|
30.11.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 306/14 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1874 VAN DE COMMISSIE
van 29 november 2018
betreffende de gegevens die voor 2020 moeten worden verstrekt uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1166/2008 en (EU) nr. 1337/2011, met betrekking tot de lijst van variabelen en hun beschrijving
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1166/2008 en (EU) nr. 1337/2011 (1), en met name artikel 5, lid 4, en artikel 8, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2018/1091 voorziet in een kader voor Europese statistieken op het niveau van landbouwbedrijven en in het integreren van informatie over hun structuur met informatie over productiemethoden, plattelandsontwikkelingsmaatregelen, agromilieuaspecten en andere daarmee verband houdende informatie. |
|
(2) |
De lidstaten moeten gegevens verzamelen die in overeenstemming zijn met de kern, de kaderuitbreiding en de onderwerpen en de gedetailleerde onderwerpen binnen de modules, als bedoeld in Verordening (EU) 2018/1091. |
|
(3) |
Het totale aantal kern- en modulevariabelen mag niet meer dan 300 bedragen, in overeenstemming met artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1091. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2018/1091 mogen de in onderhavige verordening vervatte bepalingen voor landbouwbedrijven en de lidstaten geen aanzienlijke bijkomende kosten met zich meebrengen die voor hen een onevenredige en ongerechtvaardigde last zouden inhouden. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De variabelen met betrekking tot de structurele kerngegevens als bedoeld in bijlage III bij Verordening (EU) 2018/1091 worden beschreven in bijlage I bij deze verordening.
2. De lijst met variabelen voor de onderwerpen en de gedetailleerde onderwerpen van elke module wordt beschreven in bijlage II.
3. De variabelen die de lidstaten moeten gebruiken voor de onderwerpen en de gedetailleerde onderwerpen van elke module zoals opgenomen in bijlage II, worden beschreven in bijlage III.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 november 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
BIJLAGE I
Beschrijving van de variabelen die moeten worden gebruikt voor de structurele kerngegevens en de kaderuitbreiding als bedoeld in bijlage III bij Verordening (EU) 2018/1091
|
|||||||||||||
|
Informatie uit enquêtes |
|||||||||||||
|
CGNR 001 |
– |
Identificatiecode van het landbouwbedrijf De unieke identificatiecode van het landbouwbedrijf is een unieke numerieke code voor de indiening van de gegevens. |
|||||||||||
|
Ligging van het landbouwbedrijf Het landbouwbedrijf is daar gelegen waar de voornaamste landbouwactiviteit van het bedrijf wordt verricht. |
|||||||||||||
|
CGNR 002 |
– |
Geografische locatie De celcode van het 1 km-vak in het statistische eenhedenraster van Inspire voor pan-Europees gebruik (1) waarin het landbouwbedrijf zich bevindt. Deze code wordt alleen met het oog op de indiening gebruikt. Voor de verspreiding van gegevens wordt het 1km-vak, behalve voor de reguliere controle van de mededeling, alleen gebruikt wanneer in het vak meer dan tien landbouwbedrijven gevestigd zijn; zo niet, dan worden al naargelang de situatie vakken van 5 km, 10 km of groter gebruikt. |
|||||||||||
|
CGNR 003 |
– |
NUTS 3-regio De code van de NUTS 3 (2) -regio (overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad (3)) waarin het landbouwbedrijf zich bevindt. |
|||||||||||
|
CGNR 004 |
– |
Het landbouwbedrijf heeft gebieden met natuurlijke beperkingen in de zin van Verordening (EU) nr. 1305/2013 Overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) moet informatie worden verstrekt over gebieden met natuurlijke beperkingen.
|
|||||||||||
|
Rechtspersoonlijkheid van het landbouwbedrijf De rechtspersoonlijkheid van het landbouwbedrijf is afhankelijk van de rechtspositie van het bedrijfshoofd. |
|||||||||||||
|
|
De juridische en economische aansprakelijkheid voor het landbouwbedrijf berust bij een: |
||||||||||||
|
CGNR 005 |
– |
Natuurlijke persoon die enig bedrijfshoofd op een zelfstandig landbouwbedrijf is Een enkele natuurlijke persoon die bedrijfshoofd is van een landbouwbedrijf dat niet door gemeenschappelijk beheer of vergelijkbare regelingen verbonden is met landbouwbedrijven van andere bedrijfshoofden. Landbouwbedrijven die aan deze voorwaarde voldoen worden landbouwbedrijven met éénhoofdige bedrijfsvoering genoemd. |
|||||||||||
|
CGNR 006 |
– |
– |
Zo ja, is het bedrijfshoofd tevens de bedrijfsleider? |
||||||||||
|
CGNR 007 |
– |
– |
– |
Zo nee, is de bedrijfsleider een familielid van het bedrijfshoofd? |
|||||||||
|
CGNR 008 |
– |
– |
– |
– |
Zo ja, is de bedrijfsleider de echtgenoot/echtgenote van het bedrijfshoofd? |
||||||||
|
CGNR 009 |
– |
Gedeeld eigenaarschap Natuurlijke personen die enig bedrijfshoofd zijn van een landbouwbedrijf dat niet verbonden is met landbouwbedrijven van andere bedrijfshoofden en die de eigendom en het beheer van het landbouwbedrijf delen. |
|||||||||||
|
CGNR 010 |
– |
Twee of meer natuurlijke personen die partners zijn op een landbouwbedrijf met meerhoofdige bedrijfsvoering Partners in een bedrijf met meerhoofdige bedrijfsvoering zijn natuurlijke personen die samen een landbouwbedrijf bezitten, pachten of anderszins beheren, dan wel samen hun individuele bedrijven beheren alsof het één bedrijf is. Een dergelijke samenwerking moet ofwel in overeenstemming zijn met het recht ofwel zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. |
|||||||||||
|
CGNR 011 |
– |
Rechtspersoon Een juridische eenheid die geen natuurlijke persoon is, maar wel de normale rechten en plichten van een individu heeft en bijvoorbeeld als eiser of verweerder in rechte kan optreden (een algemene juridische capaciteit uit eigen hoofde). |
|||||||||||
|
CGNR 012 |
– |
– |
Zo ja, is het landbouwbedrijf onderdeel van een groep ondernemingen? Een groep ondernemingen is een verband van ondernemingen waartussen juridische en/of financiële banden bestaan en die door het hoofd van de groep worden gecontroleerd. Een „onderneming” bestaat uit de kleinste combinatie van juridische eenheden en is een organisatorische eenheid die goederen en diensten voortbrengt en die een zekere zelfstandige beslissingsbevoegdheid heeft, met name ten aanzien van de bestemming van haar vlottende middelen. Een onderneming verricht een of meer activiteiten op een of meer locaties. Een onderneming kan uit één juridische eenheid bestaan. |
||||||||||
|
CGNR 013 |
– |
Het landbouwbedrijf is een eenheid op gemeenschappelijke grond In het kader van de gegevensverzameling en -vastlegging wordt onder een landbouwbedrijf dat een „eenheid op gemeenschappelijke grond” is een entiteit verstaan die de oppervlakte cultuurgrond (OCG) omvat die uit hoofde van gemeenschappelijke rechten door andere landbouwbedrijven wordt gebruikt. |
|||||||||||
|
CGNR 014 |
– |
Het bedrijfshoofd ontvangt EU-steun voor grond of dieren op het landbouwbedrijf en valt dus onder het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (GBCS) Het bedrijfshoofd is een actieve landbouwer in de zin van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5) en de subsidieaanvraag is gehonoreerd. |
|||||||||||
|
CGNR 015 |
– |
Het bedrijfshoofd is een jonge landbouwer of een nieuwkomer in de landbouw die om die reden in de voorgaande drie jaar financiële steun heeft ontvangen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) Met financiële steun kan worden bedoeld rechtstreekse betalingen uit hoofde van de artikelen 50 en 51 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 of steun in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma's uit hoofde van artikel 19, lid 1, onder a), i), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 (aanloopsteun ten bate van jonge landbouwers). |
|||||||||||
|
Bedrijfsleider van het landbouwbedrijf De bedrijfsleider is de natuurlijke persoon die op het landbouwbedrijf verantwoordelijk is voor de normale dagelijkse gang van zaken op financieel of productiegebied. Tot de landbouwwerkzaamheden worden alle werkzaamheden gerekend die op het landbouwbedrijf worden verricht ten behoeve van:
De tijd die op het landbouwbedrijf aan landbouwwerkzaamheden wordt besteed , is de werkelijk aan landbouwwerkzaamheden voor het landbouwbedrijf bestede arbeidstijd, zonder de tijd die wordt besteed aan werkzaamheden in het huishouden van het bedrijfshoofd of de bedrijfsleider. De arbeidsjaareenheid (AJE) is het aantal werkzame personen in voltijdequivalenten, d.w.z. het totale aantal gewerkte uren gedeeld door het gemiddelde jaarlijkse aantal in het land in voltijdbanen gewerkte uren. Voor een voltijdbaan geldt het minimumaantal uren dat krachtens de nationale bepalingen inzake arbeidsovereenkomsten vereist is. Indien het aantal uren niet is aangegeven, moet 1 800 uur per jaar (225 werkdagen van 8 uur) worden aangehouden. |
|||||||||||||
|
CGNR 016 |
– |
Geboortejaar Het geboortejaar van de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf |
|||||||||||
|
CGNR 017 |
– |
Geslacht Het geslacht van de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf:
|
|||||||||||
|
CGNR 018 |
– |
Landbouwwerkzaamheden op het landbouwbedrijf (behalve huishoudelijk werk) Percentageklasse van de arbeidsjaareenheden (6) die aan landbouwwerkzaamheden worden verricht door de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf. |
|||||||||||
|
CGNR 019 |
– |
Aanvangsjaar als bedrijfsleider van het landbouwbedrijf Het jaar waarin de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf in deze functie startte |
|||||||||||
|
CGNR 020 |
– |
Landbouwopleiding van de bedrijfsleider De hoogste door de bedrijfsleider genoten landbouwopleiding:
|
|||||||||||
|
CGNR 021 |
– |
Beroepsopleiding van bedrijfsleider in de voorgaande twaalf maanden Indien de bedrijfsleider een beroepsopleiding heeft voltooid, een opleidingsmaatregel of activiteit door een opleider of opleidingsinstelling die als hoofddoelstelling heeft de verwerving van nieuwe vaardigheden met betrekking tot de activiteiten op het landbouwbedrijf of activiteiten rechtstreeks verbonden aan het landbouwbedrijf of de ontwikkeling en verbetering van de bestaande vaardigheden. |
|||||||||||
|
Exploitatievorm van de OCG (met betrekking tot het bedrijfshoofd) De exploitatievorm hangt af van de situatie op een referentiedag in het jaar van de enquête. |
|||||||||||||
|
CGNR 022 |
– |
Landbouw op eigen grond Door het landbouwbedrijf geëxploiteerde oppervlakte cultuurgrond in hectaren die eigendom is van het bedrijfshoofd of door hem wordt geëxploiteerd uit hoofde van vruchtgebruik, erfpacht of vergelijkbare exploitatievormen. |
|||||||||||
|
CGNR 023 |
– |
Landbouw op gepachte grond Oppervlakte cultuurgrond in hectaren die door het landbouwbedrijf tegen een van tevoren vastgestelde prijs (in geld en/of in natura) wordt gepacht op grond van een (schriftelijke of mondelinge) pachtovereenkomst. De oppervlakte cultuurgrond kan maar bij één landbouwbedrijf worden ingedeeld. Indien de oppervlakte cultuurgrond gedurende het referentiejaar aan meer dan een landbouwbedrijf verpacht is geweest, wordt deze gewoonlijk ingedeeld bij het landbouwbedrijf waardoor het op de peildatum van de enquête of het grootste gedeelte van het referentiejaar werd geëxploiteerd. |
|||||||||||
|
CGNR 024 |
– |
Deelpacht of andere exploitatievorm De oppervlakte cultuurgrond in hectaren die:
|
|||||||||||
|
CGNR 025 |
– |
Gemeenschappelijke grond De oppervlakte cultuurgrond in hectaren die door het landbouwbedrijf wordt gebruikt zonder dat het deze rechtstreeks in eigendom heeft, d.w.z. waarop gemeenschappelijke rechten van toepassing zijn. |
|||||||||||
|
CGNR 026 |
– |
Biologische landbouw De productie van het landbouwbedrijf valt onder landbouwpraktijken die overeenkomen met een bepaalde reeks normen en voorschriften die zijn vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (7) of Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (8), of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake biologische productie. |
|||||||||||
|
CGNR 027 |
– |
Totale OCG van het landbouwbedrijf waarop biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast die volgens nationale of EU-regels worden gecertificeerd De oppervlakte cultuurgrond van het landbouwbedrijf in hectaren waarop de toegepaste productiemethode volledig in overeenstemming is met de beginselen van biologische landbouwproductie zoals vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007 of Verordening (EU) 2018/848, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake de certificering van biologische productie. |
