11.11.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 290/18


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/1885 VAN DE COMMISSIE

van 6 november 2019

tot vaststelling van voorschriften voor de berekening, de verificatie en de verslaglegging van gegevens over het storten van stedelijk afval overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikking 2000/738/EG van de Commissie

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 7874)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (1), en met name artikel 5 bis, lid 4, en artikel 15, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De lidstaten moeten de hoeveelheid gestort stedelijk afval rapporteren om aan te tonen dat de in Richtlijn 1999/31/EG vastgestelde streefcijfers zijn gehaald. De voorschriften voor de berekening van die streefcijfers moeten ervoor zorgen dat de door alle lidstaten verstrekte gegevens geldig en vergelijkbaar zijn.

(2)

Om ervoor te zorgen dat de berekening de werkelijke omvang van het storten weergeeft, moet de hoeveelheid als gestort gerapporteerd afval alle stedelijk afval dat op stortplaatsen is gestort als bedoeld in artikel 5 bis, lid 1, onder b) en c), van Richtlijn 1999/31/EG omvatten en mag er geen correctie voor het vochtgehalte worden toegepast. In bepaalde gevallen draagt behandeld stedelijk afval dat op stortplaatsen wordt aanvaard en gestort, zoals gestabiliseerd biologisch afbreekbaar stedelijk afval, bij tot de naleving van de voorschriften van bijlage I, punt 5, bij Richtlijn 1999/31/EG betreffende maatregelen om de door de stortplaats veroorzaakte overlast en gevaren tot een minimum te beperken. Aangezien dergelijk stedelijk afval daadwerkelijk op de stortplaats wordt gestort, moet het worden opgenomen in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval en niet bij terugwinningsactiviteiten worden meegeteld.

(3)

Aangezien de in Richtlijn 1999/31/EG vastgestelde streefcijfers voor het storten van stedelijk afval betrekking hebben op dezelfde afvalstroom als de in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) vastgestelde streefcijfers voor de recycling van stedelijk afval, moeten de berekeningsvoorschriften voor als gestort gerapporteerd stedelijk afval consistent zijn met de in Richtlijn 2008/98/EG en in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1004 van de Commissie (3) vastgestelde berekeningsregels voor de recycling van stedelijk afval.

Indien stedelijk afval overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4) van een lidstaat naar een andere lidstaat of een derde land wordt overgebracht met het oog op recycling of andere nuttige toepassingen, moet de hoeveelheid afval dat tijdens de voorbehandeling en voordat het stedelijk afval het recyclingproces binnenkomt, in het land van bestemming wordt verwijderd en dat vervolgens wordt gestort, daarom worden meegeteld in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval door de lidstaat waar het stedelijk afval werd ingezameld.

(4)

Overeenkomstig artikel 5 bis, lid 1, onder c), van Richtlijn 1999/31/EG moet de hoeveelheid stedelijk afval dat verbrandingsprocessen ondergaat om vervolgens te worden gestort, als gestort worden gerapporteerd. Om ervoor te zorgen dat de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval geen fracties bevat van stedelijk afval die verbrandingsprocessen ondergaan maar niet daadwerkelijk worden gestort, moeten van stedelijk afval afkomstige materialen die vervolgens worden teruggewonnen uit het afval dat uit verbrandingsprocessen voortkomt, worden afgetrokken van de input van de verbrandingsprocessen.

(5)

Artikel 11 bis van Richtlijn 2008/98/EG bevat een specifiek voorschrift met betrekking tot de berekening van de hoeveelheid stedelijk afval dat is voorbereid voor hergebruik, waarbij alle afval dat wordt verwijderd als gevolg van controle-, schoonmaak- of reparatiehandelingen om hergebruik mogelijk te maken zonder verdere sortering of voorbehandeling, wordt uitgesloten. Wanneer dergelijk verwijderd afval vervolgens wordt gestort, moet het worden opgenomen in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval om te voorkomen dat het noch als voorbereid voor hergebruik, noch als gestort wordt gerapporteerd, en om ervoor te zorgen dat de gegevens over stedelijk afval coherent zijn en de werkelijke omvang van het storten weergeven.

(6)

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1004 wordt tijdens de recycling van stedelijk bioafval verwijderd afval niet opgenomen in de recyclingpercentages voor stedelijk afval. Wanneer dergelijk verwijderd afval vervolgens wordt gestort, moet het worden opgenomen in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval om te voorkomen dat het noch als gerecycleerd, noch als gestort wordt gerapporteerd, en om ervoor te zorgen dat de gegevens over stedelijk afval coherent zijn en de werkelijke omvang van het storten weergeven.

