|
17.1.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 15/5 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/67 VAN DE COMMISSIE
van 16 januari 2019
tot instelling van vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van Indica-rijst van oorsprong uit Cambodja en Myanmar
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad (1), en met name artikel 26,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Opening van het onderzoek
|
(1) |
Op 16 februari 2018 heeft de Commissie van Italië een verzoek ontvangen op grond van artikel 22 van Verordening (EU) nr. 978/2012 (hierna „de SAP-verordening” genoemd). Het verzoek strekte tot de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen met betrekking tot rijst van de soort „Indica” van oorsprong uit Cambodja en Myanmar. Andere rijstproducerende lidstaten van de Unie, te weten Spanje, Frankrijk, Portugal, Griekenland, Roemenië, Bulgarije en Hongarije, steunden het door Italië ingediende verzoek. |
|
(2) |
Nadat de Commissie had vastgesteld dat het verzoek voldoende bewijsmateriaal bevatte dat Indica-rijst van oorsprong uit Cambodja en Myanmar werd ingevoerd in hoeveelheden en tegen prijzen die ernstige moeilijkheden veroorzaken voor de bedrijfstak van de Unie, heeft zij, na kennisgeving aan de lidstaten, op 16 maart 2018 een bericht van opening van een vrijwaringsonderzoek bekendgemaakt (2). |
|
(3) |
Om de inlichtingen te verkrijgen die zij nodig achtte om een diepgaande beoordeling te verrichten, heeft de Commissie de bekende producenten („verwerkers”) van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in de Unie en hun vereniging, evenals de bekende verwerkers-exporteurs en hun federaties, met inbegrip van de betreffende overheden, in kennis gesteld en verzocht aan het onderzoek mee te werken. |
1.2. Samenstelling van een steekproef
|
(4) |
Gezien het grote aantal bij deze procedure betrokken producenten in de Unie, verwerkers-exporteurs en importeurs heeft de Commissie, om het onderzoek binnen de wettelijke termijn te kunnen afronden, besloten haar onderzoek tot een redelijk aantal individuele verwerkers in de Unie te beperken. Op grond van artikel 11, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1083/2013 van de Commissie (3) heeft de Commissie haar onderzoek onderbouwd middels de samenstelling van een representatieve steekproef. |
|
(5) |
In haar bericht van opening heeft de Commissie vermeld dat zij een voorlopige steekproef van verwerkers in de Unie had samengesteld op basis van de grootste representatieve productiehoeveelheden van het soortgelijke product, waarbij een geografische spreiding was gewaarborgd. Hoewel in acht lidstaten rijst wordt verbouwd, is de productie sterk geconcentreerd in Italië en Spanje: deze twee landen zijn goed voor 80 % van de totale rijstproductie in de Unie (ongeveer 50 % in Italië en 30 % in Spanje) en zijn daarom representatief voor de bedrijfstak van de Unie. Op basis daarvan achtte de Commissie het gerechtvaardigd vragenlijsten toe te zenden aan drie Italiaanse verwerkers en één Spaanse verwerker. |
|
(6) |
Eén partij betwijfelde of de steekproef representatief was. Deze partij heeft de Commissie gevraagd hoeveel productie de in de steekproef opgenomen verwerkers vertegenwoordigden ten opzichte van de totale productie in de Unie en hoe hun situatie zich had ontwikkeld ten opzichte van deze van de bedrijfstak van de Unie. Zoals toegelicht in overweging 5 is de samenstelling van de steekproef gebaseerd op de grootste representatieve productiehoeveelheden die redelijkerwijs binnen de beschikbare termijn konden worden onderzocht. De drie in de steekproef opgenomen Italiaanse verwerkers vertegenwoordigden 50 % van de Italiaanse productie gedurende het verkoopseizoen 2016-2017 en de in de steekproef opgenomen Spaanse verwerker vertegenwoordigde 17 % van de Spaanse productie in datzelfde verkoopseizoen. Samen vertegenwoordigden de in de steekproef opgenomen verwerkers 26 % van de totale productie in de Unie. Bovendien heeft de productie van de in de steekproef opgenomen ondernemingen zich in de onderzochte periode, dat wil zeggen van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2017, op vergelijkbare wijze ontwikkeld als de productie van de gehele bedrijfstak. Voor de in de steekproef opgenomen producenten is de productie met 36 % afgenomen en voor de gehele bedrijfstak van de Unie met 38 %. De conclusie dat de steekproef daadwerkelijk representatief is, wordt daardoor bevestigd. |
|
(7) |
Ook aan enkele telers („landbouwers”) zijn vragenlijsten toegezonden, maar gezien de hoge fragmentatie van de sector (ongeveer 4 000) geven deze slechts een zeer beperkt beeld van de situatie (4). |
|
(8) |
Wat de selectie van de exporteurs betreft, heeft de Commissie in het kader van de steekproef in totaal 13 antwoorden ontvangen van verwerkers-exporteurs uit Cambodja en 15 antwoorden van verwerkers-exporteurs uit Myanmar. Het was daarom nodig een steekproef samen te stellen. Alle partijen zijn daarvan in kennis gesteld. Op basis van de van de verwerkers-exporteurs verkregen informatie had de Commissie in eerste instantie een steekproef samengesteld van drie exporteurs uit Cambodja en drie exporteurs uit Myanmar. Deze exporteurs waren geselecteerd op basis van de grootste uitvoerhoeveelheden naar de Unie. Op basis van verdere beoordeling en opmerkingen van de Cambodian Rice Federation bleken twee exporteurs uit Cambodja echter niet in staat te zijn mee te werken. Deze zijn daarom vervangen. Uiteindelijk heeft slechts één onderneming op de vragenlijst geantwoord. Wat Myanmar betreft, hebben uiteindelijk alle drie de geselecteerde ondernemingen op de vragenlijst geantwoord. |