|||||||||||
|
CGNR 028 |
– |
Totale OCG van het landbouwbedrijf waarop wordt overgeschakeld op biologische landbouwproductiemethoden die volgens nationale of EU-regels zullen worden gecertificeerd De oppervlakte cultuurgrond van het landbouwbedrijf in hectaren waarop biologische landbouwmethoden worden toegepast tijdens de overgang van niet-biologische naar biologische productie gedurende een bepaalde periode („overgangsperiode”) zoals vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007 of Verordening (EU) 2018/848, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake de certificering van biologische productie. |
|||||||||||
|
CGNR 029 |
– |
Deelname aan andere milieucertificeringsregelingen Het landbouwbedrijf neemt deel aan nationale of regionale milieucertificeringsregelingen zoals die waarnaar wordt verwezen in artikel 43, lid 2, en lid 3, onder b), van of bijlage IX bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (de bestaande certificeringsregelingen die gelijkwaardig zijn aan de vergroeningsbetaling van het GLB), en de subsidieaanvraag is gehonoreerd. |
|||||||||||
|
II. VARIABELEN INZAKE DE GROND Het totale areaal van het landbouwbedrijf omvat de oppervlakte cultuurgrond (bouwland, blijvend grasland, meerjarige teelten en tuinen voor eigen gebruik) en het overige landbouwareaal (oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond, bosareaal en niet elders genoemde andere grond). Het areaal waarvoor per rubriek gegevens moeten worden verzameld is het hoofdareaal en duidt op het fysieke areaal van het perceel/de percelen, ongeacht of er één of meerdere gewassen op werden verbouwd tijdens het oogstjaar. In het geval van eenjarige teelten komt het hoofdareaal overeen met het ingezaaide areaal; in het geval van meerjarige teelten is het hoofdareaal het totale beplante areaal; in het geval opeenvolgende teelten komt het overeen met het areaal dat gedurende het jaar wordt gebruikt voor het hoofdgewas; in het geval van gelijktijdige teelten komt het hoofdareaal overeen met het areaal waar de gewassen naast elkaar worden geteeld. Op deze manier wordt elk areaal slechts één keer opgenomen. Het hoofdgewas is het gewas dat de hoogste economische waarde vertegenwoordigt. Wanneer op basis van de productiewaarde geen hoofdgewas kan worden aangewezen, dan is het hoofdgewas het gewas dat de grond het langst in beslag neemt. Onder oppervlakte cultuurgrond wordt het totale areaal verstaan aan bouwland, blijvend grasland, meerjarige teelten en tuinen voor eigen gebruik van het landbouwbedrijf, ongeacht de exploitatievorm. Bij gewasrotatie worden op een bepaald stuk grond volgens een gepland patroon of in een geplande volgorde in opeenvolgende oogstjaren afwisselend gewassen verbouwd, zodat gewassen van dezelfde soort niet ononderbroken op hetzelfde stuk grond worden verbouwd. In het geval van gewasrotatie worden de gewassen gewoonlijk jaarlijks geroteerd, maar gewasrotatie is ook mogelijk met meerjarige gewassen. Akkerbouwmatige teelt en teelt op cultuurgrond onder glas moeten afzonderlijk worden opgegeven. |
|||||||||||||
|
CLND 001 |
– |
OCG Oppervlakte cultuurgrond in hectaren. |
|||||||||||
|
CLND 002 |
– |
– |
Bouwland Hectaren regelmatig bewerkt land (geploegd of bebouwd) dat gewoonlijk in de gewasrotatie is opgenomen. |
||||||||||
|
CLND 003 |
– |
– |
– |
Granen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad) Hectaren met alle droog geoogste granen voor korrelwinning, ongeacht het gebruik. |
|||||||||
|
CLND 004 |
– |
– |
– |
– |
Zachte tarwe en spelt Hectaren Triticum aestivum L. emend. Fiori et Paol., Triticum spelta L. en Triticum monococcum L. |
||||||||
|
CLND 005 |
– |
– |
– |
– |
Durumtarwe Hectaren Triticum durum Desf. |
||||||||
|
CLND 006 |
– |
– |
– |
– |
Rogge en mengsels van wintergranen (mengkoren) Hectaren rogge (Secale cereale L.), op welk moment dan ook gezaaid, roggemengsels en andere granen en granenmengsels die voor of tijdens de winter worden gezaaid (mengkoren). |
||||||||
|
CLND 007 |
– |
– |
– |
– |
Gerst Hectaren gerst (Hordeum vulgare L.). |
||||||||
|
CLND 008 |
– |
– |
– |
– |
Mengsels van haver en zomergranen (andere graanmengsels dan mengkoren) Hectaren haver (Avena sativa L.) en andere in de lente gezaaide granen die worden geteeld als mengsels en droog worden geoogst voor korrelwinning, met inbegrip van zaden. |
||||||||
|
CLND 009 |
– |
– |
– |
– |
Korrelmaïs en zaad-spilmengsel Hectaren maïs (Zea mays L.) geoogst voor korrelwinning, als zaad of als zaad-spilmengsel. |
||||||||
|
CLND 010 |
– |
– |
– |
– |
Triticale Hectaren triticale (x Triticosecale Wittmack). |
||||||||
|
CLND 011 |
– |
– |
– |
– |
Kafferkoren Hectaren kafferkoren (Sorghum bicolor (L.) Conrad Moench of Sorghum x sudanense (Piper) Stapf.). |
||||||||
|
CLND 012 |
– |
– |
– |
– |
Andere granen, niet elders genoemd (boekweit, gierst, kanariezaad enz.) Hectaren droog geoogste granen voor korrelwinning die niet elders worden genoemd bij de voorgaande rubrieken, zoals gierst (Panicum miliaceum L.), boekweit (Fagopyrum esculentum Mill.), kanariezaad (Phalaris canariensis L.) en andere niet elders genoemde granen. |
||||||||
|
CLND 013 |
– |
– |
– |
– |
Rijst Hectaren rijst (Oryza sativa L.). |
||||||||
|
CLND 014 |
– |
– |
– |
Droog geoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaden en mengsels van granen en peulvruchten) Hectaren droog geoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning, ongeacht het gebruik. |
|||||||||
|
CLND 015 |
– |
– |
– |
– |
Erwten, bonen en niet-bittere lupinen Hectaren met alle soorten erwten (Pisum sativum L. convar. sativum of Pisum sativum L. convar. arvense L. of convar. speciosum), droog geoogst, plus hectaren met alle rassen tuin- of veldbonen (Vicia faba L. (partim)), droog geoogst, plus hectaren niet-bittere lupinen (Lupinus sp.), droog geoogst voor korrelwinning, met inbegrip van zaad, ongeacht het gebruik. |
||||||||
|
CLND 016 |
– |
– |
– |
Hakvruchten Hectaren met gewassen die worden geteeld om hun wortel, knol of gemodificeerde stengel, met uitzondering van wortel-, knol- en bolgewassen zoals wortels, bieten en koolrapen. |
|||||||||
|
CLND 017 |
– |
– |
– |
– |
Aardappelen (inclusief pootaardappelen) Hectaren aardappelen (Solanum tuberosum L.). |
||||||||
|
CLND 018 |
– |
– |
– |
– |
Suikerbieten (exclusief zaaizaad) Hectaren suikerbieten (Beta vulgaris L.) bestemd voor de suikerindustrie en de alcoholproductie. |
||||||||
|
CLND 019 |
– |
– |
– |
– |
Andere hakvruchten, niet elders genoemd Hectaren voederbieten (Beta vulgaris L.) en planten van de familie Brassicae, hoofdzakelijk bestemd voor vervoedering, ongeacht of de wortel of de stengel voor voederdoeleinden wordt geoogst, en andere planten die hoofdzakelijk voor hun voor vervoedering bestemde wortelen worden geteeld, niet elders genoemd. |
||||||||
|
CLND 020 |
– |
– |
– |
Industriële gewassen Hectaren industriële gewassen, die gewoonlijk niet direct voor consumptie worden verkocht omdat ze voor hun eindgebruik industrieel moeten worden verwerkt. |
|||||||||
|
CLND 021 |
– |
– |
– |
– |
Oliehoudende zaden Hectaren koolzaad (Brassica napus L.) en raapzaad (Brassica rapa L. var. oleifera (Lam.)), zonnebloemzaad (Helianthus annus L.), soja (Glycine max (L.) Merril), lijnzaad (Linum usitatissimum L.), mosterd (Sinapis alba L.), papaver (Papaver somniferum L.), saffloer (Carthamus tinctorius L.), sesamzaad (Sesamum indicum L.), aardamandel (Cyperus esculentus L.), pinda's (Arachis hypogea L.), pompoenen voor de productie van olie (Cucurbita pepo var. styriaca) en hennep (Cannabis sativa L.), geteeld voor de productie van olie, droog geoogst voor korrelwinning, met uitzondering van katoenzaad (Gossypium spp.). |
||||||||
|
CLND 022 |
– |
– |
– |
– |
– |
Kool- en raapzaad Hectaren koolzaad (Brassica napus L.) en raapzaad (Brassica rapa L. var. oleifera (Lam.)), geteeld voor de productie van olie, droog geoogst voor korrelwinning. |
|||||||
|
CLND 023 |
– |
– |
– |
– |
– |
Zonnebloemzaad Hectaren zonnebloemen (Helianthus annuus L.), droog geoogst voor korrelwinning. |
|||||||
|
CLND 024 |
– |
– |
– |
– |
– |
Sojabonen Hectaren soja (Glycine max L. Merril), droog geoogst voor korrelwinning met het oog op het gebruik van de olie en de proteïnen. |
|||||||
|
CLND 025 |
– |
– |
– |
– |
– |
Lijnzaad Hectaren lijnzaadrassen (Linum usitatissimum L.), die hoofdzakelijk voor de olieproductie worden geteeld en droog worden geoogst voor korrelwinning. |
|||||||
|
CLND 026 |
– |
– |
– |
– |
– |
Andere oliehoudende gewassen, niet elders genoemd Hectaren andere gewassen die hoofdzakelijk voor hun gehalte aan olie worden geteeld en droog worden geoogst voor korrelwinning, niet elders genoemd (met uitzondering van katoenzaad). |
|||||||
|
CLND 027 |
– |
– |
– |
– |
Vezelgewassen Hectaren vezelvlas (Linum usitatissimum L.), hennep (Cannabis sativa L.), katoen (Gossypium spp.), jute (Corchorus capsularis L.), abaca oftewel manillahennep (Musa textilis Née), kenaf (Hibiscus cannabinus L.) en sisal (Agave sisalana Perrine). |
||||||||
|
CLND 028 |
– |
– |
– |
– |
– |
Vezelvlas Hectaren vezelvlasrassen (Linum usitatissimum L.), voornamelijk geteeld voor de vezels. |
|||||||
|
CLND 029 |
– |
– |
– |
– |
– |
Hennep Hectaren hennep (Cannabis sativa L.), geteeld voor stro. |
|||||||
|
CLND 030 |
– |
– |
– |
– |
– |
Katoen Hectaren katoen (Gossypium spp.), geoogst voor de vezels en/of de oliehoudende zaden. |
|||||||
|
CLND 031 |
– |
– |
– |
– |
– |
Andere vezelgewassen, niet elders genoemd Hectaren andere gewassen die voornamelijk worden geteeld vanwege hun vezelgehalte, niet elders genoemd, zoals jute (Corchorus capsularis L.), abaca oftewel manillahennep (Musa textilis Née), sisal (Agave sisalana Perrine) en kenaf (Hibiscus cannabinus L.). |
|||||||
|
CLND 032 |
– |
– |
– |
– |
Tabak Hectaren tabak (Nicotiana tabacum L.), geteeld voor de bladeren. |
||||||||
|
CLND 033 |
– |
– |
– |
– |
Hop Hectaren hop (Humulus lupulus L.), geteeld voor de zaaddragende kegels. |
||||||||
|
CLND 034 |
– |
– |
– |
– |
Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen Hectaren aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen, geteeld voor farmaceutische doeleinden, de productie van parfum of menselijke consumptie. |
||||||||
|
CLND 035 |
– |
– |
– |
– |
Energiegewassen, niet elders genoemd Hectaren niet elders genoemde energiegewassen die uitsluitend worden gebruikt voor de productie van hernieuwbare energie en die op bouwland worden geteeld. |
||||||||
|
CLND 036 |
– |
– |
– |
– |
Andere industriële gewassen, niet elders genoemd Hectaren niet elders genoemde andere industriële gewassen. |
||||||||
|
CLND 037 |
– |
– |
– |
Groen geoogste akkerbouwgewassen Hectaren groen geoogste akkerbouwgewassen die voornamelijk bedoeld zijn voor de productie van veevoeder of hernieuwbare energie, te weten granen, grassen, peulgewassen en industriële gewassen en andere groen geoogste en/of gebruikte akkerbouwgewassen. |
|||||||||
|
CLND 038 |
– |
– |
– |
– |
Tijdelijk grasland en begrazing Hectaren grasgewassen, bestemd om te worden begraasd, gehooid of ingekuild, als onderdeel van een normale gewasrotatie, die ten minste één oogstjaar maar normaal minder dan vijf jaar op dezelfde grond worden verbouwd en waarvoor het zaaigoed uit zuivere grassoorten of uit mengsels van grassoorten bestaat. |
||||||||
|
CLND 039 |
– |
– |
– |
– |
Groen geoogste peulgewassen Hectaren peulgewassen die groen en als plant in zijn geheel worden geoogst en die hoofdzakelijk voor vervoedering of energie worden gebruikt. Hieronder vallen mengsels die hoofdzakelijk bestaan uit peulgewassen (gewoonlijk > 80 %) en grassen die groen of als hooi worden geoogst. |
||||||||
|
CLND 040 |
– |
– |
– |
– |
Voedermaïs Hectaren met alle maïssoorten (Zea mays L.) die voor kuilvoer worden geteeld (hele kolf, plantdelen of hele plant) en niet worden geoogst voor korrelwinning. |
||||||||
|
CLND 041 |
– |
– |
– |
– |
Andere groen geoogste granen (exclusief snijmaïs) Hectaren met alle granen (met uitzondering van maïs) die worden geteeld en groen worden geoogst als hele plant, voor vervoedering of voor de productie van hernieuwbare energie (biomassaproductie). |
||||||||
|
CLND 042 |
– |
– |
– |
– |
