18 bij het verzoek.

(21)  Ministerie van Handel van de Verenigde Staten, "China's Status as a Non-Market Economy", 26 oktober 2017, bijgevoegd in bijlage 18 bij het verzoek.

(22)  Voor meer details, zie de punten 106-107 van het verzoek.

(23)  Zie " Overview of the subsidies enjoyed by Chinese steel producers ", blz. 6-7, bijgevoegd in bijlage 18 bij het verzoek.

(24)  Verslag van THINK!DESK, "Deleveraging and Debt Equity Swaps in the Chinese Steel Industry", 31 oktober 2017, bijgevoegd in bijlage 18 bij het verzoek.

(25)  Verordening (EU) Nr. 215/2013, overwegingen 314-396; en Verordening (EU) 2017/969, overwegingen 312-394.

(26)  Environmental Enforcement and Compliance in China, an Assessment of Current Practices and Ways Forward (OESO) 2006.

(27)  Rapport — Hoofdstuk 2, blz. 6-7.

(28)  Rapport — Hoofdstuk 2, blz. 10.

(29)  http://en.pkulaw.cn/display.aspx?cgid=311950&lib=law

(30)  Rapport — Hoofdstuk 2, blz. 20-21.

(31)  Rapport — Hoofdstuk 3, blz. 41, 73-74.

(32)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 120-121.

(33)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 122-135.

(34)  Rapport — Hoofdstuk 7, blz. 167-168.

(35)  Rapport — Hoofdstuk 8, blz. 169-170, 200-201.

(36)  Rapport — Hoofdstuk 2, blz. 15-16, Rapport — Hoofdstuk 4, blz. 50, blz. 84, Rapport — Hoofdstuk 5, blz. 108-109.

(37)  Rapport — Hoofdstuk 3, blz. 22-24 en Hoofdstuk 5, blz. 97-108.

(38)  Rapport — Hoofdstuk 5, blz. 104-109.

(39)  Rapport — Hoofdstuk 14, blz. 358: 51 % particuliere ondernemingen en 49 % staatsondernemingen in termen van productie en 44 % staatsondernemingen en 56 % particuliere ondernemingen in termen van capaciteit.

(40)  https://policycn.com/policy_ticker/higher-expectations-for-large-scale-steel-enterprise/?iframe=1&secret=c8uthafuthefra4e

(41)  Zoals de fusie tussen de particuliere onderneming Rizhao en de staatsonderneming Shandong Iron and Steel in 2009. Zie Beijing Steel Report, blz. 58.

(42)  Rapport — Hoofdstuk 14, blz. 359-360.

(43)  Rapport — Hoofdstuk 5, blz. 100-101.

(44)  Rapport — Hoofdstuk 2, blz. 31-32.

(45)  Zie https://www.reuters.com/article/us-china-congress-companies-idUSKCN1B40JU

(46)  De volledige tekst van het plan is te vinden op de website van het MIIT:

http://www.miit.gov.cn/n1146295/n1652858/n1652930/n3757016/c5353943/content.html

(47)  Baoshan Iron & Steel Co., Ltd halfjaarverslag 2016, http://tv.baosteel.com/ir/pdf/report/600019_2016_2e.pdf

(48)  Zie overweging 64 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969.

(49)  Rapport — Hoofdstukken 14.1-14.3.

(50)  Rapport — Hoofdstuk 4, blz. 41-42 en 83.

(51)  Rapport, Deel III, Hoofdstuk 14, blz. 346 e.v.

(52)  Inleiding tot het plan voor de aanpassing en de verbetering van de staalindustrie.

(53)  Rapport — Hoofdstuk 14, blz. 347.

(54)  Het Dertiende Vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling van de Volksrepubliek China (2016-2020), http://en.ndrc.gov.cn/newsrelease/201612/P020161207645765233498.pdf

(55)  Rapport — Hoofdstuk 14, blz. 349.

(56)  Rapport — Hoofdstuk 14, blz. 352.