|
(9) |
Naar aanleiding van het bericht van opening hebben vier niet-verbonden importeurs zich kenbaar gemaakt. Gezien het beperkte aantal medewerkende importeurs werd een steekproef niet noodzakelijk geacht. De Commissie heeft een vragenlijst toegezonden aan alle vier de ondernemingen. Zij hebben echter niet allemaal een volledig antwoord aangeleverd. |
1.3. Controlebezoeken
|
(10) |
De Commissie heeft alle gegevens die zij voor haar onderzoek nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Op grond van artikel 12 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1083/2013 zijn bij de volgende ondernemingen controles ter plaatse uitgevoerd:
|
1.4. Onderzoektijdvak
|
(11) |
Het onderzoek had betrekking op de afgelopen vijf verkoopseizoenen, dat wil zeggen de periode van 1 september 2012 tot en met 31 augustus 2017 („het onderzoektijdvak”). |
1.5. Mededeling van feiten en overwegingen
|
(12) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de Commissie acht opmerkingen ontvangen, waaronder opmerkingen van Italië en Spanje. Ook heeft de Commissie opmerkingen ontvangen van drie ondernemingen en één vereniging die geen belanghebbenden waren. Hoewel deze partijen niet als belanghebbenden waren ingeschreven, zijn hun opmerkingen grotendeels in aanmerking genomen en opgenomen in de conclusies van de Commissie, aangezien ze veelal overeenkwamen met de opmerkingen van de ingeschreven belanghebbenden. |
2. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK OF RECHTSTREEKS CONCURREREND PRODUCT
2.1. Betrokken product
|
(13) |
Bij het „betrokken product” gaat het om halfwitte of volwitte Indica-rijst van oorsprong uit Cambodja en Myanmar, die op grond van de SAP-verordening is vrijgesteld van douanerechten, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 1006 30 27, 1006 30 48, 1006 30 67 en 1006 30 98. |
|
(14) |
Het betrokken product wordt ofwel in bulk in de Unie ingevoerd voor verdere verwerking (bewerken, reinigen en verpakken), ofwel in kleine zakken tot 5 kg of tussen de 5 kg en 20 kg, die zonder verdere verwerking rechtstreeks door detailhandelaren kunnen worden verkocht. |
2.2. Soortgelijk of rechtstreeks concurrerend product
|
(15) |
De twee belangrijkste soorten rijst zijn Indica en Japonica. De eerste is een langkorrelige rijstsoort waarvan de korrels na het koken los blijven. De tweede soort, Japonica, is een vrij ronde rijstsoort. Deze rijst wordt kleverig en wordt gebruikt voor gerechten als paella of risotto. |
|
(16) |
Wanneer de rijst wordt geoogst, heeft deze een kroonkafje en wordt deze „padie” genoemd. Na de oogst wordt de rijst aan een reeks bewerkingsprocessen onderworpen. Bij „gedopte rijst” gaat het om rijst waarvan het kroonkafje is verwijderd. Om „halfwitte” of „volwitte rijst” te verkrijgen is verdere bewerking nodig. |
|
(17) |
In deze beoordeling heeft de Commissie vastgesteld dat de volwitte of halfwitte Indica-rijst die in de Unie wordt geproduceerd, een soortgelijk of rechtstreeks concurrerend product is van het betrokken product. |
|
(18) |
De in de Unie geproduceerde en de ingevoerde volwitte of halfwitte Indica-rijst hebben inderdaad dezelfde fysische, technische en chemische basiseigenschappen. Ze worden voor dezelfde doeleinden gebruikt en worden via vergelijkbare of identieke verkoopkanalen en aan dezelfde soort afnemers verkocht. Deze afnemers zijn detailhandelaren dan wel verwerkers in de Unie. |
2.3. Opmerkingen van de partijen
|
(19) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen hebben verschillende belanghebbenden (5) gesteld dat aromatische Indica-rijst van het onderzoek moest worden uitgesloten, aangezien deze rijst andere eigenschappen heeft dan andere soorten Indica-rijst en niet met in de Unie geproduceerde rijst concurreert. Zij hebben ook gesteld dat aromatische rijst sinds 2017 onder een andere GN-code is ingedeeld, waardoor de conclusie dat deze rijstsoort anders is dan de andere, zou worden versterkt. |
|
(20) |
Ten eerste, en zoals bevestigd door verschillende belanghebbenden, bestrijkt Indica-rijst een breed scala aan specifieke rijstsoorten en rijstvariëteiten, met inbegrip van geurige of aromatische rijst. Ondanks dat al deze soorten licht van elkaar verschillen, bijvoorbeeld in smaak of structuur, hebben ze allemaal dezelfde fysische, technische en chemische basiseigenschappen. |
|
(21) |
Bovendien dienen al deze verschillende soorten hetzelfde einddoel, worden ze door dezelfde verwerkers bewerkt, worden ze via dezelfde commerciële kanalen verkocht en concurreren ze met elkaar. Het feit dat er sinds 2017 een specifieke GN-code voor aromatische rijst bestaat, doet niet ter zake, aangezien de GN-codes, zoals vermeld in het bericht van opening, slechts ter informatie worden vermeld en geen doorslaggevende factor vormen voor de definiëring van een product in het kader van een handelsbeschermingsonderzoek. De argumenten werden daarom afgewezen. |
3. HET BESTAAN VAN ERNSTIGE MOEILIJKHEDEN
3.1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie
|
(22) |
