|
3.5.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 116/80 |
BESLUIT (EU) 2019/691 VAN DE COMMISSIE
van 2 mei 2019
tot verlening van toestemming aan marktdeelnemers, overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574, om de diensten van een andere ID-uitgever te gebruiken
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (1), en met name artikel 15,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2014/40/EU en Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 van de Commissie (2) is het rechtskader voor de instelling van een traceringssysteem voor tabaksproducten over de hele Unie vastgesteld. Op het niveau van de Unie implementeren deze handelingen bovendien artikel 8 van het Protocol betreffende de uitbanning van illegale handel in tabaksproducten bij het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging (3), dat door de Europese Unie is geratificeerd (4) en dat voorziet in een wereldwijde regeling voor het volgen en traceren van tabaksproducten. |
|
(2) |
Om ervoor te zorgen dat alle tabaksproducten in de hele Unie kunnen worden gevolgd en getraceerd, moeten de lidstaten op grond van artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2014/40/EU ervoor zorgen dat op alle verpakkingseenheden van deze producten een unieke identificatiemarkering is aangebracht. Overeenkomstig artikel 15, lid 13, is die verplichting vanaf 20 mei 2019 van toepassing op sigaretten en shagtabak. |
|
(3) |
Krachtens artikel 3, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 moet elke lidstaat een entiteit aanstellen (de "ID-uitgever") die verantwoordelijk is voor het aanmaken en afgeven van de unieke identificatiemarkeringen. Krachtens artikel 3, lid 6, stellen de lidstaten de Commissie binnen één maand na de benoeming van de ID-uitgever in kennis van diens aanstelling en van zijn identificatiecode. |
|
(4) |
In artikel 4 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 zijn de voorschriften vastgesteld waaraan de bevoegde ID-uitgevers moeten voldoen voor het aanmaken en uitgeven van unieke identificatiemarkeringen afhankelijk van de plaats waar de producten worden geproduceerd, ingevoerd of geaggregeerd. Voorts kan een lidstaat overeenkomstig artikel 4, lid 1, tweede alinea, eisen dat zijn aangestelde ID-uitgever bevoegd is voor het aanmaken en uitgeven van de unieke identificatiemarkeringen voor alle tabaksproducten die in die lidstaat de handel worden gebracht. |
|
(5) |
In artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 is bepaald dat, in het geval van de tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever, de Commissie de marktdeelnemers kan toestaan om de diensten van een andere ID-uitgever te gebruiken die reeds overeenkomstig artikel 3 van die verordening is aangesteld. |
|
(6) |
Uit hoofde van artikel 9, lid 2, en artikel 13, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574, moeten marktdeelnemers die een aanvraag voor unieke identificatiemarkeringen op geaggregeerd en eenheidsniveau aanvragen, de in bijlage II, hoofdstuk II, deel 2, punten 2.1 en 2.2 bij die verordening vermelde informatie verstrekken. Die informatie is noodzakelijk voor het aanmaken van de unieke identificatiemarkeringen en omvat identificatiecodes waarmee de marktdeelnemers, faciliteiten en machines in het traceringssysteem kunnen worden geregistreerd. Identificatiecodes zijn dus van essentieel belang om marktdeelnemers in staat te stellen om bij de bevoegde ID-uitgever unieke identificatiemarkeringen aan te vragen. Voorts zijn de unieke identificatiemarkeringen en de identificatiecodes samen noodzakelijk voor het registreren en doorgeven van informatie over productbewegingen en transactionele gebeurtenissen. De regels voor het aanvragen van identificatiecodes voor marktdeelnemers, faciliteiten en machines zijn neergelegd in de artikelen 14, 16 en 18 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574. Welke ID-uitgever bevoegd is voor de uitgifte van de identificatiecodes hangt af van de locatie waar de marktdeelnemers hun activiteiten uitoefenen. |
|
(7) |
Op het ogenblik van de vaststelling van dit besluit hebben verschillende lidstaten de Commissie nog niet in kennis gesteld van de aanstelling van hun respectieve ID-uitgevers overeenkomstig artikel 3, lid 6, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574. Bij gebrek aan een bevoegde ID-uitgever kunnen marktdeelnemers geen identificatiecodes of unieke identificatiemarkeringen aanvragen. Die marktdeelnemers zullen hun producten dus niet in de handel kunnen brengen. Dit kan een belemmering vormen voor de goede werking van de interne markt, met name de intracommunautaire handel in tabaksproducten, en dit kan het doel van het traceringssysteem en de uitbanning van de illegale handel in tabaksproducten in gevaar brengen. |
|
(8) |
Om de potentiële verstoring van de goede werking van de interne markt tot op zekere hoogte te beperken en te helpen waarborgen dat het traceringssysteem op tijd van start gaat, moet de Commissie overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 de marktdeelnemers toestemming verlenen om de diensten van een reeds aangestelde ID-uitgever te gebruiken. |