(57)  Catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie 2011) (wijziging van 2013), vastgesteld bij besluit nr. 9 van de Nationale Commissie voor ontwikkeling en hervorming van 27 maart 2011, en gewijzigd overeenkomstig het besluit van de Nationale Commissie voor ontwikkeling en hervorming tot wijziging van de toepasselijke bepalingen van de catalogus voor leidende beginselen voor herstructurering van de industrie (versie 2011), vastgesteld bij besluit nr. 21 van de Nationale Commissie voor ontwikkeling en hervorming van 16 februari 2013.

(58)  Zie overweging 56 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969.

(59)  Het verzoek bevat overvloedig aanvullend bewijsmateriaal (bijlage 18) over verstoringen op de markten voor een aantal grondstoffen die voor de productie van OBS worden gebruikt, zoals: dominantie van staatsondernemingen in de zink-, steenkool- en ijzerertsmijnbouw en een uitvoerheffing van 30 % op zink; dominantie van staatsondernemingen in de chemische industrie voor de productie van verf en andere chemische bekledingsproducten; preferentiële elektriciteitstarieven voor een aantal OBS-producenten. Zie ook Rapport — hoofdstuk 16.

(60)  Rapport — Hoofdstuk 14, blz. 375-376.

(61)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 138-149.

(62)  Rapport — Hoofdstuk 9, blz. 216.

(63)  Rapport — Hoofdstuk 9, blz. 213-215.

(64)  Rapport — Hoofdstuk 9, blz. 209-211.

(65)  Zie de overwegingen 107-126 van Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 215/2013.

(66)  Zie de overwegingen 281-311 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969.

(67)  Rapport — Hoofdstuk 13, blz. 332-337.

(68)  Rapport — Hoofdstuk 13, blz. 336.

(69)  Rapport — Hoofdstuk 13, blz. 337-341.

(70)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 114-117.

(71)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 119.

(72)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 120.

(73)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 121-122, 126-128, 133-135.

(74)  Rapport — Hoofdstuk 6, blz. 121-122, 126-128, 133-135.

(75)  Zie de overwegingen 157-215 van Uitvoeringsverordening (EU) Nr. 215/2013.

(76)  Zie de overwegingen 83-244 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/969.

(77)  World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income

(78)  Indien het onderzochte product niet wordt geproduceerd in een land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau, kan de productie van een product van dezelfde algemene categorie en/of sector van het onderzochte product in overweging worden genomen.

(79)  Het heeft het op 22 mei 2001 ondertekende Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen wel ondertekend, maar niet geratificeerd.

(80)  Met inbegrip van reparaties en onderhoud, beveiligingsdiensten, verzekeringen en kantoorkosten als bedoeld in toelichting 6 — verkoopkosten, blz. 79 van het jaarverslag 2017.

(81)  Aangehaald in toelichting 7 — verkoop-, algemene en administratieve kosten, blz. 80, en met inbegrip van overige bedrijfsopbrengsten (kosten) als bedoeld in toelichting 9, blz. 81, en overige financiële opbrengsten (kosten) als bedoeld in toelichting 10, blz. 81 van het jaarverslag 2017.

(82)  Aangehaald in de geconsolideerde winst- en verliesrekening, blz. 45 van het jaarverslag 2017.

(83)  Zie bv. Mondiaal Forum over de overcapaciteit van staal, "Ministerial report 20 september 2018 " , https://www.g20.org/sites/default/files/gfsec_ministerial_report_2018.pdf, waarin de overcapaciteit van de VRC in de sector als geheel door alle partijen, inclusief de VRC, wordt bevestigd. Met een staalcapaciteit van 1 018,3 miljoen MT in 2017 is de VRC wereldwijd goed voor het grootste aandeel (45 % volgens bladzijde 42). Uit tabel 1 van het verslag blijkt dat de VRC de capaciteit in de periode 2014-2017 met 10 % heeft verminderd. Op bladzijde 51 staat dat China "duidelijke doelstellingen heeft vastgesteld voor de vermindering van de overcapaciteit, te weten een vermindering van de ruwstaalcapaciteit van 100-150 miljoen MT tussen 2016 en 2020".

(84)  Tarieven op aluminium en staal op grond van Section 232, https://www.cbp.gov/trade/programs-administration/entry-summary/232-tariffs-aluminum-and-steel

(85)   Europese Commissie, Directoraat-generaal Handel, Directoraat H, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.

(86)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).