Op grond van de SAP-verordening moet de betreffende bedrijfstak bestaan uit verwerkers van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten. In dit geval is de Commissie van oordeel dat de bedrijfstak van de Unie uit rijstverwerkers bestaat. Verwerkers van rijst verwerken in de Unie verbouwde/geproduceerde rijst die rechtstreeks concurreert met de vanuit Myanmar of Cambodja uitgevoerde volwitte of halfwitte Indica-rijst. |
|
(23) |
Italië heeft in zijn verzoek aangevoerd dat, gezien de nauwe onderlinge betrekkingen tussen de landbouwers en de verwerkers, zowel de verwerkers als de landbouwers moeten worden onderzocht in het kader van de schadebeoordeling. Hoewel ook de situatie van de landbouwers sterk kan worden beïnvloed door de invoer van rijst uit Cambodja en Myanmar, moeten zij echter worden beschouwd als leveranciers van een grondstof, niet als verwerker van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten. |
3.2. Verbruik in de Unie
|
(24) |
Het verbruik van Indica-rijst in de Unie is vastgesteld op basis van de door de Commissie van de lidstaten verkregen gegevens en via Eurostat beschikbare invoerstatistieken (6). |
|
(25) |
Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:
|
||||||||||||||||||||||||
|
(26) |
In het onderzoektijdvak is het verbruik van Indica-rijst in de Unie met 6 % gedaald. Het hoogste verbruik is in 2013-2014 bereikt (+ 8 %) en viel samen met een belangrijke toename van de invoer van Indica-rijst uit Cambodja en Myanmar, met een verzadiging van de markt tot gevolg. Tijdens de daaropvolgende verkoopseizoenen heeft het verbruik een neerwaartse tendens vertoond. |
3.3. Ontwikkeling van de invoer
|
(27) |
De invoer van het betrokken product in de Unie uit Cambodja en Myanmar heeft zich als volgt ontwikkeld:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(28) |
Het volume van de invoer uit Cambodja is gestegen van 163 000 naar 249 000 ton. Tot 2015-2016 is het sterk gestegen en vervolgens in 2016-2017, tegelijk met een afname van het verbruik, licht gedaald. Ondanks de afname is de invoer nog steeds 50 % hoger dan in 2012-2013. Aan het eind van het onderzoektijdvak vertegenwoordigde Cambodja 25 % van de totale invoer. |
|
(29) |
Ook de invoer uit Myanmar is in de loop van het onderzoektijdvak opvallend sterk gestegen, van 2 000 ton naar 62 000 ton. Vergeleken met Cambodja is deze invoer echter nog altijd lager. Aan het eind van het onderzoektijdvak vertegenwoordigde de invoer uit Myanmar 6,3 % van de totale invoer van rijst in de Unie (zie onderstaande tabel over marktaandeel). |
|
(30) |
Wat marktaandeel betreft, heeft de invoer zich als volgt ontwikkeld:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(31) |
Het marktaandeel van Cambodja is sterk toegenomen, van 15,4 % naar 25,1 %, en het marktaandeel van Myanmar is gestegen van 0,2 % naar 6,3 %. |
|
(32) |
De ontwikkeling van de prijzen is volgens de volgende tendensen verlopen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(33) |
Over het geheel is de prijs bij invoer uit Cambodja met 6 % gedaald, terwijl de prijs bij invoer uit Myanmar met 3 % is gedaald. Ondanks de beperkte prijsdaling bij invoer uit Cambodja en Myanmar is op basis van een vergelijking tussen de gemiddelde invoerprijs en de verkoopprijzen per eenheid van de bedrijfstak van de Unie (zie overweging 64) gebleken dat de prijzen bij invoer uit zowel Cambodja als Myanmar (op basis van gegevens van Eurostat) de prijzen in de Unie aanzienlijk onderbieden, met respectievelijk 22 % en 43 %. |
|
(34) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft het Ministerie van Handel van Cambodja (hierna „Cambodja” genoemd) vraagtekens geplaatst bij de methode aan de hand waarvan de Commissie de prijsonderbiedingsmarges heeft berekend. Cambodja heeft gesteld dat bij de berekening van de Cambodjaanse uitvoerprijs geen rekening is gehouden met de kosten na invoer en dat de prijsonderbieding is gebaseerd op een vergelijking tussen gemiddelde prijzen zonder rekening te houden met het verschil in handelsstadium. Ook heeft Cambodja betwijfeld of voor de vaststelling van de schade de door de medewerkende exporteurs aangeleverde gegevens zijn gebruikt. |
|
(35) |
Gezien de argumenten die zij na de mededeling van feiten en overwegingen heeft ontvangen, heeft de Commissie besloten haar prijsonderbiedingsberekeningen te herzien en de relevante kosten na invoer of vervoerskosten erin op te nemen, de verschillen in handelsstadium die invloed hebben op de vergelijkbaarheid van de prijzen in aanmerking te nemen en voor zover mogelijk de door de medewerkende exporteurs aangeleverde gegevens te gebruiken. |
|
(36) |
Om een eerlijke vergelijking te garanderen, heeft de Commissie besloten de invoerprijzen aan te passen door rekening te houden met de kosten na invoer, zoals door Cambodja aangevoerd. Aan de andere kant was de Commissie van oordeel dat de prijzen van de bedrijfstak van de Unie ook moesten worden aangepast om rekening te houden met de vervoerskosten van de rijst van Zuid-Europa (in dit geval Italië en Spanje) naar Noord-Europa, aangezien de concurrentie voor halfwitte en volwitte Indica-rijst voornamelijk in Noord-Europa plaatsvindt. Op basis van de beschikbare informatie (in het kader van een eerder onderzoek naar een ander levensmiddel, namelijk satsuma's, verkregen gegevens) heeft de Commissie de kosten na invoer geschat op ongeveer 2 % van de invoerprijs, en de vervoerskosten naar de Unie op 49 EUR/ton, op basis van in de klacht opgenomen informatie die tijdens het onderzoek ter plaatse is gecontroleerd. |
|
(37) |