(7)

Overeenkomstig artikel 5 bis, lid 1, onder d), van Richtlijn 1999/31/EG mag de hoeveelheid stedelijk afval dat tijdens recyclingshandelingen van stedelijk afval wordt geproduceerd en vervolgens wordt gestort, niet als gestort worden gerapporteerd. Om te zorgen voor samenhang met de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1004 voor de recycling van stedelijk afval vastgestelde rekenpunten, moet worden bepaald dat tijdens recyclingshandelingen geproduceerd afval betrekking heeft op afval dat is geproduceerd tijdens herverwerking die na die rekenpunten plaatsvindt.

(8)

De lidstaten moeten gegevens verstrekken over de uitvoering van artikel 5, leden 2, 5 en 6, van Richtlijn 1999/31/EG in het door de Commissie vastgestelde model. Die gegevens moeten vergezeld gaan van een kwaliteitscontroleverslag. Het model moet waarborgen dat de gerapporteerde informatie een toereikende basis biedt om de verwezenlijking van de in artikel 5, leden 2, 5 en 6, van die richtlijn vastgestelde streefcijfers te verifiëren en te monitoren.

(9)

Met het oog op de verslaglegging over gegevens over het bereiken van de in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 1999/31/EG voor het storten van biologisch afbreekbaar stedelijk afval vastgestelde streefcijfers, hebben de lidstaten gebruikgemaakt van het model dat is vastgesteld bij Beschikking 2000/738/EG van de Commissie (5). Aangezien de bepalingen van die beschikking met betrekking tot de indiening van verslagen over de uitvoering van Richtlijn 1999/31/EG achterhaald zijn, moet die beschikking worden ingetrokken. Met het oog op de continuïteit moeten overgangsbepalingen worden vastgesteld met betrekking tot de termijn voor de verslaglegging over de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 1999/31/EG voor de referentiejaren 2016 en 2017.

(10)

De voorschriften voor de berekening, de verificatie en de verslaglegging van gegevens over de uitvoering van artikel 5, leden 5 en 6, van Richtlijn 1999/31/EG zijn nauw verbonden met de voorschriften tot vaststelling van de modellen voor de verslaglegging over die gegevens en over de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 5, lid 2, van die richtlijn. Om de samenhang tussen deze voorschriften te waarborgen en de toegang ertoe te vergemakkelijken, moeten beide reeksen voorschriften in één besluit worden vastgesteld.

(11)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 39 van Richtlijn 2008/98/EG,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Definitie

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder “hoeveelheid”: de massa, uitgedrukt in ton.

Artikel 2

Berekening van als gestort gerapporteerd gerecycleerd stedelijk afval overeenkomstig artikel 5 bis van Richtlijn 1999/31/EG

1.   De hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval omvat alle stedelijk afval als bedoeld in artikel 5 bis, lid 1, onder b) en c), van Richtlijn 1999/31/EG dat op stortplaatsen wordt gestort, ook wanneer het storten van behandeld stedelijk afval op stortplaatsen de naleving van bijlage I, punt 5, bij Richtlijn 1999/31/EG waarborgt.

De hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval wordt niet gecorrigeerd door het vochtgehalte ervan in mindering te brengen.

2.   Indien stedelijk afval naar een andere lidstaat wordt overgebracht of uit de Unie naar een derde land wordt uitgevoerd met het oog op recycling of andere nuttige toepassingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1013/2006, wordt, voor de toepassing van artikel 5 bis, lid 1, onder b), van Richtlijn 1999/31/EG, de hoeveelheid afval dat voortkomt uit verwerkingshandelingen die vóór recycling of andere nuttige toepassingen zijn uitgevoerd, en dat vervolgens wordt gestort of verbrandingsprocessen ondergaat om daarna in het land van bestemming te worden gestort, opgenomen in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval door de lidstaat waar het stedelijk afval is ingezameld.

3.   Voor de toepassing van artikel 5 bis, lid 1, onder c), van Richtlijn 1999/31/EG is de hoeveelheid stedelijk afval dat verbrandingsprocessen ondergaat om vervolgens te worden gestort, de hoeveelheid stedelijk afval dat binnenkomt in afvalverbrandingsinstallaties die overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 2008/98/EG als D 10 zijn geclassificeerd, na aftrek van de uit stedelijk afval afkomstige materialen die vervolgens worden gewonnen uit afval dat voortkomt uit dergelijke verbrandingsprocessen.

Bij de berekening van de hoeveelheid af te trekken materialen wordt rekening gehouden met het aandeel van het stedelijk afval in alle afvalstoffen die de installatie binnenkomen en, in voorkomend geval, met de samenstelling van andere afvalstoffen dan stedelijk afval die de installatie binnenkomen.