Andere groen geoogste akkerbouwgewassen, niet elders genoemd Hectaren met andere één- of meerjarige gewassen (doch minder dan vijf jaar) die voornamelijk bestemd zijn als veevoeder en die groen worden geoogst. Hieronder vallen ook de restanten van niet elders genoemde gewassen indien de hoofdoogst is vernietigd, maar de overblijfselen nog bruikbaar zijn (als voeder of voor hernieuwbare energie). |
||||||||
|
CLND 043 |
– |
– |
– |
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien Hectaren met alle koolsoorten, bladgroenten en stengelgroenten, vruchtgroenten, wortel-, knol- en bolgroenten, verse peulvruchten, andere vers (niet droog) geoogste groenten en aardbeien die in de openlucht worden geteeld op bouwland in gewasrotatie met andere land- of tuinbouwgewassen. |
|||||||||
|
CLND 044 |
– |
– |
– |
– |
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien in gewasrotatie met tuinbouwgewassen (tuinbouwmatig geteeld) Hectaren verse groenten, meloenen en aardbeien die worden geteeld op bouwland en in vruchtwisseling met andere tuinbouwgewassen. |
||||||||
|
CLND 045 |
– |
– |
– |
– |
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien in gewasrotatie met niet-tuinbouwgewassen (akkerbouwmatig geteeld) Hectaren verse groenten, meloenen en aardbeien die worden geteeld op bouwland en in vruchtwisseling met andere landbouwgewassen. |
||||||||
|
CLND 046 |
– |
– |
– |
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) Hectaren met alle bloemen en sierplanten die worden verkocht als snijbloemen (zoals rozen, anjers, orchideeën, gladiolen, chrysanten, snijgroen en andere snijproducten), als pot-, perk- en balkonbloemen en -planten (zoals rododendrons, azalea's, chrysanten, begonia's, geraniums, vlijtig liesjes en andere pot-, perk- en balkonbloemen en -planten) en als bol- en knolgewassen en andere sierplanten (tulpen, hyacinten, orchideeën, narcissen en andere soorten). |
|||||||||
|
CLND 047 |
– |
– |
– |
Zaai- en plantgoed Hectaren zaden van wortels (met uitzondering van aardappels en andere planten waarbij de wortels ook worden gebruikt als zaden), voedergewassen, grassen, industriële gewassen (met uitzondering van oliehoudende zaden) en van zaden en zaailingen van groenten en bloemen. |
|||||||||
|
CLND 048 |
– |
– |
– |
Overige akkerbouwgewassen, niet elders genoemd Hectaren niet elders genoemde akkerbouwgewassen. |
|||||||||
|
CLND 049 |
– |
– |
– |
Braakland Hectaren al dan niet bewerkt bouwland in gewasrotatie of dat in goede landbouw- en milieuconditie (GLMC (9)) wordt gehouden, waar gedurende een geheel oogstjaar niet wordt geoogst. Het essentiële kenmerk van braakland is dat het met rust wordt gelaten, gewoonlijk gedurende een geheel oogstjaar, met het oog op bodemherstel. Braakland kan in de volgende vormen voorkomen:
|
|||||||||
|
CLND 050 |
– |
– |
Blijvend grasland Hectaren land dat blijvend (gedurende een aantal opeenvolgende jaren, gewoonlijk vijf jaar of meer) wordt gebruikt voor de teelt van kruidachtige voeder- of energiegewassen, ongeacht of deze zijn ingezaaid of dat zij zich zelf hebben uitgezaaid, en dat niet in de gewasrotatie van het landbouwbedrijf is opgenomen. Het grasland kan worden begraasd of gemaaid ter verkrijging van hooi of kuilvoer of kan voor de productie van hernieuwbare energie worden gebruikt. |
||||||||||
|
CLND 051 |
– |
– |
– |
Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst Hectaren blijvend grasland op grond van goede of redelijke kwaliteit, dat normaal kan worden gebruikt voor intensieve begrazing. |
|||||||||
|
CLND 052 |
– |
– |
– |
Weiden met geringe opbrengst Hectaren blijvend grasland met geringe opbrengst, waarvan de grond veelal slecht van kwaliteit is, bijvoorbeeld op heuvelachtige of op grote hoogte gelegen weiden die gewoonlijk niet zijn verbeterd door bemesting, bebouwing, herbezaaiing of drainage. Deze gebieden kunnen gewoonlijk alleen voor extensieve begrazing worden gebruikt en worden niet of extensief gemaaid, aangezien ze geen hoge dierdichtheid aankunnen. |
|||||||||
|
CLND 053 |
– |
– |
– |
Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en voor financiële steun in aanmerking komt Hectaren blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 of de recentste wetgeving, indien van toepassing, in een staat wordt gehouden die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines, en dat voor financiële steun in aanmerking komt. |
|||||||||
|
CLND 054 |
– |
– |
Meerjarige teelten (inclusief jonge en tijdelijk verlaten aanplant, met uitzondering van gebieden die uitsluitend voor eigen gebruik produceren) Hectaren met alle fruitbomen, alle citrusfruitbomen, alle notenbomen, alle kleinfruitaanplantingen, alle wijngaarden, alle olijfbomen en alle andere meerjarige teelten voor menselijke consumptie (zoals thee, koffie of johannesbrood) en voor andere doeleinden (zoals boomkwekerijgewassen, kerstbomen of planten voor vlecht- en weefwerk zoals rotan en bamboe). |
||||||||||
|
CLND 055 |
– |
– |
– |
Fruit, kleinfruit en noten (exclusief citrusvruchten, druiven en aardbeien) Hectaren boomgaarden met pitvruchten, steenvruchten, bessen, noten en fruit van subtropische en tropische breedten. |
|||||||||
|
CLND 056 |
– |
– |
– |
– |
Pitvruchten Hectaren boomgaarden met pitvruchten zoals appels (Malus spp.), peren (Pyrus spp.), kweeperen (Cydonia oblonga Mill.) of mispels (Mespilus germanica, L.). |
||||||||
|
CLND 057 |
– |
– |
– |
– |
Steenvruchten Hectaren boomgaarden met steenvruchten, zoals perziken en nectarines (Prunus persica (L.) Batch), abrikozen (Prunus armeniaca L. en andere soorten), zoete en zure kersen (Prunus avium L., P. cerasus), pruimen (Prunus domestica L. en andere soorten) en andere steenvruchten die niet elders worden genoemd zoals sleedoorn (Prunus spinosa L.) en loquats/Japanse mispels (Eriobotrya japonica (Thunb. Lindl.). |
||||||||
|
CLND 058 |
– |
– |
– |
– |
Fruit van subtropische en tropische breedten Hectaren met al het fruit van subtropische en tropische breedten, zoals kiwi's (Actinidia chinensis Planch.), avocado's (Persea americana Mill.) en bananen (Musa spp.). |
||||||||
|
CLND 059 |
– |
– |
– |
– |
Kleinfruit (exclusief aardbeien) Hectaren met alle geteelde bessen, zoals zwarte bessen (Ribes nigrum L.), rode bessen (Ribes rubrum L.), frambozen (Rubus idaeus L.) of blauwe bessen (Vaccinium corymbosum L.). |
||||||||
|
CLND 060 |
– |
– |
– |
– |
Noten Hectaren met alle notenbomen: walnoten, hazelnoten, amandelen, kastanjes en andere noten. |
||||||||
|
CLND 061 |
– |
– |
– |
Citrusvruchten Hectaren citrusvruchten (Citrus spp.): sinaasappelen, kleine citrusvruchten, citroenen, limoenen, pomelo's, grapefruits en andere citrusvruchten. |
|||||||||
|
CLND 062 |
– |
– |
– |
Druiven Hectaren druivenstokken (Vitis vinifera L.) |
|||||||||
|
CLND 063 |
– |
– |
– |
– |
Druiven voor de productie van wijn Hectaren druivenstokken met druivenrassen die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van sap, most en/of wijn. |
||||||||
|
CLND 064 |
– |
– |
– |
– |
– |
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) Hectaren druivenstokken met wijndruivenrassen die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van wijn met beschermde oorsprongsbenaming en voldoen aan de voorschriften van i) Verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad (10), of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale regels. |
|||||||
|
CLND 065 |
– |
– |
– |
– |
– |
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA) Hectaren druivenstokken met wijndruivenrassen die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding en voldoen aan de voorschriften van i) Verordening (EG) nr. 491/2009, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale regels. |
|||||||
|
CLND 066 |
– |
– |
– |
– |
– |
Druiven voor de productie van andere wijn, niet elders genoemd (exclusief BOB/BGA) Hectaren druivenstokken met wijndruivenrassen die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van andere wijnen dan BOB- en BGA-wijnen. |
|||||||
|
CLND 067 |
– |
– |
– |
– |
Tafeldruiven Hectaren druivenstokken met druivenrassen die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van verse druiven. |
||||||||
|
CLND 068 |
– |
– |
– |
– |
Druiven voor de productie van rozijnen Hectaren druivenstokken met druivenrassen die gewoonlijk bestemd zijn voor de productie van krenten en rozijnen. |
||||||||
|
CLND 069 |
– |
– |
– |
Olijven Hectaren olijfbomen (Olea europea L.), geteeld voor de productie van olijven. |
|||||||||
|
CLND 070 |
– |
– |
– |
Boomkwekerijgewassen Hectaren boomkwekerijen waar jonge houtachtige planten in de openlucht worden gekweekt, bestemd om later te worden verplant. |
|||||||||
|
CLND 071 |
– |
– |
– |
Andere meerjarige teelten met inbegrip van andere meerjarige teelten voor menselijke consumptie Hectaren meerjarige, niet elders genoemde teelten voor menselijke consumptie en als kerstbomen op de oppervlakte cultuurgrond geplante bomen. |
|||||||||
|
CLND 072 |
– |
– |
– |
– |
Kerstbomen Hectaren voor commerciële doeleinden geplante kerstbomen, buiten het bosareaal, op de oppervlakte cultuurgrond. Kerstboomplantages die niet langer worden onderhouden en die vallen onder bosareaal blijven buiten beschouwing. |
||||||||
|
CLND 073 |
– |
– |
Tuinen voor eigen gebruik Hectaren grond die normaal worden gebruikt voor onder meer groenten, hakvruchten en meerjarige teelten die zijn bedoeld voor consumptie door het bedrijfshoofd en zijn huishouden, gewoonlijk afgescheiden van de rest van de cultuurgrond en als zodanig herkenbaar. |
||||||||||
|
CLND 074 |
– |
Andere landbouwgrond Hectaren niet in gebruik zijnde cultuurgrond (cultuurgrond die om economische, sociale of andere redenen niet meer wordt gebruikt en die niet in de gewasrotatie is opgenomen), het bosareaal en de andere grond die in beslag wordt genomen door gebouwen, erven, wegen, vijvers, steengroeven, onvruchtbare gronden, rotsen enz. |
|||||||||||
|
CLND 075 |
– |
– |
Oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond Hectaren grond die vroeger voor landbouwdoeleinden werd gebruikt, maar die in het referentiejaar van de enquête niet meer wordt bewerkt en die niet in de gewasrotatie is opgenomen, d.w.z. grond waarvoor geen landbouwgebruik is gepland. Deze grond kan weer in gebruik worden genomen met de middelen die gewoonlijk op een landbouwbedrijf beschikbaar zijn. |
||||||||||
|
CLND 076 |
– |
– |
Bosareaal Hectaren land die met bosbomen of -struiken zijn begroeid, inclusief in of buiten bossen gelegen aanplantingen van populieren en vergelijkbare bomen, en in het bos gelegen bosboomkwekerijen voor de eigen behoeften van het landbouwbedrijf, alsmede voorzieningen in het bos (boswegen, opslagplaatsen voor hout enz.). |
||||||||||
|
CLND 077 |
– |
– |
– |
Hakhout met korte omlooptijd Hectaren bosareaal waar houtgewassen met een rotatieperiode van twintig jaar of minder worden geteeld. De rotatieperiode is de tijd tussen het moment waarop de bomen voor het eerst worden gezaaid of geplant en het tijdstip dat het eindproduct wordt geoogst, waarbij normale beheersactiviteiten als uitdunnen niet tot het oogsten worden gerekend. |
|||||||||
|
CLND 078 |
– |
– |
Overig areaal (gebouwen, erven, wegen, vijvers en andere niet-productieve oppervlakten) Hectaren land die deel uitmaken van het totale areaal van het landbouwbedrijf, maar niet behoren tot de oppervlakte cultuurgrond, de oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond of het bosareaal, zoals bebouwde grond (behalve wanneer die wordt gebruikt voor het kweken van paddenstoelen), erven, wegen, vijvers, groeven, onvruchtbare grond of gesteente. |
||||||||||
|
|
|
Bijzondere arealen van het landbouwbedrijf |
|||||||||||
|
CLND 079 |
– |
– |
Gekweekte paddenstoelen Hectaren gekweekte paddenstoelen die worden geteeld in speciaal voor dit doel gebouwde of aangepaste gebouwen, dan wel in grotten, kelders en andere onderaardse ruimten. |
||||||||||
|
CLND 080 |
– |
OCG onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking Hectaren gewassen die gedurende de gehele groeicyclus of voor het grootste deel daarvan in een kas of onder een vaste of verplaatsbare beschermingsafdekking (glas of hard of flexibel plastic) worden geteeld. Deze arealen dienen niet te worden opgenomen in de bovengenoemde variabelen. |
|||||||||||
|
CLND 081 |
– |
– |
Groenten, met inbegrip van meloenen en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking Hectaren met alle koolsoorten, bladgroenten en stengelgroenten, vruchtgroenten, wortel-, knol- en bolgroenten, verse peulvruchten, andere vers (niet droog) geoogste groenten en aardbeien die worden geteeld onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking. |