Bovendien heeft de Commissie, om de verschillen in handelsstadium in aanmerking te nemen, de prijsvergelijking uitgevoerd tussen de verkoop van volwitte rijst in bulk en de verkoop in kleine verpakkingen. Op basis van de statistieken die van de GN-codes zijn afgeleid, moet hierbij worden opgemerkt dat Cambodja rijst zowel in bulk als in kleine verpakkingen uitvoert, maar Myanmar vrijwel uitsluitend in bulk. |
|
(38) |
Uiteindelijk is besloten de uitvoerprijs te bepalen op basis van de antwoorden van producenten-exporteurs op de vragenlijst. Wat Cambodja betreft, is de steekproef mislukt, omdat slechts één Cambodjaanse exporteur op de vragenlijst heeft geantwoord. Aangezien de medewerkende exporteur slechts een zeer klein deel van de invoer vanuit Cambodja vertegenwoordigt, heeft de Commissie op grond van artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1083/2013 de beste beschikbare gegevens moeten gebruiken. Daarom is in het geval van Cambodja gebruikgemaakt van de prijzen van Eurostat. Wat Myanmar betreft, zijn de prijzen uit de antwoorden op de vragenlijst gebruikt. |
|
(39) |
Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de prijsonderbieding bij verkoop in bulk 13 % is voor Cambodja en 43 % voor Myanmar. Wat betreft de prijsvergelijking van de verpakte rijst was de vastgestelde prijsonderbieding voor Cambodja 14 %. |
|
(40) |
Het prijsverschil tussen de ingevoerde en de in de Unie geproduceerde rijst is dus aanzienlijk, vooral wanneer in overweging wordt genomen dat rijst in het algemeen een prijsgevoelig product is. In het algemeen maken consumenten geen onderscheid tussen verschillende herkomsten. |
|
(41) |
Cambodja heeft ook gesteld dat de Commissie de ernstige moeilijkheden had vastgesteld op basis van een cumulatieve beoordeling van de gevolgen van het volume en de prijs van de invoer van rijst uit Cambodja en Myanmar. Dit argument is echter verworpen, aangezien in de bovenstaande analyse duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de situatie van Cambodja en die van Myanmar. |
|
(42) |
Kortom, de invoer vanuit Cambodja en Myanmar is in de loop van het onderzoektijdvak aanmerkelijk gestegen, zowel in absolute zin als in termen van marktaandeel. Hoewel het gecombineerde invoervolume in 2016-2017 licht is gedaald, is het over het geheel nog altijd veel hoger dan aan het begin van het onderzoektijdvak. Daarnaast is de gecombineerde gewogen gemiddelde invoerprijs van beide landen in de loop van het onderzoektijdvak gedaald en onderbiedt deze de prijzen in de Unie aanzienlijk. |
3.4. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
3.4.1. Algemene opmerkingen
|
(43) |
Op grond van artikel 23 van de SAP-verordening moeten ernstige moeilijkheden worden geacht zich voor te doen wanneer verwerkers in de Unie kampen met een verslechtering van hun economische en/of financiële situatie. Wanneer de Commissie onderzoekt of van een dergelijke verslechtering sprake is, moet zij, indien dergelijke informatie beschikbaar is, rekening houden met de in artikel 23 opgesomde factoren betreffende verwerkers in de Unie. |
|
(44) |
Zoals in overweging 5 is vermeld, heeft de Commissie voor de vaststelling van ernstige moeilijkheden voor de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef. Voor de vaststelling van de schade heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro- en micro-economische schade-indicatoren. |
|
(45) |
De Commissie heeft de macro-economische indicatoren (marktaandeel, productie en voorraden — invoer wordt hierboven geanalyseerd) beoordeeld op basis van de algemene, op maandelijkse basis verzamelde marktgegevens over de rijstproductie, omgerekend naar volwitte rijst. Er zijn geen betrouwbare gegevens over faillissementen en werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie beschikbaar. Deze konden daarom niet in de analyse worden opgenomen. |
|
(46) |
De Commissie heeft de micro-economische indicatoren (prijzen en winstgevendheid) beoordeeld op basis van de gecontroleerde gegevens op het niveau van de steekproef. Bij gebrek aan gegevens op macroniveau is ook de productiecapaciteit op het niveau van de steekproef geanalyseerd. |
3.4.2. Macro-economische indicatoren
|
(47) |
Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie heeft zich in de loop van het onderzoektijdvak als volgt ontwikkeld:
|
||||||||||||||||||||||||
|
(48) |
Het marktaandeel is ook sterk gedaald, van 61 % naar 39 %, een daling van meer dan 20 procentpunten. |
|
(49) |
Ook de productie van Indica-rijst door de bedrijfstak van de Unie heeft in de loop van het onderzoektijdvak een sterk dalende tendens vertoond:
|
||||||||||||||||||||||||
|
(50) |
De productie is met bijna 40 % afgenomen, van 685 000 ton naar 424 000 ton. |
|
(51) |
De voorraden volwitte rijst in de Unie zijn in de loop van het onderzoektijdvak met 4 % gestegen, van 255 000 ton naar 265 000 ton. De voorraden zijn eerst sterk gestegen, met 11 %, en vervolgens licht gedaald. |
|
(52) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft Cambodja gesteld dat de gegevens over de productie in de Unie onjuist zijn, omdat de productie in de Unie verminderd met het verkoopvolume niet overeenkomt met de eindvoorraden zoals hieronder vermeld. De Commissie heeft inderdaad slechts een gedeeltelijke berekening aangeleverd, aangezien in de gegevens de beginvoorraad, het gebruik van rijst als zaden enz. niet zijn weergegeven. Toch is de berekening in overeenstemming met de berekening van de balans die door de Commissie wordt gebruikt (zie overweging 24).