4.   Voor de toepassing van artikel 5 bis, lid 1, onder d), van Richtlijn 1999/31/EG geldt het volgende:

a)

afval dat voortkomt uit controle-, schoonmaak- of reparatiehandelingen om stedelijk afval voor te bereiden voor hergebruik en dat vervolgens wordt gestort, wordt opgenomen in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval. De lidstaten mogen delen of componenten van producten die worden verwijderd tijdens reparatiehandelingen met het oog op de voorbereiding van stedelijk afval voor hergebruik aftrekken van de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval;

b)

materialen die mechanisch worden verwijderd tijdens of na aerobe of anaerobe behandeling van stedelijk bioafval en die vervolgens worden gestort, worden opgenomen in de hoeveelheid als gestort gerapporteerd stedelijk afval;

c)

afval dat tijdens recyclingshandelingen van stedelijk afval wordt geproduceerd, is afval dat wordt geproduceerd tijdens recyclingshandelingen die stedelijk afval ondergaat na het in de artikelen 3 en 4 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1004 gedefinieerde rekenpunt.

Artikel 3

Verslaglegging van gegevens

1.   De lidstaten verstrekken de gegevens en dienen het kwaliteitscontroleverslag over de uitvoering van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 1999/31/EG in, en gebruiken daarvoor het model van bijlage I.

2.   De lidstaten verstrekken de gegevens en dienen het kwaliteitscontroleverslag over de uitvoering van artikel 5, leden 5 en 6, van Richtlijn 1999/31/EG in, en gebruiken daarvoor het model van bijlage II.

3.   De Commissie maakt de door de lidstaten verschafte gegevens bekend, tenzij een lidstaat met betrekking tot de informatie in de kwaliteitsverslagen een gemotiveerd verzoek om niet-bekendmaking van bepaalde gegevens indient.

Artikel 4

Intrekking

Beschikking 2000/738/EG wordt ingetrokken.

Artikel 5

Overgangsbepaling

De gegevens betreffende de uitvoering van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 1999/31/EG voor de referentiejaren 2016 en 2017 worden uiterlijk op 31 december 2019 aan de Commissie meegedeeld.

Artikel 6

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 6 november 2019.

Voor de Commissie

Karmenu VELLA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1004 van de Commissie van 7 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften voor de berekening, de verificatie en de verslaglegging van gegevens over afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit C(2012) 2384 van de Commissie (PB L 163 van 20.6.2019, blz. 66).

(4)  Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).

(5)  Beschikking 2000/738/EG van de Commissie van 17 november 2000 inzake een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 298 van 25.11.2000, blz. 24).


BIJLAGE I

MODEL VOOR DE VERSLAGLEGGING OVER GEGEVENS BETREFFENDE HET STORTEN VAN BIOLOGISCH AFBREEKBAAR STEDELIJK AFVAL ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, LID 1

1.   Model voor de verslaglegging over gegevens

Biologisch afbreekbaar stedelijk afval dat is geproduceerd in 1995, in het laatste jaar vóór 1995 waarvoor gestandaardiseerde Eurostat-gegevens beschikbaar zijn of in het jaar dat is vastgelegd in het respectieve toetredingsverdrag voor lidstaten die na de vaststelling van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad 1 tot de EU zijn toegetreden

Biologisch afbreekbaar stedelijk afval dat in het referentiejaar op stortplaatsen is gestort

Jaar

(t)

(t)

 

 

 

2.   Model voor het kwaliteitscontroleverslag dat de gegevens vergezelt

I.   Algemene informatie

1.

Lidstaat:

2.

Organisatie die de gegevens en de beschrijving indient:

3.

Contactpersoon/contactgegevens:

4.

Referentiejaar:

5.

Datum van indiening/versie:

6.

Link naar de bekendmaking van gegevens door de lidstaat (indien van toepassing):

II.   Informatie over het storten van biologisch afbreekbaar stedelijk afval

1.

Beschrijving van de manier waarop de gegevensverzameling wordt georganiseerd, de gegevensbronnen en de gebruikte methode

 

2.

Beschrijving van de soorten afval die op nationaal niveau als biologisch afbreekbaar stedelijk afval zijn ingedeeld

 

3.

Beschrijving van de ramingen die worden gebruikt ter dekking van hiaten in de gegevens

 

4.

Verklaring voor significante verschillen ten opzichte van de gegevens van het voorgaande referentiejaar

 

5.

Beschrijving van de belangrijkste kwesties die van invloed zijn op de nauwkeurigheid van de gegevens

 


(1)  Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1).