||||||||||
|
CLND 082 |
– |
– |
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking Hectaren met alle bloemen en sierplanten die worden verkocht als snijbloemen (zoals rozen, anjers, orchideeën, gladiolen, chrysanten, snijgroen en andere snijproducten), als pot-, perk- en balkonbloemen en -planten (zoals rododendrons, azalea's, chrysanten, begonia's, geraniums, vlijtig liesjes en andere pot-, perk- en balkonbloemen en -planten) en als bol- en knolgewassen en andere sierplanten (tulpen, hyacinten, orchideeën, narcissen en andere soorten) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking. |
||||||||||
|
CLND 083 |
– |
– |
Andere akkerbouwgewassen onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking Hectaren andere, niet elders genoemde akkerbouwgewassen die worden geteeld onder glas of een andere betreedbare beschermingsafdekking. |
||||||||||
|
CLND 084 |
– |
– |
Meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking Hectaren meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking. |
||||||||||
|
CLND 085 |
– |
– |
Andere OCG onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking, niet elders genoemd Oppervlakte cultuurgrond in hectaren, niet elders genoemd, met teelten onder glas of een andere betreedbare beschermingsafdekking. |
||||||||||
|
Biologische landbouw Het landbouwbedrijf heeft grond waar biologische landbouwproductiemethoden worden toegepast die overeenkomen met een bepaalde reeks normen en voorschriften die zijn vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007 of Verordening (EU) 2018/848, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake biologische productie, waaronder tijdens de overgangsperiode. De gewassen zijn gedefinieerd in afdeling II. VARIABELEN INZAKE DE GROND |
|||||||||||||
|
CLND 086 |
– |
Oppervlakte cultuurgrond voor biologische landbouw |
|||||||||||
|
CLND 087 |
– |
– |
Bouwland voor biologische landbouw |
||||||||||
|
CLND 088 |
– |
– |
– |
Biologische granen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad) |
|||||||||
|
CLND 089 |
– |
– |
– |
– |
Biologische zachte tarwe en spelt |
||||||||
|
CLND 090 |
– |
– |
– |
– |
Biologische durumtarwe |
||||||||
|
CLND 091 |
– |
– |
– |
Biologische droog geoogste peulvruchten en eiwitrijke gewassen voor korrelwinning (inclusief zaden en mengsels van granen en peulvruchten) |
|||||||||
|
CLND 092 |
– |
– |
– |
Biologische hakvruchten |
|||||||||
|
CLND 093 |
– |
– |
– |
– |
Biologische aardappelen (inclusief pootaardappelen) |
||||||||
|
CLND 094 |
– |
– |
– |
– |
Biologische suikerbieten (exclusief zaaizaad) |
||||||||
|
CLND 095 |
– |
– |
– |
Biologische industriële gewassen |
|||||||||
|
CLND 096 |
– |
– |
– |
– |
Biologische oliehoudende zaden |
||||||||
|
CLND 097 |
– |
– |
– |
– |
– |
Biologische soja |
|||||||
|
CLND 098 |
– |
– |
– |
Biologische groen geoogste akkerbouwgewassen |
|||||||||
|
CLND 099 |
– |
– |
– |
– |
Biologisch tijdelijk grasland en biologische begrazing |
||||||||
|
CLND 100 |
– |
– |
– |
– |
Biologische groen geoogste peulgewassen |
||||||||
|
CLND 101 |
– |
– |
– |
Biologische verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien |
|||||||||
|
CLND 102 |
– |
– |
– |
Biologisch zaai- en plantgoed |
|||||||||
|
CLND 103 |
– |
– |
Biologisch blijvend grasland |
||||||||||
|
CLND 104 |
– |
– |
– |
Biologisch blijvend grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst |
|||||||||
|
CLND 105 |
– |
– |
– |
Biologische weiden met geringe opbrengst |
|||||||||
|
CLND 106 |
– |
– |
Biologische meerjarige teelten (inclusief jonge en tijdelijk verlaten aanplant, met uitzondering van gebieden die uitsluitend voor eigen gebruik produceren) |
||||||||||
|
CLND 107 |
– |
– |
– |
Biologisch fruit en kleinfruit en biologische noten (exclusief citrusvruchten, druiven en aardbeien) |
|||||||||
|
CLND 108 |
– |
– |
– |
Biologische citrusvruchten |
|||||||||
|
CLND 109 |
– |
– |
– |
Biologische druiven voor de productie van wijn |
|||||||||
|
CLND 110 |
– |
– |
– |
Biologische olijven |
|||||||||
|
CLND 111 |
– |
– |
Biologische groenten, met inbegrip van meloenen en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking |
||||||||||
|
Irrigatie op bouwland in de openlucht |
|||||||||||||
|
CLND 112 |
– |
Totaal irrigeerbaar areaal Maximale oppervlakte cultuurgrond in hectaren die in de loop van het referentiejaar kan worden geïrrigeerd met behulp van de installaties en een hoeveelheid water die gewoonlijk beschikbaar zijn op het landbouwbedrijf. |
|||||||||||
|
III. VARIABELEN INZAKE VEE De dieren zijn niet noodzakelijk eigendom van het bedrijfshoofd. Het vee kan zich op het landbouwbedrijf (op de oppervlakte cultuurgrond of in door het landbouwbedrijf gebruikte stallen) bevinden of daarbuiten (op gemeenschappelijke weiden, in rondtrekkende kudden enz.). |
|||||||||
|
|
|
Runderen Verwijst naar runderen (Bos taurus L.) en waterbuffels (Bubalus bubalis L.), met inbegrip van hybride vormen zoals de Beefalo. |
|||||||
|
CLVS 001 |
– |
– |
Runderen jonger dan een jaar Stuks runderen, mannelijk en vrouwelijk, jonger dan een jaar. |
||||||
|
CLVS 002 |
– |
– |
Runderen tussen een en twee jaar oud Stuks runderen tussen een en twee jaar oud. |
||||||
|
CLVS 003 |
– |
– |
– |
Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud Stuks mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud. |
|||||
|
CLVS 004 |
– |
– |
– |
Vaarzen tussen een en twee jaar oud Stuks vrouwelijke runderen tussen een en twee jaar oud. |
|||||
|
|
|
|
Runderen van twee jaar en ouder |
||||||
|
CLVS 005 |
– |
– |
– |
Mannelijke runderen van twee jaar en ouder Stuks mannelijke runderen van twee jaar en ouder. |
|||||
|
CLVS 006 |
– |
– |
– |
Vrouwelijke runderen van twee jaar en ouder Stuks vrouwelijke runderen van twee jaar en ouder. |
|||||
|
CLVS 007 |
– |
– |
– |
– |
Vaarzen van twee jaar en ouder Stuks vrouwelijke runderen van twee jaar en ouder die nog niet hebben gekalfd. |
||||
|
CLVS 008 |
– |
– |
– |
– |
Koeien Stuks vrouwelijke runderen van twee jaar en ouder die al hebben gekalfd. |
||||
|
CLVS 009 |
– |
– |
– |
– |
– |
Melkkoeien Stuks vrouwelijke runderen die al hebben gekalfd (inclusief runderen van minder dan twee jaar oud) en die door hun ras of aanleg uitsluitend of hoofdzakelijk worden gehouden voor de productie van melk die bestemd is voor menselijke consumptie of voor de verwerking tot zuivelproducten. |
|||
|
CLVS 010 |
– |
– |
– |
– |
– |
Andere koeien Stuks vrouwelijke runderen die al hebben gekalfd (inclusief runderen van minder dan twee jaar oud) en die door hun ras of aanleg uitsluitend of hoofdzakelijk worden gehouden voor de productie van kalveren en waarvan de melk niet bestemd is voor menselijke consumptie of voor de verwerking tot zuivelproducten. |
|||
|
CLVS 011 |
– |
– |
– |
– |
– |
Buffelkoeien Stuks buffelkoeien (vrouwelijke dieren van de soort Bubalus bubalis, L.) die al hebben gekalfd (met inbegrip van dieren die minder dan twee jaar oud zijn). |
|||
|
CLVS 012 |
– |
Schapen (alle leeftijden) Stuks huisdieren van de soort Ovis aries L. |
|||||||
|
CLVS 013 |
– |
– |
Vrouwelijke schapen voor de voortplanting Stuks gedekte ooien en ooilammeren, ongeacht of het zuivel- of vleesschapen zijn. |
||||||
|
CLVS 014 |
– |
– |
Andere schapen Stuks van alle andere schapen dan vrouwelijke dieren voor de voortplanting. |
||||||
|
CLVS 015 |
– |
Geiten (alle leeftijden) Stuks huisdieren van de ondersoort Capra aegagrus hircus L. |
|||||||
|
CLVS 016 |
– |
– |
Vrouwelijke geiten voor de voortplanting Stuks geiten die al hebben gelammerd en gedekte geiten. |
||||||
|
CLVS 017 |
– |
– |
Andere geiten Stuks van alle andere geiten dan vrouwelijke dieren voor de voortplanting. |
||||||
|
|
|
Varkens Verwijst naar huisdieren van de soort Sus scrofa domesticus Erxleben. |
|||||||
|
CLVS 018 |
– |
– |
Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg Stuks biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg. |
||||||
|
CLVS 019 |
– |
– |
Fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer Stuks fokzeugen van 50 kg en meer, ongeacht of ze al hebben gebigd. |
||||||
|
CLVS 020 |
– |
– |
Andere varkens Stuks varkens, niet elders genoemd. |
||||||
|
|
|
Pluimvee Verwijst naar gedomesticeerde hennen en kippen (Gallus gallus L.), kalkoenen (Meleagris spp.), eenden (Anas spp. and Cairina moschata L.), ganzen (Anser anser domesticus L.), struisvogels (Struthio camelus L.) en andere pluimveesoorten die niet elders genoemd zijn, zoals kwartels (Coturnix spp.), fazanten (Phasianus spp.), parelhoenders (Numida meleagris domestica L.) en duiven (Columbinae spp.). In gevangenschap grootgebrachte vogels bedoeld voor de jacht en niet gehouden voor vlees/eieren blijven evenwel buiten beschouwing. |
|||||||
|
CLVS 021 |
– |
– |
Mesthoenders Stuks huisdieren van de soort Gallus gallus L. die worden gehouden voor hun vlees. |
||||||
|
CLVS 022 |
– |
– |
Leghennen Stuks legrijpe huisdieren van de soort Gallus gallus L. die worden gehouden voor de productie van eieren. |
||||||
|
CLVS 023 |
– |
Ander pluimvee Stuks pluimvee dat niet genoemd is onder mesthoenders of leghennen. Kuikens blijven buiten beschouwing. |
|||||||
|
CLVS 024 |
– |
– |
Kalkoenen Stuks huisdieren van het geslacht Meleagris. |
||||||
|
CLVS 025 |
– |
– |
Eenden Stuks huisdieren van het geslacht Anas en de soort Cairina moschata L. |
||||||
|
CLVS 026 |
– |
– |
Ganzen Stuks huisdieren van de soort Anser anser domesticus L. |
||||||
|
CLVS 027 |
– |
– |
Struisvogels Stuks struisvogels (Struthio camelus L.) |
||||||
|
CLVS 028 |
– |
– |
Ander pluimvee, niet elders genoemd Stuks ander pluimvee, niet elders genoemd. |
||||||
|
|
|
Konijnen Verwijst naar huisdieren van het geslacht Oryctolagus. |
|||||||
|
CLVS 029 |
– |
– |
Vrouwelijke konijnen voor de voortplanting Stuks vrouwelijke konijnen (Oryctolagus spp.) voor het fokken van vleeskonijnen en die al hebben geworpen. |
||||||
|
CLVS 030 |
– |
Bijen Aantal bijenkorven bevolkt door bijen (Apis mellifera L.) die voor de honingproductie worden gehouden. |
|||||||
|
CLVS 031 |
– |
Herten De aanwezigheid van dieren zoals edelherten (Cervus elaphus L.), sikaherten (Cervus nippon Temminck), rendieren (Rangifer tarandus L.) en damherten (Dama dama L.) voor de productie van vlees. |
|||||||
|
CLVS 032 |
– |
Pelsdieren De aanwezigheid van dieren zoals nertsen (Neovison vison Schreber), bunzingen (Mustela putorius L.), vossen (Vulpes spp. en andere soorten), wasbeerhonden (Nyctereutes spp.) of chinchilla's (Chinchilla spp.) voor de productie van bont. |
|||||||
|
CLVS 033 |
– |
Dieren, niet elders genoemd De aanwezigheid van productiedieren die niet elders in deze afdeling worden genoemd. |
|||||||
|
Biologische productiemethoden toegepast op de dierlijke productie Het landbouwbedrijf houdt dieren volgens landbouwpraktijken die overeenkomen met een bepaalde reeks normen en voorschriften die zijn vastgelegd in i) Verordening (EG) nr. 834/2007 of Verordening (EU) 2018/848, of de recentste wetgeving, indien van toepassing, en ii) de bijbehorende nationale uitvoeringsregels inzake biologische productie, waaronder tijdens de overgangsperiode. De dieren zijn gedefinieerd in afdeling III. VARIABELEN INZAKE VEE |
|||||||||
|
CLVS 034 |
– |
Runderen, biologische landbouw Stuks runderen, biologische landbouw |
|||||||
|
CLVS 035 |
– |
– |
– |
– |
– |
Melkkoeien, biologische landbouw Stuks melkkoeien, biologische landbouw |
|||
|
CLVS 036 |
– |
– |
– |
– |
– |
Andere koeien, biologische landbouw Stuks andere koeien, biologische landbouw |
|||
|
CLVS 037 |
– |
– |
– |
– |
– |
Buffelkoeien, biologische landbouw Stuks buffelkoeien, biologische landbouw |
|||
|
CLVS 038 |
– |
Schapen (alle leeftijden), biologische landbouw Stuks schapen, biologische landbouw |
|||||||
|
CLVS 039 |
– |
Geiten (alle leeftijden), biologische landbouw Stuks geiten, biologische landbouw |
|||||||
|
CLVS 040 |
– |
Varkens, biologische landbouw Stuks varkens, biologische landbouw |
|||||||
|
CLVS 041 |
– |
Pluimvee, biologische landbouw Stuks pluimvee, biologische landbouw |
|||||||
|
CLVS 042 |
– |
– |
Mesthoenders, biologische landbouw Stuks mesthoenders, biologische landbouw |
||||||
|
CLVS 043 |
– |
– |
Leghennen, biologische landbouw Stuks leghennen, biologische landbouw |
||||||
(1) Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie van 23 november 2010 ter uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens. (PB L 323 van 8.12.2010, blz. 11).