|
||||||||||||||||||||||||
|
(53) |
Bij gebrek aan gegevens over de productiecapaciteit op macroniveau heeft de Commissie deze gegevens op het niveau van de steekproef onderzocht. Het gebied dat in de Unie is gewijd aan het verbouwen van Indica-rijst, geeft echter een behoorlijk goede indicatie van de beschikbare Indica-rijst voor verwerkers en dus voor hun potentiële bezettingsgraad. Dit gebied is over het algemeen met 37 % afgenomen in de loop van het onderzoektijdvak en heeft zich als volgt ontwikkeld:
|
||||||||||||||||||||||||
3.4.3. Micro-economische indicatoren
|
(54) |
Op basis van de antwoorden van de verwerkers in de Unie op de vragenlijst hebben de prijzen en de winstgevendheid zich als volgt ontwikkeld:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(55) |
De eenheidsprijzen van de in de steekproef opgenomen verwerkers zijn in de loop van het onderzoektijdvak met 7 % gestegen. Op basis van het resultaat van de door de Commissie verrichte controles lijkt het erop dat de in de steekproef opgenomen verwerkers in de Unie, gezien de toenemende druk van goedkope invoer, hebben besloten waar mogelijk hun verkoop te concentreren op kleinere volumes halfwitte en volwitte Indica-rijst en zich te richten op merkproducten in plaats van op verkoop aan distributeurs onder een eigen merknaam. |
|
(56) |
Door hun oorspronkelijke productassortiment te veranderen zijn de verwerkers in de Unie er dus in geslaagd een stabiele mate van winstgevendheid te behouden ten koste van hun marktaandeel, dat ingrijpend is gedaald. Niettemin heeft deze verandering in het productassortiment mogelijk geholpen, voornamelijk in 2015-2016 (toen de winstgevendheid zelfs toenam), maar in 2016-2017 waren de winstniveaus alweer gedaald. In een situatie waarvoor is vastgesteld dat de invoerprijzen de prijzen in de Unie in 2016-2017 significant onderboden (respectievelijk met 22 % en 43 %) kan deze strategie slechts een kortetermijnoplossing zijn. De verwerkers zullen in de nabije toekomst steeds meer onder druk komen te staan door de lage invoerprijzen. Cambodja is zelfs al gedeeltelijk overgestapt van verkoop in bulk op verkoop van kleine verpakte producten die op het niveau van de detailhandelaar worden verkocht. Dit verkoopkanaal is winstgevender dan verkoop in bulk en de kans is groot dat Cambodja steeds meer op dit niveau gaat verkopen en met de bedrijfstak van de Unie gaat concurreren, ook op nichemarkten. |
|
(57) |
De winstgevendheid is op een relatief stabiel — maar laag — niveau gebleven, aangezien het verlies aan volume door de prijsstijging kon worden gecompenseerd. Een mate van winstgevendheid van 1 %-2 % ligt bovendien ver onder de 6 % die wordt beschouwd als de mate van winstgevendheid die nodig is ter dekking van alle kosten en investeringen, onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie. |
|
(58) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft één partij om aanvullende informatie over de bovengenoemde 6 % verzocht. Bij de modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten van de EU in 2018 is in de respectieve wetgeving bepaald dat het te verwachten winstniveau onder normale concurrentievoorwaarden bij het berekenen van de schademarge niet lager mag zijn dan 6 % (7). Dit voor handelsbeschermingsonderzoeken gebruikte ijkpunt is ook relevant bij een vrijwaringsonderzoek. Daarom heeft de Commissie dit ijkpunt ook in dit geval gebruikt. |
|
(59) |
De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie voor soortgelijke producten, dat wil zeggen Indica-rijst, is lastig te beoordelen, aangezien de verwerkende bedrijfstak zijn capaciteit kan gebruiken voor zowel ingevoerde als in de Unie verbouwde Indica- en Japonica-rijst. Bovendien zijn er geen macrogegevens beschikbaar (zie hierboven). Op basis van de steekproef is de bezettingsgraad, zoals hieronder getoond, van 22 % naar 14 % gedaald. Mogelijk lijken deze percentages relatief laag, omdat ze gebaseerd zijn op de productie van het soortgelijke product (Indica-rijst) ten opzichte van een productiecapaciteit voor alle soorten rijst.