|
(9) |
Het is aan de ID-uitgevers die reeds overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 zijn aangesteld om te besluiten of zij verzoeken van marktdeelnemers voor het aanmaken en uitgeven van unieke identificatiemarkeringen aanvaarden. Bij tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever mogen de identificatiecodes die nodig zijn voor het aanmaken en uitgeven van de unieke identificatiemarkeringen en om te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van artikel 15, lid 5, van Richtlijn 2014/40/EU en hoofdstuk VI van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 ook door andere aangestelde ID-uitgevers aan de marktdeelnemers worden verstrekt. De verstrekking van aanvullende diensten mag de andere activiteiten van de ID-uitgever in geen geval in gevaar brengen. |
|
(10) |
De identificatiecodes die door ID-uitgevers worden aangemaakt in de tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever, moeten aan de bevoegde ID-uitgever worden overgedragen zodra deze is aangesteld, samen met de in artikel 14, lid 2, artikel 16, lid 2, en artikel 18, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 bedoelde andere relevante informatie. De overdracht moet onverwijld elektronisch geschieden op basis van een verzoek van de bevoegde ID-uitgever aan de ID-uitgevers die hebben besloten de identificatiecodes aan te maken in de tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever. |
|
(11) |
De toestemming overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 om de diensten van een andere ID-uitgever te gebruiken, wordt alleen gegeven in geval van de tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever. |
|
(12) |
Dit besluit mag geen afbreuk doen aan de bevoegdheidsregels van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 met betrekking tot de uitgifte en registratie van marktdeelnemer- en faciliteitscodes voor eerste detaillisten. |
|
(13) |
Aangezien het in artikel 15 van Richtlijn 2014/40/EU vastgestelde traceringssysteem vanaf 20 mei 2019 van toepassing is op sigaretten en shagtabak, moet dit besluit in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(14) |
Gezien de tijdelijke aard van de in artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 bedoelde machtiging acht de Commissie het noodzakelijk dit besluit in de tijd te beperken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 staat de Commissie de in artikel 2, punt 2, van die verordening gedefinieerde marktdeelnemers toe om de diensten te gebruiken van een andere ID-uitgever die is aangesteld overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574.
De in de eerste alinea bedoelde toestemming is slechts geldig gedurende de tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever en in geen geval na 31 december 2019.
Dit besluit mag geen afbreuk doen aan de bevoegdheidsregels van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 met betrekking tot de uitgifte en registratie van marktdeelnemer- en faciliteitscodes voor eerste detaillisten.
Artikel 2
Door de ID-uitgevers in tijdelijke afwezigheid van de bevoegde ID-uitgever gegenereerde marktdeelnemers-, faciliteits- en machine-identificatiecodes worden op diens verzoek onverwijld aan de bevoegde ID-uitgever overgedragen, zodra deze is aangesteld. Deze identificatiecodes worden samen met de in artikel 14, lid 2, artikel 16, lid 2, en artikel 18, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 bedoelde andere relevante informatie overgedragen.
De overdracht gebeurt langs elektronische weg.
De marktdeelnemers worden door de bevoegde ID-uitgever van de overdracht in kennis gesteld.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Het is tot en met 31 december 2019 van toepassing.
Gedaan te Brussel, 2 mei 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 127 van 29.4.2014, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/574 van de Commissie van 15 december 2017 inzake de technische normen voor de instelling en werking van een traceringssysteem voor tabaksproducten (PB L 96 van 16.4.2018, blz. 7).
(3) Protocol betreffende de uitbanning van illegale handel in tabaksproducten bij het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging (PB L 268 van 1.10.2016, blz. 10).
(4) Besluit (EU) 2016/1749 van de Raad van 17 juni 2016 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol betreffende de uitbanning van illegale handel in tabaksproducten bij het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging, met uitzondering van de bepalingen die onder titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen (PB L 268 van 1.10.2016, blz. 1). Besluit (EU) 2016/1750 van de Raad van 17 juni 2016 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol betreffende de uitbanning van illegale handel in tabaksproducten bij het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging, wat betreft de bepalingen ervan inzake verplichtingen in verband met justitiële samenwerking in strafzaken en de definitie van strafbare feiten (PB L 268 van 1.10.2016, blz. 6).