(2) NUTS: nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek.
(3) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
(4) Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487).
(5) Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608).
(6) Arbeidsjaareenheid (AJE), percentageklasse 2: (> 0-< 25), (≥ 25-< 50), (≥ 50-< 75), (≥ 75-< 100), (100).
(7) Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1).
(8) Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).
(9) Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).
(10) Verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (PB L 154 van 17.6.2009, blz. 1).
BIJLAGE II
Lijst met variabelen per module
MODULE 1. ARBEIDSKRACHTEN EN ANDERE WINSTGEVENDE WERKZAAMHEDEN
|
Variabelen |
Eenheden/categorieën |
|||
|
Onderwerp: beheer landbouwbedrijf |
|
|||
|
|
Gedetailleerde onderwerpen: bedrijfshoofd en genderevenwicht |
|
||
|
MLFO 001 |
– |
Geslacht van het bedrijfshoofd |
Man/vrouw |
|
|
MLFO 002 |
– |
Geboortejaar |
Jaar |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput |
|
||
|
MLFO 003 |
– |
Landbouwwerkzaamheden van het bedrijfshoofd op het landbouwbedrijf |
AJE-klasse 1 (1) |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: veiligheidsmaatregelen, inclusief een veiligheidsplan voor het landbouwbedrijf |
|
||
|
MLFO 004 |
– |
Veiligheidsplan voor het landbouwbedrijf |
Ja/Neen |
|
|
Onderwerp: familiearbeidskrachten |
|
|||
|
|
Gedetailleerde onderwerpen: arbeidsinput, aantal betrokken personen en genderevenwicht |
|
||
|
MLFO 005 |
– |
Mannelijke familieleden die landbouwwerkzaamheden verrichten |
Aantal personen per AJE-klasse 2 (2) |
|
|
MLFO 006 |
– |
Vrouwelijke familieleden die landbouwwerkzaamheden verrichten |
Aantal personen per AJE-klasse 2 (2) |
|
|
Onderwerp: niet-familiearbeidskrachten |
|
|||
|
|
Gedetailleerde onderwerpen: arbeidsinput, aantal werkzame personen en genderevenwicht |
|
||
|
|
|
Niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn |
|
|
|
MLFO 007 |
– |
– |
Mannelijke niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn |
Aantal personen per AJE-klasse 2 (2) |
|
MLFO 008 |
– |
– |
Vrouwelijke niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn |
Aantal personen per AJE-klasse 2 (2) |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: niet-regelmatig werkzame arbeidskrachten in dienst van het landbouwbedrijf |
|
||
|
MLFO 009 |
– |
Niet-regelmatig werkzame arbeidskrachten, niet-familieleden: mannen en vrouwen |
Voltijdse werkdagen |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput door contractanten |
|
||
|
MLFO 010 |
– |
Personen die niet rechtstreeks in dienst zijn van het landbouwbedrijf en die niet in de eerdere categorieën zijn opgenomen. |
Voltijdse werkdagen |
|
|
Onderwerp: andere rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden |
|
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: soorten activiteiten |
|
||
|
MLFO 011 |
– |
Verstrekking van gezondheids-, maatschappelijke of onderwijsdiensten |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 012 |
– |
Toerisme, accommodatie en andere vormen van vrijetijdsbesteding |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 013 |
– |
Ambachten |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 014 |
– |
Verwerking van landbouwproducten |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 015 |
– |
Opwekking van hernieuwbare energie |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 016 |
– |
Houtverwerking |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 017 |
– |
Aquacultuurproducten |
Ja/Neen |
|
|
|
|
Loonwerk (met behulp van productiemiddelen van het landbouwbedrijf) |
|
|
|
MLFO 018 |
– |
– |
Loonwerk in de landbouw |
Ja/Neen |
|
MLFO 019 |
– |
– |
Loonwerk buiten de landbouw |
Ja/Neen |
|
MLFO 020 |
– |
Bosbouw |
Ja/Neen |
|
|
MLFO 021 |
– |
Andere, niet elders genoemde rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden |
Ja/Neen |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: belang voor het landbouwbedrijf |
|
||
|
MLFO 022 |
– |
Het in percentage uitgedrukte aandeel van andere, rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden in de uiteindelijke output van het landbouwbedrijf. |
Percentageklassen (3) |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput |
|
||
|
MLFO 023 |
– |
Het bedrijfshoofd verricht andere winstgevende werkzaamheden (die verband houden met het landbouwbedrijf). |
M/S/N (4) |
|
|
MLFO 024 |
– |
Familiearbeidskrachten die op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en die andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als belangrijkste werkzaamheden hebben. |
Aantal personen |
|
|
MLFO 025 |
– |
Familiearbeidskrachten die op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en die andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als ondergeschikte werkzaamheden hebben. |
Aantal personen |
|
|
MLFO 026 |
– |
Niet-familieabeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en die andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als belangrijkste werkzaamheden hebben. |
Aantal personen |
|
|
MLFO 027 |
– |
Niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en die andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als ondergeschikte werkzaamheden hebben. |
Aantal personen |
|
|
Onderwerp: andere niet rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden |
|
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput |
|
||
|
MLFO 028 |
– |
Het enig bedrijfshoofd dat tevens de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf met éénhoofdige bedrijfsvoering is, verricht andere winstgevende werkzaamheden (die geen verband houden met het landbouwbedrijf). |
M/S/N (4) |
|
|
MLFO 029 |
– |
Familieleden van een enig bedrijfshoofd (indien het enig bedrijfshoofd de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf is), die werkzaam zijn op het landbouwbedrijf en andere winstgevende werkzaamheden verrichten (die geen verband houden met het landbouwbedrijf) als belangrijkste werkzaamheden. |
Aantal personen |
|
|
MLFO 030 |
– |
Familieleden van een enig bedrijfshoofd (indien het enig bedrijfshoofd de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf is), die werkzaam zijn op het landbouwbedrijf en andere winstgevende werkzaamheden verrichten (die geen verband houden met het landbouwbedrijf) als ondergeschikte werkzaamheden. |
Aantal personen |
|
MODULE 2. PLATTELANDSONTWIKKELING
|
Variabelen |
Eenheden/categorieën |
|||
|
Onderwerp: landbouwbedrijven ondersteund door plattelandsontwikkelingsmaatregelen |
|
|||
|
MRDV 001 |
– |
Bedrijfsadviesdiensten, bedrijfsbeheersdiensten en bedrijfsverzorgingsdiensten |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 002 |
– |
Kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 003 |
– |
Investeringen in materiële activa |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 004 |
– |
Herstel van door natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen beschadigd agrarisch productiepotentieel en invoering van passende preventieve acties |
Ja/Neen |
|
|
|
|
Ontwikkeling van landbouwbedrijven en ondernemingen |
|
|
|
MRDV 005 |
– |
– |
Aanloopsteun ten bate van jonge landbouwers |
Ja/Neen |
|
MRDV 006 |
– |
– |
Aanloopsteun voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven |
Ja/Neen |
|
MRDV 007 |
– |
– |
Aanvullende nationale rechtstreekse betalingen voor Kroatië |
Ja/Neen |
|
MRDV 008 |
– |
Investeringen in de ontwikkeling van het bosareaal en verbetering van de levensvatbaarheid van bossen |
Ja/Neen |
|
|
|
|
Agromilieubetalingen klimaatbetalingen |
|
|
|
MRDV 009 |
– |
– |
Agromilieuklimaat |
Ja/Neen |
|
MRDV 010 |
– |
– |
Bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding |
Ja/Neen |
|
MRDV 011 |
– |
Biologische landbouw |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 012 |
– |
Betalingen in het kader van de Natura 2000-richtlijn en de kaderrichtlijn water |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 013 |
– |
Betalingen voor gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 014 |
– |
Dierenwelzijn |
Ja/Neen |
|
|
MRDV 015 |
– |
Risicobeheer |
Ja/Neen |
|
MODULE 3. HUISVESTING VAN DIEREN EN MESTBEHEER
|
Variabelen |
Eenheden/categorieën |
|||
|
Onderwerp: huisvesting van dieren |
|
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: huisvesting van runderen |
|
||
|
MAHM 001 |
– |
Melkkoeien |
Gemiddeld aantal |
|
|
MAHM 002 |
– |
– |
Melkkoeien in stallen met halsbeugels (drijfmest) |
Plaatsen |
|
MAHM 003 |
– |
– |
Melkkoeien in stallen met halsbeugels (vaste mest) |
Plaatsen |
|
MAHM 004 |
– |
– |
Melkkoeien in loopstallen/stallen met boxen (drijfmest) |
Plaatsen |
|
MAHM 005 |
– |
– |
Melkkoeien in loopstallen/stallen met boxen (vaste mest) |
Plaatsen |
|
MAHM 006 |
– |
– |
Melkkoeien in andersoortige verblijven (drijfmest) |
Plaatsen |
|
MAHM 007 |
– |
– |
Melkkoeien in andersoortige verblijven (vaste mest) |
Plaatsen |
|
MAHM 008 |
– |
– |
Melkkoeien, altijd buiten |
Plaatsen |
|
MAHM 009 |
– |
– |
Melkkoeien, deels buiten (begrazing) |
Maanden |
|
MAHM 010 |
– |
– |
Melkkoeien met toegang tot een uitloop naar buiten |
Ja/Neen |
|
MAHM 011 |
– |
Andere runderen |
Gemiddeld aantal |
|
|
MAHM 012 |
– |
– |
Andere runderen in stallen met halsbeugels (drijfmest) |
Plaatsen |
|
MAHM 013 |
– |
– |
Andere runderen in stallen met halsbeugels (vaste mest) |
Plaatsen |
|
MAHM 014 |
– |
– |
Andere runderen in loopstallen/stallen met boxen (drijfmest) |
Plaatsen |
|
MAHM 015 |
– |
– |
Andere runderen in loopstallen/stallen met boxen (vaste mest) |
Plaatsen |
|
MAHM 016 |
– |
– |
Andere runderen in andersoortige verblijven (drijfmest) |
Plaatsen |
|
MAHM 017 |
– |
– |
Andere runderen in andersoortige verblijven (vaste mest) |
Plaatsen |
|
MAHM 018 |
– |
– |
Andere runderen, altijd buiten |
Plaatsen |
|
MAHM 019 |
– |
– |
Andere runderen, deels buiten (begrazing) |
Maanden |
|
MAHM 020 |
– |
– |
Andere runderen met toegang tot een uitloop naar buiten |
Ja/Neen |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: huisvesting van varkens |
|
||
|
MAHM 021 |
– |
Fokzeugen |
Gemiddeld aantal |
|
|
MAHM 022 |
– |
– |
Fokzeugen op een volledige roostervloer |
Plaatsen |
|
MAHM 023 |
– |
– |
Fokzeugen op een gedeeltelijke roostervloer |
Plaatsen |
|
MAHM 024 |
– |
– |
Fokzeugen in verblijven met een vaste ondergrond (met uitzondering van diep strooisel) |
Plaatsen |
|
MAHM 025 |
– |
– |
Fokzeugen op een oppervlak dat geheel is voorzien van diep strooisel |
Plaatsen |
|
MAHM 026 |
– |
– |
Fokzeugen in andersoortige verblijven |
Plaatsen |
|
MAHM 027 |
– |
– |
Fokzeugen, buiten (scharrel) |
Plaatsen |
|
MAHM 028 |
– |
– |
Fokzeugen, buiten (scharrel) |
Maanden |
|
MAHM 029 |
– |
Andere varkens |
Gemiddeld aantal |
|
|
MAHM 030 |
– |
– |
Andere varkens op een volledige roostervloer |
Plaatsen |
|
MAHM 031 |
– |
– |
Andere varkens op een gedeeltelijke roostervloer |
Plaatsen |
|
MAHM 032 |
– |
– |
Andere varkens in verblijven met een vaste ondergrond (met uitzondering van diep strooisel) |
Plaatsen |
|
MAHM 033 |
– |
– |
Andere varkens op een oppervlak dat geheel is voorzien van diep strooisel |
Plaatsen |
|
MAHM 034 |
– |
– |
Andere varkens in andersoortige verblijven |
Plaatsen |
|
MAHM 035 |
– |
– |
Andere varkens, buiten (scharrel) |
Plaatsen |
|
MAHM 036 |
– |
– |
Andere varkens met toegang tot een uitloop naar buiten |
Ja/Neen |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: huisvesting van leghennen |
|
||
|
MAHM 037 |
– |
Leghennen |
Gemiddeld aantal |
|
|
MAHM 038 |
– |
– |
Leghennen in verblijven met diep strooisel |
Plaatsen |
|
MAHM 039 |
– |
– |
Leghennen in een volière (zonder strooisel) |
Plaatsen |
|
MAHM 040 |
– |
– |
Leghennen in kooien met mestbanden |
Plaatsen |
|
MAHM 041 |
– |
– |
Leghennen in kooien met kunstmatig geventileerde mestput (deep pit) |
Plaatsen |
|
MAHM 042 |
– |
– |
Leghennen in kooien met natuurlijk geventileerde mestput (stilt house) |
Plaatsen |
|
MAHM 043 |
– |
– |
Leghennen in andersoortige verblijven |
Plaatsen |
|
MAHM 044 |
– |
– |
Leghennen, buiten (scharrel) |
Plaatsen |
|
Onderwerp: gebruik van voedingsstoffen en mest op het landbouwbedrijf |
|
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: bemeste OCG |
|
||
|
MAHM 045 |
– |
Totale OCG bemest met minerale meststoffen |
ha |
|
|
MAHM 046 |
– |
Totale OCG bemest met mest |
ha |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: door het landbouwbedrijf uitgevoerde of ingevoerde mest |
|
||
|
|
|
Netto-uitvoer van mest van het landbouwbedrijf |
|
|
|
MAHM 047 |
– |
– |
Netto-uitvoer van drijfmest/gier van het landbouwbedrijf |
m3 |
|
MAHM 048 |
– |
– |
Netto-uitvoer van vaste mest van het landbouwbedrijf |
ton |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: biologische en op afval gebaseerde meststoffen, anders dan dierlijke mest |
|
||
|
MAHM 049 |
– |
Op het landbouwbedrijf gebruikte biologische en op afval gebaseerde meststoffen, anders dan dierlijke mest |