|
||||||||||||||||||||||||
3.4.4. Conclusie
|
(60) |
Concluderend is de situatie van de bedrijfstak van de Unie in economisch opzicht verslechterd. Terwijl de invoer vanuit Cambodja en Myanmar in absolute zin aanmerkelijk is toegenomen, is de bedrijfstak van de Unie ongeveer 6 % aan marktaandeel kwijtgeraakt aan Myanmar en 10 % aan Cambodja. Ook heeft de bedrijfstak van de Unie te maken gekregen met een belangrijke prijsonderbieding van 22 % en 43 %. De productie in de Unie is verder gedaald, met 38 %. De economische moeilijkheden hebben zich daarom in de loop van het onderzoektijdvak voornamelijk in termen van volume voorgedaan. De verwerkers in de Unie hebben besloten hun prijsniveau ondanks de concurrentie van goedkope invoer niet te verlagen en hebben een bepaald winstniveau behouden. Waar mogelijk hebben de verwerkers in de Unie besloten hun productassortiment te veranderen en zich te richten op nichesegmenten en merkproducten om ondanks een afname van hun verkoop- en productievolume hun winstniveau te behouden. Deze oplossing is echter slechts tijdelijk, aangezien de invoer vanuit Cambodja en Myanmar al is verschoven, zij het in beperkte mate, van verkoop in bulk naar verkoop van kleine verpakte producten, waardoor deze ook op het niveau van de detailhandelaren met de bedrijfstak van de Unie concurreert. Naar verwachting zullen beide landen hun goedkope invoer via dit winstgevender verkoopkanaal verhogen en ook gaan concurreren op nichemarkten en wat merkproducten betreft, met negatieve gevolgen voor de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
4. OORZAKELIJK VERBAND
|
(61) |
De Commissie heeft vastgesteld dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het volume van de invoer van het betrokken product enerzijds en de ernstige moeilijkheden voor de verwerkers in de Unie anderzijds, op basis van het volgende. Ook heeft de Commissie geanalyseerd of de ernstige moeilijkheden niet aan andere factoren dan invoer en prijzen kunnen worden toegeschreven. |
4.1. Gevolgen van de invoer uit Cambodja en Myanmar
|
(62) |
In onderstaande grafiek valt de invoer uit Cambodja en Myanmar duidelijk samen met de situatie van de bedrijfstak van de Unie, aangetoond door een aanzienlijk verlies van marktaandeel, dat ernstige moeilijkheden oplevert voor de verwerkers in de Unie. Cambodja/Myanmar/Birma EU 2015/2016 2014/2015 2013/2014 2012/2013 2016/2017 Marktaandeel 70,0 % 60,0 % 50,0 % 40,0 % 30,0 % 20,0 % 10,0 % 0,0 %
|
|
(63) |
De Commissie is van oordeel dat de invoer uit zowel Cambodja als Myanmar ook afzonderlijk ernstige moeilijkheden heeft veroorzaakt. De invoer uit zowel Cambodja als Myanmar is afzonderlijk inderdaad toegenomen in absoluut volume (respectievelijk met 53 % en meer dan 2 000 %) en in termen van marktaandeel (respectievelijk met 9,7 en 6,1 procentpunten). Daarnaast heeft de invoer uit zowel Cambodja als Myanmar de prijs in de Unie afzonderlijk onderboden (respectievelijk met ongeveer 22 % en 43 %). Daarom kan worden geconcludeerd dat de invoer uit zowel Cambodja als Myanmar ernstige moeilijkheden voor de bedrijfstak van de Unie heeft veroorzaakt. |
|
(64) |
De snelle groei van de invoer uit Cambodja en Myanmar kan worden verklaard door het lage prijsniveau ervan, waardoor de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk worden onderboden. Indica-rijst is een prijsgevoelig product, met name omdat consumenten gewoonlijk geen onderscheid maken tussen producten uit de Unie en ingevoerde producten. Voor consumenten die rijst kopen bij de detailhandelaren, is de herkomst van de rijst grotendeels onbekend. Dit is in het bijzonder het geval wanneer de rijst onder een eigen merknaam wordt verkocht, dat wil zeggen het merk van de detailhandelaar. Door rijst tegen een zeer lage prijs aan te bieden, zoals wordt geïllustreerd door de mate van onderbieding waarnaar in overweging 33 wordt verwezen, zijn Cambodja en Myanmar erin geslaagd hun uitvoer van rijst naar de markt van de Unie aanzienlijk en snel te vergroten. Bovendien verkoopt Cambodja, dat voorheen voornamelijk rijst in bulk uitvoerde voor verdere verwerking in de Unie, steeds meer verpakte rijst rechtstreeks aan detailhandelaren in de Unie, waardoor aanvullende prijsdruk en concurrentie ontstaat op het niveau van de verwerkers in de Unie. |
4.2. Andere factoren
|
(65) |
Er zijn ook andere factoren beoordeeld die mogelijk hebben bijgedragen aan de ernstige moeilijkheden voor de bedrijfstak van de Unie. |
4.2.1. Invoer uit andere derde landen
|
(66) |
De invoer uit andere derde landen is in de loop van het onderzoektijdvak ook gestegen in termen van marktaandeel, van 23 % naar 29,3 % (+ 6,3 %).
