|
31.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 27/23 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/150 VAN DE COMMISSIE
van 30 januari 2019
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 wat betreft de lidstaat-rapporteur voor de evaluatie van de volgende werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen: deltamethrin, diflufenican, epoxiconazool, fluoxastrobin, prothioconazool en tebuconazool
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 19,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie (2) is aan het Verenigd Koninkrijk, als lidstaat-rapporteur, de beoordeling van bepaalde werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen toevertrouwd. |
|
(2) |
Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De Verdragen zijn niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na die kennisgeving, d.w.z. met ingang van 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen besluit deze termijn te verlengen. |
|
(3) |
Het tussen de onderhandelaars overeengekomen terugtrekkingsakkoord zal voorzien in regelingen op grond waarvan bepalingen van het Unierecht op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing kunnen blijven tot na de datum waarop de Verdragen niet meer op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn. Indien dat akkoord in werking treedt, is de wetgeving van de Unie op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk gedurende de overgangsperiode overeenkomstig dat akkoord en vervalt deze aan het einde van die periode. Overeenkomstig dat akkoord kan het Verenigd Koninkrijk tijdens de overgangsperiode niet als leidende autoriteit optreden voor risicobeoordelingen, onderzoeken, goedkeuringen of toelatingen op het niveau van de Unie of op het niveau van gezamenlijk optredende lidstaten, als bedoeld in onder meer Verordening (EG) nr. 1107/2009. |
|
(4) |
Daarom is het nodig de beoordeling van de werkzame stoffen waarvoor het Verenigd Koninkrijk de lidstaat-rapporteur is en waarover vóór 29 maart 2019 geen conclusie van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid wordt verwacht aan andere lidstaten toe te wijzen. De betrokken werkzame stoffen zijn deltamethrin, diflufenican, epoxiconazool, fluoxastrobin, prothioconazool en tebuconazool. |
|
(5) |
Deze toewijzing moet zodanig geschieden dat de verantwoordelijkheden en werkzaamheden evenwichtig tussen de lidstaten worden verdeeld. |
|
(6) |
Aangezien de beoordeling van de betrokken werkzame stoffen zich in een gevorderd stadium bevindt en er naar verwachting slechts in geringe mate taken resten, hoeft voor deze beoordeling geen lidstaat-corapporteur te worden aangewezen. |
|
(7) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Deze verordening moet met ingang van 30 maart 2019 van toepassing worden. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 30 maart 2019.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 januari 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 van de Commissie waarbij de beoordeling van werkzame stoffen in het kader van de verlengingsprocedure aan de lidstaten wordt toevertrouwd (PB L 200 van 27.7.2012, blz. 5).
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 686/2012 wordt als volgt gewijzigd:
|
1. |
Deel A wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2. |
Deel B wordt als volgt gewijzigd:
|