ton |
|
|
Onderwerp: bemestingstechnieken |
|
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: onderwerkingstijd per soort toediening |
|
||
|
|
|
Breedstrooien |
|
|
|
MAHM 050 |
– |
– |
Onderwerking binnen vier uur |
%-klassen (5) |
|
MAHM 051 |
– |
– |
Onderwerking na vier uur |
%-klassen (5) |
|
MAHM 052 |
– |
– |
Geen onderwerking |
%-klassen (5) |
|
|
|
Bandbreedte |
|
|
|
MAHM 053 |
– |
– |
Sleepslang |
%-klassen (5) |
|
MAHM 054 |
– |
– |
Sleepvoet |
%-klassen (5) |
|
|
|
Injectie |
|
|
|
MAHM 055 |
– |
– |
Zode-injectie/open sleuven |
%-klassen (5) |
|
MAHM 056 |
– |
– |
Mestinjectie/dichte sleuven |
%-klassen (5) |
|
Onderwerp: voorzieningen voor mest |
|
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: mestopslagvoorzieningen en -capaciteit |
|
||
|
MAHM 057 |
– |
Opslag van vaste mest in hopen |
% |
|
|
MAHM 058 |
– |
Mest opgeslagen in composthopen |
% |
|
|
MAHM 059 |
– |
Mest opgeslagen in putten onder het dierenverblijf |
% |
|
|
MAHM 060 |
– |
Mest opgeslagen in systemen met diep strooisel |
% |
|
|
MAHM 061 |
– |
Opslag van gier/drijfmest zonder afdekking |
% |
|
|
MAHM 062 |
– |
Opslag van gier/drijfmest met doorlatende afdekking |
% |
|
|
MAHM 063 |
– |
Opslag van gier/drijfmest met niet-doorlatende afdekking |
% |
|
|
MAHM 064 |
– |
Mest opgeslagen in andere faciliteiten, niet elders genoemd |
% |
|
|
MAHM 065 |
– |
Dagelijkse toediening |
% |
|
|
MAHM 066 |
– |
Mest opgeslagen in composthopen |
Maanden |
|
|
MAHM 067 |
– |
Mestopslag in putten onder het dierenverblijf |
Maanden |
|
|
MAHM 068 |
– |
Mestopslag in systemen met diep strooisel |
Maanden |
|
|
MAHM 069 |
– |
Opslag van gier/drijfmest |
Maanden |
|
|
MAHM 070 |
– |
Mest opgeslagen in andere faciliteiten, niet elders genoemd |
Maanden |
|
(1) Arbeidsjaareenheid (AJE), percentageklasse 1: (0), (> 0-< 25), (≥ 25-< 50), (≥ 50-< 75), (≥ 75-< 100), (100).
(2) Arbeidsjaareenheid (AJE), percentageklasse 2: (> 0-< 25), (≥ 25-< 50), (≥ 50-< 75), (≥ 75-< 100), (100).
(3) Uiteindelijke output van het bedrijf in percentageklassen: (≥ 0-≤ 10), (> 10-≤ 50), (> 50-< 100).
(4) M — belangrijkste werkzaamheden, S — ondergeschikte werkzaamheden, N — geen betrokkenheid
(5) Percentageklassen voor bemesting per specifieke techniek: (0), (> 0-< 25), (≥ 25-< 50), (≥ 50-< 75), (≥ 75-< 100), (100).
BIJLAGE III
Beschrijving van de variabelen die moeten worden gebruikt voor de gegevensmodules voor het landbouwbedrijf als bedoeld in bijlage II bij deze uitvoeringsverordening
MODULE 1. ARBEIDSKRACHTEN EN ANDERE WINSTGEVENDE WERKZAAMHEDEN
|
BESCHRIJVING VAN DE VARIABELEN INZAKE DE ARBEIDSKRACHTEN |
|||||||||||||
|
Bedrijfshoofd Het bedrijfshoofd is de natuurlijke persoon (of de geselecteerde natuurlijke persoon in het geval van een bedrijf met meerhoofdige bedrijfsvoering) voor wiens rekening en op wiens naam het bedrijf wordt geëxploiteerd en die juridisch en economisch voor het bedrijf aansprakelijk is. Indien het bedrijfshoofd een rechtspersoon is, worden er geen gegevens over het bedrijfshoofd verzameld. Landbouwwerkzaamheden worden gedefinieerd in bijlage I. ALGEMENE VARIABELEN |
|||||||||||||
|
Onderwerp: beheer landbouwbedrijf |
|||||||||||||
|
|
Gedetailleerde onderwerpen: bedrijfshoofd en genderevenwicht |
||||||||||||
|
MLFO 001 |
– |
Geslacht van het bedrijfshoofd Geslacht van het bedrijfshoofd
|
|||||||||||
|
MLFO 002 |
– |
Geboortejaar Geboortejaar van het bedrijfshoofd |
|||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput |
||||||||||||
|
MLFO 003 |
– |
Landbouwwerkzaamheden van het bedrijfshoofd op het landbouwbedrijf Percentageklasse van arbeidsjaareenheden aan landbouwwerkzaamheden op het landbouwbedrijf door het bedrijfshoofd, met uitzondering van huishoudelijke werkzaamheden. |
|||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: veiligheidsmaatregelen, inclusief een veiligheidsplan voor het landbouwbedrijf |
||||||||||||
|
MLFO 004 |
– |
Veiligheidsplan voor het landbouwbedrijf Om de werkgerelateerde risico's te verminderen, heeft het landbouwbedrijf voor de werkplek een risicobeoordeling uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn vastgelegd in een schriftelijk document (zoals een „veiligheidsplan voor het landbouwbedrijf”). |
|||||||||||
|
Onderwerp: familiearbeidskrachten |
|||||||||||||
|
|
Gedetailleerde onderwerpen: arbeidsinput, aantal betrokken personen en genderevenwicht |
||||||||||||
|
|
Familieleden die landbouwwerkzaamheden verrichten Deze rubriek is alleen van toepassing op landbouwbedrijven met éénhoofdige bedrijfsvoering, omdat bedrijven met meerhoofdige bedrijfsvoering en rechtspersonen worden geacht geen familiearbeidskrachten te hebben. Familieleden die landbouwwerkzaamheden verrichten (uitgezonderd huishoudelijke werkzaamheden) omvatten de echtgenoot, familieleden in op- of neergaande lijn, alsmede broers en zussen van het bedrijfshoofd of diens echtgeno(o)t(e) in het geval van bedrijven met éénhoofdige bedrijfsvoering. In voorkomend geval valt ook de bedrijfsleider hieronder, als die een familielid van het bedrijfshoofd is. |
||||||||||||
|
MLFO 005 |
– |
Mannelijke familieleden die landbouwwerkzaamheden verrichten Aantal mannelijke familieleden per percentageklasse van arbeidsjaareenheden |
|||||||||||
|
MLFO 006 |
– |
Vrouwelijke familieleden die landbouwwerkzaamheden verrichten Aantal vrouwelijke familieleden per percentageklasse van arbeidsjaareenheden |
|||||||||||
|
Onderwerp: niet-familiearbeidskrachten |
|||||||||||||
|
|
Gedetailleerde onderwerpen: arbeidsinput, aantal werkzame personen en genderevenwicht |
||||||||||||
|
|
|
Niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn Regelmatig werkzame arbeidskrachten zijn andere personen dan het bedrijfshoofd en familieleden die in de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête wekelijks landbouwwerkzaamheden verrichtten op het landbouwbedrijf, ongeacht de duur van de werkweek en of zij daarvoor enige vergoeding ontvingen (salaris, loon, winst of andere betalingen, met inbegrip van betalingen in natura). Het betreft ook personen die niet gedurende de hele periode in staat waren om te werken, om redenen zoals:
|
|||||||||||
|
MLFO 007 |
– |
– |
Mannelijke niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn Aantal mannelijke niet-familiearbeidskrachten, per percentageklasse van arbeidsjaareenheden. |
||||||||||
|
MLFO 008 |
– |
– |
Vrouwelijke niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn Aantal vrouwelijke niet-familiearbeidskrachten, per percentageklasse van arbeidsjaareenheden. |
||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: niet-regelmatig werkzame arbeidskrachten in dienst van het landbouwbedrijf |
||||||||||||
|
|
|
Niet-regelmatig werkzame niet-familiearbeidskrachten zijn degenen die tijdens de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum van de enquête niet iedere week op het landbouwbedrijf hebben gewerkt om andere redenen dan die welke zijn genoemd onder regelmatig werkzame niet-familiearbeidskrachten. Voor het aantal werkdagen van niet-regelmatig werkzame niet-familiearbeidskrachten telt iedere dag van zodanige lengte dat de werker salaris of enige andere vergoeding (loon, winst of andere betalingen, met inbegrip van betalingen in natura) voor een volle dag werk krijgt, waarop werk wordt verricht dat gewoonlijk door een landbouwarbeidskracht met een volledige dagtaak wordt gedaan. Verlof- en ziektedagen gelden niet als werkdagen. |
|||||||||||
|
MLFO 009 |
– |
Niet-regelmatig werkzame niet-familiearbeidskrachten: mannen en vrouwen Totaal aantal voltijdse werkdagen van personen die niet regelmatig werkzaam zijn op het landbouwbedrijf. |
|||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput door contractanten |
||||||||||||
|
MLFO 010 |
– |
Personen die niet rechtstreeks in dienst zijn van het landbouwbedrijf en die niet in de eerdere categorieën zijn opgenomen Totaal aantal voltijdse werkdagen op het landbouwbedrijf, gewerkt door personen die niet rechtstreeks werkzaam zijn voor het landbouwbedrijf (bijv. onderaannemers die in dienst zijn bij derden). |
|||||||||||
|
Onderwerp: andere rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden Er wordt informatie over andere winstgevende werkzaamheden verzameld voor:
Er wordt geen informatie over andere winstgevende werkzaamheden verzameld voor rechtspersonen. Andere rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden zijn andere winstgevende werkzaamheden:
Andere rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden zijn werkzaamheden waarbij hetzij de middelen (grond, gebouwen, machines enz.) hetzij de producten van het landbouwbedrijf worden gebruikt. Zowel niet-landbouwwerkzaamheden als landbouwwerkzaamheden voor andere landbouwbedrijven zijn inbegrepen. Zuiver financiële investeringen blijven buiten beschouwing. Verpachting van grond voor diverse werkzaamheden zonder verdere betrokkenheid bij de werkzaamheden blijft eveneens buiten beschouwing. |
|||||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: soorten activiteiten |
||||||||||||
|
MLFO 011 |
– |
Verstrekking van gezondheids-, maatschappelijke of onderwijsdiensten Het plaatsvinden van elke activiteit die verband houdt met de verstrekking van gezondheids-, maatschappelijke of onderwijsdiensten en/of maatschappelijke bedrijfsactiviteiten, waarvoor hetzij de middelen hetzij de primaire producten van het landbouwbedrijf worden gebruikt. |
|||||||||||
|
MLFO 012 |
– |
Toerisme, accommodatie en andere vormen van vrijetijdsbesteding Het plaatsvinden van alle activiteiten op het gebied van toerisme, accommodatie, openstelling van het landbouwbedrijf voor toeristen of andere groepen, sport en recreatie enz., waarvoor de grond, de gebouwen of andere middelen van het landbouwbedrijf worden gebruikt. |
|||||||||||
|
MLFO 013 |
– |
Ambachten Het plaatsvinden van de ambachtelijke productie van voorwerpen op het landbouwbedrijf, door het bedrijfshoofd of diens familieleden, of door niet-familiearbeidskrachten, ongeacht hoe de producten worden verkocht. |
|||||||||||
|
MLFO 014 |
– |
Verwerking van landbouwproducten Het plaatsvinden van de verwerking van een primair landbouwproduct tot een verwerkt secundair product op het landbouwbedrijf, ongeacht of de grondstoffen op het landbouwbedrijf worden geproduceerd of elders worden gekocht. |
|||||||||||
|
MLFO 015 |
– |
Opwekking van hernieuwbare energie Het plaatsvinden van de opwekking van hernieuwbare energie voor de markt, inclusief biogas, biobrandstof en elektriciteit, met windturbines of andere installaties of uit landbouwgrondstoffen. Hernieuwbare energie die alleen voor het eigen gebruik van het landbouwbedrijf wordt geproduceerd, blijft buiten beschouwing. |
|||||||||||
|
MLFO 016 |
– |
Houtverwerking Het op het landbouwbedrijf plaatsvinden van de verwerking van ruw hout voor de markt (zagen enz.). |
|||||||||||
|
MLFO 017 |
– |
Aquacultuurproducten Het plaatsvinden van de productie van vis, rivierkreeft enz. op het landbouwbedrijf. Werkzaamheden die alleen het vissen betreffen, blijven buiten beschouwing. |
|||||||||||
|
|
|
Loonwerk (met behulp van productiemiddelen van het landbouwbedrijf) Loonwerk waarbij de installaties van het bedrijf worden gebruikt, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen werk binnen en buiten de landbouwsector. |
|||||||||||
|
MLFO 018 |
– |
– |
Loonwerk in de landbouw Verrichting van werk binnen de landbouwsector. |
||||||||||
|
MLFO 019 |
– |
– |
Loonwerk buiten de landbouw Verrichting van werk buiten de landbouwsector, bv. sneeuwruimen, vervoer, landschapsonderhoud, diensten in de landbouw of op milieugebied enz. |
||||||||||
|
MLFO 020 |
– |
Bosbouw Het plaatsvinden van bosbouw waarbij zowel de landbouwarbeidskrachten als de gewoonlijk voor landbouwdoeleinden gebruikte machines en installaties van het landbouwbedrijf worden gebruikt. |
|||||||||||
|
MLFO 021 |
– |
Andere, niet elders genoemde rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden Het plaatsvinden van andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf, niet elders genoemd. |
|||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: belang voor het landbouwbedrijf |
||||||||||||
|
MLFO 022 |
– |
Het in percentage uitgedrukte aandeel van andere, rechtstreeks met het landbouw bedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden in de uiteindelijke output van het landbouwbedrijf De percentageklasse van andere, rechtstreeks met het landbouw bedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden in de output van het landbouwbedrijf. Het aandeel van de andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf in de output van het landbouwbedrijf wordt geschat als het aandeel van de omzet van de andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf in de som, van de totale omzet van het landbouwbedrijf en de rechtstreekse betalingen van dat bedrijf, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1307/2013 of recentere wetgeving.
