28.2.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 60/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/336 VAN DE COMMISSIE

van 27 februari 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1141/2010 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 wat betreft de lidstaat-rapporteur voor de evaluatie van 1-methylcyclopropeen, famoxadone, mancozeb, methiocarb, methoxyfenozide, pirimicarb, pirimifos-methyl en thiacloprid

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 19,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie (2) en Verordening (EU) nr. 1141/2010 van de Commissie (3) is aan het Verenigd Koninkrijk, als lidstaat-rapporteur, de beoordeling van bepaalde werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen toevertrouwd.

(2)

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De Verdragen zijn niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van een terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na die kennisgeving, d.w.z. met ingang van 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad, met instemming van het Verenigd Koninkrijk, met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

(3)

Het tussen de onderhandelaars overeengekomen en door de Europese Raad (artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie) bekrachtigde ontwerp-terugtrekkingsakkoord voorziet in regelingen op grond waarvan bepalingen van Unierecht op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing blijven gedurende een overgangsperiode die volgt op de datum waarop de verdragen niet meer op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn. Indien dat akkoord in werking treedt, is de wetgeving van de Unie op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen gedurende de overgangsperiode van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig dat akkoord en vervalt deze aan het einde van die periode. Zelfs indien het terugtrekkingsakkoord door de EU en het Verenigd Koninkrijk wordt geratificeerd, kan het Verenigd Koninkrijk tijdens de overgangsperiode echter niet als leidende autoriteit optreden voor risicobeoordelingen, onderzoeken, goedkeuringen of toelatingen op het niveau van de Unie of op het niveau van gezamenlijk optredende lidstaten, als bedoeld in onder meer Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(4)

Daarom is het nodig de beoordeling van de werkzame stoffen waarvoor het Verenigd Koninkrijk de lidstaat-rapporteur is en waarover vóór 30 maart 2019 geen beslissing over de verlenging van de goedkeuring wordt verwacht, aan andere lidstaten toe te wijzen. De desbetreffende werkzame stoffen zijn 1-methylcyclopropeen, famoxadone, mancozeb, methiocarb, methoxyfenozide, pirimicarb, pirimifos-methyl en thiacloprid.

(5)

Deze toewijzing moet zodanig geschieden dat de verantwoordelijkheden en werkzaamheden evenwichtig tussen de lidstaten worden verdeeld.

(6)

Aangezien de beoordeling van de betrokken werkzame stoffen zich in een gevorderd stadium bevindt en er naar verwachting slechts in geringe mate taken resten, hoeft voor deze beoordeling geen lidstaat-corapporteur te worden aangewezen.

(7)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 en Verordening (EU) nr. 1141/2010 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Deze verordening moet met ingang van 30 maart 2019 van toepassing worden. Indien de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde periode van twee jaar echter wordt verlengd, moet deze verordening van toepassing zijn vanaf de dag volgende op die waarop de wetgeving op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen niet meer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk, omdat overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 (4) het op een bepaalde datum vastgestelde einde van de toepassing van rechtshandelingen geschiedt bij het einde van het laatste uur van de dag waarop die datum valt.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

Verordening (EU) nr. 1141/2010 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 30 maart 2019.

Indien echter wordt beslist tot verlenging van de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde periode van twee jaar, is deze verordening van toepassing met ingang van de dag volgende op die waarop de wetgeving op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen niet meer van toepassing is op en in het Verenigd Koninkrijk.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 februari 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie van 26 juli 2012 waarbij de beoordeling van werkzame stoffen in het kader van de verlengingsprocedure aan de lidstaten wordt toevertrouwd (PB L 200 van 27.7.2012, blz. 5).

(3)  Verordening (EU) nr. 1141/2010 van de Commissie van 7 december 2010 tot vaststelling van de procedure voor de verlenging van de opneming van een tweede groep werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en tot opstelling van de lijst van die stoffen (PB L 322 van 8.12.2010, blz. 10).

(4)  Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).


BIJLAGE I

Deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de vermelding voor 1-methylcyclopropeen wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„1-methylcyclopropeen

NL”

 

b)

de vermelding voor mancozeb wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„Mancozeb

EL”

 

c)

de vermelding voor methiocarb wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„Methiocarb

DE”

 

d)

de vermelding voor methoxyfenozide wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„Methoxyfenozide

SK”

 

e)

de vermelding voor pirimicarb wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„Pirimicarb

SE”

 

f)

de vermelding voor pirimifos-methyl wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„Pirimifos-methyl

FR”

 

g)

de vermelding voor thiacloprid wordt vervangen door:

Werkzame stof

Lidstaat-rapporteur

Lidstaat-corapporteur

„Thiacloprid

DE”

 


BIJLAGE II

In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1141/2010 wordt de vermelding voor famoxadone vervangen door:

Kolom A

 

Kolom B

Kolom C

Kolom D

„Famoxadone

2012

FI

 

31 augustus 2012”