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(67) |
Zelfs als de afname van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie gedeeltelijk kan worden verklaard door de invoer uit andere derde landen, is de toename van het marktaandeel van deze landen zelfs opgeteld nog zeer beperkt ten opzichte van de toename van het marktaandeel van Cambodja en Myanmar (+ 15 %). |
|
(68) |
Bovendien, en bovenal, zijn, zoals te zien in onderstaande tabel, de gewogen gemiddelde prijzen van andere invoer tijdens het onderzoektijdvak veel hoger dan die van de invoer uit Cambodja en Myanmar en die van de Unie (8). Uit een vergelijking tussen de invoerprijzen uit Thailand en die uit Myanmar blijkt een prijsverschil van 85 %. Bij een vergelijking van de invoerprijzen uit India en Cambodja is het prijsverschil 72 %. Ook hierdoor wordt bovenstaande conclusie dat Myanmar en Cambodja door lagere prijzen hun uitvoer naar de Unie in de loop van het onderzoektijdvak snel hebben kunnen vergroten, ondersteund.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
4.2.2. Structurele moeilijkheden in de Italiaanse rijstsector
|
(69) |
In haar opmerkingen na de opening van het onderzoek heeft de Cambodian Rice Federation gesteld dat de moeilijkheden in de Italiaanse rijstsector in het algemeen erger zijn dan in de rest van de Unie en daarom niet uitsluitend aan de toename van de invoer kunnen worden toegewezen. |
|
(70) |
Uit de antwoorden op de vragenlijst en de controle is inderdaad gebleken dat de situatie van de bedrijfstak van de Unie in Italië slechter is dan in Spanje. Dit komt gedeeltelijk doordat de Spaanse rijstmarkt anders is georganiseerd en daardoor weerbaarder is wat vraag en aanbod en ook prijsstelling betreft. Desondanks heeft de Commissie een Uniebreed onderzoek uitgevoerd op basis van de situatie van de gehele bedrijfstak van de Unie en van een representatieve steekproef. Uit het onderzoek is, zoals hierboven uitgelegd, gebleken dat er algehele moeilijkheden bestaan voor de bedrijfstak van de Unie. |
4.2.3. Invoer van „padie” uit Guyana
|
(71) |
Belanghebbenden hebben ook gesteld dat de toegenomen invoer van rijst uit Guyana aan de ernstige moeilijkheden heeft bijgedragen. Uit Guyana ingevoerde rijst is niet bewerkt (deze bestaat uit zogenoemde „padie”), valt daarom buiten het toepassingsgebied van het onderzoek, is niet in bovenstaande invoerstatistieken opgenomen en doet hier niet ter zake. |
4.2.4. Uitvoer door de bedrijfstak van de Unie
|
(72) |
De Cambodjaanse overheid heeft opgemerkt dat de uitvoergerichtheid van de bedrijfstak van de Unie een van de aspecten is die in het kader van het oorzakelijk verband over het hoofd zijn gezien. Dit argument is echter niet onderbouwd en hoewel de uitvoer in de loop van het onderzoektijdvak inderdaad is toegenomen van 3 % van de totale productie naar 7 % van de totale productie, vertegenwoordigt deze maar een zeer klein deel van de productie in de Unie. Daarnaast is de toename van de uitvoer (+ 11 000 ton) veel kleiner dan de toename van de invoer uit Cambodja en Myanmar (+ 147 000 ton). |
4.2.5. Afname van de productie van Indica-rijst wordt veroorzaakt door een toename van de productie van Japonica-rijst
|
(73) |
De overheid van Cambodja heeft ook gesteld dat de productie van Indica-rijst in de Unie niet is beïnvloed door de invoer, maar simpelweg onderhevig is aan een cyclische verschuiving tussen Japonica- en Indica-rijst op basis van de keuze van telers in de Unie. |
|
(74) |
Het klopt dat telers in hun productie tussen Indica- en Japonica-rijst kunnen schuiven. Een dergelijke verschuiving is echter gebaseerd op economische overwegingen, zoals vraag en marktprijs. In dit verband is door het onderzoek bevestigd dat sommige telers, wanneer ze te maken kregen met de toegenomen concurrentie van goedkope invoer van Indica-rijst, inderdaad geen andere keus hadden dan over te stappen op de productie van Japonica-rijst. Het gaat dus om een cyclische verschuiving noch om een bewuste keuze, maar veeleer om zelfverdediging. Op de middellange termijn is dit echter geen haalbare optie, aangezien de overstap van Indica- op Japonica-rijst vervolgens weer heeft gezorgd voor een overaanbod van Japonica-rijst op de markt en voor prijsdruk voor deze soort rijst. Over het geheel bevinden landbouwers zich dus in een lastige situatie. |
|
(75) |
Bovenstaand argument doet echter slechts in beperkte mate ter zake, aangezien de bedrijfstak van de Unie bestaat uit rijstverwerkers en niet uit telers, die leveranciers van de grondstof zijn. |
4.2.6. Conclusie inzake oorzakelijk verband
|
(76) |
De Commissie heeft een oorzakelijk verband vastgesteld tussen de ernstige moeilijkheden voor de bedrijfstak van de Unie en de invoer uit Cambodja en Myanmar. Ook heeft de Commissie factoren vastgesteld die aan deze moeilijkheden hebben bijgedragen. Daarbij gaat het in het bijzonder om invoer uit derde landen en de invoer van padie uit Guyana. Deze factoren hebben het oorzakelijk verband echter niet afgezwakt, zelfs wanneer het gecombineerde effect ervan in aanmerking wordt genomen. Bijgevolg lijkt het erop dat het verband tussen het volume en de prijzen van de invoer uit Cambodja en Myanmar en de ernstige moeilijkheden voor de bedrijfstak van de Unie niet wordt afgezwakt door eventuele gevolgen van de bovenstaande factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
5. CONCLUSIES EN VASTSTELLING VAN MAATREGELEN
|
(77) |
Er wordt geconcludeerd dat Indica-rijst uit Cambodja en Myanmar wordt ingevoerd in hoeveelheden en tegen prijzen die ernstige moeilijkheden veroorzaken voor de bedrijfstak van de Unie, en dat vrijwaringsmaatregelen dus gerechtvaardigd zijn. |
|
(78) |
Op grond van artikel 22, lid 1, van de SAP-verordening moeten daarom de toegepaste rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van 175 EUR/ton opnieuw worden ingesteld. |
|
(79) |