|
|||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput Deze rubriek is van toepassing op:
Er wordt geen informatie verzameld voor rechtspersonen. |
||||||||||||
|
MLFO 023 |
– |
Het bedrijfshoofd verricht andere winstgevende werkzaamheden (die verband houden met het landbouwbedrijf) Het bedrijfshoofd van bedrijven met één- of meerhoofdige bedrijfsvoering verricht andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf:
De werkzaamheden kunnen worden verricht op het landbouwbedrijf (niet-landbouwwerkzaamheden op het landbouwbedrijf) of daarbuiten. |
|||||||||||
|
MLFO 024 |
– |
Familiearbeidskrachten die op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als belangrijkste werkzaamheden hebben Aantal familieleden die andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf, als belangrijkste werkzaamheden verrichten. |
|||||||||||
|
MLFO 025 |
– |
Familiearbeidskrachten die op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als ondergeschikte werkzaamheden hebben Aantal familieleden die andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf, als ondergeschikte werkzaamheden verrichten. |
|||||||||||
|
MLFO 026 |
– |
Niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als belangrijkste werkzaamheden hebben Aantal niet-familieleden die andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf, als belangrijkste werkzaamheden verrichten, in bedrijven met een één- of meerhoofdige bedrijfsvoering. |
|||||||||||
|
MLFO 027 |
– |
Niet-familiearbeidskrachten die regelmatig op het landbouwbedrijf werkzaam zijn en andere winstgevende werkzaamheden (met betrekking tot het landbouwbedrijf) als ondergeschikte werkzaamheden hebben Aantal niet-familieleden die andere winstgevende werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met het landbouwbedrijf, als ondergeschikte werkzaamheden verrichten, in bedrijven met een één- of meerhoofdige bedrijfsvoering. |
|||||||||||
|
Onderwerp: andere niet rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden Verwijst naar niet-landbouwwerkzaamheden op het landbouwbedrijf en werkzaamheden buiten het landbouwbedrijf. Dit omvat elke werkzaamheid waarvoor een vergoeding wordt ontvangen (salaris, loon, winst of andere betalingen, met inbegrip van betalingen in natura), anders dan:
Andere niet met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden zijn andere winstgevende werkzaamheden:
|
|||||||||||||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: arbeidsinput |
||||||||||||
|
MLFO 028 |
– |
Het enig bedrijfshoofd dat tevens de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf met éénhoofdige bedrijfsvoering is, verricht andere winstgevende werkzaamheden (die geen verband houden met het landbouwbedrijf) Het bedrijfshoofd verricht andere niet rechtstreeks met het landbouwbedrijf verband houdende winstgevende werkzaamheden:
De werkzaamheden kunnen worden verricht op het landbouwbedrijf (niet-landbouwwerkzaamheden op het landbouwbedrijf) of daarbuiten. |
|||||||||||
|
MLFO 029 |
– |
Familieleden van een enig bedrijfshoofd (indien het enig bedrijfshoofd de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf is), die werkzaam zijn op het landbouwbedrijf en andere winstgevende werkzaamheden verrichten (die geen verband houden met het landbouwbedrijf) als belangrijkste werkzaamheden Aantal familieleden die winstgevende werkzaamheden die geen verband houden met het landbouwbedrijf, als belangrijkste werkzaamheden verrichten. |
|||||||||||
|
MLFO 030 |
– |
Familieleden van een enig bedrijfshoofd (indien het enig bedrijfshoofd de bedrijfsleider van het landbouwbedrijf is), die werkzaam zijn op het landbouwbedrijf en andere winstgevende werkzaamheden verrichten (die geen verband houden met het landbouwbedrijf) als ondergeschikte werkzaamheden Aantal familieleden die winstgevende werkzaamheden die geen verband houden met het landbouwbedrijf, als ondergeschikte werkzaamheden verrichten. |
|||||||||||
MODULE 2. PLATTELANDSONTWIKKELING
|
BESCHRIJVING VAN DE VARIABELEN INZAKE PLATTELANDSONTWIKKELING |
|||
|
Onderwerp: landbouwbedrijven ondersteund door plattelandsontwikkelingsmaatregelen Het landbouwbedrijf wordt geacht in de afgelopen drie jaar voordeel te hebben genoten uit hoofde van de plattelandsontwikkelingsmaatregelen als bedoeld in titel III, hoofdstuk 1, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, overeenkomstig bepaalde normen en regels die zijn vastgelegd in de meest recente wetgeving en ongeacht of de betaling is verricht in de referentieperiode, mits er een positief besluit is genomen over de toekenning van die maatregel (bijvoorbeeld indien een subsidieaanvraag is gehonoreerd). |
|||
|
MRDV 001 |
– |
Bedrijfsadviesdiensten, bedrijfsbeheersdiensten en bedrijfsverzorgingsdiensten Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 002 |
– |
Kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 003 |
– |
Investeringen in materiële activa Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 004 |
– |
Herstel van door natuurrampen of rampzalige gebeurtenissen beschadigd agrarisch productiepotentieel en invoering van passende preventieve acties Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
|
|
Ontwikkeling van landbouwbedrijven en ondernemingen Plattelandsontwikkelingsmaatregelen uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en in het geval van Kroatië tevens uit hoofde van artikel 40 van die verordening. |
|
|
MRDV 005 |
– |
– |
Aanloopsteun ten bate van jonge landbouwers Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 19, onder a), i), van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
MRDV 006 |
– |
– |
Aanloopsteun voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 19, onder a), iii), van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
MRDV 007 |
– |
– |
Aanvullende nationale rechtstreekse betalingen in Kroatië Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 40 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
MRDV 008 |
– |
Investeringen in de ontwikkeling van het bosareaal en de verbetering van de levensvatbaarheid van bossen Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
|
|
Agromilieubetalingen klimaatbetalingen |
|
|
MRDV 009 |
– |
– |
Agromilieuklimaat Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 28 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
MRDV 010 |
– |
– |
Bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 34 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
MRDV 011 |
– |
Biologische landbouw Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 012 |
– |
Betalingen in het kader van de Natura 2000-richtlijn en de kaderrichtlijn water Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 013 |
– |
Betalingen voor gebieden met natuurlijke of andere specifieke beperkingen Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 014 |
– |
Dierenwelzijn Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
|
MRDV 015 |
– |
Risicobeheer Het landbouwbedrijf heeft voordeel genoten uit hoofde van plattelandsontwikkelingsmaatregelen krachtens artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1305/2013. |
|
MODULE 3. HUISVESTING VAN DIEREN EN MESTBEHEER
|
BESCHRIJVING VAN DE VARIABELEN INZAKE DE HUISVESTING VAN DIEREN EN MESTBEHEER |
|||
|
Onderwerp: huisvesting van dieren Plaatsen in dierenverblijven voor runderen, varkens en pluimvee. De term „plaatsen” verwijst naar het gebruikelijke aantal dieren dat tijdens het referentiejaar aanwezig is in de dierenverblijven. Dit betekent dat het aantal dieren op de referentiedag gecorrigeerd moet worden indien de omstandigheden niet normaal zijn (overbezetting of onderbezetting van de stal, leegmaken om sanitaire redenen, speciale productieprogramma's enz.). Alleen stallen die gedurende de referentieperiode in gebruik zijn, moeten worden opgenomen. Ook het aantal tijdelijk lege plaatsen in de dierenverblijven tijdens de referentieperiode wordt vastgelegd. De dieren zijn gedefinieerd in afdeling III. VARIABELEN INZAKE VEE |
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: huisvesting van runderen |
||
|
MAHM 001 |
– |
Melkkoeien Gemiddeld aantal melkkoeien in het referentiejaar. |
|
|
MAHM 002 |
– |
– |
Melkkoeien in stallen met halsbeugels (drijfmest) Aantal plaatsen voor melkkoeien in stallen met halsbeugels, met beheer van drijfmest. |
|
MAHM 003 |
– |
– |
Melkkoeien in stallen met halsbeugels (vaste mest) Aantal plaatsen voor melkkoeien in stallen met halsbeugels, met beheer van vaste mest. |
|
MAHM 004 |
– |
– |
Melkkoeien in loopstallen/stallen met boxen (drijfmest) Aantal plaatsen voor melkkoeien in loopstallen/stallen met boxen, met beheer van drijfmest. |
|
MAHM 005 |
– |
– |
Melkkoeien in loopstallen/stallen met boxen (vaste mest) Aantal plaatsen voor melkkoeien in loopstallen/stallen met boxen, met beheer van vaste mest. |
|
MAHM 006 |
– |
– |
Melkkoeien in andersoortige verblijven (drijfmest) Aantal plaatsen voor melkkoeien in niet elders genoemde andersoortige verblijven, met beheer van drijfmest. |
|
MAHM 007 |
– |
– |
Melkkoeien in andersoortige verblijven (vaste mest) Aantal plaatsen voor melkkoeien in niet elders genoemde andersoortige verblijven, met beheer van vaste mest. |
|
MAHM 008 |
– |
– |
Melkkoeien, altijd buiten Aantal plaatsen voor melkkoeien die altijd buiten verblijven. |
|
MAHM 009 |
– |
– |
Melkkoeien, deels buiten (begrazing) Aantal maanden dat de melkkoeien buiten grazen. |
|
MAHM 010 |
– |
– |
Melkkoeien met toegang tot een uitloop naar buiten Aanwezigheid van uitlopen naar buiten voor melkkoeien. |
|
MAHM 011 |
– |
Andere runderen Gemiddeld aantal runderen in het referentiejaar. |
|
|
MAHM 012 |
– |
– |
Andere runderen in stallen met halsbeugels (drijfmest) Aantal plaatsen voor andere runderen in stallen met halsbeugels, met beheer van drijfmest. |
|
MAHM 013 |
– |
– |
Andere runderen in stallen met halsbeugels (vaste mest) Aantal plaatsen voor andere runderen in stallen met halsbeugels, met beheer van vaste mest. |
|
MAHM 014 |
– |
– |
Andere runderen in loopstallen/stallen met boxen (drijfmest) Aantal plaatsen voor andere runderen in loopstallen/stallen met boxen, met beheer van drijfmest. |
|
MAHM 015 |
– |
– |
Andere runderen in loopstallen/stallen met boxen (vaste mest) Aantal plaatsen voor andere runderen in loopstallen/stallen met boxen, met beheer van vaste mest. |
|
MAHM 016 |
– |
– |
Andere runderen in andersoortige verblijven (drijfmest) Aantal plaatsen voor andere runderen in niet elders genoemde andersoortige verblijven, met beheer van drijfmest. |
|
MAHM 017 |
– |
– |
Andere runderen in andersoortige verblijven (vaste mest) Aantal plaatsen voor andere runderen in niet elders genoemde andersoortige verblijven, met beheer van vaste mest. |
|
MAHM 018 |
– |
– |
Andere runderen, altijd buiten Aantal plaatsen voor andere runderen die altijd buiten verblijven. |
|
MAHM 019 |
– |
– |
Andere runderen, deels buiten (begrazing) Aantal maanden dat de andere runderen buiten grazen. |
|
MAHM 020 |
– |
– |