BIJLAGE II

Model voor de verslaglegging over gegevens betreffende stedelijk afval als bedoeld in artikel 3, lid 2

1.   Model voor de verslaglegging over gegevens

Productie van stedelijk afval

(t)

Storten 1

(t)

Afvalverbranding 2

(t)

Materiaalterugwinning van afvalstoffen afkomstig van afvalverbranding

(t)

 

 

 

 

Om te berekenen of de streefcijfers die zijn vastgesteld in artikel 5, leden 5 en 6, van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1) zijn behaald, wordt de som van het stedelijk afval dat wordt gestort en het stedelijk afval dat verbrandingsprocessen ondergaat om vervolgens te worden gestort na aftrek van de materialen die vervolgens zijn teruggewonnen uit afval dat voortkomt uit deze verbrandingsprocessen, gedeeld door de hoeveelheid geproduceerd stedelijk afval.

2.   Model voor het kwaliteitscontroleverslag dat de gegevens vergezelt

I.   Algemene informatie

1.

Lidstaat:

2.

Organisatie die de gegevens en de beschrijving indient:

3.

Contactpersoon/contactgegevens:

4.

Referentiejaar:

5.

Datum van indiening/versie:

6.

Link naar de bekendmaking van gegevens door de lidstaat (indien van toepassing):

II.   Informatie over het storten van stedelijk afval

1.

Beschrijving van de entiteiten die bij de gegevensverzameling betrokken zijn

Naam van de instelling

Beschrijving van de belangrijkste verantwoordelijkheden

Voeg zo nodig rijen toe

2.

Beschrijving van de gebruikte methoden

2.1.

Algemene beschrijving van de gegevensverzameling betreffende het storten van stedelijk afval, met inbegrip van de gegevensbronnen (administratieve gegevens; enquêtes; elektronisch register; gegevens van afvalverwerkers; gegevens van gemeenten)

 

2.2.

Beschrijving van de methode die wordt gebruikt om afval dat voortkomt uit verwerkingshandelingen die vóór recycling of andere nuttige toepassingen zijn uitgevoerd en die vervolgens werden gestort, op te nemen

 

2.2.1.

Beschrijving van de aanpak voor het waarborgen van de traceerbaarheid van stedelijk afval wanneer dit verwerkingshandelingen ondergaat, met inbegrip van het gebruik van codes met betrekking tot de productie van stedelijk afval (zoals die van hoofdstuk 20 van de lijst van afvalstoffen die is vastgesteld bij Beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen, PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3) en codes met betrekking tot afvalstoffen afkomstig van afvalbehandeling (zoals die van hoofdstuk 19 van de bij die beschikking vastgestelde lijst van afvalstoffen)

 

2.3.

Beschrijving van de methode voor het opnemen van afval dat voortkomt uit verwerkingshandelingen die vóór recycling of andere nuttige toepassingen zijn uitgevoerd en dat vervolgens in het land van bestemming wordt gestort

 

2.4.

Beschrijving van de gegevensverzameling betreffende stedelijk afval dat verbrandingsprocessen ondergaat om vervolgens te worden gestort, met inbegrip van de methode die wordt gebruikt voor de berekening van materialen die afkomstig zijn van stedelijk afval dat is teruggewonnen uit afval dat voortkomt uit verbrandingsprocessen

 

2.5.

Beschrijving van ramingen die worden gebruikt ter dekking van hiaten in de gegevens over gestort stedelijk afval

 

2.6.

Verschillen ten opzichte van de gegevens van het voorgaande referentiejaar

Belangrijke methodologische verschillen, in voorkomend geval, tussen de manier waarop gegevens voor het huidige referentiejaar worden berekend (met name wat betreft herzieningen met terugwerkende kracht, de aard daarvan, en of een onderbreking in de reeks voor een bepaald jaar moet worden aangegeven)

 

Verklaring voor gevallen waarbij de tonnage van stedelijk afval dat wordt gestort of verbrandingsprocessen ondergaat om vervolgens te worden gestort, meer dan 10 % afwijkt van de gegevens die zijn ingediend voor het voorgaande referentiejaar

 

3.

Nauwkeurigheid van de gegevens

3.1.

Beschrijving van de belangrijkste kwesties die van invloed zijn op de nauwkeurigheid van de gegevens over het storten van stedelijk afval

 

3.2.

Beschrijving van het toepassingsgebied en de geldigheid van onderzoek om gegevens te verzamelen over het storten van stedelijk afval

 

4.

Vertrouwelijkheid

Motivering voor de niet-bekendmaking van specifieke onderdelen van dit verslag wanneer daarom wordt verzocht

 

5.

Belangrijkste nationale websites, referentiedocumenten en publicaties

 


(1)   Deze kolom omvat niet het afval dat verbrandingsprocessen ondergaat om vervolgens te worden gestort.

(2)   Verbrandingsprocessen zijn processen die worden uitgevoerd door installaties die worden ingedeeld onder D 10 in bijlage I bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).