Op grond van artikel 28 van de SAP-verordening moeten de vrijwaringsmaatregelen opnieuw worden ingevoerd zolang als nodig is om de verslechtering van de economische en financiële situatie van verwerkers in de Unie tegen te gaan. De periode van de wederinvoering mag echter maximaal drie jaar bedragen, tenzij deze in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden wordt verlengd. |
|
(80) |
De Commissie is van oordeel dat de maatregelen in dit geval moeten worden ingevoerd voor een periode van drie jaar om de bedrijfstak van de Unie de mogelijkheid te geven zich volledig te herstellen van de gevolgen van de invoer uit Cambodja en Myanmar. |
|
(81) |
De Commissie is echter van mening dat de vrijwaringsmaatregelen gedurende deze periode geleidelijk moet worden geliberaliseerd, om de volgende redenen. |
|
(82) |
Het hoofddoel van de SAP-verordening is om ontwikkelingslanden bij te staan in hun streven om de armoede terug te dringen en goed bestuur en duurzame ontwikkeling te bevorderen door ze te helpen in het bijzonder werkgelegenheid en industrialisatie te genereren en uit internationale handel aanvullende inkomsten te verwerven. Via de bijzondere regeling „Everything But Arms” (EBA), zoals bepaald in de SAP-verordening, worden de armste en zwakste landen ter wereld geholpen te profiteren van handelsmogelijkheden. Deze landen hebben grotendeels een soortgelijk economisch profiel. Ze zijn kwetsbaar vanwege een lage, niet-gediversifieerde uitvoerbasis en genieten daarom bepaalde bescherming op grond van de SAP-verordening, zoals vrijstelling van de graduatie van producten en van de toepassing van automatische vrijwaringen. |
|
(83) |
Derhalve is de Commissie van oordeel dat een geleidelijke vermindering van het recht over de periode van drie jaar, zoals hieronder beschreven, in beginsel gerechtvaardigd is voor EBA-begunstigden. |
|
(84) |
Een geleidelijke vermindering zou ook voldoende zijn om de verslechtering van de economische en/of financiële situatie van de verwerkers in de Unie tegen te gaan. Aan de andere kant zouden Cambodja en Myanmar niet voor de volledige drie jaar met de volledige rechten te maken krijgen, waardoor de uitvoer lastiger zou worden, maar zouden ze geleidelijk meer Indica-rijst naar de Unie kunnen uitvoeren. |
|
(85) |
Dienovereenkomstig moet het douanerecht als volgt opnieuw worden ingevoerd voor een periode van drie jaar:
|
|
(86) |
Het momenteel geldende recht van het gemeenschappelijk douanetarief van 175 EUR/ton kan mogelijk naar beneden worden aangepast op grond van artikel 180 van Verordening (EU) 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9). Als het geldende recht van het gemeenschappelijk douanetarief als gevolg van deze aanpassing lager wordt dan het in overweging 85 genoemde recht, moeten die laatsten daarom zo worden afgestemd dat ze op geen enkel moment gedurende de periode dat de maatregelen zijn ingesteld, hoger zijn dan het geldende recht van het gemeenschappelijk douanetarief. De toepasselijke vrijwaringsmaatregelen moeten van de aangepaste douanerechten en het toepasselijke recht dat in overweging 85 wordt genoemd, dus de laagste zijn. |
|
(87) |
Tot slot hebben verschillende belanghebbenden, om voor rechtszekerheid te zorgen voor de importeurs van de betrokken producten, verzocht dat bovenstaande maatregelen niet zouden gelden voor de producten die al naar de Unie op weg zijn. In overeenstemming met haar huidige praktijk in vrijwaringszaken is de Commissie van oordeel dat een dergelijke „verzendingsclausule” in dit geval inderdaad gerechtvaardigd is, dus de argumenten zijn aanvaard. |
|
(88) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 39, lid 3, van Verordening (EU) nr. 978/2012 bedoelde Comité algemene preferenties, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden tijdelijk opnieuw ingesteld op Indica-rijst van oorsprong uit Cambodja en Myanmar en momenteel ingedeeld onder de GN-codes 1006 30 27, 1006 30 48, 1006 30 67 en 1006 30 98.
2. Het toepasselijke recht in EUR per ton van het in lid 1 beschreven product is 175 voor het eerste jaar, 150 voor het tweede jaar en 125 voor het derde jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
3. Indien de Commissie het recht van het gemeenschappelijk douanetarief aanpast op grond van artikel 180 van Verordening (EU) nr. 1308/2013, moet het in lid 2 genoemde douanerecht worden vastgesteld op het niveau van het laagste van het aangepaste gemeenschappelijk douanetarief en het in lid 2 genoemde douanerecht.
Artikel 2
Het in artikel 1, lid 2, beschreven recht is niet van toepassing op de in artikel 1 genoemde producten die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening al naar de Unie onderweg zijn, mits de bestemming van die producten niet meer kan worden gewijzigd.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 januari 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 303 van 31.10.2012, blz. 1.
(2) PB C 100 van 16.3.2018, blz. 30.
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1083/2013 van de Commissie van 28 augustus 2013 tot vaststelling van regels voor de procedure voor tijdelijke intrekking van tariefpreferenties en voor instelling van algemene vrijwaringsmaatregelen in het kader van Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties (PB L 293 van 5.11.2013, blz. 16).
(4) Er zijn vragenlijsten toegezonden aan en ter plaatse controles uitgevoerd bij de volgende telers: Laguna de Santaolalla S.L. (Spanje), Vercellino Flavio e Paolo S.S. (Italië), Coppo e Garrione Societa' Agricola S.S. (Italië), Maro Giovanni, Paolo e Pietro (Italië) en Locatelli Francesco (Italië).
(5) Bij deze belanghebbenden ging het om Haudecoeur, Amru Rice, de Cambodjaanse overheid en de Myanmar Rice Federation (MRF).
(6) De gegevens zijn openbaar beschikbaar op de webpagina van de Commissie: https://ec.europa.eu/agriculture/cereals/trade_nl
(7) Verordening (EU) 2018/825 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1036 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie en Verordening (EU) 2016/1037 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 143 van 7.6.2018, blz. 1)
(8) Deze prijzen zijn exclusief kosten na invoer en vervoerskosten.
(9) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).