Andere runderen met toegang tot een uitloop naar buiten Aanwezigheid van uitlopen naar buiten voor andere runderen. |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: huisvesting van varkens |
||
|
MAHM 021 |
– |
Fokzeugen Gemiddeld aantal fokzeugen in het referentiejaar. |
|
|
MAHM 022 |
– |
– |
Fokzeugen op een volledige roostervloer Aantal plaatsen voor fokzeugen in verblijven met een volledige roostervloer. |
|
MAHM 023 |
– |
– |
Fokzeugen op een gedeeltelijke roostervloer Aantal plaatsen voor fokzeugen in verblijven met een gedeeltelijke roostervloer. |
|
MAHM 024 |
– |
– |
Fokzeugen in verblijven met een vaste ondergrond (met uitzondering van diep strooisel) Aantal plaatsen voor fokzeugen in verblijven met een vaste ondergrond met uitzondering van diep strooisel. |
|
MAHM 025 |
– |
– |
Fokzeugen op een oppervlak dat geheel is voorzien van diep strooisel Aantal plaatsen voor fokzeugen in verblijven met diep strooisel. |
|
MAHM 026 |
– |
– |
Fokzeugen in andersoortige verblijven Aantal plaatsen voor fokzeugen in andersoortige verblijven. |
|
MAHM 027 |
– |
– |
Fokzeugen, buiten (scharrel) Aantal plaatsen voor fokzeugen in systemen met scharrelruimte. |
|
MAHM 028 |
– |
– |
Fokzeugen, buiten (scharrel) Maanden dat fokzeugen buiten grazen in systemen met scharrelruimte. |
|
MAHM 029 |
– |
Andere varkens Gemiddeld aantal andere varkens in het referentiejaar. |
|
|
MAHM 030 |
– |
– |
Andere varkens op een volledige roostervloer Aantal plaatsen voor andere varkens in verblijven met een volledige roostervloer. |
|
MAHM 031 |
– |
– |
Andere varkens op een gedeeltelijke roostervloer Aantal plaatsen voor andere varkens in verblijven met een gedeeltelijke roostervloer. |
|
MAHM 032 |
– |
– |
Andere varkens in verblijven met een vaste ondergrond (met uitzondering van diep strooisel) Aantal plaatsen voor andere varkens in verblijven met een vaste ondergrond met uitzondering van diep strooisel. |
|
MAHM 033 |
– |
– |
Andere varkens op een oppervlak dat geheel is voorzien van diep strooisel Aantal plaatsen voor andere varkens in verblijven met diep strooisel. |
|
MAHM 034 |
– |
– |
Andere varkens in andersoortige verblijven Aantal plaatsen voor andere varkens in andersoortige verblijven. |
|
MAHM 035 |
– |
– |
Andere varkens, buiten (scharrel) Aantal plaatsen voor andere varkens buiten, in systemen met scharrelruimte. |
|
MAHM 036 |
– |
– |
Andere varkens met toegang tot een uitloop naar buiten Aanwezigheid van uitlopen naar buiten voor andere varkens (met uitzondering van scharrelruimte). |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: huisvesting van leghennen |
||
|
MAHM 037 |
– |
Leghennen Gemiddeld aantal leghennen in het referentiejaar. |
|
|
MAHM 038 |
– |
– |
Leghennen in verblijven met diep strooisel Aantal plaatsen voor leghennen in verblijven met diep strooisel. |
|
MAHM 039 |
– |
– |
Leghennen in een volière (zonder strooisel) Aantal plaatsen voor leghennen in volières. |
|
MAHM 040 |
– |
– |
Leghennen in kooien met mestbanden Aantal plaatsen voor leghennen in kooien met mestbanden. |
|
MAHM 041 |
– |
– |
Leghennen in kooien met kunstmatig geventileerde mestput (deep pit) Aantal plaatsen voor leghennen in kooien met kunstmatig geventileerde mestput (deep pit). |
|
MAHM 042 |
– |
– |
Leghennen in kooien met natuurlijk geventileerde mestput (stilt house) Aantal plaatsen voor leghennen in kooien met natuurlijk geventileerde mestput (stilt house). |
|
MAHM 043 |
– |
– |
Leghennen in andersoortige verblijven Aantal plaatsen voor leghennen in andersoortige verblijven. |
|
MAHM 044 |
– |
– |
Leghennen, buiten (scharrel) Aantal plaatsen voor leghennen in systemen met scharrelruimte. |
|
Onderwerp: gebruik van voedingsstoffen en mest op het landbouwbedrijf |
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: Bemeste OCG |
||
|
MAHM 045 |
– |
Totale OCG bemest met minerale meststoffen Oppervlakte cultuurgrond in hectaren die met minerale meststoffen wordt bemest. |
|
|
MAHM 046 |
– |
Totale OCG bemest met mest Oppervlakte cultuurgrond in hectaren die met dierlijke mest wordt bemest. |
|
|
|
Gedetailleerd onderwerp: door het landbouwbedrijf uitgevoerde of ingevoerde mest De nettohoeveelheid dierlijke mest die wordt ingevoerd naar of uitgevoerd van het landbouwbedrijf. |
||
|
|
|
Netto uitvoer van mest van het landbouwbedrijf De nettohoeveelheid dierlijke mest die wordt ingevoerd naar of uitgevoerd van het landbouwbedrijf. |
|
|
MAHM 047 |
– |
– |
Netto-uitvoer van drijfmest/gier van het landbouwbedrijf Kubieke meters gier/drijfmest die wordt ingevoerd naar of uitgevoerd van het landbouwbedrijf om rechtstreeks te worden gebruikt als meststof of om industrieel te worden verwerkt, ongeacht of de mest wordt gekocht, verkocht of om niet wordt uitgewisseld. Hieronder valt ook gier/drijfmest die is gebruikt voor de energieproductie en in een later stadium zal worden hergebruikt in de landbouw. |
|
MAHM 048 |
– |
– |
Netto-uitvoer van vaste mest van het landbouwbedrijf Tonnen vaste mest die wordt ingevoerd naar of uitgevoerd van het landbouwbedrijf om rechtstreeks te worden gebruikt als meststof of om industrieel te worden verwerkt, ongeacht of de mest wordt gekocht, verkocht of om niet wordt uitgewisseld. Hieronder valt ook vaste mest die is gebruikt voor de energieproductie en in een later stadium zal worden hergebruikt in de landbouw. |
|
|
Gedetailleerd onderwerp: biologische en op afval gebaseerde meststoffen, anders dan dierlijke mest |
||
|
MAHM 049 |
– |
Op het landbouwbedrijf gebruikte biologische en op afval gebaseerde meststoffen, anders dan dierlijke mest Tonnen op het landbouwbedrijf voor landbouwdoeleinden gebruikte biologische en op afval gebaseerde meststoffen, anders dan dierlijke mest. |
|
|
Onderwerp: bemestingstechnieken Technieken voor het bemesten |
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: onderwerkingstijd per soort toediening |
||
|
|
|
Breedstrooien De mest wordt over het oppervlak van een stuk land of gewas verspreid zonder gebruik te maken van rijenbemesting of injectietechnieken. |
|
|
MAHM 050 |
– |
– |
Onderwerking binnen vier uur De percentageklasse van de totale gebruikte mest waarbij er binnen vier uur na het breedstrooien mechanische onderwerking in de grond is uitgevoerd. |
|
MAHM 051 |
– |
– |
Onderwerking na vier uur De percentageklasse van de totale gebruikte mest waarbij er tussen vier en 24 uur na de bemesting mechanische onderwerking in de grond is uitgevoerd. |
|
MAHM 052 |
– |
– |
Geen onderwerking Percentageklasse van de totale hoeveelheid toegediende mest waarbij de mest niet of niet binnen 24 uur na het breedstrooien is ondergewerkt in de bodem. |
|
|
|
Rijenbemesting Gier of drijfmest wordt aangebracht in parallelle rijen zonder mest tussen de rijen in, met gebruik van een machine (rijenbemester) die aan het uiteinde van een tank of tractor wordt bevestigd om de gier of drijfmest op grondniveau te verspreiden. |
|
|
MAHM 053 |
– |
– |
Sleepslang Percentageklasse van gier of drijfmest die met een sleepslangbemester wordt aangebracht. |
|
MAHM 054 |
– |
– |
Sleepvoet Percentageklasse van gier of drijfmest die met een sleepvoetbemester wordt aangebracht. |
|
|
|
Injectie Gier of drijfmest wordt gebruikt door deze aan te brengen in sleuven die in de bodem zijn gemaakt op verschillende diepten, afhankelijk van de gebruikte soort injector. |
|
|
MAHM 055 |
– |
– |
Zode-injectie/open sleuven Percentageklasse van de drijfmest of gier die wordt toegediend in ondiepe sleuven (gewoonlijk ongeveer 50 mm diep), ongeacht of de sleuven na toediening open blijven of dichtgemaakt worden. |
|
MAHM 056 |
– |
– |
Mestinjectie/dichte sleuven Percentageklasse van de drijfmest of gier die wordt toegediend in diepe sleuven (gewoonlijk ongeveer 150 mm diep), die na toediening worden dichtgemaakt. |
|
Onderwerp: voorzieningen voor mest |
|||
|
|
Gedetailleerd onderwerp: mestopslagvoorzieningen en -capaciteit Faciliteiten voor de opslag van mest Met de capaciteit van de mestopslagvoorzieningen wordt het aantal maanden bedoeld dat de op het landbouwbedrijf geproduceerde mest kan worden bewaard in de opslagfaciliteiten zonder risico van wegstromen en zonder de faciliteiten tussendoor te legen. |
||
|
MAHM 057 |
– |
Opslag van vaste mest in hopen Het percentage mest dat in niet-omheinde stapels of hopen of in een omheinde open ruimte wordt opgeslagen, doorgaans gedurende enkele maanden. |
|
|
MAHM 058 |
– |
Mest opgeslagen in composthopen Het percentage mest dat wordt opgeslagen in omheinde composthopen, die worden geventileerd en/of gemengd. |
|
|
MAHM 059 |
– |
Mest opgeslagen in putten onder het dierenverblijf Het percentage mest dat (nagenoeg) zonder toevoeging van water wordt opgeslagen, gewoonlijk onder een roostervloer in een omheind dierenverblijf en doorgaans voor de duur van minder dan een jaar. |
|
|
MAHM 060 |
– |
Mest opgeslagen in systemen met diep strooisel Het percentage mest dat tijdens een productiecyclus, die zes of twaalf maanden kan duren, wordt opgehoopt. |
|
|
MAHM 061 |
– |
Opslag van gier/drijfmest zonder afdekking Het percentage mest dat wordt opgeslagen in niet-afgedekte tanks, of vijvers, doorgaans voor de duur van minder dan een jaar. |
|
|
MAHM 062 |
– |
Opslag van gier/drijfmest met doorlatende afdekking Het percentage mest dat wordt opgeslagen in tanks of vijvers, doorgaans voor de duur van minder dan een jaar, en dat wordt afgedekt met een doorlatende bovenlaag (zoals klei, stro of een natuurlijke korst). |
|
|
MAHM 063 |
– |
Opslag van gier/drijfmest met niet-doorlatende afdekking Het percentage mest dat wordt opgeslagen in tanks of vijvers, doorgaans voor de duur van minder dan een jaar, en dat wordt afgedekt met een niet-doorlatende bovenlaag (zoals polyethyleen met een hoge dichtheid of afdekkingen op basis van negatieve druk). |
|
|
MAHM 064 |
– |
Mest opgeslagen in andere faciliteiten, niet elders genoemd Het percentage mest (vaste mest dan wel drijfmest of gier) dat wordt opgeslagen in niet elders genoemde andere faciliteiten. |
|
|
MAHM 065 |
– |
Dagelijkse toediening Het percentage mest dat stelselmatig wordt verwijderd uit een opslagfaciliteit en binnen 24 uur na uitscheiding wordt toegediend op bouw- of weiland. |
|
|
MAHM 066 |
– |
Mest opgeslagen in composthopen Het aantal maanden dat de vaste mest kan worden opgeslagen in omheinde composthopen. |
|
|
MAHM 067 |
– |
Mestopslag in putten onder het dierenverblijf Het aantal maanden dat mest kan worden opgeslagen in de gierputten op het landbouwbedrijf. |
|
|
MAHM 068 |
– |
Mestopslag in systemen met diep strooisel Het aantal maanden dat de mest kan worden opgeslagen in systemen met diep strooisel. |
|
|
MAHM 069 |
– |
Opslag van gier/drijfmest Het aantal maanden dat de mest kan worden opgeslagen in opslagsystemen voor drijfmest/gier, ongeacht de afdekking. |
|
|
MAHM 070 |
– |
Mest opgeslagen in andere faciliteiten, niet elders genoemd Het aantal maanden dat de mest (vaste mest dan wel drijfmest of gier) kan worden opgeslagen in niet elders genoemde andere faciliteiten. |
|